Categorie: Geen categorie

Om van te houden!

Ik kan geen kant meer uit. De krant, het scherm, een boek, een serie, sociale media…alles maar dan ook alles, (een mens mag al eens overdrijven) draait tegenwoordig rond gender, geaardheid, sekse en verdraagzaamheid. Serieus, ik ben het debat en de discussie over vrouwen, mannen en x-en, kots- maar dan ook kotsbeu. Zolang er genoeg staanplaatsen zijn op deze aardkluit mag van mij iedereen erbij. Hoe meer zielen, hoe meer leute. Voor mijn part kan het allemaal. Het maakt mij helemaal niets uit. Vrouwen, mannen, neutralen, trans- x, wat mij betreft, … alles moet kunnen.  De wetenschap is zo ver geraakt dat met hormonen en operatieve ingrepen lichamelijke kenmerken in overeenstemming kunnen gebracht worden met het psychologisch geslacht. Top, maar kunnen we er nu stilaan over zwijgen? De meeste mensen liggen daar niet wakker van. Echt niet. De hysterische drang naar inclusie, diversiteit en gelijkheid wordt kunstmatig zo groot gemaakt dat het me de strot uit komt.

Moet dan echt alles gewikt en gewogen worden op de schaal van verdraagzaamheid? Het leven is zonder dit ontploft debat al eierenlopen, toch? Mag er nog eens gelachen worden, alstublieft? Met een foute mop of met een uitvergroot cliché? Kunnen we het niet gewoon allemaal een beetje zijn gang laten gaan, met de juiste nuance en met fijngevoelige gelaagdheid? Alstublieft?

Ik wil zonder schaamte en met lichte zin voor ‘onderschatting’ verkondigen dat alle mannen om de zeven seconden aan seks denken. Ik wil me beklagen dat alle mannen muteren in onuitstaanbare boeren eens er pinten in gegoten worden. Ik wil ook zeggen dat vrouwen voor een pittig stukje worst niet het hele varken hoeven te nemen. Maar ik wil ook kunnen zeggen, zonder het risico te lopen overgoten te worden met pek en veren dat ik me blijf verbazen hoe vrouwen nadat ze honderd jaar geleden stemrecht verwierven, nog steeds het verschil niet kennen tussen links en rechts. Dat ze niet te genieten zijn wanneer ze hun regels hebben en dat schmink dient om er niet belabberd uit te zien maar dat het resultaat dat dikwijls wel is.

Moeten onderlinge relaties dan alleen maar afgewogen worden op een schaal die te fijn geijkt is op verdraagzaamheid en zedige correctheid?  

Ik snap dat de jongere generatie de drang voelt om zich af te zetten tegen de geschiedenis waar zij geen inspraak in hadden. Maar is het echte probleem niet dat het glazen plafond nog steeds doorschijnend is? Dat de loonkloof tussen man en vrouw nog steeds om en bij de 9% bedraagt en is dat niet het sprekend bewijs dat de strijd tegen ongelijkheid tussen mannen en vrouwen nog niet gestreden is? Verliezen we met tegeltjeswijsheden, slogans en scheefgetrokken genderdiscussies die de maatschappij verdeelt in mannen, vrouwen en x-en niet uit het oog dat we het toch samen zullen moeten doen?

Vrouwen, mannen en x-en ze dienen toch om van te houden, toch niet om ze te begrijpen?

Joekel

Een ochtend van dertien in een dozijn was het.  Ik had me voorgenomen om, purend uit mijn persoonlijke mentale prullenmand een erotisch verhaal te verzinnen, ware het niet dat ik snotverkouden ben, keelpijn heb en mijn hoofd op oorlog staat. Normaal ben ik inventief en hartstochtelijk genoeg om elke zeven seconde erotisch te denken en te schrijven maar nu kwam ik op de een of andere manier niet verder dan deze ijskoude zinnen.

… Met de sluier van de nacht spreekt een halfnaakt lijf een taal die hij niet begrijpt. Een woordeloze nachtelijke dialoog toont de schaduwzijde van twijfelende lichaamstaal dat een onheilspellend gerucht verspreidt dat hij niet gelooft. Gisteren nog was hij jong en hitsig maar sedert vannacht zijn de muren van het leven even glad geworden als het lijf dat op veilige afstand verstijfd naast hem ligt. Telkens wanneer hij er zich aan probeerde vast te klampen vond hij geen grip en gleed hij door in de diepte van kilte en onbegrip. Alsof hij aan de liefde zelf lijkt te sterven. “De wereld mag me vervloeken”, roept hij uit. Ik zondigde tegen lichaam en verstand maar vergeef me voor de zonden tegen mijn hart, want die heb ik nooit begaan…”

Verder dan dit gebrabbel kwam ik niet. De erotiek in dit verhaal, dat er trouwens nooit een geworden is, vertoont veel gelijkenis met de tas thee die ik mezelf zopas heb gezet. Want laat het er ons aub over eens zijn dat, naast water, thee de meest eentonige drank ter wereld is. Thee is, maar dat wisten jullie zelf al, drank die in hoofdzaak gedronken wordt door wandelaars, veganisten en libidoarme vrouwen wiens erotische fantasie er alleen nog uit bestaat om een zakje te laten trekken en zo vruchteloos te wachten tot er iets heets ontstaat. Ik hoef niet te zeggen dat ik er nauwelijks van gedronken heb.

Dat dit erotisch verhaal geen geil of romantisch vervolg krijgt, wijt ik in hoofdzaak aan thee en bijgevolg aan vrouwen die theedrinken maar ook aan de overvloed van snot en vocht dat zich langs alle openingen van mijn hoofd een weg naar buiten zoekt. Nu ik de rafels herlees van wat ik geschreven heb raak ik compleet verlamd door de overtuiging dat ik helemaal overbodig en irrelevant aan het worden ben, dat de wereld zoals ik hem graag heb precies niet meer bestaat. Dat alles uit elkaar lijkt te vallen in chaos en rommelige rotzooi.

Met een opener zoals deze zal ik als erotisch verhalenverteller geen punten scoren om niet te zeggen geen enkel, toch is het precies hoe ik me soms voel wanneer ik weer eens urenlang heb liggen zwoegen en volkomen betekenisloos heb zitten graven in de kantlijn van een wereld die in een ijzingwekkend tempo aan mij voorbijraast en waar ik precies niet meer in thuishoor.

Heb ik nu echt niets beter te doen dan me hier literair te masturberen en uren op taal te knabbelen tot er iets ontstaat dat half leesbaar is? Natuurlijk is dat zo. Natuurlijk is er heel veel te doen, alleen ik doe niets, noppes. Ik blijk naast laf, oninteressant, afwachtend, wraakzuchtig, (ziek maar dit terzijde) ook nog lui. En dan denk ik Pultau, loser, zou je jezelf net als deze tekst niet beter deleten?

Misschien ben ikzelf wel het grootste probleem van mezelf. Denkende dat ik een verschil kan maken terwijl dit klad in feite niets meer is dan ijdelheid die de kop opsteekt erop hopend dat mijn woorden gelezen worden terwijl de wereld daarbuiten helemaal niet wakker ligt van mijn gekakel. Terwijl ik deze laatste zin schrijf slaat de schrik me om het hart.  Je raadt het nooit maar geloof me op mijn woord dat, terwijl ik staar naar de bobbel in mijn broek er zich op dit eigenste moment, in mijn hoofd een joekel van een erotisch verhaal afspeelt.

Darkness my old friend.

Mensen komen toevallig langs. Ze passeren. Het gros daarvan kan ik tollereren, omdat ik mijn afkeur aan sommigen van hen met de jaren heb leren temperen. Maar net zo goed overkomt het me dat, voor god weet welke reden dan ook, mensen in mijn leven binnenvallen die ik wil bijhouden, om ervan te leren, omdat ik er me door aangetrokken voel, of net omdat er zo’n grote leegte gaapt tussen hun interessante bezigheden en mijn smalle wereldje dat ik dikwijls als nogal oppervlakkig ervaar. Ik leef voornamelijk in gedachten om daar al die passanten opnieuw tot leven te wekken. Wanneer ik dan toch mensen in mijn hart of in mijn gedachten toelaat, zijn dat dikwijls figuren die net zoals ik in zware of melancholische denkpatronen verstrikt zitten. Wanneer ze me toevallig, of net niet toevallig tegen het lijf botsen, en ik er bij een koffie het leven mee kan ontrafelen of er zware en melancholische gesprekken kan mee voeren, wil ik ze bijhouden in manuscripten of in schrijfrafels zoals deze.

Mocht de ideale partner bestaan, ik zou er voor een vrijgevochten, sterke, zelfstandige vrouw één kunnen zijn, omdat ik er bijna nooit ben, althans toch meestal niet helemaal. Het voordeel voor haar zou eruit bestaat dat zij al haar energie zou kunnen blijven steken in wat voor haar belangrijk is, namelijk vrijgevochten zijn. Ik zou als compensatie van dat voordeel gewoon verder kunnen blijven rondwalen in mijn dromen zodat ik haar niet voor de voeten zou lopen.

Ik lig op mijn rug, staar naar het plafond en overdenk wat ik aan het schrijven ben. In mijn oren klinkt ‘The sound of silence’ net zo luid dat de tekst van dat liedje mijn gedachten wil overstemmen. Dat lukt niet helemaal omdat ‘darkness my old friend’ precies diegene is waarover ik nu mijn gedachten laat ontsporen. Garfunkel en Simon zeggen me dat ze met mij komen praten. Ik heb er geen zin in. Ik wil gewoon hun stilte voor zich laten spreken. Vanavond wil ik het geluk van de eenzaamheid helemaal alleen ervaren. Ik voel namelijk helemaal geen behoefte om mezelf vrijwillig bloot te stellen aan emoties waartegen ik geen weerstand kan bieden. Misschien dat ik daarom al langer hoe minder zin heb in mensen te zien om ze toegang te verschaffen tot mijn persoonlijk territorium. Ik plooi liever terug op mijn veilige gedachten, zodat ik jullie er voor een onbestaande reden deelgenoot van kan maken. De voorspelbaarheid van deze uren chaotische rust gunnen me dan de kalmte waarnaar ik op zoek was. Misschien is dit soort schrijven wel het liefste wat in mijn vrije tijd ook nog zou willen doen, al zou het begrip vrije tijd hierdoor wel een vreemde, dubbele betekenis krijgen omdat het dat door het gepeins niet meer zou zijn. Nu ik dit neergepend heb weet ik dat ik het voor mezelf weer oeverloos moeilijk aan het maken ben en laat dat nu zijn wat ik altijd doe. Het voor mezelf moeilijk maken.

Zou ik om fris oud te kunnen worden niet beter mijn ervaring vergeten, dan zou dit verhaal met zekerheid minder zwaar of melancholisch zijn. Misschien begin ik er straks al aan, in gedachten.

Je staat op mute!

De zoveelste skypemeeting van de week sleepte zich naar zijn einde. Om bij de andere aanwezigheden een geïnteresseerde indruk na te laten, deed ik nog een hopeloze poging om een gevatte tussenkomst te doen. Ik ging helemaal de mist in want ik merkte bij mezelf op dat ik mijn woorden kwijt was. Misschien wou ik, zoals men dat van mij gewend is, nog wel een punt maken, maar toen ik dat probeerde, merkte ik dat de zin die ik aanvatte geen begin en geen einde ging krijgen. Vruchteloos had ik geprobeerd om tijdens die anderhalf uur durende online vergadering bij de les te blijven, maar het slidepack dat op mijn scherm gesmeten werd en maar geen einde leek te hebben, had zo lang geduurd en had me zo afgemat, dat het me helemaal aan energie ontbrak om überhaupt nog iets te zeggen.

Ik brabbelde maar wat los. Die laatste slideshow was er teveel aan geweest, want net zoals een koe naar een trein gaapt, staar ikzelf al maandenlang naar grafieken en presentaties. In skype- zoom & teamsessies, luister ik naar mensen die daar ook maar proberen te verdoezelen dat ze eigenlijk hetzelfde doen als ik. Misschien kost dat krasselen op zich al zoveel moeite dat ik het spreken daardoor een beetje verleerd was. Ik zeg maar wat.

“Iemand nog vragen?” Ik zette mijn camera uit en switchte mijn micro op stil. “Jan, we horen je niet, je staat op mute, denk ik”, waren de laatste woorden die ik vastbesloten negeerde, alvorens mijn computer definitief het zwijgen op te leggen.

Nu zit ik op mijn gat, ik kijk naar buiten en doe niets. Alle aandachtstrekkers en stoorzenders heb ik gisterenavond uitgezet. Wekkers, collega’s, nieuws, sociale gazetten, presentaties en slideshows komen er vandaag niet in. Hoe langer ik nadenk over hoe ik de laatste maanden mijn dagen slijt, des te meer ik overtuigd raak dat al die online snoevers en digitale betweters toch maar één doel voor ogen hebben. Stuk voor stuk willen ze dat ik al mijn beperkte aandacht pomp in hun enge onheilspellende virtuele wereld die niet de mijne is. Met aanlokkelijke schermen, met uitdagende slogans of met ellelange presentaties, wordt mijn kritisch denkvermogen gekaapt en worden meningen, onzin en feiten in encyclopedietempo zonder weerstand, subtiel bij mij binnen geduwd. En nu ik het op deze manier voorstel voelt het bijna alsof ik telkens opnieuw digitaal verkracht werd. Had ik eerder, luider en vaker neen moeten roepen? Ik denk het wel.

Vandaag heb ik niets omhanden en heb ik maar één voornemen. Ik blijf ver weg van de energieopslorpende werktunnel, ik stap niet in die wespennest van meningen en blijf ver weg van de broedkamer van wereldproblemen. Die zullen zonder mij en zonder mijn nutteloze inbreng ook wel opgelost raken.

Mijn camera is uit en mijn micro staat op mute.