Wijf of diepvrieskip?

Af en toe geef je me de indruk alsof je dagenlang op het ijs hebt gelegen en dat je helemaal bevroren bent zoals een dievrieskip of een doos crème glace. Gelukkig denk ik alleen maar zo als we woorden hebben. Op die momenten krijg je me zo nijdig omdat je het einde van die lange stilte of van het gekrakeel een prijs geeft die zo duur moet betaald worden alsof het een gigantisch duur cadeau betreft. Als de al zeldzame romantiek helemaal verdwenen is en plaats heeft gemaakt voor ijzige strubbelingen en koude woordgevechten, heb je nog meer dan anders de neiging, om het laken helemaal naar je toe te trekken. ‘Ik doe tenminste voort, jij zwijgt alleen maar en trekt smoelen. Ik ben tenminste super-rationeel en jij bent over-emotioneel. Net een wijf, jij’, zeg je dan en met de toon krijgen die woorden nog wat meer buskruitlading zodat ik nog wat dieper in mijn loopgraaf kruip. Wat ik op zulke momenten hoor is, ‘Ik ben bedachtzaam en scherpzinnig, op mij kan je rekenen. Jij bent geesteloos, emotioneel, impulsief, lui en ongeïnteresseerd.’

Nochtans denk ik dat alle dingen die ik doe alleen maar ingegeven zijn door emotie en ik vind dat niet verkeerd. Zo eet ik bijvoorbeeld omdat ik honger heb of omdat ik het lekker vind, niet omdat ik weet dat daardoor koolhydraten omgezet worden in suikers die me energie geven om in leven te kunnen blijven. Ik schrijf dit omdat ik het leuk vind, niet om onderwerpen, persoonsvormen en naamwoorden in de juiste volgorde te plaatsen, zoals ik het geleerd heb. Mijn ratio gebruik ik dus alleen maar om de dingen die rondom mij gebeuren een beetje beter te begrijpen. Met mijn zintuigelijke waarnemingen leg ik een puzzel die me leert hoe mijn wereld draait. Daarbij gebruik ik eigen ervaringen en die van anderen en probeer ik zo een scherper beeld te krijgen van wat moet gebeuren om vooruit te komen of om het een beetje naar mijn zin te hebben. Mijn Ratio geeft mijn bestemming aan maar het zijn mijn emoties die me tot actie zullen laten overgaan want mijn denken bepaald de bestemming. Toch zal ik een andere richting uitgaan als mijn gevoel me dat ingeeft. Waarom denk je anders dat ik nog sigaretten paf en waarom ik wel gestopt met pinten drinken?

Ruzie maken, het zou ergens moeten over gaan en het zou ons ergens naar toe moeten brengen. Jij zou er slimmer en rationeler van kunnen worden zodat we in de toekomst die ruzie kunnen vermijden en ik zou ervan moeten leren om er als het dan toch gebeurt, minder emotioneel, niet impulsief en minder gevoelig mee om te springen maar ik blijf het wijf en jij de diepvrieskip.

Mars der verdrukten.

In zaal Volksbelang hing een gespannen drukte. Het café was zoals elke jaar op één mei de toneelscene van het rode congres van de overwinning. Mannen en vrouwen die er allemaal hetzelfde uitzagen kregen op de kraag van hun zondagse kostuum een rode roos en een rode duim gespeld. Rode vlaggen en wimpels werden van onder het stof gehaald om noodlijdende broeders in armoede een hart onder de riem te steken. Zelfs de morgen was in die dagen nog solidair want die kleurde ook bloedrood toen de bond der rechtvaardigen in een lang gerekte stoet de straat opkwam waar ze in een feestroes hun maatschappelijke onderdrukking kracht bij zetten.

Dertig jaar later is solidariteit in de selfie-maatschappij een scheldwoord geworden. Al wie opkomt voor diegene die het met wat minder dient te stellen, wordt beschimpt, in een hoek gezet of als fraudeur of profiteur afgeschilderd. Wanneer je heden ten dage, openlijk socialisme en samenhorigheid uitdraagt, wordt je verketterd, scheef bekeken en uitgejoeld! Terwijl gelijkheid, vrijheid, rechtvaardigheid en solidariteit nochtans steeds dezelfde universele waarden zijn die ons nog altijd onderscheiden van dierlijke instinctieve geldingsdrang. Wanneer de jeugd op straat komt voor plasticvrije oceanen, zuivere lucht en wat meer comfort en waardigheid voor de grijze generatie worden ze als verwaand en lui verguisd.

Mijn persoonlijk socialisme probeer ik dagelijks uit te dragen en zeker niet op één mei omdat dan socialisme, solidariteit en samenhorigheid te vaak misbruikt wordt, door verkeerde figuren die er de geschiedenis mee willen recupereren of om een verborgen agenda en een electorale combine verkocht te krijgen.

Dus stap ik vandaag maar mee in een andere kleurrijke stoet der verdrukten. Samen met een andere bond der rechtvaardigen zal ik getooid in geel rode kleuren hard roepen voor noodlijdende broeders in een andere ongelijke strijd.  Tot de overwinning binnen is.

“Wij blijven kakkers of da ge da na geire hebt of nie….! “

“Forza Malinwa…!”

Kitscherige jarretels.

Sommige mensen zoeken hun heil in allerhande soorten vrijetijdsbestedingen zoals, computers, muziek of sport. Ik ben bang dat ik gezegend of vervloekt ben met het opslaan van allerhande onbenullige gedachten of indrukken. Mijn geheugenzolder raakt op die manier vol gepropt met souvenirs uit het verleden, met toekomstige scenario’s die zich nog moeten voltrekken of met absurde invallen of gedachten die eigenlijk te gek zijn om er woorden aan te verspillen. Elk onopgelost probleem, elke romantische herinnering of elke hilarisch idee vindt daar dan wel een tijdelijk onderkomen om, wanneer de tijd rijp is, in woorden en in excentrieke beelden te veranderen alvorens uit mijn pen te vloeien. Vandaag echter zou ik willen dat dit krankzinnige verhaal uit zichzelf kon spreken zodat ik eindelijk een beetje zou kunnen zwijgen want ik bedenk me net dat er geen betere manier bestaat om me helemaal weg te stoppen dan veel over mezelf te schrijven. Zo kan ik eenvoudige dingen er gecompliceerd doen uitzien of ze interessanter laten lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Op die manier laat schrijven me toe om enkel die dingen prijs te geven die interessant zijn en die er toe doen maar die zaken verborgen te houden die essentieel zijn, een beetje zoals pikante vrouwenlingerie maar dan met kitscherige jarretels want die hebben ook geen enkele toegevoegde waarde wanneer het er op aan komt.

Spijbelen is zo stom als manifesteren.

In mijn jonge tijd heette spijbelen nog gewoon ‘brossen’ of ‘fatsen’. Indien ‘brossen’ toen spijbelen had geheten, zou ik dat beslist nooit gedaan hebben. Dat woord heeft gewoonweg te weinig avontuurlijke bijklank om interessant of spannend te zijn. Spijbelen! Dat klinkt toch veel te Hollands om het te willen doen, zelfs al is het verboden.

Dat was het toen ook al. Brossen, was uit den boze. Toen wij er in onze tijd van tussenuit muisden, in het begin voor zure beren van het Sint-Pieterke (het plaatselijke snoepwinkeltje) en later voor lange fluiten in den Tempelier bij Martine, en we werden betrapt, kregen we retenue.

Op woensdag of zaterdag mochten we dan op school, minstens twee en meestal drie uur nutteloos schrijfwerk komen doen en we waren al content als we er met één straftijd vanaf kwamen. Als je toen op brossen betrapt werd, kreeg je stempel ‘tegentraveir’. Dan was je naam gemaakt en werd je door het lerarenkorps verguisd en geviseerd maar werd je in één moeite door, wel de held. Als de studiemeester of de perfect je in de fietsenkelder attrapeerden wanneer je via de achterdeur probeerde te verdwijnen, werd je door die tegendraadsheid later als James Dean van de speelplaats onthaald.

Wanneer men dat avontuurlijk gedrag precies spijbelen is gaan noemen, weet ik niet exact. Wat ik wel weet is dat ik het een stomme beslissing was. Met die definitie verloor die clandestiene activiteit alle charme en mystiek. Voor mijn part mag dat woord uit het groene boekje geschrapt worden.

Net zoals het woord manifesteren. Toen wij in de hoogdagen van de koude oorlog niet akkoord waren met de bewapeningswedloop van de regering Martens en door de Brusselse straten ‘Godverdomme, weg die bommen’, scandeerden werd dat in de media niet omfloerst afgedaan als manifesteren. Neen, wij waren deelgenoot van de grootste protestmars aller tijden. Dat was de moeder alle betogingen. Dat was toch geen manifestatie dat was protest en verzet in zijn puurste vorm Dus beste jeugd laat dat spijbelen achterwege en stop met die manifestaties maar fats, bros en betoog. Voer het verzet en protesteer. Laat horen dat met jullie niet gesold mag worden en dat het jullie menens is. Wij deden het ook en ons heeft het geen hol opgebracht want ‘This body is nog altijd in Danger!’

No time to waste!

Het eerste glas

Verslaafd? Daar ben je helemaal zelf de oorzaak van. Daar ben je echt altijd zelf verantwoordelijk voor. Zo denken mensen dikwijls. Zo was het ook bij mij en dan zeiden ze: ‘Drink eens iets anders.’ ‘Drink eens iets goeds maar niet zo veel’. Hoe vaak heb ik die zinnen niet gehoord? Ze galmen nog na. Wanneer ik er op terug denk hoe het ooit geweest is. ‘Moet dit nu? Kan je nu echt niet eens zonder?’ ‘Jij kent echt geen maat.’

Hoewel ik van nature heel begaan ben met mensen en ik eigenlijk altijd en voor iedereen het beste wil, kon ik nooit weerstaan. Ik kon het niet waarmaken om op dat gebied niet teleur te stellen. Telkens en opnieuw ontgoochelde ik diegenen die het dichtste bij me stonden. Niet omdat ik zwak was of omdat ik de gevolgen van mijn overdadig gezuip niet doorzag. Mijn kwelduivel was gewoonweg zoveel sterker dan ik. Op het einde had hij me helemaal in zijn greep. Ik was verslaafd en afhankelijk.

Lang dacht ik dat ik het gevecht tegen de ‘duvel’ kon winnen, dat was een grote misrekening. Als je tegenstander te sterk is, blijf je beter uit de boksring. De strijd werd maar pas een overwinning toen ik stopte met vechten, helemaal capituleerde en hulp vond tijdens de wekelijkse groepsgesprekken.

Niemand die er ooit vijf minuten bij stilstaat dat verslaafd zijn, een stoornis zou kunnen zijn. Een soort van onweerstaanbare drang die elk redelijk gedrag in de weg staat en alle ratio wegspoelt. Verslaafden worden nogal gemakkelijk als zwak aanzien of als mensen zonder karakter. Maar is dat wel zo? Zijn verslaafden armtierige sukkels zonder ruggengraat? Kiezen zij wel uit vrije wil voor het leven dat ze lei(ij)den? Persoonlijk denk ik van niet. Ik probeer het uit te leggen. Soms lukte stoppen wel. Als ik er niet aan begon of wanneer externe factoren mij er toe verplichtten. Bij een ziekte of zo of wanneer ik na lang aandringen wou bewijzen dat ik wel één nacht bob kon zijn. Om te imponeren of om aan mijn omgeving te bewijzen dat ik geen probleem had en dat ik wel kon stoppen als ik het echt wou. Zo lang ik me niet liet verleiden door het eerste glas, kwam er geen tweede, geen derde en bleef het hek op de dam. Het werd pas problematisch eens ik er aan begon en het duidelijk werd dat ik geen remmen had. Maar dat inzicht had ik niet toen ik dronk. Dat kwam pas veel later. Toen mijn emoties, gedachten en plannen niet meer bezoedeld werden door de verslavende promilles. Toen pas ben ik beginnen inzien en beginnen aanvaarden dat mijn alcoholisme niets meer was dan en ziekte die me te beurt gevallen was. Ik ben van mening dat mensen verslavingen meestal opdoen in periodes dat het niet goed gaat. Dat er iets gebeurt waardoor de slinger overslaat. Verlies, tegenslag, ziekte, trauma’s, psychisch leed, minderwaardigheidsgevoelens, een ongeval, onzekerheid, faalangst of een laag zelfbeeld of een combinatie van die dingen liggen vaak aan de oorzaak van excessief gebruik. Al kan het gewoon ook zijn dat je te lang en te intens bloot gesteld bent geweest aan alcohol. In mijn situatie was dat het geval. Alcohol was door omstandigheden te lang een onderdeel geworden van mijn dagelijks dieet. Misschien kreeg ik het al binnen met de moederborst, misschien ben ik veel te vroeg gaan drinken, het doet er niet toe. Het glas na het werk was een gewoonte geworden. Dat glas werd een fles en die fles werd een krat. Af en toe werd dagelijks. Dagelijks werd van s’ morgens tot s’ avonds. Het hek was van de dam. Ik was verslaafd en afhankelijk maar was het een bewuste keuze?

Mensen die niet weten wat het betekent om verslaafd te zijn, hoor ik vaak neerbuigend zeggen: ‘Ik heb toch ook problemen. Ik heb toch ook erge dingen meegemaakt. Ik heb het toch niet op het drinken gezet.’ Ik vertel dan soms volgende anekdote. Twee broers, samen een eeneiige tweeling, groeien op onder hetzelfde dak, krijgen dezelfde moederborst, gaan naar dezelfde school en hebben dezelfde vrienden. Ze worden groot in dezelfde omgevingsfactoren en hebben een nagenoeg een identieke genetische belasting. Toch ontwikkelt de ene rond zijn 20ste een ernstige verslaving en de andere niet. Hoe kan dat verklaard worden?

Het is volgens mij niet doorslaggevend wat je meemaakt. Het is de manier hoe je persoonlijk reageert op veranderende omstandigheden of dingen die gebeuren en die reactie is voor elk individu anders. Waarom is mijn drankgebruik uit de hand gelopen? Was het mijn temperament en mijn impulsiviteit dat me verslavingskwetsbaar maakte. Was het mijn drang naar nieuwigheid of mijn wisselend humeur en stemmingswissels dat me gevoeliger maakte? Heb ik door mijn overmatig gebruik mijn hersenactiviteit verstoord waardoor natuurlijke beloningssysteem om zeep raakte en mijn automatische remmen niet meer functioneerden. En ben ik daardoor alsmaar meer gaan drinken? Ik zoek niet meer naar antwoorden omdat ze me persoonlijk niet vooruit helpen. Ik weet wel dat ik sinds ik niet meer drink opnieuw kan nadenken terwijl ik me vroeger soms s’ avonds niet meer goed kon herinneren wat ik s’ middags gegeten had. Ik voel dat ik gevoeliger wandel door deze stage van het leven maar dat ik veel minder onderhevig ben aan oncontroleerbare emoties. Ik kan opnieuw plannen maken en sta hoopvol met beide voeten op de grond.

Verslaafd zijn is geen bewuste keuze. Het is een ziekte. Een verstoring van mijn vermogen tot zelfsturing. Tegen deze levensbedreigende ziekte is voor mij maar één remedie.  Ik moet het eerste glas laten staan.

%d bloggers liken dit: