Dag nacht…

IMG_1587

Soms raak ik zo verstrikt in mijn getob en betrap ik me er op dat ik tijdens mijn avondlijke mijmeringen wegzak in scenario’s waarin ik ongewild en ongevraagd een hoofdrol krijg toebedeeld.
Hoe harder ik dan tracht het rustig te krijgen des te sneller springen de prikkels en impulsen binnen.
Oncontroleerbare gedachten bouwen scenario’s op die nooit plaatsvinden maar die op dat moment in alle hevigheid ontsporen en me voor enge, onoplosbare raadsels en dilemma’s plaatsen.
Op zulke momenten is er niemand die heviger verlangt naar een kabbelende beek en wat groen mos op een natte leisteen.

Maar, Ik draai en keer. Ik zucht en blaas en tracht de rust te zoeken maar vind slechts onrealistische drukte in een oncontroleerbare maalstroom van gedachten en ideeën. Nacht na nacht krijg ik de hoofdrol toebedeeld en word ik ongewild gebombardeerd tot bedenker en uitvoerder van oplossingen van de chaos rondom mij.
Fait-divers uitvergroten tot eerste wereldproblemen is een natuurlijke gave die, mocht dit een Olympische dicipline zijn, deze me zou verheven tot Usain Bolts grootste uitdager.
Overdag ben ik kalm en rustig en relativeer de relativiteitstheorie tot er enkel nog letters en cijfers resten. Dan slaag ik er in de zaken rustig en van een afstand te bekijken alsof ik ze aan mij voorbij zou kunnen laten gaan. In dezelfde film figureer op de achtergrond, neem ik afstand en minimaliseer mijn rol en verantwoordelijkheid. Analyseren laat ik aan anderen over, zoek geen schuldigen en probeer (ver)oordelen aan anderen te laten.
Overdag ben ik zo … s’ nachts ben ik de andere zoals tegenpolen die elkaar nergens lijken te vinden, zo ontegensprekelijk gedoemd om met elkaar in conflict te blijven gaan.
Het is niet anders… het ene moment van het ene te veel en op het andere van het andere te weinig en omgekeerd…
Maar misschien is het wel goed zoals het is en hoef ik me geen zorgen te maken als de ene of de andere de bovenhand neemt. Misschien ben ik op de een of andere manier wel het tegengewicht van mezelf? Misschien ben ik onbewust in balans en juist geijkt in een apart metriek stelsel?
Alleszins, ik ga er nu mijn hoofd niet over breken. Daarvoor dient de nacht. Op de een of andere manier leidt die me wel naar het juiste scenario en misschien vind ik nu wel de juiste invalshoek. In het andere geval hoef ik me er morgen geen zorgen over te maken want morgen is het gewoon weer dag.

Verstoppertje in een stoppelbaard

De verhakkelde regenpijp die aan de bouwvallige muur hing, was de uitgelezen bedotplaats omdat die enkel maar langs de voorkant kon beslopen worden.

De hoge groene regenton, de dikke beuk of het lagere struikgewas van het plansier van de verlaten boerderij waren voortreffelijke versteek plaatsen.  Hoe verder verscholen van de aftelplek hoe beter.  Zelf verkoos ik liever de gevaarlijk dicht geplaatste regenton omdat ik van daaruit de afteller beter kon bespieden en geduldig op mijn hoede kon afwachten tot hij zijn onbewaakte aftelplek verliet en ik iedereen bedot-vrij kon roepen.  Pot pot pidot.

Dat ik zelf het eerste gemakkelijkste doelwit was vond ik minder erg omdat ik met het vrij krijgen van andere verscholen zielen zoveel meer eer kon opstrijken.

8 9 10 wie niet weg is is gezien… ik kom!

Zelf riep ik van op mijn hachelijke verstop plaats om voor de hand liggende reden nooit “Kom maar”.  Dat liet ik over aan diegenen die beter strategisch beter verstopt waren omdat vanaf die kreet iedereen vogelvrij werd.

Eens wat ouder, de eeltige zielen wat meer door de wol geverfd, zijn de bezigheden en spelletjes minder onschuldig ongevaarlijk.Eens de grote liefde weggeëbd, rest vriendschap die enkel nog geldt als bezigheid waarmee we elkaar gevangen zetten in een glazen kooi van gemaskeerde oppervlakkigheid. Wie eerst spreekt, toegeeft of laat blijken ergens nog echt nog om te geven is de verliezer. Pot pot pineut.

Lusteloos verloren gewaand, trek ik dan torenhoge muren op die me weerhouden te ontsnappen aan mezelf. Achter de ton. Verborgen voor de afteller.

Maar het is een ander soort verstoppertje waar ik in tegenstelling tot het vroegere potteke stamp, vanuit dezelfde hachelijke verstop plaats juist wel wil gevonden worden om te roepen. “kom maar, hier zit ik achter de ton”. Nu wil ik wel gevonden worden in de duistere hoekjes van het holst van mezelf. Om je vrij te roepen. Pot pot pidot

En dan, als je me dan vindt, wil ik dat je zegt dat alles goed kom. Dat alles altijd goed komt. En dan wil ik  dat je me over mijn bol streelt en me en kus geeft en opnieuw die prikkelende verhalen ontdekt die verstopt zaten in de braille van mijn stoppelbaard.

Even later sta ik voor voor de spiegel en strijk de denk-en droomrimpels van de nacht weer glad en dan weet ik dat die oude kaas van gisterenavond laat nog als een blok om mijn maag ligt.

En van kaas laat op de avond ga ik dromen.

Lofdicht. Een marsmannetje

Op Aarde beste mannetje is dit het meesterstuk. Het ultieme doel van elke man. Mag ik je voorstellen, beste marsmannetje. Dit is de vrouw. De vrouw of … de betere versie van de man, eleganter mooi en evenwichtiger in balans, de fragiele rondere vormen de perfectie accentuerend. De vrouw. Ze wast, plast koopt van alles en maakt daar dan een zalig potje van.Ze baart kinderen en kan er tegelijkertijd meerdere sussen en omarmen. Zuinig op knuffels is ze niet zelfs al zijn de koters de hare niet. Zij vindt de juiste pleister voor een kapotte knie of een gebroken hart en doet zalfjes op pijnlijke littekens. Als ze dan zelf eens ziek is geneest ze zichzelf, meestal zonder pillen of dokter.

Maar zo fragiel en zacht?

Ja zacht zeker, maar ook sterk omdat ze zoveel te verduren krijgt.
Kan ze denken?

Daar is nog onvoldoende onderzoek naar verricht maar een ding is wel zeker. Denken is zeker niet altijd haar sterkste punt al is ze meestal wel redelijk. Mannen noemen haar meester van het compromis zelfs al moet ze zich daarvoor in bochten wringen en zich soms zelf helemaal wegcijferen. Het decor op de achtergrond is voor haar bekend, vertrouwd terrein.
“Maar ze lekt” zei het marsmannetje schijnbaar verdrietig toen hij haar wang streelde.

Dat! Dat is een traan en dat is haar manier om pijn, twijfel , angst, liefde of eenzaamheid te tonen. Op die manier verwoordt ze haar lijden en emoties of lijmt daarmee haar gebroken hart.

“Ik ben onder de indruk.” Beaamde het marsmannetje. “Die vrouwen zullen mannen zoals jij wel altijd blijven verbazen?”

Zeker en vast. De vrouw is echt tot bijna alles in staat. Ze biedt het hoofd aan vele gevaren en overwint haast alle tegenslagen. Eigenlijk is ze zo goed als alles. Ze is de onbaatzuchtige liefde en het geluk van de anderen. Op onbewaakte momenten lacht ze terwijl ze eigenlijk moet huilen. Ze zingt vals als ze beter zou zwijgen maar verheft haar stem nauwelijks. Als ze onbeholpen lacht, lijkt ze gelukkig terwijl ze vaak dan net eerder angstig is. Ze vecht voor waar ze in gelooft en gaat door vuur voor onrecht. Met haar kinderen speelt ze en juicht bij winst en treurt bij verlies. Een neen aanvaardt ze maar moeilijk, zeker wanneer zij een in haar ogen betere oplossing in petto heeft. Ze troost een vriendin als die bang is van een dokter. Bij verlies van een dierbare breekt haar hart maar vindt ze altijd kracht om verder te gaan. Ze kust, streelt, bezint en bemint. Eigenlijk schort er helemaal niks aan en is ze dus bijna perfect? Of toch niet?

Neen… Ze kan zichzelf namelijk niet of nauwelijks naar waarde schatten.

Koffie verkeerd tussen Dolle Mina’s

Ik plof neer in een fauteuille waar ik veel te diep in zak en zet mijn grote koffie verkeerd op het houten, ovalen salontafeltje. Ik overdenk even of dat retro ovalen ding wel accordeert met de rest van het interieur, maar stop met mijn gepeins omdat ik niets af weet van ovalen salontafeltjes. Rondom mij zitten mensen druk te praten en te overleggen. Hoofdzakelijk hippe vrouwen, zo valt mij op. Hoeveel tijd en moeite had het hun vanmorgen niet gekost om nog enigszins slaapdronken de fijne eyeliners minutieus uit te zetten? En doen ze dat dan eerst in ’t klad? De herfstkleuren zijn blijkbaar nog helemaal in want veel lentefleurigheid kan ik niet bespeuren. Het is er dan met amper 6° en druilerige regenwind ook het weer nog niet voor.

Het is elf uur en bestel nog een koffie verkeerd. In mijn ogen is hij toch juist want met veel gestoomde melkschuim en een beetje zoetigheid is hij volgens mij op zijn best. Verkeerd? Ze kennen er niks van al wil ik niet gezegd dat hij zwart ook niet kan.

Elf uur en ik wacht geduldig op mijn afspraak. Elf uur kwart na elf was er gezegd.

Dit lijkt het uitgelezen cafeetje voor zakelijke besprekingen of voor andere minder zakelijke ontmoetingen die er dan wel zo kunnen uitzien want iedereen is drukdoende. Niemand stelt vragen want hier wordt hard “nieuw gewerkt”, met lekkere, juiste koffie in bijzijn van sober opgemaakte nieuwe vrouwen.

In mijn hoofd overloop ik nog even de lijstjes met wat ik zou zeggen en de te mijden onderwerpen. Dat het blote-borsten- protest en het baas-in-eigen-buik-geroep van de Dolle Mina’s van destijds nu vruchten heeft opgeleverd ga ik achterwegen laten. De vrijgevochten, in herfstkleuren opgemaakte vrouwen spreken immers voor zich. Neen, ik ga aandachtig luisteren. Hooguit zal ik vragen: “wat is er toch allemaal gebeurd?” om nadien te zwijgen en haar alle aandacht te geven. Af en toe instemmend knikken zal ik wel doen. Wanneer er een voor de hand liggend standpunt moet bevestigd worden of anders hevig nee knikken als de verbazing ondersteunt moet worden.

……” Praten kan je wel mooi. En je liegt zo oprecht dat je haast zelf gelooft. Al wat je belooft maar je meent het niet echt”…..

Ann Christie of Free Souffriau? Dat kan ik niet uitmaken. De klankkleur van hun stemmen is haast identiek. Ann Christie zo verzekert Shazam me en ik geloof het….. Ze heeft denk ik wel een punt. Ze hebben alle twee een punt.

Haar silhouet herken ik onmiddellijk. Haar te grote zonnebril waar achter ze zich veilig verstopte ook. Zonder dat iemand me er attent moest op maken voelde ik al haar aanwezigheid.  Koffie verkeerd? Ze knikt instemmend terwijl ze de grote zonnebril in haar haar schuift. De eyeliner duidelijk niet eerst in het klad gezet of misschien al uitgelopen door een traan die niet langer te bedwingen was.

Wat scheelt er? Wat is er toch allemaal gebeurd?

Gelukkig was Ann Chistie er daarstraks om me op het hart te drukken dat ik nu minstens een uur moet zwijgen. Niet te praten, niet oprecht te liegen, en niet te veel echt te menen… niet te veel blablablablabla…. Wel zeker af en toe checken of er nog koffie verkeerd is…

Bierpong, zandkoekjes en een geruit debardeureke.

Zij vult zakjes met rode hartjes-snoepjes en schrijft geparfumeerde briefjes met snoezelig versierde krulletjes. Samen met haar pollekesvasthoudende Don Juan droomt ze van verre reizen en van schattige kindertjes met roze strikjes. Ze spelen, chatten, skypen en chillen maar kussen vinden ze vies. Zeker op de mond… Ieeuww!

Zielroerend delen ze zelfgebakken zandkoekjes en blozen doddig donkerrood als ze er in hun schattigheid toevallig mee betrapt worden. S’ avonds worden dan al de lieftalligheden sierlijk-zorgvuldig netjes bijgeschreven in het roze dagboekje dat kort na het verplichte dagelijkse schrijfwerk argwanend achter slot en grendel verdwijnt. De uitgewisselde naar kauwgom-ruikende knuffels en de halve-harten-sleutelhangers eerst allemaal op hun plaats, passend in een minitieus uitgekiend slaapritueel…

Nummer 2 is ook verheven tot het rozewolkendom. Uur en tijd worden vergeten omdat fladderende vlinders en opspelende hormonen elke andere te verwachten actie bemoelijken. De spiegel, de deo, de zeep, de tandenborstel en de wax, ooit gezworen vijanden, werden plots de trouwste bondgenoten. Netjes uitgeborsteld en opgeblonken worden alle onvolkomenheden elke dag zorgvuldig weg geflost. Soms echter durft een hardnekkige meeëter of een vulkaanachtige puist de geacteerde overmoed of de gemaakte zelfzekerheid wel even de kop in drukken maar dat duurt nooit lang.

Het hemd bij de pull. De pull bij de broek. De broek bij de kous. De kous bij de schoen. Alles bijeen passend in de onbegrijpelijke puberharmonie. Zelfs de keuze van de boxershort krijgt de nodige aandacht. Al slingert die nog steeds dikwijls dagenlang vuil rond alvorens de weg naar de wasmand te vinden. Tenzij zij komt….

De derde zit in level 3 van de playstation van het leven en zoekt zelfzeker, doelbewust en vastberaden verder. Planmatig en groothartig pakt hij op zijn manier alles aan wat zich aandient. De prioriteiten iets anders gesteld dan rozige hartjes of vuile onderbroeken. Al dan niet in de mand. Nog niet precies wetend waar naartoe timmert hij iets minder overmoedig dan nummer 2, met val en opstand, al bierpongend aan zijn weg. Het hart op de juiste plek. Eerst het ene, dan pas het andere…

En ik? Ik kijk dan toe. Soms als toeschouwer dan weer als trouwe te fanatieke supporter. Of als strenge arbiter of trainer. Gele kaart?

En dan… dan blik ik ook wel eens nostalgisch terug naar de tijd toen ik zelf nog op een speelveld stond. Toen ik me bijgelovig afvroeg of die tot op de draad versleten, rood wit gestreepte boxershort die ik ritueel droeg me wat bijval zou bij brengen of niet? Goal of op de paal?

Of dan denk ik terug aan die maandagmorgen van het 5e studiejaar toen ik stiekem met mijn in de plooi geperste zondagse broek, mijn geruit debardeureke en mijn zandkoekje in zilverpapier indruk probeerde maken op Anneke met de blonde paardenstaart die bijeen geknot werd door 2 rode kersen.

Het leven … het gaat een gang…

Het alibi van de goudvis

Goed zeker? Of slecht…

Dit antwoord kreeg je 10 jaar geleden steevast toen je vroeg hoe het ging. Hoewel “ca va” toen ook nog wel een kanshebber was. Stel je die vraag vandaag opnieuw om op dezelfde ontwapenende manier aan de weet te komen hoe de zaken staan, hoor je alleen nog: “Druk, druk, druk, ja druk he!”

Druk op het werk, druk met de kinderen, druk met school, druk met de rollen, druk met het sporten, druk met de combinatie, druk bij het plassen… druk van de drukte…. druk, druk, druk.

Beladen in het gewoel om niets te missen proberen we vergeefs de snelheid van de tijd te vertragen. Maar koppig en vastberaden bereiken we het tegenovergestelde. We kiezen voor drukte en omzeilen subtiel klein geluk. De zeilen bol in de wind. 10 beaufort. Met een grote boog er omheen.

 

Als een goudvis zwemmen we rondjes in een kom. Af en toe met de snuit tegen de glazen bokaal gedrukt om er op toe te zien niets te missen.

 

In de hilariteit van de jachtigheid hangt deze luiaard dan aan zijn tak. Hij kijkt niet- begrijpend ondersteboven naar de heisa en het schowspel dat zich onder hem afspeelt.

De drukke begankenis en de commotie rondom gaan volledig aan hem voorbij. Van al die opgelegde poeha is hij al een tijdje afgekickt. Zwemmend in een zee van vrijgevochten vrijheid gaat deze goudvis een beetje tegen de stroom in verder. Volop genietend van de ongedwongenheid die hij zichzelf heeft gegund. En het voelt ge-wel-dig. Een beetje zoals zwemmen in je blootje maar dan zonder bokaal.

Maar eens wordt het voor iedereen stil, rustig en vredig en maakt de drukte voor niemand nog uit.

Hopelijk word je dan niet door je dierbaren bedolven onder tranende emoticons of word je op dat moment niet trending ge-appt over de waterdichte alibi die je jezelf gaf met de drukte van je bezigheid maar kies je nog net op tijd voor iets meer luiaard of zwemmen tegen de stroom. In je blootje.. vrij genietend…zonder bokaal.

Citroenzeste en de geestdriftige beeldenstormer

 

Het classificeren van fout gedrag onder “genetisch voorbestemd” is een geriefelijke dekmantel.  Mijn roken als een Turk en mijn drinken als een Tempelier kreeg ik zo al lang voor Tournee Minerale bestond met de pap mee naar binnen gelepeld.

Toen ik nog niet in staat was om weerspannig of tegendraads te zijn hapte ik  nietsvermoedend gulzig alle familiale mankementen van het verleden op om ze nadien over moeders schouder luid op te boeren. Zelfs hangend aan de navelstreng was de genetische voorbestemdheid al verantwoordelijk voor de kater die nu door mijn hoofd dwaalt omdat ik gisteren te veel 33-ers naar binnen goot. Net zoals mijn vader het mij had geleerd en had voorgedaan.

Lekker gemakkelijk toch? Zo kom ik met alles weg en wordt alles de schuld van  vader, moeder of den bompa die dweepte met den Duits.

Mijn gouden hart, edele geest en ruime blik zijn dan weer wel, louter en alleen het resultaat van mijn persoonlijke ervaring. Persoonlijke ervaring die zorgvuldig opgebouwd werd door de vele pijnlijke, soms genante mislukkingen. Mislukkingen die trouwens volledig toegeschreven  worden aan mijn voorgeslacht. Laat daar absoluut geen misverstand over bestaan.

Met mijn ervaring doe ik nu juiste dingen. Zo leer ik met hetzelfde gouden hart en edele geest maar vooral ook aangepord door de volgzame kudde mee te wandelen met  opgedrongen hypes. Zorgvuldig kies ik er dan eentje uit die best past en waarmee ik kan imponeren.

Zo mogen jullie mij voortaan ook als beëdigd gin(f)menger tutoyeren.

Gewapend met allerlei soorten bessen, komkommer, citroenzeste, peperbollen en kruiden die eerder passen bij de marinade van een konijnenbout dan bij een fris drankje, ging ik aan de slag. Nu brouw ik ook hippe mengsels waarmee ik kan uitpakken. Maar ook mengsels die me een paar 100 jaren geleden voor zeker tot op de brandstapel hadden gebracht.

De snobistische drankjes worden door de volgzame meute, met passende stijve bovenlip zo vlot, veelvuldig en gretig naar binnen gezogen dat hersenactiviteit enige tijd later beperkt wordt tot het hoogstnoodzakelijke minimum.

Tournee General!

Iedereen Gin!

Ad libitum!

Als deze of andere bocht dan opeens deel gaat uitmaken van een patroon of een dagelijks dieet en de roes ervan iets te gevaarlijk word. Of wanneer er door iedereen op elk scherm wat aandacht aan gegeven wordt.. dan wordt het goedje gedurende een maand afgezworen en houden we massaal een geweten zuiverende Westerse Ramadan.

Met zijn allen vasten we er dan op los dat de stukken er af vliegen en reinigen we geest en genen met water en brood. Tenzij je ook een Pascale-Naessens-dieet volgt. Dan enkel met water en wortelen, of pastinaak.

De wassende gesel doet een volledige maand lang deugd om nadien gedurende 12 maanden de vergeetput van het waardebewustzijn in te verdwijnen.  Hij komt er dan alleen nog even uit om afkeurend vinger te wijzen bij een Suikerfeest waarop mensen eveneens de overdadigheid afzweren in een zuiverende vasten.  Zij het met een donkerder tintje.

De westerse waarden bedreigd door te veel culturele gewoonten van de anderen.

Als waarden en gewoonten alleen maar gelden of alleen maar passen in een gemeenschappelijk maatschappelijk gedragen kraam, gaat deze bevlogen dwarsligger steigeren en wordt hij weer even een geestdriftige beeldenstormer die ten strijde trekt tegen de Bastille van de opgedrongen betutteling.

De mens … ik kan daar niet aan uit.

De vleeskuip

Van nature ben ik bedachtzaam op mensen. Soms zelfs een beetje wantrouwig argwanend. Zeker bij nieuwe eerste contacten.

Zoals op recepties bijvoorbeeld dan rekruteer en jureer ik zorgvuldig en precies.

Wie wel?  Wie zeker niet?

Niet geheel op het gemak kijk ik eerst voorzichtig behoedzaam de kat uit de boom en maak ik in een oogwenk uit in welke kuip het vlees behoort. Iedereen past in één van mijn 2 kuipen. De goede vleeskuip en de slechte. Over het nut van een twijfelkuip blijf ik vooralsnog onbeslist.

Één voor een passeert iedereen zonder uitzondering, spitsroede lopend, mijn ingebeelde jury. Eerst betasten mijn denkbeeldige voelsprieten snel van op veilige afstand elk detail en doen een eerste schifting. Dan besnuffel en betast ik.  Onvoelbaar en ga onvermoed verder met de in mijn ogen noodzakelijke vleeskeuring.

Onverbiddelijk mogen de luidruchtige “ik-weet-wel-waarover-ik-spreek-mensen” samen met de “ik-weet-niet-maar-ik-heb-precies-zoiets-van-mensen” elkaar gezelschap houden in de juiste kuip. De kans uitgesloten dat ze daar dezelfde avond nog uitraken.

De “ik-weet-wel-wel-waarover-ik-spreek-mensen” zijn absoluut niet mijn favoriet gezelschap. Ze praten en ratelen oppervlakkig zonder luisteren. Tonen ogenschijnlijk interesse maar zijn zelf te vaak aan ’t woord om die interesse geloofwaardig te maken. Ze willen de hoofdrol maar vallen snel van het podium. In te veel woorden zeggen ze niets. Maar zeker en vooral nooit datgene wat ze beter menen te weten omdat ze weten dat ze het eigenlijk niet weten en er daarom niet echt over spreken.

Dan heb je de “ik-doe-alles-met-een -verborgen-persoonlijke-agenda-mensen” . Je weet wel dat soort mensen. Ze praten subtiel en ogenschijnlijk geïnteresseerd. Maar heimelijk zien ze er netjes op toe dat zij zelf eerst het best bediend worden. Vlug in de eerste kuip ermee.

De “ik-heb-precies-zoiets-van-iets-of-iemand-mensen” vallen even gedecideerd ook uit mijn boot. Ik vertrouw ze niet. Mocht ik iets van iets of iemand hebben en dat was onrechtmatig verkregen dan zou ik het plichtbewust onmiddellijk terug geven. Anders zou ik het houden want dan was het eerlijk gekregen. Te mijden gezelschap. Volgens mijn wellicht te oppervlakkig oordeel althans.

Neen, als ik mag kiezen geef mij dan maar al de anderen.  En de recht-voor-raap-klinkt-het-niet-dan-botst-het-maar-mensen” natuurlijk. Die mogen allemaal, stuk voor stuk met het voordeel van de twijfel in de andere kuip.

Althans tot de eerste, “geloof me maar ik weet wel waarover ik spreek” hen in de andere kuip doet belanden.

Tweepoot.

Is de zonnebril een optisch instrument dan wel een modeaccessoire?
Gaat het om te zien? Draag ik hem om gezien te worden?
Een ding is wel zeker.  Door mijn zonnebril ziet het straatbeeld er letterlijk en figuurlijk anders uit. Al is het maar dat ik als zonnebrildrager een duidelijker en scherper beeld krijg van datgene wat uiteindelijk ondersteboven op mijn netvlies geprojecteerd wordt.
Voor mezelf denk ik dat beide functies van toepassing zijn, het esthetische en het functionele.
Waarom zou ik mezelf indertijd anders de vraag gesteld hebben welke zonnebril het beste bij mijn te groot hoofd paste? Door mijn groot, breed, hoekig en vierkante Cowboy-Henkachtige gelaat opteerde ik toen voor een groot, ietwat afgerond ovalen montuur zodat mijn gelaatsuitdrukking wat verzacht werd.
Ik liet me voor deze keuze bijstaan door een opticien maar sloeg de raad van mijn partner (zij moet er per slot van rekening het meest op liggen staren) niet achteloos in de wind.
Waarheid en zelfkennis hebben echter ook hun recht en het hoeft gezegd: van een aap maak je geen chimpansee.
Voor de keuze van mijn zonnebril ging ik niet over één nacht ijs.
Het was een doordachte, weloverwogen beslissing waaraan wel wat denk-en overwegingswerk vooraf was gegaan.
Door mij te onderwerpen aan dit doorgedreven keuze-en beslissingsproces was cognitieve dissonantie uitgesloten.  Mijn bril was mijn bril. Een deel van mezelf. Een kers van de taart. Het verschil tussen zien en gezien worden.Toen ik vanmorgen nog slaapdronken achter het stuur van mijn auto neerplofte om me richting werk te begeven … dan moet het gebeurd zijn. Was het de onrustige nacht?  Waren het de gedachten die al afdwaalden naar de spannende werkdag? Of was het de hectische chaos die tegenwoordig gepaard gaat met het drukke ochtendritueel? Sluitende antwoorden zal ik op deze vragen nooit krijgen. …

20140702_160852

De brilglazen, zo had de opticien me toendertijd nog verzeker zijn onverslijtbaar.
De beste man’s beweringen die toen eerder leken op goedkope verkoopspraatjes blijken bewaarheid al kan niet hetzelfde gezegd worden over het montuur. Het montuur werd vanmorgen door te veel ochtendgeweld gereduceerd tot 2 monocles die voor verder functioneel gebruik of esthetische verfraaiing compleet waardeloos zijn geworden.
Vanmorgen dus nam ik abrupt afscheid van mijn trouwe tweepoot die bij de eerste prille zonnestraal, geruime tijd, rustend op mijn neusbrug het verschil maakte tussen zien en gezien worden.

Mijn tweepoot is niet meer. Leve de tweepoot want straks ga ik voor een nieuwe, waardevolle vervanger die de asymmetrische, hoekige proporties van mijn gelaat minder zullen accentueren om opnieuw het verschil te maken tussen zien en gezien worden.

De digitale Leuvens Stoof.

Als niets doen begint te vervelen. Of wanneer de frustratie of onmacht luid is uitgeschreeuwd en er ogenschijnlijk alleen nog dompers, floppen en desillusies resten verliest deze Tijl Uilenspiegel ook wel eens zijn guitigheid.

Dan loop ik ook wel eens weg. De vlucht vooruit, niet goed wetende waar naartoe.

Als voor deze Don Quichotte de luchtkastelen maar gammele paalwoningen blijken, word ik ook onzeker. Helemaal niet wetend Hoe? Wat? Waar Wie of wanneer?

Op zo’n momenten voel ik me dan langzaam wegzakken in het drijfzand van de ontgoocheling. Het natte vettige slijkt hard zuigend aan mijn katchou botten. Tot aan de knieën in de zwarte moor en derrie dabberend.  Mezelf afvragend wat ik eigenlijk uitricht in die stinkende beek.

Neem nu deze week. Veel reden tot jolige vrolijkheid was er niet.

“De Amerikaanse Homo Digitalis Mobilis Horribilis” herschrijft geschiedenis, herontdekt de wetenschap en zet ze helemaal naar zijn hand. Alsof twee plus twee altijd al vijf is geweest. Het klimaat, de samenleving en de opgebouwde waarden verguist en met een paar pennentrekken even vergankelijk gemaakt als smeltende ijsschotsen op de Noordpool.

En dan probeer ik te relativeren. Is het niet altijd al zo geweest? Zotten zijn toch van alle tijden?

Neem nu Plato, was die Griekse baardaap in zijn tijdsgeest niet even controversieel als onze blonde Amerikaanse vrouwenzot? Immers, hij achtte de timmerman waardevoller dan de kunstenaar omdat de timmerman alleen de enig juiste, perfecte afspiegeling kon maken van de tafel. Met oog voor detail, vorm en functie. Terwijl de gehekelde kunstenaar de tafel alleen maar doelloos kon nabootsten of naschilderden. Kunst, door Plato geïnterpreteerd als imitatie van de imitatie. De straffe controverse gedebiteerd om zo indruk te maken op Socrates en Aristoteles.

Of Orwell. Vond Orwell de haard niet mooier, behaaglijker en socialer dan de centrale verwarming? De haard bracht mensen bij elkaar, gezellig samen gepakt rond de Leuvense stoof. Had je kou, wat dichter, te warm? Wat verder van de smeulende hitte. Volgens Orwell was de centrale verwarming alleen maar gemaakt om mensen uit elkaar te drijven en te verdelen over kamers met de juiste behaaglijke temperatuur. 35203-e541907fbb52911e8b7071d009d41b1c

Wie zal het zeggen?

Vandaag slaat onze digi-meter tilt en zitten we verkokerd, gevangen en verstrikt in een comfortabele, kleurloze, digitale keurslijf? We zijn snel, saai en smakeloos ver verwijderd van de warmte van de Leuvense stoof en zappen naar nog sneller en vluchtiger.

Gedwee, tam en mak volgen we de sociale mediastroom op het tempo van de mening van de massa en de indoctrinatie van de onzin. Normen en waarden over boord. Geilend op vluchtige likes & shares, comments & followers. Omdat we ons op die manier met de valse illusie gesust een paar vrienden rijker wanen verzameld rond de warmte van de digitale Leuvense stoof.

Databases, lingerie en misverstanden…

“Hoe was het vandaag?”

Ze had de vraag waarschijnlijk wel gehoord maar ze keek pas van haar laptop op toen ze doorhad dat hij haar zwijgend stond aan te kijken.

WT_laptop-werken-vrouw-850x567

“Druk-druk he, zoals altijd he. De opmaak van die database-omgeving liep lastiger dan verwacht. Ik ben daar nog niet onmiddellijk mee klaar. De opbouw en de logica is net doorgestuurd naar India. Ik denk dat ze daar pas morgenvroeg plaatselijke tijd zullen kunnen aan beginnen. Op zich niet zo erg. Dat geeft me even voldoende tijd om op ’t gemak mijn mailbox op te kuisen….”Ze tokkelde naarstig verder op het klavier van haar schoottaiwanees en vroeg achteloos: “Jij vindt dat toch niet erg he?” Zonder verder de indruk te geven een antwoord te verwachten.

Aan slapen werd pas gedacht nadat ze van beeldscherm had gewisseld en  zich de volgende 8 uur niet meer hoefde te bekommeren over databases, code, conference-calls of andere it-mambojambo.

Carrie Bradshaw en Mr. Big hadden eerst nog een vol uur haar scherpste aandacht. Ze miste geen detail en ze kon zich volledig overleveren aan de hapklare sex-and-the-city-scenario’s die hoofdzakelijk bij vrouwen tot de verbeelding kunnen spreken.

Nu ze 15 jaar samenleefden hielpen de getemperde vrouwendialogen die vanuit de huiskamer weerklonken meestal wel om de slaap te vatten. Alleen nu niet. Nu bleef hij woelen en draaien. Hij had toch gevraagd hoe het was geweest? Hij had toch oprechte interesse getoond in het verloop van haar dag? Maar op de een of andere manier reageerde ze niet zoals ze dat vroeger deed of zoals hij verwachtte dat ze dat had moeten doen. Had hij haar dan een kus moeten geven? Haar schouders masseren en haar een glas wijn inschenken? Of misschien had hij recht over haar moeten gaan zitten om haar Taiwanees het zwijgen op te leggen.

Dromerig, verder onrustig woelend hield hij koppig vast aan het idee dat een relatie niet zo maar voort mag kabbelen. Hij geloofde echt dat praten altijd helpt ook wanneer het praten over niets meer gaat. Kussen moet je ook blijven doen. Zelfs wanneer het even duurt alvorens die tong tussen je lippen je iets doet. Hij wist dat er vroeger nooit iemand was geweest die hem zo goed kon kussen als zij. Zij alleen kon hem naar adem doen happen en hem duizelig maken geen besef meer van tijd en ruimte.

“Slaap je al?” Fluisterde ze zachtjes toe ze de slaapkamer binnensloop? “ik moet je iets zeggen”…

Op slag was hij klaarwakker en begon te onrustig te ademen. Hij had dat soort vragen ooit nog gekregen. Hij kende die. Die moeilijke discussies hadden zich vroeger ook al voor gedaan. In andere relaties. Die pijnlijke woorden waren toen ook gevallen. Woordenwisselingen waarop hij zich net zo voelde zoals nu en waarop hij zich toe ook afvroeg hoe het zover gekomen was en waar hij zelf gebleven was, verzeild in een chaotisch leven dat hij niet wilde.

“Ik denk dat ik morgen thuis blijf”: fluisterde ze zo verleidelijk mogelijk Daarstraks heb ik nieuwe lingerie gekocht en die wil ik jou morgen allemaal laten zien .. in klaarlichte dag!” en ze gaf hem een kus die hem naar adem deed happen en hem duizelig maakte. Geen besef meer van tijd en ruimte.

“Het spijt me van die Indiërs van daarstraks…dat kon echt even niet wachten dat moest nog af” probeerde ze er nog tussen te krijgen maar die kus had veel te veel in gang gezet om het nu verder nog over pietluttigheden te hebben….

Lichtblauwe gordijnen langs de ring.

De lichtblauwe gedrapeerde gordijnen (ont)sieren nog steeds de ramen van wat ooit onze slaapkamer was. Wanneer ik toevallig voorbij rijd vallen zij het eerst op. Dan pas het balkon met de roestige balustrade.

gordijn

Toen ik de gordijnen zo ’n 20 jaar geleden ophing had ik er al een bloedhekel aan. De combinatie van gedrapeerd lichtblauw kunst-satijn en de doorzichtige vitrage vloekten zoals alleen duivels in wijwatervaten dat kunnen.  Net zoals wij zelf waren de voile draperieën en roze overgordijnen fake, nep en kitscherig.  Ze hadden, zo bedenk ik me nu, destijds het doel een soort van Holly Hobbiesfeer te creëren en zorgden voor sfeer van kuisheid en fatsoen. Een soort van zedigheid en sereniteit die hevig contrasteerden met mijn hitsigheid en tempramentvolle geestdriftigheid.

De gordijnen waren in mijn ogen functioneel om vleselijke lusten te temperen. Althans zo heb ik het toen altijd ervaren. Wellicht daardoor dat ik er zo’n bloedhekel aan had.  Nu nog steeds.  Kutgordijnen, maar dat durfde ik toen zo niet zeggen.

Het herenhuis langs de ring staat al 17 jaar leeg en lijkt een beetje spookachtig. De gordijnen hebben de tand des tijds nog net overleefd en hangen er nog steeds op dezelfde manier zoals op de dag dat ik er de deur achter mij dichtsloeg.

Onze relatie is het anders vergaan.Daar schiet niets meer van over…

Persoonlijk wijt ik dat aan onderdrukte hitsigheid en passie te veel Holly Hobbie en overdadige zedigheid en sereniteit maar er zullen wellicht nog wel andere redenen zijn voor het scheeflopen. Misschien lag scheef lopen zelf aan de basis van het scheeflopen of was het er een gevolg van.  Dat weet ik niet meer en dat laat ik in het midden.

Een ding is wel zeker de gordijnen hebben er geen goed aan gedaan.