Categorie: Alcohol

Vier van twaalf

Mocht ik Piet Huysentruyt in de zomer van 2013 om hulp gesmeekt hebben, hij zou me na een week of vier gevraagd hebben: “Janneke, wat hebben we tot nu toe geleerd?” Ten eerste: “Ik heb een serieus probleem, dat verslaving heet en dat maakt me machteloos”. Ten tweede: “Ik krijg dat probleem niet in mijn eentje opgelost. Ik heb er hulp bij nodig”. En ten derde: “Ik kan maar beter doen wat lotgenoten in herstel me aanraden, want als ik doe wat ikzelf denk te moeten doen, wordt het een puinhoop”.

Is het zo simpel? Ja, zo simpel is het. Zelf heb ik vooral met de derde stap geworsteld en gevochten, eerlijk is eerlijk. Ik hoef daar niet gladjes over te doen. Had ik mijn koppigheid en eigenwijsheid niet opzijgezet en was blijven luisteren naar wat mijn ‘zieke’ (verslaafde) geest me bleef influisteren, ik had geen enkele kans gehad. Ik mag dat getuigen want aandacht geven aan wat mijn eigen koppig willetje mij souffleerde, heeft me de beste jaren van mijn leven gekost…

Nadat ik voorzichtig mijn eerste drie stapjes had gezet en ik min of meer doorhad dat ik de eigenaar geworden was van een torenhoog probleem, dat ik hulp nodig had en ik dat inzicht maar beter kon omhelzen, was ik helemaal klaar voor het grote werk. Ik moest en wou achterhalen wie ik geweest was en wou ontdekken wie ik aan het worden was. De voorwaarde om hieraan te beginnen was dat ik de achterkamer van mijn ziel moest uitmesten. Ik mocht de ‘erbarmerlijkheden’ niet in die donkere hoek van mezelf laten liggen. In het kort gezegd is dat mijn vierde stap, en die voelde aan als een operatie op, mezelf.

Bij mijn vierde stap pasten woorden waar ik bang van werd. ‘Grondig’, ‘onbevreesd’, ‘eerlijk’, ‘diepgaand’, ‘moedig’…  Ja zeg, dat waren stuk voor stuk karaktereigenschappen die ik niet bij mezelf terugvond. Toch had ik al geleerd dat als ik mezelf een kans wou gunnen om tot zelfinzicht, tot eigenwaarde en tot zelfacceptatie te komen, ik me al die nieuwe woorden eigen moest maken. Ze moesten van mij worden.

“Niet meer luisteren naar wat mijn zieke geest me influistert!”

De nieuwe woorden moesten vanzelfsprekender worden dan de vlucht die ik gewoon was. Alleen zo zou ik mijn drank- en vluchtmechanisme leren kennen. Alleen wanneer ik aan dat onprettig werkje zou beginnen, had ik een waterkans om vrede te krijgen met mezelf.  Enkel en alleen dan zou ik mijn verslaving onder controle kunnen krijgen.

Mijn vierde stap ging gepaard met een hoop schrijfwerk, driehonderd negentienduizend zevenhonderd vierendertig woorden of achthonderd vijfentwintig A-viertjes om volledig te zijn. Eens ik mezelf had voorgenomen om helemaal eerlijk en nederig met mezelf te worden leverde me dat meer confronterende conclusies op dan ik initieel in gedachten had. Ze van mij afschrijven was noodzakelijk om stappen vooruit te kunnen zetten.

Het alcoholparcours dat ik in het kladschrift van mijn geweten opschreef, had veel diepere slijksporen door mijn leven getrokken dan ik vroeger ooit aan mezelf had durven toegeven.

Onder ogen komen en toegeven dat mijn zelfbeeld mijn hele leven lang in niets overeenstemde met het beeld dat ik aan de buitenkant toonde, was als een operatie op mezelf, zonder anesthesie. Naar mate ik langer en dieper in mezelf roerde kon ik niet anders dan toegeven dat ik al zo lang ik het me kan herinneren kampte met mateloosheid. Sport, seks, werk, eten, drinken, feesten, rouwen … alles. Mijn switch heeft wat al die dingen betreft maar twee standen, op en af.  Middelmaat ken ik niet.

Dat waren maar een paar conclusies die ik over mezelf kon nemen. Er zouden er nog vele volgen en er zullen er nog vele volgen want mijn vierde stap, hij dient zich aan op de meest onverwachte momenten. Ik ben er nooit helemaal klaar mee. Op die manier maak ik door te schrijven en door eerlijk te spreken een genadeloze inventaris op van mezelf. Enkel zo leer ik mezelf eindelijk een beetje beter kennen, om vast te stellen dat het nu beter met mij gaat. Niet gemakkelijker, maar beter. Rustiger ook en dat is veel om dankbaar voor te zijn.

Interview met een alcoholist

Waarom denk jij dat er nog steeds zo clichématig over alcoholisme wordt gedacht en dat er zulk vooroordeel op rust?

Om die vraag correct te beantwoorden en om er misverstanden over te vermijden, denk ik dat het best is om het voorafgaand eens te raken over een aantal begrippen. De eerste vraag die je jezelf dan kan stellen is, wat is een alcoholist? Volgens mij is een alcoholist iemand die dikwijls en dwangmatig te veel drinkt waardoor de gezondheid en datgene wat als normaal sociaal functioneren beschouwd kan worden, helemaal verstoord raakt. Volgens dezelfde definitie is een alcoholist iemand die geestelijk, lichamelijk en emotioneel afhankelijk is van alcohol en niet in staat is de hoeveelheid alcohol die hij/zij gebruikt te controleren, zelfs niet indien dit voor relaties, thuisomgeving, werk, gezondheid en zichzelf destructieve gevolgen heeft. Misschien stuit ik met deze bewering op onbegrip maar ik geloof echt dat alcoholisme een chronische en dodelijke ziekte is waarop een eenzelfde taboe rust als op kanker. Mensen spreken daar ook niet graag over. Misschien heeft dat te maken met het feit dat ‘normale’ mensen (als die al bestaan), mijn ziekte niet kunnen begrijpen. Of misschien is het omdat alcoholisten in hun diepste crisis destructief en narcistisch handelen en steeds opnieuw een diep slijkspoor achter zich trekken en een oorlogsgebied achterlaten, dat zo neerbuigend over alcoholisten gedacht wordt. Ik kan getuigen dat mensen die dicht bij me stonden ook zo over mij dachten. Achteraf beschouwd verdiende ik al die vreselijke dingen wel, omdat ze helemaal waar zijn. Zo dat hebben we gehad.

Maar alcohol zit toch in onze cultuur ingebakken. Je maakt je toch niet populair of sympathiek met de stelling dat iemand die niet kan stoppen na een paar glazen je hem of haar onmiddellijk als alcoholist kan beschouwen. Daarmee maak je het probleem wel heel erg groot, toch?

Ik zal dat niet tegenspreken, maar het is niet omdat de conclusie niet populair is dat de analyse verkeerd is. Naar schatting, en ik zeg dat niet zelf hoor, het is de Wereldgezondheidsorganisatie die deze cijfers onlangs publiceerde, kampen op wereldschaal ongeveer honderdvijftig miljoen mensen met een uit de hand gelopen alcoholgebruik.

Wist je trouwens dat alcohol wereldwijd jaarlijks ongeveer twee miljoen mensen doodt, waaronder driehonderdduizend jongeren? De meeste doden vallen natuurlijk te betreuren bij ongevallen waarbij alcohol in het spel is, maar ook kanker, levercirrose of hart- en vaatziekten eisen hun tol. En dan heb ik het niet eens over al die mensen die door langdurig alcoholmisbruik slachtoffer werden van het syndroom van Korsakov.  Dit is een aandoening waarbij een gedeelte van de hersenen (het autobiografisch en het semantisch geheugen) door langdurig alcoholmisbruik onherstelbaar beschadigd raakt. Daardoor hebben deze mensen moeite met het opslaan, vasthouden en terughalen van informatie en raken zo helemaal verstrikt in hun tijdszones. En dan heb ik het niet eens over beschadigde relaties, over familiaal geweld of over fout gewoontegedrag dat geprojecteerd wordt op kinderen waardoor ze drinken als normaal gaan beschouwen. “Jupiler, mannen weten waarom.” Je weet wel…

Voor wat Vlaanderen betreft schat men dat ongeveer dertig procent van de mensen op een bepaald moment in hun leven te maken kreeg met overmatig alcoholgebruik. Dus ja, die cijfers zijn best wel beangstigend. Maar om op je vraag te antwoorden, ja ik weet dat ik me niet populair maak door te stellen dat overmatig alcoholgebruik een sluipmoordenaar is. Ik hoop dat je me die stelling niet kwalijk neemt.

Neen hoor, want dan hadden we dit gesprek niet. Wanneer wist je eigenlijk zelf dat je een alcoholist was? Sta je daar dan op een dag mee op, of zo? Hoe gaat dat dan precies?

Dat is een lastige maar interessante vraag, de vraag van duizend punten, zeg maar. Natuurlijk weet je zelf best wel dat er iets niet klopt wanneer je jezelf nog maar eens betrapt op het feit dat je niet overweg kan met een vol of met een leeg glas. Diep van binnen weet je dat wel. Dat toegeven is nog iets anders natuurlijk. Maar alcoholist worden is geen big-bang, daarom dat ik je daarstraks zei, hij is een sluipmoordenaar met veel tijd en veel geduld, in de veronderstelling dat hij mannelijk is, natuurlijk. Wat hij niet is, trouwens. Hij neemt gewoon de vorm en het geslacht aan dat hem/haar past en kiest het moment waarmee hij/zij raak kan treffen. Hij/zij mist zelden. Wanneer iemand het breekpunt bereikt heeft waardoor de keuze niet meer kan gemaakt worden tussen drinken of stoppen zonder dat externe factoren hem daartoe dwingen, is dat signaal aannemelijk dat je te maken hebt met een alcoholist. Ik denk dat ik al heel lang wilde stoppen. De verbroken beloftes aan mezelf, “morgen stop ik” en “nu nooit meer” zijn ontelbaar. Diep van binnen wilde ik ervan af, en toch, ondanks alles wat ik probeerde lukte het me niet. Puur op eigen wilskracht ging het niet. Ik wist niet dat ik een alcoholist was en die onwetendheid heeft mij jaren van mijn leven gekost, wellicht de beste. Nu weet ik dat die machteloze ontkenning een van de gemeenste symptomen van mijn ziekte is en ja, alcoholisme is een ziekte, en wellicht de enige die je er voortdurend van probeert te overtuigen dat je het niet bent.

Dat is een hele boterham. Zou het je lukken om alcoholisme in één woord te omschrijven?

Oei, die vraag heb ik nu nog nooit gehad. Misschien, schaamte, of afhankelijkheid? Neen, doe maar machteloosheid.

Je hebt nu zelf bijna negen jaar geen alcohol meer gedronken, maar heb je enig idee wanneer de machteloosheid waar we het daarnet over hadden, voelbaar werd? Ik bedoel, kan je uitleggen wat er precies aan de oorzaak lag van het feit dat “veel drinken” omsloeg naar, en hoe zei je dat ook alweer, in “dwangmatig drinken”? Wanneer ben je dan juist de controle over jezelf verloren?

Ik zei je al dat alcoholisme geen big bang is en dat afhankelijkheid iets is dat zich traag opbouwt. Dus precies aanwijzen wat aan de oorzaak ligt, of waar ik de controle verloren ben… ik denk niet dat ik daar een pasklaar antwoord op ken. Ik ben ook niet zeker of het antwoord op die vraag zo belangrijk is. Wat ik wel weet, is dat ik op een bepaald moment een lange tijd thuis zat omwille van een ongeval. In die periode ben ik wel heel erg veel beginnen drinken. Luister, ik heb al heel veel alcoholisten gesproken en in hun verhaal zit een rode draad. Op een bepaald moment hebben ze allemaal door langdurig en overmatig drinken een onzichtbare grens overgestoken waardoor het natuurlijk beloningssysteem onherstelbare schade opgelopen heeft. Psychiaters en dokters kunnen dat allemaal veel beter uitleggen dan ik, maar wat ik ervan begrepen heb, en ik moet nu heel erg diep nadenken vooraleer ik onzin uitkraam, komt het erop neer dat de huishouding van onze neurotransmitters  (dopamine, endorfine, serotonine en oxytocine, gelukhormonen zeg maar) die verantwoordelijk zijn voor ons immuunsysteem en ons natuurlijk gevoel van euforie en welbehagen, (zie het als ons natuurlijk beloningssysteem maar ook als sociaal interactiesysteem) door overmatig alcoholgebruik onherstelbaar verstoord raakte. Hierdoor ontstaat onweerstaanbare afhankelijkheid. Het gevolg daarvan is dat verslaafden constant op zoek zijn naar een kunstmatige roes die als vervanging dient van dat natuurlijk beloningseffect. Dat is ook de hoofdreden waarom ik alcoholisme als een ziekte bestempel.

Bon, maar om het dus in mensentaal te vertellen, allen overschreden ze een onzichtbare grens waardoor ze niet meer konden stoppen met drinken, ondanks het feit dat ze niets liever zouden willen. De rem is kapot en de bodem is bereikt. Iedereen heeft een andere bodem. Ik denk dat ik de mijne heb bereikt in de periode na mijn ongeval.

Dat van die bodem dat versta ik, denk ik niet zo goed… kan je dat op een andere manier uitleggen?

Snap je nu dat aan een niet-alcoholist uitleggen wat het betekent om alcoholist te zijn, verdomd moeilijk zo niet onmogelijk is en waarom er zoveel vooroordelen en taboes rond bestaan? Maar ik zal proberen iets duidelijker te zijn. Voor mij was het een niet langer uit te houden waanzin om te ontdekken dat drinken belangrijker geworden was dan al de mensen die om mij gaven en mij ooit graag gezien hadden. Dat ik hen door mijn zuipen, steeds maar weer opnieuw, heel veel leed en pijn bleef doen ook al wou ik dat niet. Alle alarmbellen gingen af toen ik op het punt stond om al datgene waar ik om gaf (of beter gezegd al datgene waar ik vroeger om gegeven had) definitief dreigde kwijt te spelen, partner, kinderen, werk, eigenwaarde, zelfrespect, levenslust enzoverder. Dat ik in mijn eigen schaduw bleef zitten om me daar te beklagen dat ik de zon niet meer kon zien.  Maar het was wel een goede vraag. Ik weet niet of je het helemaal kan begrijpen maar laat het me zo proberen zeggen, wat precies de bodem is, is moeilijk te bepalen, en ik denk dat elke alcoholverslaafde ooit op een punt komt dat hij zijn eigen bodem kiest, maar geloof me maar, dat je heel goed weet wanneer je hem bereikt hebt.  Dan heb je geen bewijzen meer nodig. Dan is de peer rijp en is ze klaar om van de boom te vallen.

Je noemt jezelf alcoholist. Ik ken veel mensen die die bekentenis niet aandurven. Daar is wel wat moed voor nodig.  Vind je het dan geen beschamend etiket om jezelf als alcoholist te bestempelen?

Neen, integendeel dat zet mijn nuchterheid net in een heel ander perspectief. Toen ik een dronkaard en een zuiplap was, had ik alcohol nodig om te vluchten van wie ik geworden was. Sinds ik mezelf alcoholist noem, heb ik geen druppel meer gedronken en sta ik iets stabieler.  Pas op, mijn leven is nog steeds chaotisch maar door te stoppen is de chaos in mijn hoofd overzichtelijker geworden. Kijk, veel mensen hebben een misvatting over alcoholisme en weten niet dat het wel degelijk een ziekte is, waarmee uiterst goed te leven valt, zolang je dat eerste glas maar niet neemt. Zij zien alcoholisten als zwakke mensen zonder wilskracht. Ze hebben geen idee dat het een ziekte is en zijn ervan overtuigd dat het een morele keuze is. Dat is net de reden waarom ik er hier met jou over praat, maar ik ben ook geen masochist die tegen iedereen die hij ontmoet zegt, “he miszie je niets aan mij, ik ben een alcoholist.” Ik probeer nederig te zijn en het niet van de daken te schreeuwen, hoewel ik dat in mijn euforie soms wel gedaan heb, en soms nog doe. Maar schaamte? Neen, die voel ik niet meer. Vroeger had ik een huizenhoog probleem maar daar heb ik iets aan gedaan en het heeft me gevormd tot wie ik vandaag ben. Het enige wat ik echt kan doen om mensen die met zichzelf en met alcohol in de knoop liggen (dat gaat vaak samen) is nuchter te blijven. Dag per dag. Om te proberen het leven zo goed mogelijk te leven op de manier die ik door te stoppen met drinken geleerd heb en zo te inspireren om het ook te proberen. Dat werkt het beste voor mij.

Ik word er een beetje stil van…  Hoe moeilijk is het om nooit meer te kunnen drinken? Het idee alleen al lijkt me afschuwelijk. Wordt het niet allemaal een beetje saai?

Nu ik erover nadenk, nooit meer is wel erg lang, he. James Bond zei het al, never say never again. Ik ben niet slimmer of leper dan James Bond dus ik zal nooit beloven om nooit meer te drinken. Dat zou trouwens pure zelfoverschatting zijn. Wat ik wel weet is dat ik nooit meer naar dat vroegere leven terug wil. Maar dat is geen antwoord op je vraag. Ik denk dat ik als volgt probeer te leven: gisteren is definitief voorbij en morgen bestaat nog niet, waarom me dan vandaag (de enige dag waar ik zeker van ben) al zorgen maken? Zolang ik dagelijks de dingen doe waar ik me comfortabel bij voel en niet al te veel op de zaken vooruitloop, te veel hooi op mijn vork neem of alleen maar tijd in mijn eigen hoofd doorbreng, lukt dat relatief gemakkelijk. Ik probeer met te omringen met mensen die bij me passen en tracht het me zo gemakkelijk mogelijk te maken.  Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat stoppen met drinken altijd zo simpel is geweest dan ik het nu in een paar zinnen voorstel. Stoppen met drinken heeft lang niet al mijn problemen opgelost. Het leven overvalt me nog dagelijks, maar zolang ik nuchter blijf, is de kans dat ik een goede dag kan hebben, ongeacht wat er gebeurt, zoveel keer groter dan wanneer ik nog zou drinken. Dan heb ik zelfs die kans niet.  Niet meer drinken is een heel bewuste dagelijkse keuze geworden. Door opnieuw te drinken zou ik me die keuze ontnemen, dan zou alcohol mijn leven weer opnieuw helemaal overnemen. Ik weet dan ondertussen al hoe mijn dag zou verlopen mocht ik terug beginnen drinken. Dat is me al te vaak bewezen. Ik heb de belofte nooit kunnen waarmaken om maar één glas te drinken. Daar is door te stoppen met drinken niets aan veranderd en dat maakt die keuze dan weer iets gemakkelijker. Dezelfde dingen doen in de hoop dat ze een ander resultaat krijgen is wat ik vroeger deed. Dat was niet het beste plan. Heeft James Bond dat trouwens ook niet gezegd? Hij drinkt wel af en toe wel een Martini-Wodka met een olijf, shaken not stirred. Als alcoholist, heb ik die optie niet. Eén zou nooit genoeg zijn. Al te dikwijls heb ik gezien hoe alcoholisten die dit geprobeerd hebben, horen vertellen hoe snel hun leven terug uit elkaar viel en hoe snel ze weer in oude drinkgewoonten hervielen. Meestal erger dan het ooit geweest is omdat ze de drang voelden om “de verloren tijd” in te halen. Ik wil me nooit meer zo voelen. Dus één drankje is voor mij uit den boze. En ja, ik kan er niet omheen, nooit meer, maar dat duurt maar één dag hoor.

Maar toch een beetje saai?

Dat scheelt eraan hoe je saai en oppervlakkig of spannend en betekenisvol definieert. Saai is een te groot woord. Mijn leven is zeker veel rustiger, maar dan rustig op een rommelig-chaotische manier.’ Het moet allemaal niet meer. Ik heb niet langer het gevoel dat ik iets mis. Ik hoef niet meer zo nodig in een hokje te passen.  De pieken en de dalen zijn een beetje afgetopt. Daardoor kost het me minder energie om de dag door te komen. Ik hoef me niet meer te verdoven om de volheid van het leven te ervaren.

Maar ik zie het ook niet als een opdracht om de wereld te redden van de pint.  Niet iedereen die drinkt, of veel drinkt, is een alcoholist. Ik kan alleen spreken over wat mijn ervaring is, en voor mij is die pint mijn grootste allergie. Giet alcohol in het lichaam van een niet-alcoholist en kijk wat er gebeurt. De kans is groot dat er helemaal niets gebeurt. Wanneer je echter alcohol in mijn systeem giet zal je getuige zijn dat een complete ramp zich voor je ogen ontvouwt. Dan kies ik liever bewust voor dat rustig rommelig-chaotische misschien een beetje saaie leven.

Gevoelens ervaren zonder de effecten van alcohol was nieuw, zeker in het begin. Ik heb veel mensen gehoord die het daar moeilijk mee hadden. Maar zelf heb ik dat niet zo ervaren. Ik vond het allemaal spannend om mezelf te herontdekken en weer te leren voelen. Al ben ik me ervan bewust dat dit niet voor iedereen geldt. Ik heb geluk gehad, denk ik.  En dat geluk om aan het eind van de dag terug te kijken en te kunnen zeggen: Het was een goede dag. Niet geweldig. Niet spectaculair. Niet slecht. Gewoon oké.

Daar zit heel veel in om dankbaar voor te zijn.

Niets is definitief

Succes is niet definitief. Mislukking is niet definitief, het engie wat telt is moed om door te gaan.W. Churchill.

Ik drink al 3300 dagen geen alcohol meer. ‘Op zich is dat geen groot nieuws’, zeg je en je hebt helemaal gelijk, want ik doe maar gewoon. Ik drink alleen niet meer, dat is alles. Nu breng ik mezelf niet langer meer in de war met de toon waarop ik dat tegen mezelf zeg. Want ik kan fier, zonder mezelf op de borst te moeten kloppen, zeggen ‘Ik drink niet meer, wat jij daarvan vindt, vind ik geen groot nieuws.’

Ik zie ze dikwijls, mensen die het professionele drinken een tijdje afgezworen hebben. Lotgenoten zeg maar.  Nadat ze een tijdje droogstaan, beginnen ze te worstelen met zichzelf. Ze denken dat ze door niet te drinken een onmenselijk zwaar offer brengen en willen daar na verloop van tijd hun beloning voor opeisen. Ze maken zich sterk dat ze geleerd hebben uit het verleden en dat “het” hen niet meer zal overkomen. Meestal menen ze het oprecht als ze zeggen dat ze niet meer terug willen naar dat vroegere leven, maar verlangen er ook erg naar om opnieuw te kunnen drinken zoals normale mensen, zoals de gelukzakken die nooit voet zullen zetten in het duistere rijk der dronken demonen.

Wat ze het liefste zouden willen is, boven blijven drijven, aan de oppervlakte, in het licht van de zon. Ze willen niet wegzinken in het moeras en soms lukt dat, eventjes. Maar op die tijdelijke overwinning willen ze telkens opnieuw kunnen klinken met een wijntje, met een cava of met een pint. Ze zijn onwetend of kunnen het eenvoudigweg niet opbrengen om gewoontes te doorbreken en kunnen er niet voor kiezen om het geheugen van het lichaam te wissen. Het enige wat ze echt willen en waar ze krampachtig naar streven zijn duidelijke, haalbare, vast gelegde termijnen en onderhandelbare grenzen om te kunnen blijven drinken.

Ze willen zo je wil, wel een tijdje stoppen of minderen. Een maand, twee maanden of een half jaar, een populaire tournee minerale, maar dan willen ze opnieuw de onbereikbare controle van een of twee glazen per dag. Een glas witte wijn in het weekend of dan juist niet omdat net dan iemand toekijkt aan wie ze beloofd hebben dat het onder controle is. Alleen tussen acht en tien uur ’s avonds of niet voor negen uur. Een glas dure rode wijn bij de juiste maaltijd of twee of drie pinten in het juiste gezelschap.

Zo drinken ze dan een tijdje krampachtig doordacht omdat diegenen waarmee ze het doen toezien en kunnen ingrijpen. Het liefst van al zouden ze een lijst opmaken met alarmbellen die allemaal tegelijk afgaan wanneer het de verkeerde kant dreigt uit te gaan. Liever nog zouden ze willen dat ze die alarmbellen niet steevast zouden negeren. Ze willen drinken en niet drinken. Eigenlijk wordt drinken als een constante proefperiode van onbepaalde duur, met tussentijdse evaluaties zodat ze op elk ogenblik zelf kunnen ingrijpen om de drankvoorwaarden te veranderen.

Hoewel ze er diep vanbinnen misschien hevig naar verlangen, is volledig stoppen ondenkbaar. Het zorgt voor verwarring, angst of ze zien het als verraad van hun heilige gevecht tegen de onzinnigheid van het bestaan of tegen het leven waarin ze zijn gestrand. Soms zelfs zien ze definitief stoppen als een inbreuk of een ontkenning van hun identiteit, want de vaders van hun vader en de moeders van hun moeder hebben het hen voorgedaan.

Ze willen wel proberen om limieten te stellen en afspraken te maken maar het lukt eenvoudigweg niet. Ze blijven de grenzen van zichzelf op zoeken om ze vervolgens uit te rekken tot een nieuwe grens. Ze zien stoppen met drinken alleen als een moeilijke strijd, als een zware prestatie maar nooit als een overwinning.

Wanneer je jezelf inprent dat je nooit meer mag drinken, betekent dat nog steeds dat je met een torenhoog alcoholprobleem worstelt en die bekentenis willen ze niet afleggen, zelfs niet tegen zichzelf. De enige overwinning die voor hen proeft als een echte zege is opnieuw te leren drinken op een gematigde en gecontroleerde manier zonder een diep slijkspoor van problemen achter zich te slepen. Die koppige gedachte zet hen schaakmat. Ze kunnen of willen zich geen leven zonder drank voorstellen maar een compromis is er niet. Wie met een drankprobleem kampt maar ervoor kiest om eerlijk met zichzelf te zijn kan geen kant meer uit. Dan rest er niets anders meer dan totale overgave.  Dan dient elke strijd gestaakt en wordt elke strategie om dat te ontkennen een tijdbom op die intentie.

Wanneer ik het over “ze” heb in deze tekst heb ik het natuurlijk over mezelf.  Weten dat ik een levenslang probleem heb, stemt me niet langer angstig, opstandig of verdrietig. Ik voel me er ook niet meer schuldig voor.  Het weegt niet meer door.

Het voelt telkens als een opluchting wanneer ik er eerlijk kan over getuigen. Als je het wil kan je het lezen. Als je het liever (nog) niet wil is dat ook helemaal ok. Je mag naar me kijken maar je hoeft me niet te feliciteren.  Want ik doe maar gewoon. Misschien ben ik door te stoppen met drinken zelfs wat kleiner en kwetsbaarder voor mezelf geworden, toch voelt het aan alsof ik meer ruimte inneem dan ooit tevoren.

Zelfs na 3300 dagen is het soms nog lastig om niet te drinken en dat is goed. Wat dat betreft staat elke pint nog steeds maar even ver van mij af als van jou, namelijk een armlengte. Het mag een beetje moeite blijven kosten anders wordt het vanzelfsprekend en dat ben ik niet meer. Vandaag gaat het goed en morgen, die dag bestaat nog niet.

Vooruitgaan en stappen zetten in het leven, jezelf leren kennen en aanvaarden, betekent eveneens af en toe achteruitblikken en terugkijken hoe het ooit was.  Heel lang was leren uit het verleden een bijzonder onaangenaam omdat ik alsmaar probeerde het uit te wissen alsof het nooit had bestaan. Terugblikken op die beschamende realiteit die soms te dichtbij kwam, deed me huiveren en mijn lichaam verstijven.

Ik bevond me tussen twee werelden, de nieuwe waarvoor ik gekozen had en de oude die niets had om fier over te zijn en die zonder toestemming te vragen zich er steeds probeerde tussen te wringen.  Zolang ik mijn oude wereld buitensloot, gaf ik bitterheid, angst, twijfel, zelfbeklag en ontgoocheling alle kansen om me te blijven achtervolgen en me te blijven opjagen. Mijn zatte denken, de gemiste kansen en de gekwetste mensen, namen zoveel plaats in dat er geen ruimte was om dat nieuwe leven te ontdekken.

Door nuchter te blijven en door te leren vandaag te leven, gaf ik mezelf stilaan toestemming om me te ontdoen van mijn twijfels en van de last van mijn verleden.  Voortaan mag ik helemaal mezelf zijn. Ik begin er na 3300 dagen meer en meer in te lukken om oude dingen achter mij te laten en niet te veel verwachtingen te stellen in de toekomst.  Het enige wat ik daarvoor hoef te doen is de komende vierentwintig uren niet te drinken. En zo kwam ik er met elke nieuwe sobere dag achter dat het schizofreen is om in de donkere schaduw van mijn verleden te blijven staan om me er vervolgens over te beklagen dat ik de zon niet kan zien.

Zo rest alleen vandaag.  Daar moet ik het mee doen, met vierentwintig uur.  De voorbije 3300 dagen stellen niets voor. Die zijn geschiedenis. Alleen van de komende vierentwintig uren moet ik het beste maken. Als ik dat zal doen, heb ik goed voor mezelf gezorgd en als ik goed voor mezelf zorg is de kans groter dat ik geen eikel zal zijn voor anderen.  Dat feit op zich alleen al, is na 3300 dagen nog steeds een verrassing. Ik ben nederig en dankbaar dat ik dat nog elke dag opnieuw mag ervaren. En vandaag? Ja vandaag drink ik niet of wat had je gedacht?

Kleine Stem

De jonge vrouw, ik schat haar een jaar of veertig, was spichtig en zo mager en breekbaar als een riet. Met haar onverzorgd gebit en haar holle blik leek ze even puistig als een afgeknotte wilgentak in een treurig herfstlandschap. Hoewel ze zichtbaar moeite had gedaan om er toonbaar uit te zien, was ze met die poging nauwelijks succesvol geweest.  De hoge hakken die ze onder haar gerafelde jeans droeg, maakten haar iets groter dan ze in werkelijkheid was. Toen ze me zwijgzaam en geforceerd-hartelijk toegang verschafte tot haar appartement, wipten de hoge, houten zolen van haar iets te grote schoenen snel omhoog zodat die met een droog ritmisch geluid tegen de eeltige onderkant van haar voeten klapten. ‘Bedankt dat ge zo snel gekomen zijt, ik had eigenlijk gedacht dat ge niet zou opdagen. De meeste mensen lopen weg van mij, zelfs mijn eigen kinderen’, prevelde ze bijna onhoorbaar met een hees-doorzopen stemgeluid, terwijl ze een zelf-gerolde peuk opstak en haar iets inschonk dat op koffie trok. ‘Gij ziet er niet uit als een alcoholist’, zei ze met een onhandige brutaliteit zonder een antwoord te verwachten, op familiaire toon alsof we elkaar al jaren kenden. ‘Gij ook?’ en ze wees naar een tas die al een hele tijd niet meer met afwaswater in contact was geweest. Minstens vijf vliegen had ik al geteld. Ze vlogen af en aan van een gebarsten bord waar nog een rest pizza en wat korsten van gisteren op lagen. Voor de koffie bedankte ik maar was wel oprecht benieuwd naar haar verhaal. ‘Denk je dat ik een alcoholist ben?’ vroeg ze me vrank met een niet-gespeeld eerlijke nieuwsgierigheid. Door die directe vraag dwaalde ik in gedachten snel af naar mijn eigen verzopen verleden en begon onophoudelijk te vertellen… over mezelf, over mijn verhaal, zoals ik dat altijd doe in situaties als deze…

‘Ik ben zeker dat ik ook doodsbang was om te erkennen dat ik een alcoholprobleem had’, begon ik. ‘Het antwoord op die vraag had zich voortdurend onder de oppervlakte van mijn bewustzijn schuilgehouden. En soms kwam dat boven, eerst met stil gefluister, dan met duidelijke stem tot het uiteindelijk een schreeuw werd. Ik denk dat ik het allemaal veel te lang genegeerd heb alsof ik van mijn probleem een soort lichtere versie probeerde te maken. Met die onzin waande ik me slimmer dan mijn probleem maar dat was pure zelfoverschatting. Ik heb lang geprobeerd om aan mezelf en aan iedereen die toekeek te bewijzen dat ik een succesvol iemand kon zijn, dat ik niet echt een probleem had en dat ik wel kon stoppen wanneer ik dat wilde maar diep in mezelf wist ik dat dat een dikke leugen was. Als ik mezelf ‘s avonds in de spiegel bezag vond ik alleen maar doffe ellende in de ogen die nauwelijks terugkeken. Ik was zo angstig omdat ik overtuigd was dat ik de rest van mijn leven zou moeten blijven drinken om de dag door te komen of om de nacht te overleven. Ik had er een boeltje van gemaakt.  Met elke mislukte poging om te minderen voelde ik mezelf dieper in de stront zakken, zoals in drijfzand, denk ik.’ ‘Hoewel ik wist dat zuipen, zoals ik het deed, ongezond was en dat ik daar op een dag steendood van zou vallen, kon ik het fysiek en mentaal niet opbrengen om het niet te doen. Ik kon niet stoppen omdat ik er zoveel van hield. Ik was gek op de fysieke sensatie. Ik was begeesterd door de roes die ik via mijn keel in mijn bloed voelde stromen. Met ware doodsverachting zag ik uit naar het mentale spektakel. Naar hoe die slome roes de ruwe randen van het leven effende of de plezierige ervaringen euforisch maakte. En dat zal wel het grootste probleem geweest zijn. Mijn natuurlijke gave om plezier of verdriet of welke emotie dan ook oprecht te ervaren, had ik helemaal kapot gezopen. Drinken zoals normale mensen dat doen heb ik nooit gekund. Ik kon er eenvoudigweg niet mee ophouden eens ik een eerste slok had geproefd. Meestal begon het nog wel plezierig maar net zo goed liep het meestal fout af. Met alcohol ging ik op zoek ging naar iets wat niet bestaat, althans naar iets wat daarin niet te vinden is.’ ‘Mijn zieke geest had de bovenhand van mijn bewustzijn en van het onbewuste. Ik liet hem maar begaan want hij was de enige wie ik nog aandacht gaf. Hij was de enige naar wie ik nog luisterde, de enige in wie ik nog vertrouwen had’.

‘En om op je vraag te antwoorden, ik raakte pas min of meer opgelucht toen ik mezelf de vraag, of ik een probleem had of niet, of ik alcoholist was of niet, niet meer hoefde te stellen. Dat maakte dat ik niet meer moest gissen naar antwoorden en ik niet langer meer moest zoeken naar mazen om te ontsnappen aan het net van mezelf. In plaats van mezelf op te zadelen met excuses waarom ik moest drinken, begon ik stilaan te luisteren naar een andere, zachtere stem, die van de wijsheid maar die zich voorlopig nog schuchter schuilhield aan de binnenkant van mezelf. Ik kwam tot het besluit dat ik mezelf lang genoeg voorwendsels gegeven om het op een zuipen te zetten. Hier, ik zal je er een paar opsommen:

Ik haat mijn werk.

Mijn financiën zijn een puinhoop.

Al mijn relaties staan in ’t rood.

Iedereen die ik ken drinkt toch ook.

Vandaag drink ik want het is mijn verjaardag.

Morgen drink ik want dan is het jouw verjaardag.

Als ik niet drink zullen ‘ze’ vragen waarom ik niet drink… ik zal ‘er’ niet bij horen.

Ik ben toch op vakantie, en ik doe toch niemand kwaad met een wijntje?

Het leven is saai zonder drank

Het leven is moeilijk

Het leven is wreed.

Ik ben (on)gelukkig.

Het is toch al donderdag.

De kinderen zijn druk geweest, ik heb het verdiend.

Ik wil niet voelen dat ik ongelukkig ben.

Het is toch weekend.

De kinderen zijn er niet, ze zien het toch niet.

Oma is dood.

Het is toch al elf uur.

Ik heb toch al ontbeten.

Ik heb een rotdag, ik heb het verdiend.

Ik ben toch een loser.

Lien is zwanger.

Ik heb geen slechte dag.

Ik heb een platte band.

Het is nog maar tien uur maar het is zondag.

Ik heb gisteren niet gedronken, zie je dat ik geen probleem heb.

Ik schaam me omdat ik me weer misdragen heb, ik kan net zo goed drinken dan vergeet ik het.

Het is genetisch bepaald want ons ma dronk ook veel.

De zon schijnt.

Ik moet een nieuwe fles kopen want aan deze ben ik al begonnen. Ik vrees dat ik niet toekom.

Het dient niet om de vloer te schuren.

Ik had een ongelukkige jeugd.

Het regent.

Ik schaam me omdat ik in mijn zatte bui weer iedereen gebeld heb.

Gisteren dronk ik maar twee glazen, (terwijl het er vier waren.)

Nog eentje…

…eentje kan geen kwaad….

‘Zal ik je wat vertellen? Wanneer ik terugkijk op mijn alcoholcarrière is het voor mij zo klaar als pompwater. Hoewel ik dacht dat ik zuipkampioen was, kon ik helemaal niet drinken, want ik kon nooit stoppen omdat ik alcoholist was, ik alcoholist ben en altijd alcoholist zal blijven.’ ‘In het oog van een orkaan lijkt het windstil, maar als de wind gaat liggen, ligt alles plat. Het angstaanjagend van het zaakje is dat de stormen elkaar sneller zullen opvolgen en dat ze erger worden. Als je jezelf herkent in dit verhaal of in een excuus hoef je geen test af te leggen. Dan hoef je mij of jezelf die vraag niet meer stellen.’ ‘Er is geen juist moment om te beginnen met drinken net zoals er geen slecht moment bestaat om te stoppen met drinken maar wacht er niet mee tot het te laat is. Weet dat het met elke nieuw-verzopen dag moeilijker wordt. Je zal het harder te verduren krijgen omdat je met elk nieuw glas elke nieuwe kruimel eigenwaarde en zelfrespect doorspoelt.’ ‘Maar het goede nieuws is dat het kan. Het beste nieuws is dat het mogelijk is om te stoppen. Als ik het kon, kan jij het. Niet dat alles zonder drank perfect loopt of dat het leven gemakkelijk wordt maar het wordt wel rustig, op een rommelig-chaotische manier.’ ‘Als je het probeert en je geeft niet op, is het mogelijk, zolang je maar blijft luisteren naar die kleine stem die je elke dag iets belangrijks te vertellen heeft.’

‘Wat moet ik dan doen’, vroeg ze wanhopig terwijl er uit de diepte van haar holle blik dikke tranen rolden.

De Bijsluiter Van Een Alcoholist.

Josph. L Kellermann, een klinisch psycholoog, die mensen begeleidt die kampen met een torenhoge verslaving en wanhopig zoeken naar hulp, heeft boeken vol wijsheid geschreven. In een van zijn werken ‘A Guide for the Family of an Alcoholic‘, legt Kellermann uit hoe een doorwinterde alcoholist die gestopt is met drinken maar opnieuw in de verleiding valt, bijna onder geen enkele voorwaarde die hij zelf onder controle heeft, kan stoppen met drinken. Toen ik dat las was het alsof ik in een spiegel keek want ik was en ben, als ik me zo mag uitdrukken, nog steeds hopeloos en slaafs onderworpen aan de uitzichtloosheid van de ziekte die alcoholisme heet. Want mocht ik uit overmoed overwegen om opnieuw te drinken, loop ik even groot risico om opnieuw te veranderen in dat ongeleid projectiel dat ik vroeger was en dat alles verwoest wat op zijn pad komt, net zoals dat het geval is bij de mensen die hij beschrijft in zijn boek. Om het voor jou begrijpelijk te maken kan ik niet eenvoudiger uitleggen wat het betekent om alcoholverslaafd te zijn door te zeggen dat mijn rem kapot is. Dat was acht jaar geleden zo en dat is, mocht je er twijfels over hebben vandaag nog altijd het geval. Aan het einde van mijn lijdensweg, nu bijna acht jaar geleden, was het enige wat ik nog voelde, de ijskoude muur waar ik met mijn rug tegenaan stond. Ik kon geen kant meer op. Alcohol had me zo hard in zijn omklemmende greep dat de enige emotie die ik nog gewaarwerd, de opluchting was wanneer ik mezelf de zekerheid kon geven dat ik voldoende flessen in voorraad had om er de dag mee door te komen. Drank had controle en alcohol was de baas. Al datgene wat een normaal leven zijn kleur en glans kon geven, was betekenisloos, overbodig en vooral storend geworden. Door overmatig en oncontroleerbaar drankmisbruik had ik me helemaal alleen op een eenzaam eiland geïsoleerd en was het bankroet van mijn menselijk bestaan helemaal compleet.

Wanneer ik op mijn gebruik of beter misbruik terugblik, kom ik altijd bij jou uit.  Om je voor mij te waarschuwen, denk ik. Even hypothetisch nu, kan jij het je voorstellen dat ik zou uitschuiven, dat ik zwaar zou hervallen en opnieuw machteloos naar jouw steun zou uitreiken? Mag ik je even meesleuren in die horror?

Mocht dat ooit gebeuren, mag ik je dan vragen me niet langer te vertrouwen.  Weet dat jij dan niet de helpende hand zal zijn die ik nodig heb. Als ik je dan nog dierbaar zou zijn, mag jij mijn laatste reddingsboei absoluut niet proberen zijn.  Zou je het evenwel toch overwegen weet dan dat jij opnieuw die knecht en slaaf wordt waartoe ik je door mijn verslaving zal dwingen. Misschien maakt deze veronderstelling je angstig, wanhopig of benauwend en zelfs nog meer bevreesd dan ikzelf, maar eerlijker dan hoe ik het hier zeg kan ik het niet uitleggen. Beloof me dus dat, als ik ooit naar de fles zou teruggrijpen, om alstublieft niet tegen mij te leunen want als drinker ben ik een te zwakke muur. Dan ben ik niets meer dan een krottige bouwval die je helemaal meesleurt in de puinhoop die ik word als ik uiteindelijk helemaal in elkaar stort.

Misschien wil je me met mijn schuivers wel opnieuw ruw de les lezen zoals je dat voeger deed toen je mij weer eens zat betrapt had en je mij volledig verdoofd en los van de wereld gezopen, aangetroffen had. Je zou ervoor kunnen kiezen om me diep aan te wrijven wat voor een waardeloze klootzak ik ben. Je zou razend kwaad kunnen worden. Je zou me zelfs kunnen slaan. Maar mag ik je de vraag stellen of je dat ook zou doen mocht ik je haarfijn kunnen uitleggen dat mijn gedrag het gevolg is van een hopeloze ziekte waaraan ik lijd en waardoor ik steeds opnieuw dat op voorhand verloren gevecht aanga omdat elke vezel in mijn lijf me dat oplegt? Zou je me de rug wijzen wanneer ik je zeg dat ik ziek ben maar vooral zou je die uitleg begrijpen?

Maak me dan ook geen bittere verwijten, kleineer me niet, noem me niet ‘waardeloze loser’ of ‘lafaard zonder karakter’ want al die woorden die je me naroept, treffen hard en bevestigen alleen maar het weerzinnig lage beeld dat ik van mezelf al had. Verstop mijn flessen niet en gooi mijn blikjes niet weg. Laat je door jouw liefde en jouw wanhopige bezorgdheid niet verleiden om dingen te doen die ik zelf moet doen. Weet dat telkens jij verantwoordelijkheid opneemt voor de gevolgen van gebeurtenissen waaraan ikzelf schuld tref, je me mij de kans ontneemt om zelf verantwoording op te nemen. Doe je het echter wel zal ik mezelf nog kleiner maken dan ik al was en ik zal ik me mijn eigen schuldgevoel zo hard verwijten dat het de grootste trigger wordt voor een nieuwe fles.

Sla absoluut al mijn beloftes in de wind want geen enkele ervan heeft waarde. Ook al lijk ik oprecht, eerlijk en oog ik gemeend, hecht geen geloof aan wat ik je zweer, want mijn eed is niets waard.  Vertrouw mijn tranen niet. Ze stellen niets voor en zijn niets meer dan een slinkse poging om de gevolgen van mijn daden te verdoezelen. Vertrouw niet op wat ik je zeg want de kans is groot dat het een leugen is. Door de drank word ik namelijk meester in het ontkennen van de waarheid en versta ik als geen ander de kunst om jou het gevoel te geven dat jij oorzaak bent van de uitzichtloze situatie waarin ik beland ben.  Bovendien ben ik geneigd om respect, of wat daar moet voor doorgaan, te verliezen voor mensen die het dichtst bij mij staan maar die ik al te gemakkelijk met mijn leugens om de tuin kan leiden. Deze uiterst gemene achterkant toont mijn bezoedelde persoonlijkheid en de schabouwelijke symptomen van de ziekte waaraan ik leid. De symptomen en de bijwerkingen vind je allemaal in deze bijsluiter die mijn ziekte illustreert. Sta niet meer toe dat ik misbruik van je maak of dat ik je op gelijk welke manier financieel uitbuit of emotioneel chanteer. Liefde of genegenheid mag zulke onrechtvaardige voorwaarden niet toestaan, nooit! Je bent veel meer waard dan dat. Neem me dus niet in bescherming en vertel geen leugens om bestwil om voor anderen te verbergen wie ik geworden ben. Laat mijn openstaande rekeningen onbetaald en neem mijn verplichtingen tegenover anderen en tegenover mezelf niet op jou. Doe je dit toch, weet dan dat die crisissituaties die je probeerde te vermijden, voor mij ultieme kansen waren om in te zien wie ik daadwerkelijk ben en om hulp te zoeken. Door steeds mijn vangnet te zijn en me een gemakkelijke uitweg te bieden, zal ik vastberaden doorgaan met het ontkennen van mijn drankprobleem. Mijn eigenwaarde hangt niet af of jij me accepteert of niet maar het helpt me niet als je mij voor anderen verstopt. Keur mijn verslaving niet goed, ga er niet voor opzij maar uit geen loze dreigementen die je nooit tot uitvoering zal brengen. Ze bevestigen alleen maar mijn overmoedig idee dat het allemaal zo erg niet is.

Informeer je over alcoholisme en verslavingen en hoe die in relatie staan met mij en met ons. Wees niet beschaamd om hulp te vragen wanneer je er zelf niet meer uitkomt. Kijk vriendelijk naar jezelf, wees mild en oordeel niet te fel over jezelf.  Jij bent het probleem niet. Jij bent het slachtoffer. Wees moedig genoeg en leer je eigen grenzen te bepalen en bewaak deze alsof het je eigen kinderen zijn. Jouw grenzen zijn ook noodzakelijk voor mij om te groeien. Zorg goed voor jezelf en maak het je, wat mij betreft, zo gemakkelijk mogelijk. Ik ben jouw probleem niet. Hou van jezelf, maak keuzes en wijs me de weg zodat ik kan leren hoe ik met mezelf moet omgaan. Als ik je lief ben, zoek dan mee naar waar en naar wie maar vooral naar hoe ikzelf kan leren om mezelf liever te zien dan mijn verslaving.

Maar, als ik dat niet doe, loop dan keihard weg. Laat me in de steek en kijk niet meer naar me om. Bekommer je niet langer meer om mij en vergeet me.  Ga weg en stop maar als je zeker genoeg bent dat ik helemaal en voor altijd uit je zicht verdwenen ben want als ik zelf niets aan mijn probleem doe weet jij niet tot welk onheil ik nog in staat ben… wanneer ik niet definitief stop met drinken!