Daarom moeten negers weg!

Mocht de mogelijkheid bestaan dat één ‘neger’ door één standbeeld te slopen ooit een ‘blanke’ zou kunnen worden, ik ben zeker dat Michael Jackson, Mount Rushmore al lang met de grond had laten gelijk maken.

Vooraleer controverse ontstaat over de woorden ‘neger’ en ‘blanke’, Halt!

Alvorens sommige fanatieke witten (de blanken) hun persoonlijke ‘Vlaamse culturele vrijheid van meningsuiting’ veilig willen beginnen stellen door moord en brand te schreeuwen omdat hun cultuur bedreigd wordt omdat het n-woord uit het taaleigen zou kunnen geschrapt worden. Specifiek voor hen wil benadrukken dat met het ‘n-woord’, een persoon bedoeld wordt die van nature een donkere huidskleur heeft en Afrikaans van oorsprong is en dat de betekenis niet moet worden gevonden in het n-woord dat dikwijls in Amerikaanse B-films denigrerend gebruikt wordt. Voor de volledigheid en voor de andere doelgroep wil ik verduidelijken dat met het ‘b-woord’ een persoon bedoeld wordt die van nature een bleke of pigmentarme huidskleur heeft en zichtbaar Europees van oorsprong is, al zou ik hem voor hetzelfde geld ook als ‘kleurloos’ of als ‘verbleekt’ kunnen omschrijven. Het is maar dat we mekaar goed begrijpen wanneer we zouden besluiten om elkaar voortaan verder als ‘neger’ of als ‘witte’ te blijven aanspreken, afhankelijk of je als ‘blanke’ dan wel als ‘zwarte’ geboren bent, in Afrika dan wel in Europa. Of is het allemaal niet zo eenvoudig?

Niet dus, want de definities van ‘zwart’ en ‘wit’ rammelen op zich al zo hard als lege blikken op een zinken dak tijdens een storm , want ervan uitgaan dat ‘blanken’ Europees zijn en ‘zwarten’ Afrikaans is door de realiteit achterhaald door pakweg Romelu Lukaku, Harry Belafonte of Michael Jackson en Beyoncé en bij uitbreiding door alle andere wit-Europese-Amerikanen wiens voorvaderen het land waarop zij leven van de Indianen stalen. Over de kleuren van de rassen kan echter niet gediscussieerd worden, hoewel sommige blanken uit het Noorden er soms iets roziger uitzien dan hun donkerdere soortgenoten uit het Middellands zeegebied, om de vergelijking in Europa te houden. En dan heb ik het nog niet gehad over de gekleurde mensen die qua tint toch ook niet allemaal eender zijn. Zij komen namelijk ook voor in alle schakering variërend tussen donker- en lichtzwart.

Mijn leeftijdsgenoten en ikzelf zijn van een generatie die het over ‘negers’ had wanneer de zwarte medemens, in welke kleurschakering dan ook, bedoeld werd. Mijn hele jeugd kreeg ik het flink ingepeperd dat ik mijn bord moest leegeten omdat de ‘negertjes in Afrika (er werd dan nog -tjes aan toegevoegd) geen eten hadden. In het college moest ik zilverpapier sparen voor de missieposten van ‘pater masturbi’ en ‘zuster menstrua’ die zichzelf, in naam van Jezus, als doel hadden gesteld om de ‘zwartjes’ met onze godsdienst lastig te vallen. ‘Negers’ dus en ik moet grif toegeven dat mijn kinderen, wat dat onderwerp betreft, sneller fijnbesnaard werden dan ikzelf. Om niet te zeggen dat ze zich heel lang gestoord hebben aan mijn oubollig woordgebruik. Meermaals zei mijn jongste zoon, ‘Papa, ‘neger’ (niet dat hij mij toen met ‘neger’ aansprak), ‘neger’ dat is racistisch taalgebruik.’ Omdat ik de naam van racistisch vader niet achter mij aan wou slepen, begon ik erop te letten om vanaf dan het woord ‘zwarte’ te gebruiken. Vanaf dat moment was het ‘zwarte’, terwijl mijn brein ‘neger’ bleef roepen omdat ikzelf ‘zwarte’ als meer discriminerend percipieerde dan ‘neger’. Het benoemen van de kleur van een mens was in mijn ogen net meer beledigend en nog meer een illustratie van misplaatse superioriteit en discriminatie. Ik zeg toch ook niet ‘gele’ tegen een Aziaat of ‘bruine’ tegen een Indiër ook al kunnen die soms behoorlijk zwart zijn. Moet om een volk te benoemen, kleur dan per se als primaire menselijke eigenschap benadrukt worden als je daar zelf niets kan aan doen of kan aan veranderen? Net zoals je als man of vrouw geboren wordt al kan je tegenwoordig al gemakkelijker van gender-jas veranderen als de juiste dingen afgeknipt en omgezoomd worden.

Enige tijd geleden gooide ik mijn zwart-wit-dilemma voor de voeten van een Vlaamse donker-gepigmenteerde medemens die hier geboren en getogen is en wiens dialect liet uitschijnen dat ze uit een achtergesteld gedeelte van Vlaanderen afkomstig is. Wie het was, doet niet ter zake maar het kostte haar niet veel moeite om mij als overtuigde ‘negermisbruiker’ in het zwart-witdebat tot een andere inzichten te brengen. Met een paar simpele voorbeelden deed ze dat. Nadat ze naar mijn ‘negerverhaal’ geluisterd had zei ze, Jan stel je eens voor dat er niets aan je verleden verandert. Je jeugd, je studies, het gezin waarin je opgegroeid bent, je lief en je kinderen alles blijft hetzelfde. Alleen vanaf nu moet je als zwarte door het leven. Maar geen paniek. Ook aan het leven dat je nu leidt verandert niets. Vrouw, kinderen, je werk en hobby’s, alles blijft zoals het nu is. Je blijft exact dezelfde persoon als wie je daarvoor was. Met dien verstande dan, dat als je toevallig een verkeerde Suske en Wiske-album vastneemt, het je zal opvallen dat de jouwen, steeds stereotiep blootsvoets, met Zoeloe lippen en in een strooien rokje worden voorgesteld. In de geschiedenisboeken zal je merken dat je voorouders op de wereldtentoonstelling van ‘58 als bezienswaardigheid of curiositeit werden voorgesteld, soms nog in een kooi. En aan je voelsprieten zal je merken dat mensen je subtiel minder aux-serieux nemen omdat jij toevallig een tintje donkerder kleurt dan diegene die als blanke het woord tot je richt. En als je dan niet als zwarte piet wordt afgeschilderd word je wel benaderd als iemand om medelijden mee te hebben of word je subtiel vermeden of gehaat omdat je in de zwarte kleurenminderheid zit, langs de verkeerde kant van wat als juist, als goed of als niet gevaarlijk wordt aanzien.

Wanneer ik dan in een meme op internet geconfronteerd wordt met zwarten die op dezelfde manier weggezet worden als bavianen die in het Krugerpark in Zuid-Afrika een wagen plunderen, alleen met de bedoeling om dat beeld als universeel gedrag van alle zwarten te extrapoleren, denk ik dat het is hoogtijd dat ‘negers’ in die betekenis van dat woord er uitgaan. Of althans dat aan de grondslag van dit potentieel ‘subtiel’ racisme paal en perk gesteld wordt. Of daarbij het standbeeld van die scheve monarch moet sneuvelen is een beslissing die ik met plezier overlaat aan die mensen die we al honderden jaren den duvel aandoen.

Brood en Spelen.

Panem et cricenses’ of te ‘Brood en spelen’. Deze legendarische woorden zijn geschiedkundig erfgoed of zouden dat moeten zijn. Ze komen uit de mond van de Romeinse criticus Juvenalis. Meer dan 2000 jaar geleden hekelde hij met deze sarcastische uitspraak het verval van het Romeinse Rijk. Door ‘brood en spelen’ te roepen, schimpte hij op de elite en probeerde hij het plebs diets te maken dat het oogkleppen ophad, stekeblind was, zich liet onderdrukken en niet verder keek dan de neus lang was.

Lang voor Juuzekes tijd en toen God nog niet geboren was, was kwaliteitsvol levensonderhoud in Rome veel te duur en lag het bestuur op apengapen. Hierdoor trokken onze ‘Omeinense kameraden krom van honger en dorst en heerste er in het hele Rijk wrevel en onvrede. Om het volk te sussen organiseerde Juul-Cezaar, paarden- en wagenrennen en bloederige gevechten tussen dieren en mensen. Op deze Romeinse Happy-Hours kreeg het plebs gratis brood en wijn toegestopt zodat ze zich niet te fel zouden roeren over maatschappelijke problemen. Ik hoef dat allemaal niet uit te leggen want deze praktijken zijn cultureel en geschiedkundig erfgoed, toch?

Tot spijt van wie het benijdt, zijn de Romeinse Keizers allemaal ‘ad patres’. Toch drukt een deel van onze politieke elite zich vandaag nog heel graag uit in de taal van de Keizer die net zo dood is als de Keizer zelf. Mocht echter door de huidige politieke elite enkel de Latijnse taal gerecycleerd worden, ik zou dat nog kunnen kwalificeren als een eerbetoon aan cultureel, geschiedkundig en politiek erfgoed, maar bon ze hebben besloten om een stapje verder te gaan. ‘Abusus non tollit usum.’

Aangzien Juvenalis net zo dood is als Juul Cezaar, zal ik het maar roepen.

‘In vino veritas’. In wijn zit waarheid’, wellicht opent, daarom de Horeca morgen haar deuren. Hopelijk zal het staminee dan inspiratiebron zijn voor meer maar vooral voor beter inzicht. Begrijp me absoluut niet verkeerd. Ook ik snak naar koffie en gezelschap op een gezellig terras want net als het Romeinse Rijk toen ligt de Horeca nu op apengapen en kan deze best wat steunmaatregelen gebruiken. Maar als de economische relance in het algemeen en de opwaardering van de zorgmaatschappij in het bijzonder, alleen moet komen van een BTW-verlaging en van wat drinkgeld voor het plebs neigt deze maatregel naar ‘Brood en Spelen.’

‘Ad Fundum’ of ‘Ad Libitum’ maar doe zoals Juvenalis en kijk verder dan je neus lang is!

Tuig met een das

Beste teerbeminde Vlaming, wie ik een warm hart toedraag,

Mag ik me even tot U wenden met dit kort briefje. Ik ken U niet persoonlijk maar hoop stellig dat U het goed maakt en dat U en uw naasten gespaard zijn gebleven van groot Corona-onheil. Mocht dat niet zo zijn, spijt me dat. Toch ben ik overtuigd dat U hoop, moed en kracht zal vinden en dat U goed omringd bent om de last te dragen en uit het dal te klauteren. Want, wij Vlamingen kunnen dat. Wij zijn veerkrachtig en kunnen wel wat tegenslagen aan. Wij zijn niet de eerste de besten. Caesar zei dat al. “Die Galliërs” want zo noemden hij ons toen, “dat is een taai volkje.”

Taai zijn we maar boos kunnen we ook zijn.

Ik ben het alleszins. Sterker nog, ik kook want als ik zie hoe de regering bij monde en gratie van het N-va, “het nieuwe normaal” tracht vorm te geven, wint bij mij boosheid het van vrolijkheid.

Nochtans, toen ik vanmorgen mijn ogen open sperde had ik niet de intentie me op enige gramschap te laten betrappen. De negatieve krantenberichten zouden niet de kans krijgen om mijn humeur te besmeuren omdat ik vast besloten had ze niet te lezen.

Tot daarnet. Meer uit verveling dan uit interesse (mijn gramschap weet je wel), heb ik in een onbewaakt moment toch de dagelijkse tijding opengeslagen. Na twee krantenkoppen had ik al meer zin om er mijn barbecue mee aan te steken dan om me er als plichtbewuste burger verder mee te informeren. Uiteraard moet het vandaag gaan over relance-maatregelen om ons dagelijkse leven min of meer terug te winnen en te bekostigen. U en ik hebben namelijk al lang genoeg in ons kot op elkaars lip gezeten.

Maar de krant dus. Toen ik ze openvouwde en van mijn koffie slurpte las ik bij monde van Jan Jambon volgende uitspraak in vette rode letters: “Alleen bedrijven die voor de Corona-crisis gezond waren, moeten we er met steunmaatregelen door trekken.” Ik kon een frons nog net onderdrukken want ik ben van mening dat bedrijven in moeilijkheden ook nog bijdragen aan de economie van dit Vlaamse land maar soit, ik ben geen minister-president en kan me zulke uitspraken niet permitteren. Maar mijn mond viel helemaal wagenwijd open toen ik de uitspraak van Ben Weyts, nota bene minister van onderwijs onder de ogen kreeg. “Voorrangsregels voor Vlaamse kinderen in de rand.  Geen tijd en energie verspillen aan inefficiëntie”.  

Nu kan je als overtuigd Flamingant fel gekant zijn tegen transfers naar Wallonië. Je mag voor mijn part Walen als luie profiteurs aanzien die liever staken dan werken maar als je maatregelen begint te faciliteren om onderscheid in kinderen in stand te houden, alleen maar omdat ze niet de taal spreken die jij graag hoort, ben je tuig met een das, niet waardig om een politiek ambt uit te oefenen en zeker niet dat van minister van onderwijs. Weyts ga je mond spoelen met bruine zeep en laat je hersenen in een keer mee spoelen.

U, beste Vlaming, U weet wel beter. U beseft wellicht ook dat de slinger een beetje naar de verkeerde kant is doorgeslagen. U neemt uw wensen niet voor waarheden en U beseft ook wel dat relance niet alleen zal komen van economische groei die onzeker is. U beseft ook wel dat we misschien best wat aandacht en centen besteden aan zorg en klimaat en dat voor wat het economische groei betreft, de sky de limit niet meer hoeft te zijn. U beseft ook dat kansarme kinderen geen voorrangsregels vragen maar gewoon dezelfde behandeling als Vlaamse kinderen in de Brusselse rand zodat zij ook op een laptop aanspraak kunnen maken al ben ik nog niet zeker of er centen genoeg zullen overschieten om de internetverbinding te kunnen bekostigen.

Ik leef op hoop.

Wordt het niet tijd dat de oudere generatie tot besef komt dat de jongeren zich op economisch en op vlak van mentale gezondheid aan het opofferen zijn? Is het niet hoogtijd dat ouderen inzien dat zij en alleen zij, hoofdzakelijk verantwoordelijk zijn voor de economische last van deze coronacrisis en dat de jongeren in onze maatschappij het grootste slachtoffer dreigen te worden? Is het niet normaal dat de factuur van de crisis wordt doorgeschoven naar die generatie die er ‘verantwoordelijk’ voor is.  Deze uitspraken komen niet van mezelf maar van ene Jan-Emmanuel De Neve, een vreemde snuiter die door het leven stapt als gezondheid- en gelukseconoom, die lesgeeft aan de universiteit van Oxford en advies geeft aan de Britse regering. Ik prijs me gelukkig dat ik niet belast ben met een diploma gezondheid- en gelukseconomie en bijgevolg niet hoef na te denken over Coronacrisisfacturen en welke generatie de maatschappij daarin het meeste last bezorgt. Wie de baten verschaft of wie vanaf een bepaalde leeftijd economisch niet interessant genoeg meer is en rijp is om geliquideerd worden. Niet dat ik het niet eens ben met het vervuiler-betaalt-principe maar waar begint of waar eindigt de gedachte dat mensen vanaf een bepaalde leeftijd (en die van nature een groter gezondheidsrisico vormen dan de jonge generatie) de factuur gepresenteerd krijgen van deze crisis? Jan-Emmanuel De Neve dus, ik had er tot op vandaag nog niets over gehoord of en nog niets van gelezen maar ik kan niet anders dan te walgen van zijn van-de-pot-gerukte ideeën. Mocht zijn voorstel bij beleidsmensen niet op een koude steen vallen, staan we voor maatregelen die alles weg zullen hebben van een oneerlijke maatschappelijke afrekening. Als zijn maatschappijvisie in de praktijk gebracht wordt, zijn we maar een steenworp verwijderd van een beleid waar met roedenbundels en slogans van frustratie en wanhoop, generaties en groepen van mensen tegen elkaar zullen worden opgezet om te zoeken naar een ingebeelde gemeenschappelijke publieke vijand die moet opgeofferd worden.

Oorlog en crisis brengen het slechtste in de mens naar boven. Ik maak me daar al lang geen illusies meer over maar ik kan maar hopen dat de beste man zich vandaag diep schaamt over zijn ontspoorde gedachte en dat wij als samen en als samenleving (in de meest strikte zin van dat woord) een menselijker en meer solidair antwoord kunnen geven om het hoofd te bieden aan de gevolgen van deze wereldwijde pandemie.  Ik leef op hoop maar niet door uitspraken van een schertsfiguur als Jan-Emmanuel De Neve!

Ideologisch misbaksel

“Laat het hoofddoel van een ideologische strijd nu niet zijn om ervoor te sterven. Soms is het gewoon veel handiger om een beetje geduld te hebben en te wachten tot je tegenstanders dat zelf doen.”

Stel dat ik vandaag en uitgerekend op1 mei afgunst, winstbejag, egoïsme, eigenbelang en een nog een paar andere adjectieven waar ik even niet opkom, uit de wereld zou kunnen verbannen, zou socialisme dan morgen niet even overbodig zijn als ikzelf?

En wordt een lacune van de ideologie van je tegenstander dan niet de enige reden van bestaan van diegene waar je zelf supporter van bent? Is het in die logica dan niet vanzelfsprekend dat we onze tegenstander dan precies helemaal voor onszelf willen omdat we anders onze eigen identiteit en rechtvaardiging dreigen kwijt te spelen? Vijandigheid en nijd uit eigenbelang!

Grootdenkers zijn het erover eens dat dat de ingebakken gemeenheid of zwakte van het kapitalisme eruit bestaat dat de aardse zegeningen oneerlijk verdeeld worden.  Kunnen we het in die logica dan ook eens worden dat minderheidsdenken in het belang van de zwaksten nog een beetje bestaansrecht mag claimen? Al is het maar om de tragiek en de rampspoed een beetje eerlijker over de planeet te verdelen.

Ik pleit zeker niet voor communisme want net als bij kapitalisme worden dan mensen op dezelfde manier uitgebuit door andere mensen, maar dan omgekeerd. De rijken worden niet rijker maar de armen, armer! Dus laat ons even geduld hebben tot die tegenstrijdige ideologieën elkaar hebben uitgeroeid zodat op de ruïne van die misbaksels iets nieuws kan ontstaan.  Misschien noemen we het dan wel solidariteit of socialisme!

%d bloggers liken dit: