Categorie: Geen categorie

Joekel

Een ochtend van dertien in een dozijn was het.  Ik had me voorgenomen om, purend uit mijn persoonlijke mentale prullenmand een erotisch verhaal te verzinnen, ware het niet dat ik snotverkouden ben, keelpijn heb en mijn hoofd op oorlog staat. Normaal ben ik inventief en hartstochtelijk genoeg om elke zeven seconde erotisch te denken en te schrijven maar nu kwam ik op de een of andere manier niet verder dan deze ijskoude zinnen.

… Met de sluier van de nacht spreekt een halfnaakt lijf een taal die hij niet begrijpt. Een woordeloze nachtelijke dialoog toont de schaduwzijde van twijfelende lichaamstaal dat een onheilspellend gerucht verspreidt dat hij niet gelooft. Gisteren nog was hij jong en hitsig maar sedert vannacht zijn de muren van het leven even glad geworden als het lijf dat op veilige afstand verstijfd naast hem ligt. Telkens wanneer hij er zich aan probeerde vast te klampen vond hij geen grip en gleed hij door in de diepte van kilte en onbegrip. Alsof hij aan de liefde zelf lijkt te sterven. “De wereld mag me vervloeken”, roept hij uit. Ik zondigde tegen lichaam en verstand maar vergeef me voor de zonden tegen mijn hart, want die heb ik nooit begaan…”

Verder dan dit gebrabbel kwam ik niet. De erotiek in dit verhaal, dat er trouwens nooit een geworden is, vertoont veel gelijkenis met de tas thee die ik mezelf zopas heb gezet. Want laat het er ons aub over eens zijn dat, naast water, thee de meest eentonige drank ter wereld is. Thee is, maar dat wisten jullie zelf al, drank die in hoofdzaak gedronken wordt door wandelaars, veganisten en libidoarme vrouwen wiens erotische fantasie er alleen nog uit bestaat om een zakje te laten trekken en zo vruchteloos te wachten tot er iets heets ontstaat. Ik hoef niet te zeggen dat ik er nauwelijks van gedronken heb.

Dat dit erotisch verhaal geen geil of romantisch vervolg krijgt, wijt ik in hoofdzaak aan thee en bijgevolg aan vrouwen die theedrinken maar ook aan de overvloed van snot en vocht dat zich langs alle openingen van mijn hoofd een weg naar buiten zoekt. Nu ik de rafels herlees van wat ik geschreven heb raak ik compleet verlamd door de overtuiging dat ik helemaal overbodig en irrelevant aan het worden ben, dat de wereld zoals ik hem graag heb precies niet meer bestaat. Dat alles uit elkaar lijkt te vallen in chaos en rommelige rotzooi.

Met een opener zoals deze zal ik als erotisch verhalenverteller geen punten scoren om niet te zeggen geen enkel, toch is het precies hoe ik me soms voel wanneer ik weer eens urenlang heb liggen zwoegen en volkomen betekenisloos heb zitten graven in de kantlijn van een wereld die in een ijzingwekkend tempo aan mij voorbijraast en waar ik precies niet meer in thuishoor.

Heb ik nu echt niets beter te doen dan me hier literair te masturberen en uren op taal te knabbelen tot er iets ontstaat dat half leesbaar is? Natuurlijk is dat zo. Natuurlijk is er heel veel te doen, alleen ik doe niets, noppes. Ik blijk naast laf, oninteressant, afwachtend, wraakzuchtig, (ziek maar dit terzijde) ook nog lui. En dan denk ik Pultau, loser, zou je jezelf net als deze tekst niet beter deleten?

Misschien ben ikzelf wel het grootste probleem van mezelf. Denkende dat ik een verschil kan maken terwijl dit klad in feite niets meer is dan ijdelheid die de kop opsteekt erop hopend dat mijn woorden gelezen worden terwijl de wereld daarbuiten helemaal niet wakker ligt van mijn gekakel. Terwijl ik deze laatste zin schrijf slaat de schrik me om het hart.  Je raadt het nooit maar geloof me op mijn woord dat, terwijl ik staar naar de bobbel in mijn broek er zich op dit eigenste moment, in mijn hoofd een joekel van een erotisch verhaal afspeelt.

Darkness my old friend.

Mensen komen toevallig langs. Ze passeren. Het gros daarvan kan ik tollereren, omdat ik mijn afkeur aan sommigen van hen met de jaren heb leren temperen. Maar net zo goed overkomt het me dat, voor god weet welke reden dan ook, mensen in mijn leven binnenvallen die ik wil bijhouden, om ervan te leren, omdat ik er me door aangetrokken voel, of net omdat er zo’n grote leegte gaapt tussen hun interessante bezigheden en mijn smalle wereldje dat ik dikwijls als nogal oppervlakkig ervaar. Ik leef voornamelijk in gedachten om daar al die passanten opnieuw tot leven te wekken. Wanneer ik dan toch mensen in mijn hart of in mijn gedachten toelaat, zijn dat dikwijls figuren die net zoals ik in zware of melancholische denkpatronen verstrikt zitten. Wanneer ze me toevallig, of net niet toevallig tegen het lijf botsen, en ik er bij een koffie het leven mee kan ontrafelen of er zware en melancholische gesprekken kan mee voeren, wil ik ze bijhouden in manuscripten of in schrijfrafels zoals deze.

Mocht de ideale partner bestaan, ik zou er voor een vrijgevochten, sterke, zelfstandige vrouw één kunnen zijn, omdat ik er bijna nooit ben, althans toch meestal niet helemaal. Het voordeel voor haar zou eruit bestaat dat zij al haar energie zou kunnen blijven steken in wat voor haar belangrijk is, namelijk vrijgevochten zijn. Ik zou als compensatie van dat voordeel gewoon verder kunnen blijven rondwalen in mijn dromen zodat ik haar niet voor de voeten zou lopen.

Ik lig op mijn rug, staar naar het plafond en overdenk wat ik aan het schrijven ben. In mijn oren klinkt ‘The sound of silence’ net zo luid dat de tekst van dat liedje mijn gedachten wil overstemmen. Dat lukt niet helemaal omdat ‘darkness my old friend’ precies diegene is waarover ik nu mijn gedachten laat ontsporen. Garfunkel en Simon zeggen me dat ze met mij komen praten. Ik heb er geen zin in. Ik wil gewoon hun stilte voor zich laten spreken. Vanavond wil ik het geluk van de eenzaamheid helemaal alleen ervaren. Ik voel namelijk helemaal geen behoefte om mezelf vrijwillig bloot te stellen aan emoties waartegen ik geen weerstand kan bieden. Misschien dat ik daarom al langer hoe minder zin heb in mensen te zien om ze toegang te verschaffen tot mijn persoonlijk territorium. Ik plooi liever terug op mijn veilige gedachten, zodat ik jullie er voor een onbestaande reden deelgenoot van kan maken. De voorspelbaarheid van deze uren chaotische rust gunnen me dan de kalmte waarnaar ik op zoek was. Misschien is dit soort schrijven wel het liefste wat in mijn vrije tijd ook nog zou willen doen, al zou het begrip vrije tijd hierdoor wel een vreemde, dubbele betekenis krijgen omdat het dat door het gepeins niet meer zou zijn. Nu ik dit neergepend heb weet ik dat ik het voor mezelf weer oeverloos moeilijk aan het maken ben en laat dat nu zijn wat ik altijd doe. Het voor mezelf moeilijk maken.

Zou ik om fris oud te kunnen worden niet beter mijn ervaring vergeten, dan zou dit verhaal met zekerheid minder zwaar of melancholisch zijn. Misschien begin ik er straks al aan, in gedachten.

Je staat op mute!

De zoveelste skypemeeting van de week sleepte zich naar zijn einde. Om bij de andere aanwezigheden een geïnteresseerde indruk na te laten, deed ik nog een hopeloze poging om een gevatte tussenkomst te doen. Ik ging helemaal de mist in want ik merkte bij mezelf op dat ik mijn woorden kwijt was. Misschien wou ik, zoals men dat van mij gewend is, nog wel een punt maken, maar toen ik dat probeerde, merkte ik dat de zin die ik aanvatte geen begin en geen einde ging krijgen. Vruchteloos had ik geprobeerd om tijdens die anderhalf uur durende online vergadering bij de les te blijven, maar het slidepack dat op mijn scherm gesmeten werd en maar geen einde leek te hebben, had zo lang geduurd en had me zo afgemat, dat het me helemaal aan energie ontbrak om überhaupt nog iets te zeggen.

Ik brabbelde maar wat los. Die laatste slideshow was er teveel aan geweest, want net zoals een koe naar een trein gaapt, staar ikzelf al maandenlang naar grafieken en presentaties. In skype- zoom & teamsessies, luister ik naar mensen die daar ook maar proberen te verdoezelen dat ze eigenlijk hetzelfde doen als ik. Misschien kost dat krasselen op zich al zoveel moeite dat ik het spreken daardoor een beetje verleerd was. Ik zeg maar wat.

“Iemand nog vragen?” Ik zette mijn camera uit en switchte mijn micro op stil. “Jan, we horen je niet, je staat op mute, denk ik”, waren de laatste woorden die ik vastbesloten negeerde, alvorens mijn computer definitief het zwijgen op te leggen.

Nu zit ik op mijn gat, ik kijk naar buiten en doe niets. Alle aandachtstrekkers en stoorzenders heb ik gisterenavond uitgezet. Wekkers, collega’s, nieuws, sociale gazetten, presentaties en slideshows komen er vandaag niet in. Hoe langer ik nadenk over hoe ik de laatste maanden mijn dagen slijt, des te meer ik overtuigd raak dat al die online snoevers en digitale betweters toch maar één doel voor ogen hebben. Stuk voor stuk willen ze dat ik al mijn beperkte aandacht pomp in hun enge onheilspellende virtuele wereld die niet de mijne is. Met aanlokkelijke schermen, met uitdagende slogans of met ellelange presentaties, wordt mijn kritisch denkvermogen gekaapt en worden meningen, onzin en feiten in encyclopedietempo zonder weerstand, subtiel bij mij binnen geduwd. En nu ik het op deze manier voorstel voelt het bijna alsof ik telkens opnieuw digitaal verkracht werd. Had ik eerder, luider en vaker neen moeten roepen? Ik denk het wel.

Vandaag heb ik niets omhanden en heb ik maar één voornemen. Ik blijf ver weg van de energieopslorpende werktunnel, ik stap niet in die wespennest van meningen en blijf ver weg van de broedkamer van wereldproblemen. Die zullen zonder mij en zonder mijn nutteloze inbreng ook wel opgelost raken.

Mijn camera is uit en mijn micro staat op mute.

Pauw met mooie pluimen!

Meningen, zijn de laagste vorm van menselijke intelligentie. Een opinie vereist namelijk geen enkele verantwoording, geen enkel begrip, want een straffe uitspraak doen behoeft geen enkel inlevingsvermogen.

Net zoals die van een andere, is mijn mening dus niets meer dan een persoonlijke waardebepaling van hoe ikzelf naar een bepaalde situatie kijk, hoe ik die ervaar en hoe ik die met een begrensde context verkondig. Mijn subjectieve beoordeling van een gebeurtenis heeft met deskundigheid, met verstand of met inzicht niets te maken. Het heeft er geen uitstaan mee, in de verste verte niet. Wanneer ik in mooi verpakte woorden standpunt inneem, is gehoord worden vaak het enige doel dat ik voor ogen heb. Door mijn stem openlijk te verheffen of door straffe woorden op papier te zetten, probeer ik onhandig te verdoezelen dat ik maar een verschrikkelijk onzekere prutser ben die van het leven helemaal niets begrepen heeft, laat staan dat ik oplossingen in pacht heb. Negeer ze dus voortaan, want met mijn branie, met mijn kwinkslag of met dat ogenschijnlijk, onderbouwd betoog probeer ik in de wereld van uiteenlopende meningen gewoon maar een beetje meer ruimte in te nemen dan mijn gesprekspartners of toehoorders die net als ik hetzelfde doel voor ogen hebben. Ik pleit dus even schuldig dan hen, want in de oorlog van de meningen voer ook ik strategische achterhoedegevechten of ga ik helemaal in het offensief om een beetje ingebeeld territorium te verwerven over conflicten of gebeurtenissen waarvan ik me expert waan. Wanneer het pleit dan uiteindelijk beslecht is, en ik mijn vlag in het slagveld van de meningen heb neer gepland, is mijn nutteloze strijd gestreden, want er blijft niemand meer over om het woordenduel mee aan te gaan. Met mijn mening, waar niemand zit op te wachten, waan ik me net als jij een pauw die met zijn staart pronkt maar die het gewicht ervan de hele dag achter zich aan loopt te zeulen. Meningen dus, zijn naar mijn bescheiden mening de laagste vorm van menselijke kennis en geloof me maar wanneer ik je zeg dat ik het kan weten.

De hoogste vorm van menselijke kennis en intelligentie is volgens mij empathie. Niet dat ik U mijn mening wil opdringen, maar ik zeg dit omdat inlevingsvermogen van mezelf vergt dat ik mijn ego kan opschorten en dat ik me in andermans wereld kan inleven. Het vereist een diepgaander doel dat de context en het begrip van mezelf en mijn eigen belang ver overstijgt. Alleen wanneer ik mezelf kan verplaatsen in de gedachtewereld van anderen kan ik misschien bijdragen tot het begrip van de emoties of drijfveren van diegene waartegen ik praat of van diegenen waarmee ik van mening verschil. Als we dat niet doen, zullen we naast elkaar blijven praten en creëren we samen een sappige voedingsbodem voor meningsverschillen, polarisatie, oorlogen en ontij.

Als dit berichtje op weerstand stuit, mag je deze ochtendlijke zaterdagmorgenoverpeinzing van mezelf gerust klasseren als een zoveelste mening waar niemand zat op te wachten. Hopelijk heeft het geen pijn gedaan.