Vanaf morgen zal ik schitteren.

Vandaag was het Blauwe Maandag, de dag waarvan we allemaal aannemen dat hij de meest deprimerende van het jaar is. Ik ben niet helemaal zeker of dit jaar, blauwe maandag die competitie met de andere dagen mag doorstaan want laat er ons niet flauw over doen, er zijn er wel wat geweest, sombere dagen. Als ik mezelf in de spiegel inspecteer en stil sta bij de vraag, hoe ik die blauwe dag van dit jaar waardeer, geef ik hem op de schaal van de treurnis een ondermaatse vier. Want geef toe de wereld stond niet stil.  Blue Monday had voor wat de poleposition betreft geduchte kandidaten. Mijn bankrekening mag er dan niet op achteruit gegaan zijn, voor al de rest was het een boerenjaar om nooit, of om voor altijd te vergeten. Denk maar eens aan die sinistere avondklok, daar wordt een mens toch niet vrolijk van? Ik heb het dan nog niet eens over die onheilspellende Engelse en Zuid Afrikaanse mutanten die ons laf besluipen of over het feit dat zowel Maradona als Kobe Bryant hun pijp brak.

Het afgelopen jaar ben ik niet met lopen begonnen en aan wandelen is een einde gekomen. Ik wijt dat hoofdzakelijk aan mijn oude, versleten botten, want er was werkelijk niemand waarbij ik terecht kom om samen met mij uit te zoeken hoe ik aan nieuwe degelijke wandelschoenen kon raken.  Van al mijn vrienden en kennissen is die vriendelijke zwarte man van Post-Nl diegene die mijn deur het meeste plat liep. In het laatste pakje dat hij afleverde, zaten 5 splinternieuwe powerlines. Eindelijk kan ik beschikken over vliegensvlug internet op ‘t wc, in de badkamer, op de zolder, en zelfs in de patattenkelder zodat ik overal in huis mijn allergrootste ergernis van de Lockdown kan onderdrukken, namelijk die dekselse buffering op pornhub.

Wat mij betreft mag volgend jaar Blue Monday terug op één want dit jaar ga ik echt opnieuw gekke dingen doen. Ik ga zeker poedelnaakt zwemmen in een zoute zee in het noorden. Ik zal meer dan eens de karamel van een potje crème brûlée breken in een veel te duur restaurant.  In het bijzijn van al mijn vrienden zal ik een scheet laten die langer dan vier seconden duurt en ik wil een pasgeboren kalfje nog eens aan mijn vingers laten likken. Kortom, vanaf straks zal ik terug schitteren…ook al is het maar in mijn dromen.

Arrogante desillusie…

Zo een stoere rebel ben ik, dat het enige Witte Huis dat ik deze week bestormde, een bouwvallig luchtkasteel bleek te zijn dat ik in mijn hoofd had opgetrokken. In tegenstelling tot de gewelddadige Amerikaanse beeldenstorm bestond mijn ingebeelde reis van deze week alleen maar uit ongevaarlijke gedachtensprongetjes in min of meer aangenaam gezelschap.  Nu mijn trektocht achter de rug is realiseer ik me weer dat mijn tijd kort wordt en ik me beter een beetje zou haasten om ervoor te zorgen dat ik ooit bereik waarvoor ik hier ben. Hoewel die druk soms dwingend kan zijn, laat ik me door niemand opjagen. Ik ben mijn eigen baas. Hij, en hij alleen zal me ten gepasten tijde laten weten wanneer ik eraan moet beginnen en in het slechtste geval kom ik er wel achter wanneer de omstandigheden me ertoe dwingen.

Ik blijf geduldig want mijn leven is toch maar een eindeloze speurtocht met als speelveld een ongekend terrein waarop ik probeer te achterhalen hoeveel ik ertoe doe, en hoeveel niet. De enige hulp die ik daarbij heb, is een onleesbare kaart waarop wegen en kruispunten kriskras door elkaar lopen. Om de juiste bestemming te zoeken of om de afmetingen en de grenzen van mezelf te vinden, kan ik me enkel baseren op een onbegrijpelijke legende die me tegenstrijdige instructies toont. Hoe langer mijn ontdekkingsreis duurt, hoe vaker ik tot de vaststelling kom dat mijn queeste misschien alleen maar als doel heeft, dingen te vinden die ik niet bezit maar waarvan ik wenste dat ik ze had, en dingen kwijt wil waarvan ik eigenaar ben maar wenste dat ik ze niet had. Maar dingen zijn onbelangrijk, schoonheid daarentegen… Piekeren over streven naar het onbereikbare doet me er met open mond naar gapen, tot ik helemaal ondersteboven hang en tot mijn hart op dit papier uit mijn mond valt. Inzicht in mezelf en kennis van hoe ik in elkaar zit en is één ding maar wanneer je er teveel van hebt wordt het soms iets om bang van te zijn.

Nu ik herlees wat ik hier neergeschreven heb, kom ik tot de conclusie dat ik veel goed klinkende woorden bezit maar over veel te weinig daadkrachtige acties beschik die ermee overeenstemmen. Misschien is mijn leven gewoon maar wat prutserij dat ontstaat uit woorden die mijn bestaan interessanter proberen voor te stellen dan het in werkelijkheid is en wordt de zinloosheid ervan maar gemeten aan het aantal tegenstrijdige woorden dat ik erover op papier kan zetten. Laat dat nu zijn wat ik tegenwoordig nog doe, ik pieker, maak koffie en bezwijk aan suïcidaal nihilisme dat ik neerschrijf.

Mogelijks wil ik gewoon dat iedereen mij leuk vindt en zelfs dat idee op zich is een arrogante gedachte. Met die aanmatigende desillusie ben ik ooit al eens bijna aan mijn einde gekomen, vorige week nog, toen ik aan deze zoektocht begon.

Tabula rasa met een ontsmette ziel.

Mijn computer doet het niet. Althans, hij doet de dingen die ik hem vraag wèl, maar véél trager dan ik het van hem gewend ben. De cursor in het midden van mijn beeldscherm draait onophoudelijk cirkeltjes alsof het mij wil laten weten, niet te kunnen beslissen om ergens mee te starten of om ergens mee te willen stoppen.  Dit fenomeen is, door de crisistijd waarin we ons bevinden, mij niet geheel vreemd.  Omdat de beperkingen van de dag me niet kunnen blijven achtervolgen, mag ik zonder me te schamen vervallen in uitstelgedrag over dingen die ik nog zou moeten doen. Soms heeft dat als gevolg dat ik net zo vast kom te zitten als de computer die zucht, kreunt en toertjes draait over wat ik van hem verwacht.

‘Herstart eens’: dicteert ze me onachtzaam, zonder oogcontact te verliezen met het scherm van het mobieltje waarmee ze belangrijke dingen lijkt te doen.  Aangezien ik evenveel kennis over computers bezit als over Taxidermie, doe ik zonder nadenken wat ze mij opdraagt.  Zonder nadenken doen wat mijn vrouw me oplegt, stuit normaliter bij mij op meer weerstand, maar gezien de situatie maak ik met minder zeiken dan gewoonlijk een uitzondering. Zij werkt per slot van rekening toch al een eeuwigheid op de ICT-afdeling van een gerenommeerd communicatiebedrijf. Ik ben het zeker dat haar bazen enorm tevreden zijn over het werk dat ze dagelijks levert, ook al bestaat haar persoonlijke bijdrage aan het oplossen van problemen er soms alleen maar uit om die ene magische vraag te stellen, ‘Heb je al eens geprobeerd om terug op te starten?’ Om het in mijn hoofd en naar mijn aanvoelen allemaal nog een beetje erger te maken, beveelt ze kortaf, bovenop de goedbedoelde hulplijn die ze mij al toesmeet nog: ‘Control, Alt, Delete!’. Vreemd om vast te stellen dat drie woorden die met de beste wil van de wereld uitgesproken worden, nu als brandversneller dienen op een vuurtje dat ik per se klein wilde houden.  Gelukkig zit haar blik nog steeds vastgekluisterd aan het scherm van haar telefoon, zodat ze onmogelijk kan merken dat ik ongepast geïrriteerd met mijn ogen rol.  Met een diepe zucht vind ik een dankbare schuldige voor mijn tactloze onverdraagzaamheid. Ik acht de traagheid der dingen en de gevolgen van de Coronacrisis er persoonlijk verantwoordelijk voor dat we elkaars persoonlijk territorium al tien maanden lang onbedoeld blijven overtreden omdat er gewoonweg geen andere uitweg is.

Hoewel de dag zich veelbelovend aandiende, is dit alles op een woensdag begonnen. Misschien ontging het u maar dit onheilsjaar begon op een woensdag, met een valse start en met tv-beelden vanuit China die het virus virtueel in ons gezicht uitbraakte om er ons de rest van het jaar sociaal mee te verlammen.  Hoe dichter het einde van dit kut-jaar nadert, hoe meer het zich op dezelfde manier tot 2019 verhoudt, zoals masturberen zich verhoudt tot stomende seks. Je bent dan wel even tot een geforceerde climax gekomen, je blijft wel helemaal op jezelf en op je inbeeldingsvermogen aangewezen om het een beetje spannend te houden, al dan niet met de bijdehandse hulp van een ‘fake vriend’ die je in het nachtkastje van je slaapkamer verborgen houdt.

Is het omdat de pandemie het afgelopen jaar zo hevig woedde dat we ‘echte vrienden’ voor het alziend oog van de buren en voor rondvliegende Drones, in onze tuin moesten verstoppen? Of is het omdat verifieerbare feiten en wetenschap ondergeschikt werden aan complottheorieën en misplaatste ingebeelde samenzweringen, dat 2020 nu precies aanvoelt alsof het een einde neemt zonder dat het ooit een echt begin heeft gehad?  Is het hierdoor dat we belangrijke dingen waarvan we leerden om er blind op te vertrouwen naar de achtergrond duwden, om plaats te maken voor twijfel, angst, ontevredenheid en agitatie? En is dit dan een jaar om snel of om nooit meer te vergeten? Zelf heb ik geen antwoord op die vraag maar als ik straks dit jaar eindelijk definitief mag weg zuchten zal ik zeker weten dat tegendraads zijn mijn gemoedsrust niet kan bevorderen, integendeel. Dat heb ik zelf tot scha en schande mogen ondervinden.

Maar als we nu nog even volhouden, zullen we straks eindelijk woorden als superverspreider, balkonsolidariteit, huidhonger, versoepelaar en knuffelcontact definitief naar onze collectieve vergetelheid kunnen verbannen en zullen we tabula rasa, met vuile handen en met ontsmette zielen samen in ‘roaring twenties’ een nieuwe start kunnen nemen.

Ondertussen is mijn computer aan het opstarten. Ctrl-Alt-Del en die herstart was echt zo moeilijk niet en mocht dat niet lukken kan je altijd nog de stekker uittrekken.

Enigma

Het liefst schep ik een kleine wereld rondom mij waarin niemand om mijn aandacht schreeuwt, zo een klein mini-universum waar ik niet per force een achtergestelde beschaving moet redden. Aan mezelf heb ik namelijk nog werk genoeg om het kunstwerk dat ik aan het worden ben, met oog voor detail af te werken.

Vroeger was het anders, dan sloeg ik voor problemen op de vlucht. Wist ik veel dat ik uitsluitend door mijn eigen problemen op te lossen slimmer en rustiger kon worden. Zo was de vlucht vooruit die ik steeds nam niets meer dan een ogenschijnlijk dappere poging om de moeizame weg ter verbetering van mezelf uit de weg te gaan. Nu ik wat meer jaarringen op mijn bast heb, ben ik me er bewust van dat vluchten dikwijls moeilijker is dan de uitdagingen onder ogen te zien en zelf in te grijpen.  Temeer, omdat bij elke ontsnappingsroute die ik voor mezelf uitstippelde toch steeds nieuwe obstakels opdoken die de weg bleven belemmeren. Van moeilijke situaties weglopen bleek gewoon maar een handige toverformule te zijn die de zin van het leven omzette in compleet waardeloze hebbedingetjes die door mijn brein ingefluisterd werden.

Maar soms, op een onbewaakt moment wanneer er zich onverwachte gebeurtenissen of problemen voordoen, val ik nog weleens ten prooi aan rare, onverklaarbare psychologische kettingreacties die zich onder mijn dakpan afspelen. Ik weet dat omdat ik dat bij mezelf al meermaals heb vastgesteld. Dat gebeurt dan meestal wanneer ik teleurgesteld ben in anderen of wanneer mijn strakke verwachtingen niet ingelost worden. Dan begin ik me, zoals een dat varken in de modder rolt, te wentelen in zelfbeklag, om dan even later overmand te worden door een gevoel van desillusie, schuld of machteloosheid. Dit sentiment wordt in mijn hoofd, dan door een mysterieus ingebouwd enigma vertaald en omgezet in woede, paniek of agressie die ik gemakshalve op anderen projecteer, het liefst op diegenen die het dichtste bij mij staan. Ik kan er gif op innemen dat ik, in situaties als deze, eerst boos word op mezelf, omdat de dingen niet lopen hoe ik ze had gepland of omdat het resultaat me niet aanstaat, om me nadien furieus te wenden tot de eerste de beste die mijn gezichtsveld verstoort of tot diegene het waagt om in mijn persoonlijk territorium te komen rommelen. In die dynamiek activeer ik dan een destructief zelfverdedigingsmechanisme waar ik, vanuit mijn gegraven éénmansgat kogels afvuur en bommetjes gooi om te treffen of om schade aan te richten. Door op deze manier met een onverwachte situatie om te gaan, gun ik me zelf de illusie dat ik gemakkelijker afstand kan nemen van de tijdelijke identiteit die ik mezelf gegeven heb.  Ik reageer me dan hard en onfair af op diegenen waarvan ik vermoed dat zij het zijn die me in die nieuwe of ongewenste situatie gebracht hebben. Hoewel ik persoonlijk, in situaties als deze liefst een beetje mystieker, onvoorspelbaarder of een beetje meer empathisch zou willen zijn, blijf ik mezelf erop betrappen dat ik toch steeds maar weer ageer als een eikel die net van de boom is gevallen, ook al bezorgt die tactiek mezelf en anderen collaterale schade die ik liever vermeden had.

De enige manier om de nare gevolgen van dit nutteloos cirkelgedrag te voorkomen, is dat ik mijn verwachtingen in andere mensen bijstel, en dat ik me niet langer blijf focussen op wat anderen zouden moeten doen om mij tevreden te stellen of om me mijn comfortabele controle en zelfbeheersing te laten bewaren.  Alleen, wanneer ik het heft in eigen handen neem, me niet afhankelijk van anderen opstel en wanneer ik tracht om doemscenario’s tot een strikt minimum te beperken, maak ik ruimte vrij in mijn hoofd. En die noodzakelijke bewegingsvrijheid is noodzakelijk om me met essentiële zaken bezig te kunnen houden, met waardevolle dingen die ikzelf bepaal, waar ik impact op heb en waar ik beter van word.

Aangezien ik daar gisteren mee begonnen ben, krijgt mijn leven vanaf vandaag de glans waarmee ik in de toekomst op een zinvol verleden kan terugkijken.

Geduld voor een habbekrats!

Wat is het lastig en bijna ondoenlijk om te fantaseren over dingen die ik nog wil doen na de lockdown omdat ik me niet kan voorstellen wat nog zal kunnen of nog zal mogen. Als ik dat dan toch doe, (ik ben voor alle duidelijkheid nog nooit gestopt met dromen) plooi ik steeds naar het vertrouwde, gewone leven dat ik ken van voor de miserie. Natuurlijk is het onnozel om een scenario te regisseren als het script nog niet eens bestaat. Dat is altijd al zo geweest, maar nu precies nog meer dan vroeger.

Ik heb niks geleerd van de grillen en de onvoorspelbaarheid van het leven, Soms wil ik het zo, dan weer anders. In tegenstelling tot vroeger verplicht de tijd me nu echter om het restje te aanvaarden dat nog overblijft, maar ik heb het er verduveld moeilijk mee.

En opeens dacht ik aan een tafelvriend met wie ik elke week koffie drink en ooit op een van onze dinsdagavondbijeenkomsten de gevleugelde woorden sprak, “Het leven gaat over kijken naar wat er nu is, niet over wat ooit geweest is en al zeker niet over wat het ooit moet worden.”

En ik kwam weer tot mezelf en besefte dat de vraag “Wat gaan we vandaag doen?” absoluut geen onbenullige vraag zou zijn, mocht ze op dit moment aan mij gesteld worden. Het zou klinken als een soort van liefdesverklaring met een handleiding naar geluk. Maar vandaag gaat het niet of mag het niet dus wordt ze niet gesteld. Met tegenzin scheur ik een van de verpakkingen stuk van de voorraad geduld ik ooit voor een habbekrats heb aangesschaft en die ik in de kelder op een groot rek gestapeld heb. … straks wordt alles beter.

%d bloggers liken dit: