Fel licht dooft ook.

Tot het mannelijk geslacht behoren is een toevallig levenslot waar ik niet zelf voor gekozen heb en dingen waar ik geen persoonlijk aandeel in heb, kan ik moeilijk als verdienste beschouwen of met een schaduwkant aanzien. Persoonlijk zie ik het als vanzelfsprekend om te proberen een voorbeeldige relatie uit te bouwen met het lot en het geslacht dat me door de natuur werd toebedeeld. Mij daartegen verzetten zou net zo onnozel zijn als ermee te stoefen, hoewel sommige kenmerken die mannen van vrouwen onderscheiden net iets prominenter aanwezig hadden mogen zijn. Het is niet anders en ik ga er geen slaap meer voor laten. Nochtans zeggen leden van de andere sekse soms wel eens, ‘Ja, maar jij bent een man.’ En man, wordt dan met zo een verhevenheid benadrukt al ware ik Thomas Edison die net de gloeilamp heeft uitgevonden, terwijl hij daar net zoveel verdienste aan gehad heeft als pak weg jij of ik. De man in kwestie hamsterde gewoon honderden octrooien en patenten met uitvindingen die aan andermans brein of creativiteit ontsproten waren, zo ook de gloeilamp. Met die ten onrechte verworven exploitatierechten kon hij de echte uitvinders de loef afsteken die dat aanzien veel meer verdienden dan hijzelf.

Macht erotiseert en die wetenschap gaat wellicht ook al langer mee dan de gloeilamp, de stoommachine of de wetenschap zelf. Machtige mannen met geld en aanzien worden maatschappelijk gezien nu eenmaal hoger aangeschreven en staan langer in de spotlights dan hun anonieme mannelijke lotgenoten. Door hun status liggen ze beter in de markt en rijden ze vaker en langer een bochtiger erotisch parcours dan rustigere types. Wil een vent zich met de toebedeelde culturele genderidentiteit staande houden, verwacht de tegenpartij van het levensspel dat hij zich onbevreesd een weg door het leven baant en dat hij zelfstandig, assertief-agressief of belust op macht en aanzien het lot naar zijn mannelijke hand probeert te zetten. In ruil daarvoor mag hij dan aanspraak maken op wat aandacht en aanzien van hoenders die met hun witte pluimen paraderen tussen andere agressieve hanen in het overvolle kippenhok.

Edison zal daar geen uitzondering op geweest zijn. Jammer dat ik hem dat niet meer kan vragen, dat ik hem niet kan interpelleren of hij van al zijn macho capriolen nu beter geworden is omdat zijn peertje natuurlijk ook al een tijdje is uitgedoofd.

Want zelfs een groot licht gaat uit!

Kitscherige jarretels.

Sommige mensen zoeken hun heil in allerhande soorten vrijetijdsbestedingen zoals, computers, muziek of sport. Ik ben bang dat ik gezegend of vervloekt ben met het opslaan van allerhande onbenullige gedachten of indrukken. Mijn geheugenzolder raakt op die manier vol gepropt met souvenirs uit het verleden, met toekomstige scenario’s die zich nog moeten voltrekken of met absurde invallen of gedachten die eigenlijk te gek zijn om er woorden aan te verspillen. Elk onopgelost probleem, elke romantische herinnering of elke hilarisch idee vindt daar dan wel een tijdelijk onderkomen om, wanneer de tijd rijp is, in woorden en in excentrieke beelden te veranderen alvorens uit mijn pen te vloeien. Vandaag echter zou ik willen dat dit krankzinnige verhaal uit zichzelf kon spreken zodat ik eindelijk een beetje zou kunnen zwijgen want ik bedenk me net dat er geen betere manier bestaat om me helemaal weg te stoppen dan veel over mezelf te schrijven. Zo kan ik eenvoudige dingen er gecompliceerd doen uitzien of ze interessanter laten lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Op die manier laat schrijven me toe om enkel die dingen prijs te geven die interessant zijn en die er toe doen maar die zaken verborgen te houden die essentieel zijn, een beetje zoals pikante vrouwenlingerie maar dan met kitscherige jarretels want die hebben ook geen enkele toegevoegde waarde wanneer het er op aan komt.

Mening.

Denk ik te benepen als ik zeg datik wellicht meer behoefte heb aan tijd en aan nuance om uit te zoeken of ik ergens al dan niet een mening over wil hebben, en houd ik die dan soms niet betervoor mezelf?

Overal waar ik ronddwaal of waar ik mijn neus tegen het venster houd, word ik binnengetrokken en wordt van mij verwacht dat ik me uitspreek over het ene of het ander maatschappelijk fenomeen of over een groot of klein wereldprobleem. Is het niet over de klimaatproblematiek dan is het wel over onderwijs of over migratie of over de digitalisering waar ik expert van tien minuten over moet zijn. Ik word dan geacht om snel een gefundeerd standpunt te hebben en om me straf uit te spreken zodat ik me kan aansluiten bij de voor- of de tegenstanders.

Op zulke momenten betrap ik me er opdat ik ook wel eens verleid word tot uitspraken over dingen waar ik niets of maar weinig van af weet. Laatst ging een gesprek in onze wekelijkse mannenvergadering over Netflix en de niet te missen series die daar ‘gebingewatched’ kunnen worden. Opeens zat ik gewrongen tussen iets wat lijkt op verlegenheid en wat weg heeft van schuldgevoel omdat ik moest opbiechten dat ik geen Netflix bezat en daar niets vanaf wist. Ik mompelde dan maar dat die rommel bij mij niet binnenkomt omdat ik vind dat teveel schermen de huisvrede zullen bedreigen. Ik stuitte op niet gespeelde weerstand, want het gros van mijn vrienden, ‘bingewatched’ wel, sommigen zelfs dagelijks. Ze doen maar, mij kunnen ze onmogelijk overtuigen.  De volgende tien minuten gingen aan mij voorbij want er werd honderduit gepraat over allerlei Amerikaanse series waarvan ik zelfs het bestaan niet eens kende. Toen echter bleek dat ik niet de enige was in het gezelschap die geen Netflix had, voelde ik me een beetje opgelucht. Opeens had ik een partner in crime die zich door zijn bekentenis eveneens medeplichtig maakte aan dezelfde maatschappelijke onbeholpenheid die ik gewaarwerd. Mogelijks voelde mijn gedurfde outing ongemakkelijk aan omdat ik de laatste tijd precies wel vaker moest uitleggen waarom ik iets niet doe, of iets niet bezit. Of misschien was het gewoon omdat ik niet aan mezelf wilde toegeven dat ik van nature een beetje trager ben dan anderen. Het leek haast dat ik me zelfs in die vertrouwde omgeving moest verantwoorden voor wie ik was of voor wat ik dreigde te worden, namelijk Netflixloos.

Maar goed, terwijl ik daar aan mijn koffie zat te nippen, bedacht ik: ‘zou het niet beter zijn, mochten we met zijn allen eens een keer geen mening hebben?’ Niet uit gemakzucht of uit onverschilligheid, ofzo maar gewoon om wat afstand te laten tussen uiteenlopende visies. Om ze daar in stilte te laten rijpen zodat het grotere perspectief gevonden wordt en zo kan uitgevist worden welke het juiste is, met aandacht voor gevoeligheden en andere zienswijzen. Om het daar dan, in alle rust en kalmte eens te worden dat we het even niet te weten of dat we het gewoonweg oneens zijn.

De manier hoe mensen soms fel reageren op ogenschijnlijk ongevaarlijke meningen stoort me, erger nog, het choqueert me. In zulke situaties denk ik dikwijls, ‘houd nu eens vijf minuten je wafel en laat eens wat ruimte voor een andere mening. Toon misschien eens wat respect of nederigheid of denk je nu echt dat je het allemaal beter weet?’

Is het de leeftijd, of is het iets anders maar minder en minder heb ik behoefte aan meningen, zeker als ze niet of slecht geargumenteerd zijn of wanneer ze niet in mijn grotere kraam te paskomen. Meer en meer heb ik nood aan verfijnde en gefundeerde argumenten of aan vadsige sloomheid. Je mag dat nuance noemen of een soort van traag denken, dat stoort me niet. Soms wil ik het zelfs gewoonweg kunnen zeggen, ‘ik weet het nog niet en misschien wil ik het zelfs niet weten, voor mijn gemoedsrust en mijn zielenrust want, eerlijk, hoe jij naar de zaak kijkt, laat me Siberisch koud,en is dat dan ook geen mening?

Een mol.

Niet dat ik zo moe ben hoor, neen. Ik heb vandaag al een uur gezeten en twee kwartier gehangen. Verder heb ik één oude schoen gepoetst. Ik heb geen haast en ik moet nergens naar toe. Als ik het goed begrijp en de situatie juist overzie, wordt er vandaag niets van mij verwacht. Een stemming die grenst aan geluk beklijft me. Het is zondagmorgen. Als ik naar buiten tuur, valt me op dat een mol noest te keer is gegaan in mijn grasperk. Dertien tel ik er. Molshopen. Mijn vrouw zal er spel van maken. Ze zal mij schuld geven. Het gebeurt niet zo dikwijls maar als een mol zich in mijn gazon waagt, denk ik dat mijn vrouw vermoed dat ik Mols praat en met hem samenzweer. Dat ik hen uitnodig in dat grasperkje, om daar voor ophef te zorgen.  Straks ga ik een poging doen. Ik zal hem vriendelijk vragen of hij niet honderd meter verderop wil gaan graven. Ik zal hem zeggen, ‘beste mol ik weet dat je blind bent maar vooralsnog heb ik geen weet van doofheid, dus als je leven je lief is, hoepel dan maar op.’ ‘Nestel je daar maar in het bos. Daar kan je naar hartenlust graven maar hier is je leven in gevaar. ‘Zeker als het van mijn vrouw afhangt’, zal ik daar nog aan toevoegen om mijn woorden en haar voorspelbare intenties kracht bij te zetten.

Ik broddel verder aan een veter waarvan het uiteinde is uitgerafeld. Na minstens twintig pogingen en evenveel mislukkingen slaag ik er uiteindelijk in om de te dikke nestel in het laatste te kleine gaatje van mijn schoen te friemelen. Dit niet meer te verwachten succes tovert een glimlacht op mijn snuit.

Mijn oog valt op een stuk krant dat rondslingert. Ik lees hardop wat er staat. ‘Tevreden noemt men hem, wiens gemoedsrust door geen onbevredigde wens gestoord wordt. Voldaan is diegene die zijn tevredenheid door een opgeruimde stemming kenbaar maakt. Gelukkig hem die wat hem zo volkomen bevredigt, dat er als het ware niets te wensen overblijft en hij zo onder de indruk verkeert van zijn eigen gunstige lot.’ Even nog geniet ik van de stilte, de rust en het niets en stel al het andere zo lang mogelijk uit.

Ze is net wakker geworden. De slaap heeft haar kennelijk goedgedaan want haar ogen lijken onbedorven en schijnen lichtblauw. Zoals de lucht aan de horizon, waar het gekarteld landschap overgaat in ogenschijnlijk onbedorven zwerk.

Mannen zijn kampioen om situaties verkeerd in te schatten. Vrouwen dan weer, kunnen minstens drie dingen maken uit niets. Rommel, stoofpotjes van kip en ruzie. Het vierde is ongetwijfeld stomende seks om de vorige drie mislukkingen mee goed te maken. Maar dat valt me steeds minder op omdat we te veel woorden hebben en ik meestal zelf achter de kookpotten sta.

Gisterenavond aten we kip. Haar kip. Het vrije uitloop kieken dat op mijn bord verscheen had veel te lang rond gekakeld en veel te hard van haar kippenleven genoten dat er voor mij niets overbleef om van te genieten. De obligate glutenvrije korrels die erbij waren geserveerd waren even hard en smakeloos als de overjaarse haan zelf. Ze waren destijds ook beter aan die kip gevoederd. Maar dat had ik zo niet mogen zeggen. Ik had de situatie beter moeten doorzien en ik had de hormonen er niet mogen bij betrekken.

In de lichtblauwe ogen verschenen winter donderwolken die blikken doen verstarren en woestijnen bevriezen, en dan had ze die molshopen in de hof nog niet eens gezien.

Liefdesbrief

Liefste vrouw,

Het zou gemakkelijk moeten zijn om het over jou te hebben. Om in een paar zinnen lof te betuigen en jouw persoonlijke jaarwissel te bejubelen. Maar dat is het niet. Jij spreekt niet dikwijls over mij en als je het dan al eens doet, lijkt het alsof je het over een oude hond hebt. Als over een oude blaffer die meurt wanneer hijnat is en kwijlt wanneer hij zijn been ziet. En dan lach je wat raar als ik na een te vermoeiende wandeling door mijnpoten zak.

Vandaag mag ik niet in die valkuil trappen. Ik mag jouw kleine dingetjes niet uitvergroten en je grote minimaliseren. Dat zou te gemakkelijk zijn want dan moest ik het alleen maar over je decolleté en je kont hebben. Vandaag mag dat niet. Nu zal ik je maar best beschrijven met de grandeur die je toekomt. En niet alleen omdat je jarig bent.Maar vooral omdat je ook eens in de spotlights mag. Op een pied de stal. Ik doe dat te weinig en er is niemand ter wereld die het meer verdient dan jij.

Dus, en voor de goede orde. Je maakt het me wel niet zo gemakkelijk want je leeftijd mag ik al niet onthullen. ‘Een kroon ontbloot je niet’, zeg je. ‘Dat is tegen de etiquette van de juiste wensen’. Dus zal ik het niet hebben over het feit dat je leeftijd afgerond naar beneden veertig is en afgerond naar boven vijfenveertig. Ondertussen ben je wel al zo ontgroend dat je je identiteitskaart niet meer moet tonen bij zestien plus activiteiten. Mogelijks heeft het feit dat je doorgaans van Noor vergezeld bent daar mee te maken. Zij ziet er namelijk wel al bijna zestien uit. Althans, zij gedraagt er zich toch al naar.

Over je werklust en je aanstekelijk irritant doorzettingsvermogen ga ik niet uitweiden. Ik zal ook niet verklappen dat je een controlefreak bent en dat je geen zittend gat hebt. Dat bewijs je elke dag wel aan iedereen die in min of meerdere mate met jou te maken heeft, althans als je ze met je aanstekelijke zenuwachtigheid nog niet in de gordijnen hebt gejaagd. Slachtoffers die er het ergste aan toe zijn hebben zich in een zelfhulpgroep gegroepeerd en komen wekelijks samen om hun vooruitgang te bespreken. Hun herstelprogramma verloopt moeizaam.

Je kledingkeuze en smaak voor couture zijn dan wel weergaloos en ongezien. De manier hoe jij trends zet met rode tijger pofbroeken en netkousen met gatenzijn hun tijd ver vooruit. Je combineert lang met kort en rood met groen.  Met dat gedurfd kleurenpalet zie je er dansoms uit als een dessertbord uit het Hof van Cleve. Helemaal klaar om opgelepeld te worden. Ik denk trouwens dat je dat zelf al gedaan hebt en het erom doet zodat die pofbroek straks helemaal gevuld raakt. Ik begrijp dat ik deze onthullingen niet publiek kan maken omdat dit het imago waar je veel tijd in steekt mogelijks zou kunnen aantasten.

Je slaapritueel is ook al niet onbesproken. Je draait en keert net zo lang tot alde lucht die tot voor kort verspreid was over gans je lichaam bij een gespaard zit voor de uitgang. De nieuwe stijgingswind die daar ontstaat, heeft weg vande Mistral maar heeft ook wel iets van de warme Vento die in de zomer verantwoordelijk is voor de bosbranden op het Iberische schiereiland.

Maar al de ongemakken en onhebbelijkheden. Ik neem ze er graag bij omdat ze in het niets vergaan wanneer ik op een verloren, zwoele zomeravond nog eens in je ogen mag verdrinken om daar opnieuw te ontdekken dat ik beste vrouw van de wereld aan de haak geslagen heb.

Nu alleen die rode pofbroek nog uit je hoofd praten voor dat feestje van morgen.

%d bloggers liken dit: