Categorie: Alcohol

Gewoon, omdat ik niet drink.

Negen, bijna tien jaar lang al, geen druppel, om het even wat de omstandigheden zijn, ik houd het droog.  Zolang al duurt mijn persoonlijke Tournee Minerale. Of ik nu vrolijk, verdrietig, opgejaagd of rustig ben, bijna 10 jaar, 121 maanden, 3678 dagen of 88272 uren, zolang houd ik mijn lever droog.

Sommige mensen drinken eveneens niet. Ze doen dat uit principe, omdat ze het niet lekker vinden, omdat ze ooit te veel dronken en ze het nu niet meer mogen van hun partner of van hun huisarts, of omdat ze al dood zijn.

Andere mensen drinken wel, omdat ze kunnen drinken, omdat ze het gezellig of lekker vinden. Heel dikwijls doen ze het zomaar, uit gewoonte, om erbij te horen of omdat ze denken dat drinken erbij hoort om erbij te horen.

De meeste mensen drinken bij de juiste gelegenheid. Anderen, zoals ik het vroeger deed, hebben geen gelegenheid nodig. Voor mij is dat allemaal ok, maar ik probeer het al eventjes op een andere manier, in mijn ogen een betere. Als je dat voor jezelf niet de beste keuze vindt, is dat helemaal ok.

Drinken of niet drinken, voor mij maakt het allemaal niet meer uit. Ik ben er niet meer mee bezig, al is dat in het begin wel anders geweest. Op een onbewaakt moment kan het best nog wel lastig zijn, dan floept het kwelmannetje, als een ‘Duvel’ uit een doosje nog wel eens op mijn schouder. Hevig hoor, maar dat duurt nooit lang. Door hem geen aandacht te geven weet ik dat hij snel opgeeft omdat ik met hem het gevecht niet meer aanga. Dan verliest hij zijn interesse. Ik blijf uit zijn boksring. Ik gun hem de overwinning zonder wedstrijd van harte.

Er is veel veranderd. Ik ben veranderd, leef bewuster en geef meer aandacht aan mezelf. Ik doe dat helemaal niet uit egoïsme maar uit zelfbehoud. Om gefocust te blijven, probeer ik goed voor mezelf te zorgen en als ik goed voor mezelf zorg word ik geen eikel voor anderen.

‘Vrienden’ van vroeger vinden me soms saai. Ze denken dat ik nu als een kluizenaar leef. Ik geloof dat ze dat doen omdat ik nu net iets verder dan een armlengte verwijderd ben van de toog die ons indertijd bij elkaar hield. Soms vind ik dat jammer maar die spijt duurt nooit lang omdat ik besef dat het nagenoeg alleen die pint was die we als gemeenschappelijke beste vriend hadden. Voor mij is hij al een tijdje dood en begraven, die ‘beste vriend’. Ik mis hem niet.

Soms wordt het nog wel eens donker en krijg ik het moeilijk omdat de gemakkelijke uitweg er niet langer is. Dan neem ik een pauze, een bewuste time-out zodat ik broodnuchter kan beslissen of ik de zaken meteen aanpak of ik erop een ander moment zal aanvliegen. Kunnen beslissen zonder te moeten vluchten in iemand die ik niet ben, is me zoveel waard dat ik het hier nog maar eens wil getuigen, een beetje fier maar vooral rustig en nederig en niet te overmoedig. In mijn leven schijnt de zon en dat is veel om dankbaar voor te zijn.

Uitschuiven

Een (uit)schuiver. Ofschoon ik het woord talloze keren gebruikte en ik er de laatste tijd opnieuw vaker mee geconfronteerd word, begint de bijklank ervan me danig tegen te steken, sterker, hoe vaker ik het S-woord hoor, hoezeer ik er een bloedhekel aan krijg. De bijbetekenis dat het woord me meegeeft is namelijk, “Het is allemaal zo erg niet, ik ben maar eventjes geschoven. Ik slipte eventjes.”  Als ik het zo zeg, klinkt het bijna als een korte vrolijke vakantie. Even weg uit de soberheid. “Weet je, ik ben even geschoven.  Ik gunde me deze korte break omdat permanente soberheid te zwaar of te moeilijk is en oeps ik gleed uit”, alsof het een schaats- of skiavontuur was.

Wanneer de bijklank van dat woord de lading niet helemaal dekt, er zelfs afbreuk aan doet en het de ernst van de situatie minimaliseert, moet ik over een ander, een beter passend woord durven nadenken.  Ik overweeg relaps, herval, terugval of wederinstorting, hoewel dat laatste woord misschien te dramatisch en te definitief klinkt. Herval dan maar, dat beschrijft juister de ernst van de toestand. Het duidt namelijk op een omstandigheid van langere duur, want dat is het toch?

Mocht ik me zonder scha of schande een schuiver kunnen permitteren, ik zou mezelf nooit als verslaafd beschouwen, want een schuiver zou impliceren dat ik opnieuw zou kunnen stoppen, en dat kan ik niet. Een schuiver zou betekenen dat ik van voren af aan zou moeten beginnen. Daardoor zou ik overmand worden door wroeging en schuldgevoelens en de kans zou bijzonder groot zijn dat ik me met die negatieve gevoelens opnieuw in zelfdestructief gedrag zal storten. De emotionele inzinking die daarvan steevast het gevolg is en waarvan ik meermaals bewezen heb ze niet aan te kunnen, zou me opnieuw in een alles verwoestende, wat-heeft-het-allemaal-nog-voor-zin, je m’en foutisme brengen.

Uit gesprekken valt het me op dat mensen die hervallen vaak bijzonder eenzaam zijn. Ze voelen zich van hun nuchterheid beroofd. Ze voelen zich mislukt, afgewezen, buitengesloten en niet-begrepen.  Voor mij waren dat alleszins dè gevoelens en dè reden waarom alcohol ooit de overmacht heeft gehad en waarom twijfel de kop bleef opsteken tijdens het eerste jaar van mijn herstel. Omdat het herstel niet snel genoeg ging of omdat ik me er te hard tegen verzette. Daarom denk ik dat het belangrijk is om zo snel als mogelijk dit soort emoties te leren herkennen om ze niet in negatief gedrag om te zetten maar om er andere dingen mee te doen. Dat gekend vluchtpatroon doorbreken is moeilijk maar niet onmogelijk. Alleen, hoe harder we ons ertegen verzetten, hoe harder we ons willen vastklampen aan ons oude leven, of hoe harder we volhouden en ons voorhouden dat we niet beïnvloed worden door afwijzing, door schaamte en schuld, door zelfbeklag, door mislukking, door woede en zo voort, hoe moeilijker en hoe trager ons herstel zal verlopen. Voor diegenen die daarin blijven hangen is herstel misschien zelfs onmogelijk.

Tijd voor actie dus, want draai of keer het, reageren doen we toch. Je hebt daarbij de keuze om voor de gemakkelijkste en de gekende weg te kiezen ook al weet elke vezel in je lijf dat deze oplossing niet werkt. Je kan ook voor een ander soort actie kiezen, een tegenactie. Geef daarbij veel aandacht aan de weg die je al hebt afgelegd, aan al datgene wat je al hebt bereikt in plaats van je te laten terugvallen in zelfvernietigend gedrag. Wees mild voor jezelf en hard voor de fles? Maar vooral, wees geduldig. Je kan je gat niet proper wrijven vooraleer je gekakt hebt. Nu, je kan dat wel doen, maar veel zin heeft het niet.

Een belangrijke les die ik mezelf leerde is dat ik mijn nuchterheid nooit mocht evalueren op een lastig moment maar ook niet op een moment dat het heel goed met me ging. Beide situaties kunnen valkuilen zijn om het belang van mijn nuchterheid in vraag te stellen. Mijn nuchterheid heb ik altijd over een langere periode geëvalueerd.  Steeds kwam ik tot dezelfde conclusie.  Over een langere periode (een jaar of langer) beschouwd, tel ik nuchter meer goede dagen dan slechte, terwijl in mijn alcoholtijd het omgekeerde het geval was.

Ik zeg dit omdat ik nu weet hoe overweldigend mijn vroege nuchterheid was waarin ik zoveel over mezelf en mijn omgang met alcohol heb leren kennen. Na die eerste periode van euforie kwam twijfel omdat mijn herstel niet volgens mijn tempo en verwachtingen verliep en omdat de wereld rondom mij niet mee veranderde.  

Toch begon ik stilaan in te zien hoe alcohol zo lang het slechtste in mij naar boven had gebracht. Het risico om me met die gevoelens opnieuw depressief en ongeliefd te maken was niet klein. In die periode heb ik aangeleerd op welke signalen ik moest letten om niet in een inzinking of terugval terecht te komen.

Als je tijdens je herstel door dit soort emoties overmand wordt ga er tegenin en geef er niet aan toe maar vooral praat erover en wees er open en eerlijk over. Doe je dat niet, en negeer je deze emoties en gedachten, weet dan dat je mogelijks of zelfs onbewust een schuiver, een relaps, een terugval, of een wederinstorting (als je wil) aan het voorbereiden bent.

Weet dat dit een bijzonder slecht plan is want schuiven, echt, dat kunnen we niet, dat heb ik je hierboven al uitgelegd.

“Herval is geen totale mislukking…”

“Herval is nooit goed…”

“Herval is een leermoment…”

“Herval hoort bij een herstelproces…”

“Herval is menselijk maar niet wenselijk…”

En vriend, heeft hij U ook te pakken?

De eerste woorden die jij ooit tegen mij sprak en ik herinner me ze als de dag van gisteren, “En vriend, heeft hij U ook te pakken?” Nooit tevoren had ik jou ontmoet, nooit voorheen had ik jou gesproken. Dat had ook niet gekund want de werelden waarin we leefden waren tegenpolen. Ze lagen heel ver uit elkaar en toch ook niet, omdat jij de wereld waarin ik me bevond al een hele lange tijd de rug had toegekeerd. Maar jij kende hem wel, daardoor wist jij precies hoe ik me voelde. Door alleen maar naar mij te kijken wist jij wat ik doormaakte.

“En vriend, heeft hij U ook te pakken?” Ogenschijnlijk nietszeggende woorden, voor mij echter betekenden ze alles en hebben de deur geopend naar een leven dat ik niet meer voor mogelijk achtte. Het behoeft niet meer uitleg. Alleen, door die ene juiste vraag te stellen voelde ik me begrepen. Ik stond er niet langer alleen voor. Enkel die vraag heeft me moed, hoop en kracht gegeven om dat oude leven de rug toe te keren. Hoe kan ik je daar nu ooit nog voor bedanken?

In de donkerste periode van mijn leven was jij het lichtbaken dat op het woelige water waarop ik mij bevond richting aanwees. Ik kon erop vertrouwen dat jij me zonder nog meer averij op te lopen in een veilige haven zou loodsen. Het woord geduld kreeg daarbij een andere betekenis. “Geduld, Jan… geduld. Het komt wel.” Woorden die jij me minstens vijfhonderd keer hebt toegesproken. Net zoals:

“Van het leven krijg je duizend kansen maar van den alcohol, geen enkele.”

“Ook als je er niets van begrijpt, werkt het.”

“Tees en ’t geen en heel de nannekesnest, blijf komen en je zult er komen.”

“Van mijn eerste vergadering herinner ik me maar vijf woorden: De eerste pint laten staan.”

“Potteke en den afwas niet vergeten!”

Aan de tafel zal jouw stoel voor altijd onbezet blijven. Die gedachte op zich is even onwezenlijk als ondenkbaar omdat je er echt altijd was.  Voor mij en voor zoveel andere mensen was je een rustpunt, een klankbord, een kritisch woord, een begrijpende blik, een luisterend oor, een schouder maar vooral een vriend en één die er altijd was als het echt nodig was. Als het leven lastig werd, gaf jij soms vreemde of eigenwijze inzichten om op een andere manier te kijken, om het op een andere manier te proberen. Dag per dag, want dat duurt het langste. Dat zei je ook zo dikwijls.

De uitspraken, de flauwe moppen, de wijsheden en de levenservaring, ze zijn niet verloren gegaan. Jij bleef ze tot de laatste dag herhalen, week na week en dag na dag om ze nooit meer te vergeten. Dat gaan we met jou ook niet doen.  Zelfs nu niet, nu het leven U ook definitief te pakken heeft. Op de één of andere manier zal je er altijd blijven zijn…

Vaarwel mijn beste vriend en bedankt uit het diepste van mijn hart.

Huiswerk, of toch nog niet?

Gisterenavond stuurde ik Lou… “Het beeld van de kernreactor van Tsjernobyl die door een meltdown in zichzelf implodeert, leek me een gepaste metafoor om precies te beschrijven wat er zich in mijn hoofd afspeelt. Ik geloof dat ik je met gekrulde zinnen probeer duidelijk te maken dat ik het ècht meen om onbevooroordeeld met mezelf aan de slag te gaan en dat ik min of meer begrepen heb wat we besproken hebben.”

Ik schrijf, “Beste Lou, je vroeg me een andere toon te zoeken en andere woorden te vinden wanneer ik mijn gedachten op papier zet. Ik heb besloten om een dagboek bij te houden om te zien of me dat lukt. Ik ben heel erg benieuwd naar de evolutie van mijn woordenschat en of hij doorheen onze sessies dezelfde verandering zal doormaken als ikzelf.”

Op mijn berichtje verwacht ik niet onmiddellijk antwoord omdat ze me toevertrouwde dat zondag haar heiligdom is en ze in haar me-time met andere dingen zal bezig zijn, dan met losgeslagen patiënten.

Rond middernacht licht het scherm van mijn gsm op, bericht van Lou. “Jan, fenomenaal hoe jij schrijft.” Gevolgd door zes uitroeptekens. “Kleine verbetering, ik ben geen psycholoog”, gaat ze verder, gevolgd door een opsomming van alles wat ze wel is. Er volgen een resem titels en diploma’s van alle dingen die ze wel is, stuk voor stuk voorafgaand met het veel betekenisvol E-woord, ‘Erkend’.

 E-deskundige in verlies, E-familiaal bemiddelaar, E-burn-outbegeleider, E-systeemcounselor, E-verlieskundige etc… “Bijna acht jaar gestudeerd, maar dat is niet belangrijk”, schrijft ze. “Mijn ervaring en de kunst om aan te haken en te blijven is wat ècht telt.”  

“Wie is hier expert in zichzelf kleiner te maken?”, bedenk ik met een glimlach zonder aan die gedachte verder aandacht te besteden, hoewel ik mezelf toch op een lichte ontgoocheling betrap.

“Heb ik vandaag mijn toekomst, mijn hart en ziel in de handen gelegd van een life-coach?” Ik bestudeer die gedachte vanop afstand en vraag me af waar mijn weerstand vandaan komt.  Dat het internet overloopt van mensen die zichzelf expert-in, en life-coach-van noemen is wellicht een verklaring. Een andere plausibele uitleg is dat ik nogal wat mensen helemaal verknoeid heb zien worden door pseudo-huis-tuin-en-keuken-zielenknijpers die hoofden van patiënten lieten leeglopen om met de inhoud ervan hun portefeuille te laten vollopen.

In dezelfde reflex bedenk ik me dat deze kritische beschouwing een ingeving moet zijn die mijn oude zieke geest me influistert en me van een hanteerbaar excuus bedient om niet met mezelf aan de slag te gaan. Het klikte tocht met Lou. Ze heeft me toch de spiegel voorgehouden en me nieuwsgierig gemaakt waar mijn knoop zou kunnen liggen, en hoe het komt dat ik er totop vandaag niet in gelukt ben om hem los te friemelen. De suggestie, dat de wijze waarop ik naar mezelf kijk wél degelijk iets te maken kan hebben met mijn levensverhaal, zoals veel psychologen beweren, betekent dat er mogelijks iets in mijn verhaal moet veranderd worden. Er moeten relaties met het verleden verbroken worden. Misschien moet ik ergens afscheid van nemen.  Mogelijks moet ik een foute overtuiging herzien. Dat zijn toch juiste suggesties die Lou in onze eerste gesprekken heeft aangereikt?

Wat het ook is, we hebben een connectie die waardevoller is dan het vooroordeel dat probeert om me van mijn stuk te brengen. Mentaal wis ik de gedachte die in de weg zit om de volgende stap te zetten en voel opluchting door mijn lijf stromen. Negen jaar AA heeft me geleerd om weerstand, onnodige twijfel, excuses en zelfbeklag te herkennen, te begrijpen, er doorheen te stappen en ermee aan de slag te gaan. Laat maar komen dat huiswerk.

Lou, 8:45: “Jan, goedemorgen! Ik heb zonet jouw huiswerk verzonden .” 

“Betrap ik je nu op je eerste leugen? Niet werken op zondag? Dat zei je toch?  Tsss…”, antwoordt de socialist in mij die zondagsrust als een hoog verworven goed beschouwd omdat zelfs Adolf Daens in hoogsteigen persoon ervoor op de barricaden heeft gestaan en dat feit op de koop toe ook nog heeft mogen gaan uitleggen bij paus Leo de dertiende.

“Merci, en vergeet je koffiekoek niet.”, antwoord ik in de hoop dat Lou mijn gedachten kan lezen. “Psychologen”, excuseer me het woord, “self-made-deskundigen in hun vakgebied” hebben namelijk ook rust nodig.

De dag komt heel moeizaam en traag op gang. Na een koude plons in mijn zwemvijver, een gewoonte die ik uit Noorwegen heb meegebracht, één die ik dagelijks een aantal keer herhaal, vat ik het plan op om mijn huiswerk eens te bekijken. Het lukt nauwelijks. Snerpende hoofpijn speelt hard op. Ik kan me niet concentreren. Mijn aandacht neemt af en ik voel mijn slapen kloppen, alsof een oud gebouw met een boorhamer moet gesloopt worden.

Om wat afleiding te zoeken, scrol ik doelloos door mijn gsm en vind één gemiste oproep van een onbekend nummer en één uitgaande oproep van gisterennamiddag, naar datzelfde nummer. Ik herinner me vaag een gesprek, alleen weet ik verduveld niet meer met wie ik gesproken heb. Ik pijnig mijn gedachten maar kan me niet herinneren met wie ik gebeld heb. De hersenmist verontrust me maar laat de brain fog verder voor wat hij is. Niet alle zaken zijn even belangrijk of kunnen tegelijk aangepakt worden. Nog een AA-les die me vaak staande houdt.

Zowat alle redenen waarom ik vorige week beslist heb om Lou te zien en haar hulp in te roepen, hebben zich voorgedaan. Ik voel me door mijn eigen gedachten fysiek, mentaal en emotioneel weggeduwd, alsof ik niet besta. Het gemis aan connectie met mezelf en met anderen rust op mijn schouders en maakt me minstens een halve meter kleiner.  Ik doe vruchteloos pogingen om een beetje afstand te nemen van mezelf en van mijn gedachten.

De manier hoe ik naar mezelf kijk en ik gebeurtenissen uitvergroot maken me helemaal onzichtbaar en onzeker. Ik nestel me in mijn bubbel, zet mijn hoofdtelefoon op en tracht de kwelgeesten weg te schrijven. Met elke zin die ik uit mijn pen probeer te wringen wordt de hoofdpijn heviger. Ik sluit mijn ogen en probeer rust te vinden.

De afgelopen negen jaar hoorde ik doorwinterde AA’ers wel eens volgende uitspraak doen, “Eens je met de afwerking van jezelf begint, zal je merken dat stoppen met drinken nog het gemakkelijkste was…”.  Ik geloof dat ik nu pas helemaal begrijp wat daarmee bedoeld werd.

De wereld mag binnen

Jaren aan een stuk heb ik het gedaan, met misprijzen naar mezelf kijken door de ogen van een ander, om me met dat oordeel een valse identiteit aan te meten. Ik moet daarmee stoppen. De maskerade heeft lang genoeg geduurd, maar vooral, het heeft me niet veel waardevols opgebracht, integendeel.  Voortaan zal ik proberen om meer aandacht te schenken aan wie ik diep van binnen ècht ben. Ik hoop dat als me dat lukt, ik me op een betere manier in de wereld zal kunnen begeven, milder voor mezelf en zachter voor diegenen die er ook in dolen, net zoals ik. Maar, niet langer met de ongewenste druk die ik mezelf opleg, om door iedereen gezien te worden door een bril die niet bij me past, om goed- of om afgekeurd te worden. Ik moet niet broodnodig opvallen. Ik hoef niks te bewijzen want dat heeft niet veel opgeleverd.

De jaren verstrijken geruisloos en meedogenloos.  Elke hartslag van mijn leven wordt geteld en is zorgvuldig bijgehouden. Was het mijn verjaardag of was het iets anders, voortschrijdend inzicht, nuchterheid misschien?  Was het omdat een aantal belangrijke mensen mij recentelijk ontvallen zijn door gebeurtenissen die buiten mezelf lagen en ik daardoor mijn aards bestaansrecht evalueerde?  Het doet er niet toe. Wat er wel toe doet, is dat ik langzaamaan begin te ondervinden dat ik niet beter word van datgene wat anderen over mij denken, hoe ze naar me kijken of hoe ze over me spreken. Kritiek op wie ik ben, hetzij positief hetzij negatief is immers nooit juist gedoseerd.  Hij is nooit op maat gesneden van wat ik acceptabel, terecht of onterecht acht.

Als ze er mij zonder maskerade niet langer bij willen, hetzij zo. Als elke vezel in mijn lijf roept dat ik mijn geknutselde identiteit ontgroeid ben, hoef ik me er toch niet langer proberen in te wurmen?

Toestaan om mezelf sympathiek te vinden door mijn persoonlijke gedachten en emoties in een plooi te wringen zodat ze allemaal in een gietvorm kunnen, die niet bij me past, ik ga dat niet meer doen. Daarvoor schieten er nog te weinig hartslagen over. Onder de vermomming die ik van mezelf afgooi hoop ik onbezorgdheid en rust in mijn hoofd en hart te vinden, niet om de wereld te verstoppen maar nèt om hem binnen te laten!

Vier van twaalf

Mocht ik Piet Huysentruyt in de zomer van 2013 om hulp gesmeekt hebben, hij zou me na een week of vier gevraagd hebben: “Janneke, wat hebben we tot nu toe geleerd?” Ten eerste: “Ik heb een serieus probleem, dat verslaving heet en dat maakt me machteloos”. Ten tweede: “Ik krijg dat probleem niet in mijn eentje opgelost. Ik heb er hulp bij nodig”. En ten derde: “Ik kan maar beter doen wat lotgenoten in herstel me aanraden, want als ik doe wat ikzelf denk te moeten doen, wordt het een puinhoop”.

Is het zo simpel? Ja, zo simpel is het. Zelf heb ik vooral met de derde stap geworsteld en gevochten, eerlijk is eerlijk. Ik hoef daar niet gladjes over te doen. Had ik mijn koppigheid en eigenwijsheid niet opzijgezet en was blijven luisteren naar wat mijn ‘zieke’ (verslaafde) geest me bleef influisteren, ik had geen enkele kans gehad. Ik mag dat getuigen want aandacht geven aan wat mijn eigen koppig willetje mij souffleerde, heeft me de beste jaren van mijn leven gekost…

Nadat ik voorzichtig mijn eerste drie stapjes had gezet en ik min of meer doorhad dat ik de eigenaar geworden was van een torenhoog probleem, dat ik hulp nodig had en ik dat inzicht maar beter kon omhelzen, was ik helemaal klaar voor het grote werk. Ik moest en wou achterhalen wie ik geweest was en wou ontdekken wie ik aan het worden was. De voorwaarde om hieraan te beginnen was dat ik de achterkamer van mijn ziel moest uitmesten. Ik mocht de ‘erbarmerlijkheden’ niet in die donkere hoek van mezelf laten liggen. In het kort gezegd is dat mijn vierde stap, en die voelde aan als een operatie op, mezelf.

Bij mijn vierde stap pasten woorden waar ik bang van werd. ‘Grondig’, ‘onbevreesd’, ‘eerlijk’, ‘diepgaand’, ‘moedig’…  Ja zeg, dat waren stuk voor stuk karaktereigenschappen die ik niet bij mezelf terugvond. Toch had ik al geleerd dat als ik mezelf een kans wou gunnen om tot zelfinzicht, tot eigenwaarde en tot zelfacceptatie te komen, ik me al die nieuwe woorden eigen moest maken. Ze moesten van mij worden.

“Niet meer luisteren naar wat mijn zieke geest me influistert!”

De nieuwe woorden moesten vanzelfsprekender worden dan de vlucht die ik gewoon was. Alleen zo zou ik mijn drank- en vluchtmechanisme leren kennen. Alleen wanneer ik aan dat onprettig werkje zou beginnen, had ik een waterkans om vrede te krijgen met mezelf.  Enkel en alleen dan zou ik mijn verslaving onder controle kunnen krijgen.

Mijn vierde stap ging gepaard met een hoop schrijfwerk, driehonderd negentienduizend zevenhonderd vierendertig woorden of achthonderd vijfentwintig A-viertjes om volledig te zijn. Eens ik mezelf had voorgenomen om helemaal eerlijk en nederig met mezelf te worden leverde me dat meer confronterende conclusies op dan ik initieel in gedachten had. Ze van mij afschrijven was noodzakelijk om stappen vooruit te kunnen zetten.

Het alcoholparcours dat ik in het kladschrift van mijn geweten opschreef, had veel diepere slijksporen door mijn leven getrokken dan ik vroeger ooit aan mezelf had durven toegeven.

Onder ogen komen en toegeven dat mijn zelfbeeld mijn hele leven lang in niets overeenstemde met het beeld dat ik aan de buitenkant toonde, was als een operatie op mezelf, zonder anesthesie. Naar mate ik langer en dieper in mezelf roerde kon ik niet anders dan toegeven dat ik al zo lang ik het me kan herinneren kampte met mateloosheid. Sport, seks, werk, eten, drinken, feesten, rouwen … alles. Mijn switch heeft wat al die dingen betreft maar twee standen, op en af.  Middelmaat ken ik niet.

Dat waren maar een paar conclusies die ik over mezelf kon nemen. Er zouden er nog vele volgen en er zullen er nog vele volgen want mijn vierde stap, hij dient zich aan op de meest onverwachte momenten. Ik ben er nooit helemaal klaar mee. Op die manier maak ik door te schrijven en door eerlijk te spreken een genadeloze inventaris op van mezelf. Enkel zo leer ik mezelf eindelijk een beetje beter kennen, om vast te stellen dat het nu beter met mij gaat. Niet gemakkelijker, maar beter. Rustiger ook en dat is veel om dankbaar voor te zijn.

Interview met een alcoholist

Waarom denk jij dat er nog steeds zo clichématig over alcoholisme wordt gedacht en dat er zulk vooroordeel op rust?

Om die vraag correct te beantwoorden en om er misverstanden over te vermijden, denk ik dat het best is om het voorafgaand eens te raken over een aantal begrippen. De eerste vraag die je jezelf dan kan stellen is, wat is een alcoholist? Volgens mij is een alcoholist iemand die dikwijls en dwangmatig te veel drinkt waardoor de gezondheid en datgene wat als normaal sociaal functioneren beschouwd kan worden, helemaal verstoord raakt. Volgens dezelfde definitie is een alcoholist iemand die geestelijk, lichamelijk en emotioneel afhankelijk is van alcohol en niet in staat is de hoeveelheid alcohol die hij/zij gebruikt te controleren, zelfs niet indien dit voor relaties, thuisomgeving, werk, gezondheid en zichzelf destructieve gevolgen heeft. Misschien stuit ik met deze bewering op onbegrip maar ik geloof echt dat alcoholisme een chronische en dodelijke ziekte is waarop een eenzelfde taboe rust als op kanker. Mensen spreken daar ook niet graag over. Misschien heeft dat te maken met het feit dat ‘normale’ mensen (als die al bestaan), mijn ziekte niet kunnen begrijpen. Of misschien is het omdat alcoholisten in hun diepste crisis destructief en narcistisch handelen en steeds opnieuw een diep slijkspoor achter zich trekken en een oorlogsgebied achterlaten, dat zo neerbuigend over alcoholisten gedacht wordt. Ik kan getuigen dat mensen die dicht bij me stonden ook zo over mij dachten. Achteraf beschouwd verdiende ik al die vreselijke dingen wel, omdat ze helemaal waar zijn. Zo dat hebben we gehad.

Maar alcohol zit toch in onze cultuur ingebakken. Je maakt je toch niet populair of sympathiek met de stelling dat iemand die niet kan stoppen na een paar glazen je hem of haar onmiddellijk als alcoholist kan beschouwen. Daarmee maak je het probleem wel heel erg groot, toch?

Ik zal dat niet tegenspreken, maar het is niet omdat de conclusie niet populair is dat de analyse verkeerd is. Naar schatting, en ik zeg dat niet zelf hoor, het is de Wereldgezondheidsorganisatie die deze cijfers onlangs publiceerde, kampen op wereldschaal ongeveer honderdvijftig miljoen mensen met een uit de hand gelopen alcoholgebruik.

Wist je trouwens dat alcohol wereldwijd jaarlijks ongeveer twee miljoen mensen doodt, waaronder driehonderdduizend jongeren? De meeste doden vallen natuurlijk te betreuren bij ongevallen waarbij alcohol in het spel is, maar ook kanker, levercirrose of hart- en vaatziekten eisen hun tol. En dan heb ik het niet eens over al die mensen die door langdurig alcoholmisbruik slachtoffer werden van het syndroom van Korsakov.  Dit is een aandoening waarbij een gedeelte van de hersenen (het autobiografisch en het semantisch geheugen) door langdurig alcoholmisbruik onherstelbaar beschadigd raakt. Daardoor hebben deze mensen moeite met het opslaan, vasthouden en terughalen van informatie en raken zo helemaal verstrikt in hun tijdszones. En dan heb ik het niet eens over beschadigde relaties, over familiaal geweld of over fout gewoontegedrag dat geprojecteerd wordt op kinderen waardoor ze drinken als normaal gaan beschouwen. “Jupiler, mannen weten waarom.” Je weet wel…

Voor wat Vlaanderen betreft schat men dat ongeveer dertig procent van de mensen op een bepaald moment in hun leven te maken kreeg met overmatig alcoholgebruik. Dus ja, die cijfers zijn best wel beangstigend. Maar om op je vraag te antwoorden, ja ik weet dat ik me niet populair maak door te stellen dat overmatig alcoholgebruik een sluipmoordenaar is. Ik hoop dat je me die stelling niet kwalijk neemt.

Neen hoor, want dan hadden we dit gesprek niet. Wanneer wist je eigenlijk zelf dat je een alcoholist was? Sta je daar dan op een dag mee op, of zo? Hoe gaat dat dan precies?

Dat is een lastige maar interessante vraag, de vraag van duizend punten, zeg maar. Natuurlijk weet je zelf best wel dat er iets niet klopt wanneer je jezelf nog maar eens betrapt op het feit dat je niet overweg kan met een vol of met een leeg glas. Diep van binnen weet je dat wel. Dat toegeven is nog iets anders natuurlijk. Maar alcoholist worden is geen big-bang, daarom dat ik je daarstraks zei, hij is een sluipmoordenaar met veel tijd en veel geduld, in de veronderstelling dat hij mannelijk is, natuurlijk. Wat hij niet is, trouwens. Hij neemt gewoon de vorm en het geslacht aan dat hem/haar past en kiest het moment waarmee hij/zij raak kan treffen. Hij/zij mist zelden. Wanneer iemand het breekpunt bereikt heeft waardoor de keuze niet meer kan gemaakt worden tussen drinken of stoppen zonder dat externe factoren hem daartoe dwingen, is dat signaal aannemelijk dat je te maken hebt met een alcoholist. Ik denk dat ik al heel lang wilde stoppen. De verbroken beloftes aan mezelf, “morgen stop ik” en “nu nooit meer” zijn ontelbaar. Diep van binnen wilde ik ervan af, en toch, ondanks alles wat ik probeerde lukte het me niet. Puur op eigen wilskracht ging het niet. Ik wist niet dat ik een alcoholist was en die onwetendheid heeft mij jaren van mijn leven gekost, wellicht de beste. Nu weet ik dat die machteloze ontkenning een van de gemeenste symptomen van mijn ziekte is en ja, alcoholisme is een ziekte, en wellicht de enige die je er voortdurend van probeert te overtuigen dat je het niet bent.

Dat is een hele boterham. Zou het je lukken om alcoholisme in één woord te omschrijven?

Oei, die vraag heb ik nu nog nooit gehad. Misschien, schaamte, of afhankelijkheid? Neen, doe maar machteloosheid.

Je hebt nu zelf bijna negen jaar geen alcohol meer gedronken, maar heb je enig idee wanneer de machteloosheid waar we het daarnet over hadden, voelbaar werd? Ik bedoel, kan je uitleggen wat er precies aan de oorzaak lag van het feit dat “veel drinken” omsloeg naar, en hoe zei je dat ook alweer, in “dwangmatig drinken”? Wanneer ben je dan juist de controle over jezelf verloren?

Ik zei je al dat alcoholisme geen big bang is en dat afhankelijkheid iets is dat zich traag opbouwt. Dus precies aanwijzen wat aan de oorzaak ligt, of waar ik de controle verloren ben… ik denk niet dat ik daar een pasklaar antwoord op ken. Ik ben ook niet zeker of het antwoord op die vraag zo belangrijk is. Wat ik wel weet, is dat ik op een bepaald moment een lange tijd thuis zat omwille van een ongeval. In die periode ben ik wel heel erg veel beginnen drinken. Luister, ik heb al heel veel alcoholisten gesproken en in hun verhaal zit een rode draad. Op een bepaald moment hebben ze allemaal door langdurig en overmatig drinken een onzichtbare grens overgestoken waardoor het natuurlijk beloningssysteem onherstelbare schade opgelopen heeft. Psychiaters en dokters kunnen dat allemaal veel beter uitleggen dan ik, maar wat ik ervan begrepen heb, en ik moet nu heel erg diep nadenken vooraleer ik onzin uitkraam, komt het erop neer dat de huishouding van onze neurotransmitters  (dopamine, endorfine, serotonine en oxytocine, gelukhormonen zeg maar) die verantwoordelijk zijn voor ons immuunsysteem en ons natuurlijk gevoel van euforie en welbehagen, (zie het als ons natuurlijk beloningssysteem maar ook als sociaal interactiesysteem) door overmatig alcoholgebruik onherstelbaar verstoord raakte. Hierdoor ontstaat onweerstaanbare afhankelijkheid. Het gevolg daarvan is dat verslaafden constant op zoek zijn naar een kunstmatige roes die als vervanging dient van dat natuurlijk beloningseffect. Dat is ook de hoofdreden waarom ik alcoholisme als een ziekte bestempel.

Bon, maar om het dus in mensentaal te vertellen, allen overschreden ze een onzichtbare grens waardoor ze niet meer konden stoppen met drinken, ondanks het feit dat ze niets liever zouden willen. De rem is kapot en de bodem is bereikt. Iedereen heeft een andere bodem. Ik denk dat ik de mijne heb bereikt in de periode na mijn ongeval.

Dat van die bodem dat versta ik, denk ik niet zo goed… kan je dat op een andere manier uitleggen?

Snap je nu dat aan een niet-alcoholist uitleggen wat het betekent om alcoholist te zijn, verdomd moeilijk zo niet onmogelijk is en waarom er zoveel vooroordelen en taboes rond bestaan? Maar ik zal proberen iets duidelijker te zijn. Voor mij was het een niet langer uit te houden waanzin om te ontdekken dat drinken belangrijker geworden was dan al de mensen die om mij gaven en mij ooit graag gezien hadden. Dat ik hen door mijn zuipen, steeds maar weer opnieuw, heel veel leed en pijn bleef doen ook al wou ik dat niet. Alle alarmbellen gingen af toen ik op het punt stond om al datgene waar ik om gaf (of beter gezegd al datgene waar ik vroeger om gegeven had) definitief dreigde kwijt te spelen, partner, kinderen, werk, eigenwaarde, zelfrespect, levenslust enzoverder. Dat ik in mijn eigen schaduw bleef zitten om me daar te beklagen dat ik de zon niet meer kon zien.  Maar het was wel een goede vraag. Ik weet niet of je het helemaal kan begrijpen maar laat het me zo proberen zeggen, wat precies de bodem is, is moeilijk te bepalen, en ik denk dat elke alcoholverslaafde ooit op een punt komt dat hij zijn eigen bodem kiest, maar geloof me maar, dat je heel goed weet wanneer je hem bereikt hebt.  Dan heb je geen bewijzen meer nodig. Dan is de peer rijp en is ze klaar om van de boom te vallen.

Je noemt jezelf alcoholist. Ik ken veel mensen die die bekentenis niet aandurven. Daar is wel wat moed voor nodig.  Vind je het dan geen beschamend etiket om jezelf als alcoholist te bestempelen?

Neen, integendeel dat zet mijn nuchterheid net in een heel ander perspectief. Toen ik een dronkaard en een zuiplap was, had ik alcohol nodig om te vluchten van wie ik geworden was. Sinds ik mezelf alcoholist noem, heb ik geen druppel meer gedronken en sta ik iets stabieler.  Pas op, mijn leven is nog steeds chaotisch maar door te stoppen is de chaos in mijn hoofd overzichtelijker geworden. Kijk, veel mensen hebben een misvatting over alcoholisme en weten niet dat het wel degelijk een ziekte is, waarmee uiterst goed te leven valt, zolang je dat eerste glas maar niet neemt. Zij zien alcoholisten als zwakke mensen zonder wilskracht. Ze hebben geen idee dat het een ziekte is en zijn ervan overtuigd dat het een morele keuze is. Dat is net de reden waarom ik er hier met jou over praat, maar ik ben ook geen masochist die tegen iedereen die hij ontmoet zegt, “he miszie je niets aan mij, ik ben een alcoholist.” Ik probeer nederig te zijn en het niet van de daken te schreeuwen, hoewel ik dat in mijn euforie soms wel gedaan heb, en soms nog doe. Maar schaamte? Neen, die voel ik niet meer. Vroeger had ik een huizenhoog probleem maar daar heb ik iets aan gedaan en het heeft me gevormd tot wie ik vandaag ben. Het enige wat ik echt kan doen om mensen die met zichzelf en met alcohol in de knoop liggen (dat gaat vaak samen) is nuchter te blijven. Dag per dag. Om te proberen het leven zo goed mogelijk te leven op de manier die ik door te stoppen met drinken geleerd heb en zo te inspireren om het ook te proberen. Dat werkt het beste voor mij.

Ik word er een beetje stil van…  Hoe moeilijk is het om nooit meer te kunnen drinken? Het idee alleen al lijkt me afschuwelijk. Wordt het niet allemaal een beetje saai?

Nu ik erover nadenk, nooit meer is wel erg lang, he. James Bond zei het al, never say never again. Ik ben niet slimmer of leper dan James Bond dus ik zal nooit beloven om nooit meer te drinken. Dat zou trouwens pure zelfoverschatting zijn. Wat ik wel weet is dat ik nooit meer naar dat vroegere leven terug wil. Maar dat is geen antwoord op je vraag. Ik denk dat ik als volgt probeer te leven: gisteren is definitief voorbij en morgen bestaat nog niet, waarom me dan vandaag (de enige dag waar ik zeker van ben) al zorgen maken? Zolang ik dagelijks de dingen doe waar ik me comfortabel bij voel en niet al te veel op de zaken vooruitloop, te veel hooi op mijn vork neem of alleen maar tijd in mijn eigen hoofd doorbreng, lukt dat relatief gemakkelijk. Ik probeer met te omringen met mensen die bij me passen en tracht het me zo gemakkelijk mogelijk te maken.  Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat stoppen met drinken altijd zo simpel is geweest dan ik het nu in een paar zinnen voorstel. Stoppen met drinken heeft lang niet al mijn problemen opgelost. Het leven overvalt me nog dagelijks, maar zolang ik nuchter blijf, is de kans dat ik een goede dag kan hebben, ongeacht wat er gebeurt, zoveel keer groter dan wanneer ik nog zou drinken. Dan heb ik zelfs die kans niet.  Niet meer drinken is een heel bewuste dagelijkse keuze geworden. Door opnieuw te drinken zou ik me die keuze ontnemen, dan zou alcohol mijn leven weer opnieuw helemaal overnemen. Ik weet dan ondertussen al hoe mijn dag zou verlopen mocht ik terug beginnen drinken. Dat is me al te vaak bewezen. Ik heb de belofte nooit kunnen waarmaken om maar één glas te drinken. Daar is door te stoppen met drinken niets aan veranderd en dat maakt die keuze dan weer iets gemakkelijker. Dezelfde dingen doen in de hoop dat ze een ander resultaat krijgen is wat ik vroeger deed. Dat was niet het beste plan. Heeft James Bond dat trouwens ook niet gezegd? Hij drinkt wel af en toe wel een Martini-Wodka met een olijf, shaken not stirred. Als alcoholist, heb ik die optie niet. Eén zou nooit genoeg zijn. Al te dikwijls heb ik gezien hoe alcoholisten die dit geprobeerd hebben, horen vertellen hoe snel hun leven terug uit elkaar viel en hoe snel ze weer in oude drinkgewoonten hervielen. Meestal erger dan het ooit geweest is omdat ze de drang voelden om “de verloren tijd” in te halen. Ik wil me nooit meer zo voelen. Dus één drankje is voor mij uit den boze. En ja, ik kan er niet omheen, nooit meer, maar dat duurt maar één dag hoor.

Maar toch een beetje saai?

Dat scheelt eraan hoe je saai en oppervlakkig of spannend en betekenisvol definieert. Saai is een te groot woord. Mijn leven is zeker veel rustiger, maar dan rustig op een rommelig-chaotische manier.’ Het moet allemaal niet meer. Ik heb niet langer het gevoel dat ik iets mis. Ik hoef niet meer zo nodig in een hokje te passen.  De pieken en de dalen zijn een beetje afgetopt. Daardoor kost het me minder energie om de dag door te komen. Ik hoef me niet meer te verdoven om de volheid van het leven te ervaren.

Maar ik zie het ook niet als een opdracht om de wereld te redden van de pint.  Niet iedereen die drinkt, of veel drinkt, is een alcoholist. Ik kan alleen spreken over wat mijn ervaring is, en voor mij is die pint mijn grootste allergie. Giet alcohol in het lichaam van een niet-alcoholist en kijk wat er gebeurt. De kans is groot dat er helemaal niets gebeurt. Wanneer je echter alcohol in mijn systeem giet zal je getuige zijn dat een complete ramp zich voor je ogen ontvouwt. Dan kies ik liever bewust voor dat rustig rommelig-chaotische misschien een beetje saaie leven.

Gevoelens ervaren zonder de effecten van alcohol was nieuw, zeker in het begin. Ik heb veel mensen gehoord die het daar moeilijk mee hadden. Maar zelf heb ik dat niet zo ervaren. Ik vond het allemaal spannend om mezelf te herontdekken en weer te leren voelen. Al ben ik me ervan bewust dat dit niet voor iedereen geldt. Ik heb geluk gehad, denk ik.  En dat geluk om aan het eind van de dag terug te kijken en te kunnen zeggen: Het was een goede dag. Niet geweldig. Niet spectaculair. Niet slecht. Gewoon oké.

Daar zit heel veel in om dankbaar voor te zijn.

Niets is definitief

Succes is niet definitief. Mislukking is niet definitief, het engie wat telt is moed om door te gaan.W. Churchill.

3850 dagen geleden heb ik alcohol afgezworen. Geen groot nieuws, zou je zeggen, en je hebt gelijk.  Ik heb gewoon de keuze gemaakt om niet meer te drinken. Er bestaat niet langer verwarring over hoe ik dit aan mezelf moet uitleggen. Vandaag kan ik met ingetogen trots en zonder ongepaste arrogantie zeggen: ‘Ik drink niet meer, en wat jij daarvan vindt, och dat doet er niet zoveel toe.’


Ik spreek hen dikwijls, mensen die het ‘professionele drinken’ hebben afgezworen, althans voor een tijdje. Het zijn vroegere lotgenoten zeg maar. Nadat ze een tijdje droogstaan, beginnen ze aan de worsteling met zichzelf. Dikwijls ervaren ze niet drinken als een onmenselijk zwaar offer. Voor die prestatie willen ze na verloop van tijd een beloning opeisen. Ze maken zich sterk geleerd te hebben uit het verleden en dat ze voortaan het alcoholspook meester kunnen blijven. Meestal menen ze het oprecht wanneer ze uitspreken niet meer terug willen naar dat vroegere leven. Langs de andere kant verlangen ze er ook erg naar om opnieuw te kunnen drinken zoals normale mensen, zoals de ‘gelukzakken’ die nooit voet gezet hebben in duistere rijk der dronken demonen.

Wat ik echt verlangde? Ik wou boven water blijven en aan de oppervlakte blijven drijven, badend in de zon. Ik wou niet opnieuw wegzinken in het moeras. Dat lukte soms, heel even, af en toe een paar weken. Maar met die kortstondige triomf wou ik telkens opnieuw toosten met een wijntje, een cava of een pint. Ik was onwetend of had de moed niet om gewoontes echt te doorbreken. Ik kon mijn verslaafde lichaamsgeheugen niet wissen.  Het enige wat ik wenste en wanhopig nastreefde, waren duidelijk afgebakende termijnen en onderhandelbare grenzen om te kunnen drinken. Natuurlijk lukte dat niet.

Ik wou wel een tijdje stoppen of minderen, een maand, twee maanden, of misschien een half jaar, met die bekende “tournee minerale” maar levenslang niet meer drinken, dat zag ik mezelf niet doen.

Wat volgde laat zich voorspellen. Ik streefde opnieuw naar die ongrijpbare controle van één of twee glazen per dag, naar dat glas witte wijn in het weekend, of net dan niet, omdat er iemand toekeek aan wie ik beloofd heb dat mijn drankgebruik deze keer onder controle was. Ik dronk dan een tijdje alleen tussen acht en tien uur ’s avonds, een glas dure rode wijn bij de juiste maaltijd, of twee of drie pinten in het juiste gezelschap.

Zo dronk ik krampachtig verder omdat diegenen waarmee ik het deed konden toezien en ingrijpen. In het andere geval deed ik het stiekem. Het liefst van al wou ik een lijst opmaken van alarmbellen die allemaal tegelijk zouden afgaan wanneer het de verkeerde kant dreigde uit te gaan. Liever nog wou ik dat ik die alarmbellen niet steevast negeerde. Ik wou drinken en niet drinken waarbij stoppen een constante proefperiode van bepaalde duur werd, met tussentijdse evaluaties, zodat ik te allen tijde kon ingrijpen om de drank- en stopvoorwaarden te veranderen.

Volledig stoppen met drinken bleek onmogelijk en ondenkbaar. Het zorgde voor verwarring en angst of ik zag het als verraad van mijn heilige gevecht tegen de absurditeit van het bestaan, tegen het geïsoleerde leven waarin ik was gestrand. Soms zelfs beschouwde ik definitief stoppen als een inbreuk of een ontkenning van mijn identiteit. Ik had nooit anders gezien en had nooit anders gekend.

Ik wou wel proberen om limieten te stellen en afspraken te maken, alleen dat lukt eenvoudigweg niet. Telkens opnieuw bleef ik de grenzen van mezelf en van de fles opzoeken om ze vervolgens uit te rekken tot een nieuwe grens.

Wanneer ik mezelf zou opleggen nooit meer te drinken, betekende immers dat ik nog steeds worstelde met een aanzienlijk alcoholprobleem en die bekentenis wou ik niet afleggen, zelfs niet tegen mezelf. De enige overwinning die voor mij als een echte zege zou kunnen voelen, was opnieuw te kunnen drinken op een gematigde en gecontroleerde manier, zonder een spoor van problemen achter me te slepen.

Deze koppige cirkelgedachte zet me klem want voor mensen zoals ik is een compromis met alcohol onmogelijk. Wie met een drankprobleem worstelt en verslaafd is en ervoor kiest om eerlijk met zichzelf te zijn, heeft geen uitweg meer. Dan rest er niets anders dan totale overgave. Elke strijd wordt dan gestaakt, en elke strategie om te ontkennen wordt een tijdbom op het leven.

Het besef dat ik een levenslang probleem heb, maakt me niet langer angstig, opstandig of verdrietig. Schuld of schaamte zijn niet meer zo aanwezig. Het drukt niet langer op me.

Het voelt telkens als een opluchting wanneer ik eerlijk kan getuigen. Als je wil, kan je verder lezen. Als je dat (nog) niet wilt, is dat helemaal oké. Je mag naar me kijken, maar je hoeft me niet te feliciteren want ik doe maar normaal.

Misschien ben ik door te stoppen met drinken kleiner en kwetsbaarder voor mezelf geworden, en toch voelt het alsof ik nu meer ruimte inneem dan ooit tevoren.

Zelfs na 3850 dagen is het soms nog lastig om niet te drinken, en dat is goed. Om het zo maar anders te zeggen, elke pint staat nog steeds even ver van mij verwijderd als van jou, een armlengte. Het leven mag een beetje moeite kosten, anders wordt het vanzelfsprekend, en dat ben ik niet meer.

Vooruitgaan en stappen zetten, jezelf leren kennen en aanvaarden, betekent ook af en toe achterom kijken en terugkijken naar hoe het ooit was. En dat is niet altijd even fijn. Heel lang was leren uit het verleden zelfs bijzonder onaangenaam, omdat ik het probeerde het uit te wissen alsof het nooit had bestaan. Terugblikken op die beschamende realiteit, die soms opnieuw dichtbij kwam, was soms beangstigend.

Eigenlijk bevond ik me tussen twee werelden, de nieuwe waarvoor ik gekozen had en de oude die niets had om trots op te zijn en die er zich zonder toestemming steeds probeerde tussen te wringen. Zolang ik mijn oude wereld buitensloot, gaf ik bitterheid, angst, twijfel, zelfbeklag en ontgoocheling alle kansen om me te blijven achtervolgen en me te blijven opjagen. Mijn verleden van dronkenschap, gemiste kansen en gekwetste mensen nam zoveel ruimte in, dat er geen plek overbleef om dat nieuwe leven echt te leren ontdekken.

Door vast beraden nuchter te blijven en door te leren om vandaag te leven, gaf ik mezelf stilaan toestemming om me te ontdoen van de twijfels en van de last van mijn verleden. Vanaf dat moment, ik weet niet meer precies wanneer, mocht ik eindelijk mezelf zijn. Ik begon erin te slagen om oude dingen achter me te laten en veel of onrealistisch toekomstverwachtingen te hebben. Het enige wat ik daarvoor hoefde te doen, was de komende vierentwintig uur niet te drinken.

Met elke nieuwe sobere dag kwam ik erachter dat het redelijk schizofreen was om in de donkere schaduw van mijn verleden te blijven staan om me er daar over te beklagen dat ik de zon niet kon zien.

De voorbije 3850 dagen stellen niets voor. Dat is geschiedenis. Het enige wat ik het best kan doen is van de komende vierentwintig uren het beste te maken. Als ik daarin slaag heb ik goed voor mezelf gezorgd. En als ik goed voor mezelf zorg, is de kans groot dat ik geen slecht persoon ben voor anderen.

Die vaststelling op zich is zelfs na 3850 dagen nog steeds een verrassing. Ik ben nederig en dankbaar dat ik dat nog elke dag opnieuw mag ervaren.

En vandaag? Ja, vandaag drink ik niet. Of wat had je gedacht?

Kleine Stem

De jonge vrouw, ik schat haar een jaar of veertig, was spichtig en zo mager en breekbaar als een riet. Met haar onverzorgd gebit en haar holle blik leek ze even puistig als een afgeknotte wilgentak in een treurig herfstlandschap. Hoewel ze zichtbaar moeite had gedaan om er toonbaar uit te zien, was ze met die poging nauwelijks succesvol geweest.  De hoge hakken die ze onder haar gerafelde jeans droeg, maakten haar iets groter dan ze in werkelijkheid was. Toen ze me zwijgzaam en geforceerd-hartelijk toegang verschafte tot haar appartement, wipten de hoge, houten zolen van haar iets te grote schoenen snel omhoog zodat die met een droog ritmisch geluid tegen de eeltige onderkant van haar voeten klapten. ‘Bedankt dat ge zo snel gekomen zijt, ik had eigenlijk gedacht dat ge niet zou opdagen. De meeste mensen lopen weg van mij, zelfs mijn eigen kinderen’, prevelde ze bijna onhoorbaar met een hees-doorzopen stemgeluid, terwijl ze een zelf-gerolde peuk opstak en haar iets inschonk dat op koffie trok. ‘Gij ziet er niet uit als een alcoholist’, zei ze met een onhandige brutaliteit zonder een antwoord te verwachten, op familiaire toon alsof we elkaar al jaren kenden. ‘Gij ook?’ en ze wees naar een tas die al een hele tijd niet meer met afwaswater in contact was geweest. Minstens vijf vliegen had ik al geteld. Ze vlogen af en aan van een gebarsten bord waar nog een rest pizza en wat korsten van gisteren op lagen. Voor de koffie bedankte ik maar was wel oprecht benieuwd naar haar verhaal. ‘Denk je dat ik een alcoholist ben?’ vroeg ze me vrank met een niet-gespeeld eerlijke nieuwsgierigheid. Door die directe vraag dwaalde ik in gedachten snel af naar mijn eigen verzopen verleden en begon onophoudelijk te vertellen… over mezelf, over mijn verhaal, zoals ik dat altijd doe in situaties als deze…

‘Ik ben zeker dat ik ook doodsbang was om te erkennen dat ik een alcoholprobleem had’, begon ik. ‘Het antwoord op die vraag had zich voortdurend onder de oppervlakte van mijn bewustzijn schuilgehouden. En soms kwam dat boven, eerst met stil gefluister, dan met duidelijke stem tot het uiteindelijk een schreeuw werd. Ik denk dat ik het allemaal veel te lang genegeerd heb alsof ik van mijn probleem een soort lichtere versie probeerde te maken. Met die onzin waande ik me slimmer dan mijn probleem maar dat was pure zelfoverschatting. Ik heb lang geprobeerd om aan mezelf en aan iedereen die toekeek te bewijzen dat ik een succesvol iemand kon zijn, dat ik niet echt een probleem had en dat ik wel kon stoppen wanneer ik dat wilde maar diep in mezelf wist ik dat dat een dikke leugen was. Als ik mezelf ‘s avonds in de spiegel bezag vond ik alleen maar doffe ellende in de ogen die nauwelijks terugkeken. Ik was zo angstig omdat ik overtuigd was dat ik de rest van mijn leven zou moeten blijven drinken om de dag door te komen of om de nacht te overleven. Ik had er een boeltje van gemaakt.  Met elke mislukte poging om te minderen voelde ik mezelf dieper in de stront zakken, zoals in drijfzand, denk ik.’ ‘Hoewel ik wist dat zuipen, zoals ik het deed, ongezond was en dat ik daar op een dag steendood van zou vallen, kon ik het fysiek en mentaal niet opbrengen om het niet te doen. Ik kon niet stoppen omdat ik er zoveel van hield. Ik was gek op de fysieke sensatie. Ik was begeesterd door de roes die ik via mijn keel in mijn bloed voelde stromen. Met ware doodsverachting zag ik uit naar het mentale spektakel. Naar hoe die slome roes de ruwe randen van het leven effende of de plezierige ervaringen euforisch maakte. En dat zal wel het grootste probleem geweest zijn. Mijn natuurlijke gave om plezier of verdriet of welke emotie dan ook oprecht te ervaren, had ik helemaal kapot gezopen. Drinken zoals normale mensen dat doen heb ik nooit gekund. Ik kon er eenvoudigweg niet mee ophouden eens ik een eerste slok had geproefd. Meestal begon het nog wel plezierig maar net zo goed liep het meestal fout af. Met alcohol ging ik op zoek ging naar iets wat niet bestaat, althans naar iets wat daarin niet te vinden is.’ ‘Mijn zieke geest had de bovenhand van mijn bewustzijn en van het onbewuste. Ik liet hem maar begaan want hij was de enige wie ik nog aandacht gaf. Hij was de enige naar wie ik nog luisterde, de enige in wie ik nog vertrouwen had’.

‘En om op je vraag te antwoorden, ik raakte pas min of meer opgelucht toen ik mezelf de vraag, of ik een probleem had of niet, of ik alcoholist was of niet, niet meer hoefde te stellen. Dat maakte dat ik niet meer moest gissen naar antwoorden en ik niet langer meer moest zoeken naar mazen om te ontsnappen aan het net van mezelf. In plaats van mezelf op te zadelen met excuses waarom ik moest drinken, begon ik stilaan te luisteren naar een andere, zachtere stem, die van de wijsheid maar die zich voorlopig nog schuchter schuilhield aan de binnenkant van mezelf. Ik kwam tot het besluit dat ik mezelf lang genoeg voorwendsels gegeven om het op een zuipen te zetten. Hier, ik zal je er een paar opsommen:

Ik haat mijn werk.

Mijn financiën zijn een puinhoop.

Al mijn relaties staan in ’t rood.

Iedereen die ik ken drinkt toch ook.

Vandaag drink ik want het is mijn verjaardag.

Morgen drink ik want dan is het jouw verjaardag.

Als ik niet drink zullen ‘ze’ vragen waarom ik niet drink… ik zal ‘er’ niet bij horen.

Ik ben toch op vakantie, en ik doe toch niemand kwaad met een wijntje?

Het leven is saai zonder drank

Het leven is moeilijk

Het leven is wreed.

Ik ben (on)gelukkig.

Het is toch al donderdag.

De kinderen zijn druk geweest, ik heb het verdiend.

Ik wil niet voelen dat ik ongelukkig ben.

Het is toch weekend.

De kinderen zijn er niet, ze zien het toch niet.

Oma is dood.

Het is toch al elf uur.

Ik heb toch al ontbeten.

Ik heb een rotdag, ik heb het verdiend.

Ik ben toch een loser.

Lien is zwanger.

Ik heb geen slechte dag.

Ik heb een platte band.

Het is nog maar tien uur maar het is zondag.

Ik heb gisteren niet gedronken, zie je dat ik geen probleem heb.

Ik schaam me omdat ik me weer misdragen heb, ik kan net zo goed drinken dan vergeet ik het.

Het is genetisch bepaald want ons ma dronk ook veel.

De zon schijnt.

Ik moet een nieuwe fles kopen want aan deze ben ik al begonnen. Ik vrees dat ik niet toekom.

Het dient niet om de vloer te schuren.

Ik had een ongelukkige jeugd.

Het regent.

Ik schaam me omdat ik in mijn zatte bui weer iedereen gebeld heb.

Gisteren dronk ik maar twee glazen, (terwijl het er vier waren.)

Nog eentje…

…eentje kan geen kwaad….

‘Zal ik je wat vertellen? Wanneer ik terugkijk op mijn alcoholcarrière is het voor mij zo klaar als pompwater. Hoewel ik dacht dat ik zuipkampioen was, kon ik helemaal niet drinken, want ik kon nooit stoppen omdat ik alcoholist was, ik alcoholist ben en altijd alcoholist zal blijven.’ ‘In het oog van een orkaan lijkt het windstil, maar als de wind gaat liggen, ligt alles plat. Het angstaanjagend van het zaakje is dat de stormen elkaar sneller zullen opvolgen en dat ze erger worden. Als je jezelf herkent in dit verhaal of in een excuus hoef je geen test af te leggen. Dan hoef je mij of jezelf die vraag niet meer stellen.’ ‘Er is geen juist moment om te beginnen met drinken net zoals er geen slecht moment bestaat om te stoppen met drinken maar wacht er niet mee tot het te laat is. Weet dat het met elke nieuw-verzopen dag moeilijker wordt. Je zal het harder te verduren krijgen omdat je met elk nieuw glas elke nieuwe kruimel eigenwaarde en zelfrespect doorspoelt.’ ‘Maar het goede nieuws is dat het kan. Het beste nieuws is dat het mogelijk is om te stoppen. Als ik het kon, kan jij het. Niet dat alles zonder drank perfect loopt of dat het leven gemakkelijk wordt maar het wordt wel rustig, op een rommelig-chaotische manier.’ ‘Als je het probeert en je geeft niet op, is het mogelijk, zolang je maar blijft luisteren naar die kleine stem die je elke dag iets belangrijks te vertellen heeft.’

‘Wat moet ik dan doen’, vroeg ze wanhopig terwijl er uit de diepte van haar holle blik dikke tranen rolden.

De Bijsluiter Van Een Alcoholist.

Josph. L Kellermann, een klinisch psycholoog die mensen met een onbeheersbare verslaving bijstaat, heeft talloze wijze boeken geschreven. In een van zijn belangrijkste boeken ‘A Guide for the Family of an Alcoholic ‘, legt Kellermann uit dat een doorwinterde alcoholist die gestopt is met drinken en opnieuw in de verleiding komt, onder bijna geen enkele voorwaarde die hij zelf onder controle heeft, kan stoppen met drinken.

Toen ik dat las was het alsof ik in een spiegel keek want ik ben, als ik me zo mag uitdrukken, nog steeds onderworpen aan de uitzichtloosheid van de ziekte die alcoholisme heet. Als ik zou overwegen om opnieuw te drinken, loop ik hetzelfde risico om te veranderen in dat ongeleide projectiel dat alles verwoest wat op mijn pad komt, net zoals dat vroeger het geval was.

Simplistisch voorstellen wat het betekent om alcoholverslaafd te zijn is eenvoudig, mijn rem kapot is. De gevolgen begrijpelijk voorstellen is moeilijker. Dat was bijna 10 jaar geleden zo en dat is, mocht jij er twijfels over hebben vandaag nog altijd het geval.

Aan het einde van mijn lijdensweg, nu 10 jaar geleden, was nagenoeg het enige wat ik nog voelde, de ijskoude muur waar ik met mijn rug tegenaan stond. Ik kon geen kant meer op. Alcohol had me zo hard in zijn omklemmende greep dat de enige emotie die ik nog gewaarwerd, de opluchting was als ik mezelf zekerheid kon geven dat ik voldoende flessen in voorraad had om er de dag mee door te komen.

Drank had controle en alcohol was de baas. Datgene wat een normaal leven zijn kleur en glans geeft, was betekenisloos, overbodig en vooral storend geworden. Door overmatig en oncontroleerbaar drankmisbruik was ik helemaal alleen op een eenzaam eiland geïsoleerd en was het bankroet van mijn menselijk bestaan helemaal compleet.

Wanneer ik op mijn misbruik terugblik, kom ik altijd bij jou uit.  Om je voor mij te waarschuwen, denk ik. Even hypothetisch nu, kan jij je proberen voorstellen dat ik zou uitschuiven en ik opnieuw helemaal machteloos naar jouw steun zou uitreiken? Mag ik je even meesleuren in die horror?

Mocht dat gebeuren, wil ik je vragen me niet te vertrouwen.  Weet dat jij niet de helpende hand kan zijn die ik nodig heb. Stel dat ik je nog dierbaar ben, weet dan dat jij mijn laatste reddingsboei absoluut niet mag proberen zijn.  Zou je het overwegen weet dan dat jij een groot risico loopt om mijn knecht en slaaf te worden van al datgene waartoe ik je door mijn verslaving zal dwingen.

Misschien maakt deze griezelige veronderstelling je angstig, en misschien nog meer bevreesd dan ikzelf, maar eerlijker dan hoe ik het zeg kan ik het niet uitleggen. Beloof me dus dat, mocht ik ooit naar de fles zou teruggrijpen, om alstublieft niet tegen mij te leunen. Als drinker ben ik een te zwakke muur, een krottige bouwval die je helemaal meesleurt in mijn puinhoop die ik word als ik helemaal in elkaar stort.

Misschien wil je me met mijn schuivers opnieuw ruw de les lezen zoals je vroeger deed wanneer je mij volledig verdoofd en los van de wereld aantrof. Je zou kunnen kiezen om het me diep in te wrijven wat voor een waardeloze klootzak ik ben. Je zou razend kwaad kunnen worden. Je zou me zelfs kunnen slaan.

Mag ik je de vraag stellen of je dat ook zou doen mocht ik kunnen uitleggen dat mijn gedrag het gevolg is van een hopeloze ziekte waaraan ik lijd. Een soort van psychische aandoening waardoor ik telkens opnieuw een op voorhand verloren gevecht aanga omdat elke vezel in mijn lijf me dat oplegt. Zou je me de rug wijzen als ik je zeg dat ik ziek?  Zou je die uitleg proberen te begrijpen?

Maak me dan geen bittere verwijten en kleineer me niet.  Noem me niet ‘waardeloze loser’ of ‘lafaard zonder karakter’ want net die woorden die je me naroept, treffen hard en bevestigen het weerzinnig lage beeld dat ik al van mezelf had.

Verstop mijn flessen niet en gooi mijn blikjes niet weg. Laat je door jouw liefde en jouw wanhopige bezorgdheid niet verleiden om voor mij dingen te doen die ik zelf moet doen.

Telkens jij verantwoordelijkheid opneemt voor de gevolgen van gebeurtenissen waaraan ik schuld heb, ontneem je me een kans om zelf verantwoording op te nemen.

Als je het wel doet zal ik mezelf nog kleiner maken en zal ik me mijn eigen schuldgevoel zo hard verwijten dat het de grootste trigger wordt voor een nieuwe fles.

Negeer mijn beloftes en sla ze in de wind want geen enkele ervan heeft enige waarde. Misschien lijken ze oprecht of eerlijk en ogen ze gemeend, hecht geen geloof aan al wat ik je zweer, want mijn eed is waardeloos.

Vertrouw mijn tranen niet. Het zijn krokodillentranen en stellen niets voor. Ze zijn bedoeld om je te misleiden en zijn een slinkse poging om de gevolgen van mijn daden te verdoezelen.

Hecht geen waarde aan wat ik je zeg want de kans is groot dat het een leugen is. Van drank word ik meester in het ontkennen van de waarheid en versta ik als geen ander de kunst om jou het gevoel te geven dat jij oorzaak bent van de uitzichtloze situatie waarin ik ben beland. 

Bovendien bezit ik talent om respect, of wat daar moet voor doorgaan, te verliezen voor mensen die het dichtst bij mij staan. Met een dik boek vol uitvluchten leid ik je gemakkelijk om de tuin.

Deze uiterst gemene achterkant tonen je mijn bezoedelde persoonlijkheid en geeft inkijk in de schabouwelijke symptomen van de ziekte waaraan ik leid. De symptomen en de bijwerkingen vind je allemaal in deze bijsluiter die mijn ziekte illustreert.

Sta niet toe dat ik misbruik van je maak of dat ik je op gelijk welke manier financieel uitbuit of emotioneel chanteer. Liefde of genegenheid mogen zulke onrechtvaardige voorwaarden niet toestaan, nooit! Je bent veel meer waard dan dat. Neem me dus niet in bescherming en vertel geen leugens om bestwil om voor anderen te verbergen wie ik geworden ben.

Laat mijn openstaande rekeningen onbetaald en neem mijn verplichtingen tegenover anderen en tegenover mezelf niet op jou. Doe je het toch, weet dat met elke crisissituatie die je probeert te vermijden, voor mij de ultieme kans was om in te zien wie ik daadwerkelijk ben.

Door steeds mijn vangnet te zijn en me een gemakkelijke uitweg te bieden, zal ik vastberaden doorgaan met het ontkennen van mijn drankprobleem.

Mijn eigenwaarde hangt niet af van het feit dat jij me accepteert maar je helpt me niet door me voor anderen te verstoppen. Keur mijn verslaving niet goed, ga er niet voor opzij en uit geen loze dreigementen die je nooit tot uitvoering brengt. Ze bevestigen alleen maar mijn overmoedig idee dat het allemaal zo erg niet is.

Maar: Informeer je over alcoholisme en verslavingen en hoe die in relatie staan met mij en met ons. Wees niet beschaamd om hulp te vragen wanneer je er zelf niet meer uitkomt. Kijk vriendelijk naar jezelf, wees mild en oordeel niet te fel over jezelf.  Jij bent het probleem niet. Jij bent ook een slachtoffer.

Wees moedig genoeg en leer je eigen grenzen te bepalen en bewaak ze alsof het je kinderen zijn. Jouw grenzen zijn noodzakelijk voor mij om te groeien en te veranderen.

Zorg goed voor jezelf en maak het je, wat mij betreft, zo gemakkelijk mogelijk. Ik ben jouw probleem niet. Hou van jezelf, maak keuzes en wijs me de weg zodat ik kan leren hoe ik met mezelf moet omgaan.

Als ik je nog lief ben, zoek dan mee naar hoe ik kan leren om mezelf liever te zien dan mijn verslaving.

Doe ik dat niet, loop dan keihard weg. Laat me in de steek en kijk nooit meer naar me om. Bekommer je niet langer meer om mij en vergeet me.  Ga ver weg en stop maar pas als je zeker bent dat ik helemaal en voor altijd uit je zicht verdwenen ben, want ik me na al datgene wat al gebeurd is opnieuw slimmer waan dan mijn probleem, heb jij geen enkel idee tot welk onheil ik nog in staat ben… als ik niet definitief stop met drinken!


Er is ruimte voor zon!

Ik drink al 9 jaar niet meer. Nu breng ik mezelf niet langer meer in de war met de toon waarop ik dat tegen mezelf zeg. Nooit meer drinken, dat was in het begin helemaal niet mijn bedoeling geweest, zelfs niet toen de dokter, vrienden, collega’s of mijn vrouw me zeiden dat ik bezig was met mezelf kapot te zuipen. “Ze moeten die dingen niet overdrijven, ik drink alleen af en toe wat te veel”. Ik ervoer hun oordeel als pure jaloezie, als een snood complot omdat zij allemaal in een veel te drukke schema zaten en dus nooit de tijd vonden om evenveel en zo dikwijls te kunnen drinken als ik. “Doe ze nog eens vol.” Maar dat was toen…

Ik zie ze dikwijls, mensen die het professionele drinken al een tijdje afgezworen hebben. Lotgenoten, die nadat ze eventjes droog staan met de gedachte rondlopen dat ze hiermee een onmenselijk zwaar offer brengen. Na verloop van tijd willen ze daarvoor dan hun beloning opeisen. Ze prenten zich in dat ze geleerd hebben uit het verleden en dat het hen niet meer zal overkomen. Ze menen het oprecht wanneer ze zeggen dat ze niet meer terug willen naar dat vroegere leven, maar ze willen ook opnieuw leren drinken als normale mensen die nog nooit voet gezet hebben in het duistere rijk der demonen. Wat ze het liefste zouden willen is, boven blijven drijven, aan de oppervlakte, in het licht van de zon. Ze willen niet wegzinken in het moeras en soms lukt dat, eventjes. Maar op die tijdelijke overwinning willen ze telkens opnieuw kunnen klinken met een wijntje, met een cava of met een pint. Ze zijn onwetend of kunnen het eenvoudigweg niet opbrengen om gewoontes te doorbreken en kunnen er niet voor kiezen om het geheugen van het lichaam te wissen. Het enige wat ze echt willen en waar ze krampachtig naar streven zijn duidelijke, haalbare, vast gelegde termijnen en onderhandelbare grenzen om te kunnen blijven drinken. Ze willen wel een tijdje stoppen of minderen. Een maand, twee maanden of een half jaar maar dan willen ze opnieuw de onbereikbare controle van een of twee glazen per dag. Een glas witte wijn in het weekend of dan juist niet omdat net dan iemand toekijkt aan wie ze beloofd hebben dat het onder controle is. Alleen tussen acht en tien uur ’s avonds of niet voor negen uur. Een glas dure rode wijn bij de juiste maaltijd of twee of drie pinten in het juiste gezelschap. Zo drinken ze dan een tijdje doordacht omdat diegenen waarmee ze het doen toezien en kunnen ingrijpen. Het liefst van al zouden ze een lijst opmaken met alarmbellen die allemaal afgaan wanneer het de verkeerde kant dreigt uit te gaan. Liever nog zouden ze willen dat ze die alarmbellen niet steevast negeren. Ze willen drinken en niet drinken. Ze willen het doen met een constante proefperiode van onbepaalde duur en met tussentijdse evaluaties waarin ze op elk ogenblik zelf kunnen ingrijpen om de drankvoorwaarden te veranderen. Hoewel ze er diep vanbinnen misschien hevig naar verlangen, is volledig stoppen ondenkbaar. Het zorgt voor verwarring, angst of ze zien het als verraad van hun heilige gevecht tegen de onzinnigheid van het bestaan of tegen het leven waarin ze zijn gestrand. Soms zelfs zien ze definitief stoppen als een inbreuk of een ontkenning van hun identiteit want de vaders van hun vader en de moeders van hun moeder hebben het hen voorgedaan. Ze willen wel proberen om limieten te stellen en afspraken te maken maar het lukt hen eenvoudigweg niet. Ze blijven de grenzen van zichzelf op zoeken om ze vervolgens uit te rekken tot een nieuwe grens. Ze zien stoppen met drinken alleen als een moeilijke strijd, als een zware prestatie maar nooit als een overwinning. Wanneer je jezelf inprent dat je nooit meer mag drinken, betekent dat namelijk nog steeds dat je met een torenhoog alcoholprobleem worstelt en die bekentenis willen ze niet afleggen, zelfs niet tegen zichzelf. De enige overwinning die voor hen proeft als een echte zege is opnieuw te leren drinken op een gematigde en gecontroleerde manier zonder een diep slijkspoor van problemen achter zich te slepen. Die koppige gedachte zet hen schaakmat. Ze kunnen of willen zich geen leven zonder drank voorstellen maar een compromis is er niet. Wie met een drankprobleem kampt maar ervoor kiest om eerlijk met zichzelf te zijn kan geen kant meer uit. Dan rest er niets anders meer dan definitieve overgave.  Dan dient elke strijd gestaakt en wordt elke strategie om dat te ontkennen een tijdbom op die intentie.

Wanneer ik het over “ze” heb in deze tekst heb ik het natuurlijk over mezelf.  Weten dat ik een levenslang probleem heb, stemt me niet langer angstig, opstandig of verdrietig. Ik voel me er ook niet meer schuldig voor.  Het weegt niet meer door. Mijn probleem dat ik mezelf had ingeprent of de gedachte dat ik dat probleem in eerste instantie zelf had uitgevonden draag ik niet langer meer alleen. Het voelt telkens als een opluchting wanneer ik er eerlijk kan over zijn. Als je het wil kan je het lezen. Als je het liever nog niet wil is dat ook helemaal ok. Je mag naar me kijken maar je hoeft me niet te feliciteren. Misschien ben ik door te stoppen met drinken wat kleiner en kwetsbaarder voor mezelf geworden, toch voelt het aan alsof ik meer ruimte inneem dan ooit tevoren. Soms is het nog lastig om niet te drinken en dat is goed. Het mag een beetje moeite blijven kosten anders wordt het vanzelfsprekend en dat ben ik niet meer. Vandaag gaat het goed en morgen, tja morgen, die dag bestaat nog niet.

De weersverwachtingen voor vandaag blijven onveranderd. Deze namiddag is vooral in de oostelijke helft van het land de kans op buien groot. In de Ardennen is er kans op onweer. Vanaf het westen komt er meer ruimte voor de zon. De wind komt uit het westen tot noordwesten en is matig tot vrij krachtig.

Er is ruimte voor zon. Dat is al wat ik onthoud. Met het vooruitzicht van zon kan ik altijd uit mijn eigen schaduw stappen. En dat is opnieuw veel om dankbaar voor te zijn.

Leven met mezelf!

Misschien betekent vooruitgaan en stappen zetten in het leven soms noodgedwongen achteruitblikken en terugkijken naar het verleden. Mensen, waarmee ik aan het begin van mijn alcoholstruggle van gedachten wisselde, probeerden me uit te leggen dat het heden gemaakt wordt in het verleden. Heel lang begreep ik niks van wat ze daarmee bedoelden. Leven uit het verleden leek me eerder een bijzonder onaangename bezigheid. Tot dan toe had ik nèt geprobeerd om dat verleden uit te wissen alsof het nooit had bestaan. Terugblikken naar wat ooit een beschamende realiteit was, deed me huiveren en mijn lichaam verstijven als dat verleden te dichtbij kwam. Beklemende schaamte, je kent het wel!

Het was alsof ik me in twee tegenovergestelde werelden bevond, een nieuwe, onbekende waarvoor ik gekozen had en een andere die vertrouwd was maar waarin ik niets terugvond om fier over te zijn maar die er zich telkens en zonder toestemming te vragen steeds opnieuw probeerde tussen te wringen.

Toen ik, nog niet zo heel lang geleden, diep in het verleden peuterde en te lang naar de flashbacks van mijn eerste wereld keek, namen woede, schaamte, verdriet en andere negatieve gevoelens steeds opnieuw de bovenhand. De angst om met die gedachten in een donker zwart gat mee gesleurd te worden, trok als een wild-stromende rivier door mijn ogenschijnlijk rustigere leven. Soms droomde ik ervan en dan botsten die twee werelden die ik van elkaar gescheiden wou houden op elkaar, zoals water op een rots in de kolkende stroom waarin ik me probeerde drijvende te houden.

Zolang ik mijn verleden buitensloot, gaf ik bitterheid, angst, twijfel en ontgoocheling alle kansen om me te blijven achtervolgen en me te blijven opjagen. De obsessieve gedachten aan mijn zat verleden, aan de gemiste kansen en aan gekwetste mensen, namen zoveel plaats in dat er geen ruimte over was om de zin en het geluk van mijn nieuwe, sobere bestaan te (her)ontdekken.

Door de dingen van me af te schrijven en door erover te vertellen, merkte ik plots dat de mogelijkheid bestond om me te ontdoen van de naargeestige gedachten die ik tot dan toe had meegezeuld als een rugzak vol met stenen. Met het verstrijken van de tijd, en met elke nieuwe sobere dag kon ik mijn brein opnieuw programmeren zodat oude gewoonten vervaagden en plaats konden maken voor nieuwe.

Ik kwam eindelijk tot inzicht dat ik niet de hele tijd gevochten had tegen de dingen die waren gebeurd. Neen, ik had de hele tijd gebokst tegen zaken die niet waren gebeurd maar hadden moeten gebeuren.

Lange tijd heb ik de fles keuzes laten nemen zodat ik ze zelf niet hoefde te nemen. Door dat vluchtgedrag heb ik mezelf enorme kansen ontzegd. Ik kan me daarover zolang beklagen tot ik een punthoofd heb maar het heeft geen enkele zin om bij die enge gedachte te blijven stilstaan of om er verbitterd over te blijven. Helpt het me of belemmerd het me? Het zijn twee belangrijke vragen die ik me nu af en toe durf te stellen.

Drank had me zonder moeite alles kunnen ontnemen maar dat is niet gebeurd. Over één ding ben ik uiteindelijk de baas gebleven en ik ben fier en prijs me gelukkig dat hij me dat laatste restje menselijke vrijheid niet heeft kunnen ontnemen. Het was de keuze om vrij te zijn, de keuze om te kiezen, en die keuze heeft mijn leven bepaald.

Dit inzicht is alleen maar kunnen ontstaan door nuchter te praten met mensen die een gelijkaardige weg hebben afgelegd. Om ervan te leren en om er moed uit te putten. Het helpt me nog steeds enorm vooruit om over mijn angsten en twijfels te getuigen zodat ik er doorheen kon stappen.  Gesprekken geven me inspiratie en nieuw besef zodat ik er verhalen kan over blijven vertellen. Expressie lijkt dan toch het tegenovergestelde van depressie, of hoe zeg je dat?  

Met het inzicht verworven dat ik niet alleen sta met mijn probleem, kan ik de slachtofferrol van me afgooien. Ik zie nu in dat lijden in al zijn aspecten bij het leven hoort zoals ademen, eten en slapen.  Ik kom er elke dag achter dat het slachtofferschap ook een keuze kan zijn. Voor mij is het een ongewenste optie die niet meer bij mijn leven hoort. Ik probeer er ver van weg te blijven. Ik weet dat de volgende gedachte alles behalve nederig klinkt, misschien zelfs een beetje hoogdravend maar ik ben zeker dat ik de enige persoon op deze kluit ben die in staat is om van mezelf een slachtoffer te maken. Zelfbeklag is namelijk een passieve emotie die ik heel goed ken.  Die negatieve emotie heeft me veel te lang helemaal doen terugplooien op mijn eigen ellende. Ik legde de oorzaak uit gemakzucht bij externe factoren of bij andere mensen zodat ik zelf geen verantwoordelijkheid moest opnemen. Op een helder moment en na en inspirerende babbel met de juiste persoon, kwam ik erachter dat ik onmogelijk in de schaduw van mijn verleden kon blijven staan om me daar vervolgens te beklagen dat ik de zon niet meer kon zien. Ik gaf mezelf toestemming om me te ontdoen van mijn twijfels, van mijn negatieve zelfbeeld, van opgedrongen verwachtingen en van de last van mijn verleden.  

Voortaan mag ik helemaal mezelf zijn en dat feit is op zich een verrassing, omdat ik dagelijks mag ervaren dat met die gedachte best te leven valt. Dat is opnieuw heel veel om nederig en dankbaar voor te zijn!

Schuiver…

Vastberaden, dat is het woord dat helemaal omschrijft hoe ik het aangepakt heb, kordaat en gedecideerd, sinds de eerste dag dat ik voor mezelf beslist had om definitief te stoppen met alcohol te drinken. Zeven jaar lang heb ik het zo goed gedaan om gestopt te blijven. In die tijd heb ik alles terugverdiend wat ik de twintig jaren voordien was kwijtgespeeld. In die zeven jaren is het me gelukt om de drankduivel een stapje voor te blijven waardoor het leven voorzichtig en met mondjesmaat teruggekeerde. Liefde, plezier, voldoening, inzicht, eigenwaarde, zelfrespect en rust waren gevoelens die ik in mezelf en samen met anderen opnieuw ontdekt had. Zonder me ongepast op de borst te kloppen, durf ik zelfs zeggen dat het me de laatste jaren niet eens grote moeite heeft gekost om gestopt te blijven. Het ging bijna als vanzelf. Tot gisterenavond. Er stond een pas geopende fles Chablis in de koelkast. Vraag me niet wat me bezielde. Vraag me niet waarom ik die aangeleerde trucs om de verleiding te weerstaan negeerde. Vraag me niet naar het waarom, want ik heb geen antwoorden.

“Een glas”, dat kan geen kwaad”, en dat was meteen het allerlaatste wat ik me van gisterenavond nog kon herinneren, toen ik vanmorgen in het ziekenhuis wakker werd van het gepiep van een hartmonitor. Ik werd beademd en in mijn rechterarm zat een infuus die leidde naar een baxter en een andere flacon, waarvan ik de inhoud niet kon aflezen. Hoe ik hier aanbeland ben en wat ik heb uitgespookt, is een vraag waarop ik het antwoord beter schuldig blijf. Ik ben hervallen en het enige wat ik zeker weet, is dat de 3,2 alcoholpromile in mijn bloed voor vele mensen fataal zou kunnen zijn. Dat heeft een dokter me zonet kordaat ingepeperd. Na al die jaren, is deze terugval de meest frustrerende en de meest vernederende ervaring die ik ooit meemaakte. De nederlaag voelt zo zwaar, en zo alles-vernietigend aan dat schuld en schaamte de enige gevoelens zijn die nog resten. Al het andere kan ik alleen maar omschrijven als zwarte doffe ellende. Ik durf niemand onder ogen komen en de verleiding om de handdoek definitief in de ring te gooien, en om mijn verslaving heel kort en hevig uit te leven, is vele malen groter dan de moed om de draad weer op te nemen. Ik wil nu dood en die beslissing is sneller, en met meer vastberadenheid genomen dan de overweging van enig ander alternatief…

Ondanks het feit dat het dakraam op een spleet staat, en het in de kamer behoorlijk koel is, schiet ik koortsachtig, badend in het zweet wakker. Mijn mond is kurkdroog en mijn slapen kloppen als boorhamers. Ik duizel en mijn hart gaat wild te keer alsof een kater in alle hevigheid woedt. In de verte vraagt iemand of ik ok ben. De stem klinkt vertrouwd, en als het licht van de nachtlamp het duister verjaagt, merk ik dat ik helemaal verward, rechtop in mijn bed zit. “Een nachtmerrie”, prevel ik angstig, nog steeds beschaamd, omdat ik niet helemaal zeker weet of datgene wat ik zonet beleefde een kwade droom of realiteit was. Bij het leeggoed dat in de bergruimte naast de blauwe pmd-zak staat, zitten geen lege flessen Chablis en vind enkel drie lege flesjes ice-tea-zero en daarmee de bevestiging die ik nodig had.

Deze schuiver, is mij niet overkomen. Ik heb hem alleen heel erg hevig in een droom beleefd. En ook al voelde het aan als het einde van de wereld, prijs ik me nu gelukkig en ben ik dankbaar dat ik in staat ben om alles opnieuw langs de positieve kant te bekijken. Want door deze ingebeelde relaps weet ik weer heel zeker waarom ik, met de eindejaarsdagen in het verschiet, dat eerste glas maar beter kan laten staan.

Covid19 en alcohol? Help!

Verslaafd aan alcohol, daar ben je toch helemaal zelfverantwoordelijk voor? Verslaafden zijn daar echt wel zelf de oorzaak van? Uitspraken als deze hoor ik ook, maar zelf ben ik daar helemaal niet zeker zo van. Toen ik een aantal jaren geleden ’s morgens een halve fles wijn nodig had om de lichamelijke bijwerkingen van mijn dagelijkse kater te onderdrukken en om mentale afhankelijkheid te bedwingen, voelde dat niet aan als vrije wil maar eerder als een pure noodzaak om de dag te kunnen beginnen. Als ik nu op die donkere periode terugblik, weet ik een ding wel heel zeker. Ik was niet zo trots op mezelf en dan druk ik me nog heel voorzichtig uit. Mijn dagelijkse realiteit was dat onweerstaanbaar hard drinken heel erg in de weg stond van elk redelijk gedrag en van normale emoties. Ik spoelde op voorhand alle ratio en gevoelens weg tot alleen zuipen nog van belang was en er niets anders meer overbleef om nog verder voor te leven. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat verslaafd zijn voor mij geen bewust weloverwogen keuze was. In mijn beleving is alcoholisme een ziekte die het vermogen tot zelfsturing verstoort en die mijn ingebouwd natuurlijk beloningsmechanisme helemaal tilt deed slaan, waardoor ik gedwongen op zoek moest naar artificiële mentale beloningen. Tegen deze levensbedreigende ziekte bestaat in mijn geval maar één doeltreffende remedie, ik moet het eerste glas laten staan en die keuze moet ik elke dag opnieuw maken, wil ik mezelf niet opnieuw in de vernieling drinken. Die keuze valt me niet langer zwaar omdat ik mijn leven terug gekregen heb, en ik onder geen enkele voorwaarde naar dat oude terug wil. Ik prijs me gelukkig en ik ben zo dankbaar dat ik me wekelijks met lotgenoten kan omringen en kan luisteren naar worstelingen die mij helpen om vol te houden of kan vertellen over mijn zielenroerselen die een inspiratiebron kan zijn voor anderen. Enkel door die wekelijkse bijeenkomsten blijf ik scherp op mijn onderhuids sluimerende symptomen en kan ik ze de baas blijven. Dat is levensnoodzakelijk want een alcoholist ben ik voor het leven!  Met mijn hand op het hart durf ik te zweren dat in onze wekelijkse sessies levens gered worden. Ikzelf ben daar het levende bewijs van.

Alcoholisme en verslavingen zijn thema’s die maar weinig mensen onberoerd laten, zeker nu door de covid-crisis alle sociale controle is weggevallen. Iedereen kent van ver of van dichtbij, vanuit zijn of haar eigen leefwereld wel iemand die veel te veel drinkt en die de controle kwijt is. Misschien heb je zelfs je eigen alcoholgebruik in vraag gesteld, en deed je al een zelftest om te toetsen of jouw drinken nog binnen aanvaardbare normen valt. Vele mensen slagen erin om het drinken van alcohol binnen de perken te houden, doen het niet of houden het op een paar glazen op de juiste gelegenheid. Niks mis mee, maar verschillende media schrijven de laatste dagen nogal wat bladzijden vol over stille verslaafden, over mensen die van thuis werken, een gezin hebben maar die door het wegvallen van sociale controle achter de voordeur kampen met een torenhogen, verborgen verslaving. Door de isolatie wordt gekozen voor de verkeerde vluchtroute waardoor mensen verstrikt dreigen te raken in alcohol of in andere roesmiddelen en zo over het randje van de gevarenzone vallen.

Corona is een laffe spelbreker, ook voor alcoholisten die in pril herstel zitten en die in wekelijkse meetings een laatste reddingsboei gevonden hebben. Wanneer deze uitwisseling en deze hulp door de lockdown helemaal wegvalt, is het risico niet onbestaande dat deze zieke mensen straks op dezelfde manier naar adem zullen happen als patiënten die op een covid-afdeling van hun zuurstoftoevoer losgekoppeld worden. Om de maatschappelijke nevenschade van covid te beperken, wil ik hard pleiten om zelfhulpgroepen in een heel beperkte setting en met oog voor de grootste veiligheidsvoorschriften toch te laten plaatsvinden, om die levenslijn open te laten. Bij zelfhulpgroepen zitten gezonde, bereidwillige anciens die beschikbaar zijn om in kleine groepjes van twee of drie, nieuwelingen in veilige omstandigheden te begeleiden in hun herstel en te waken dat ze niet definief over de rand vallen. Vandaag is dit echter door de strikte veiligheidsvoorschriften niet mogelijk.

In ieder van ons zit er een.

Verslaving of afhankelijkheid? Al hebben die twee woorden een andere bijklank, in mijn ogen betekenen ze net hetzelfde. Ze roepen bij vele mensen weerstand op, omdat ze beladen zijn met taboe, met vooroordelen en met ontkenning. Deze zomer vierde ik mijn negende verjaardag. Ik druk me expres zo uit, omdat het echt zo aanvoelde. Mijn leven kreeg pas weer betekenis toen ik gestopt ben met het leven zelf weg te drinken. Langer dan dertig jaar heeft het geduurd vooraleer ik mijn mening over alcohol en drinken in de juiste richting kon bijsturen. Vandaag is mijn kritiek op alcoholgebruik dan ook scherper en harder. Ik wikkel er geen doekjes meer rond wanneer ik erover spreek omdat ik mezelf als proefobject mag beschouwen en ik mezelf, mijn gedrag, mijn denken en voelen objectief mag beoordelen, zowel als drankorgel maar ook als herstellende verslaafde.

Over het gebruik of misbruik van hard drugs raken de meeste mensen het nog wel eens. Dat soort gedrag van spuiten, snuiven en roken wordt maatschappelijk en door de meeste onder ons als problematisch aanzien. Maar wist je dat er geen enkele afhankelijkheid zo ontkend wordt als alcoholafhankelijkheid? Alcoholmisbruik wordt genegeerd door onze maatschappij, onkend door onze cultuur en bijgevolg door ieder van ons niet als niet problematisch en dus als normaal beschouwd, omdat het “erbij” hoort. Alcoholafhakelijkheid wordt ten onrechte nog vaak alleen maar geassocieerd met dakloze zwervers die hun dag op straat doorbrengen en samenklitten op ranzige plaatsen om er samen, van ‘s morgensvroeg tot ‘s avondslaat halveliterblikjes bier of goedkope wijn uit kartonnen pakken te drinken om verder geen enkele maatschappelijk rol van betekenis meer te spelen. Toen ik nog dronk, vergeleek ik mezelf ook altijd met de anderen, met “de anderen” die meer dronken dan ikzelf. Ik vergeleek me dan ook met de zatte straatzwervers die ik hieboven beschreef. Om mijn eigen gedrag met die vergelijking te minimaliseren kwam ik tot de verkeerde conclusie dat ik (nog) geen probleem had omdat ik alles nog bezat. Ik had toch nog een vrouw en kinderen en werkte toch nog. Misschien dronk ik alleen wat veel, maar daar deed ik buiten mezelf toch niemand kwaad mee? Wat ik mezelf niet vertelde was dat die mensen met wie ik mezelf vergeleek wellicht vroeger in hun leven ook moeten gedacht hebben dat ze (nog) geen probleem hadden en dat ze met hun drinken niemand kwaad deden, maar daar wel zo lang mee zijn doorgegaan tot ze niet meer konden stoppen en alles, zelfs hun menselijke waardigheid, kwijtspeelden aan een halveliterblikje of een karton wijn.

De dingen en de trucs waarmee toen ik mijn afhankelijkheid verdoezelde zijn herkenbaar omdat ze universeel zijn voor iedereen die zich ik de gevarenzone bevindt. Ik heb niet de pretentie om afhankelijkheid te meten aan het aantal glazen per dag of per week. Ik heb niet de kennis om drinken door vrouwen anders te beoordelen dan drinken door mannen. Ik kan niet zeggen dat te veel sterke drank erger is dan te veel pintjes drinken. Wat ik wel uit eigen ervaring kan zeggen en wat ik met zekerheid weet, is dat ik mijn overmatig drankgebruik altijd heb ontkend en dat ik de hoeveelheden die ik binnengoot altijd heb geminimaliseerd, tegenover mezelf maar zeker ook tegenover anderen, of ik schepte erover op wanneer ik me in het “juiste gezelschap” bevond. Ik wist ook dat ik diep van binnen niet content of fier was met het feit dat het steeds opnieuw uit de hand liep en dat ik niet meer in staat was om een maat te houden. Ik betrapte me erop dat ik in gedachte en in ‘t geniep jaloers was op mensen die wel “sociaal” konden drinken. (Al bestaat die term nu in mijn ogen niet meer). Ik merkte ook dat ik een ongezonde relatie had opgebouwd met mijn drank die langzaam maar zeker de greep op mijn leven(r) begon over te nemen. Opeens en zonder duidelijke verwittiging bevond ik me in een destructieve machtsrelatie waarin ik hulpeloos en krachteloos in een soort van weerloze slachofferrol werd geduwd, niet meer in staat grip te krijgen of weerstand te bieden. Langzaamaan begon ik het leven te ondergaan waarin het drinken van wijn en bier een doodnormale gewoonte werd, zoals douchen en ontbijten. Elke gelegenheid, of het nu een begrafenis, een huwelijk of een babybezoek was, was steeds de juiste om het helemaal uit de hand te laten lopen. Bij alles wat ik deed – ik kon zelfs het gras niet meer maaien om mezelf nadien met minstens drie pinten te “belonen” – kwam alcohol te pas, tot ik ermee opstond en ik ermee ging slapen. Ik dronk als het goed ging en ik dronk als het slecht ging en omdat het een gewoonte geworden was deed ik het ook op alle andere momenten. Ik overschreed mijn eigen grenzen en die van anderen. Ik loog en bedroog, werd dik, pafferig en lelijk. Ik stonk en ademde uit al mijn zintuigen lusteloosheid uit. Mijn energiepijl daalde en mijn zelfbeeld ging mee de dieperik in.

Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat mijn alcoholprobleem ook ontstaan is door het ontkennen ervan, door het te verdoezelen en door het te minimaliseren. In het begin door het af te meten aan normen van alcoholtests die je her en der op het internet vindt, om dan net onder het toelaatbaar aantal glazen te blijven, of door ze iets groter in te schenken, nadien om me te vergelijken met de metro-zwervers en te besluiten dat ik geen probleem had. Ik wil alleen maar zeggen dat de problematiek van alcoholisme en de afhankelijkheid ervan, meer aandacht verdient dan een maatschappelijk oordeel over straatzwervers om er ons eigen drankgebruik mee te minimaliseren, want een alcoholist houdt zich schuil in ieder van ons!