Iedereen socialist!

 

Natuurlijk ben ik een socialist. Wat anders?

Persoonlijk ben ik zeker dat er zich in ieder van ons een socialist schuil houdt. Soms sluimerend als een klein waakvlammetje dan weer hevig oplaaiend rond een kampvuur wanneer kumbaya gezongen wordt. Soms als stille toeschouwer of als supporter dan weer als activist of overtuigde pleitbezorger en voorvechter. Afhankelijk van de situatie. Wanneer we ons diep in onze democratische vezels getroffen voelen. Of wanneer fundamenteel onrecht is aangedaan, muteren we dan niet allemaal in een grote solidaire massa die zich rood van woede schaamt en zich verzet? Tegen onrecht, misbruik of waanzin? Verzamelen en verenigen we ons op die momenten dan niet allemaal in een witte mars of in een lange kaarsenstoet? Om ons collectief af te vragen hoe het zo ver is kunnen komen. Of om ons in groep te bezinnen of we nog wel Charlie genoeg zijn?

Gelijkheid, vrijheid, rechtvaardigheid en solidariteit? Staan we daar op zulke momenten niet allemaal voor? Zijn dat niet universele menselijke waarden die ons onderscheiden van het dierlijk gedrag van andere soorten? Tegen verdrukking van de kleinsten. Voor een plasticvrije oceaan en zuivere lucht. Of voor wat meer comfort en waardigheid voor onze grijzer wordende generatie voorgangers? Is dat niet het soort socialisme waar we ons allemaal een beetje door aangetrokken voelen en waar we een natuurlijke aantrekkingskracht voor hebben? Voelen we niet allemaal een beetje sympathie voor Che Guevara die dolde en rebeleerde tegen Amerikaans arrogantie? Was Robin Hood niet onze held omdat hij pikte van de sherrif en voste en vogelde met de dochter van de koning? Die koning die zijn onderdanen onderdrukte en hen als misdadigers of ciminelen vogelvrij verklaarde.

Natuurlijk ging het mis toen verkeerde mensen zich Robin Hood of Che Guevara waanden. Toen figuren zich uit opportunisme en eigenbelang verrijkten op de kap van sukkelaars. En zich met rode vlag in handen en al dan niet democratisch gelegaliseerd, een post toe eigenden om mee te kunnen te tafelen rond de honingpot van dewelke ze mee konden likken. Geflankeerd door diegenen tegen wie ze zich verzetten. Zogezegd om minderheden of maatschappelijk zwakkeren te vertegenwoordigen.

Maar dat zegt niets over socialisme. Dat zegt niets over de waarden ervan. Dat zegt allesover charlatans die zich onrechtmatig die waarden toe eigenen om er voordeel mee te halen.

Maar dat socialisme raakt stilaan uitgeroeid. Dat socialsme is op sterven na dood. Laten we het begraven.

Het socialisme is dood. Leve het socialisme.

Iedereen socialist!

Lichaamsopeningen in de cloud.

 

Terwijl polen smelten, bossen verschrompelen en lucht met de dag smeriger wordt, zitten supergeeks zich geilend op The Internet of Things, intellectueel te masturberen op nieuwe apps en toepassingen. In de cloud rukken ze zich wild af op nieuwe nutteloze gimmicks waarop niemand zit te wachten. Ze bedenken en ontwikkelen onzichtbare digitale enkelbanden die onze privacy te grabbel gooien voor moderne legale maffiosi die er misbruik van maken. Terwijl wetgevers en psychologen digitale detox prediken of wetten proberen te bedenken om ons van een beetje privacy en life-balans te verzekeren, freewheelen zij zich suf over virtuele, intelligente digitale systemen die automatisch communiceren met nog intelligentere digitale netwerken zodat wij dom achterblijven. De bewegingsvrijheid beperkt tot het pad dat vooraf voor ons digitaal werd uitgestippeld. Veel mensen wandelen mee. Zoals varkens naar de voerbak van waaruit ze vetgemest worden. Ze denken er niet over na en schoffelen zich gulzig vol met voorgekauwde pulp.

Verstand en intelligentie. Ik ben er te matig mee bedeeld. De slechtste van de klas werd wel eens gezegd. Het zal wel. Maar de bollebozen van de klas van toen denken er niets van. Ze lachen me opnieuw uit. Nu als doem denkende filosoof die zich terug trekt in zijn persoonlijke grot van Altamira. Voor hen ben ik een fossiel die de moderne wereld niet kan bevatten. Volgens hen begrijp ik de snelle nieuwe wereld niet waar het privéleven zich afspeelt op het internet die veilig bewaard wordt in de cloud.

In mijn toekomstige horrorwereld zullen vroegere onschuldig en onschadelijk ogende apparaten zoals tandenborstels, tv’s, thermostaten, koelkasten, matrassen, vibrators, diepvriezers, wc-papier houders etc. die overal in ons huis aanwezig zijn, ons beloeren en bespioneren. Ze zullen er voor zorgen dat onze persoonlijke en intieme gegevens naar de cloud zullen worden getransfereerd naar het internet van de dingen.

Als ik dan in de wereld van morgen een koortsthermometer onder mijn oksel steek of hem rectaal inbreng bij mijn 3 maand oude jammerende baby. Of wanneer ik mijn tanden een wittere tint geef met mijn elektronische tandenborstel, zal ik via usb-poorten van mijn lichaamsopeningen informatie doorgeven naar mijn veilige cloud. Zodat wanneer ik me aanmeld bij mijn volgende internetsessie het winkelmandje automatisch gevuld wordt met glutenvrije koekjes en zeep voor de intieme hygiëne. Mijn tandarts zal me automatisch whatsappen en me laten weten dat ik bij mijn volgende virtuele controle volle pot zal moeten betalen. Omdat ik het afgelopen jaar gemiddeld genomen mijn tanden maar 2 keer gepoetst heb in plaats van 3 keer zoals mijn tandverzekeringspolis het me het had voorgeschreven.

Gelukkig ben ik maar een cynische doemdenker en heb ik geen rectale koortsthermometer. Ik lach met mezelf en sla een bladzijde om van een boekje dat vanmorgen in de brievenbus viel en ik lees de kop van het eerste artikel. There is no bigger high than discovery… Het zal wel.

Cara en 4 Roses?

 

Heb ik een probleem? Als ik die vraag voor de kiezen krijg (en dat overkomt me de laatste tijd vaker) ken ik doorgaans het antwoord wel.

De vraag stellen is ze beantwoorden! Althans zo is het toch bij mij gegaan. Op het ogenblik dat het voor mezelf helder werd dat ik weerloos was geworden en dat het spul me volledig in zijn greep had kon ik pas een volgende stap zetten. De eerste eigenlijk. De belangrijkste. Vanaf dat moment kon het anders en beter.

Als ik het thema tegenwoordig ongevraagd voor de voeten geworpen krijg en ik geconfronteerd wordt met heel persoonlijke problemen, schrijnende verhalen of situaties, worstel ik met een dilemma:

Ben ik wel de juiste persoon om antwoorden te geven?

Heb ik al recht van spreken?

Ben ik wel sterk en betrouwbaar genoeg om te zeggen hoe het anders kan?

Elke situatie is toch verschillend en wie ben ik om te prediken hoe het moet? Want er moet toch niets! Dat is toch niet voor niets mijn persoonlijke lijfspreuk geworden. De leuze waar ik elke dag tot vervelens toe mijn omgeving mee tracht te beïnvloeden?

Een dilema dus. Omdat, toen ik het destijds allemaal niet meer wist, wel antwoorden kreeg op vragen die ik mezelf nog niet had gesteld. Door iemand die met hetzelfde worstelde en zich eveneens afvroeg: “Wie ben ik om over jou te oordelen en je als alcoholverslaafde te bestempelen? Er is maar een persoon op de wereld in staat hierop een juist antwoord te geven en dat ben jezelf’”

Als ik er nu op terugkijk op dat levensbelangrijke ogenblik denk ik dat dit het enige juiste antwoord was, waar ik destijds met enige kans van slagen mee verder kon. Indien hij me toen in mijn schuchter vermoeden bevestigd had, was ik vermoedelijk weg gelopen. Ver weg van mezelf en van mijn levensprobleem. Om nooit meer terug te keren.

Vorige week zocht ik door de straten van Parijs naar vertier, opgelgde cultuur en culinaire hoogstand. Waarvoor gaat een mens anders naar de lichtstad? Toch niet om 2 uur aan te schuiven en op een ijzeren toren te klimmen? In de buurt van Het Louvre laveerde ik plots ongemakkelijk tussen clochards. Tussen vale, onfrisse buitenslapers die zich met gans hun hebben en houden in een verhakkelde slaapzak, ongemakkelijk onder een gaanderij hadden geïnstalleerd. Vanop hun stuk karton keken ze wezenloos en verdwaasd naar de wereld. De lege flessen goedkope bocht lagen verspreid aan hun voeteneind. Aan de halfvolle of halflege klampten ze zich vast al was het hun dierbaarste bezit. Dat zal het in hun ogen ook wel geweest zijn. Ik zag het er aan. Aan de ogen die ik herkende.

Zowel de toeristen als de Parijzenaars gunden hen geen blik. De massa passeerde en stapte er onachtzaam over, zoals over een plas modder! Zoon van of dochter van? Vader, moeder of broer van… geen mens geeft om hun verhaal of aan hoe zij precies op dat stuk karton zijn beland met hun onafscheidelijke fles binnen handbereik.

Gisteren brak Avicii zijn pijp. Oorzaak drank! Al mag dat niet op die manier gezegd worden. Want dat is geen voorbeeld voor de jeugd.

Over de doden niets dan goeds. Zeker niet over bekende doden. Wellicht zal de doodsoorzaak de komende dagen dan ook wel als orgaan falen bestempeld worden. Net zoals bij Amy Winehouse, Whitney Huston, … of dichterbij, Luc De Vos. Je bent per slot van rekening voor iets toch een publiek figuur (geweest).

Echter, als clochard uit Parijs er met vier komma zes promille alcohol in zijn bloed, van tussen valt heeft hij zich simpelweg dood gezopen.

Wat is het verschil? De keuze tussen een krat Cara en 2 flessen Four Roses?

Op momenten als deze heb ik minder last van mijn dilemma. Omdat ik de wanhoop herken in de ogen van die zwervende sloeber en juist kan gissen naar dezelfde wanhoop als waar Tim Bergling eenzaam ten onder ging op zijn hotelkamer in Oman.

En jij? Hoe zit het met jou? Hoe wil jij de pijp aan Maarten geven? Met Cara of met Four Roses? Of ergens halverwege, met iets daar tussenin?

Een kamelenteen en oxytocine.

 

Evy Gruyaert is opnieuw mijn heldin want zij weet hoe ik gelukkig word in 21 dagen.

Van eigens. Telkens ik haar op het scherm tegen het lijf bots, slaat mijn hart minstens een slag over. Dat is zonder twijfel nog een gevolg van toen ze met haar veel te sensuele stemgeluid: “Nu,! Sneller! Harder! Je bent er bijna!” in mijn oor hijgde. Al was ik telkens wel blij dat ik na 3 minuten mocht wandelen.  Wanneer die eerste ellendige kilometers achter de rug waren.

Als ik Evy mag geloven hoeven de kilo’s er niet af te vliegen door aan gewichten te sleuren of door als een gek te sporten. Om me 100% begenadigd te voelen, word ik ook niet gedwongen om mijn lijf in onmogelijke kronkels plooien op een yoga mat. Al zou ik  niet ongelooflijk ongelukkig worden om vanop dat plekje naar perfecte vrouwen te staren. Naar vrouwen van wie de rondingen in hun niets verhullende, te strakke spandex geprangd zit, zodat hun verticale glimlach mij uitdagend tegemoet lacht.  Al hoeft die occasionele kamelenteen niet zo nodig. Die heeft geen meerwaarde in de setting en belemmert uiteindelijk alleen maar de suggestie.

Wat moet ik dan wel precies doen om die zweverige gelukzaligheid in al mijn vezels gewaar te worden? Volgens Evy moet ik zoveel als mogelijk mensen vast grabbelen. Bekenden en onbekenden. Hen knuffelen en fijn knijpen. 21 dagen lang, minstens 10 minuten per dag. Daar word je blij van, al  wordt dat een opgave want ik voel me oprecht ongemakkelijk wanneer vreemd volk mijn persoonlijk territorium betreedt. Knuffelen dus en dat met Jan en alleman, het wordt nog wat!

Hoewel deze activiteit ver uit mijn comfortzone ligt ga ik het er toch op wagen.  Evy oogt immers ook altijd opgewekt en opgetogen. Misschien heeft het op mij wel het zelfde effect. Daarbij de comfortzone is niet het plekje “where the magic happens”. Dat heb ik ooit ergens gelezen. In een boekje bij de psychiater denk ik.

Knuffelen schijnt onmiskenbare voordelen te hebben.  Het lichaam zou in overvloed oxytocine aanmaken. In de volksmond beter gekend als het knuffelhormoon. Hoewel ik hormonen door de band genomen voor geen meter vertrouw, zou deze stof in tegenstelling tot de hormonen die ik ken en die het maandelijkse onheil bij mijn vrouw veroorzaken, gevoelens van onzekerheid en angst verzachten. Het zou ook de cortisolspiegel in het bloed verlagen zodat stress en onrust verdwijnen als sneeuw voor de zon. Bovendien zou mijn bloeddruk na een paar dagen vel tegen vel al verlagen met een paar punten. Als ik Evy mag geloven zal ik me ook minder eenzaam en gespannen voelen en word ik nog meer zelfzeker en socialer.

Dus verschiet niet als ik je een van komende dagen tegen mijn gilet trek en je in mijn persoonlijk grondgebied sleur. Het is voor de wetenschap en mijn gelukzaligheid.

Ik laat je ook nog weten hoeveel toeken ik tegen mijn bakkes gehad heb als ik die nietsvermoedende voorbijganger heb vast gegrepen.

 

 

Boos of depressief?

 

Is het gemakkelijker verdrietig te zijn dan boos? Persoonlijk denk ik van wel.

Verdriet, depressie en zelfbeklag zijn heel passieve emoties die me helemaal deden terugplooien in mezelf. Met heel grote focus op mijn eigen overschatte ellende. Wegkwijnen is gemakkelijker dan confrontatie aan gaan en weerbaar te zijn. Depressieve mensen aanvaarden onrechtvaardigheid en trachten er in te berusten. Althans, ik deed dat toch lange tijd. Al lukte me dat maar amper, dat berusten of vaak zelfs helemaal niet omdat ik me door mijn passiviteit en besluiteloosheid een gekwetst en uitgesloten slachtoffer bleef voelen. Onbegrepen, en zalig zielig.

Vanaf het ogenblik dat ik me gebeten voelde, kwaad kon worden en daardoor uit mijn schulp kroop, veranderde het ten goede. Dan pas besefte ik dat ik niet langer op mijn kop hoefde laten zitten. Dat ik me niet langer moest laten kleineren om het nog langer te blijven ondergaan. Mijn kwaad bloed begon te stromen en ik kreeg energie. Omdat ik de situatie wou veranderen. Omdat ik niet langer wou berusten en defensief of reactief wou ondergaan op wat voor onheil het leven nog allemaal voor mij in petto had. Ik deed eindelijk wat ik al heel lang had moeten doen.

Ik kan me nu de vraag stellen waarom ik zolang koos voor verdriet, berusting en zelfbeklag? Ik ben niet zeker. Misschien omdat het veilig was of gemakkelijker omdat ik dat gevoel kon beheersen en controleren? Omdat ik de oorzaak steeds maar weer bij de anderen kon leggen en zo zelf geen verantwoordelijkheid moest opnemen? Of was het gewoon omdat ik bang was van mijn eigen boosheid? Voor de gevolgen ervan of voor de afkeur of kritiek omdat het beeld dat ik voorhield haaks stond op hoe ik mezelf al die jaren had voorgedaan?

Langzaamaan zag ik in dat er niets mis was met assertiever in het leven te staan. Met een lijn te trekken tot waar men voortaan mag komen. Wanneer iemand die denkbeeldige grens overschrijdt en overtreder wordt van mijn emotionele of fysische plafond geeft me dat automatisch het recht om boos te zijn en dan word ik het. Want ik heb het natuurlijke en vanzelfsprekend recht om met respect behandeld te worden. Niet door zelfbeklag te veinzen of om anderen emotioneel te chanteren. Want dat heeft door de loop der jaren een averechts effect op mij gekregen. Dan pas word ik wat chagrijnig en bits.

Mijn grenzen probeer ik te bewaken al kost dat moeite en word ik daardoor voor lastige keuzes geplaatst en word ik er soms boos van.  Maar enkel op die manier hou ik teugels in handen en kan ik met opgeheven hoofd ’s avonds in de spiegel kijken om te zien dat het nu beter is.

Dus stop met blijten, veeg die snottebellen uit je ogen, word kwaad en kom in actie! Je zal er beter van worden en er zelfrespect van krijgen.

 

 

 

Twijfel

 

In de verte luidt de kerkklok. Geconcentreerd tel ik de slagen. Tien, elf, twaalf middernacht. Tenzij ik mis telde. Dan was het maar elf uur. Tien kon niet want ik miste toch geen twee slagen? Ik ben niet zeker. Klokslag twaalf was het want een uur later klinkt maar één slag.

Harde regenvlagen beuken tegen het dakraam en zorgen voor een vreemd ritmisch getik dat voor een beangstigende rust zorgt. Alsof er onheil op komst is. De noorderwind fluit gierend door de dakpannen en doet de luiken van de ramen op de benedenverdieping rammelen in hun hengsels.

“Zinnen zijn maar zelden zo briljant als gedachten”. Verwachtingen over hoe ik het bedoel zijn net zo verraderlijk als valse beloften. Ze komen niet uit. Net als de onrustige nacht spookt het in mijn hoofd. Zal het goed genoeg zijn? Ben ik op de goede weg of heb ik de bal helemaal mis geslagen? Ik weet wel dat een zin geen onnodige woorden moet bevatten en een paragraaf geen onnodige zinnen. Net zoals een tekening geen overbodige details en een computer geen nutteloze onderdelen hoeft. Ik moet opnieuw schrappen om de essentie te benadrukken. De boodschap moet strak en uitgekleed zijn zodat alleen de pointe rest. Dan is het duidelijk en veilig.

Niet? Of spreekt het verhaal toch meer tot de verbeelding als het breed uitgesponnen wordt met beeld, geur en kleur? Als het ietwat klef en melig in elkaar geschreven is. Doorregen met emoties en naakt op de straatstenen. Kwetsbaar bloot en langdradig gedetailleerd zodat ik genadeloos kan neergesabeld worden met mijn openhartigheid. En dan word even onrustig als de nacht want ik krijg het echt Spaans benauwd van kritiek. Omdat die nu een maal langer op mijn huid plakt dan een pluim. Ik ben zeker gevoeliger voor een veeg uit de pan ben dan voor een schouderklopje, zelfs al krijg ik er soms meer van.

Twijfel en trots wisselen elkaar af tijdens die nacht tot ’s morgens.  Tot wanneer ik ongevraagd bevrijdende woorden hoor. Je mag fier zijn op je boekje hoor. Je hebt het toch maar gedaan. Sommige pluimen blijven precies toch wel plakken.

Tijd

 

“Waar je je tijd in steekt is waar je je leven aan besteedt.”

Wat een wijsheid. Wat een wijze woorden. Ze zijn niet van mezelf maar van madam Google. Al denk ik wel dat ik die uitspraak nu ook zou kunnen doen. Om er straf mee uit de hoek te komen. Ik laat de woorden doordringen om er iets clever mee te doen. Wat doe ik eigenlijk zelf met mijn tijd? Als ik erover dub wil ik hem stilzetten. Om eens diep na te denken hoe ik hem verstandig zou kunnen besteden, maar ik heb er de tijd niet voor.

Het liefst van al zou ik alles tegelijk doen. Boeken lezen of schrijven. Een reuze karper vangen. De tuin eindelijk helemaal naar mijn hand zetten of dat lange gesprek voeren met mensen van mijn soort. Gesprekken waarin we de wereld helemaal veranderen en een ander soort leiderschap uitvinden of gewoon waarin we maar wat lanterfanten. Maar ik heb geen tijd. Mijn denkbeeldige lijstjes raken niet afgevinkt. Omdat ik er niet aan begin. Omdat ze een te strakke deadline hebben (en ik strakke deadlines haat) of omdat ze te uitgespreid zijn in de tijd zodat ik altijd wel een excuus heb om er niet nu aan te beginnen. Omdat ze in de weg zitten.

Als ik vraag of het teveel moeit kost om een kamer op te rommelen of om samen eens iets leuks te doen luidt het antwoord steevast. “Ik heb daar geen tijd voor.” Facebook, de x-box, de gitaar, Messenger, de ouderraad, de sport, het werk, het lief, Neflix, Yello, Snapchat, Instagram en Twitter zitten altijd hoger op de prioriteitsschaal dan ik. Geen tijd dus.

En wat doe ik zelf? Ik zoek en volg dan maar interessante en oninteressante mensen. Ik wil ze achterhalen en doorgronden. Ik ben een voyeur op zoek naar mensen die ik kan adoreren, volgen en na kan bootsen. Ik speur naar trends en praat me binnen in levens van mensen die ik ken, niet ken of ooit gekend heb. Omdat ze me passen. Omdat het geen moeite kost of wanneer ik daar een blauwtje loop het me geen hartzeer bezorgt. Gemakkelijk, oppervlakkig, veilig en vrijblijvend…en saai.

Is dat niet datzelfde prioriteit principe als de facebook, de x-box, de gitaar, de Messenger, het lief, Netflix, Yello, snapchat en Instagram van diegenen die ik het verwijt?

Waarom bel ik niet? Waarom schrijf ik niet? Waarom spreek ik niet af of spring ik niet in mijn auto of in een vliegtuig? Om die mensen echt te ontmoeten die er toe doen? Om er koffie mee te drinken en om er eventjes die ideale wereld even mee te beleven? Omdat ik er de tijd niet voor heb? Of omdat ik angst heb dat ik hem er mee verspeel? Mijn tijd?

Slikken en absorberen zonder te ontdekken is wat ik doe. Dat is waar ik mijn tijd, die ik nota bene niet heb, mee verdoe. Als mijn tijd een tekortkoming is geworden door de dingen waar mee ik hem opvul moet ik diep nadenken. Dit kan niet zijn hoe ik het toen bedoeld heb. Toen ik zelfzeker verkondigde dat ik voortaan nog alleen ging doen wat ik graag doe en me nog alleen maar ging omringen met diegenen die er toe doen.

Een of andere dag… dan zeker… daar kan je op aan… Als ik er 2 minuten tijd voor heb!

 

 

 

De smeerlap.

Volgende maandag, ik kijk er tegenop. Opnieuw zal het een uur vroeger eerder dag zijn dan dat ik het eindelijk gewend geworden was. De wijzers van de klok zullen me zoals elk jaar, minstens gedurende een week verplichten om me een uur sneller moe te voelen dan dat ik het ben. Het irritante alarm van mijn klokwekker zal me dan ook weer ongevraagd een uur vroeger uit mijn natte droom halen zodat mijn ingebeelde hoogtepunt ook daar naar net-niet zal uitgesteld worden.

Om in het zomeruur te leven moeten zondag alle klokken stipt om twee uur ‘s nachts een uur worden verder gedraaid. Dat is belangrijk want zo moet het gebeuren,  volgens Frank en Sabine. Zo niet zal ik maandagochtend ontwaken in een koud huis en zal ik genoodzaakt zijn ijskoffie te slurpen omdat de timers niet gesynchroniseerd zullen zijn aan het opstaan-uur. Is er trouwens iemand vertrouwd met het resetten van mijn biologische klok? Want zoals elk jaar opnieuw zal mijn ochtenderectie zich ongevraagd  in uitgesteld relais aandienen, op een gênant moment, in de auto, of erger tijdens mijn eerste te vroege vergadering of in de lift.

Het was nu net weer licht ‘s morgens en ik hoefde me na het werk niet langer af te vragen waar de dag gebleven was wanneer ik in het grijze duister naar mijn auto zocht. Ik was dat nu net gewoon geworden. De collega’s hadden net aanvaard dat ik het daarom vijf minuten eerder voor bekeken hield.

Opnieuw zal ik zoals elk jaar trouwens, vergeten mijn autoklokje te resetten waardoor ik me om zeven uur ’s morgens weer zal afvragen of het zes uur is of negen, of toch zeven? En dan zal ik me andermaal ergeren omdat die verdomde klok niet kan voort of -teruggedraaid kan worden terwijl de auto rijdt waardoor ik me op woensdag in dezelfde tergende situatie zal bevinden als op dinsdag. Ik durf er gif op nemen.

Halverwege de week, en nadat ik uit pure wanhoop de helft van de klokken minstens drie keer naar voor en de andere helft vier keer achteruit gedraaid heb, zal ik er achter komen dat ik minstens in de helft van de gevallen op tijd kwam. De andere gevallen zal ik in eer en geweten verontschuldigend kunnen wijten aan het zomeruur. Computers stellen zich gelukkig automatisch in maar dat zal ik vergeten zijn waardoor het  op maandag in de voormiddag tien uur zal lijken, het elf uur zal zijn maar toch zal aanvoelen alsof het 12 uur is. Naar mate de week vordert, zal ik er meer en meer van overtuigd raken dat de zomertijd een complot is, om me te verwarren en om me te doen geloven dat ik energie bespaar. Welke energie? Want ik heb nu al geen overschot om er de dag mee rond te maken. Terugdraaien naar winteruur. Ja, dat begrijp ik nog. Daar ben ik fan van. Daar ben ik helemaal mee mee omdat mijn biologische klok me dan al soezend tussen het meel laat voelen dat ik een uur meer gekregen heb dan tijdens de zomertijd die me jaar in jaar uit dat gewonnen uur opnieuw afneemt, de smeerlap.

En de chocolade is nog op ook.

 

Soms wou ik dat ik sterker was. Moediger ook en iets minder kwetsbaar. Dat mijn gevoel minder snel de bovenhand neemt en dat ik wat rationeler zou kunnen reageren. Of niet zo uitgesproken. Grijzer. Tussen in, iets minder zwart wit.
Dat ik minder stroef en star was. Dat ik me niet zo voelde zoals ik me nu voel. Dat ik iets minder gewaar zou worden dat het even niet goed gaat. Dat het me oprecht allemaal wat minder zou deren maar dat doet het dus niet.
De vinger kan ik er niet op leggen want er is geen grote oorzaak en er is geen groot gevolg. Maar het is er wel. Ontegensprekelijk.
Het wemelt in mijn hoofd alsof er aan oude littekens gekrabd wordt. Alsof een kras die genezen was opnieuw werd open gehaald en dat er zolang aan geprutst werd dat het echt opnieuw begon te storen.
Niet dat ik van nature achterdochtig ben of dat ik het moeilijk heb om vertrouwen te geven of te krijgen. Dat is het ook niet. Ik kan het niet benoemen.
Van waar komt het dan toch? Dat gevoel als word ik langs achter bespied en beslopen. Door ongure figuren die het niet te best met me voorhebben.
Wil ik weer te veel controle en wil ik voorlopen op wat nog niet is? Of ben ik weer scenario’s aan het hertekenen die zo ver achter mij liggen dat ik er enkel in een droom nog impact kan op uitoefenen?
Het laat me niet los en ik krijg het niet vast.
Moet het dan altijd leuk zijn? Moet ik dan steeds vrolijke stabiele Frans spelen of mag ik gewoon aanvaarden dat het soms allemaal keihard sucked.
Zonder reden en zonder gevolg omdat het gewoonweg  een kutdag is.
En de chocolade is dan nog op ook…

Man griep.

 

Voor vrouwen is een verkoudheid een perfect hanteerbare situatie die hen nauwelijks of helemaal niet, uit hun normale dagelijkse doen en laten houdt.

Gehuld in een flanellen pyjama en een fleece dekentje verbijten ze in stilte hun lijden. Aan een kop thee, een fles water of aan een beetje rust hebben ze ruim voldoende om de eerste ongemakken mee weg te spoelen. Hoewel ze door de band genomen misschien iets stiller zijn, wat een pluspunt is, blijven de communicatielijnen toch wagenwijd open. Zeker om er de dagelijkse beslommeringen mee te organiseren. Zweterige koorts, een groene fluim of een schurende keel projecteert hen niet onmiddellijk in het centrum van het universum. De wereld draait niet opeens sneller of trager. Ze hoeven zichzelf niet in onmogelijke bochten te leggen om iets gedaan te krijgen. Ze moeten geen hulplijnen in roepen en voelen al helemaal niet de behoefte om iedereen in een teleconferentie van hun zorgwekkende toestand op de hoogte te brengen.

Hoe vrouwen het precies bolwerken is een raadsel maar ze slagen er toch maar in om ongemerkt ziek te worden. Hebben ze dan misschien een andere soort immuniteit omdat ze toevallig eigenaar zijn van twee x chromosomen? Hoe dan ook, op de een of andere manier verstaan ze de kunst ziek te zijn en een dokter te bezoeken zonder ons mannen er mee lastig te vallen of ons te overrompelen met gedetailleerde symptomen en ongemakkelijke bijwerkingen.

Voor ons mannen echter is griep een onoverkomelijk ongemak. Een nare kwelling met ongeriefelijke consequenties. Voor onszelf in de eerste plaats maar zeker ook voor iedereen die zich binnen gehoorsafstand bevindt. Telefoon, sociale media of email zijn trouwens perfecte middelen om deze ingebeelde afstand mee te overbruggen. Als een man ziek wordt is het belangrijk dat iedereen dat weet. Op die manier kunnen alle belanghebbenden gemakkelijk deelgenoot worden van zijn hachelijke gezondheidstoestand. Wij mannen zijn trouwens bijzonder vrijgevig met onze ziektekiemen. We hoesten en proesten wild in het rond en willen constant met aandacht bemoederd en gesust worden zodat onze lichamelijke smart gemakkelijk kan overgezet worden zodat hij broederlijk kan gedeeld wordt.

De vrouwelijke verkoudheid mag trouwens niet verward worden met de man griep. Bij de mannelijke variant staat het gekreun en gesakker wel volledig in verhouding met de ondraaglijke pijn waarin wij mannen ons bevinden.

Dus, vrouwen bezorg ons dat kopje thee en die paar vriendelijke woorden. Omring ons met jullie onverdeelde aandacht en zorg. Misschien slagen we er dan zo in om samen deze monsterlijke ziekte te verslaan.

Of misschien kunnen jullie ten behoeve van jullie eigen (mentale) gezondheid ook opteren om heel hard weg te lopen en een week uit onze omgeving te verdwijnen.

Madam Esmeralda

 

Sterren staan helder wit te fonkelen aan het zwarte hemelgewelf. Mars is uitzondering met dat rood flikkerend lampje. Net als de Poolster. Die schijnt ook duidelijk feller dan de rest van het sterrenstof daar ergens aan het einde van de noordelijke hemelpoort.

De dierenriem is verouderd en antiek! Zoveel is zeker. Het licht van het gros van de sterren is wellicht al gedoofd. Hoe kan er dan in hemelsnaam toekomst uit voorspeld worden? Uit licht dat er met grote waarschijnlijkheid al niet meer is?

Bij gebrek aan tarotkaarten of een andere onbetrouwbaar medium kijk ik vragend en vol verwondering naar het duistere nirwana. En ik bedenk: “Een spirituele paragnost hoe word je dat?” Door straffe onzin uit te kramen of door met niet verstaanbare anagrammen heisa te maken en het allemaal overtuigend echt te laten klinken zodat het zeker zal gebeuren? En ben ik zelf daartoe in staat?

Met een atoombom of de grote brand van Londen te voorspellen ga ik me niet bezighouden. Dat deed Nostradamus me al voor. Met profetisch inzicht, het algemeen boerenleed voorspellen was eveneens een fluitje van een cent want die klagen al eeuwig en één dag. Dat het voorjaar te koud is. De zomer te droog en de winter te nat. Zulke voorspellingen lukken mij zeker ook nog wel. Zonder handoplegging.

Toch wil ik eens diep in de sterren neuzen om proberen te achterhalen wat er volgende week zoal te gebeuren staat. Maar eerst nog dit. Gelijkenissen aan bestaande horoscopen zijn louter berust op toeval of zijn het gevolg van cynische sterrenkundige satire. Mochten er zich de komende dagen ongevallen of incidenten voordoen wijs ik alle aansprakelijkheid of verantwoordelijkheid af. Mochten mijn voorspellingen in een zuidelijke of noordelijke maanknoop of in een ander kluwen verstrikt raken wijt dit dan gerust aan mijn amateuristische sterrenwichelarij.

Alles kan worden voorspeld. Alles kan worden gezien. Met een scherpe blik en genoeg verbeelding zal het wel lukken.  Ik zie.. ik zie wat jij niet ziet. Ook al is het wazig en onscherp. Want door het fijne stof en de lichtvervuiling oogt het hemel canvas troebel en onduidelijk. Een bril met dubbele focus is het eerste wat ik zie. Voorlopig toch nog want zonder die broodnodige jumelles zou ik dat binnenkort al zelfs niet meer zien.

Een kwartier en één vallende ster later, al kan dat ook het ruimtestation Mir of satelliet Suzie geweest zijn, zegt mijn stijve nek me dat ik me belachelijk aan het maken ben. Ik ben echt geen ziener maar een gewoon man. Een sterveling. Als er toevallig al eens iets uitkomt van wat ik beweer, wijt het dan maar aan een goede poker-hand of mijn veel te grote fantasie.

Mijn astrologische gave is beperkt. Gelukkig maar anders had ik geen enkele reden om straks naar Madam Esmeralda te gaan. Om daar uit de diepe groeven van mijn hand te weten te komen wat de gevolgen zijn van die korte levenslijn, de stompe positieve Jupiterberg of die klamme Venusheuvel.

Al zal ik daar wel minstens 20€ voor moeten afdokken.

Dagdroom.

 

Grand Café Industrie was de juiste locatie voor onze eerste live ontmoeting. Hoewel ik me in dit rustieke decor de juiste figurant voelde, waren de zenuwen toch strak gespannen. Nerveus speurde ik naar een herkenbaar gezicht. Toen mijn afspraak niet onmiddellijk in mijn blikveld viel zocht ik een plek in het midden van het café. Aan een tafeltje op een verhoog. Van daar uit had ik prima overzicht. Als Mark binnen zou komen zou hij me onmiddellijk opvallen. Vlak boven de tafel hing een impressionante ronde koperen luchter die mooi contrast vormde met de rest van het victoriaans interieur. De beige-bruine mozaïekvloer waarop vier groteske ronde pilaren rustten die het hoge plafond ondersteunden, maakte het geheel compleet.

Uitgelezen scène voor een dagdroom!

Allerlei soorten mensen vulden de ruimte. Een hip bejaard koppel rechts van mij nipten hun koffie en bespraken hun volgende citytrip. Zo wil ik ook oud worden bedacht ik. Eensgezind en energiek zonder wrevel of gemor kwamen ze overeen dat het Praag zou worden. Ik wierp hen fijntjes een glimlach toe. Ze glimlachten terug. “Prima keuze”: zei ik bemoeiziek. Ik denk niet dat ze het heel erg vonden.

Wat verderop zaten 2 zakenmensen. Dat zag ik aan hun strakke pak en hun suède schoenen. Ze praatten druk en gesticuleerden hevig toen ze hun verkoopstrategie kracht bijzetten. De vrouw die geïmponeerd leek door zoveel overtuigingskracht bleef zonder een moment de aandacht te laten verslappen aan hun lippen hangen. Even later krabbelde ze haar handtekening onder een elektronisch contract. Goede zaken waren beklonken want er kwamen bubbels aan te pas.

Een mooie jonge vrouw met een hippe rugzak schuifelde binnen. Ze draaide en keerde op dezelfde manier zoals ik dat net eerder had gedaan. Ze nam plaats op de bank, bestelde thee en begon op haar smartphone te tokkelen. Even verder zoemde nog een gsm. Iemand had ook digitale vrienden.

Ik bestelde een tweede cappuccino. De serveerster weigerde mijn euro’s want ze verzekerde me dat de man achter de pilaar mijn rekening zou betalen. Nu pas herkende ik Mark, de baas van de uitgeverij, die ondertussen ook vergezeld was door de jonge vrouw en een andere man die Gunther heette.

De jonge dame had ook goed nieuws gekregen. Haar kinderboekje zou over drie weken al gedrukt worden. De mijne over een aantal maanden pas, als het manuscript verbeterd is en wanneer we het na de proefdruk eens zullen raken over een mooie bijpassende cover.

2 uur geleden zat ik nog in de trein met een hoop vragen, met darmen in de knoop en als hoofdpersonage van mijn overmoedige droom. Nu sta ik buiten. Voor het station en speel ik mijn hoofd even voor Brusselmans of Lanoye maar dan zonder lang vettig haar of nichterige maniertjes.

Ik heb zin om te luid te roepen of om te springen of om iets anders zot te doen. Een echt boek schrijven misschien?

Betrapt.

 

Laat één ding duidelijk zijn. Vrouwen hebben ook vreemde gewoonten. Ze houden zich soms ook bezig met opmerkelijke activiteiten. Met zaken die ze angstvallig proberen achter te houden. Zelfs voor hun soortgenoten.
Hun lotgenoten daarentegen confronteren ze er dan weer wel graag mee wanneer ze er ongevraagd getuige van zijn. Zo zijn ze dan weer wel.
Het lijkt een soort van natuurlijk verstopgedrag dat ogenschijnlijk plaats vindt in een vlaag van onweerstaanbare drang.
Hoewel de vrouw in kwestie er zich diep over schaamt zal ze het bestaan van ervan ten allen tijde ontkennen. Zelfs wanneer ze ermee op heterdaad betrapt wordt. Hoewel dit slechts uiterst zelden gebeurt omdat ze deze bedrijvigheid meestal in het geniep uitoefent.
Geen vent die het begrijpt. Niemand die er ook ooit aan gewend raakt of zich afvraagt waarom ze het doen. Zelfs de meest geëmancipeerde vrouwen niet vermoed ik.
Wij mannen kunnen die zaken ongebruikelijk of ongepast vinden maar zullen nooit kunnen achterhalen hoe vrouwen in het algemeen er over zelf denken of hoe zij er zelf tegenover staan. Hoewel uit de feiten of omstandigheden dikwijls kan blijken dat enig zelfbesef of een redelijk vermoeden van dit afwijkend gedrag hen toch bezighoudt of parten speelt.

Mannen heb ik er nog nooit aan weten ruiken. Aan hun ondergoed. Snuffelen om te achterhalen wat nog draagbaar is en wat niet. En wanneer is het dat dan niet meer? Waar ligt de geurgrens? En wat hopen vrouwen (niet) te ruiken? Zichzelf of de andere?
Voor mannen zijn strepen en zweetvlekken of het ontbreken ervan, doorgaans voldoende en afdoende bewijs om zelfzeker uit te maken of een slip of T-shirt nog toonbaar is of niet. Daarom moeten we die toch niet besnuffelen?

Vrouwen berispen ons ook heel fel als we er te diep in zitten. Als we er zo ver in lurken dat we er onze hersenen mee lijken te aaien. Maar wij voelen ons niet betrapt. Mannen zitten in hun neus. Dat doen wij. Venten peuteren, en dan? Maar we eten er tenminste niet uit wanneer we aanschuiven in de file. We draaien er ook niet in het geniep bolletjes van. Wij ontdekken ze wel hoor. De door de tijd hard geworden keuteltjes, vastgekleefd of weggeschoten wanneer ze niet meer aan de nagelgelakte vingers bleven plakken en zo een nieuwe bestemming kregen. Onder de autostoel bijvoorbeeld of op de mat van de passagiersplaats.

En dan heb ik het nog niet eens over stiekem geloste winden in de lift. De angstig met billen toegeknepen, geruisloze stinkers die de te kleine ruimte vullen met walm van slechtverteerde quinoa.

Laat het los. De schaamte en gêne want ze dienen geen meester. Integendeel. Het wordt zelfs ongeloofwaardig wanneer je de volgende keer je vent betrapt en hem met veel lawaai de mantel mantel uitveegt omdat hij weer eens aan zijn kruis ligt te krabben. Of dacht je misschien dat ik het niet gezien had.

 

Meedoen of winnen?

 

De komende weken zullen we van uit Pyeongchang kennismaken met 15 sporten die alleen maar in de vrieskou beoefend worden. De Olympische winterspelen zijn namelijk begonnen. Let the games begin.

De populairste sport van de winterspelen is ongetwijfeld het skiën. Deze discipline is onderverdeeld in 5 onderdelen waarvan de afdaling er één is. Afdalen is logisch bij skiën. Al doet deze naamgeving mogelijks verkeerdelijk vermoeden dat de overige disciplines zoals de Super G of de Reuzeslalom bergop dienen afgelegd te worden.

Het onderdeel langlaufen of Cross country dekt dan weer wel helemaal wel de lading en verklaart zich helemaal zelf. Het is gewoon heel lang lopen op dunne latten. Bij biatlon is de lading zelfs een essentieel onderdeel van de discipline aangezien je moet schieten terwijl je glijdt. Verder glijden alsof er niets gebeurd is na een trefzeker schot lijkt mij het meest lastige aan die sport. Gezien de terreurdreiging vind ik die sport wat vreemd. Ook wel een beetje gevaarlijk zelfs. Raar dat deze sport nog steeds kan beoefend worden zonder militaire bewaking. Al is het maar om de verliezers in het Noorse kamp in de gaten te houden. Er moest nog maar eens eenzelfde halve gek tussen zitten die bij waterspelen ook al eens zijn noorden verloor.

Voorlopig werd de biatlon nog niet uitgebreid tot triatlon, pentatlon of tienkamp. Wellicht omdat er problemen zijn met wapenvergunningen bij deelnemende landen of omdat de leden van het Olympisch Comité nog discussiëren of een bommengordel al dan niet op de lijst van verboden producten thuishoort. Er zit nog rek op de Olympische gedachte.

Snowboarders maken de spelen ook steeds spectaculairder en gewaagder. In de Kicker doen ze behendig hun Ollies en Nollies, ook al hangen ze met hun backflip of rodeoflip meer ondersteboven in de lucht dan dat ze glijden. Vroeger dacht ik dat ze zo dikwijls per oefening over kop moesten hangen om hun broek op te houden. Iets waar hun collega’ s op wielen in een ramp in het skatepark zich minder zorgen over maken.

En dan is er schaatsten. Schaatssport bestaat uit hockey, lange afstand rijden en kunstschaatsen. Bij lange afstand rijden komt het er op aan om met één hand op de rug  in een strakke-rubberen-niets-verhullende-spandex  zoveel mogelijk rondjes te toeren tot de bel gaat. Vanaf dat moment moet men zich beginnen haasten.

Olympisch ijshockeykampioen wordt je door heel gemeen, hard vals te spelen of door tegenspelers zo ruw mogelijk tegen plexiglazen boarding te kwakken. Het spel draait eigenlijk om een zwarte puck. Maar die is te onzichtbaar en verder compleet overbodig om er de rest van het spel mee te beoordelen.

De puntenverdeling bij kunstschaatsen blijft ook raadselachtig onduidelijk. Ik vermoed dat met één voet boven het hoofd pirouettes draaien zonder duizelig worden door de jury beter beoordeeld wordt dan over de bloemen van de vorige deelnemer te struikelen. Toch vraag ik af of de glitter op de schaatsjurken en de lijmsteentjes die op de oogleden van de vrouwelijke deelnemers geplakt worden ook mee tellen voor de punten.

En dan rest nog curling. Deze ijs-petanque is mijn favoriete sport. De huisvrouwen van elke ploeg doen wat ze beste kunnen en waarvoor ze betaald worden. Met hun borstels moeten ze voorkomen dat houten kaasbollen vuil worden wanneer ze naar hun doel geschoven worden. Dit is zonder twijfel de properste sport die ooit werd uitgevonden. Dit is mijn Olympisch winter hoogtepunt. De letterlijke grote kuis naar dopingmisbruik. Daarom wellicht dat de Russen hiervoor passen.

Winterspelen zijn leuker dan de Zomerspelen. Want hier is meedoen echt belangrijker dan winnen. Want wie kan exact  beoordelen welke kaasbol de properste is? In Pyeongchang wordt nog gesport volgens de edele Olympische gedachte en dat is de kern van de Olympische Spelen.  Al is het optellen van medailles misschien toch wel waar het echt en alleen maar om te doen is. De gouden, zilveren en bronzen.  Ook al zijn de gouden en zilveren medailles allebei van zilver toch lijkt een gouden beter te smaken wanneer winnaars er hun tanden inzetten om te zien of ze wel echt zijn.

 

 

Cadeau voor Valentijn.

 

Maak ik me er niet heel gemakkelijk van af door te denken dat haar verwachtingen voor Valentijnsdag door de band aanzienlijk lager liggen dan al het geen is uitgestald in etalages van dure merkwinkels?

Willen de meeste vrouwen niet gewoon een beetje spontane romantische aandacht?

Natuurlijk is ze niet zoals de meeste vrouwen. Die insinuatie zou een grove denkfout zijn. Het vermoeden dat die gedachte bij me binnen floept, zou ze absoluut niet weten appreciëren. Ze zou er kwaad van worden. Ze wil namelijk niet zijn zoals de meeste vrouwen. Ze is uniek. Dat hoort ze me graag zeggen. Telkens ik dat zonder bijbedoelingen benadruk wordt ze blij en gewillig en komt daar uiteindelijk seks van. Dikwijls toch. Misschien moet ik daar iets mee? Het is per slot van rekening Valentijn.

Mijn originele Valentijnscadeau verschilt van jaar tot jaar en varieert tussen bloemen en een juweeltje. En alles wat zich daar tussen bevindt. Het kan ook lingerie zijn maar dat is iets delicater.

Moet ik dit jaar eigenlijk wel een cadeau kopen? Misschien moet ik gewoon maar eens op een speciale manier uitdrukking geven aan mijn gevoelens? Met iets origineels? Met iets wat ik zelf maak en wat geen geld kost? Dat werkt toch ook zo bij mijn dochter. Op Moederdag. Wanneer zij komt aandraven met een schroef in een geschilderde plank en een wazige foto van zichzelf.  Dan houdt ze het nooit droog. Waarom zou mij dat niet lukken? Zal ik anders dit jaar een romantische boodschap op de spiegel schrijven of tekenen? Met lippenstift. Met een rood gekleurd hartje er onder. Maar dan zeker niet gezet met die dure van vorig jaar want die kostte me 159 €.  Die verspil ik er niet aan?

Of zal ik een attent briefje achterlaten? Een soort geparfumeerde liefdesbrief die ik achter haar ruitenwisser klem. Dat zal wel een leuke verrassing zijn want de meeste andere boodschappen die ze daar normaal vindt zijn boetes van parkeerwachters.

Chocolade kan natuurlijk ook want dat is een afrodisiacum. Dat zet onmiddellijk sfeer. Maar is dat niet te suggestief en te expliciet? Te geforceerd voor de avond waarop normaal gezien alles spontaan gebeurt? En geldt datzelfde argument niet voor lingerie? De kruis loze slip van drie jaar geleden had niet het verhoopte resultaat. Dat heb ik al eens geprobeerd.

Rozen? Maar die verwelken zo stel en liefde mag nu wel wat langer na deinen na zo een avond.

Is het niet gewoon het gebaar dat telt? Moet het zo nodig schitteren en zal het wel fel genoeg blinken? Moet zij zich er per se naakt mee kunnen inpakken? Zal er wel voldoende stof en kant aan zitten om er de verkeerde dingen mee te verdoezelen en er de juiste mee te accentueren?

Valentijn. Het blijft een dilemma.

Misschien is een romantisch etentje wel het veiligste. Dan verspil ik al geen dure lippenstift aan een klef rijmpje. Of loop ik het risico dat ik met een te dure en te grote cup maat mijn dromen of wensen voor werkelijkheid neem?

Iets decoratiefs dan maar. Voor in huis? Iets dat niet moet afgestoft worden of dat ik naar mijn hoofd kan geslingerd krijgen bij een volgend hoogoplopend misverstand. Een kussen of zo, uit zelfbescherming?