Overbodige informatie in een spannende BH.

Geen minuut duurt het of ik ben aan de praat. Is het zenuwachtigheid die me loslippiger maakt? Is het die veel te smalle zetel waar ik in opgespannen zit zoals een clown in een springdoos? Of is het omdat  mijn vrouw en dochter drie rijen achter mij zitten en ik hen niet kan lastigvallen met mijn vliegfobie? Ik weet het niet. In elk geval, ik kom er na tien minuten achter dat de man naast mij dit tripje een aantal keer per maand doet. Voor zaken. Hij vertrouwt me toe dat het vliegpersoneel op deze vlucht, je geen twee minuten met rust laat. Hij kan het weten. Luttele tellen later krijgt hij gelijk want net dan wordt nuttige en overbodige informatie  in een hels tempo, in onverstaanbaar Engels door de intercom gebrabbeld. Zo snel, zonder articulatie of intonatie dat onmogelijk te achterhalen valt welke informatie nuttig is of welke overbodig. Ik besluit dat het allemaal even overbodig is. De lichtgele reddingsvest en het potsierlijk toneeltje dat erbij hoort gaan zoals bij elke vlucht aan mij voorbij. Evenals het okergele bekertje dat uit het plafond valt wanneer we voor welke reden dan ook zonder zuurstof zouden raken. De doorkijkbloes van de vliegactrice maakt het schouwspel op een vreemde manier helemaal gênant. Vooral voor haar dan, wel te verstaan.. Mijn aandacht verslapt  want als deze kist neerstuikt zitten we toch met zijn allen in een wip bij magere hein. Daar zullen die gele ondingen niet veel aan kunnen verhelpen. Wat me wel opviel was dat de bh van de stewardess van dienst zo krap zat dat het leek alsof ze precies wel wat  zuurstof zou kunnen bezigen. 

De wat zwaardere zakenman had een punt. De vliegcrew heeft blijkbaar opdracht gekregen om ons constant lastig te vallen. Met wakke sponsbroodjes, belegen met plastiek cheddar.  Met Heineken in blikjes, met hete slappe koffie of met lotjes van de loterij voor een of ander goed doel. “Misschien zou de vliegtiran van Rayanair zijn personeel een beetje menswaardiger behandelen zodat ze niet met lotjes hoeven, lopen te leuren”, bedenk ik licht geïrriteerd. Mocht dit een liefdadigheidsproject zijn, ik kocht tien lotjes of 20. Zeker weten. Van die hostess met het te spannend ondergoed wel te verstaan.

De man naast mij die een klein beetje met zijn Bmi worstelt, is aangenaam gezelschap. Al had ik liever gehad dat hij, toen we nog op de grond stonden, voor een broodje kaas had gekozen in plaats van voor een pitta met looksaus. En die pepermuntjes die hij opknabbelt, zijn het alleen maar erger aan het maken.

 “Als België wereldwijd vermaard is voor frieten, bier en chocolade is Malta het land bij uitstek voor games en spelletjes”, gaat hij verder, terwijl hij de gamingbrowser van zijn macbook opzij schuift. 

De bezienswaardigheden van Malta zijn me na een half uur bekend. The Blue Lagoon zijn te mijden, Gozo is een must do een Valetta aan aanrader. Op dat zakdoekeiland is buiten lekker eten en mooi weer niet veel meer te beleven. 

“Net genoeg voor mij”, schat ik.

Vliegen. Om de een of andere reden heb ik er een bloedhekel aan al heeft de vriendelijke, wat zwaardere pittaman de vlucht zeker aangenamer gemaakt. Alleszins onderhoudender dan de loterijmadam met de te spannende soutien want het was niet door haar dat ik weer weet hoe een kebab met look smaakt en dat Maltezers diep gelovig zijn. Al zou je dat aan die spannende, niets aan de verbeelding overlatend corset van die vlieg-escorte niet onmiddellijk verwachten.

Omgeploegd gelaat

 

Soms daagt het leven me uit. Het provoceert me om te zien hoe ver het met mij kan gaan. Het tast dan af waar mijn grenzen liggen en of ik er onder plooi of breek. Bijwijlen lijkt het wel een droom. Een soort terugkerende nachtmerrie waarin ik jong, fris en viriel in slaap val en telkens ik ontwaak me plots veel ouder waan dan ik me voel. Naar mate de droom zich sneller herneemt, ben ik meer en meer beschadigd. Alsof die hersenschim van mijn leven me sneller en sneller aan gruizelen sloopt. Fysiek, mentaal en emotioneel word ik er langzaamaan door verguisd. Tijd lijkt wel meer snelheid te maken naar mate ik ouder word. Misschien is het omdat synapsen in ons zenuwstelsel zich niet meer hernieuwen en vrede hebben genomen met hoe het is en het daarom vanaf daar alleen maar bergafwaarts lijkt te gaan. Het zal wel.

Gelukkig zijn die nachtwandelingen maar utopische zinsbegoochelingen. Als ik ‘s morgens mijn zelfbeeld aan de dagelijkse inspectie onderwerp is averij nauwelijks merkbaar. De rimpels die mijn gelaat doorploegen verraden dan wel dat mijn lijf wat ouder wordt maar dat mijn hartstocht, mijn levenslust en geest jong blijven.  Alsof ik er nauwelijks onder geleden heb. Onder het leven. Of maak ik het me wijs.

Want ik lig opnieuw op mijn ziekenbrits. Net zoals 5 jaar geleden. Zelfde gewricht, ander been. En ook dat lijkt wel een nare droom die zich telkens herneemt. Die synapsen lijken me ook daar niet voor te kunnen behoeden. Voor eerder gemaakte blunders. Je zou verwachten dat ik het ondertussen wel onder de knie zou hebben. Maar neen. Ik heb ze verdraaid, die knie. Vorige week op de trap en nu is mijn meniscus kaduuk. Mijn snijdokter zal het wel weer fiksen dat heeft hij toch altijd al gedaan.

Morgen vertrek ik eerst nog op reis naar Malta en ik neem mee… krukken, een brace, pijnstillers, spuitjes tegen flebitis en mijn goed humeur. Dat mag ik niet vergeten zodat ik daar niet opnieuw herval in verkwistende waanzin die zijn oorsprong vindt in allesomvattend zelfbeklag en verveling. Zoals nu. Daar is Malta te mooi voor heb ik me laten wijsmaken.

Hopelijk houdt die rotknie het nog 14 dagen uit.

Flessentrekkerij.

Op 14 oktober ben ik geen kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen in Bornem. Niet voor CD&V of sp.a. Niet voor N-VA of Beter Bornem en al zeker niet voor Vlaams Belang.

Hoewel mijn standpnten edelmoedig en vreedzaam zijn, trek of duw ik niets. Ik sta ook nergens tussenin of ergens in het midden. Als ervaringsdeskundige van onzin, overdrijvingen en superlatieven zou ik er nochtans niet op misstaan. Op één van die lijsten. Maar politiek is als café houden. Zoals de waard is zo vertrouwt hij zijn gasten. En ik ben al een tijdje geen caféspecialist meer.

Ik ga gewoon geamuseerd toekijken. Naar het beloftenopbod van partijprotagonisten. Naar de kopmannen die, ons -kiesvee- , de volgende 2 maanden, zullen proberen doen geloven dat, eens zij de sjerp dragen, Bornem zullen transformeren in een soort sociaal-groen, leef- woon- verkeers- en werkwalhala. Ik kijk echt uit naar het kemphanengevecht. Ik ben helemaal klaar voor de lege beloftentrommel.

Het is nochtans redelijk stil rond de kiezing. Het is precies een beetje afwachten. Zoals op een eerste demarrage in de sprint. Wie zit wie in het wiel? Waarschijnlijk is iedereen nog druk bezig met het bedenken van de juiste leugen of het grootste luchtkasteel. Of hoe je flessentrekkerij het best geloofwaardig maakt. Of hoe ze snel kan doen vergeten worden, eens na 14 oktober.

In dit eerste berichtje over de verkiezingen, dus geen leugens of spectaculaire beloftes want ik ben geen kandidaat en ik dien geen heer. Al kan over het woord “niets” in paragraaf 2 wel gediscussieërd worden.

Neuspiercings en oestrogeen!

 

Soms doe ik maar wat. Dan vertrouw ik blind op mezelf en op mijn intuïtie en flik ik maar wat. Ongeacht wat anderen zeggen.  Als ze me vragen “zou je dat nu wel doen?” doe ik het zeker. Omdat ik nu beter aanvoel of iets ok is of niet. Ook wel omdat iets van binnen me influistert dat ik het best wel doe. Liefst vandaag nog want morgen zou het te laat kunnen zijn. Vraag me niet naar redenen. Vraag me niet waarom. Ik doe het gewoon. Niet om iets terug te krijgen of om op mooie blaadjes te komen maar gewoon omdat het juist zit. Zonder garanties te eisen of zekerheden te willen. Die krijg ik niet en verlang ze ook niet. Het meeste van de tijd kom ik niet bedrogen uit. Integendeel ik krijg zo veel terug. Dat krijg ik hier nooit uitgelegd.

Ik durf tegenwoordig meer op mijn zintuigen en mijn instinct te vertrouwen. Vroeger was dat lastiger. Toen mijn gedachten, emoties en gevoelens bezoedeld waren met gezelschap van vijfentwintig centiliter of drieëndertig. 

Zonder dat ik het in de mot had werd ik onzeker en kwam ik nooit tot actie. Ik zocht steeds naar excuses en uitvluchten om iets niet te doen. Uit gemakzucht of omdat ik niet zeker wist dat ik of mijn gevoel wel te vertrouwen was. Of uit angst wat “de anderen” er van zouden vinden. Of gewoon uit luiheid. Dat zal het wel meestal geweest zijn.

Perceptie van mensen kan je niet veranderen, anders is het geen perceptie maar een feit. Waarom zou ik daar wakker van liggen of me er door laten tegenhouden? 

Sinds ik het zo aanpak, kom ik op vele plaatsen. Op plekjes waar ik vroeger nooit zou zijn gekomen. Ik ontmoette al zoveel interessante mensen die anders nooit op mijn pad zouden zijn verschenen. Ik mocht al zo dikwijls naar leuke, spannende of ongeloofelijke verhalen luisteren. Naar grappige praatjes, stories of levensverhalen die ik anders nooit zou horen. 

Gisteren nog mocht ik helemaal onverwacht te gast zijn op een verjaardagsfeestje. Van een oude bekende. Een geest uit het verleden met een persoonlijk verhaal. Ik maakte met veel plezier tijd en had er nog veel langer willen blijven maar er stonden alweer anderen te wachten. Met hun wekelijks verhaal. Die mocht ik ook niet missen.

Door gedreven dingen te doen die ik graag doe, val ik op. Ik spring er ongevraagd of ongewild mee in de kijker. Ik voel me er goed door en door mezelf goed voelen, zijn anderen voor hetzelfde geld ook op hun gemak. Win win!

Als ik mezelf niet had veranderd. Als ik niet voor mezelf had gekozen zou ik nooit ondekt hebben dat spoken uit het verleden soms 3 prachtige dochters uit hun werkmansbroek kunnen schudden. Dat levenswandels soms zo gelijkaardig verlopen. Of dat een vrouw van 53 er soms net zo oud kan uitzien als de drie dochters die ze gebaard heeft. Al zal dat zeker aan die neuspiercings gelegen hebben of aan al die oestrgeengiechels die onophoudelijk door de huiskamer galmden.

Dat het goed was. Het mag gezegd en geschreven worden.

Gelukkig is de strijk gedaan.

 

De zwoele zomeravond doet traag zijn intrede. Er deunt zachte muziek uit de box en eerste vleermuizen flirten door de donkere schemerzone. Ze zit vlak voor mij en kijkt me indringend aan maar alleen wanneer ze denkt dat ik het niet merk. Als afleidingsmanoeuvre blader ik achteloos door mijn smartphone maar mis geen enkele beweging in de achtergrond.

Als ze me stiekem gadeslaat, houdt ze het hoofd schuin en ondersteunt het met haar rechterhand. Met haar wijsvinger draait ze voorzichtige denkbeeldige krulletjes, net boven haar oor. Laconiek gooit ze haar lokken achteruit zodat haar hals ontbloot wordt. Ze denkt dat ik het niet merk of misschien zoekt ze op die manier wel aandacht waar ik strategisch probeer aan te weerstaan.

In de andere hand houdt ze sierlijk maar nonchalant een halfvol tulpglas vast. We lijken op hetzelfde tempo te drinken. Zij witte wijn ik water, met ijsblokjes. We nippen en ademen in hetzelfde ritme, alsof ze me imiteert. Haar lichtgrijze ogen zoeken vluchtig contact. De lichtgrijze kijkers lijken donkerder en blinken vochtiger alsof er pretlichtjes in fonkelen. Wanneer ze zich met haar indringende blik betrapt voelt, kijkt ze kort weg. Het lijkt alsof ze het laatste greintje spanning, met een diepe ademstoot uit haar lijf zucht. Na elk slokje wijn gaat ze verleidelijk met haar tong zacht over de lippen. Haar mond kleurt roder en voller. De blosjes op haar wangen lijken plotseling veel minder onschuldige gedachten te verraden. Ze is ver in gedachten verzonken en glimlacht. Ze bijt op haar lip. Haar denkwereld fluistert haar zachtjes toe. Ze luistert en kijkt op zo een manier dat ze elk woord en elk beeld lijkt op te nemen om het nooit meer te vergeten. De ondergaande zon stuurt nog een paar laatste stralen alvorens te verdwijnen achter een horizon die eveneens rustig afwacht.

Gelukkig is de was, de strijk en de afwas gedaan zodat ze daar nu niet kan door worden afgeleid.

Vlammend paard in een gouden wagen.

Ze is er al even mee bezig en de mensheid is er volledig afhankelijk van. Warmte en licht houden het bestaan aan de waggel. Al eeuwen lang.

Als ze er niet was geweest zou er geen leven zijn. Dan was het hier maar een dode koude boel. Leiding nemen van het zonnestelsel is niet vanzelfsprekend, toch verkrijgt ze vaak niet de eer die haar toekomt. Zeker al niet van diegenen die het hier voor het zeggen hebben. Met een beetje samenwerking zouden die haar energie veel beter kunnen besteden. Want schijnend op een juist paneel is ze tot veel in staat. Ze wordt er zelfs een beetje geïrriteerd door.

Haar zonnig karakter is ze er echter nooit door kwijtgespeeld al kreeg ze indertijd wel meer aanzien van Grieken of Oude Romeinen. Wanneer ze als kind van Zeus en Leto met een vlammend paard in een gouden wagen door de lucht mocht zoeven. Dan voelde ze zich helemaal in haar “element” en gewaardeerd omdat ze in die tijd wel behandeld werd als koningin. Haar ijdelheid werd dan helemaal gestreeld. Zeker toen ze haar met de hoogste status vereerde, door een dag van de week naar haar te noemen.

Vroeger was echt alles beter. Toen Azteken haar adoreerden en bewierookten en ze een exotische naam kreeg zoals Huitzilpchtli en oorlogen mocht uitvechten tegen Quetzalcoatl. Of toen Egyptenaren haar als Ra vereerden. Al was ze toen wel iets minder opgetogen omdat die haar als scarabee of mestkever de wereld in stuurden.

Vandaag echter schiet van dat oer-respect niet veel meer over. Tenzij van strandjeanetten en barbie-bimbo’s. Daar krijgt ze nog wel egards van. Wanneer die op een exotisch strand, onbeschermd aandacht opeisen omdat ze overtuigd zijn dat een gebrand kakbruin kleurtje goed voor hen is en menen dat ze er licht geroosterd aantrekkelijker uitzien.

Vervroegd pensioen of tijdskrediet zit er niet in en is voorlopig niet aan haar besteed dus blijft ze doorwerken tot ze helemaal is opgebrand. Ook al zou ze het door het broeikaseffect misschien beter een beetje rustiger aan beginnen doen. Het smelten van de ijskappen wijt ze niet aan zichzelf want ze doet gewoon maar wat ze altijd al heeft gedaan. Er zijn! In het centrum staan vindt ze leuk maar ze begint helemaal te stralen als ze ten volle beseft dat mensen volledig van haar afhankelijk zijn. Als ze dan al eens blaren veroorzaakt wijt ze dat aan domheid van mensen die te hard haar vriend willen zijn wanneer die naakt en onbeschermd te veel aandacht op willen eisen. Zelf zou ze het wel op prijs stellen wanneer ze bij temperaturen als deze gewoon zonder gezeur uitgezweet kon worden.

En als ze echt te heet wordt kan je altijd nog op haar zus springen. Die andere. Water geloof ik dat ze heet. Dan is die ook eens in haar “element”.

Kleuren van bloemen

 

De kinderen gaan binnenkort opnieuw naar school. Dan is de vakantie voorbij. De meesten onder ons gaan ook terug werken om er haastig te leven van de ene dag in de andere. De ene snel gevolgd door de andere. Het einde van de vakantie is dan het startschot om ons weer achter gesloten deuren en ramen op te sluiten, in onze dagelijkse sleur. Sommigen worden er zwaarmoedig van anderen lichten op en genieten van die geregelde drukte om weer indruk te kunnen maken of om levenswerken af te maken. Of er aan te beginnen.  Het maakt niet uit. Houd ervan, van het leven dat je leeft! En doe het met vuur en hartstocht.  De balans van het leven is zo subtiel omdat we leven op breedtegraden waar zelfbeschikking grotendeels bepaald wordt door onze omgeving en diegenen waarvoor we werken. In plaats van het heft zelf, in eigen handen te nemen. Begin er anders aan. Nu dan?

 

Hoewel ik van nature eerder pessimistisch ben, heb ik toch geleerd te leven met een relatief positieve geest. Met hoop en vertrouwen. Hoewel ik ook soms kan wegzinken in het duistere logboek van mijn leven. Om daar dan vast te stellen dat ik de cursus ervan slecht onthouden heb en gebuisd ben met onderscheiding! Stress en twijfel zijn docenten waar ik constant aan vraag hoe het verder moet. Hoe ik de dag, de week en de maand het beste indeel om er niet door opgeslokt te worden. Ze lijken wel eeuwige levenspartners in een moeilijke driehoeksverhouding. De relatie is ingewikkeld!
Hoewel ik beschik over een solide overlevings-gen en door wel wat dingen begeesterd raak pers ik mijn citroen soms ook wel veel te ver uit.  Tot er geen druppel meer in zit. Ik houd op zo veel manieren van mijn nieuwe leven, waar ik zelf architect van ben, dat ik het soms allemaal wil. Alles en ineens.  Als ik dan niet alert ben, wint de duivel op de ene schouder het van de engel op de andere. Op die momenten heb ik rust nodig zodat ik de duisternis van de herfst nog even kan uitstellen. Zodat de bloemen nog eventjes mooie kleuren sturen en ik de geur van mijn pad kan blijven volgen. Op de rechte weg. Met de juiste richting en dezelfde koers.  Met vaste tred zodat ik eindelijk die cursus vind en kan afmaken waar ik aan begonnen ben om er oude deuren te sluiten er er nieuwe te openen.

Op een dag is alles veranderd. Het is nooit te laat om te leren leven op de landweg van ons leven. Op die wegel die bezaaid is met wolfijzers en schietgeweren maar ook met kleuren van de bloemen!

Als je ze ziet staan, tenminste!

Proppen of vouwen?

 

Wezenloos staar ik voor me uit. Naar een witte muur in een veel te kleine kamertje. “Nooit zal ik nog naar de pijpen dansen van een vrouw”, lees ik in Dag Allemaal die hier al een paar weken rond slingert want de Rode Duivels moeten nog wereldkampioen worden.

Chris Van Tongelen was de pijpen of het pijpen (daarover is het artikel niet sluitend) van zijn ex-vrouw Brigitte blijkbaar grondig beu en is opnieuw op de markt.

Mooi! Denk ik en ik betrap me erop dat de ex-stiefvader van de Vlaamse Justin Bieber het bij mij aan respect aan het winnen is. Even verder in het “artikel” laat de Familieman er met zijn uitspraken, geen spaander van heel en verhakselt hij mijn prille waardering tot schriele houtkrullen.

“Een onenightstand moet wel kunnen”, staat er schaamteloos, al wil hij zich tegelijkertijd ook wel voor de volle 100% smijten in een nieuwe, romantische “coup de foudre”. Maar hij lijkt ook blij te worden van nieuwe vriendinnen waar hij af en toe eens mee kan gaan eten of een goed gesprek mee kan hebben. Ja ja… een goed gesprek? Dat zal wel.

“Van Tongelen, stielbederver! Je bent Romeo-onwaardig”, prevel ik tegen het boekje. “Wees eens een vent, word duidelijk en red de tijger! ”Wat wil je nu precies? Wil je de midlifecrisis van je gat vogelen? Ga je voor die fladderende buikvlinders die je weer naar pijpen zullen doen dansen of is het dat goede gesprek waar je cupidopijlen aan wil verschieten?

“Soms is het beter om je mond te houden en dom te lijken dan hem te openen en alle twijfels weg te nemen”, zeg ik tegen mijn witte muur. Hij antwoordt niet. “Zwijgen is instemmen”, prevel ik tegen het super de luxe toiletpapier, maar ook daar krijg ik geen gehoor.

De oudste Romeo moet het ontgelden. Opeens ziet hij er met zijn bloeddoorlopen oog uit alsof hij een dik pak slaag kreeg van Brigitte. Al was het maar omdat de mug die zich vannacht volzoog met mijn bloed nu op de voorpagina prijkt van s’ lands onbenulligste stukje roddelpers. Zo ongeveer ter hoogte van Van Tongelens’ rechter oog. Nu ziet de goedlachse Puttenaar er helemaal niet meer uit.  Hoe hij er nu uit ziet, zal hij met zekerheid niet aan die onenightstand raken en al zeker niet als hij zijn mond open doet.

Tegen zoveel vrolijkheid kan ik niet op en richt mijn blik opnieuw op die witte muur. Mijn 2 slapende billen halen me plots uit mijn ochtendlijke nonsens en brengen me abrupt weer tot de orde van de dag? Zal ik proppen of vouwen?

Des goûts et des couleurs

 

Mijn ballen staan zachtjes te rimpelen op het zachtste vuurtje. “Een uurtje sudderen op het kleinste bekken”, zo had Jeroen Meus het voorgedaan voor kokend Vlaanderen in zijn dagelijkse digitale kookboek kwartiertje van de boerinnenbond. Niet dat ik Meus nodig heb om balletjes te kneden, ze vorm te geven en ze in tomatensaus te zwieren. Helemaal niet maar toch wankelt het zelfvertrouwen van deze would-be-kok in kwestie, toch even nu ik ze dansend in mijn kookpot zie wiebelen. De stengels fijngehakte dragon en oregano kwamen niet voor in het recept. Daarom dat ik niet zeker ben of die twee aromaten wel een culinaire meerwaarde zullen bieden. Zelfs tegenover Jeroen Meus ben ik eigenwijs. De smaakpapillen van mijn proevers zullen straks wel beoordelen of deze keuze een geniale ingeving was dan wel een onvergeeflijke gastronomische blunder. Het kookluchtje waarmee de keuken zich vult, doet alvast het beste vermoeden. Af te wachten!

Koken op zich is rustgevend, tenminste als ik het alleen kan doen. Dan is het fijn tijdverdrijf. Toch maakt het op een vreemde manier die slapende macho weer in mij wakker. Eens is sta te roeren in een pot metamorfoseer ik een zichzelf veel te hoog inschattende, snobistisch koksidioot. Ik word dan een autistische maniak die tiert, vloekt in mezelf roep en me veracht omdat ik die beetgaar geachte mise-en -plats weer veel te plat gekookte. Of wanneer de, in mijn ogen verfijnde snijtechniek toch niet van dien aard blijkt te zijn om me uit te roepen tot sterren chef die ik in het bijzijn van machosoortgenoten soms pretendeer te zijn. Zeker niet wanneer ik stukken vinger mee verwerk in het snijwerk.

Buiten een keukenrobot, een snijplank, een scherp keukenmes en wat gamellen laat ik het liefst geen andere pottenkijkers toe. Toeschouwers zouden op die momenten alleen maar te beurt vallen aan mijn minachtende blik of aan de te pikante amuse-gueule van een halve zot die zich Gordon Ramsay waant.

Een gelijkaardig fenomeen doet zich voor wanneer mannen zich scharen rond een zomerse barbecue. Eens het vuur heet en grijs is, ontpopt het zwakke geslacht zich tot cuisson-specialist of gaartijd-fetisjist. Dit terwijl ze de overige 364 dagen de keuken mijden alsof ze er een prostaatonderzoek in moeten ondergaan. Het testosterongehalte rond de grill is vaak nog groter dan het hormonenvlees dat een kwartier later zwartgeblakerd wordt af geserveerd.

Koken, ondanks de persoonlijkheidsveranderingen die me ermee te beurt vallen doe ik het graag. Ik doe het zeker niet alle dagen maar ik doe het wel graag. Of ik het goed doe laat ik aan de smaak over van mijn lief, mijn huisgenoten en de occasionele gasten die ik straks weer zal willen imponeren met een rib-eye of een geroosterde sardine.

Maar ik kom er altijd mee weg want “des goûts et des couleurs on ne discute pas!”

Zat gezegd is nuchter gepeinsd.

Soms denk ik, “ik wou dat ik zat was”. Niet een beetje tipsy of in de wind maar zo fel in de olie dat remmen geen grip meer vinden. Dan wil ik zo ver boven mijn water zijn dat ik het nog eens goed en straf kan zeggen zonder me in bochten hoeven te wringen. Zonder bekommerd te zijn hoe ik bij jou over kom. Om me er dan de dag nadien, beschaamd voor te kunnen verontschuldigen. Dat het niet zo bedoeld was.

“Zat gezegd, is nuchter gepeinsd”, zegt het spreekwoord. En dat zal wel kloppen anders was het geen spreekwoord.

Hoe gemakkelijk was dat niet. Om me tot aan mijn slikker vol te gieten. Om dan met bloed doorlopen waterogen bagger te kunnen lozen. Om verdronken onzin uit te kunnen kramen of fel overdreven zatte waarheden te lallen. Met gemakzucht zo hard schofferen om de dag nadien te kunnen zeggen: “Het spijt me maar ik had te veel gezopen, ik was de controle even kwijt. Ik heb het zo niet bedoeld”.

Maar, ik ben ook niet poederdroog geworden om me opzij te laten zetten omdat ik nu wel beheersing vind om het niet te doen. Te schofferen en te lallen om gelijk te halen.

Vroeger had ik dan misschien geen recht van spreken omdat er altijd wel wat goed te maken viel. Of om punten te verdienen waarvan er altijd veel meer uitgegeven werden dan dat ik er gespaard had. Toen moest ik dikwijls zwijgen en de ronde laten voorbij gaan om te passen met de beste kaarten. Nu zou ik wel kunnen spreken en op tafel slaan. Gelijk halen omdat ik denk dat ik het heb. Misschien dat ik het daarom nu net niet doe. Omdat ik wat gematigder ben en wat rustiger. En dan peins ik…

Gelukkig heb ik niet gezopen en heb ik gezwegen. Want anders moest ik nu weer met een houten kop achter straffe excuses zoeken, en schoon woorden geven om het weer min of meer op orde te krijgen. Met holle woorden en inhoudsloze beloften waarvan ik niet helemaal zeker zou zijn of die überhaupt wel zouden binnenkomen.

Gelukkig heb ik niet gezopen!

Verleden als schatkist voor de toekomst.

 

 

Deze nacht is niet zo donker als de meeste andere nachten want de volle maan kleurt de zwarte duisternis grijzer. De slaapkamer is broeierig zwoel en ik proef de zilte warmte die de opgedroogde zweetparels achterlaten op mijn lippen. Tussen twee zuchten door deemster ik weg. Slapen kan je het niet noemen. Ik draai mijn hoofdkussen nog eens om in de hoop dat de andere kant wat koeler is. Het valt tegen. De ramen staan wijd open en donderwolken die onderling strijd lijken te voeren voor het wijdste luchtruim, doen me opschrikken uit mijn deemstering. Als er al een vlaag in zit zal ze niet voor hier zijn, denk ik slaperig wakker. Ik wil de drukkende warmte negeren maar het lukt me moeilijk.

“Als ik een probleem zelf niet kan oplossen, neem ik er afstand van”. Is dat niet wat ik steeds opnieuw kwek wanneer ik anderen probeer te overtuigen om dingen los te laten. Want, je bezig houden met zaken waar je geen impact op hebt is tijdverspilling. Dat brengt toch geen zode aan de dijk. Dat predik ik toch steeds overtuigd en vastberaden!

Maar mijn eigen levenswijsheden lijken in het niets te vervallen wanneer het zwoel en plakkerig is. Dan tellen ze niet. Of toch?

Niets is zo langzaam en kostbaar als persoonlijke ervaringen. Geen enkel schrander mens zal ooit beginnen te experimenteren als hij het met kans van slagen, kan leren van iemand anders? Toch? Dus doe ik maar wat me door anderen is wijsgemaakt of opgedragen. Omdat zij het al met succes gedaan hebben.

Vroeger zou ik opstaan. Om te drinken, om te roken of om te gaan plassen omdat ik te veel gedronken had. Niet dat het me hielp. Want uren later had lag ik nog te rollen en te puffen.  Nu niet. Ik houd me stil en denk aan gesprekken die in de dag passeerden. Aan de gesprekken met mensen die vruchteloos de dingen naar hun hand probeerden te zetten om ze te controleren of om ze te veranderen. Het was hen niet gelukt en het zou hen niet lukken. Nooit. Ze blijven met frustraties, woede of verdriet achter. In die val trap ik niet meer want anders worden fouten uit het verleden geen schatkist voor de toekomst!

Om zeven uur werd ik gewekt door de klokradio en het weerpraatje van Sabine die waarschuwde dat het vandaag nog zwoeler zal worden. Ik geeuw de plakkerigheid van me af en neem een duik in een plonsbadje dat veel te warm is om er in af te koelen. Maar dat zal ik ook wel overleven.

Overmorgen geven ze regen!

Ik wil ook zo iets!

 

Laat er vooral geen twijfel over bestaan. Vrouwen die lippen vuurrood kleuren, het zet iets in gang bij een vent. Daar hoeven wij, minderbedeelden der natuur, niet flauw over te doen. Zelfs antropologen zijn het roerend eens. Hoe roder de lippen hoe vruchtbaarder de vrouw. 

En ze weten het verdomd goed. Die van het sterke geslacht.  Mannen associëren getuite rode lippen nu eenmaal, ongewild met sex, met paren en met voortplanten. Zo beweren diezelfde menskundige wetenschappers toch. Hoewel ik van dat laatste maar moeilijk te overtuigen ben. Dat zullen die er zeker wel bij gesleurd hebben om al die vrouwen met hun rode lippen gerust te stellen.

Maar is het dan te kort door de bocht te stellen dat vrouwen met felrode mondcontouren bronstige, op sex beluste, hete manverslinders zijn? 

Zijn zij dan niet die ogenschijnlijk hulpeloos ogende prooien waarvoor wij mannen hen sinds Darwin aanzien?  Zijn zij dan de “gedoodverfde” medogenloze jagers bij uitstek? De roofdieren die met hun rode vettigheid mannen om de tuin weten te leiden omdat zij de associatie aan flapperende schaamlippen niet kunnen weerstaan waardoor automatisch de werking van de rest van hun neo-cortex wordt stil gelegd? Want daar zijn diezelfde antropologen het ook nog over eens. Bij fel rode lippen denken wij verdorven, zieke mannen zowizo eerst aan rupsje rimpel! Dat beeld floept bij rode lippen bij ons mannen als eerste binnen. Als close-up van de flamoes. Van de vochtspelonk en als oester op de ijsberg.

Zien jullie dames dan niet in en kunnen jullie de gevolgen dan niet inschatten van wat jullie met die rode verf allemaal aanrichten in ons brein? Ici-Paris-XL wordt een pornofilm. Een catwalk van venusheuvels, schaamdriehoekjes en wandelende gleuven.

Jullie moesten beschaamd zijn!

Vrouwen zijn dus al eeuwen in staat om alleen met rode verf het verleidingsspel en de paringsdans in gang te zetten! Een ritueel dat bij ons venten altijd het startschot is om ons gelijk halve zotten beginnen uit te sloven om op die manier in de gratie te vallen van een stel bedriegelijke rode lippen? 

Hoe oneerlijk is dat niet? Zeg? Ik wil ook zo iets…

Den ezel kan ni kakken

 

Is België nu opeens een merk of een rage? Of is het eerder een vluchtige modegril en een hip modeverschijnsel dat door een sportieve opwelling tijdelijk wat nieuw leven werd in geblazen? 

Nooit kreeg ons landje, een zakdoek groot, meer aandacht dan de laatste dagen. De Fransen werden door hun koloniaal verleden wel publiek verdacht gemaakt van exotische import om resultaat te scoren. België niet, maakt het uit waarom? 

Onder de flamboyante leiding van een Engels sprekende Spanjaard die getrouwd is met een Engelse lady en nota bene geen bier lust, werden oude, nieuwe, witte en met lichaamsversieringen gekleurde donkerdere Belgen samen verenigd op een groene tapijt om er samen voetbal hoogmis te vieren. Als er al gesproken werd over transferts gingen die over het doorsluizen hip volk naar Real of Barcelona. Over transfers naar Wallonië werd niet gesproken. Tenzij Deschacht nog wordt doorgeschoven naar Standard  maar dat zie ik niet onmiddellijk gebeuren. Daarbij Deschacht is geen Rode Duivel. 

“Oewaar is da feesje” hoorde ik keizer Hazard de afgelopen zondag in patatten nederlands roepen vanop een Brussels schoon verdiep. Geen franskiljon heeft er zich aan gestoord en de vlamingen lusten er ook pap van.

In een een interview hoorde ik Martinez nadien praten over, verenigen en inspireren. Over jeugd en versterken. Over samen en togezzer! In plaats van een kloven te maken en tegenstellingen te benadrukken, bouwt die man bruggen. Over gewests- en taalgrenzen heen. Van in Brugge tot in Luik. Zonder overkappingen en zonder bamtracé’s of ringlandtrajecten.

 Ik zie geen kliekjes en hoor geen comunautair gekibbel over wie na de wedstrijd niet mee mag klaverjassen omdat hij geen Vlaams of Frans  praat want ze praten onderling allemaal patatten Engels.

Geef die man aub een politiek mandaat. Want een merk werkt zelfs al heet het België. Laat ons desnoods onderling patatten engels spreken zodat we allemaal samen “oewaar is da feesje” kunnen roepen maar vooral. Politiekers alom neem een voorbeeld aan Martinez en als jullie het zelf niet kunnen geef hem dan een schoon verdiep misschien komt het dan met de rest van België ook nog wel goed.

Oh dierbaar België den ezel kan niet kakken…

Heb je ze zien kijken?

De sfeer was anders. Het decor ook, de zonnenbril niet. Minstens 3 keer per jaar gebeurt het. Spontaan. Zonder grote plannen of moeilijke afspraken in overvolle agenda’s. Dan hebben we opeens, zonder dat we er ‘s morgens bij stil hebben gestaan rendez-vous. We krijgen dan even elkaars volle aandacht om bij te praten. Ergens op een gezellig terras. Half in de zon half in de schaduw.

Zij met koffie verkeerd ik met de juiste. Pikzwarte met zoetjes. Om de compagnie compleet te maken waren er mini boules de Berlin bij. Niet om ons te verschuilen achter zweemzoete vettigheid of oude koeien maar gewoon omdat die wat luchtigheid brachten bij ons filosofisch geladen gespin.

De zon scheen flauw op haar gelaat, zodat ze zich, zoals ze wel vaker doet, veilig kon verbergen achter grote donkere glazen. De anders, altijd aanwezige denkrimpels waren verdwenen en haar brede glimlach zorgde voor 2 lachkuiltjes die me helemaal opgewekt maakte. De overvloedige cafeïne zal er ook nog wel voor iets tussen gezeten hebben.

Ze heeft iets met zonnebrillen. Altijd al gehad. Toen ik haar lang geleden voor het eerst ontmoette had ze er ook een op. Maar toen spraken uilen nog wartaal. Ze had een zwarte ray-ban die ze meestal in het haar droeg. Die deed haar wat weg hebben van Madonna. Ze zal het niet toegeven maar diegenen die haar kennen zullen beamen dat ze er destijds veel moeite in stak om er even cool uit te zien als die Material girl.
“Like a virgin” is ze niet meer, dat weet ik zeker. Ze zal destijds zeker “Papa don’t preach” gedacht hebben toen haar vader haar met een bedenkelijke blik taxeerde, wanneer ik een paar dagen later met gespeeld zelfvertrouwen de eerste keer aan haar voordeur belde.

Nooit zijn we elkaar uit het oog verloren. Niet als het goed ging maar ook niet als het met een van ons heel slecht ging.

Als ik nu zeg dat we stilaan oud worden, spreekt zij me met veel elan tegen. Dan overtuigt ze me dat we gewoon eindelijk in balans raken en we stilaan eindelijk van volwassenheid mogen verdacht worden. Voor de overschot zijn we het meestal wel roerend met elkaar. Over zowat alles. Over kinderen of over relaties en partners of over oude bekenden en hoe die soms opdringerig of onverdraagzaam jaloers kunnen zijn. Meestal eensgezind dus, behalve over gekleurde lichaamsverieringen maar daar hebben we het dan ook niet over.

35 jaar lang al passeert ze zo nu en dan. Vroeger wel meer dan nu maar dat kwam omdat ik toen even de juiste San Pedro was. Nu is er een geschiktere San die mee reist naar een of ander “la isla bonita.”

Het is altijd leuk om zomaar even bij te babbelen om te zien en te horen dat het goed met ons gaat. Dat we stilaan in balans raken. Ik wil dat echt nog wel 35 jaar blijven doen. Die babbels en die koffie al hoop ik wel dat ik daartegen gewend kan raken aan die veel te luide schaterlach.

Heb je de mensen zien kijken?

Friggatriskaidekafobie

 

Friggatriskaidekafobie of paraskevidekatriafoob. Ik beken ik pleit schuldig. Niet met voorbedachte rade maar wel schuldig. Mocht vandaag er een koude rilling over je rug lopen als je me ziet. Of als de haren op je arm rechtveren wanneer je mijn persoonlijk territorium betreedt, zoek de oorzaak dan niet bij jezelf. Het ligt aan mij. 

Beschuldig mij maar. Of de zondag dat mag ook. Want wil een vrijdag vallen op de dertiende moet de maand beginnen op een zondag. Geloof je me niet? Het klopt nochtans als een zwerende vinger. Geen vrijdag de dertiende zonder zondag. Kijk de kalender er maar op na.

Alfred Hitchcock en Fidel Castro waren ook zulke paraskevidekatriafoben en ze wisten verduiveld goed waarom. Net zoals ik. Ik ben er ook mee belast. 

Het is een ongelukkige dag. Een dag die ellende, pech en rampspoed brengt.

Laat je niets wijsmaken. Hoewel onderzoek suggereert dat de kans dat vandaag pech je te beurt valt, niet groter zou zijn dan op eender welke andere dag. Of dat vrijdag de dertiende weinig of geen effect zou hebben op ongevallen, bezoeken aan ziekenhuizen, natuurrampen of ongewenste zwangerschappen, toch is dertien geen geluksgetallendag. Het is tegenslagendag maar wel alleen voor jou. Jij bent er ongewild slachtoffer van. Je bent er mee belast omdat je me toevallig kent.

Want ik zag het levenslicht op een vrijdag de dertiende. Op zulk een dag werd ik uit de vulva van mijn verwekker geperst.  Dus ontloop me voortaan. Ontwijk me. Steek over als je me ziet of ga met een hele grote boog rond.  Respecteer mijn onheilspellende schutkring. Je behoedt jezelf ermee tegen rampspoed en ontij en je bewijst mij er ook een grote dienst mee. 

Anders moest ik met jou praten en kreeg ik nooit tijdig deze nonsens op papier!