Fontein van de jeugd

Er bestaan mensen die elke regel van fatsoen negeren om hun leeftijd te verdoezelen, om er jonger uit te zien of aantrekkelijker. Mannen worden niet gespaard. Gilles Van Bouwel schreef er zelfs een boek over.

Persoonlijk maak ik niet zo een probleem van de voordeur die aan mijn gevel hangt, al moet ik ridderlijk toegeven dat ik geen feest geef wanneer mijn lijf of een belangrijk onderdeel ervan, het op een ongepast moment laat afweten. Natuurlijk merk ik dat mijn dagelijkse handelingen wat trager worden en dat ik psychisch een beetje minder aankan dan toen er minder haren uit mijn oren groeiden. Maar zit ik ermee?  Ik geloof van niet. Misschien, omdat ik de leeftijd der ‘patriarchen’ nog niet bereikt heb, al klinkt dat een beetje verwaand om dat zo te zeggen.

Het denken aan oude mensen doet mij afvragen: hoe oud is oud?  Ben ik echt zo oud als ik me voel of zo gammel als ik er uitzie en hoe kan ik de legendarische fontein van de jeugd haar geheim ontfutselen, gesteld dat ik dat zou willen? Met het boek van Gilles? Of bestaat er toch een andere handleiding die moet ik volgen wanneer ik de ambitie krijg om honderd jaar te worden?

Allereerst zou ik de genetische neiging moeten hebben om afkomstig te zijn uit een stam voorvaderen die dezelfde genetische neiging had om een lang leven te leiden. Verder zou ik al die dingen moeten doen waarover iedereen het al eens is dat ze gezond zijn, met inbegrip van al die saaie activiteiten zoals vet-, calorie- suikerarm diëten en het doen van gevreesde lichaamsbewegingen. Immers elke dag sporten, in welke vorm dan ook zou het leven met maar liefst vijf jaar verhogen want bijna elke bejaarde honderdjarige fietst nog op zijn hometrainer of duwt een rollator voort. Althans zo liet ik me wijsmaken. Een andere belangrijke suggestie voor een lange levensduur is het vermijden van nicotine en alcohol te vervangen door groene thee omdat daarvan wordt verondersteld dat de antioxidanten erin het levenseinde zou kunnen uitstellen. Toch blaas ik straks liever mijn honderdste kaars uit met de rook van de pijp waaraan ik op dat moment de hele dag loop te lurken, denk ik.  In de veronderstelling dat uitzonderingen de regel bevestigen, al reken ik niet al te fel op die regel.

Oude mensen en honderdjarigen in het bijzonder lijken een groep mensen te zijn die actief hebben geleefd, niet stopten met ademen en erin geslaagd zijn om de kanker, diabetes, hart- en vaatziekten en ongevallen te vermijden zodat hun pijp niet op jongere leeftijd gebroken is.

Met de vooruitgang die geneeskunde en gezondheid elke dag boeken en als er morgen geen nieuwe pandemie uit de hemel valt, is het niet ondenkbaar dat we binnenkort met zijn allen honderd of honderdvijftig worden. Indien straks zou blijken dat het toch allemaal wat tegenvalt met die leukigheid van het pensioen, mag ik me zeker het genoegen niet laten ontnemen om vandaag content te zijn, want honderd worden lijkt me een hele klus!

Misschien koop ik om mijn oud wordend mannenlijf een beetje te verzorgen het boek ‘Man-Ual’ van Gilles Van Bouwel wel, maar dan nog ben ik niet helemaal zeker of mijn ochtenderectie fors genoeg zal zijn en lang genoeg zal duren om er mijn ballen in te scheren! Ik laat het je nog weten.

Nooit altijd!

Klinische psychologen zijn het er roerend over eens, koppels die nooit ruzie maken eindigen niet samen. “Nooit, jamais de la vie”, voegen ze daar allemaal nog vastbesloten in koor aan toe als ze Franstalig zijn. Ze beweren dat relaties die gedoemd zijn om in een doodlopende straat te eindigen, relaties zijn waarvan de waakvlam in alle rust en kalmte, helemaal in is uitgedoofd. Paren die zich hullen in stilzwijgen hebben geen schijn van kans, daarover zijn ze het unaniem eens, zelfs niet als de vonk ooit zo groot geweest is om er een uitslaande brand mee te veroorzaken.  Eens het liefdesvuur geblust is en er enkel nog prikkende rook overblijft die op de adem pakt en ogen doet tranen, is er geen lievemoederen meer aan. Dan is het boeken dicht, end of story, over en uit! Tenminste als ik op de woorden van klinische zielenknijpers mag afgaan.

Onverschilligheid, angst of geen goesting om in discussie te gaan, prijken als boosdoener op nummer één, twee en drie en hebben het grootste aandeel wanneer het erop aan komt om liefdesvuur te doven. Stom lopen, je kwaad maken of op de tong bijten, brengt dus geen zoden aan de relatiedijk. Scherpe verwijten helpen evenmin. Die belemmeren even hard als met deuren slaan of met serviezen gooien. Dat soort actie past eerder in een slecht annexatieplan waarin de tactiek van de verschroeide Aarde wordt toegepast, tenminste wanneer het er niet op aankomt om de andere de mond te snoeren maar om zinvol ambras maken.

Met weten hoe het niet hoort, ben ik geen fluit. Daarvoor hoef ik geen analyses of essays van klinische psychologen te bestuderen. IJsberen en stom lopen, kan ik al als de beste, been there, done that, meermaals en altijd met als direct gevolg dat ik een paar deksels tegen mij neus kreeg of dat ik moest wegduiken om een slecht gemikte deegrol te ontwijken omdat ik nog maar eens in die hoogoplopende altijd-nooit-discussie was verzeild geraakt en ik uiteindelijk met verbaal vuil de bovenhand dacht te nemen.

Natuurlijk ben ik nieuwsgierig om te weten waarom ik steeds opnieuw in diezelfde Ruziemakersstraat terecht kom. Het lijkt dan wel een script dat zich telkens opnieuw herhaalt en dat alles weg heeft van een steeds terugkerende droom waarvan ik nadat hij uit gedroomd is even aan de rand van het bed moet gaan zitten. Om te bekomen en om na een paar minuten tot besef te komen dat het weer maar eens diezelfde stomme repetitieve nachtmerrie was.

Natuurlijk wil ik discussiëren. Niet om gelijk te halen of om mij de betere te voelen maar om te begrijpen en te vermijden en om te achterhalen waarom ik telkens opnieuw over diezelfde struikelblok val.  Maar ik besef natuurlijk ook dat je met twee moet zijn om met gevoel en passie een sensuele tango te dansen. Ik zou ondertussen beter moeten weten, dat ik best niet in de boksring stap wanneer de kampioen op voorhand gekend is, nog voor er een mep gevallen is. Want wat haat ik toch dat gevoel dat ik in ronde één al, in mijn emotionele buien en in mijn gevoelig gejammer knock-out geslagen wordt door rationele analyses en beredeneerde argumenten waar geen speld is tussen te krijgen. En het is telkens in ronde twee dat ik machteloos en stil wordt dat mijn bloed ervan gaat koken dat ik die verbale uppercut geef die aankomt ook al weet ik dat die uithaal het slechtst mogelijke wapen is in een strijd die ik niet eens wou voeren. Schaakmat dan maar of handdoek in de ring? Ook al beweren klinisch psychologen dat koppels die nooit ruzie maken nooit samen eindigen?

Kamer 4.

Er is een nijpend tekort aan donoren, aan bloeddonoren, aan orgaandonoren maar ook aan spermadonoren. In het steriele ziekenhuis flikkeren neonlampen zo snel dat niemand het nog opmerkt omdat die ondingen voor de meeste mensen gewoon maar ongezellig licht geven. Voor een kleine minderheid echter zijn het marteltuigen, vermoeiende energiezuigers door het snelle flitsende bliksemlicht. Mensen lopen af en aan, om andere mensen te bezoeken of om duidelijkheid te krijgen over de kwaal waarmee ze zijn opgezadeld. De vrouw achter de balie aan de ingang heeft een grote bruine moedervlek aan de linkerkant van haar mondhoek. Daar woekert een dik zwart haar dat met de minuut langer wordt net zolang tot het zo hard stoort dat ze het met een pincet in een ruk uittrekt. ‘Hebbes’, zegt ze met zoveel triomfantelijkheid alsof ze een belangrijke overwinning geboekt heeft. Zonder dat hij de kans kreeg zich voor te stellen en waarom hij er was, vroeg ze kordaat zijn naam, voornaam en geboortedatum, precies in die volgorde en drukt hem, vriendelijker dan verwacht op het hart dat het zou even kunnen duren. Alsof ze zijn gedachten kon lezen, waarschuwt ze hem dat het drankautomaat naast de balie kapot is maar als hij achter de hoek kijkt, zich er daar nog een bevindt, of op de tweede verdieping dat kon ook. ‘Wachtzaal twee’, zegt ze terwijl ze hem een uitdraai stickers overhandigt die de reden van zijn bezoek aan zijn identiteit koppelen. ‘Het wachtnummer verschijnt op het scherm, alsook de kamer waar je mag binnengaan, maar ik zeg het je, je zal even geduld moeten hebben.” Omdat alle stoelen in de wachtzaal benomen zijn leunt hij nonchalant tegen de muur naast het kapotte drankautomaat. Op een tafel liggen allerlei tijdschriften rommelig door elkaar. Hij leest de kop van het beste roddelblad dat bovenaan de stapel ligt, ‘Paola, de vrouw die geen bastaardkind wil’, en glimlacht met de gedachte aan Albert als vlijtige spermadonor. Exact tegenover hem aan de andere kant van de wachtzaal zit een koppel. Hij een gezapige vijftiger met grijzig wordende haren, zij een energieke veertiger met rode schoenen. Zij maakt zich niet drukt dat iedereen hun bekvechten kan horen.

‘…En jij bent een saaie kloot geworden, bijt ze hem zonder enige gêne, verwijtend toe, zonder zich er in minste over te bekommeren dat de hele wachtzaal getuige is van haar verbale doodsteek.

De man, die aan de overkant nog steeds tegen de muur leunt en de verwijtende tirade gehoord had, voelt geen leedvermaak omdat hij opmerkte dat de arme man merkbaar aangeslagen is. Hij was geen saaie piet maar hij leeft gewoon een ander ritme dan zijn jongere partner, misschien uit noodzaak of zelfbehoud of zo.  Dat maakt hij op aan haar rode schoenen en aan zijn grijze haren en aan de manier hoe zij raast en hij incasseert. …Saaie kloot, twee woorden waar achter een wereld van frustraties en onuitgesproken emoties schuilgaan, verbeten en verzwegen onthoudingen die zich lange tijd onder de oppervlakte verborgen hadden gehouden maar nu als lava door een alles verwoestende vulkaan uitgebraakt werden. De leunende man hoopt dat het koppel op bezoek is voor een donorhart dat haar iets minder hard zou maken zodat ze elkaar opnieuw kunnen verdragen of terugvinden. In het andere geval moeten ze langs de fietswinkel, zij voor een gewone fiets en hij voor een elektrische zodat ze beiden op hun eigen tempo op de bestemming kunnen raken.

Nummer 23 kamer 4 verschijnt op een scherm. ‘Wenst u onbekend te blijven voor uw donatie’, vraagt een jonge verpleegster die hem een stapel pornoboekjes overhandigt waarvan de bladzijden aan elkaar kleven.

Het laatste velletje.

Een dikke traan, rolde over haar wang en een andere had de weg gevonden naar de onderkant van haar brilmontuur om een seconde later samen uiteen te spatten op een witte tegel van de drop-off zone van de vertrekhal van de luchthaven. Genegenheid tussen mensen hoeft niet altijd gemeten te worden met het aantal woorden die uitgewisseld worden, soms wordt niets gezegd en dat zegt ook iets. Mijn gemakkelijke woorden moesten namelijk niet dienen om haar moeilijke emoties te verbergen dus had ik me voorgenomen het afscheid kort te houden want in situaties als deze krijgen mijn woorden weleens scherpe tanden die de stem van de andere in tweeën kunnen bijten, daarom zweeg ik maar.  We nemen afscheid en glimlachen naar elkaar ook al is mijn glimlach eerder een gewrongen grimas die mijn gezicht in een vreemde plooi legt. Drie uur geleden had ik haar in vader-wijsheden op het hart gedrukt dat ze in de maand die gaat komen, dingen voor de eerste keer zal zien en misschien wel voor de laatste keer en dat ze die wondermooie beelden moet absorberen om ze nooit meer te vergeten zodat ze een heel leven kunnen meegaan. Nog anderhalf uur en ze vliegt naar andere tijdzones waar een groot gedeelte van onze gemeenschappelijke dag zal gewisseld wordt voor een andere nacht. Die twee tranen zetten er andere in gang en heel even staan we met zijn drieën in een soort ongemakkelijke groepsknuffel die als afscheid moet doorgaan. ‘Van mijn erf nu’, zeg ik stoer, in een poging om het pijnlijke moment niet langer te laten duren dan stikt noodzakelijk want ik weet dat afscheid nemen moeilijker wordt naarmate je dat moment uitstelt. We zwaaien nog even en ik klim in mijn auto, baan me een weg door het veel te drukke verkeer en denk hoe ik dat in hemelsnaam alleen ga redden de komende maand maar vanbinnen lach ik een beetje want ik herinner me alle keren dat ik me zo voelde al vraag ik me wel af wie straks die nieuwe rol toiletpapier zal brengen als het laatste velletje is opgebruikt.

Cynisch toneelstuk.

… Hun eens zo diepgaande gedachtenwissels die ze vanouds met elkaar deelden waren monotone babbels geworden, zo vlak en grijs als het trottoir in de straat waarover de gedachten van doorsnee mensen kuieren, getooid in alledaagse kleren, helemaal niet meer in staat om enige emotie op te wekken, geen lach, geen traan, geen verwachting of geen illusie. Hun harten verzonken in een leegheid waardoor de dagen aanvoelden als een langgerekte grauwe reeks frustraties en onuitgesproken aspiraties die telkens opnieuw uiteenspatten als zeepbellen in de zon. Na de vele vruchteloze pogingen om opnieuw vuur in elkaars harten te blazen zonder dat er ook maar één vonk oversprong moesten ze droevig toezien dat van hun hartstocht die hen lang aan elkaar had doen plakken, niet veel bijzonders meer was overgebleven. Au tour de parcours, in de drukte van bezigheden en in de drukke dagelijkse beslommeringen waren ze elkaar kwijtgeraakt en waren tederheden een kleurloze regelmaat gaan vertonen waarin omhelzingen en aanrakingen dezelfde gewoonten waren geworden als het dessertje dat van tevoren vastligt ter afsluiting van een ééntonige maaltijd. Het zicht op een uitweg werd belemmerd door doemscenario’s die ze zelf schreven, waarin ze verstrikt raakten en waardoor de toekomst aanvoelde als een lange pikdonkere weg die uitgeeft op een hermetisch afgesloten deur waarop geen slot te bespeuren was. Wanneer liefde cynisch of vanzelfsprekend wordt is er iets vreselijks mis mee en met die gedachte vroegen ze zich af of de liefde die zij kennen en waartegen ze telkens opnieuw aanbotsen geen cynisch toneelspel was geworden waarin in een vicieuze cirkel van begeren, beminnen, kwijtraken, en missen, geen toertjes gedraaid werden waardoor zij vol weemoed en nostalgie steeds opnieuw wilden terugkeren naar wat zij onderweg ergens waren kwijtgeraakt en niet meer terugvonden. Wanneer halfvolle glazen niet meer bijgevuld geraken, valt het gordijn als een sluier voor hun blikken en wordt de aftiteling van de film, met rondvliegend stof in een witte lichtbundel op het grote canvas afgerold. The end…

%d bloggers liken dit: