Dagdroom.

 

Grand Café Industrie was de juiste locatie voor onze eerste live ontmoeting. Hoewel ik me in dit rustieke decor de juiste figurant voelde, waren de zenuwen toch strak gespannen. Nerveus speurde ik naar een herkenbaar gezicht. Toen mijn afspraak niet onmiddellijk in mijn blikveld viel zocht ik een plek in het midden van het café. Aan een tafeltje op een verhoog. Van daar uit had ik prima overzicht. Als Mark binnen zou komen zou hij me onmiddellijk opvallen. Vlak boven de tafel hing een impressionante ronde koperen luchter die mooi contrast vormde met de rest van het victoriaans interieur. De beige-bruine mozaïekvloer waarop vier groteske ronde pilaren rustten die het hoge plafond ondersteunden, maakte het geheel compleet.

Uitgelezen scène voor een dagdroom!

Allerlei soorten mensen vulden de ruimte. Een hip bejaard koppel rechts van mij nipten hun koffie en bespraken hun volgende citytrip. Zo wil ik ook oud worden bedacht ik. Eensgezind en energiek zonder wrevel of gemor kwamen ze overeen dat het Praag zou worden. Ik wierp hen fijntjes een glimlach toe. Ze glimlachten terug. “Prima keuze”: zei ik bemoeiziek. Ik denk niet dat ze het heel erg vonden.

Wat verderop zaten 2 zakenmensen. Dat zag ik aan hun strakke pak en hun suède schoenen. Ze praatten druk en gesticuleerden hevig toen ze hun verkoopstrategie kracht bijzetten. De vrouw die geïmponeerd leek door zoveel overtuigingskracht bleef zonder een moment de aandacht te laten verslappen aan hun lippen hangen. Even later krabbelde ze haar handtekening onder een elektronisch contract. Goede zaken waren beklonken want er kwamen bubbels aan te pas.

Een mooie jonge vrouw met een hippe rugzak schuifelde binnen. Ze draaide en keerde op dezelfde manier zoals ik dat net eerder had gedaan. Ze nam plaats op de bank, bestelde thee en begon op haar smartphone te tokkelen. Even verder zoemde nog een gsm. Iemand had ook digitale vrienden.

Ik bestelde een tweede cappuccino. De serveerster weigerde mijn euro’s want ze verzekerde me dat de man achter de pilaar mijn rekening zou betalen. Nu pas herkende ik Mark, de baas van de uitgeverij, die ondertussen ook vergezeld was door de jonge vrouw en een andere man die Gunther heette.

De jonge dame had ook goed nieuws gekregen. Haar kinderboekje zou over drie weken al gedrukt worden. De mijne over een aantal maanden pas, als het manuscript verbeterd is en wanneer we het na de proefdruk eens zullen raken over een mooie bijpassende cover.

2 uur geleden zat ik nog in de trein met een hoop vragen, met darmen in de knoop en als hoofdpersonage van mijn overmoedige droom. Nu sta ik buiten. Voor het station en speel ik mijn hoofd even voor Brusselmans of Lanoye maar dan zonder lang vettig haar of nichterige maniertjes.

Ik heb zin om te luid te roepen of om te springen of om iets anders zot te doen. Een echt boek schrijven misschien?

Dierbaar België, den ezel kan niet kakken.

Of België binnen, goed tien jaar zijn tweehonderdste verjaardag zal vieren is nog maar de vraag. Zelf heb ik daar nog geen uur nachtrust voor gelaten maar ik vraag me wel af wanneer er nog eens vuurwerk zal mogen afgeschoten worden. Ontegensprekelijk zijn er vandaag toch wel wat mensen mee bezig, niet met dat vuurwerk maar met dat Belg zijn. Vele mensen uit het Noorden lijken, met iets dat weg heeft van een superioriteitsgevoel met iedere nieuwe verkiezing meer en meer op zelfbeschikking aan te sturen terwijl zij uit het Zuiden voor goede of verkeerde redenen, als met colle-tout, aan Vlaanderen willen blijven plakken. Soms lijkt het wel alsof België alleen nog maar bestaansrecht heeft bij de gratie van sportprestaties, wanneer geïmporteerde en genaturaliseerde atleten wereldprestaties leveren of wanneer Rode Duivels op een Ek of Wk een begenadigd voetbaldagje kennen. Vooralsnog en zolang er nog een paar zotte socialisten in Vlaanderen rondlopen om de splitsing van het land tegen te gaan, is het signaal van Botrange met zijn 694 meter het hoogstgelegen punt van onze natie. Op de vraag of Het Stroevenbos in de gemeente Voeren met zijn hoogte van 287,5 meter ooit het hoogste punt van Vlaanderen wordt, hangt wellicht af van waar op dat moment de ‘confederalistische’ grens zal getrokken worden en of de burgervader van dat gehucht in kwestie daartegen al Vlaams spreekt want indien dat niet het geval zou zijn, zullen fanatieke wandelaars hem naar alle waarschijnlijkheid met zijn klikken en klakken terug over de natiegrens zwieren, naar Luik waar hij vandaan komt.

Of België nu uit één, uit twee of uit drie stukken zal bestaan, of dat nieuw stuk grond nu Vlaanderen of Dietsland genoemd zal worden, eerlijk, dat zal me een dikke rotzorg wezen, maar waar ik wel redelijk benauwd van wordt en waar ik wel al eens een uur of twee nachtrust voor laat, is naar welk soort samenleving we aan het evolueren zijn.  Zeker wanneer ik gisteren hoorde dat muco patiënten hun levensnoodzakelijke medicatie zelf moeten bekostigen en dat er geen of nauwelijks tussenkomst van overheidswege op zit. Tot op vandaag maakten we in ons oude België nochtans allemaal deel uit van een sociale verzorgingsstaat, waar de hele samenleving verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn, voor de gezondheidszorg en het onderwijs, voor werkgelegenheid en voor een werkende sociale zekerheid. Meer en meer en als ik de rechterkant van onze politieke elite (de splitsers en de vrouwen met goesting) beluister, evolueren we meer en meer naar een soort van participatiestaat waar de overheid in een nieuw België en al dan niet onder druk van besparingen of onder het mom van vermeende parasieten vanonder die verantwoordelijkheid wil weg muizen om zo de verantwoordelijkheid van zorg en zekerheid helemaal in de schoot van de nieuwe participatieve samenleving te leggen. In de schoot van een in tweeën gesplitste samenleving waar burgers geacht worden VOOR ELKAAR verantwoordelijkheid op te nemen.

De contradictie is sprekend, België valt als los zand uit elkaar en we zouden voor elkaar verantwoordelijkheid moeten op nemen.  De muco patiënten die gisteren het nieuws haalden zijn vet met deze participatieve neoliberale kul want zij zullen voortaan hun peperdure levensnoodzakelijke medicatie zelf moeten ‘ophoesten’. In elk geval hebben zij vandaag op de hoogdag van België geen boodschap aan een participatieve staat want zij zijn niet of nauwelijks in staat om te participeren want ze kunnen vandaag in het oude België al nauwelijks overleven.

O dierbaar België den ezel kan niet kakken.

Traag en saai.

… Neem nu bijvoorbeeld mijn ouderlijk huis, een luxueuze villa was dat niet, verre van zelfs. In onze keuken kon je amper je gat keren wanneer je er met meer dan drie tegelijk in aanwezig was en ’s morgens moest ik voor alles geduldig mijn beurt afwachten. Ik moest in de rij aanschuiven, om mijn gevoeg te doen, om tanden te poetsen en ik moest wachten op koffie die nog doorliep in een thermos waarvan de onderste dichting niet meer helemaal aansloot zodat er wat donkere smurrie uit sijpelde. Soms leek het wel dat er in dat kleine kuip-in meer mensen woonde en dat ik daardoor als jongste altijd als laatste aan de beurt kwam. Alles ging trager dan in andere huizen. Doordat vader de bonen nog zelf maalde met een aftandse Moulinex koffiemolen en omdat de moor eerst nog moest fluiten was zelfs de koffie traag. Het nam nu eenmaal wat tijd, tot het water kookte en de filter kon opgegoten worden. Elke morgen was het wachten tot die helemaal doorgelopen was zodat we eindelijk aan onze dagelijkse kop zwart geluk geraakten. Onze pa deed dat elke dag en wij waren geduldig zonder mopperen…

Toen was traag niet saai maar ik wist niet beter.

Nu denk ik dat langzamer betekent dat ik bedachtzamer bezig ben met de dingen die ik doe of soms helemaal niet doe zodat smaak, geur, kleur en gevoel intenser binnen komen zodat ik ze gemakkelijker kan absorberen. Het is dan alsof ik de koffie opnieuw traag als een baxter in een infuus zie doorsijpelen en ruik ik opnieuw hoe ons keukentje van toen vervult raakte met de aroma van de pas gemalen koffie. Als ik zo naar de dingen kijk, voel ik dat mijn trager leven niet saai is al wordt mijn zweverigheid dikwijls door anderen helemaal niet geapprecieerd. Voor hen is het leven pas interessant genoeg wanneer het druk en doelbewust geleefd wordt. Misschien ben ik gewoon wat rebelser tegen de prestatiemaatschappij dan dat ik het besef want ik ben vastbesloten geen slaaf te worden van mijn tijd omdat dat volgens mij een onvermijdelijke bijwerking is die op de bijsluiter van het leven staat, ‘slaaf van je tijd’. Niet dat ik tegen groei, vooruitgang, efficiëntie, productiviteit of tegen wat dan ook ben hoor maar het is niet mijn levensdoel. Ik heb niet de ambitie om zo veel mogelijk werk in zo weinig mogelijk tijd te verzetten, ik heb geen zin om altijd druk bezig te zijn, ik doe het liever wat trager op mijn tempo.

Waarden, als ik die zo mag noemen zoals succes, materiële weelde, status of carrière zeggen me niets meer omdat ze me geen voldoening meer schenken en ik naar andere dingen op zoek ben. Menselijke interactie, verbinding, connectie, hechting vinden aan andere mensen en koffie zijn zaken die meer in mijn aard verankerd zitten en me meer voeldoening verschaffen dan een ratrace waarin ik toch als laatste in eindig omdat ik race zonder versnellingen. Voor mezelf hoef ik niet zo nodig alle grenzen te verleggen en grenzeloosheid te beoefenen om erachter te komen dat ik beperkt ben of om te zien dat er aan een grens nog een andere limiet zit die ik ook nog zou moeten najagen omdat anderen het ook doen. Mag ik nu dan wat trager alstublieft, met mijn slakkengang kom ik ook wel aan de eindstreep hoor!

Denk je dat ik het ben?

De jonge vrouw, ik schat haar een jaar of dertig, was lelijk en spichtig, zo mager als een riet en even puistig als een afgeknotte wilgentak. Haar onverzorgde gebit stond schots en scheef en haar blik was zo hol als een vergeetput. Hoewel ze zichtbaar moeite gedaan had om er een beetje toonbaar uit te zien, was ze met die poging nauwelijks succesvol geweest.  De hoge hakken die ze onder haar gerafelde jeans droeg, maakten haar iets groter dan ze in werkelijkheid was. Toen ze me geforceerd-hartelijk toegang verschafte tot haar appartement, wipten de houten zolen van haar te iets te grote schoenen snel omhoog zodat die met een droog ritmisch geluid tegen de eeltige onderkant van haar voeten klapten. ‘Bedankt dat ge zo snel gekomen zijt, ik had eigenlijk gedacht dat ge niet zou opdagen. De meeste mensen lopen weg van mij, zelfs mijn eigen kinderen’, prevelde ze bijna onhoorbaar met doorzopen stem terwijl ze een zelf gerolde peuk opstak en haar iets inschonk dat op koffie leek. ‘Gij ziet er niet uit als een alcoholist’, zei ze met een onhandige brutaliteit zonder een antwoord te verwachten. ‘Gij ook?’ en ze wees naar een tas die al een geruime tijd geen afwaswater meer had gezien. Ik had al minstens vijf vliegen geteld die af en aan vlogen van een bord waar nog een rest pizza en wat korsten van gisteren op lagen. Voor de koffie bedankte ik maar was wel oprecht benieuwd naar haar verhaal. ‘Denk je dat ik ook een alcoholist ben?’ vroeg ze me vrank met niet gespeelde eerlijke nieuwsgierigheid. Door die astrante vraag dwaalde ik in gedachten ver af naar mijn eigen verzopen verleden en begon onophoudelijk te ratelen… over mezelf zoals ik dat altijd doe in situaties als deze.

‘Ik ben zeker dat ik doodsbang was om te erkennen dat ik een alcoholprobleem had’, begon ik. ‘Het antwoord op die vraag verschool zich voortdurend onder de oppervlakte. En soms kwam dat boven, eerst met stil gefluister, dan met duidelijke stem tot het uiteindelijk een schreeuw werd. Ik denk dat ik het allemaal veel te lang genegeerd heb alsof ik er een soort light-versie probeerde van te maken maar met die onzin waande ik me slimmer dan mijn probleem en dat was pure zelfoverschatting. Ik heb lang geprobeerd om aan mezelf en aan iedereen die toekeek te bewijzen dat ik nog een succesvol iemand kon zijn, dat ik niet echt een probleem had en wel kon stoppen wanneer ik dat wilde maar diep in mezelf wist ik dat dat een illusie was. Als ik ‘s avonds in de spiegel keek en ik zag de ellende die terugkeek, was ik zo bang omdat ik zeker wist dat ik de rest van mijn leven zou moeten blijven drinken om de dag door te komen of om de nacht te overleven. Ik had er een boeltje van gemaakt en voelde me met elke poging om te minderen dieper in de stront zakken, zoals in drijfzand, denk ik.’ ‘Hoewel ik wist dat zuipen, zoals ik het deed, ongezond was en dat ik daar op een dag steendood van zou vallen, kon ik het fysiek en mentaal niet opbrengen om het niet te doen, omdat ik er zoveel van hield. Ik was gek op de fysieke sensatie om de roes via mijn keel in mijn bloed te voelen stromen en met ware doodsverachting zag ik uit naar het mentale spektakel wanneer door diezelfde slome roes de ruwe randen van het leven geëffend werden. En dat zal wel het grootste probleem geweest zijn. Ik kon niet drinken zoals normale mensen dat doen omdat ik er niet mee kon stoppen omdat ik steeds maar op zoek ging naar iets wat niet bestaat.’

‘En om op je vraag te antwoorden, ik raakte pas min of meer opgelucht toen ik mezelf de vraag niet meer hoefde te stellen of ik een probleem had, of ik alcoholist was. Dat maakte dat ik niet meer moest gissen naar antwoorden en niet langer meer moest zoeken naar mazen om te ontsnappen aan mezelf. In plaats van mezelf op te zadelen met excuses waarom ik moest drinken, begon ik stilaan te luisteren naar een andere kleine stem, die van de wijsheid maar die zich voorlopig nog schuilhield aan de binnenkant van mezelf. Ik had mezelf lang genoeg voorwendsels gegeven om het op een zuipen te zetten. Hier, ik zal je er een paar opsommen:

Ik haat mijn werk.

Mijn financiën zijn een puinhoop.

Al mijn relaties staan in ’t rood.

Iedereen die ik ken drinkt.

Vandaag drink ik want het is mijn verjaardag.

Morgen drink ik want dan is het jouw verjaardag.

Als ik niet drink zullen ‘ze’ vragen waarom ik niet drink en ik zal ‘er’ niet bij horen.

Ik ben toch op vakantie, en ik doe toch niemand kwaad met een wijntje?

Het leven is saai.

Het leven is moeilijk.

Het leven is wreed.

Ik ben gelukkig.

Het is toch al donderdag.

De kinderen zijn druk.

Ik ben ongelukkig.

Het is weekend.

De kinderen zijn er niet.

Oma is dood.

Het is elf uur.

Ik heb toch ontbeten.

Ik heb een rotdag.

Lien is zwanger.

Ik heb geen slechte dag.

Ik heb een platte band.

Het is nog maar tien uur maar het is zondag.

Ik heb gisteren niet gedronken, zie je dat ik geen probleem heb.

Ik schaam me omdat ik me weer misdragen heb, ik kan net zo goed drinken dan vergeet ik het.

Het is genetisch bepaald want ons ma dronk ook veel.

De zon schijnt.

Ik moet een nieuwe fles kopen want aan deze ben ik al begonnen.

Het dient niet om de vloer te schuren.

Ik had een ongelukkige jeugd.

Het regent.

Ik schaam me omdat ik in mijn zatte bui weer iedereen gebeld heb.

Gisteren dronk ik maar twee glazen.

Nog eentje…

…eentje kan geen kwaad….

‘Zal ik je wat vertellen, wanneer ik terugkijk op mijn alcoholcarrière is het voor mij zo klaar als pompwater. Hoewel ik dacht dat ik zuipkampioen was, kon ik niet drinken, want ik kon nooit stoppen omdat ik alcoholist ben.’ ‘In het oog van een orkaan lijkt het windstil, maar als de wind gaat liggen, ligt alles plat. Het angstaanjagend van de zaak is dat dat de stormen elkaar sneller zullen opvolgen en dat ze erger worden dus als je jezelf herkent in een of alle excuses hoef je geen test meer afleggen of moet je mij of jezelf die vraag niet meer stellen omdat je het antwoord al kent.’ ‘Er is geen juist moment om te stoppen zoals er geen slechter moment bestaat om te beginnen maar wacht er niet mee want met elke nieuwe verzopen dag wordt het moeilijker. Je zal het harder te verduren krijgen omdat je met elk nieuw glas opnieuw een kruimel eigenwaarde doorspoelt.’ ‘Maar het goede nieuws is dat het kan, stoppen. Als ik het kon, kan jij het ook want er bestaat nog leven na de fles. Niet dat alles zonder drank perfect en gemakkelijk wordt maar alles wordt rustig op een rommelige manier.’ ‘Als je het probeert en je geeft niet op, is het zelfs gemakkelijk als je maar blijft luisteren naar die kleine stem die je elke dag iets belangrijks te vertellen heeft.’

Rood gele vaan.

Toen ik vanmiddag vanuit de keuken en vanachter een tas koffie wat doelloos in de tuin stond te gapen, viel via de laptop van mijn zoon onverwacht een eerste bericht in de huiskamer. Omdat zijn dag veel te laat begonnen was, zapte hij met wat van de namiddag nog overschoot de tijd weg met Netflix en Instagram, om niet gezegd te willen hebben dat hij zich verveelde. Plots veerde hij veerde recht en ging zenuwachtig en koortsachtig scrollend op zoek naar de bevestiging van een zopas binnengelopen bericht dat hij via een vriend had toegestuurd gekregen. ‘We zakken niet’, riep hij ‘Vader we zakken niet, we blijven in 1A en het is bevestigd op Sporza.’

Toegegeven ik ben supporter van KV Mechelen, je mag me hier dus bijgevolg niet van objectiviteit en onpartijdigheid verdenken, zeker niet wanneer ik de verbazing en opluchting probeer te beschrijven die ik sinds dat berichtje van deze middag al een paar uur door elke vezel van mijn lijf voel stromen. Maar het is ook niet omdat ik geen sensatiejournalist ben of omdat ik niet hoor bij de club van opgejutte of gek gemaakte Beerschot-fans dat ik niet mag proberen mijn emoties in leesbare zinnen neer te schrijven. Ik ben per slot van rekening ook een kritische verhaaltjesverteller die graag wat tegen de wind in roept. Verwacht dus geen dubbel gecheckte ‘properehandenfeiten’ want daarvoor ben ik wellicht te veel supporter en een veel te grote praatjesmaker.

Overal waar strijd gevoerd wordt, eindig je wanneer het pleit beslecht is met winnaars en verliezers. Dat is in conflictgebieden waar oorlog woedt het geval, in de politiek is dat zo en in de sport is het niet anders. Na de clash en als het verdict gevallen is, klopt men zich in het winnende kamp superieur op de borst terwijl de verliezers de oorzaak van de nederlaag zoeken bij de omstandigheden, bij de partijdigheid van diegenen die over het resultaat beslisten of bij de sterkte van de tegenstand. Wanneer onmin ontstaat over de juistheid van een resultaat of wanneer men partijen van fraude of bedrieglijkheid verdenkt zal in elk zichzelf respecterend democratisch bestel een onafhankelijk orgaan uitspraak doen om recht toe te kennen aan zij die het verdienen omdat dat rechtvaardig en juist is maar zo niet in de voetbalsport. In het duffe bondscomplex zwaaien oude grijsaards de plak. Belust op winstgevende euro’s hervormen ze wat goed was en behouden ze wat aftands is. Ze maken of behouden vervallen voetbalwetten die zo flou zijn en in hun optiek zo kneedbaar en voor interpretatie vatbaar dat ze er naar eigen goeddunken kunnen over wikken en beschikken, om er voordeel uit te halen voor zichzelf of voor diegenen die ze vertegenwoordigen. Rechters, advocaten, belanghebbenden, investeerders, bestuurders en gedupeerden worden in het Brussels voetbal-politbureau rond één tafel verzameld om als waakhond de honing- en doofpot te bewaken waarmee ze hun zaakjes regelen. Toen bondsprocureur Wagner de competitie leek te gaan beïnvloeden door Ruslan Malinovskyi zeven speeldagen te schorsen voor een onvrijwillige fout, sprak voetbalminnend België schande over zoveel wereldvreemdheid en beklaagde diezelfde voetbalwereld zich over de bekwaamheid en de onpartijdigheid van de Nero van de voetbalrechtbank. Wanneer diezelfde bondselite dan enige tijd later uitspraak doet in de propere handen affaire vindt de publieke opinie dat eindelijk recht geschied is. Over het feit dat beschuldigde club in kwestie amper tijd kreeg om zich te verweren en over de kwestie dat de beklaagde inzage ontzegd werd tot essentieel bewijsmateriaal om de beschuldigingen te weerleggen en over het feit dat voetbalwetten met de voeten getreden werd, kraaide geen haan meer want er was eindelijk een voor de hand liggende zondebok gevonden die het gelag wel zou betalen.  Is er buiten mezelf dan niemand die het van pot gesleurd vindt dat de start van een bepaalde beroepsprocedure kan leiden tot degradatie naar de amateurliga en stinkt dat putje dan niet naar machtsmisbruik? Het heeft er volgens mij toch alle schijn van. En wat dan met de media in dit verhaal? Hebben zij er de hele duur van de schertsvertoning ook geen pap van gelust? Werd de rechtszaak door journalisten niet in publieke debatten gevoerd waar meningen, waarheid en fictie met elkaar vermengd werden zodat facebook en twitter verdeeld raakte in twee kampen, de goeie en de slechten? De toog en de sociale media liep over van meningen, iedereen had er een en iedereen had gelijk. Vandaag sprak het BAS recht, niet vanuit een ‘ethisch’ onderbuikgevoel of vanuit een straffe mening, een waarheid of vanuit een fictief verhaal maar op basis van de voetbalwet. Een wet die nota bene geschreven en bewaakt wordt door clubje grijsaards die er verantwoordelijk voor zijn. Dus kunnen we eindelijk opnieuw over naar de orde van de dag…

‘Vooruit met de rood-gele vaan, vooruit over berg over baan…’ Heis de vlag hoog in de mast want de strijd is gestreden, de tegenstanders geveld en vijandige monden zijn gesnoerd. Verliezers druipen af en lijkenpikkers worden weggehoond. Steek die vlag fier omhoog want de veldslag is gewonnen en de geel-rode drapeau die symbool staat voor eenheid, strijdlust en samenhang toont fier zijn ware gelaat. Laat ze wapperen wapperen tot ze helemaal uitgerafeld is want vandaag is het feest. Van Kvm kan veel gezegd worden maar nooit dat ze onder vreemde vlag gevaren hebben, daardoor is de samenhorigheid nooit groter geweest dan vandaag. Eindelijk viert gerechtigheid hoogtij al zal het wel zuur zijn wanneer je vandaag Beerschotrat bent maar is dat op andere dagen ook niet het geval? Eerlijk?

Haar.

Ik ben zeker dat je daar op muziekkamp al lang niet meer wanhopig zit te wachten op een stom briefje of op advies van een vijftiger, ook al is die vijftiger jouw vader die met elke nieuwe dag een dagje ouder wordt. Het zal je misschien verbazen maar ik was ook ooit dertien, weliswaar dertien in de mannelijke versie van een meisje, maar toch dertien. Negentien eenentachtig was het dan. De grootste gebeurtenis van juli eenentachtig, was dat prins Charles van Engeland trouwde met prinses Diana, ook van Engeland al werd ze door haar huwelijk ‘gedegradeerd’ tot prinses van Wales. Vraag me niet waarom dat zo is, waarschijnlijk omdat die Engelsen rare tradities hebben.  In die dagen konden uilen nog spreken en er was nog geen internet daarom zat de hele wereld die bewuste dag voor de tv gekluisterd, om een glimp op te vangen van de bruidsjurk van de sprookjesachtige prinses. Ik weet niet waarom ik je dat nu zeg misschien omdat ik toen ook dertien was en ik jaloers was op die lelijke aap.

Hou je vast aan de takken van de bomen, binnenkort ga je tot besef komen en aan je lijf ondervinden dat hormonen je willen veranderen. Ze gaan je proberen te overtuigen dat ik niet meer de grappigste man in je leven ben. Ze zullen je ook influisteren dat je ma een oude zaag geworden is omdat ze je dingen wilt laten doen die saai en ouderwets zijn of omdat je volgens haar te vaak op je gsm zit. (Wat wellicht het geval is.) Die hormonen zullen je meer met je ogen doen rollen en je meer laten zuchten en blazen dan je zelf wil maar ze gaan er ook voor zorgen dat je gat, je billen en hopelijk nog andere dingen, dikker worden. Ze zullen zorgen voor haar onder je oksels en op nog andere plekken waar dat nog gênanter is. Die hormonen zullen er ook verantwoordelijk voor zijn dat je (tijdelijk) een hele slechte smaak zal ontwikkelen. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat je helemaal zot zal worden van pak weg, Justin Bieber of erger van Daniel Portman, omdat die toevallig een sexy schildknaap mocht spelen in Game of Thrones. Zit er niet mee in want het zijn tijdelijke randfenomenen die samengaan met groter worden. Uiteindelijk zal je toch tot de conclusie komen dat er maar één man echt belangrijk is in je leven en dat ik dat ben omdat ik nu eenmaal nagenoeg perfect ben, zowel uiterlijk als verstandelijk.

Veel van de dingen waarvan je nu denkt dat ze je ooit zullen gelukkig maken zullen dat niet doen. Maar ik weet ook dat het nul komma nul zin heeft om je daarvoor te waarschuwen, want jij wil meer dan wie ook zelf achterhalen hoe het leven werkt. Jouw leven is een feest en de wereld een wonder en iedereen die je zal willen proberen te overtuigen van het tegendeel, zit er helemaal naast. Je zou eens moeten weten wat er nog allemaal op je af komt, voor de eerste keer. Ik kan het weten want ik was ooit dertien.  Dus doe maar op! Krijg maar wat meer haar, ook op je tanden. Het mag! Wees eigenzinnig en test het maar allemaal uit. ‘Don’t worry and enjoy the ride’ want alles komt altijd goed. Neem geen genoegen met sarcasme en cynisme en wees niet beschaamd voor vriendschap. Probeer het maar, doe maar op, dat mag want het loont om eigenzinnig te zijn en om uit te proberen wat je allemaal wordt verteld. Maak je dus geen zorgen want alles komt altijd goed. En wanneer je het even niet meer weet, kom dan maar af want ik weet het allemaal want ik was ook ooit dertien en ik heb ook al een gsm, eelt op mijn ziel en haar op mijn tanden.

%d bloggers liken dit: