Categorie: Verwachtingen

De grootste, de dikste en de langste

Mensen die in het leven staan met de illusie “het” gemaakt te hebben of “het” aan ’t maken zijn omdat ze toevallig een paar centen in hun zakken hebben, zijn sneller kwaad dan mensen die afhankelijk zijn van hulp die door anderen verstrekt wordt.  Dat feit op zich is een bijzonder vreemde vaststelling omdat ons zelfbeeld er net op gemaakt is om geen hulp nodig te hebben of te aanvaarden. Je zou dan toch verwachten dat net dat begoede deel van de samenleving iets gelukkiger door het leven stapt, niet dus.

Aan jezelf toegeven dat je hulp van doen hebt maakt je niet trots. Echt, je wordt daar niet blij van. Je zou dan toch verwachten dat net deze mensen sneller kwaad worden. Niet dus, het tegendeel is waar.

Het zijn net mensen, met de centen in hun zakken en geen hulp van doen hebben die minder dankbaar zijn, cynischer door het leven stappen en sneller boos worden. Straffer nog, in de meeste gevallen worden ze boos op de groep stakkers die met hun pree niet rondkomt.  Ze kijken erop neer, maken hen het verwijt lui te zijn, te profiteren, dat ze hier niet thuishoren of gewoon, dat ze harder moeten werken, harder moeten proberen etc. Kortom ze gaan er verkeerdelijk van uit dat het met wilskracht allemaal opgelost kan worden.  In hun ogen is groei en vooruitgang een keuze die alleen met inzet en doorzettingsvermogen kan bereikt worden. Contradictorisch is dat ze er tevredenheid en geluk niet voor in de plaats lijken te krijgen.

Toch worden ambitie en groei van jong af gepromoot en gestimuleerd. Haak je daarvoor af word je als buitenbeentje van de roedel beschouwd. Wie niet wil groeien of gewoon tevreden is met de lengte, de dikte, het loon of het leven wordt als raar of ongewoon bestempeld? Van kindsbeen af wordt het ons ingepeperd: “Ga ervoor, word slim, verbeter, verander, verdien geld en goud, koop, reis … The sky is the limit en the world is your oyster.

Voldoe je niet aan die maatschappelijk opgelegde verwachtingen hoor je er niet bij en ga je ten onder aan twijfel, onzekerheid en in ’t slechtste geval jaloezie en nog meer opgelegde verwachtingen die nog meer twijfels in de hand werken.

Deze vicieuze cirkel heb ik doorbroken. Ik gun mezelf al een tijdje het voordeel van de twijfel. Twijfel heeft een eerbiedwaardige plaats gekregen in mijn manier van zijn omdat ik geloof dat twijfel me verder brengt dan zekerheid.

Als ik schrijf, doe ik het zonder einddoel. Als ik leef doe ik het eveneens zonder einddoel en als mijn dag begint ben ik benieuwd naar wat hij me te bieden heeft, zonder al te grote verwachtingen. Dat maakt dat ik nieuwsgierig blijf rondkijken naar wat ik nog niet weet, nog niet ken of nog niet voel. Groeien doe ik er niet van, integendeel het maakt me nederig, dankbaar en klein, ver uit het zicht van onbereikbaar opgelegde ambities, kortom ver weg van de ratrace. Ik geloof zelfs dat ik door dat nieuwe inzicht al een beetje gekrompen ben. Ideaal want ik wil al een tijdje niet meer de grootste zijn.

Killerbody van de kinderboerderij

Omdat ik, zoals jullie onderhand al weten, een bijzonder complexe relatie met mijn gedachten te onderhouden heb, luister ik af en toe naar podcasts van life-coaches, psychologen, of andere zielenknijpers. Ook verslind ik gulzig essays en artikels over geestelijke gezondheid en mentale kwesties. Nu ik erover nadenk, een bezigheid waar ik bedacht moet op zijn het niet te veel of te diep te doen, vermoed ik dat ik mijn respectabele leeftijd alleen maar heb kunnen bereiken door af en toe mijn verstand te gebruiken en mijn gedachten te pijnigen.

Het idee dat mijn verstand zomaar iets is wat ik bezit, wat ik cadeau gekregen heb, vind ik zelfs een beetje beangstigend.  Ik maak me wijs dat denkvermogen, al dan niet kritisch, iets is waar ik aan kan sleutelen, iets waar ik in moet investeren om het gezond te houden. Als ik eerlijk met mezelf ben, denk ik ook zo over mijn kathedraal, mijn lijf zij het iets minder fanatiek.

Mooie lijven worden geprezen en worden nagekeken. Dat geldt zeker voor vrouwen van vijfentwintig, toch koester ik de hoop dat dit ook opgaat voor mannen van mijn leeftijd, al heb ik wat dat laatste betreft minder ambitieuze verwachtingen. Mogelijks zullen vrouwen van vijfentwintig mijn uit de band springende gedachten nog wel sexy vinden, de kans dat ze die mening ook zijn toegedaan over mijn uitzakkende lijf, schat ik iets kleiner. Het zij zo maar dat neemt niet weg dat mooie lijven in balans geen drama’s meemaken in paskamers, een gebeurtenis waar ik zelf onlangs deelgenoot van was toen ik een nieuwe broek paste in een hippe kledingboetiek die eigenlijk niet bij mijn leeftijd past.

Neemt niet weg dat een strakke body, waarover ik tussen haakjes (nog) niet beschik, doorgaans aantrekkelijk bevonden wordt omdat dat discipline, zelfzekerheid, en doorzettingsvermogen uitstraalt.  Een strak lijf in balans zorgt voor zelfvertrouwen, enfin, dat laat ik me toch graag wijsmaken door de zielenknijpers die ik beluister.

Ik ben, laat daar vooral geen twijfel over bestaan, als het op lichaamsbeweging en diëten aankomt een nationale ramp, ik eet gewoon te graag en bewegen, ja daar heb ik helemaal een broertje aan dood.  Toch heb ik mezelf, nadat ik eerst de psychologische grens van 110 kg moest overschrijden, ertoe kunnen aanzetten mijn voedingsgewoonten eens onder een vergrootglas te nemen.

De eerste dagen van mijn spartaans dieet voelden wat vreemd aan, als een soort wrange nostalgie alsof ik dit allemaal al eens doorstaan heb.

Vermageren is mijn ding niet maar wie lijdt, zal herrijzen! Ik mag en zal niet genieten, want daar gaat het niet over. Ik moet afzien om straks blij te worden van het resultaat dat deze hongersnood me zal opleveren. Lees: een gezonde geest in een strak lijf.  Het voelt aan alsof de heiland in hoogsteigen persoon in mij is neergedaald. Alleen, ik zal niet leiden voor de andere, ik moet lijden voor mezelf, met de ogen strak gericht op wat ik eet, wat ik niet eet en vooral op de weegschaal.  Het ultieme doel voor ogen houdend, een killerbody.

Na veertien dagen, sla met lange tanden te eten, op muesli te knabbelen alsof het kaviaar is en mezelf vol water te gieten, ik lijk wel een aquarium die elke dag moet gevuld worden, begin ik het stilaan op de zenuwen te krijgen. Ik verloor snel vier kilogram maar kwam nog sneller anderhalve bij omdat elke tomaat van vijftig gram die ik eet, de dag nadien anderhalve kilo lijkt te wegen wanneer ik mijn goddelijk wordend lijf op de weegschaal hijs.  Ik begin mijn boxershort te wegen en hoop erop dat als ik ze uitspeel en dan in mijn adamskostuum op de bascule sta, ze plotseling twee kilo zou wegen.

Van dat verdomde dieet begin ik stilaan te duizelen en verlang heimelijk naar een biechtstoel om mijn verstand te laten spreken. Ben ik niet te oud voor een killerlijf, in de wetenschap dat vijfentwintigjarige dames toch alleen maar voor mijn verstand in zwijm vallen?  Ik luister naar de gedachten die ik vertrouw en me influisteren dat ik gewoon op zoek ben naar het genot van een halve liter crème-glace. Waar vind ik die? “De kinderboerderij”, antwoordt mijn verstand me enthousiast nog voor ik me de vraag gesteld heb.

Wat hou ik van mijn verstand, mijn lijf kan mijn kloten kussen, de zielenknijpers die me deze onzin ingefluisterd hebben trouwens ook!

Goed slecht nieuws

Neem gerust een stoel, ga zitten en luister even. Stel je deze situatie eventjes voor, hypothetisch. Vandaag krijg je slecht nieuws. Je hebt geen idee waarover dat zal gaan of hoe hard het zal inslaan maar een ding is zeker. Het is rotslecht nieuws. Zit je neer? En zit je een beetje comfortabel op je stoel? Ik vraag dit niet zomaar. Ik doe dit omdat het een feit is dat slecht nieuws krijgen wanneer je neerzit het voordeel heeft dat je niet kan omvallen. Van slecht nieuws krijgen is bewezen dat je dat bij voorkeur krijgt in de beste omstandigheden.

Wanneer deze boodschap je grijze massa bereikt, zal je merken dat een ondraaglijke onrust zich van je meester maakt. Mogelijks ga je sneller ademen, begin je te zweten of krijg je een droge mond en word je angstig of paniekerig. Stel je hier geen vragen over want zulke nevenverschijnselen zijn perfect normaal in situaties als deze.  Omgaan met een tragedie die alleen in je verbeelding leeft is namelijk vele malen moeilijker dan omgaan met een realiteit die je al kent. Hoe hard, ingrijpend of onheilspellend die realiteit dan ook moge zijn. Het liefst van al wil je haar met open vizier onder ogen komen. Zonder franjes en zonder omwegen.

Mocht het krijgen van slecht nieuws zich volgens dit scenario voltrekken, stelt zich de vraag, hoe krijg ik dan het liefste dat slechte nieuws? “Liefste” is in deze omstandigheden natuurlijk een uiterst ongepast woord want wie houdt er nu van om slecht nieuws te krijgen, het liefste dan nog?

Zeker is echter dat de kans uitermate klein, zo niet onbestaande is, dat de slechtnieuwsbrenger bij jou een graag geziene gast wordt en je haar/hem met open armen zal ontvangen. In vroegere tijden kon hem/haar dat zelfs de kop kosten, letterlijk. Toch zal je hem/haar nu beleefd ontvangen, omdat hij/zij de enige is die je van deze ondraaglijke onzekerheid kan verlossen.

Slecht nieuws brengen heeft zijn eigen wetten en heeft iets van kosmologie. Het is soms heel lang onderweg ook al reist het met lichtsnelheid maar het slaat in als een komeet en zorgt voor onoverzichtelijke chaos.

Er bestaan zeker dingen die ons allemaal al eens overkomen zijn ook al zijn ze nog nooit gebeurd. Denk maar eens aan een belastingbrief of een overlijdensbrief krijgen waarin goed nieuws staat, ik zeg maar iets. Als je door je lief gedumpt wordt wil je niet horen dat het niet aan jou ligt want dat doet het natuurlijk wel. Wanneer je door je baas ontslagen wordt is het laatste wat je wil horen dat het niet zijn keuze is en dat het van hogerhand beslist is, want dat is het natuurlijk wel.

Maar hoe breng je dan wel goed, slecht nieuws? Bestaat er dan niet zoiets als een soort protocol, een richtlijn, zeg maar iets, zodat een slechtnieuwsgesprek niet telkens opnieuw moet uitgevonden worden? Er bestaat geen goed moment om slecht nieuws te brengen, wacht dus niet op dat moment want dat zal er nooit zijn.  Met de deur in huis vallen betekent niet dat je de deur moet inbeuken. Slecht nieuws hoeft geen thriller te worden maar verval ook niet in small-talk en luchtige praatjes. Weet dat als je de pil verguld en uitgebreid ingaat op het feit dat de nieuwe situatie ook voor jou vervelend is, dit echt de beste manier is om het helemaal te verknoeien. Jouw gesprekspartner zit echt niet te wachten op jouw emoties want hij heeft de handen vol aan die van zichzelf. Humor is nu even niet aan de orde. Hou het bij feiten. Informatie achterhouden, verantwoordelijkheid ontlopen of de dingen verbloemen zal het slechte nieuws niet beter maken, integendeel. Verberg niets, wees volledig maar doe het respectvol. Slecht nieuws gaat altijd gepaard met emotie.  Geef er ruimte aan en acht ze gerechtvaardigd. Ze zijn er niet voor niets. Kalmeren, luisteren, troosten tijd maken en vragen waar de andere nood aan heeft zijn essentieel als je net slecht nieuws gebracht hebt.

“Slecht nieuws zonder helpende hand of begrip wordt pas echt rotslecht nieuws”

Als je er de tijd voor neemt zal het iets minder moeilijk gaan maar gemakkelijk zal het nooit worden. Hopelijk is deze situatie helemaal uit de lucht gegrepen en hoef je vandaag geen slecht nieuws te geven. Al hoop ik echt nog veel harder dat je van slecht nieuws (dat je nu nog niet kent) gespaard blijft. En anders kan je er misschien een verhaaltje over schrijven. Dat lucht op.

Nieuwjaarsbrief

Omdat elke nieuwjaarsbrief moet geschreven worden, bevind ik me achter mijn computer, of wat had je gedacht. Door een paar keer op backspace te drukken wis ik ‘sfjlmie;kfoe’, letters die ik haastig maar foutief heb ingetikt omdat mijn handen zich bij het typen op de verkeerde rij van het klavier bevonden.  

Door de letterkeuze en de uitlijning te veranderen kan ik deze tekst zonder enige moeite een mooiere bladspiegel geven. Mocht het capslock ongewild vergrendeld zijn, waardoor dit tekstje onbedoeld in hoofdletters zou verschijnen, kan ik met één enkel commando datgene wat ik geschreven heb in kleine letters veranderen, zoals ik het bedoeld heb.

Met een spellingscontrole kan ik snel voor de hand liggende fouten verbeteren. Toegegeven, en tot ergernis van velen, een controle die ik dikwijls uit luiheid niet al te nauwgezet doe. Om maar te zeggen, blind typen is ongevaarlijk, tenzij deze tekst in handen zou vallen van taalpuriteinen. Zij vinden altijd wel een komma of een punt dat moet verplaatst worden, of een zin of een alinea die te lang of te kort is. Ze kunnen me wat.

Soms gebeurt het dat ik in een tekst woorden verplaats, dat ik synoniemen bedenk of dat ik zonder aanwijsbare reden tegenwoordige tijd verander in verleden tijd. Iedereen die ooit meer dan twee woorden na elkaar geschreven heeft, snapt wat ik bedoel. Wanneer je dan de zinnen herleest die net uit je pen gevloeid zijn kan het zijn dat al wat je geschreven hebt veranderd is in een onoplosbaar kruiswoordraadsel.

Op zulke momenten herinner ik me altijd die wonderbaarlijke knop die zich linksboven op de werkbalk van mijn computer bevindt. Door op die magische knop te klikken wordt alles weer normaal, zoals voorheen en precies zoals het was voor ik met mijn blunders begon. In mijn leven heb ik zulk een ongedaan-maak-functie heel dikwijls hard gemist.

“Undo” zou, wat dat betreft, een basiscommando in het leven moeten zijn. Dit jaar hadden we die ongedaan-maak-functie heel hard kunnen gebruiken.  Omdat ’21 zich als start van de ‘roaring twentie’s’ had aangekondigd, leek niets te vermoeden dat het afgelopen jaar evenveel of meer gelijkenissen zou vertonen met het voorgaande waardoor het leven opnieuw even chaotisch werd als dat aan wat eraan voorafging. Opnieuw gebeurde zoveel onbegrijpelijke of onvoorspelbare dingen die opnieuw zo hard tot reusachtige maatschappelijke ergernissen geleid hebben dat een undo-knop wel handig ware geweest. Ik ga de feiten, hoe ook jij ze aanvaardt, niet herhalen want ze komen me de strot uit. Voor sommige mensen heeft ongedaan maken van fouten nu al zijn limieten bereikt. Ze kunnen me wat.

Ik moet nu gaan want uit lompigheid stootte ik net mijn koffie om. Ik probeerde ‘undo’ maar die verwijderde alleen de laatste alinea die ik pas geschreven heb. Helaas, met de ongedaan-maak-knop van het leven kan ik dus ook niet helpen. Hij is namelijk nog niet uitgevonden en de vraag blijft of dat überhaupt ooit zal gebeuren. Zullen we de puinhoop van het leven dan niet gewoon zelf oplossen? Laat ons daar in ’22 mee beginnen. Met een klein beetje meer verdraagzaamheid, liefde en zorg voor elkaar zal het lukken. Denk je niet?

Te weinig niets.

Wanneer je af en toe tijd neemt om de woorden te lezen die ik in zinnen aan elkaar rijg, kan je jezelf de vraag stellen waarom ik dat doe. In alle eerlijkheid, ik doe dat ook weleens.  Vanmorgen nog, toen ik me, zonder voorafgaandelijke aankondiging, in een intieme bliksemflits, met een absurde maar vrij intense sensatie realiseerde dat ik eigenlijk helemaal niets voorstel en misschien nog tot minder in staat ben. Dat gevoel was naast oprecht eerlijk en pijnlijk ook hoopgevend en geruststellend. Ik zeg: “geruststellend” omdat geen enkele andere ambitie dan nutteloosheid me vandaag tot een andere verwachting had kunnen verleiden. Ik gunde me vandaag het decadente genoegen om totaal overbodig te zijn.  Nu, dertien uur later en in tegenstelling met hoe ik me vanmorgen voelde, wil ik je laten weten dat het precies zo aanvoelt alsof ik aan de prettige bijwerkingen van een aangename aandoening lijd.  Nu kan ik zelfvoldaan naar mijn scherm glimlachen, omdat ik er toch maar weer in geslaagd ben om de leegte van de dag helemaal dicht te timmeren. “Als je ‘hofke’ klein is moet je het proper houden en onkruid uittrekken”, zou mijn grootmoeder gezegd hebben. Niet dat ze zich geen groter ‘hofke’ kon permitteren, neen ze deed gewoon net zoals ik liever andere dingen dan een grote te onderhouden.

Zonder er in de voorgaande paragraaf tweehonderd zestien woorden aan te moeten verspillen, had ik net zo goed kunnen schrijven dat ik langzaamaan meer de gewoonte heb gekweekt om mijn persoonlijk energieverbruik doelgericht laag te houden maar dan had ik mezelf het genoegen ontnomen om er lyrisch over te worden. In de zinnen die ik net neerschreef doe ik een poging om zonder blozen samen te vatten dat al wat ik in mijn gênante eerlijkheid aan jou toevertrouw maar puberaal gestotter is dat door deze tweeënvijftigjarige wordt opgeschreven omdat hij kampt met een schrijnend gebrek aan ambitie en daardoor de indruk wil nalaten, gekweld te zijn met een uniek leven. Ik had net zo makkelijk alles kunnen verzwijgen maar dan had ik er nooit achter kunnen komen dat deze banale verzuchtingen mijn oude puberziel zou ontluchten. Nu niet dat ik mijn bestaan in ballingschap leef, maar ergens knaagt aan mijn ziel toch een verlangen naar een onbereikbare verte die in mijn fantasie grenzeloos lijkt. Uitreiken naar die onbestaande verte heeft hoegenaamd niets met de werkelijkheid te maken, integendeel, het zijn maar ongevaarlijke bedenksels die me niet zullen doen wegvluchten van de realiteit, ook al is die dikwijls minder spannend dan de gedachten en de dromen waarmee ik in schijngevechten de diepere zin van mijn bestaan bekamp. Het opschrijven van elke spontane hartenkreet, wordt dan gewoon een romantische, veilige tussenoplossing waarmee ik de volheid van het leven helemaal kan omarmen en er tegelijkertijd de passie naar al wat groot, ongeremd is en diepgang heeft mee kan ontvluchten. Al is dat niet altijd zo geweest. Met het streven naar onbestaande erkenning en de vlucht om die in mijn leven toe te laten, heb ik lang een onbetaalbare hypotheek gelegd op innerlijke voldoening en grenzeloos geluk dat voor het grijpen lag. Misschien was er gewoon te weinig niets om het iets te kunnen naar waarde te kunnen schatten. Mogelijks schrijf ik daar morgen over, zo niet droom ik gewoon verder!