Categorie: Man-Vrouw

E-MAN-cipatie

Joehoe, mannen (en vrouwen), vandaag is het Internationale Mannendag, alleen geen man die het weet, geen vrouw die er om maalt en geen hond die er wakker van ligt. Dit terwijl op 8 maart tijdens Internationale Vrouwendag het hele land in rep en roer staat en bedolven wordt onder congressen, key-notes of onder discussies over vrouwelijk leiderschap en vrouwenrechten die nog steeds onder spanning staan en over het doorbreken van glazen plafonds, om maar een paar onderwerpen te benoemen.

Het vermoeden bestaat zelfs dat de doorsnee man, als die al bestaat, niet eens afweet van het bestaan van Internationale Mannendag. Maar hij is er wel degelijk, op 19 november, vandaag dus. Worden jullie er al even enthousiast over als ik? Man of vrouw, x of y het maakt niet uit.

De vraag stellen is het antwoord geven. Ja, maar wat zou een schoon thema kunnen zijn om mannen vandaag een platform te geven. Waar liggen ze wakker van?  Wat houdt hen vandaag bezig? Ik kan met gemak een paar dingen bedenken. Bijvoorbeeld: Mannen leven gemiddeld een stuk korter dan vrouwen, 4 jaar zelfs zo blijkt uit overlijdensstatistieken. Wat gezegd over schoolprestaties? Is het echt een feit dat jongens de laatste decennia op school minder goed presteren dan meisjes of is het een fabel? Wisten jullie trouwens dat van alle gedetineerden, om en bij de negentig procent uit mannen bestaat? Een ander feit dat mogelijks aandacht verdient, is dat er tweemaal zoveel mannen overlijden door zelfdoding dan hun tegenpolen van het sterke geslacht? Thema’s genoeg dus, me dunkt.

Zoekende mannen en nieuwe rollen, het is me wat. Sommigen kruipen wat graag in het vel van de nieuwe man terwijl anderen blijven zweren bij hun tegenhanger, de macho Alfaman.  Onze mannelijke vrienden lijken een beetje verloren te lopen in het bos van nieuwe genderrealiteiten en in de woestijn van nieuwe rollen en andere verwachtingen.

Is dit topic een onbespreekbaar taboe? Is het dan not-done om eenzaamheid, burn-out of andere geestelijke aandoeningen van mannelijke maatschappijslachtoffers onder de aandacht te brengen? Want, betrouwbare, cijfers hierover zijn nauwelijks beschikbaar, wellicht omdat mannen er niet prat opgaan om toe te geven dat ze ook met emotionele moeilijkheden kampen. Zetten we die problematiek vandaag dan even in de spotlight of vegen we die dingen gewoon onder de mat van achterhaalde en verouderde rolpatronen? Inclusiviteit geldt toch ook voor hen, of niet?

Dus, beste mannen, vrouwen, x-en, z-en of y-en, als jullie dit geen onzin vinden is het misschien niet zo’n slecht idee om vandaag eenzame mannen uit hun sociale isolement te halen en hen in de dialoog te betrekken over al die dingen waar zij ongewild tegenaan botsen. Want de organisatie van dit soort debat aan mannen overlaten en er hen een hoofdrol in laten nemen, laat ons eerlijk zijn, zijn mannen daar niet te trots voor? Misschien is het zelfs, beste vrouwen, niet eens zo’n slecht idee om mannen daarbij een handje te helpen? En als het idee van e-Man-cipatie nog te moeilijk ligt, weet dan dat jullie ons vandaag, met een steak met frieten of met een blow job onder de douche ook niet echt straffen.

Rechten van de man

Tot het mannelijk geslacht behoren is een toevallig levenslot waar ik niet zelf voor gekozen heb. Dingen waar ik geen persoonlijk aandeel in heb, kan ik moeilijk als verdienste of als nederlaag beschouwen. Niet dat ik onder mijn mannelijkheid gebukt ga integendeel. Ik zou ten andere de slechtste travestiet zijn die ooit bestaan heeft.  Mocht ik zelfs maar met de gedachte flirten om me tot vrouw te laten ombouwen, ik ben zeker dat ik rechtopstaand pissen te hard zou missen, niet dat dit in alle omstandigheden even comfortabel is. Mannen weten wat ik bedoel.

Niet dat ik mijn mannelijkheid als een grote ontgoocheling beschouw. De waarheid heeft zijn recht. Het zou me nooit lukken om als travestiet of als homo door het leven te gaan en als transvrouw zou ik evenmin deugen.  

Bijgevolg ben ik veroordeeld om tot het voorspelbare, duffe mannelijke geslacht te behoren dat, door hormonen gedreven, hunner piet achterna host.  Mannelijkheid als toevallige levenslot. Ik loop er niet mee te koop, ben er niet te trots op, maar schaam me er niet te hard over omdat ik er geen enkele persoonlijke bijdrage noch verdienste in heb. Men kan mij er ook niet van beschuldigen.

Een van de grootste verschillen tussen mensen die behoren tot het mannelijke geslacht en mensen die horen tot het vrouwelijke geslacht, is dat de eerste categorie er plezier in vindt om rechtopstaand te plassen. Vanaf het moment dat de vriestemperaturen het toelaten weten mannen met hun geluk geen blijf wanneer ze met hun lans in de hand de Z-van-Zorro in de sneeuw kunnen pissen. Ze lopen er echter niet onder gebukt wanneer dit genot door de opwarming van de aarde een paar jaren na elkaar niet kan.

Mensen die tot het vrouwelijk geslacht behoren, voelen er, tenzij ze zich naakt in de douche bevinden, doorgaans weinig voor om dit mannelijk gedrag te imiteren. De drang om dit genot buiten de veilige haven van een douchecabine te beleven is nagenoeg onbestaande. De plastuit is dan ook een even waardeloze uitvinding als bijvoorbeeld een avocado-op-een stokje en bij uitbreiding elke andere uitvinding die oplossing biedt voor een probleem dat niet bestaat.

Een ander verschil tussen mensen van het mannelijke geslacht en hun vrouwelijke tegenhangers is dat personen die tot de tweede categorie behoren van een toiletbezoek doorgaans een groepsevent maken en alsmaar lopen tetteren over, weet ik veel waarover want als man ben ik doorgaans geen frequent bezoeker van een vrouwentoilet. Mannen op toilet, ze tetteren minder en doen dat buiten de toiletzone meestal ook maar dit terzijde. Vrouwen maken bovendien van elk toiletbezoek gebruik om oorlogskleuren bij te werken of om er hun maandelijkse ongemakken te verhelpen. Blijkbaar wordt dit ongemak draaglijker vanaf het beleefd wordt met minstens twee.  Het lijkt denkbaar en aannemelijk dat mannen hierdoor meer op hun toilet privacy gesteld zijn dan vrouwen.

Mannen, vrouwen en hun wc-gebruik, het is me wat.

In de gegeven omstandigheden lijkt het me dan ook een bijzonder slecht idee, om net als avocado’s op een stokje, de wc-gewoontes van mannen en vrouwen te negeren door er één gemeenschappelijke, genderneutrale zone van te maken temeer omdat ik er als man weinig voor voel om deelgenoot te worden van al dat vrouwelijk WC-getetter wanneer ik alleen maar behoefte had om rap-rap mijn tuinslang buiten te hangen om rechtstaand een vlieg dood te pissen.

Het is bijna een even goed idee om in elk toilet een ballenbad te voorzien. Hopelijk bracht ik met deze gekke gedachte niemand op ideeën.

Hebben mannen dan geen rechten?

Liefde is stopverf

Liefde is een illusie, een spelletje, maar wel één dat best met zorg en aandacht gespeeld wordt, anders is er niks aan. Door ouder te worden heb ik mezelf veroordeeld tot een subtiele maar een daarom niet minder cynische vorm van eenzame liefde. Misschien deed ik het onbewust omdat ik door de jaren heen de illusie van de liefde doorprikte of misschien is het een gevolg van het feit dat ik de spelregels niet helemaal volgde? Wie zal het zeggen?


Liefde en ouder worden, niet dat ik iemand wil schofferen, en mezelf al zeker niet, maar ik stel me openlijk de vraag of er geen sleet zit op de formule? Ik stel me ook de vraag of niet iedereen het spelletje moet blijven meespelen om het voor alle deelnemers een beetje plezant te houden?
Een illusie dus, of iets voor de jonge generatie die er nog naïef op vertrouwd dat verliefdheid en liefde hetzelfde betekent, en dat het voor altijd blijft duren. Als je een bepaalde leeftijd bereikt, zoals ik dus, en sensuele geilheid inruilde voor sleur of verplichting, is het in stand houden van die illusie meer dan ooit een levensnoodzakelijke opdracht. Verlies je dat droombeeld uit het oog, en geloof me, daar is met de snelheid van het leven niet veel voor nodig, rest je niets anders dan met constant gepieker al je angsten en twijfels in je eentje te doorstaan.
De hele dag lopen vloeken en tieren, ik zou dat kunnen doen maar doe het niet omdat het net die illusie is die mij recht houdt.


Liefde is een illusie. Wat we ervan gemaakt hebben, heeft niets te maken met de romantische voorstelling die we er vroeger aan gaven, toen we jong en onnozel waren. Dat beeld vervaagde met de tijd. Behendigheid, gemakzucht en voortplanting, al dan niet bezegeld in een wettelijk geregistreerd partnership onder een luifel van wederzijdse verantwoordelijkheid, zijn we liefde gaan noemen. Eeuwigdurende liefde bestaat niet, voortplanting bestaat, reproductie. Voortplanting, gemakzucht en aanpassing, veilig beschut onder het dak van gewenning en gewoonte. Al de rest passen we aan op een manier die ons het beste uitkomt. Wat dat betreft zijn liefdesverwachtingen even kneedbaar als stopverf. We bewerken ze met klei die nooit hard wordt. Als doorwinterde darwinisten geven we er telkens opnieuw een nieuwe schwung aan zodat van het oorspronkelijke plan niets overblijft. Op die manier wordt liefde een levenswerk van bijstellen, nuanceren, herformuleren, aanpassen en finetunen. We doen het net zolang tot het helemaal vervormd is en we vergeten zijn welk kunstwerk het oorspronkelijke ooit geweest is.
We doen nog wel dingen samen hoor, af en toe zelfs nog met elkaar al moet ze me daar wel op voorhand voor waarschuwen. Soms denk ik dat zij gewoon mijn wandelstok is. Mocht ze er niet meer zijn, ik zou nog somberder door het leven stappen omdat ik de korter wordende afstand tot het einde alleen zou moeten afleggen, zonder wandelstok.


Wat blijft er dan over? Als je ouder wordt, blijft alleen de veranderlijkheid en de schoonheid van de liefde over. Toegegeven, dat is veel.


Darwin had gelijk:

“…De zwakken moeten ervantussen als ze niet in staat zijn zich aan te passen…”

Een penisplaatje in haar profiel

Tijdens een gesprek met vrienden, in de bruinste kroeg van Bornem, noemt ze mij opeens papa. Zo maar, out of the blue, zonder voorafgaandelijke waarschuwing en vooral zonder aanleiding. Heb ik dat nu goed gehoord? Was dat tegen mij?  Noemt ze mij nu al papa? Zijn we echt al in die fase aanbeland of is haar vader hier plots opgedoken. Op dit uur? Dat lijkt me onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk. Op dit eigenste ogenblik bevindt hij zich namelijk in een andere tijdzone, aan de andere kant van de wereld. Meer bepaald, in Dubai, in het bijzijn van mama, enfin van schoonmama, om daar op de vierhonderdste etage van de Burj Khalifa hun verrimpeld huwelijk nieuw leven in te blazen.

“Papa?”: Ik moet het me ingebeeld hebben. Mijn grootmoe noemde bompa indertijd ook papa. Dat zonder twijfel goed bedoelde koosnaampje waarmee bobonne mijn bompa berispte wanneer hij met zijn galoches de keuken betrad zonder eerst zijn voeten af te vegen, zorgde in die tijd bij mij al voor de nodige verwarring. Wat is het nu papa, bompa of lompe ezel, nog zo’n koosnaampje dat wel eens uit de mond van mijn bobonne rolde.

Het gesprek kabbelt rustig verder, soms ernstig, meestal eerder amusant en luchtig. Het onderwerp van de caféklap doet nu even niet ter zake, maar het gaat, als u het per se wil weten, zoals vaak in deze compagnie trouwens, over seks en relaties. Verbaast je dat misschien? Mij al lang niet meer hoor, “Het zijn zij die er het minst over spreken, die er het meest van weten.”

Ik zwijg, luister, leer bij en fantaseer inmiddels verder over het seksleven van bobonne en bompa op de vierhonderd vijfenzestigste verdieping van de Burj Khalifa. Of is het mama en papa? Ik kom er niet uit.

Mijn gedachten zitten nog bij de galoches van bompa, dus hoor ik alleen het laatste gedeelte van een vraag die voor mij bestemd was, “jij vindt dat toch ook he papa?”

Bovenaan begint het te knetteren alsof alle verbindingen in mijn bovenkamer even zonder stroom komen te zitten. “Papa”, voor de tweede keer, deze avond en dat niet eens in een ‘spank-me-papa-kinda-way.’

Ik excuseer me beleefd, zoals het een papa betaamd die zich in het bijzijn van zijn kinderen bevindt, om te zeggen dat hij even naar het toilet moet. Hoogdringend, het kan niet wachten.

Om van het ‘ge-papa’ van ‘mama’ verlost te raken sluit ik me een paar tellen later op in het kleinste kamertje. Ik ben radeloos en zie geen enkele andere mogelijkheid om haar aan het verstand te brengen dat ik haar papa niet ben. Dus neem ik een dickpic en duw mijn niet al te scherp penisplaatje droog en zonder voorspel in haar whatsapp-profiel.

Opeens krijg ik begrip voor Marc Overmars.

Om van te houden!

Ik kan geen kant meer uit. De krant, het scherm, een boek, een serie, sociale media…alles maar dan ook alles, (een mens mag al eens overdrijven) draait tegenwoordig rond gender, geaardheid, sekse en verdraagzaamheid. Serieus, ik ben het debat en de discussie over vrouwen, mannen en x-en, kots- maar dan ook kotsbeu. Zolang er genoeg staanplaatsen zijn op deze aardkluit mag van mij iedereen erbij. Hoe meer zielen, hoe meer leute. Voor mijn part kan het allemaal. Het maakt mij helemaal niets uit. Vrouwen, mannen, neutralen, trans- x, wat mij betreft, … alles moet kunnen.  De wetenschap is zo ver geraakt dat met hormonen en operatieve ingrepen lichamelijke kenmerken in overeenstemming kunnen gebracht worden met het psychologisch geslacht. Top, maar kunnen we er nu stilaan over zwijgen? De meeste mensen liggen daar niet wakker van. Echt niet. De hysterische drang naar inclusie, diversiteit en gelijkheid wordt kunstmatig zo groot gemaakt dat het me de strot uit komt.

Moet dan echt alles gewikt en gewogen worden op de schaal van verdraagzaamheid? Het leven is zonder dit ontploft debat al eierenlopen, toch? Mag er nog eens gelachen worden, alstublieft? Met een foute mop of met een uitvergroot cliché? Kunnen we het niet gewoon allemaal een beetje zijn gang laten gaan, met de juiste nuance en met fijngevoelige gelaagdheid? Alstublieft?

Ik wil zonder schaamte en met lichte zin voor ‘onderschatting’ verkondigen dat alle mannen om de zeven seconden aan seks denken. Ik wil me beklagen dat alle mannen muteren in onuitstaanbare boeren eens er pinten in gegoten worden. Ik wil ook zeggen dat vrouwen voor een pittig stukje worst niet het hele varken hoeven te nemen. Maar ik wil ook kunnen zeggen, zonder het risico te lopen overgoten te worden met pek en veren dat ik me blijf verbazen hoe vrouwen nadat ze honderd jaar geleden stemrecht verwierven, nog steeds het verschil niet kennen tussen links en rechts. Dat ze niet te genieten zijn wanneer ze hun regels hebben en dat schmink dient om er niet belabberd uit te zien maar dat het resultaat dat dikwijls wel is.

Moeten onderlinge relaties dan alleen maar afgewogen worden op een schaal die te fijn geijkt is op verdraagzaamheid en zedige correctheid?  

Ik snap dat de jongere generatie de drang voelt om zich af te zetten tegen de geschiedenis waar zij geen inspraak in hadden. Maar is het echte probleem niet dat het glazen plafond nog steeds doorschijnend is? Dat de loonkloof tussen man en vrouw nog steeds om en bij de 9% bedraagt en is dat niet het sprekend bewijs dat de strijd tegen ongelijkheid tussen mannen en vrouwen nog niet gestreden is? Verliezen we met tegeltjeswijsheden, slogans en scheefgetrokken genderdiscussies die de maatschappij verdeelt in mannen, vrouwen en x-en niet uit het oog dat we het toch samen zullen moeten doen?

Vrouwen, mannen en x-en ze dienen toch om van te houden, toch niet om ze te begrijpen?