Darkness my old friend.

Mensen komen toevallig langs. Ze passeren. Het gros daarvan kan ik tollereren, omdat ik mijn afkeur aan sommigen van hen met de jaren heb leren temperen. Maar net zo goed overkomt het me dat, voor god weet welke reden dan ook, mensen in mijn leven binnenvallen die ik wil bijhouden, om ervan te leren, omdat ik er me door aangetrokken voel, of net omdat er zo’n grote leegte gaapt tussen hun interessante bezigheden en mijn smalle wereldje dat ik dikwijls als nogal oppervlakkig ervaar. Ik leef voornamelijk in gedachten om daar al die passanten opnieuw tot leven te wekken. Wanneer ik dan toch mensen in mijn hart of in mijn gedachten toelaat, zijn dat dikwijls figuren die net zoals ik in zware of melancholische denkpatronen verstrikt zitten. Wanneer ze me toevallig, of net niet toevallig tegen het lijf botsen, en ik er bij een koffie het leven mee kan ontrafelen of er zware en melancholische gesprekken kan mee voeren, wil ik ze bijhouden in manuscripten of in schrijfrafels zoals deze.

Mocht de ideale partner bestaan, ik zou er voor een vrijgevochten, sterke, zelfstandige vrouw één kunnen zijn, omdat ik er bijna nooit ben, althans toch meestal niet helemaal. Het voordeel voor haar zou eruit bestaat dat zij al haar energie zou kunnen blijven steken in wat voor haar belangrijk is, namelijk vrijgevochten zijn. Ik zou als compensatie van dat voordeel gewoon verder kunnen blijven rondwalen in mijn dromen zodat ik haar niet voor de voeten zou lopen.

Ik lig op mijn rug, staar naar het plafond en overdenk wat ik aan het schrijven ben. In mijn oren klinkt ‘The sound of silence’ net zo luid dat de tekst van dat liedje mijn gedachten wil overstemmen. Dat lukt niet helemaal omdat ‘darkness my old friend’ precies diegene is waarover ik nu mijn gedachten laat ontsporen. Garfunkel en Simon zeggen me dat ze met mij komen praten. Ik heb er geen zin in. Ik wil gewoon hun stilte voor zich laten spreken. Vanavond wil ik het geluk van de eenzaamheid helemaal alleen ervaren. Ik voel namelijk helemaal geen behoefte om mezelf vrijwillig bloot te stellen aan emoties waartegen ik geen weerstand kan bieden. Misschien dat ik daarom al langer hoe minder zin heb in mensen te zien om ze toegang te verschaffen tot mijn persoonlijk territorium. Ik plooi liever terug op mijn veilige gedachten, zodat ik jullie er voor een onbestaande reden deelgenoot van kan maken. De voorspelbaarheid van deze uren chaotische rust gunnen me dan de kalmte waarnaar ik op zoek was. Misschien is dit soort schrijven wel het liefste wat in mijn vrije tijd ook nog zou willen doen, al zou het begrip vrije tijd hierdoor wel een vreemde, dubbele betekenis krijgen omdat het dat door het gepeins niet meer zou zijn. Nu ik dit neergepend heb weet ik dat ik het voor mezelf weer oeverloos moeilijk aan het maken ben en laat dat nu zijn wat ik altijd doe. Het voor mezelf moeilijk maken.

Zou ik om fris oud te kunnen worden niet beter mijn ervaring vergeten, dan zou dit verhaal met zekerheid minder zwaar of melancholisch zijn. Misschien begin ik er straks al aan, in gedachten.

Je staat op mute!

De zoveelste skypemeeting van de week sleepte zich naar zijn einde. Om bij de andere aanwezigheden een geïnteresseerde indruk na te laten, deed ik nog een hopeloze poging om een gevatte tussenkomst te doen. Ik ging helemaal de mist in want ik merkte bij mezelf op dat ik mijn woorden kwijt was. Misschien wou ik, zoals men dat van mij gewend is, nog wel een punt maken, maar toen ik dat probeerde, merkte ik dat de zin die ik aanvatte geen begin en geen einde ging krijgen. Vruchteloos had ik geprobeerd om tijdens die anderhalf uur durende online vergadering bij de les te blijven, maar het slidepack dat op mijn scherm gesmeten werd en maar geen einde leek te hebben, had zo lang geduurd en had me zo afgemat, dat het me helemaal aan energie ontbrak om überhaupt nog iets te zeggen.

Ik brabbelde maar wat los. Die laatste slideshow was er teveel aan geweest, want net zoals een koe naar een trein gaapt, staar ikzelf al maandenlang naar grafieken en presentaties. In skype- zoom & teamsessies, luister ik naar mensen die daar ook maar proberen te verdoezelen dat ze eigenlijk hetzelfde doen als ik. Misschien kost dat krasselen op zich al zoveel moeite dat ik het spreken daardoor een beetje verleerd was. Ik zeg maar wat.

“Iemand nog vragen?” Ik zette mijn camera uit en switchte mijn micro op stil. “Jan, we horen je niet, je staat op mute, denk ik”, waren de laatste woorden die ik vastbesloten negeerde, alvorens mijn computer definitief het zwijgen op te leggen.

Nu zit ik op mijn gat, ik kijk naar buiten en doe niets. Alle aandachtstrekkers en stoorzenders heb ik gisterenavond uitgezet. Wekkers, collega’s, nieuws, sociale gazetten, presentaties en slideshows komen er vandaag niet in. Hoe langer ik nadenk over hoe ik de laatste maanden mijn dagen slijt, des te meer ik overtuigd raak dat al die online snoevers en digitale betweters toch maar één doel voor ogen hebben. Stuk voor stuk willen ze dat ik al mijn beperkte aandacht pomp in hun enge onheilspellende virtuele wereld die niet de mijne is. Met aanlokkelijke schermen, met uitdagende slogans of met ellelange presentaties, wordt mijn kritisch denkvermogen gekaapt en worden meningen, onzin en feiten in encyclopedietempo zonder weerstand, subtiel bij mij binnen geduwd. En nu ik het op deze manier voorstel voelt het bijna alsof ik telkens opnieuw digitaal verkracht werd. Had ik eerder, luider en vaker neen moeten roepen? Ik denk het wel.

Vandaag heb ik niets omhanden en heb ik maar één voornemen. Ik blijf ver weg van de energieopslorpende werktunnel, ik stap niet in die wespennest van meningen en blijf ver weg van de broedkamer van wereldproblemen. Die zullen zonder mij en zonder mijn nutteloze inbreng ook wel opgelost raken.

Mijn camera is uit en mijn micro staat op mute.

Pauw met mooie pluimen!

Meningen, zijn de laagste vorm van menselijke intelligentie. Een opinie vereist namelijk geen enkele verantwoording, geen enkel begrip, want een straffe uitspraak doen behoeft geen enkel inlevingsvermogen.

Net zoals die van een andere, is mijn mening dus niets meer dan een persoonlijke waardebepaling van hoe ikzelf naar een bepaalde situatie kijk, hoe ik die ervaar en hoe ik die met een begrensde context verkondig. Mijn subjectieve beoordeling van een gebeurtenis heeft met deskundigheid, met verstand of met inzicht niets te maken. Het heeft er geen uitstaan mee, in de verste verte niet. Wanneer ik in mooi verpakte woorden standpunt inneem, is gehoord worden vaak het enige doel dat ik voor ogen heb. Door mijn stem openlijk te verheffen of door straffe woorden op papier te zetten, probeer ik onhandig te verdoezelen dat ik maar een verschrikkelijk onzekere prutser ben die van het leven helemaal niets begrepen heeft, laat staan dat ik oplossingen in pacht heb. Negeer ze dus voortaan, want met mijn branie, met mijn kwinkslag of met dat ogenschijnlijk, onderbouwd betoog probeer ik in de wereld van uiteenlopende meningen gewoon maar een beetje meer ruimte in te nemen dan mijn gesprekspartners of toehoorders die net als ik hetzelfde doel voor ogen hebben. Ik pleit dus even schuldig dan hen, want in de oorlog van de meningen voer ook ik strategische achterhoedegevechten of ga ik helemaal in het offensief om een beetje ingebeeld territorium te verwerven over conflicten of gebeurtenissen waarvan ik me expert waan. Wanneer het pleit dan uiteindelijk beslecht is, en ik mijn vlag in het slagveld van de meningen heb neer gepland, is mijn nutteloze strijd gestreden, want er blijft niemand meer over om het woordenduel mee aan te gaan. Met mijn mening, waar niemand zit op te wachten, waan ik me net als jij een pauw die met zijn staart pronkt maar die het gewicht ervan de hele dag achter zich aan loopt te zeulen. Meningen dus, zijn naar mijn bescheiden mening de laagste vorm van menselijke kennis en geloof me maar wanneer ik je zeg dat ik het kan weten.

De hoogste vorm van menselijke kennis en intelligentie is volgens mij empathie. Niet dat ik U mijn mening wil opdringen, maar ik zeg dit omdat inlevingsvermogen van mezelf vergt dat ik mijn ego kan opschorten en dat ik me in andermans wereld kan inleven. Het vereist een diepgaander doel dat de context en het begrip van mezelf en mijn eigen belang ver overstijgt. Alleen wanneer ik mezelf kan verplaatsen in de gedachtewereld van anderen kan ik misschien bijdragen tot het begrip van de emoties of drijfveren van diegene waartegen ik praat of van diegenen waarmee ik van mening verschil. Als we dat niet doen, zullen we naast elkaar blijven praten en creëren we samen een sappige voedingsbodem voor meningsverschillen, polarisatie, oorlogen en ontij.

Als dit berichtje op weerstand stuit, mag je deze ochtendlijke zaterdagmorgenoverpeinzing van mezelf gerust klasseren als een zoveelste mening waar niemand zat op te wachten. Hopelijk heeft het geen pijn gedaan.

De geknipte man.

‘Lukt het alleen vanaf hier’, vroeg de verpleegster me nadat ze me de kamer had getoond en ze me een plastic zakje had overhandigd waarin een wegwerpscheermes, een paar steriele verbandjes en een flacon eosine zat. ‘Gaat het alleen’, vroeg ze iets nadrukkelijker, omdat ik nog niet op haar vraag had geantwoord.

Voor een verpleegster – die haar dagen op de dienst urologie van het ziekenhuis doorbrengt – was dit een doodgewone, alledaagse handeling. Ikzelf echter wist me geen houding aan te nemen om gepast te reageren. Zou ik neen durven zeggen? In mijn fantasie flirtte ik even met het idee om haar het karwei te laten opknappen, maar ik liet die gedachte even snel varen. Ten eerste omdat ik de avond voordien mijn voorzorgen had genomen en mijn intiemste zone zelf van haar- en schaamdons had ontdaan, maar ook omdat ik een vrouw met een mes niet vertrouw, ook al is ze verpleegster en ook al is het maar een wegwerpmes. ‘Neen, laat maar, het gaat wel’, prevelde ik behoedzaam. Het moest maar eens zijn dat ik haar, – terwijl ze mijn scrotum zat te scheren – plotseling aan iemand deed denken met wie ze nog een “eitje mee te pellen had” en dat ze mij met hem verwarde. Ik zou begot zomaar met één haal “al” mijn mannelijkheid kunnen verliezen.

Op de vraag waarom ik me tot op vandaag herinner waarom ze onder haar witte verpleegsteruniform rode lingerie droeg, is een kwestie waarop niemand het juiste antwoord kent. Misschien was het gewoon een zinloze demarche of een wanhoopsdaad van mijn hypophyse, om daar in de aanschijns van vrouwelijke wulpsheid, mijn laatste greintje mannelijke waakzaamheid ten toon te spreiden die ik op het punt stond definitief te verliezen. Maar ik negeerde deze hormonale stuiptrekking compleet omdat een man die zich in een situatie als deze bevindt maar beter zijn koelbloedigheid kan bewaren en niet mag vergeten voor welk hoger doel hij zich in deze gênante situatie heeft gemanoeuvreerd. Waarom dit verhaal door de mate van detail nog gênanter aan het worden is, is een vraag, waarop net als op de vorige trouwens, niemand een afdoend antwoord kan verzinnen. Wat wel iedereen weet is dat in de voorbije decennia al veel gezegd en geschreven is over de zogenaamde verstoorde verhouding tussen mannen en vrouwen en dat die aan de basis zou liggen van wederzijds onbegrip en misverstanden. In dit geval echter, was de man in kwestie, ik dus, niet te beroerd geweest om zich supercorrect van zijn meest inschikkelijke kant te tonen, namelijk zijn onderkant. Om zich daar, aan deskundigen te onderwerpen en te laten gebeuren wat moest gebeuren. Om de natuur een stapje voor te blijven, maar ook om mijn lief af te helpen van die dagelijkse dosis toegevoegde hormonen, want geloof me maar op mijn woord als ik je zeg dat ze er daar “gewoonlijk” al meer dan genoeg van bezit. Haar hormonenspiegel hoefde door mijn mannenverminking dus niet langer dagelijks, kunstmatig verhoogd te worden, al vreesde ik zelf wel dat mijn persoonlijke hormonenhuishouding erg zou kunnen lijden onder de ingreep die ik op het punt stond te ondergaan. Maar die angst – zo zou nadien blijken – zit voornamelijk tussen de oren, al wil ik niet ontkennen dat die zich op dat bewuste moment toch eerder tussen mijn benen bevond.

Omdat mijn supersonisch-viriele, mannelijke ego – dat op dat moment nog niet vermoord was – er maar weinig voor voelde om zich onder plaatselijke verdoving te laten ontmannen, maar ook omdat ik best wel van efficiëntie houd en ik ook een neusoperatie moest ondergaan, werden beide operaties in één moeite door en onder volledige narcose gedaan. Hoewel mijn neus af en toe stijf wordt en mijn piemel soms automatisch begint te lopen – ik sluit niet uit dat beide operatie verwisseld werden en dat wat aan mijn neus moest gebeuren aan mijn zak is gebeurd – ben ik voor mijn lief vanaf die bewuste dag de genipte man. Omdat zijn van die rotpil verlost is, maar ook omdat ze eindelijk door de feiten bewezen, de broek mag dragen. Zelf dans ik ondertussen en sinds die bewuste knip, braaf naar hormonenvrije pijpen en dan bedenk ik me. Echte mannelijkheid zit van binnen, al hangt ze er vaak toch overbodig aan de buitenkant, in een zakje, gewoonweg belachelijk uit te zien, zeker als ze geschoren zijn!

De wereld draait door.

De laatste paar dagen plaatste ik dat medium hier vol onzin en onnozelheden. Ik deed dit niet om mezelf interessant te maken, om het virus te minachten, het te minimaliseren of om te lollen met risicogroepen of hulpverleners. Neen, ik deed het alleen maar in een luchtige poging om even een geforceerde glimlach op je lippen te brengen of om je hem te laten onderdrukken omdat het grapje “wat op het randje” was zodat je je even aan iets anders kon ergeren dan aan het Coronavirus. Maar ik deed het ook omdat ik weet wat het betekent om een tijdje van de wereld geïsoleerd te zijn of om 24/24 op elkaars lip te zitten. Vrolijk word je daar niet van. Helemaal alleen zijn of beperkt zijn in je persoonlijke bewegingsvrijheid … Dat doet iets met de mens. Sommige tenen worden dan snel te lang voor de schoenen waar ze in moeten. Andere mensen raken gedeprimeerd of worden opstandig als de lont kort te wordt, andere dan weer reageren angstig of overdreven emotioneel. Persoonlijk heb ik last van al die dingen. dus puur uit zelfbescherming heb ik mezelf gisteren uitgeschreven uit de meeste Whatsapp- en Messengergroepen en probeer ik overvloedige nieuws te vermijden. Ik deed dat niet omdat ik de mensen die erin zitten niet graag zie maar wel omdat berichten die ze erin dropten met het uur onheilspellender en dramatischer werden en ik er impulsief of emotioneel begon te op te reageren. Velen onder ons hebben de neiging om dingen die we weten, vermoeden of uit tweede of derde hand vernomen hebben op te blazen of er een eigen draai aan te geven en ze er erger willen doen laten uitzien waardoor straks de hemel zeker op onze kop valt. Ook ben ik er me heel bewust van dat ik, buiten binnen blijven, mensen vermijden en handen te wassen NIETS kan doen om het virus weg te jagen. Gisteren stelde ik mezelf de vraag of ik er beter van word te weten dat er in Italië -tig nieuwe besmettingen en -tig verse doden zijn te betreuren en dat Nieuw-Zeeland slechts één patiënt telt. Ik stelde me in dezelfde reflex de vraag of die overvloed aan (des)informatie een helende of belemmerende invloed had. Ik kwam erachter dat ik er niks mee kon aanvangen behalve te vervallen in doemscenario’s die te erg of niet erg genoeg zijn. Als ik zo verder zou doen zou ik mezelf gek maken waardoor het risico reëel wordt dat de symptomen van die onrust door over-informatie en stemmingmakerij nog erger worden dan die van virus waartegen we ons trachten te beschermen.

GDus a.u.b. verpreid geen onzin. Maak elkaar niet gek… laat mij dat maar proberen met mijn stomme lolletjes…..

En verder blijf binnen, was je handen, vermijd mensen, laat nog iets in de rekken liggen voor diegenen die na jou komen winkelen en … a.u.b. doe normaal…..De wereld draait al zot genoeg!

%d bloggers liken dit: