Cupido

2 jaar geleden besliste mijn vrouw om een stukje keukenmuur te beschilderen met magnetisch verf. Het was een esthetisch verantwoorde keuze want het was of verf ofwel een prikbord in kurk. Aangezien je op een kurken bord meestal te weinig punaises vindt om er alle post mee op te hangen kozen we voor verf. Geen klachten over de verf trouwens.  Al blijkt de aantrekkingskracht ervan lang niet zo sterk als ze in de verfwinkel deden geloven. Bovendien heb ik nog steeds evenveel magneten te kort dan dat ik vroeger punaises miste.

Alle papieren rommel die anders op tafel blijft slingeren wordt nu met magneten tegen de muur geplakt. Facturen met een vervaldatum in de toekomst hangen daar ook. Om me eraan te herinneren dat het saldo op mijn zichtrekening zwaar overschat is.  Op dure maanden lijkt die keukenmuur wel een bedevaartsoord waar alle rouwrekeningen waarmee we ons dagelijks leven bekostigen daar om medeleven smeken.

Mijn oog valt op een stukje kalender dat goed verborgen zit onder een lijvig energiefactuur, een schoolrekening, en een aanmaning ter betaling van onze schuldsaldo verzekering. “Februari is een dure maand, neen februari is een waardeloze maand”: zeg ik tegen het prikbord. En ik voeg er nog aan toe: “Al zou het allemaal nog veel erger klinken indien ik de r niet zou kunnen uitspreken.”

Wat voor een soort maand is februari eigenlijk? Lang voor deze werd uitgeroepen als maand van de soberheid was ze al niet te pruimen. Er zitten gewoon te weinig dagen in om een kalender volwaardig mee op te vullen.

Elke vijfde vrijdag van elke andere maand staat steevast aangekruist met een rood hartje. Dat maandelijks kattenbelletje op de almanak geeft aan dat we het niet mogen vergeten. Die bewuste vrijdag zit namelijk altijd in de juiste week van de menstruatiecyclus. Maar deze maand is er dus geen vijfde vrijdag. Hij valt er af. Tenzij om de vier jaar maar dan alleen maar op die momenten dat februari ook op een vrijdag begint. Dat had ik al uitgerekend.

Misschien net dat daarom Sint-Valentijn er tijdens deze maand ergens halverwege is tussen geschoven. Om met de overschot van de rode kaarsen van nieuwjaar de romantiek wat aan te wakkeren.  Al kan het even goed zijn dat poeperkesdag gewoonweg niet in de zomermaanden gepland werd omdat dan alle chocolade hartjes zouden smelten. Of omdat het dan toch te warm zou zijn om dat nieuwe bunnypakje aan en uit te trekken?

Gelukkig is er de weerspreuk van 14 februari. “Zonneschijn op Sint-Valentijn, geeft goede wijn!”  Al zal cupido wel andere pijlen op zijn boog moeten toveren om er de harten van de tournee minerale aanhangers mee te treffen. Maar we zullen maar niet zeuren zeker? Dat hadden we toch ook beloofd?

Zwarte vogels

Ik sta in de keuken en drink koffie. Zwart want zo heb ik hem graag.  Dan proef ik de bitterheid het sterkste. Van achter het glas kijk ik in de tuin. Het is windstil. Dat zie ik aan de bomen. Blad loze takken hangen doods af. “Treurwilg”, die naam is niet slecht zo gekozen. Het grijze wolkendek is rimpelloos strak gespannen en lijkt roerloos. Zonder het geritsel dicht bij de composthoop zou ik denken dat de wereld stilstaat.

Een kwartier al speur ik naar fladderende vleugels. Tot nu toe telde ik 2 Spreeuwen, een Merel, een koppel Pimpelmezen en een zwarte vogel. Dat blijkt een Kauw te zijn maar om daar zeker van te zijn moest ik dat opzoeken. Er bestaan veel zwarte vogels. Zelf kende ik het verschil niet tussen een Kraai of een Kauw. Nu dus wel. Er blijken meer verschillen dan overeenkomsten te zijn. Alleen het roepen en krijsen, dat hebben ze met elkaar gemeen. Er vliegen meer vogels over de dorre Buksus dan dat dat ik er op een andere zaterdagmorgen aandacht voor heb. Ik noteer de soorten en het aantal vliegende passanten netjes op een velletje papier zodat ik straks mijn telling kan doorsturen naar Natuurpunt. Ze hadden dat gevraagd. Vraag me niet waarom.

2 zwarte Kauwen, want ze hebben een dikkere kop en zijn grijzer van kleur dan Kraaien of Raven, krijsen luid. Ka-ka roepen ze tegen elkaar. Ook al zien ze er net eender uit, lijken ze elkaar hun kleur wel te verwijten. Zwart en lawaaierig dat zijn ze alle twee. “De pot verwijt de ketel”: lach ik in gedachten. Ik denk dat het mannetjeskauwen moeten zijn want hun wijfjes zullen wel andere zaken aan hun kop en cloaca hebben, zo een paar weken voor het broedseizoen.

Elke vogel zingt zoals hij gebekt is. Ook al vind ik dat ka-ka-roepen niet veel uitstaan heeft met lied of vogelzang. Toch maakt hun scheer-je-weg-gejoel maar weinig indruk op de andere vogels. De Spreeuwen en de kussende Pimpelmezen gaan gewoon verder waarmee ze bezig waren. De ijverige merel trappelt zenuwachtig een pier uit het zompige gazon. Zijn morgen kon slechter beginnen want op deze tijd van het jaar zitten doorgaans niet veel pieren in het gazon. Die vind je eerder op een warme mesthoop. Vreemd dat die Merel dat niet weet.

Deze week weerde ik bewust alle mediaberichten uit mijn dagelijks dieet. Geen nieuws, goed nieuws! Mijn humeur werd de afgelopen 7 dagen niet bezoedeld door droevige of ergerlijke berichtgeving. Of door haantjesgedrag van menselijke zwarte vogels.

Wat een onbeschrijfelijke luxe, wat een rust! Ik werd er niet door geïndoctrineerd of beïnvloed. Ook niet door de mediamannen of madammen die met hun versie van de feiten hun gelijk wilden halen van diegenen waarvoor ze het opschrijven of uitroepen. Ze hadden geen vat op mij. Ik heb ze niet gehoord want ik heb niet geluisterd. Ik hoef dus geen partij te kiezen want ik heb geen benul over welke onderwerpen de meningen uit elkaar getrokken werden.

Ik kijk verder naar mijn tuin. Naar het gevrij van de Mezen en naar het getrappel in het gazon.

Er vliegt een grote zwerm zwarte vogels over. Spreeuwen denk ik.  Ze zijn terug van Spanje of van Catalonië.  Dat kan ook. Ze komen in elk geval uit het zuiden. Sommigen vliegen links anderen rechts. Een aantal kiest gewoon voor rechtdoor. Een paar 100 meter verder komen ze mooi in harmonie terug bij elkaar en vliegen verder. In één grote zwerm.

De mannelijke zwarte vogels geven luid commentaar met hun enerverende ka ka kreten. Om aandacht te trekken, om af te schrikken of om indruk te maken.

Verder gebeurt er niet veel. Behalve dan dat de andere vogels geen aandacht geven aan het gekrijs. Ze doen gewoon verder. Met hun pier of met hun paringszang. Zo eisen ze ook beetje tuin-ether op.

Elk vogeltje zingt zoals hij gebekt is.

Het gaat nog goed komen.

 

Mijn eerste keer.

Waren we hier al wel aan toe?
Waren we echt al zo ver en ging het allemaal niet wat te snel?

Ik kan het me nog precies voor de geest halen.  Alsof het gisteren was. Buiten was het ijskoud. Het vroor dat het kraakte en we waren ingeduffeld als ijsberen.
De eerste keer is voor iedereen een bijzonder moment. Spannend ook wel want je kunt net voor dat ultieme moment niet juist voorspellen wat te verwachten. We hadden er al een tijdje naar uitgekeken maar de omstandigheden hadden tot dan toe nog nooit meegezeten.

Tot op dat moment. Voor de eerste keer leek het er op dat het er die dag eindelijk ging van komen. Het ging gebeuren. We hadden het er al een paar keer klungelig over gehad en waren allebei opgehitst. Hoewel we alle voorzieningen hadden getroffen en we er op dat moment allebei dachten echt klaar voor leken te zijn, stak twijfel toch de kop op. Zou het wel lukken van de eerste keer? Of eerder met vallen en opstaan zoals dat steeds het geval is bij mij?
Mijn twijfels waren heviger dan die van haar. Jonge mannen zijn daar anders in denk ik. Altijd met een grote mond maar als het er op aan komt?

We waren nog groen achter de oren en alles was nog pril. Dan ben je nooit klaar voor een grote stap. Glad ijs!

Laagje je per laagje ontdekten we hoe we er voor stonden. Spannend was het zeker. Opwindend ook. Dat konden we niet langer wegsteken.

Stuntelig en onhandig snel deden we onze schoenen uit want zo hoort het. Anders zou het nooit lukken.
Is het niet te snel? Zijn de omstandigheden echt wel de juiste?
Is het dik genoeg? Niet te nat of te glibberig glad?

De eerste keer. Ik zal het nooit vergeten.
Onzeker, niet goed wetend hoe of wat namen we een volgende stap en gingen iets verder. Houterig en onbehouwen gingen we op verkenning tot hoe ver moeder natuur ons zou brengen.

Langs de zijkanten was het nog nat en vettig maar in het midden was het glad en klaar om bereden te worden.

De eerste keer schaatsen op natuurijs. Onze pa had ons goed gewaarschuwd. Niet onder de bomen want daar zijn wakken. Daar zak je door.

Krekels

Ik staarde de hele morgen al naar de schermbeveiliging van mijn computer. De kleurschakeringen ervan waren me nog nooit opgevallen. Als ik er lang naar staar krijg ik hoofdpijn. Het kleurrijke bureaublad is handig ingedeeld. Bovenaan links verzamel ik de nuttige snelkoppelingen.  Ze brengen me met één of met hoogstens 2 klikken bij de gewenste informatie. “Sites voor professionele doeleinden.” Ze bleven al een tijdje onaangeroerd. Ook wel omdat het wat langer verlof geweest is.

Van alle MS office snelkoppelingen die links onderaan bij elkaar gepakt staan word enkel MS Word gebruikt. De rekenbladen, de relationele database-applicaties en de overige MS Office toepassingen staan er gewoon de hoop te vergroten. Misschien zijn ze daar gewoon maar zichtbaar uitgestald om indruk te maken op mezelf? Of op anderen. Wanneer die heel af en toe eens iets mee lezen en ik op die manier naar zelfbevestiging zoek, voor iets wat ik geschreven heb.

De sociale media apps prijken rechts bovenaan. Handig in het zicht. Wellicht is dat geen toeval. Waarschijnlijk staan ze daar bij elkaar omdat ik een beschik over een dominantere rechter hersenhelft. Met deze handicap behoor ik tot een select clubje van beelddenkers. Niet dat ik daar verder groot nadeel van ondervind of dat ik er mijn scherm zo voor ingedeeld heb. Neen, ik ben namelijk niet zo bezig met hersenhelften. Niet met de linkse en ook niet met de rechtse. Ook niet met indelen van computerschermen, trouwens.

Ik klik op het facebooklogo. Dat staat tussen twitter en whats app en onder het instagramlogo. De sociale media checken is een bezigheid die ik wel meer dan eens per dag uitvoer. Meestal uit verveling, vaak uit nieuwsgierigheid. Een icoon in het midden van de navigatiebalk valt me onmiddellijk op. Het icoontje dat zich rood kleurt wanneer een nieuw vriendschapsverzoek zich heeft aankondigt. Hoe mooi is dat toch geformuleerd. Er is zeker strategisch denkwerk aan vooraf gegaan. Vriendschapsverzoek. Ik lees het woord luid op en ik moet lachen. Want het brengt me helemaal terug naar vroeger. Naar de tijd toen ik met opgetrokken kousen in mijn sandalen op de speelplaats van mijn nieuwe school vroeg: “Wil jij mijn vriendje zijn?” In de choreografie van mijn denken haalt de rechter hersenhelft even voorsprong op de linkse helft maar ik duw het beeld weg naar mijn mentale prullenmand.

Een vriendschapsverzoek. Wie kan deze smeekbede zomaar negeren zonder er zich nadien slecht bij te voelen? Dus ik accepteer het net zoals ik vroeger ook gemakkelijk aanvaard werd. Gaan we knikkeren of spelen we verstoppertje? Die rechter helft toch.

De artikels op facebook worden fel becommentarieerd. Iedereen heeft zijn zeg. Van op veilige afstand wordt duchtig gal gespuwd. Op alles en iedereen.  Meningen ongezouten. Ik lees de scherpe kritiek die met dezelfde zuurtegraad opgemaakt werd als waarmee Andras Pandy zijn nabestaanden heeft opgelost. Ik word er niet vrolijker van.

Gelukkig zijn mensen in het echt leven iets vreedzamer en bedachtzamer op hoe ze het zeggen. Althans daar roddelen mensen eerder zoals krekels dat doen. Ze maken nog wel irritant lawaai maar vallen geruisloos stil als je dichterbij komt. Misschien moet ik daarom nu naar buiten om de krekels te bedaren of om een echt vriendschapsverzoek te krijgen aan een toog.

Zullen we nog een koffie drinken of had je liever iets sterker en heb je dat artikel al gelezen op facebook?

50

Het jaar is nog maar 14 dagen oud en gemeende nieuwjaarswensen worden al ingewisseld voor onheilsberichten. Rampspoed voorspellingen over niet te vermijden gebeurtenissen die dit jaar zeker zullen plaats vinden.

“Je wordt 50 he dit jaar? ” Ik denk niet dat de vraagstellers op deze retorische vraag een antwoord verwachten. Maar ze zullen het wel zo bedoeld hebben dat ik me erdoor aangesproken voel. Dus knik ik bevestigend zonder deze waarheid verder uitgebreid te bevestigen of te ontkennen. Mijn paspoort liegt er namelijk niet over. Mijn grijze haren evenmin.

Met welk doel wordt ze dan wel gesteld? Om me met de neus mee op de feiten te drukken dat mijn toekomst korter is geworden dan mijn verleden? Want dat is door de gemiddelde levensverwachting toch een statistische zekerheid. Misschien doen ze het om er hun eigen ogenschijnlijk eeuwige jeugdigheid mee in de verf te zetten? Ik weet het niet.

Het feit dat ik aanstoot neem aan deze materie laat wellicht een ontluikende midlife crisis vermoeden. Dat moet het wel zijn anders zou ik me er niet zo aan storen. 50, het cijfer galmt nog na onder mijn hersenpan. Het weerklinkt in de open ruimte die vrijgekomen is door de grijze massa die er door de tand des tijds in verschrompeld werd.

Een midlife crisis is alles behalve een amusante gebeurtenis. Ik weet er geen weg mee. Voor het eerst verdenk ik mijn lichaam van hoogverraad en meineed omdat het probeert feiten te ontkennen die voor toeschouwers en getuigen niet te verdoezelen blijken. Hoewel een strakker onderlijfje de bewijslast tijdelijk kan ontkrachten, klinkt na het pleidooi het vonnis toch onverbiddelijk. 50

Opeens word ik geconfronteerd dat ik misschien sterfelijk ben en dat er niet zo veel tijd meer overschiet om oud te worden omdat alle andere mensen opeens allemaal jonger lijken te worden. Op 49 begin ik me er al zelfs op te betrappen liever een dutje te doen dan naar buiten te gaan om er iets leukers te doen. Ik maak me zorgen over wat er nog gaat komen.

Het valt me ook op dat het andere geslacht lang niet meer zo sexy is als vroeger. Toen hun aantrekkelijke lijven nog strak en niet uit proportie oogden. Het rolletje bil valt me opeens op in dezelfde slip die het tot voor kort verborgen hield. Ligt het aan mij of is het mijn persoonlijk cijfer dat mijn zintuigen op een nieuwe manier doet waarnemen? Op een helder moment herinner ik me nog precies wat seks was al ben ik niet meer zeker hoe er met een kans op succes aan te beginnen. Al wil ik dan nog wel een spannende affaire, ik ben niet zeker of ik er de tijd en de energie nog wel voor heb.

De kleine lettertjes maken me argwanend alsof er achter elke boodschap onheil verborgen zit. Al zou het ook gewoon maar kunnen dat door een leesbril de tekst minder noodlottig wordt. Opeens lijkt het alsof ik alles al gedaan heb maar ik me niet meer kan herinneren of ik het leuk vond of niet. Ik moet me gewoonweg ook meer herinneren dan dat ik het gewoon ben. Soms denk ik zelfs dat mijn kinderen al vergeten zijn hoe ik echt ben. Dat er nog wel een kind schuilt in dat omhulsel dat ouder wordt en minder aantrekkelijk oogt. Met een rimpel meer.

Toch ben ik er van overtuigd dat mijn badkamerspiegel niet altijd de waarheid spreekt en dat hij binnenkort zal ontmaskerd worden. Net zoals jullie. En dan hoop ik maar dat jullie jullie verdiende straf niet zullen ontlopen. Dat jullie zich ook in een strakker onderlijfje zullen moeten wringen. Of in een korset met walvisbaleinen. In een vruchteloze opging om er dan net zo sexy te blijven uitzien dan ik.

Schaamhaar en zeepresten

Ouders en volwassenen. Mat ze af! Put ze uit en breek hen! Doe al wat in je bereik ligt en wat je nodig acht om hen af te peigeren. Maar doe het grondig en nauwgezet. De hele dag door desnoods. Zo niet zullen ze ’s avonds niet moe genoeg zijn om er de bovenhand over te krijgen. Van jou wordt niet verwacht empathisch te zijn want jij bent een puber. Jij bent immers het middelpunt van het universum.

Ouders. Met een eenvoudig dagelijks ritueel maak je er watjes van en blijven ze in het gareel. Ze zijn maakbaar. Jij hebt de touwtjes in handen. Jij bepaalt hoe je het wil. Begin niet te vroeg en niet te laat. En maak er een levenswerk van. Later zal het opbrengen.

Ten eerste. Stel de dag zolang mogelijk uit. Van zodra ouders merken dat je wakker bent en je ongewild hun  aandacht hebt opgeëist willen ze het immers anders. Anders dan hoe jij het graag wil. Nadat je uit bed bent gerold, kunnen ze al ongewenst de badkamer binnen vallen om te controleren of je tanden poetst en haren wast. Deze vernederende daad geeft hen de controle die jij liever voor jezelf had behouden. Je schaamhaar trimmen of masturberen in het bad wordt een gesel voor je oren.

Blijf weerstand bieden. Schreeuw, stoot bemoeizucht af en weiger snelheid en efficiëntie. Zelfs al willen ze je verleiden met gebakken spek en koffiekoeken. Immers daar wordt je wakker en alert van. Mogelijks heeft voeding ook een effect op je humeur. Sta deze indoctrinatie niet toe!

Mocht je toch overwegen de stop van het bad uit te trekken vergewis je er dan eerst van dat schaamhaar en zeepresten niet mee zijn weggespoeld. Laat natte handdoeken achter. Het liefst op een bolletje in de kuip. Scheer je absoluut niet en laat je haren groeien. Liefst zo lang mogelijk.  Doorgaans worden ouders hierdoor aan hun eigen jeugd herinnerd toen ze zelf nog haar hadden. De kans is dan niet onbestaande dat ze nostalgisch of weemoedig worden. Minder waakzaam of zelfs labieler. En dat is je doel.

Probeer na je bad ook zeker onmiddellijk een Mars of een Twix.  Maar doe dat absoluut voor het ontbijt. Dit zorgt voor frustratie en wanhoop. Refuseer vanaf dan nadien elk normaal ontbijt. Zelfs al oogt dat smakelijk of gezellig. Laat je zeker niet in verleiding brengen door met suiker bedekte muesli of chocolade granen zelfs al worden deze aangeboden in een reep en lijken ze in een tv reclame echt wel lekker. Hoewel ze meestal erg zoet zijn en grotendeels uit suiker bestaan is de kans niet gering dat er vitamines inzitten. Weer deze uit je dieet en negeer fruit.  Ook in sla vorm. Eet je toch een boterham zorg dan voor voldoende kruimels naast je bord en onder je stoel. Smeer desnoods een beetje choco in de boter indien de situatie dit vereist.

Verdwijn nadien naar je kamer.  Laat er sokken, ondergoed, spelletjes en schoolboeken door elkaar rondslingeren. Dit zal volwassenen verwarren. Ze kunnen onmogelijk begrijpen dat een kamer rommelig dient te zijn.  Een rommelgrot onderdrukt jouw behoefte om ze op te ruimen en ze nadien netjes te moeten onderhouden.  Geef niet toe aan dit privilege. Wissel voldoende van scherm en vergeet nooit dat een Xbox je nooit zal verwijten dat je er tegen roept. Tenzij je het niet hard genoeg doet.

Slapen is voor bejaarden. Vermijd het, koste wat het kost. Speel, sms en lach luidruchtig.  Friemel desnoods met jezelf tot je zakdoeken krokant zijn en verberg ze nadien onder je matras. Zet je wekker ook absoluut voor je favoriete serie, zelfs al wordt deze om 4 uur ’s nachts uitgezonden op Netflix. Indien je ouders hier over beginnen zeuren verleng deze periode dan zo lang mogelijk. Want mochten ze toch uitgerust raken zouden ze morgen alleen maar nieuwe manieren kunnen bedenken om je het leven zuur te maken. Laat je niet intimideren door dreigementen en houd lang genoeg vol. Dan pas zullen volwassenen bezwijken en als eerste in slaap vallen. Dit is het uitgelezen moment om de cola en de chips die van gisteren nog in je nachtkast verstopte, te verorberen. Verberg nadien de verpakkingen eveneens onder je matras bij de rest van het gft afval.

Het is hard labeur om volwassenen onder de duim te krijgen en ze juist op te leiden. Maar indien je volhard in dit ritueel, zal je zien dat de inspanningen op langere termijn lonen.  Ouders. Uiteindelijk binden ze wel in en geven ze wel op want morgen wacht hen een drukke werkdag. En als ze niet werken moeten ze wel dingen bedenken om het voor iedereen een beetje leuk te houden. Ook voor zichzelf en met een ongelukkige puber lukt hen dat nooit.

Inlegkruisje

Deze dag voelt alsof het inlegkruisje in mijn slip omgekeerd zit. Niet dat ik ooit al een inlegkruisje in mijn boxer heb gelegd, voor alle duidelijkheid.
Waarschijnlijk daarom dat het er verkeerd in plakt.
Ze zouden dat trouwens beter inkleefkruisje noemen want ik ben er achter dat eens de strips verwijderd zijn en je dat in je slip legt de kol aan je kloten plakt. Gesteld natuurlijk dat je als vent een inlegkruisje in je slip legt.

“Waar gaat dit naar toe?”: bedenk ik me als ik het neerschrijf.
Verveling doet rare dingen in mijn hoofd.

Dan maar naar een nieuwjaarsdrink? Straks?
Naar mensen gaan kijken die op volledig kosteloze manier hun alcohol peil op niveau trachten te houden. Onder het voorwendsel om eens onder de mensen te komen. Onder lotgenoten die worstelen met hetzelfde excuus. Mensen, die hoewel ze ongeveer 2 dagen geleden plechtig beloofd hadden, eens het nieuwe jaar aangevat, ze hun alcoholinname ernstig gingen beperken. Maar nu toch dat zelfde keeldebiet benaderen als pakweg 3 dagen geleden.
Hoewel het redelijk fris is ga ik niet naast een vuurkorf staan. Het waait ook te hard. Al de was en de strijk is gedaan en als ik naast een vuurkorf ga staan ruik ik straks net als een gerookte paling. Of word ik een wandelend rookgordijn en geef ik verkeerde signalen.
Verkeerde signalen of niet. Ik ga zeker geen “naar oude vrouwen ruikende oude vrouwen” kussen.
Vrouwen waarvan de bordeaux lippenstift die ze op hebben te lang in de schuif gelegen heeft en te droog is waardoor de smurrie er met stukken en brokken ophangt.
Als ik ga, moet ik misschien toch beter eerst dat virtuele inlegkruisje van mijn ballen trekken om de mij omringende medemens niet te shockeren met mijn opgewekt humeur.
Ware het niet dat ik op deze manier een paar gemeentelijke opcentiemen kon recupereren … ik ging niet.

Dus schol aan de milde gever. Mezelf dus.

Flipperkast

Het is een onbetaalbare luxe om zo maar 15 dagen uit mijn agenda te kunnen scheuren. Er volledig tussen uit te knijpen en er gewoon mee weg te komen. Ik besef het en ik voel me geprivilegieerd. Er bestaat niemand die het meer waardeert dan ik.

Voor mijn break zat een volledig jaar verpakt in 15 dagen. Al wat normaal over een wat langere periode gespreid wordt, zat nu tussen kortere mijlpalen op elkaar geperst. Dood en feesten met een verjaardag als apotheose.

Veel grotere contradicties zijn er niet. Al had een geboorte of lottowinst het plaatje misschien wel helemaal compleet gemaakt.  En toch is het allemaal op de een of andere mysterieuze wijze wel gelukt. Op een vreemde manier kreeg alles en iedereen wel een plaatsje en een pakje met wat warme aandacht op het juiste moment. Maar het was soms geen sinecure.

In de flipperkast van het leven sprongen alle bellen en lampjes tegelijkertijd, fel hectisch aan en uit. De ijzeren bal vloog in een onhoudbaar tempo, oncontroleerbaar over het speelveld terwijl ik als een gek flipperend dat ding probeerde in bedwang te houden. Ik kreeg door dat in dit spelletje geen plaats is voor winnaars en na een paar extra ballen en wat gratis credits hield ik het voor bekeken. Game Over. Want zo eindigt het toch steeds. Met steeds weer datzelfde irritante geluidje.

Loslaten biedt ruimte en maakt plaats voor iets anders zeggen levensprofeten. Ze hebben overschot van gelijk weet ik nu. Ik ben dan ook vast besloten in de toekomst nog meer platte rust te nemen. Gewoon doen zoals nu. Bewust niets met toegewijde ambitie tot nog minder. Om de boel terug op te laden.

Ik zal de rattenkoers koppig blijven ontlopen. Me er vast besloten ver van afwenden tot de op de laatste dag. Tot alle 15 dagen gevuld zijn met onbetaalbare onbenulligheden.  En dan zal ik mijn agenda vast nemen. Om er een volgende time-out in vast te leggen zodat ik me zelf scherp houd en niet meegesleurd word in dingen die er niet toe doen. Zoals in een zinloos flipperkast spelletje.

Een kanten slipje en een pyjamabroek met strepen.

Wat ik al een tijdje vermoedde. Mijn dagen zijn geteld. Ik ben niet meer nodig. Mijn bestaansrecht is bedreigd. Ik ben even overbodig als zonnecrème in de winter. Ik voel me als een beer op de Noordpool.

Voor mijn denkbeeldige ogen loop ik in een lange rechte rij naar een recyclagepark. Voorgegaan en gevolgd door dezelfde nuttelozen. Overtollig en redundant! We slenteren naar een park waar walkmans uit de jaren 80, computers, oude tv’s of cd-spelers gesorteerd en geperst worden tot nieuw, herbruikbaar recyclage-ijzer.

Jarenlang duwde ik de signalen weg. Alsof ze niet bestonden. Alsof het wel allemaal wel zou overwaaien. Sinds vanmorgen mag ik echter mijn ogen niet langer sluiten. Ik moet het onder ogen zien. Ik mag het sein niet negeren.  Dat mijn lot bezegeld is.

Vroeger zat ze mij op te wachten. Met gekookte eitjes en confituur. Ze wachtte geduldig op warme broodjes en koeken van bakkerij Verhelst. Dat waren de beste. Zeker die met krieken of met ingebakken chocolade. En op de krant. Op zaterdag konden we dan lang ontbijten. Zij, in een kanten slipje en een oud T-shirt. Ik in mijn hippe, tot op de draad versleten pyjamabroek met strepen. We hingen dan door tot ver na 12 uur. Met koffie, vers geperst sinaasappelsap en elk ons deel van de weekendkatern. Ik met de neus in sport en de politiek. Zij in de lifestyle- of in de reisbijlage. Halverwege wisselden we dan even om interesse te tonen in wat bij de andere zo lang de aandacht had opgeëist. Kans groot na de 2e lezing dat slipje en die verhakkelde pyjamabroek van ons lijf gleden en nog een paar uur bleven rondslingeren onder de keukentafel.

Toen ik vanmorgen van de bakker binnen viel met dezelfde broodjes en koeken, èn de gazet, viel het me op dat alles opeens anders was. “Ik had al afbakbroodjes in de oven gezet. Is dat geen verspilling? Zoveel koeken?”. De krant bleek ook overbodig want de IPad had al het nieuws al binnen gegooid. De sport en de nieuwe lifestyle. De zacht gekookte eitjes ontbraken. Het slipje ook maar het sinaasappelsap was er wel. In een vierkant tetra pak. De krant bleef onaangeroerd  en een kwartier later spoelde de vaat de kruimels van onze borden proper.

Met heimwee blik ik terug op dat paradijs van vroeger. Toen ik nog voor meer dan 10 dingen het gepaste instrument was. Toen ik op zondagmorgen nog facteur van dienst mocht spelen om een krant te brengen.  Of glazenwasser, die meer aandacht mocht hebben voor de taferelen die zich achter het glas afspeelden dan voor de strepen die zijn zeemvel achterliet. Af en toe werd ik zelfs joystick van een apart X-box-spelletje. Op de keukentafel, als melkboer.

Wij venten doen er niet meer toe. Al langer hoe minder. We worden meer en meer vijfde wiel aan de wagen.

Misschien hebben vrouwen zich gewoon veel beter aangepast aan de moderne wereld dan wij mannen. En lopen we daarom een beetje achterop in onze processie van Echternach. Wij leven immers al beduidend korter dan vrouwen. Is dat geen voorteken?  Een bewijs van onze zwakte? Ons zelfvertrouwen wordt ook meer en meer op de proef gesteld? Zeker nu vrouwen het steeds meer met elkaar beginnen doen. En zelfs manloos moeder worden, zonder onze tussenkomst. Het wordt stilaan ernstig.

Ze spelen het allemaal op hun eentje klaar. Vanzelf. En dan vraag ik me af of ze zich soms schuldig voelen. Omdat ze ogenschijnlijk zelfrijdend door het leven fietsen. Als grote overwinnaar van de oorlog der seksen?

Wij venten daarentegen moeten dringend gereanimeerd worden opdat we niet vervagen. Misschien kunnen vrouwen een handje helpen. Ons af en toe kunstmatig, mond op mond beademen zodat we niet uitsterven en achter glas terecht komen. Achter een vitrine van een of ander museum. Tijdens een expositie van andere, met uitsterven bedreigde diersoorten.

 

Zweet en testosteron.

Ik loop gevaar. Misschien haal ik de morele Vlaming en bij uitbreiding een groot deel van de wereld over me heen. Wellicht zal #metoo zich roeren. Mogelijkerwijs zullen feministen me uitbraken en word ik door hen straks leidend voorwerp als een brandend slipje of een smeulende BH.

Meer dan 20 jaar bracht ik door in een kleedkamer van een handbalploeg.  In dat venten hok rook het naar mannenzweet en proefde je testosteron. Zeker na een overwinning. Opgenaaid door adrenaline en te veel gulzige pinten deden we rare dingen. In geen tijd kon de elite van het Vlaamse handbal dan muteren tot heel veel helaasheid der dingen.

Lag je op je buik op de massagetafel liep je risico op hars in je reet.  Eens onder het stortbad lachten we met elkaars piemels. Alle formaten werden even hard op de korrel genomen. De te grote, de te kleine, de te dunne en de te dikke. Met te veel schaamhaar werd ook gelachen. Het was per slot van rekening nog steeds de jaren ‘90. Een bijgeknipt plukje werd nog wel getolereerd maar te veel al-qaida was in dat tijdperk ook al uit den Boze. Was je niet genoeg  getrimd, werd spot en nijd je deel. Voor de rest van de avond.

We urineerden onopgemerkt tegen elkaars benen of knepen shampooflessen leeg tot iedereen een Fellaini kapsel had. Al heette dat toen zo nog niet. Toen was dat nog gewoon een Michael Jackson-coupe omdat de King of Pop toen nog gewoon een zwarte was met Afro haar dat een beetje te bol stond. In die tijd was hij nog niet af gebleekt en accordeerde zijn Afro-neus nog helemaal met de rest van zijn tronie.

Naakte branieschoppers waren we. Macho’s met afgetrainde torso’s maar met een te klein of een te groot pietje. Of een te dik dat kon ook.

De grootte van onze mond en de vunzigheid dat we ermee uitkraamden was omgekeerd evenredig aan de grootte van ons zelfvertrouwen en de gevoeligheden die we er probeerden mee te verdoezelen. In de kleedkamer golden nu eenmaal heel andere wetten. Onoverwinnelijk waanden we ons. De zwaksten moesten er van tussen.

Met geribbelde pint in aanslag schopten we keet en zongen uit volle borst en in een valse toonaard: “Hete wijven voor de werkman.” De kans niet onbestaand dat nadien “De-keizer-van-China” en “De-Dochter-van-de-Paster” in alle uithoeken van de kleedkamer door iedereen werd mee gekweeld. … Ne keer langs hier.. ne keer langs daar.. ne keer langs voor… ne keer langs aahaaaachter…

Sommigen echter, bij wie het licht al gedoofd was en bij wie de hersencellen begonnen op te spelen tegen zo veel kuddegedrag, beperkten zich enkel nog tot: “Blote Tetten” en “Ein Prosit!”

Van fijnbesnaarde gevoeligheid mocht je ons niet verdenken. Van gemeende vrouwvriendelijkheid al evenmin. Toch niet in de kleedkamer. We gedroegen er ons als lompe boeren. Na winst werd de kleedkamer een vunzige concertzaal. Een soort van cantus vol platte liedjes met stomme teksten waarin vrouwen de hoofdrol kregen als lustobject of handig gebruiksmiddel. “Buurman wat doe je nu?”

Maar het was geen seksisme.  “Blote Tetten of Kleine Pietjes” waren geen luidruchtige uitdrukkingen van vrouwelijke of mannelijke onderdrukking. Wat we in gedachten deden als Keizer-van-China en met de Dochter-van-de-Paster was groen en onschuldig gestoef. We deden het toch niet bloot op de straat. Het was toch niet echt?

Met dat onhandig haantjesgedrag blonken we enkel onze denkbeeldige pluimen op. Omdat we hoopten dat ons kleurenpalet zo wel een beetje meer zou opvallen als we straks tussen de echte kippen moesten laveren.

En dan moet ik eerlijkheidshalve nog toegeven dat wanneer de eerste slow door de luidsprekers galmde ik mijn portefeuille wel eens vooraan in mijn onderbroek gestoken heb. Om hem niet kwijt te raken denk ik.

 

 

 

Alles komt goed.

2 minuten rust gun ik me nu.
Om even afstand te nemen van de drukte en het gedoe.
De voorbereidingen van zo een feest zetten altijd al mijn zintuigen op scherp.
Zal er genoeg zijn? Alle alarmbellen beginnen te rinkelen.
Zal het wel lekker zijn want zo een homp vlees bak ik niet alle dagen?
Een uur op 160 of 50 minuten op 180°?
Moelleux? Moeten die gebarsten zijn of net niet? Meus en Huysentruyt spreken elkaar tegen.
Mijn hart slaat sneller dan gewoonlijk en er vormen zich pareltjes zweet op mijn slapen. Ben ik aan ’t panikeren?

“Doe maar gewoon”: fluistert iemand. “Alles komt altijd goed.”
Ik weet dat ik dat altijd zeg als iemand door de omstandigheden in overdrive raakt.
Ik ga languit op mijn bed liggen en overloop in gedachten alle lijstjes.
Als ik gewoon doe, rustig blijf en vertrouw op mijn intuïtie zal het goed komen, zoals het dat altijd wel doet.
En als het iets te is of als net niet genoeg zal men me daar niet voor afschieten.
“Het komt wel goed.”
“Alles komt altijd goed.”

Laat je niet opjagen. Vergeet niet te genieten van de zorgvuldigheid die je besteedt aan het koken. Als je de kalkoen vult, je wildstuk lardeert of je pan déglasseert. Je doet het voor de mensen die je graag ziet.

Straks wordt de kamer gevuld met gezellige luidruchtigheid die de temperatuur van je gebraad zal relativeren. De ingezakte moelleux zal niet eens opmerkt worden.

Geniet van wat op je bord komt maar toch vooral van elkaar!
Fijn kerstfeest aan iedereen die van goeie wil is en niet vergeten.
Alles komt goed! Dat doet het altijd.

 

Geesten van het verleden.

Persoonlijk zie ik me eerder als iemand die meer vooruit blikt dan achteruit.
Ik probeer vandaag te leven. Met mijn wortels in het nu. Om niet omver geblazen te worden door gisteren.
Dat lijkt me een goede manier. Misschien is dat de juiste tactiek voor mezelf. Om te leren leven met de ervaringen uit het verleden maar met de blik gericht op wat nog moet komen.
Vooruit, met gedachten en energie gericht op de toekomst. Of op straks.

Ik ben soms wel eens nostalgisch. Op die momenten blader ik graag in een oud fotoalbum. Dan komt wel eens een beeld of een geur helder terug op de voorgrond. Maar ik bewaar geen stapels krantenartikels of schoolrapporten. Tenzij op zolder ergens in een vergeelde doos. Maar dan niet om er sentimentele herinneringen in gevangen te houden. Maar omdat ze deel uitmaken van wie ik ooit was.  En opdat mijn kinderen straks ook nog weten wie ik ooit geweest ben wanneer ik het zelf vergeten ben.
Als ik iets 2 jaar niet gebruikt heb gooi ik het doorgaans weg. Om maar te zeggen. Mijn geschiedenis is niet zo belangrijk. Ik ben er niet heel erg mee bezig. Dacht ik. Tot de laatste dagen. Tot deze week.
Deze week was een ongewone week. De stekker werd uit een verleden getrokken. Daardoor kwam ik in contact met een deel van mezelf dat ik vergeten was. Door de gesprekken kwamen herinneringen binnen die me terug brachten naar mijn roots. Of ik het wou of niet. Of ik ze wou zien of niet!
Ik kwam opnieuw op al die plaatsen, bij al die mensen, bij al die geesten uit het verleden.
Ze hielden zich wellicht al die tijd ergens stil verscholen op een plaats mij onbekend. Ergens in een klein donker plekje van mezelf. Maar ze waren er nog. Ze zijn nooit weg geweest.
De laatste dagen werd ik door de gebeurtenissen achteruit geslingerd en door de tijd terug gereisd naar al die plaatsen. Waar ik al was geweest. Lang geleden.

In een boekje bij de dokter las ik ooit. Het leven draait rond in cirkels. Ik zal zeker mijn voorhoofd gefronst hebben en zonder er verder aandacht aan te geven gedacht hebben: “Ja, dat zal wel!”
Maar als het wel zo is, helpt het misschien dat ik voor ik weet waar ik naar toe ga, eerst probeer te achterhalen waar ik al geweest ben.
Dan komt het verleden en de toekomst straks bij de volgende slingerbeweging misschien samen en worden 2 dimensies op mysterieuze wijze terug verenigd.
En dan zal ik de persoon die ik toen was misschien wel herkennen om te beseffen dat ik dat was!

Tweeduizend-vroeger.

De wereld wordt langzamerhand wit geschilderd. Het open vuur knettert en vult de kamer met een gezellig ruikende warmte. Dennenhout gok ik. Want het vuur verteert het hout te snel om beuk of eik te zijn.
De gelige verlichting langs de straatkant projecteert de schaduw van vallende sneeuwvlokken tegen het strakke, voile gordijn.
De meeste pakjes onder de boom zijn verpakt in goud of zilver. Rood kan ook. Tenzij de cadeautjes voor de kleinsten bestemd zijn. Dan mogen ze ook felblauw of roze.
Als je zelf al op jaarlijkse cadeautjes rooftocht geweest bent, weet je aan de verpakking alleen al uit welke etalage ze komen. Als je ze schudt ken je de inhoud. Meestal toch. Ik deed het elk jaar opnieuw. In het geniep. Wanneer er niemand thuis was en zeker niet betrapt kon worden.
Het rode pakje met het gouden strakke, in professioneel gedraaide krullen is parfum. Want er plakt een stickertje op. ici paris xl. Dat zie je, als je van dicht genoeg kijkt.
De flessen voor de mannen haal je er ook uit. Straf spul van Prik & Tik. Of hele dure rode. Dat kan ook.
De kleinste pakjes zijn de duurste. De grootste het goedkoopst. Want die moeten door hun omvang goed maken wat er maar voor betaald werd. Een nieuwe pmd vuilbak is een kanshebber, gis ik.
Al zou ik dit jaar ook wel eens dat kleinste doosje willen maar dat zal voor volgend jaar zijn.
Het maakt niet veel uit.
Er zijn al 5 echte glazen ballen aan gruzelementen gevallen. De eerste kerstbal brak toen ik het kleinste pakje wou verbergen tussen de naalden en de lichtjes. De laatste toen mijn eega een passende plek zocht voor het grootste pakje.
Het maakt niet zo veel uit.
Volgend jaar moeten er toch nieuwe gekocht worden omdat deze verzameling niet meer compleet is. En omdat er geen 2 verschillende soorten tegelijkertijd in mogen. Dat vloekt. Gelijk een tang op een varken. Zegt ze. Ze zal wel gelijk hebben want ik ken niet veel van kerstballen.
De feestdis staat ook op punt. Geen gevulde kalkoen met airellen en gestoofde peer met kroketten maar iets met lam en verloren groenten. En creme brulee als dessert. Alleen mag ik niet vergeten te zorgen voor een keukenbrander. Het oog wil ook wat. Anders blijft het gewoon maar creme patissiere met suiker. Ook niet slecht maar niet zo chique.
Het maakt niet heel veel uit.
Eigenlijk maakt het niets uit. Want één stoel zal onbezet zijn. Die van onze pa. En hij vond het allemaal niet zo belangrijk. De ballen, de dure rode of de paris xl. Die werd gewoon elk jaar opnieuw al gelukkig met die paar woorden die steevast de pakjesavond inluidden…Van je kleinkind Noor, Thijs of Dries, Bornem 1 januari “tweeduizend-vroeger”…

 

Stem

Ik wil niet laten blijken dat het me soms allemaal zwaar valt.

Ik wil niet zielig zijn en al helemaal niet pathetisch overkomen. Hoe simpel zou het leven zijn als ik er oppervlakkig zou kunnen door fietsen. Zonder moeilijke vragen. Zonder antwoorden die ik niet ken. Of hoe het verder gaat of zou moeten gaan?

Ik zoek toch geen geforceerde goedkope aandacht of airtime om zo maar wat te praten? Over koetjes en kalfjes of over wat er echt speelt?
Natuurlijk stoort het me dat ik je niet op val. Dat ik helemaal radio stil en geruisloos onder jouw radar blijf manoeuvreren. Dat het voor jou gewoon niet belangrijk genoeg is. Misschien is het dat ook gewoon wel? Voor jou. Van geen enkel belang.

Dan zwijg ik ook maar. Ogenschijnlijk ook onverschillig of niet geïnteresseerd. Maar eigenlijk sta ik mezelf gewoon toe om weerloos te ondergaan en af te wachten op wat er komt of niet komt.

Als jij er mee zat had je dat toch al laten blijken? Dan was je er toch al over begonnen? Je had dat dan toch al op de een of andere manier kenbaar gemaakt. Of bespreekbaar? Al dan niet subtiel? Of met geroep en getier?

Misschien beeld ik het me allemaal maar wat in en worstel ik er alleen maar zelf mee. Dan hoef ik er jou toch niet mee lastig te vallen? Dan zit het gewoon tussen mijn oren te wachten op een verlossende bevrijding die niet komt.

Tijdverlies!

Maar die constant twijfelende innerlijke stem hoor jij niet. Die praat alleen maar tegen mezelf. Luid en klaar. Ze heeft het steeds verwijtend lang over elk uitvergroot klein ingewikkeld detail van mezelf. Maar zo geruisloos stil zodat jij het zeker niet hoort…

 

 

 

Lichtje…

Als ik het hem zelf oplepel biedt hij nagenoeg geen weerstand. Bij de verpleegsters lukt het minder goed. Bij hen houdt hij de lippen stijf op elkaar. Hoewel er nauwelijks nog energie in dat oude lijf zit, wringt hij toch nog tegen. Van hen moet hij het niet. Bij hen denkt hij wellicht: “peinzen die nu echt dat ik die bocht ga opeten?”
Als ik dan met dat oranje papje kom aanvliegen gaat de val wel open. Traag weliswaar maar ze gaat open. Dan hapt hij dat groentesoepje zonder kauwen toch naar binnen. Niet meer zo gulzig als vroeger, toen ons ma telkens vroeg: “moet je geen schop hebben?” Maar dan met wat meer boze emotie dan dat ik het hier laat uitschijnen.
“Moet je geen schop hebben? Of een riek?” Dat zei ze steeds wanneer ze zich ergerde aan zijn tafelmanieren.
Tafeletiquette. Dat is nooit zijn sterkste punt geweest. De discussies aan tafel waren dan ook vaak hilarisch. Zeker wanneer hij haar provoceerde. Als hij dan smakkend vroeg: “Die erwt? Die ga je die echt ineens in je mond proppen? Of ga je die eerst nog eerst in 4en snijden?” Kans groot dat de jus van de wekelijkse rosbief op dat eigenste moment via zijn kin, op zijn pas gesteven zondagse broek druppelde.
Hij probeerde zich dan soms te verontschuldigen dat hij altijd snel en gulzig moest eten. “Dat het nog een gewoonte was van vroeger. Van tijdens de oorlog.
Als je toen niet rap was, had je niets. Dan moest je een week op de vod bijten.” Ik hoor het hem nog zeggen. Het lijkt weer alsof het gisteren was.
Vandaag kost het allemaal veel meer moeite. Er lukt haast niets meer. Als hij rechtop zit, zakt hij na een paar minuten ongemakkelijk, onnatuurlijk onderuit. Als hij neerligt wordt hij geplaagd door ellendige hoestbuien die hij amper nog de baas kan. Het oogt allemaal heel zielig. Ik heb compassie met onze oude snaak.

Het gros van de dag zweeft hij tussen slapen en soezen. En als hij bij is, is de blik in zijn ogen vaal en afwezig. De guitigheid die eens zijn handelsmerk was, is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor glazige afwezigheid.
Tot voor kort dwaalde hij nog rond in zijn persoonlijke tijdzones en mengde hij zijn gedachten en herinneringen in de verkeerde volgorde. Maar hij was op zijn manier nog aanwezig. Nu rest enkel nog die wazige blik die geen emoties meer schuil houdt.
Soms snak ik zelf naar wat ruimte in mijn hoofd. Hij heeft er teveel van. In het leven zijn maar weinig dingen juist gedoseerd of zijn ze ter beschikking op momenten dat je ze van doen hebt. Denk ik ongepast.
Een schone oude dag? Zo zegt men het. Vandaag echter ontging de schoonheid mij helemaal.

Als een leven wegglijdt en uitdooft, rest niet veel schoonheid of grandeur. Dan rest enkel nog stille eindigheid. Tot op het moment dat hij heel even opflakkert en heel stil, haast onverstaanbaar prevelt. “Jij bent mijn beste vriend he?” Dan was er heel even weer een heel klein lichtje dat de droevige duisternis helemaal op lichtte.
Morgen krijgt hij chocomousse. Misschien gaat hij dan opnieuw op de tafel dansen.