Onzichtbare belagers

De grijsgewassen korte broek en de grasgroene pull die ik in zeven haasten aangeschoten heb, vloeken zo hard met elkaar zoals alleen duivels uit de hel dat kunnen. ‘Precies een tang op een varken’, zou ons ma gezegd hebben, mocht ze nog geleefd hebben en onze pa zou daar dan aan toegevoegd hebben, ‘Die kleren? Daar wil ik nog niet in begraven worden’. Temeer omdat ik besloten had om onder mijn vestimentaire kakafonie ook nog eens Noorse sokken en bruine bergbottines te dragen.  Met de kladder wax die ik nonchalant door mijn warrige calotte gewreven had, waardoor ik nu tien centimeter groter lijk, gun ik mezelf zelfs nog de illusie er hipper uit te zien dan hoe ik het bedoeld had.  Althans dat maakte ik mezelf wijs al is de waarheid hoogstwaarschijnlijk dat ik gewoonweg potsierlijk voor de dag kom. Dat gaat zo in Coronatijden, dan gelden er andere schoonheidswetten. Het laat me koud. Niemand ziet me en niemand kijkt naar mij om dus wat kan het me schelen. En als ik dan al iemand tegenkom loopt die me toch klakkeloos, met de neus op de schoenen voorbij.  Er is haast geen levende ziel te bespeuren, laat staan dat die dan de moeite zou nemen om zich aan mijn clowneske outfit te storen. Zelfs die oude bes niet die net mijn pad kruiste ook al is het even waarschijnlijk dat ik haar net zo achteloos probeerde te omzeilen als zij mij. Zonder opkijken en zonder haar een blik te gunnen, vervolg ik doelloos en zonder vastberaden tred mijn weg, de ene stap na de andere. Even voel ik me als een gedetineerde die met zijn dagelijkse verplichte verluchting een uurtje frisse lucht mag snuiven om de geur van pis en kak van zijn cel uit zijn neus en uit zijn kleren te wassen.

De mensen die ik wat verderop in de Kasteeldreef op hun dagelijkse wandeling tegenkom, lijken me ietsje rustiger en ontspannen, mogelijks omdat de kans daar kleiner is om een potentiële vijand tegen het lijf te lopen.  Als we mekaar voorbijlopen in een tred die veel wegheeft van een soldatenpas, begluren we elkaar stiekem vanuit onze ooghoeken. Als onze blikken elkaar dan kruisen wenden we hem ook onmiddellijk weer even snel af alsof we betrapt zijn met een doodzonde en op het punt staan neergebliksemd te worden. Af en toe bemerk ik bij sommigen toch een vluchtige glimlach of een voorzichtige aanblik en dan beantwoord ik die blik of glimlach met dezelfde ontwapende grijns. Anderen knikken dan weer. Maar als ze dat doen is dat met een korte, haast onmerkbare knik vanachter hun mondmaskerbarricade. Ik knik dan beleefd terug alsof ik met die beweging een ingebeelde witte vlag hijs. Zelf snuif ik de lucht nog niet door een mondmasker omdat ik daar in mijn bovenkamer precies nog niet helemaal klaar voor ben. Als we dan, zij met een partizanenknevel voor de ademhalingsorganen en ik nog zonder, door het bos patrouilleren, zijn we op onze qui-vive voor die schalkse hinderlaag van onze gemeenschappelijke onzichtbare belager die het heel slecht met ons voorheeft. En dan heb ik nog niet eens boodschappen gedaan!

Gouddroom

Waarschijnlijk ben ik een man van vele stemmingen en bevliegingen. Mogelijks is dat de reden waarom ik zonder enige moeite onrealistische waanideeën of overmoedig romantische plannen in één nacht bij elkaar kan dromen. Soms wint de ene fantasie, dan weer de andere. Wat ik ’s nachts droom bepaalt dan hoe ik me overdag voel, of is het omgekeerd? Aangezien ik aan mezelf het antwoord op deze vraag schuldig moet blijven, kan ik vandaag mijn humeur, dat niet al te best is zomaar verdacht maken voor wat er zich vannacht in mijn dromerige zinsbegoocheling heeft afgespeeld, ook al kan ik me daar helemaal niets van herinneren. Handig, of is het toch net iets complexer en liggen er misschien andere dingen aan de basis van mijn waanideeën en bijgevolg aan mijn gemoedsgesteldheid overdag? Misschien ligt het pijnlijk gemis aan connectie met de juiste lui wel aan de oorzaak van de wildgroei van mijn spookgedachten.  Misschien ben ik na vijf weken isolement zo onthecht geraakt van mezelf en van de buitenwereld dat mijn hoofd ’s nachts één grote zoemende bijenkorf wordt waarin ik niet meer kan ontwarren welke gedachten waardevol zijn en welke helemaal overbodig of te belemmerend om er mijn dag mee door te komen.

Ik kan niet puren uit ervaring om uit te sluiten wat het niet is en ik weet te weinig om te achterhalen wat het wel is, maar dat verontrust me niet. Ik lig er niet verder wakker van omdat ik net voldoende jaarringen op mijn bast heb om te weten dat het geheugen van het hart, straks als deze nachtmerrie geluwd is, de ergste herinneringen zal elimineren en de goede als een ballon zal opblazen. Misschien slaag ik erin om met deze psychische kunstgreep te verdragen wat vandaag nog allemaal zal gebeuren en anders droom ik er vannacht maar een nieuwe overmoedig romantische gouddroom over.

Wat met de jijrbees?

Nu ik een zee van tijd heb en ik me er met onzichtbare kluisters aan vastgeketend heb, kan ik het me nog meer dan anders veroorloven hem helemaal te verschijten met gedram. Gelukkig! Zonder dat iemand er aanstoot kan aan nemen, mag ik mezelf in deze gedwongen retraite helemaal suf piekeren of ik van deze artificiële ballingschap straks beter dan wel slechter zal worden. Mocht je in hetzelfde vel zitten als ik, zou je ook zomaar kunnen beginnen nadenken over werk en weelde of over de relatie of het verband tussen armoede en rijkdom.  Je zou mogelijks tot de snelle conclusie komen dat deze twee begrippen ogenschijnlijk elkaars tegenpool zijn. Je zou misschien tot de slotsom komen dat in dit land de statistische kans op echte armoede relatief klein is. Immers, met een beetje goede wil en wanneer je hard genoeg je nikkel afdraait is er aan plastiek overvloed nooit gebrek.  In deze economische gereduceerde welvaartsstaat komt het gros van de bevolking dan ook ogenschijnlijk niets te kort. En voor rampspoed en ontij werd een sociaal vangnet opgezet dat moet behoeden tegen persoonlijke of collectieve tegenslagen. Zolang de grootste hoop van de kudde kan werken om te consumeren zal de Westerse kommer en kwel tot een minimum beperkt blijven. Zolang de economische wind uit de juiste richting blaast, zal goedkoop, zwaar of vuil zorgwerk uit het Oosten geïmporteerd worden en zal duur en belangrijk werk uitgevoerd worden naar het Westen.  In de luxe van dezelfde waanzin zullen we elk jaar in de veilingen van Limburg tonnen overschotoogsten fruit en groenten vernietigen, zullen we met melkplassen morsen en zal de landbouw Europese subsidies kunnen slurpen wanneer ze akkerlanden weer een seizoen braak laten liggen.  In dezelfde waanzin van de omgekeerde wereld zullen we in december gretig bonen kopen uit Kenia en Egypte en zullen we in februari smakeloze aardbijen uit Marokko of Spanje op ons bord willen. Met die intellectuele economische masturbatie en met de welvaartsmythe als Playboy-prent zullen we de illusie in stand houden dat we armoede de baas kunnen blijven en zullen we ervoor zorgen dat we wereldeconomisch een verschilmaker kunnen blijven.

Wanneer armoede dan ogenschijnlijk helemaal uit ons gezichtsveld verdwenen is en wanneer politici door wetenschappers op hun geflipte hoogmoed gewezen wordt als er een verloren pandemie binnen waait, blijkt pas echt hoe wankel, nietig, afhankelijk en straatarm we als samenleving geworden zijn. We krijgen zelfs vandaag, onze witte wereldtrots, de asperge niet meer zelf uit de grond gestekt. Gelukkig is het witloofseizoen voorbij maar wat straks met de jijrbees?

Lelijk ding!

Je kent ze wel de bullebakken. Iedereen heeft er minstens een in zijn nabije omgeving. Soms duikt hij (m/v) op als dwarse collega met een vuil blad, dan weer als zure buur met een grote smoel. Anders is het een verre, nukkige nonkel die op familiefeestjes met een vunzige, ongepaste vloek de vriendelijkere tantes het zwijgen oplegt. Ik ken maar weinig mensen die er van gespaard zijn gebleven en er geen last van hebben.  Ze (m/v) zijn zo vol van zichzelf dat ze zich minstens tien keer per dag moeten opblazen als een pad omdat ze anders ontploffen. Meestal kwaken ze dan hels lawaai omdat het hen aan de woorden ontbreekt die voor nuance kunnen zorgen. Sommigen wanen zich God de vader of zijn van mening dat zij het minstens even goed zullen doen als Jezus, Geest of opperwezen. Daarom gedragen ze zich in de meeste gevallen als expert van de zaak, eigenaar van de waarheid of erger, als extremistische fundamentalist van de tent.  Luisteren doen ze nooit of met een half oor. Of, omdat ze het echt niet kunnen of, omdat ze het verleerd zijn toen ze van hun eigen brutaal geblaf zelf potdoof werden. Maar geen nood!  Hoe groter het lawaai des te onschuldiger ze (mv/v) door de band genomen, zijn. Het overbluffende, luide getoeter waarmee ze de ether verstoren, staat meestal omgekeerd evenredig aan de vastberadenheid en de intelligentie waarmee ze het brullen. De waarheid is dat ze met getier hun persoonlijke onzekerheid en onwetendheid willen verdoezelen. Dat is hun enige drijfveer. Daarom, wees niet boos maar omarm deze eigenzinnige lastposten en koester hen als onaangepaste onruststokers. Het zijn maar angstige hazen zijn die wild in het rond springen omdat het gras te hard aan hun poten kietelt of omdat ze bang zijn van de wolf die hen zou kunnen oppeuzelen. Hoewel ze vaak het tegenovergestelde bereiken van hetgeen ze beogen hebben ze soms toch ongewild een positieve invloed wanneer ze door hun asociaal gedrag en geschreeuw de sociale harmonie en verouderde conventies verstoren. En dat is wel waardevol ook al hebben ze er een niet gewild aandeel in.

Als je je dus afvraagt hoe je straks een doorwinterde en luidruchtige roeptoeter of bullebak (m/v) wordt, hier zijn een paar tips:  

  • Maak je absoluut geen zorgen over je reputatie en focus vooral niet op het probleem maar wel op jezelf en het gelijk dat je meent te hebben. Dat is het enige wat je wil bekomen!
  • Doe het tegenovergestelde van wat je morele kompas je ingeeft. Vraag je absoluut niet af of datgene wat je zegt slim of het beste is want nadenken zal je blikveld verbreden. Dit wil je niet!
  • Gebruik nooit de zin: ‘ik weet het niet of ik heb geen idee, jij hebt altijd een idee’. Lieg en overdrijf zo hard je kan, maar doe het luid zo vermijd je kwetsbaarheid en ontloop je de illusie menselijk te zijn.
  • Gedraag je als een kind. Wees een losgeslagen projectiel of nukkige etter die door zijn constant gemekker het liefst achter het behang geplakt wordt. Hoe meer lawaai, hoe meer ergernis en chaos en dat is je ultieme doel!
  • Vermijd ruimere context en denk klein. Mocht je in de verleiding komen om groot te denken zal men je terecht verdenken van constructiviteit. Hierdoor verlies je de pole-positie van de ergernis.
  • Blijf halsstarrig trouw aan je eigen ideeën en stommiteiten. Modder aan met wat je bezig bent en waarmee je al duizend keer het deksel op de neus kreeg.  Deze activiteit zal je geloofwaardig bullebak-gehalte alleen maar ten goede komen.

Wees dus niet bevreesd voor rare kronkels en gestoorde invalshoeken van je kritische medemens. Hij zal je verdraagzaamheid er alleen maar mee aanscherpen. Hij zal je creativiteit prikkelen om selectief doof te worden en hij zal je huid dikker en veerkrachtiger maken. Na verloop van tijd zal je merken dat je rug en schouders breder geworden zijn. En mocht je het geluk hebben dat er toch geen brulaap in je buurt verscholen zit, geniet dan van de rust vooraleer hij (m/v) ze weer komt verstoren, maar vooral wordt er nooit zelf een want het is een bijzonder lelijk ding!

Held

Net zoals gisteren, eergisteren en de dag voordien kruipt de dag tergend traag voorbij. Door het verplichte kluizenaarschap en sinds ik mezelf tot enige gezelschap veroordeeld heb, lijkt het leven een inhoudsloze bezigheidstherapie waarin onophoudelijk scrollen, slapen, chocolade eten, gapen en peinzen elkaar betekenisloos afwisselen. Al het andere vloeit van mijn lijf zoals water van een vettige pan. Oprechte belangstelling tonen begint zwaar te vallen. Een boek lezen lukt amper nog en met de schermen waar ik er zoveel van heb, worden de uren weggezapt. Ik weet niets meer en ik voel niets meer. Hoe langer ik mijmer, des te harder ik me realiseer hoe beperkt en oppervlakkig mijn leven is wanneer andere mensen er geen rol in hebben. Nu de connectie met hen grotendeels is weggevallen, voelt mijn leven aan als een eentonige monoloog zonder verhaal, zonder diepgang en zonder publiek. Wat loop ik hier te doen?

Hoofdzakelijk uit verveling en tegen beter weten in, kroop ik de afgelopen weken in de huid van superheld van de onnozelheid want dat leek me nog de enige dienstige manier om mijn nutteloosheid te hanteren. Met jolijt en stompzinnigheid probeerde ik tegengas te geven om mijn eigen zwaarmoedigheid en die van anderen een beetje te kalmeren. Maar op dag drieëndertig lijkt die jubel en leute ook stilaan terrein te verliezen op het alomtegenwoordige niets van de leegte. Nu pas valt het me op dat wanneer ik maatschappelijk geen sporen kan achterlaten nog meer dan gewoonlijk vreemde en krankzinnige gedachten opborrelen. Nu ik de tijd heb en de nutteloosheid van mijn 51 jaren optel bij de wispelturigheid van mijn aard en vermenigvuldig met mijn opstandig zelfbeklag en deel door de verwaande pogingen om verschil te maken, ben ik even zinloos als het nietige leven dat ik vandaag onderga. Het oordeel van mijn rekensom wordt negatiever en pathetischer naarmate ik de uitkomst meer aandacht geef.

Ik sus me maar dan maar met de gedachte dat een antiheld soms ook heldhaftig kan zijn al weet ik niet voor wie ik nog held zou moeten spelen en welke opofferingen ik daarvoor nog moet doen nu ik hier in het ijle van mijn scherm staar. Misschien moet ik gewoon genoegen nemen met wat nog overblijft en verder gaan met nietsdoen zo word ik straks misschien toch nog die echte held die ik al gans mijn leven probeer te zijn.

Welterusten, meneer de minister.

Geachte acht ministers van volksgezondheid en welzijn,

Ik denk wel dat jullie het al weten maar ik wil het nog even gezegd hebben zodat jullie er straks in jullie bed nog even kunnen over nadenken.  De afgelopen dagen zijn er 619 bejaarde mensen overleden in de woon- en zorgcentra.  Niet dat jullie al die slachtoffers persoonlijk zullen gekend hebben want dat kan natuurlijk niet maar mocht dat wel het geval zijn, jullie zouden hen wellicht allemaal geapprecieerd hebben. Jullie zouden ze een voor een tot ‘de jouwen’ gerekend hebben omdat het dat soort mensen waren die politici nog blindelings op hun woord geloofden. Dat gaat zo bij die generatie. Tegen jullie moet ik dat niet uitleggen want jullie weten als geen andere hoe dat gaat wanneer jullie hen in het rusthuis in verkiezingstijd de hand gaat schudden. Ik ben zeker dat jullie het gros van de oudjes die de afgelopen dagen moederziel alleen zijn doodgegaan zeker zouden waarderen. Niet alleen omdat ze ouder, grootouder, partner of vriend van iemand waren maar ook omdat ze gans hun leven hun botten afgedraaid hebben en ik maak me sterk dat jullie die babyboomers eindeloos dankbaar zouden zijn voor de belastingen die ze hun hele leven ‘afgedragen’ hebben. Want die generatie zegt dat nog zo, ‘wij hebben toch ook heel ons leven afgedragen om nog een beetje van onze oude dag te kunnen genieten’. Misschien is het veel te cynisch om te stellen dat ouderen wel goed genoeg zijn om tot 67 te werken maar te duur zijn om ze van de juiste zorgen te voorzien wanneer ze het nodig hebben. Maar eerlijk, is het dat niet wat er vandaag gebeurt? Ben ik te bitter of stel ik het te sarcastisch voor wanneer ik zeg dat de ‘gouden generatie’, zoals jullie hen zo vaak bestempelen door jarenlang falend beleid en platte besparingen in de steek gelaten werd? Ben ik te zuur wanneer ik zeg dat het spreadsheetbeleid waarvoor jullie met zijn allen verantwoordelijk zijn niet kon verhinderen dat die sukkelaars bang, alleen en zonder afscheid van hun naasten te kunnen nemen, naar de overkant moesten en dat ze op hun allerlaatste reis mochten vertrekken zonder de budgettaire cijfers al te hard verstoord te hebben?  Diegenen die het land gemaakt hebben tot wat het vandaag is hebben jullie zonder hulpmiddelen en zonder eerlijke kans opgesloten achter het glas van hun rusthuiskamer. Jullie hebben ze gemakkelijks halve en zonder richtlijnen in handen gegeven van een handvol radeloos geworden zorgverleners die niet eens voorzien waren van gepast beschermings- en testmateriaal om hun zorg veilig op te kunnen nemen. Ik ben echt benieuwd in welke bochten jullie zich straks gaan wringen om dit uitgelegd te krijgen. Alvast over de euthanasiekwestie hoeven jullie zich straks als deze crisis bezworen is geen zorgen meer te maken aangezien jullie het grootste gedeelte van die doelgroep al hebben laten stikken, letterlijk en figuurlijk.

Morele blinde vlek

Prediken dat er veel knappe mensen rondlopen die een betere levenswandel hebben dan de mijne, is een open deur intrappen.  Van nature ben ik namelijk liever lui dan moe. Ik mag dus nu niet in de verleiding komen om te verkondigen wie er in deze woelige tijden heilig mag verklaard worden en wie niet. Ik ben het zeker niet want een heilige ben ik nooit geweest en geen kans dat ik het ooit word, daarvoor ben ik veel te tam, te stram en veel te laf. Meestal kom ik niet verder dan een zijlijn om er veilig langs te supporteren of sta ik als kapitein zonder schip, langs de kade ‘awoert’ te brullen wanneer het mis gaat. Toch wringt er vandaag iets in de ziel van deze kakkerlak waardoor hij goesting heeft om heel luid te roepen en heel kwaad te tieren. Natuurlijk weet ik best dat niemand zit te wachten op mijn tirade en hoe ik naar de wereld snurk maar mag ik me vandaag alstublieft eventjes heel hard verbazen? Is het toegestaan om me in de kaak te knijpen zodat ik me met klaarheid van geest kan afvragen hoe verstand precies gemeten wordt en hoeveel je er van nodig hebt om in het bestuur van een land een rol van betekenis te mogen spelen.

Want… Nog vooraleer doden en slachtoffers geteld zijn en alvorens er een inschatting kan gemaakt worden hoe groot de impact van de Corona-crisis precies zal zijn, lanceert Zuhal Demir als minister van overbodigheden of als overbodige minister het idee om burgers met een tweede verblijf aan de kust, van koopbonnen te voorzien.  Om de economie een boost te geven!  Ik heb absoluut niets tegen mensen met twee of drie eigendommen en zeker niet tegen hardwerkende middenstanders maar nog vooraleer de lijken koud zijn, en terwijl de ziekenhuizen nog uitpuilen, acht zij het noodzakelijk om als een soort van Mata Hari van de macht ook eens iets te moeten zeggen.  Ze is per slot van rekening minister, toch?

De leden van haar club die zich ondertussen knus in de Nieuwe Vlaamse Autoriteit, (regering zeg maar) ingenesteld hebben vonden een half jaar geleden nog dat aan de tepels van de vette zeug die zorgsector heet, nog te veel profiteurs konden zogen en dat daarom nog wat vet van het spek kon weggesneden worden. Door echter kapot te besparen op onder andere de zorgsector zitten mensen die er vandaag hun nikkel in afdraaien in een houdgreep waardoor volksgezondheid bijna een schaars goed is geworden. Als ik de opsomming zou maken van mensen die vandaag verschil maken in dit land is mijn lijstje te kort. Zij vragen geen bonussen, zij vragen geen voorkeursbehandelingen of eisen geen privileges. Het enige waar ze zich vandaag zorgen over maken is over het feit of er morgen nog voldoende beschermingsmateriaal voorhanden is om veilig hun werk te kunnen doen. De winkeljuffen, brandweerlui, bejaardenverzorgers, ambulanciers, verplegers, chauffeurs, slagers, bakkers …krijgen van de politiek geen koopbonnen als pasmunt voor een toekomstige stem. Van de burgers in dit land krijgen ze gelukkig wel genoeg witte vlaggen en applaus als waardering omdat zij plichtsbewustheid, solidariteit, verantwoordelijkheid, fierheid en burgerzin wel heel erg waarderen en appreciëren dat zij met een enorm groot hart doen wat een maatschappij hoort te doen, namelijk zorg dragen voor elkaar.

Dus ik stel me opnieuw de vraag. Hoe meet je verstand en is die kennis dan doorslaggevend om er in dit land leiderschap mee te mogen opnemen?

Als ik bovenop de huidige omstandigheden dan ook nog met termen als ‘gezondheidseconmie’ en ‘optimalisatie van gezondheidszorg’ rond de oren geslagen wordt, komt het haar op mijn armen omhoog en kan ik alleen maar vaststellen dat onze ‘economie’ vandaag vol morele blinde vlekken zit, dat ze ethisch bijziend is en verreziend blind wordt.

Quarantaine.

Aan diegene in quarantaine die tijdelijk gebruik maakt van deze kamer,

Weet dat ik erg uitkeek naar je bezoek en dat ik alles in het werk wil stellen om jou tijdelijk, verplicht verblijf hier zo aangenaam mogelijk te maken. Er zijn een paar dingen die je over deze geïmproviseerde spoeddienst dient te weten alvorens je hier je intrek neemt. Ik zou het erg op prijs stellen mocht je deze richtlijnen lezen en zich aan onderstaande afspraken te willen houden.

De grote tv die aan de muur hangt werkt niet.  Jammer genoeg kan je daarom de heruitzending van de Ronde van Vlaanderen van 2015 die zondag wordt uitgezonden dan ook niet live bekijken.  De computer op het bureau echter vervangt de flat screen en doet dienst als tv. Als je deze opstart mag je de boodschap ‘login to pornhub’ negeren. Deze website wordt alleen nog sporadisch door de jongste zoon gebruikt voor zijn artistieke en culturele interesses. Mocht er bij de opstart toch voor onduidelijke redenen een creditcardnummer gevraagd wordt mag je deze boodschap eveneens naast je neerleggen.

Wanneer het in dit huisgezin te druk wordt, trekt de vader van de familie zich ook soms terug in deze kamer. Dan leest hij er de tijdschriften die zich in de onderste lade van het bureau bevinden. Voel je vrij om hetzelfde te doen, tenminste als de bladzijden van de boekjes niet te hard aan elkaar kleven.

Oorspronkelijk behoorde deze de kamer aan de zonen van de familie. Dit merk je aan de goudvis en het konijn. De goudvis is doorgaans vrij rustig tenzij je hem voedert uit het kleine plastiek pakje, groene geperste droogvoer dat zich achteraan in de schuif bevindt. Doe dit niet want dan wordt de vis helemaal onvoorspelbaar. De ene keer gaat hij ervan op zijn rug zwemmen dan weer gaat hij tekeer als onvervalste Michael Phelps en zwemt hij zo snel rondjes dat hij er scheel van gaat kijken en twee dagen slaap nodig heeft om te bekomen.  Het konijn maakt op zich geen lawaai en wordt het liefst gerust gelaten tenzij je ‘s nachts tijd wil doden door in de tijdschriften te lezen. Dan wordt het onrustig en durft het je bemoeiziek aankijken alsof je op dat moment de grootste doodzonde begaat. Je kan dit gedrag negeren of je kan een deken over het hok gooien zodat je niet langer gestoord wordt en je je verder kan concentreren op je lectuur.

De reddingsboei in de vorm van een vrouw die zich in de grote kast bevindt, wordt in de zomer door de dochter gebruikt als speeltje in het zwembad.  Omdat ze de levensgrote vrouwelijke redder steeds zelf opblaast, zal je merken dat er nog een beetje condenswater in het hoofd zit. Gelieve daarom de lucht uit deze redding band niet af te laten, anders zal het plastic verduren waardoor ze volgende zomer niet meer bruikbaar is. Uiteraard staat het je vrij om ter afwisseling van het bed deze boei gebruiken als luchtmatras te gebruiken.

De hond die zich doorgaans onder het bed bevindt zal je niet vaak zien. Hij is van de moeder en is zoals de moeder zelf een beetje neurotisch en onberekenbaar. Soms snuffelt hij aan je kruis.  Als je hem dan negeert of niet genoeg aandacht schenkt, kan het gebeuren dat hij een ongelukje heeft. Gelieve dit op te kuisen met de rol keukenrol en de plastic zakjes die zich in de tweede lade van het bureau bevindt.  

Mochten er zich nog schoenen, kousen, onderbroeken of zakdoeken onder het bed bevinden mag je deze in een grote vuilzak aan de andere kant van de deur plaatsen.

In deze revalidatieruimte worden voorlopig geen lockdown-feestjes gehouden en bezoek is niet toegestaan.  

Wanneer na een tiental dagen de ergste symptomen en de koorts verdwenen zijn en het opnieuw toegestaan is om deze quarantaine te verlaten mag een uitstap naar de badkamer of een trip naar de tuin zeker niet op je planning ontbreken. Daar kan je bijvoorbeeld genieten van het postmodernistisch kunstwerk oorlogsgebied in een tuinkot.  

Spoedig herstel en geniet van uw verblijf.

Het Goede Doel!

“Ik heb getwijfeld over België maar ik nam geen enkel risico. Ik heb getwijfeld over België…”  

De muziek in mijn hoofdtelefoon doet trommelvliezen trillen bij de woorden van deze Nederlandse muziekgroep uit de jaren ’80.  Ze echoën haast profetisch… “Waar kan ik heen? Ik kan niet naar Duitsland. Ik wil niet naar Duitsland daar zijn ze zo streng”.  In zeven strofen bezong Het Goede Doel in 1982 haast voorspellend dat de wereld naar de kloten was. Met een handvol akkoorden zongen ze in uitvergrote clichés over landen van de wereld en over de stereotype kantjes van de mensen die erin wonen.  “In Duitsland zijn ze zo streng, in Cuba te eng.”

Vandaag draait de wereld vierkant en het is opmerkelijk dat elke natie vlucht en zich verschuilt achter eigen opgetrokken grenzen. Elk land plooit terug en dijkt zich in met de clichés en stigma’s die ze al vanouds kenmerken. “Ik kan niet naar China. Ik wil niet naar China, dat is me te druk en wat America betreft, dat land bestaat niet echt.”

Toen al waren er twijfels over België. Mogelijks was de in dubio van Het Goede Doel al even profetisch als terecht want geef toe, België vandaag… is dat niet de wereld in het klein? Of is België dan toch even niet meer het identitaire lappendeken van ogenschijnlijke tegenstellingen dat in stand gehouden wordt door diegenen die er belang bij hebben en garen op spinnen? Is België dan niet langer dat soort mini-Europa waarin elke samenhorigheidsgevoel gefnuikt wordt door politieke constructies waarvan niemand, tenzij een handvol doorwinterde specialisten nog weet hoe het tot stand kwam en welke doelen het heiligt?  Misschien is er een sprankeltje hoop en kan de constructiefout die België is, een labo of proeftuin van Europa worden waarin publieke en sociale belangen opnieuw gewogen worden in minder nationalistische contexten.

Want op het moment dat de wereld die door een virus in scherven uiteen dreigt te vallen, lijkt het te plotseling wel te lukken. Opeens blijkt het niet zo belangrijk dat, omdat het Noorden anders stemt dan het Zuiden, omdat er boven de taalgrens anders gewerkt wordt dan eronder en er een andere taal gesproken wordt, dat er anders gegeten en gevogeld wordt, er zich plots wel een solidaire gemeenschap lijkt te vormen. Is het omdat we vandaag allemaal hetzelfde beest bekampen, we hetzelfde onheilspellende nieuws en lezen we naar dezelfde debatten luisteren? Ik laat het in het midden maar langzaam maar zeker lijken we door samenhorigheid op onze zakdoek terreinwinst te boeken tegenover een gedeelde vijand. Noem me naïef of goedgelovig maar misschien is dat inzicht en die verbroedering in het mini-Europa wel een hoopgevende sprankel die de wereld nodig heeft. Al zal straks, als de crisis helemaal bezworen is, nog moeten blijken of er in België, in Europa en bij uitbreiding in de wereld een nieuwe generatie politici uit het puin zal opduiken die ons kan doen inzien en ons zal zeggen …

De USSSR.  Dat gaat me net te ver… Ik wil niet naar China, dat is me te druk … en wat Amerika betreft, dat land bestaat niet echt!”

Isoleercel

Nu aangezet worden tot nog meer alcohol te drinken omdat de sociale controle wegvalt is of net nu, eerder minderen door te controledrinken omdat de groepsdruk er niet meer is? Wat doe jij? Misschien is het waardevol om nu voor jezelf eens na te gaan welk soort drinker jij bent? Vele mensen vragen mij of ik het nog allemaal onder controle houd. Met dat niet drinken lukt het nog wel maar mijn gedachten ontsporen nog zeker even hard als toen ik nog zoop al hoef ik er niet meer van weg te vluchten. Ik zou ook niet weten waar naartoe…. naar mijn isoleercel misschien?

Nuchter ben ik nog meer dan toen ik nog dronk, een groot vat vol tegenstrijdigheden geworden. Ik verkeer, zo zou een psycholoog me zeggen in continue tweedracht met mezelf. Doorgaans ervaar ik geen fantastisch grote levenslust maar evenmin ontbreekt het me totaal aan een verlangende drang naar het einde. Nu ik opgesloten ben in mijn isoleercel en ik groot mag dromen, flirt ik met de waangedachte ooit een gerespecteerd auteur te worden.  Het valt me op dat ik in alle omstandigheden de aandachtshoer blijf die gezien en gehoord wil worden, bewonderd, gewaardeerd en gerespecteerd, het liefst door iedereen. Zo lang ik het me kan herinneren ben ik namelijk al op zoek naar bevestiging van iemand die mijn worstelingen en roerselen begrijpt, ze sust en ze weg kust.  Maar tegelijkertijd ben ik ook een einzelgänger die leeft als een eenzaat of als kluizenaar en tussen die twee ego’s in balanceer ik op een slappe koord. Soms meng ik me in de drukte, dan weer verberg ik in mijn eigen cocon om mezelf te temmen, om er tot rust te komen maar zeker ook om er mijn gedachten te inspecteren of ze waardevol zijn dan wel belemmerend. Daar en nergens anders heb ik geleerd om alleen op ontdekking te gaan, alleen op pad om nieuwsgierig om te achterhalen wat er zich achter de horizon nog bevindt, naar wat ik nog niet ontdekte en waar ik misschien nog hevig naar verlang zonder dat ik me daar bewust van ben. Achteromzien naar de afgrond waar ik uitgekropen ben, doe ik nog maar zelden, omdat ik daar niets meer kan veranderen maar ook omdat het me niets goeds bijbrengt.

Als het leven doorweegt en pijn doet of wanneer het lastig wordt, zoals vandaag recht ik mijn rug en probeer ik van al dat onheil afstand te nemen. Letterlijk, ik sluit me dan op en vermijd alle contact of ik ga in mijn eentje naar buiten om het denken te stoppen. Op die manier kom ik een beetje los van mezelf en van die dwingende gedachten en oncontroleerbare scenario’s die me onrustig maken.

Ik aanvaard dan wat ik niet kan veranderen en verander ik wat ik kan veranderen al ontgaat me vandaag de wijsheid om tussen deze twee het onderscheid te maken. Morgen is er gelukkig weer een dag dan lukt het me misschien wel, zo niet schrijf ik het nog maar eens op, met andere woorden of met andere gedachten.

Tunnelvisie

Ik beeld me weleens een wereld in zonder mensen en hoe hij er dan zou uitzien? Rustiger zal het zeker zijn daar twijfel ik niet aan.  Dat merkte ik de afgelopen dagen aan straten en pleinen en aan bossen en velden omdat die er door de obligate ophokplicht desolaat en verlaten bijlagen. Nog niet zo heel lang geleden, al lijkt het wel alsof zich dat toen in een ander leven afspeelde, heb ik me dat weleens afgevraagd. Niet dat mijn gedachten op dat eigenste ogenblik aanschouwelijk of concreet waren maar toch liet ik mijn fantasie de vrije loop en vroeg ik me af of het voor de wereld of voor de soorten die er vandaag op leven, dramatisch zou zijn mocht de mens er met één uppercut van moeder natuur vanaf gemept zou worden. Vandaag kan ik me, terwijl ik in mijn gouden kooi opgesloten zit en de vogels me vanuit de tuin toe fluiten, in dezelfde filosofische gedachte opnieuw de vraag stellen of ik van dat idee dan wel bang of eerder kalm en opgelucht moet worden?

Want laat ons wel wezen, van alles wat de aarde te bieden heeft, hebben wij ons tijdens de laatste millennia op recht- of onrechtmatige manier, barbaars eigenaar gemaakt. Bos, dier, plant, vis, lucht, zee en medemens, niets hebben we in onze tirannieke rooftocht ontzien en ongemoeid gelaten. Door onaantastbare verheven activiteiten hebben we ons opgeblazen gelijk een puit en hebben ons onrechtmatig tot Keizer verheven van een rijk dat ons niet toebehoord. Steeds weer zijn we met ogenschijnlijk waterdichte economische wetmatigheden en met verwerpelijke politieke hoogstandjes machtsstrijd aangegaan met de natuur en met elkaar. We hebben ons zo de arrogantie aangemeten en de illusie verschaft architect en bouwheer te mogen zijn van de wereldbol en van alles wat erop leeft.  Als ik dan vandaag, min of meer noodgedwongen, onze nietigheid relativeer stel ik vast dat de mens het enige wezen is dat voortdurend inhaalbewegingen moet doen op de puinhopen die hij achterlaat en dat we daar jaar na jaar met minder succes in slagen. Vermeende leiders die wij ons mandaat verschaffen, denken en handelen nog steeds hoofdzakelijk in macht en in economische belangen. Ze verwaarlozen maatschappelijke samenhang en dragen alleen maar water voor diegenen die ze op hun post en in hun zetel houden. De anderen minachten ze en verwerpen ze als paria’s.

De Trump’s, de Putins en de Johnson’s (om er maar een paar te noemen) van deze wereld blijven wederrechtelijk en op de kap van anderen hopen dat ze door intrest te betalen op het verleden en voorschotten te nemen op de toekomst deze planeet nog groter kunnen maken dan ze al is.

Vandaag geeft Covid-19 ons een les in nederigheid en in karma of in hoe je het ook wil noemen.  Met amper een diameter van een paar nanometer leert het virus ons dat met de natuur niet te sollen valt zelfs niet door verwaande, omhooggevallen gekken die nog steeds overtuigd zijn dat alles op deze kluit te koop of te huur is. 

Laat ons de hoop maar koesteren dat aan deze tunnelvisie die eindigt op een punt straks een einde komt en dat echte trekkers het voortouw nemen om met lessen die we nog moeten nemen en met meer respectvol sociaal globaal beleid de wereld er straks iets anders uit zal zien al ben ik zeker dat we het dan ook weer allemaal samen zullen moeten doen!

Monotoon cirkelgedrag

De ambitie om er te komen ben ik onderweg ergens kwijtgespeeld.  Ik heb mezelf nooit wereldburger gevoeld die de hele wereld nodig heeft om er zijn eigen speeltuin van te maken. Een selfie vlak voor La Sagrada Familia, of vanop de Chinese Muur en een kiekje naast de Taj Mahal hoeven voor mij niet per se om te voelen dat ik leef, al heb ik het natuurlijk ook weleens gedaan. Met mijn eigen kerktoren, met wat er zich er rond afspeelt en met de mensen die er in zijn schaduw rond kuieren heb ik meestal meer dan voldoende leute.  Van het koffieke op het terras van mijn favoriete staminee en van de gasten waarmee ik hem drink word ik door de band genomen al vrolijk genoeg. Al is dat hoogstwaarschijnlijk zo omdat Klaas, die ontegensprekelijk de beste cafébaas van Klein Brabant is, er telkens opnieuw ongevraagd een passend chocolaatje bij serveert. Sociaal connecteren benoemen psychologen dat soort gedrag tegenwoordig met een duur woord al omschrijf ik mijn trage levensstijl liever als zinvol lanterfanten. Om maar te zeggen dat ik simpel leef omdat ik de laatste jaren uiterst simpel in mekaar gepuzzeld ben. Niet dat jullie het zo moeten doen maar mij past dat trage leven net zo gegoten als ingelopen schoenen.

In ons drukke landje werken de meeste Westermensen zich echter dag in dag uit half lam.

Niet precies wetend waarom, draven wij elke dag opnieuw door als trekpaarden met oogkleppen op.  Met een versmald blikveld keren we dan elke dag grond en aarde om in de vore van de akker die we ploegen. Wij worden echter niet langer gemend door boeren die het goed met ons voor hebben of met hun veld. Neen wij worden gestuurd en gedreven door scheve politieke figuren die als vazal en waterdrager fungeren van de beurs en van de koers in een ontspoord en doorgeslagen globaal economisch, financieel systeem. Als we in die mallemolen van de waanzin dan eindelijk een schaars, vrij moment hebben gevonden, trekken we met zijn allen de wijde wereldkloot in. We rijden of vliegen dan naar alle uithoeken van de wereld om in een waardeloze poging daar een beetje dichter bij onszelf te komen. We doen dit vermoedelijk met zijn allen omdat het in ons dagelijks territorium een beetje te hectisch geworden is en omdat we er ons door dat dagelijks monotoon cirkelgang helemaal in hebben weg geprogrammeerd. Door veel te snel door het leven te surfen raken belangrijke en overbodige dingen helemaal door elkaar en worden ze even onvindbaar als twee dezelfde sokken in een overvolle wasmand. Stiekem droomden we jarenlang van minder e-mails, van minder professionele onderdompeling, van minder verplaatsingen, van meer zinvolle tijdsbestedingen van meer rust. Om voor de hand liggende redenen, omdat we dachten dat het zo hoorde, maar vooral omdat er maatschappelijke waarde en belang aan gemeten wordt, lieten we ons met de blik op oneindig en het verstand op nul diep onderdompelen in saaie statistieken, in overbodige rapporten en in nutteloze repetitieve handelingen om op die manier de allesverzengende productiviteit ten dienste te zijn van een economisch model waar een kat haar jongen niet meer in vindt.

Nu en door die afschuwelijke pandemie die als een kapitalistische boemerang in ons gezicht vliegt en waar we middenin zitten en een spoor van onrust, ziekte en chaos over de wereld trekt krijgen we de tijd er gratis bij.  Of, we kunnen ons beklagen en onze kasten opfretten omdat we anderhalve meter uit elkaars buurt moeten blijven en dat nog wel een tijdje zo zal zijn of we kunnen dromen over zaken die waardevol en essentieel zijn of zullen worden. Want de vrijheid om groot te dromen mogen we ons niet laten afnemen. Die ongebondenheid mogen we nooit loslaten en in tussentijd moeten we hopen dat dat dit alles snel voorbij is zodat de deuren weer open kunnen en grenzen kunnen overschrijden om mensen bij elkaar te brengen. Desnoods rond de kerktoren met een koffieke op een terras al mag het dan misschien wel iets uitbundiger.

De wereld draait door.

De laatste paar dagen plaatste ik dat medium hier vol onzin en onnozelheden. Ik deed dit niet om mezelf interessant te maken, om het virus te minachten, het te minimaliseren of om te lollen met risicogroepen of hulpverleners. Neen, ik deed het alleen maar in een luchtige poging om even een geforceerde glimlach op je lippen te brengen of om je hem te laten onderdrukken omdat het grapje “wat op het randje” was zodat je je even aan iets anders kon ergeren dan aan het Coronavirus. Maar ik deed het ook omdat ik weet wat het betekent om een tijdje van de wereld geïsoleerd te zijn of om 24/24 op elkaars lip te zitten. Vrolijk word je daar niet van. Helemaal alleen zijn of beperkt zijn in je persoonlijke bewegingsvrijheid … Dat doet iets met de mens. Sommige tenen worden dan snel te lang voor de schoenen waar ze in moeten. Andere mensen raken gedeprimeerd of worden opstandig als de lont kort te wordt, andere dan weer reageren angstig of overdreven emotioneel. Persoonlijk heb ik last van al die dingen. dus puur uit zelfbescherming heb ik mezelf gisteren uitgeschreven uit de meeste Whatsapp- en Messengergroepen en probeer ik overvloedige nieuws te vermijden. Ik deed dat niet omdat ik de mensen die erin zitten niet graag zie maar wel omdat berichten die ze erin dropten met het uur onheilspellender en dramatischer werden en ik er impulsief of emotioneel begon te op te reageren. Velen onder ons hebben de neiging om dingen die we weten, vermoeden of uit tweede of derde hand vernomen hebben op te blazen of er een eigen draai aan te geven en ze er erger willen doen laten uitzien waardoor straks de hemel zeker op onze kop valt. Ook ben ik er me heel bewust van dat ik, buiten binnen blijven, mensen vermijden en handen te wassen NIETS kan doen om het virus weg te jagen. Gisteren stelde ik mezelf de vraag of ik er beter van word te weten dat er in Italië -tig nieuwe besmettingen en -tig verse doden zijn te betreuren en dat Nieuw-Zeeland slechts één patiënt telt. Ik stelde me in dezelfde reflex de vraag of die overvloed aan (des)informatie een helende of belemmerende invloed had. Ik kwam erachter dat ik er niks mee kon aanvangen behalve te vervallen in doemscenario’s die te erg of niet erg genoeg zijn. Als ik zo verder zou doen zou ik mezelf gek maken waardoor het risico reëel wordt dat de symptomen van die onrust door over-informatie en stemmingmakerij nog erger worden dan die van virus waartegen we ons trachten te beschermen.

GDus a.u.b. verpreid geen onzin. Maak elkaar niet gek… laat mij dat maar proberen met mijn stomme lolletjes…..

En verder blijf binnen, was je handen, vermijd mensen, laat nog iets in de rekken liggen voor diegenen die na jou komen winkelen en … a.u.b. doe normaal…..De wereld draait al zot genoeg!

Kleine flieter.

Bescheidenheid siert de man.’ ….. Deze boutade, uitgesproken door een man, mezelf in dit geval, onderstreept het gegeven dat wij venten van deze eigenschap maar weinig kaas hebben gegeten, laat staan dat wij ootmoedigheid of pieterigheid met enige geloofwaardigheid zouden kunnen overbrengen mochten we er dan al bezit van hebben. Wie anders dan een vals-bescheiden man, mezelf dus, zou anders mogen beweren dat nederigheid en bescheidenheid een man mooier maakt? Ik, een oude, ingezakte, papperige, bescheiden vent misschien? Bescheidenheid, al dan niet valse, is dan ook ontegensprekenlijk het nieuwe macho want geloof me, als ik U zeg dat wanneer venten zich tegenover vrouwen onderdanig, inschikkelijk, meegaand of ogenschijnlijk onbelangrijk opstellen… vrouw houdt U vast aan de takken van de bomen en ‘boerin, let op uw kiekes’. Vele breedgeschouderde of felbehaarde lotgenoten zullen me dit boetesacrament en deze publiekelijke schuldbelijdenis niet in dank afnemen, integendeel, ze zullen me scheldwoorden zoals stielbederever, sukkel of zacht eitje naar het hoofd slingeren. Dat deert niet omdat ik me dan op mijn beurt met deze publiekelijke scheldtirades sympathiek maak bij het doelpubliek dat ik vandaag met deze pennentrek voor ogen heb, namelijk jij rondborstige schoonheid. Bescheiden als ik ben, hoop ik dan ook dat dit stukje proza net zo viraal zal gaan als COVID 19 en dat dezelfde draconische maatregelen zullen getroffen worden om te voorkomen dat dit irritante schriftelijke virus zich over landsgrenzen zal verspreiden om daar niet-besmette mannen met een te kleine flieter te infecteren. Dat dit tekstje zich net op internationale vrouwendag ontvouwde is geheel toevallig maar doet geen afbreuk aan het feit dat jullie, vrouwelijke nazaten van Eva, eigenlijk elke dag oprechte aandacht-zonder-bijbedoelingen zouden moeten verdienen, zeker ook van baardapen en brulsnottebellen die zich voor god weet welke reden denken beter te mogen voelen dan jullie of pretenderen dat ze het meer voor het zeggen mogen hebben dan jullie. En dan heb ik het nog niet eens over de maatpaksnullen die zich het op-niets-beruste-recht toe-eigenden om te denken dat ze meer centen voor hetzelfde werk mogen verdienen dan jullie. Maar dat zal nooit of te nimmer gebeuren omdat mannen met een veel te kleine flieter dan eindelijk moeten durven inzien en toegeven dat ze getroffen zijn door het vals-bescheidenheids-virus maar voor die consessie zijn hun ballen vooralsnog veel te klein en hun ego’s veel te groot.

Dode letters, springlevend.

Koortsachtig leest hij bladzijden die op het ogenblik dat ze geschreven werden niet voor zijn ogen bestemd konden zijn. Nu hij zelf de leeftijd bereikt heeft en de woorden die twintig jaar geleden getrouw en gewetensvol werden neer-gekribbeld beter kan plaatsen, leest hij ze ongedurig maar zorgvuldig. De feiten die beschreven zijn, herkent hij omdat hij er zelf leidend voorwerp van is. De letters schuiven als een sneltrein voorbij en tonen beelden die hij lang uit zijn herinnering geband heeft. Hij alleen kent de echte reden waarom hij heil zoekt in krabbels die destijds zo zorgvuldig werden opgetekend door een pen die hij maar al te goed kent. De zinnen die hij nu leest zijn ooit geschreven met een griffel die diepe krassen kon zetten en onthullen eindelijk hun geheimen die gekwelde herinneringen bevestigen. Maanden geleden had hij alle hoop opgegeven om dit boekje ooit terug te vinden omdat het niet in de doos van de andere dagboeken was weggeborgen, wellicht omdat de schrijver ervan er zelf af en toe nog eens herinneringen in ophaalde.  Vandaag heeft hij het in handen. Het manuscript ziet er nog identiek uit als toen het destijds dagelijks op de keukentafel rondslingerde en wachtte tot hersensroerselen erin vereeuwigd werden. Het ietwat kinderlijke handschrift met grote krullen laat geen groots literair talent vermoeden maar de geschreven beelden doen dat eens te meer en ontsluieren hun herinneringen die op dezelfde manier zijn neergeschreven als dat ze in zijn gedachten ronddwalen. Dezelfde emotie, identiek verdriet en gelijkaardige machteloosheid lijken gekopieerd, alsof lezer en schrijver één-en dezelfde persoon zijn, maar dat is niet het geval. De schrijver ervan was mijn vader en de lezer ben ik en het verhaal is geschiedenis…