De Bijsluiter Van Een Alcoholist.

Josph. L Kellermann, een klinisch psycholoog, die mensen begeleidt die kampen met een torenhoge verslaving en wanhopig zoeken naar hulp, heeft boeken vol wijsheid geschreven. In een van zijn werken ‘A Guide for the Family of an Alcoholic ‘, legt Kellermann uit hoe een doorwinterde alcoholist die gestopt is met drinken maar opnieuw in de verleiding valt, bijna onder geen enkele voorwaarde die hij zelf onder controle heeft, kan stoppen met drinken. Toen ik dat las was het alsof ik in een spiegel keek want ik was en ben, als ik me zo mag uitdrukken, nog steeds hopeloos en slaafs onderworpen aan de uitzichtloosheid van de ziekte die alcoholisme heet. Want mocht ik uit overmoed overwegen om opnieuw te drinken, loop ik even groot risico om opnieuw te veranderen in dat ongeleid projectiel dat ik vroeger was en dat alles verwoest wat op zijn pad komt, net zoals dat het geval is bij de mensen die hij beschrijft in zijn boek. Om het voor jou begrijpelijk te maken kan ik niet eenvoudiger uitleggen wat het betekent om alcoholverslaafd te zijn door te zeggen dat mijn rem kapot is. Dat was acht jaar geleden zo en dat is, mocht je er twijfels over hebben vandaag nog altijd het geval. Aan het einde van mijn lijdensweg, nu bijna acht jaar geleden, was het enige wat ik nog voelde, de ijskoude muur waar ik met mijn rug tegenaan stond. Ik kon geen kant meer op. Alcohol had me zo hard in zijn omklemmende greep dat de enige emotie die ik nog gewaarwerd, de opluchting was wanneer ik mezelf de zekerheid kon geven dat ik voldoende flessen in voorraad had om er de dag mee door te komen. Drank had controle en alcohol was de baas. Al datgene wat een normaal leven zijn kleur en glans kon geven, was betekenisloos, overbodig en vooral storend geworden. Door overmatig en oncontroleerbaar drankmisbruik had ik me helemaal alleen op een eenzaam eiland geïsoleerd en was het bankroet van mijn menselijk bestaan helemaal compleet.

Wanneer ik op mijn gebruik of beter misbruik terugblik, kom ik altijd bij jou uit.  Om je voor mij te waarschuwen, denk ik. Even hypothetisch nu, kan jij het je voorstellen dat ik zou uitschuiven, dat ik zwaar zou hervallen en opnieuw machteloos naar jouw steun zou uitreiken? Mag ik je even meesleuren in die horror?

Mocht dat ooit gebeuren, mag ik je dan vragen me niet langer te vertrouwen.  Weet dat jij dan niet de helpende hand zal zijn die ik nodig heb. Als ik je dan nog dierbaar zou zijn, mag jij mijn laatste reddingsboei absoluut niet proberen zijn.  Zou je het evenwel toch overwegen weet dan dat jij opnieuw die knecht en slaaf wordt waartoe ik je door mijn verslaving zal dwingen. Misschien maakt deze veronderstelling je angstig, wanhopig of benauwend en zelfs nog meer bevreesd dan ikzelf, maar eerlijker dan hoe ik het hier zeg kan ik het niet uitleggen. Beloof me dus dat, als ik ooit naar de fles zou teruggrijpen, om alstublieft niet tegen mij te leunen want als drinker ben ik een te zwakke muur. Dan ben ik niets meer dan een krottige bouwval die je helemaal meesleurt in de puinhoop die ik word als ik uiteindelijk helemaal in elkaar stort.

Misschien wil je me met mijn schuivers wel opnieuw ruw de les lezen zoals je dat voeger deed toen je mij weer eens zat betrapt had en je mij volledig verdoofd en los van de wereld gezopen, aangetroffen had. Je zou ervoor kunnen kiezen om me diep aan te wrijven wat voor een waardeloze klootzak ik ben. Je zou razend kwaad kunnen worden. Je zou me zelfs kunnen slaan. Maar mag ik je de vraag stellen of je dat ook zou doen mocht ik je haarfijn kunnen uitleggen dat mijn gedrag het gevolg is van een hopeloze ziekte waaraan ik lijd en waardoor ik steeds opnieuw dat op voorhand verloren gevecht aanga omdat elke vezel in mijn lijf me dat oplegt? Zou je me de rug wijzen wanneer ik je zeg dat ik ziek ben maar vooral zou je die uitleg begrijpen?

Maak me dan ook geen bittere verwijten, kleineer me niet, noem me niet ‘waardeloze loser’ of ‘lafaard zonder karakter’ want al die woorden die je me naroept, treffen hard en bevestigen alleen maar het weerzinnig lage beeld dat ik van mezelf al had. Verstop mijn flessen niet en gooi mijn blikjes niet weg. Laat je door jouw liefde en jouw wanhopige bezorgdheid niet verleiden om dingen te doen die ik zelf moet doen. Weet dat telkens jij verantwoordelijkheid opneemt voor de gevolgen van gebeurtenissen waaraan ikzelf schuld tref, je me mij de kans ontneemt om zelf verantwoording op te nemen. Doe je het echter wel zal ik mezelf nog kleiner maken dan ik al was en ik zal ik me mijn eigen schuldgevoel zo hard verwijten dat het de grootste trigger wordt voor een nieuwe fles.

Sla absoluut al mijn beloftes in de wind want geen enkele ervan heeft waarde. Ook al lijk ik oprecht, eerlijk en oog ik gemeend, hecht geen geloof aan wat ik je zweer, want mijn eed is niets waard.  Vertrouw mijn tranen niet. Ze stellen niets voor en zijn niets meer dan een slinkse poging om de gevolgen van mijn daden te verdoezelen. Vertrouw niet op wat ik je zeg want de kans is groot dat het een leugen is. Door de drank word ik namelijk meester in het ontkennen van de waarheid en versta ik als geen ander de kunst om jou het gevoel te geven dat jij oorzaak bent van de uitzichtloze situatie waarin ik beland ben.  Bovendien ben ik geneigd om respect, of wat daar moet voor doorgaan, te verliezen voor mensen die het dichtst bij mij staan maar die ik al te gemakkelijk met mijn leugens om de tuin kan leiden. Deze uiterst gemene achterkant toont mijn bezoedelde persoonlijkheid en de schabouwelijke symptomen van de ziekte waaraan ik leid. De symptomen en de bijwerkingen vind je allemaal in deze bijsluiter die mijn ziekte illustreert. Sta niet meer toe dat ik misbruik van je maak of dat ik je op gelijk welke manier financieel uitbuit of emotioneel chanteer. Liefde of genegenheid mag zulke onrechtvaardige voorwaarden niet toestaan, nooit! Je bent veel meer waard dan dat. Neem me dus niet in bescherming en vertel geen leugens om bestwil om voor anderen te verbergen wie ik geworden ben. Laat mijn openstaande rekeningen onbetaald en neem mijn verplichtingen tegenover anderen en tegenover mezelf niet op jou. Doe je dit toch, weet dan dat die crisissituaties die je probeerde te vermijden, voor mij ultieme kansen waren om in te zien wie ik daadwerkelijk ben en om hulp te zoeken. Door steeds mijn vangnet te zijn en me een gemakkelijke uitweg te bieden, zal ik vastberaden doorgaan met het ontkennen van mijn drankprobleem. Mijn eigenwaarde hangt niet af of jij me accepteert of niet maar het helpt me niet als je mij voor anderen verstopt. Keur mijn verslaving niet goed, ga er niet voor opzij maar uit geen loze dreigementen die je nooit tot uitvoering zal brengen. Ze bevestigen alleen maar mijn overmoedig idee dat het allemaal zo erg niet is.

Informeer je over alcoholisme en verslavingen en hoe die in relatie staan met mij en met ons. Wees niet beschaamd om hulp te vragen wanneer je er zelf niet meer uitkomt. Kijk vriendelijk naar jezelf, wees mild en oordeel niet te fel over jezelf.  Jij bent het probleem niet. Jij bent het slachtoffer. Wees moedig genoeg en leer je eigen grenzen te bepalen en bewaak deze alsof het je eigen kinderen zijn. Jouw grenzen zijn ook noodzakelijk voor mij om te groeien. Zorg goed voor jezelf en maak het je, wat mij betreft, zo gemakkelijk mogelijk. Ik ben jouw probleem niet. Hou van jezelf, maak keuzes en wijs me de weg zodat ik kan leren hoe ik met mezelf moet omgaan. Als ik je lief ben, zoek dan mee naar waar en naar wie maar vooral naar hoe ikzelf kan leren om mezelf liever te zien dan mijn verslaving.

Maar, als ik dat niet doe, loop dan keihard weg. Laat me in de steek en kijk niet meer naar me om. Bekommer je niet langer meer om mij en vergeet me.  Ga weg en stop maar als je zeker genoeg bent dat ik helemaal en voor altijd uit je zicht verdwenen ben want als ik zelf niets aan mijn probleem doe weet jij niet tot welk onheil ik nog in staat ben… wanneer ik niet definitief stop met drinken!


Er is ruimte voor zon!

Ik drink al bijna 8 jaar niet meer. Nu breng ik mezelf niet langer meer in de war met de toon waarop ik dat tegen mezelf zeg. Nooit meer drinken, dat was in het begin helemaal niet mijn bedoeling geweest, zelfs niet toen de dokter, vrienden, collega’s of mijn vrouw me zeiden dat ik bezig was met mezelf kapot te zuipen. “Ze moeten die dingen niet overdrijven, ik drink alleen af en toe wat te veel”. Ik ervoer hun oordeel als pure jaloezie, als een snood complot omdat zij allemaal in een veel te drukke schema zaten en dus nooit de tijd vonden om evenveel en zo dikwijls te kunnen drinken als ik. “Doe ze nog eens vol.” Maar dat was toen…

Ik zie ze dikwijls, mensen die het professionele drinken al een tijdje afgezworen hebben. Lotgenoten, die nadat ze eventjes droog staan met de gedachte rondlopen dat ze hiermee een onmenselijk zwaar offer brengen. Na verloop van tijd willen ze daarvoor dan hun beloning opeisen. Ze prenten zich in dat ze geleerd hebben uit het verleden en dat het hen niet meer zal overkomen. Ze menen het oprecht wanneer ze zeggen dat ze niet meer terug willen naar dat vroegere leven, maar ze willen ook opnieuw leren drinken als normale mensen die nog nooit voet gezet hebben in het duistere rijk der demonen. Wat ze het liefste zouden willen is, boven blijven drijven, aan de oppervlakte, in het licht van de zon. Ze willen niet wegzinken in het moeras en soms lukt dat, eventjes. Maar op die tijdelijke overwinning willen ze telkens opnieuw kunnen klinken met een wijntje, met een cava of met een pint. Ze zijn onwetend of kunnen het eenvoudigweg niet opbrengen om gewoontes te doorbreken en kunnen er niet voor kiezen om het geheugen van het lichaam te wissen. Het enige wat ze echt willen en waar ze krampachtig naar streven zijn duidelijke, haalbare, vast gelegde termijnen en onderhandelbare grenzen om te kunnen blijven drinken. Ze willen wel een tijdje stoppen of minderen. Een maand, twee maanden of een half jaar maar dan willen ze opnieuw de onbereikbare controle van een of twee glazen per dag. Een glas witte wijn in het weekend of dan juist niet omdat net dan iemand toekijkt aan wie ze beloofd hebben dat het onder controle is. Alleen tussen acht en tien uur ’s avonds of niet voor negen uur. Een glas dure rode wijn bij de juiste maaltijd of twee of drie pinten in het juiste gezelschap. Zo drinken ze dan een tijdje doordacht omdat diegenen waarmee ze het doen toezien en kunnen ingrijpen. Het liefst van al zouden ze een lijst opmaken met alarmbellen die allemaal afgaan wanneer het de verkeerde kant dreigt uit te gaan. Liever nog zouden ze willen dat ze die alarmbellen niet steevast negeren. Ze willen drinken en niet drinken. Ze willen het doen met een constante proefperiode van onbepaalde duur en met tussentijdse evaluaties waarin ze op elk ogenblik zelf kunnen ingrijpen om de drankvoorwaarden te veranderen. Hoewel ze er diep vanbinnen misschien hevig naar verlangen, is volledig stoppen ondenkbaar. Het zorgt voor verwarring, angst of ze zien het als verraad van hun heilige gevecht tegen de onzinnigheid van het bestaan of tegen het leven waarin ze zijn gestrand. Soms zelfs zien ze definitief stoppen als een inbreuk of een ontkenning van hun identiteit want de vaders van hun vader en de moeders van hun moeder hebben het hen voorgedaan. Ze willen wel proberen om limieten te stellen en afspraken te maken maar het lukt hen eenvoudigweg niet. Ze blijven de grenzen van zichzelf op zoeken om ze vervolgens uit te rekken tot een nieuwe grens. Ze zien stoppen met drinken alleen als een moeilijke strijd, als een zware prestatie maar nooit als een overwinning. Wanneer je jezelf inprent dat je nooit meer mag drinken, betekent dat namelijk nog steeds dat je met een torenhoog alcoholprobleem worstelt en die bekentenis willen ze niet afleggen, zelfs niet tegen zichzelf. De enige overwinning die voor hen proeft als een echte zege is opnieuw te leren drinken op een gematigde en gecontroleerde manier zonder een diep slijkspoor van problemen achter zich te slepen. Die koppige gedachte zet hen schaakmat. Ze kunnen of willen zich geen leven zonder drank voorstellen maar een compromis is er niet. Wie met een drankprobleem kampt maar ervoor kiest om eerlijk met zichzelf te zijn kan geen kant meer uit. Dan rest er niets anders meer dan definitieve overgave.  Dan dient elke strijd gestaakt en wordt elke strategie om dat te ontkennen een tijdbom op die intentie.

Wanneer ik het over “ze” heb in deze tekst heb ik het natuurlijk over mezelf.  Weten dat ik een levenslang probleem heb, stemt me niet langer angstig, opstandig of verdrietig. Ik voel me er ook niet meer schuldig voor.  Het weegt niet meer door. Mijn probleem dat ik mezelf had ingeprent of de gedachte dat ik dat probleem in eerste instantie zelf had uitgevonden draag ik niet langer meer alleen. Het voelt telkens als een opluchting wanneer ik er eerlijk kan over zijn. Als je het wil kan je het lezen. Als je het liever nog niet wil is dat ook helemaal ok. Je mag naar me kijken maar je hoeft me niet te feliciteren. Misschien ben ik door te stoppen met drinken wat kleiner en kwetsbaarder voor mezelf geworden, toch voelt het aan alsof ik meer ruimte inneem dan ooit tevoren. Soms is het nog lastig om niet te drinken en dat is goed. Het mag een beetje moeite blijven kosten anders wordt het vanzelfsprekend en dat ben ik niet meer. Vandaag gaat het goed en morgen, tja morgen, die dag bestaat nog niet.

De weersverwachtingen voor vandaag blijven onveranderd. Deze namiddag is vooral in de oostelijke helft van het land de kans op buien groot. In de Ardennen is er kans op smeltende sneeuw. Vanaf het westen komt er meer ruimte voor de zon. De wind komt uit het westen tot noordwesten en is matig tot vrij krachtig.

Er is ruimte voor zon. Dat is al wat ik onthoud. Met het vooruitzicht van zon kan ik altijd uit mijn eigen schaduw stappen.

Leven met mezelf!

Misschien betekent vooruitgaan en stappen zetten in het leven soms ook wel noodgedwongen achteruitblikken en terugkijken naar het verleden. Mensen, waarmee ik aan het begin van mijn ‘struggle’ van gedachten wisselde, probeerden me destijds uit te leggen dat het heden gemaakt wordt in het verleden. Heel lang begreep ik niks van wat ze me zeiden. Leven uit het verleden, leek me eerder een bijzonder onaangename gedachte, omdat ik tot dan toe alleen maar had geprobeerd om dat verleden uit te wissen alsof het nooit had bestaan. Terugblikken naar wat ooit een beschamende realiteit was geweest, deed me huiveren en mijn lichaam verstijven als dat verleden te dichtbij kwam.

Het was alsof ik me in twee tegenovergestelde werelden bevond, de nieuwe waarvoor ik gekozen had en de andere die niets had om fier over te zijn en die zonder toestemming te vragen zich er steeds probeerde tussen te wringen. Toen ik, nog niet zo heel lang geleden, diep in het verleden peuterde en te lang naar de flashbacks van mijn eerste wereld keek, namen woede, schaamte, verdriet en andere negatieve gevoelens altijd de bovenhand. De angst om met die gedachten in een donker zwart gat mee gesleurd te worden, trok lange tijd als een wild-stromende rivier door mijn ogenschijnlijk comfortabel leven. Soms droom ik er nog van en dan botsten die twee werelden die ik van elkaar gescheiden wil houden nog weleens op elkaar, zoals water op een rots in de kolkende stroom waarin ik me dan probeer drijvende te houden. Zolang ik mijn verleden buitensloot, gaf ik bitterheid, angst, twijfel en ontgoocheling alle kansen om me te blijven achtervolgen en me te blijven opjagen. De obsessieve gedachten aan mijn zat verleden, aan de gemiste kansen en aan gekwetste mensen, namen zoveel plaats in dat er geen ruimte over was om de zin en het geluk van mijn nieuwe, sobere bestaan te (her)ontdekken.

Door de dingen van me af te schrijven en door erover te vertellen, merkte ik plots dat de mogelijk bestond om me te ontdoen van de naargeestige gedachten die ik tot dan toe had meegesleept als een rugzak vol met stenen. Met het verstrijken van de tijd, en met elke nieuwe sobere dag kon ik mijn brein opnieuw programmeren zodat oude gewoonten vervaagden om plaats te maken voor nieuwe. Ik zag in dat ik de hele tijd niet gevochten had tegen de dingen die waren gebeurd maar dat ik gebokst had tegen dingen die niet waren gebeurd.

Lange tijd had ik de fles keuzes laten nemen zodat ik ze zelf niet moest nemen. Door dat vluchtgedrag heb ik mezelf enorme kansen ontzegd, maar het heeft geen enkele zin om bij die enge gedachte te blijven staan en er verbitterd over te blijven. Drank had me zonder moeite alles kunnen ontnemen maar dat is niet gebeurd. Ik ben over één ding uiteindelijk de baas gebleven en ik ben fier dat hij me dat laatste restje menselijke vrijheid niet heeft kunnen ontnemen, en dat was de keuze om vrij te zijn. Dat was de keuze om te kiezen. En die keuze heeft mijn leven gered.

Dat inzicht is alleen maar kunnen ontstaan door nuchter te praten met mensen die een gelijkaardige weg hebben afgelegd. Het hielp me enorm vooruit om over mijn angsten en twijfels te getuigen zodat ik eroverheen kon stappen.  Die gesprekken geven me inspiratie en nieuw besef zodat ik er verhalen kan over blijven vertellen. Expressie lijkt dan toch het tegenovergestelde van depressie, of hoe zeg je dat?  Met het inzicht verworven dat ik niet alleen sta met mijn probleem, kan ik de slachtofferrol van me afgooien. Ik zie nu in dat lijden in al zijn aspecten bij het leven hoort zoals ademen, eten en slapen.  Ik kom er elke dag achter dat het slachtofferschap een ongewenste optie is die niet bij het leven hoort. Ik weet dat de volgende gedachte hoogdravend lijkt maar ik ben echt helemaal zeker dat ik de enige persoon ben op deze kluit die in staat is om van mezelf een slachtoffer te maken. Zelfbeklag is namelijk een passieve emotie die ik heel goed ken.  Die emotie heeft me lange tijd helemaal doen terugplooien op mijn eigen ellende. Ik legde de oorzaak daarvan gemakshalve bij externe factoren of bij andere mensen zodat ik zelf geen verantwoordelijkheid moest opnemen. Op een helder moment en na en inspirerende babbel met de juiste persoon, kwam ik erachter dat ik onmogelijk in de schaduw van mijn verleden kon blijven staan om me er vervolgens over te beklagen dat ik de zon niet meer kon zien. Ik gaf mezelf dan ook de toestemming om me te ontdoen van mijn twijfels en van de last van mijn verleden.  Voortaan mag ik helemaal mezelf zijn en dat feit is op zich een verrassing, omdat ik dagelijks mag ervaren dat met die gedachte best te leven valt, al word ik zelf soms horendol van dit soort gespin!

Schuiver…

Vastberaden, dat is het woord dat helemaal juist omschrijft hoe ik het aangepakt heb, kordaat en gedecideerd, sinds de eerste dag dat ik voor mezelf beslist had om definitief te stoppen met alcohol te drinken. Zeven jaar lang heb ik het zo goed gedaan om gestopt te blijven. In die tijd heb ik alles terugverdiend wat ik de twintig jaren voordien was kwijtgespeeld. In die zeven jaren was het me gelukt om de drankduivel een stapje voor te blijven waardoor het leven voorzichtig en met mondjesmaat teruggekeerde. Liefde, plezier, voldoening, inzicht, eigenwaarde, zelfrespect en rust waren gevoelens die ik in mezelf en samen met anderen opnieuw ontdekt had. Zonder me ongepast op de borst te kloppen, durf ik zelfs zeggen dat het me de laatste jaren niet eens grote moeite heeft gekost om gestopt te blijven. Het ging bijna als vanzelf. Tot gisterenavond. Er stond een pas geopende fles Chablis in de koelkast. Vraag me niet wat me bezielde. Vraag me niet waarom ik die aangeleerde trucs om de verleiding te weerstaan negeerde. Vraag me niet naar het waarom, want ik heb geen antwoorden. “Een glas”, dat kan geen kwaad”, en dat was meteen het allerlaatste wat ik me van gisterenavond nog kon herinneren, toen ik vanmorgen in het ziekenhuis wakker werd van het gepiep van een hartmonitor. Ik werd beademd en in mijn rechterarm zat een infuus die leidde naar een baxter en een andere flacon, waarvan ik de inhoud niet kon aflezen. Hoe ik hier aanbeland ben en wat ik heb uitgespookt, is een vraag waarop ik het antwoord beter schuldig blijf. Ik ben hervallen en het enige wat ik zeker weet, is dat de 3,2 alcoholpromile in mijn bloed voor vele mensen fataal zou kunnen zijn. Dat heeft een dokter me zonet kordaat ingepeperd. Na al die jaren, is deze terugval de meest frustrerende en de meest vernederende ervaring die ik ooit meemaakte. De nederlaag voelt zo zwaar, en zo-alles-vernietigend aan dat schuld en schaamte de enige gevoelens zijn die nog resten. Al het andere kan ik alleen maar omschrijven als zwarte doffe ellende. Ik durf niemand onder ogen komen en de verleiding om de handdoek definitief in de ring te gooien, en om mijn verslaving heel kort en hevig uit te leven, is vele malen groter dan de moed om de draad weer op te nemen. Ik wil nu dood en die beslissing is sneller, en met meer vastberadenheid genomen dan de overweging van enig ander alternatief…

Ondanks het feit dat het dakraam op een spleet staat, en het in de kamer behoorlijk koel is, schiet ik koortsachtig, badend in het zweet wakker. Mijn mond is kurkdroog en mijn slapen kloppen als boorhamers. Ik duizel en mijn hart gaat wild te keer alsof een kater in alle hevigheid woedt. In de verte vraagt iemand of ik ok ben. De stem klinkt vertrouwd, en als het licht van de nachtlamp het duister verjaagt, merk ik dat ik helmaal verward, rechtop in mijn bed zit. “Een nachtmerrie”, prevel ik angstig, nog steeds beschaamd, omdat ik niet helemaal zeker weet of datgene wat ik zonet beleefde een kwade droom of realiteit was. Bij het leeggoed dat in de bergruimte naast de blauwe pmd-zak staat, zitten geen lege flessen Chablis en vind enkel drie lege fles ice-tea-zero en daarmee de bevestiging die ik nodig had.

Deze schuiver, is mij niet overkomen. Ik heb hem alleen heel erg hevig in een droom beleefd. En ook al voelde het aan als het einde van de wereld, prijs ik me nu gelukkig en ben ik dankbaar dat ik in staat ben om alles opnieuw langs de positieve kant te bekijken. Want door deze ingebeelde relaps weet ik weer heel zeker waarom ik, met de eindejaarsdagen in het verschiet, dat eerste glas maar beter kan laten staan.

Covid19 en alcohol? Help!

Verslaafd aan alcohol, daar ben je toch helemaal zelfverantwoordelijk voor? Verslaafden zijn daar echt wel zelf de oorzaak van? Uitspraken als deze hoor ik ook, maar zelf ben ik daar helemaal niet zeker zo van. Toen ik een aantal jaren geleden ’s morgens een halve fles wijn nodig had om de lichamelijke bijwerkingen van mijn dagelijkse kater te onderdrukken en om mentale afhankelijkheid te bedwingen, voelde dat niet aan als vrije wil maar eerder als een pure noodzaak om de dag te kunnen beginnen. Als ik nu op die donkere periode terugblik, weet ik een ding wel heel zeker. Ik was niet zo trots op mezelf en dan druk ik me nog heel voorzichtig uit. Mijn dagelijkse realiteit was dat onweerstaanbaar hard drinken heel erg in de weg stond van elk redelijk gedrag en van normale emoties. Ik spoelde op voorhand alle ratio en gevoelens weg tot alleen zuipen nog van belang was en er niets anders meer overbleef om nog verder voor te leven. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat verslaafd zijn voor mij geen bewust weloverwogen keuze was. In mijn beleving is alcoholisme een ziekte die het vermogen tot zelfsturing verstoort en die mijn ingebouwd natuurlijk beloningsmechanisme helemaal tilt deed slaan, waardoor ik gedwongen op zoek moest naar artificiële mentale beloningen. Tegen deze levensbedreigende ziekte bestaat in mijn geval maar één doeltreffende remedie, ik moet het eerste glas laten staan en die keuze moet ik elke dag opnieuw maken, wil ik mezelf niet opnieuw in de vernieling drinken. Die keuze valt me niet langer zwaar omdat ik mijn leven terug gekregen heb, en ik onder geen enkele voorwaarde naar dat oude terug wil. Ik prijs me gelukkig en ik ben zo dankbaar dat ik me wekelijks met lotgenoten kan omringen en kan luisteren naar worstelingen die mij helpen om vol te houden of kan vertellen over mijn zielenroerselen die een inspiratiebron kan zijn voor anderen. Enkel door die wekelijkse bijeenkomsten blijf ik scherp op mijn onderhuids sluimerende symptomen en kan ik ze de baas blijven. Dat is levensnoodzakelijk want een alcoholist ben ik voor het leven!  Met mijn hand op het hart durf ik te zweren dat in onze wekelijkse sessies levens gered worden. Ikzelf ben daar het levende bewijs van.

Alcoholisme en verslavingen zijn thema’s die maar weinig mensen onberoerd laten, zeker nu door de covid-crisis alle sociale controle is weggevallen. Iedereen kent van ver of van dichtbij, vanuit zijn of haar eigen leefwereld wel iemand die veel te veel drinkt en die de controle kwijt is. Misschien heb je zelfs je eigen alcoholgebruik in vraag gesteld, en deed je al een zelftest om te toetsen of jouw drinken nog binnen aanvaardbare normen valt. Vele mensen slagen erin om het drinken van alcohol binnen de perken te houden, doen het niet of houden het op een paar glazen op de juiste gelegenheid. Niks mis mee, maar verschillende media schrijven de laatste dagen nogal wat bladzijden vol over stille verslaafden, over mensen die van thuis werken, een gezin hebben maar die door het wegvallen van sociale controle achter de voordeur kampen met een torenhogen, verborgen verslaving. Door de isolatie wordt gekozen voor de verkeerde vluchtroute waardoor mensen verstrikt dreigen te raken in alcohol of in andere roesmiddelen en zo over het randje van de gevarenzone vallen.

Corona is een laffe spelbreker, ook voor alcoholisten die in pril herstel zitten en die in wekelijkse meetings een laatste reddingsboei gevonden hebben. Wanneer deze uitwisseling en deze hulp door de lockdown helemaal wegvalt, is het risico niet onbestaande dat deze zieke mensen straks op dezelfde manier naar adem zullen happen als patiënten die op een covid-afdeling van hun zuurstoftoevoer losgekoppeld worden. Om de maatschappelijke nevenschade van covid te beperken, wil ik hard pleiten om zelfhulpgroepen in een heel beperkte setting en met oog voor de grootste veiligheidsvoorschriften toch te laten plaatsvinden, om die levenslijn open te laten. Bij zelfhulpgroepen zitten gezonde, bereidwillige anciens die beschikbaar zijn om in kleine groepjes van twee of drie, nieuwelingen in veilige omstandigheden te begeleiden in hun herstel en te waken dat ze niet definief over de rand vallen. Vandaag is dit echter door de strikte veiligheidsvoorschriften niet mogelijk.

%d bloggers liken dit: