Speekmedaille.

IMG_1790

Gisteren kreeg ik een complimentje. Zo maar, vanuit het niets. Out of the blue, maar die uitdrukking gebruik ik niet graag. Ik zeg het liever gewoon. In ‘t schoon Vlaams.

Onverwachte schouderklopjes krijgen vind ik dus heel plezierig. Dat wou ik eigenlijk zeggen. Zeker als de lofbloemjes onvoorziens en onverwacht gesmeten worden. Ja, dan krijg ik ze graag. Niet alleen omdat ze mooi tegengas geven tegen soms scherpe kritiek maar zeker ook omdat een schimperig oordeel gewoonweg wat langer aan mijn vel plakt dan een gemeend pluimpje. Dat vliegt er zo weer vanaf. Zo vergeet ik een mondelinge decoratie of een speekmedaille doorgaans veel sneller dan een negatief oordeel of een ondermaatse quotering. Die zinderen doorgaans nog wat langer na. Maar dat zal wel des mensen zijn zeker.

Maar gisteren dus niet. Helemaal verrassend. Uit een hoek van waaruit ik het niet verwachtte. “Ik lees je graag want je schrijft mooi. Ik mis haast niks.” Meer was het niet maar ook niet minder. Ik ging er in elk geval van blinken gelijk een gesnipperde sjalot die stooft in een klontje goei boter. Het deed me iets. Die kleine bevestiging. Ik denk dat ik het daarvoor in ‘t geniep misschien wel telkens opnieuw mijn griffel en lei voor bovenhaal.
Misschien mag ik het compliment niet negeren, maar dan klinkt het haast fout. Omdat, terwijl ik dit zo neerkrabbel dan misschien de indruk zou kunnen wekken er naar te zitten vissen, terwijl ik op dit ogenblik aan de waterkant enkel maar vruchteloos probeer een verdwaalde karper of een goudvis te vangen. Maar zij hebben mij beet denk ik…

  1. Ik moet wel af en toe vissen. Om mijn hoofd te legen en mijn net te vullen. En voor de overschot vis ik wel heel vaak achter ’t net. 🙂

    Like

%d bloggers liken dit: