Gisteren en morgen in vandaag.

IMG_1109

Als ik eens…
Had ik maar..
Wanneer ik later…

Vaak begint terugblikken op wat voorbij is of vooruitkijken naar wat nog moet komen met deze oncontroleerbare gedachten. Had ik maar… Wat als?

In die gedachtenwereld glijd ik dan soms weemoedig of vervuld van spijt, vol zelfbeklag af in scripts van mijn oude films. In zwart witt prenten vol romantische scenes en spannende verhaallijnen word ik mee genomen met oude bekende figuranten. De acteurs zeggen of doen steeds verkeerde dingen, want zo gaat dat in zwart-wit films maar op het einde komt altijd alles goed. Af en toe krijg ik de hoofdrol of figureer ik op de achtergrond, onbelangijk.
Op die nachtelijke hersenwandelingen dwaal ik dan af in een geschiedenis die ik wil herschrijven. Ik zou dan liefst het draaiboek van het filmscript veranderen terwijl die al in de zaal wordt gedraaid.

Scene 8: “Jan doet stomiteiten. 23 jaar” / take 7. CUT!

Wanneer ik mezelf dan niet eens vastrijd in een voltooid, verleden geschiedenis zit ik wel strop in onrealistisch veel te ambitieuze toekomstplannen.
In mijn, als-ik-straks-euromilions-win-scenario haal ik dan mezelf scherp voor de geest. Ergens dichtbij een hagelwit strand, dobberend op een bootje. Vislijn of hangmat binnen handbereik. Jij loopt of hangt daar ook wel ergens rond slurpend aan fris drankje, bloemenkrans rond je nek.

Deed ik het allemaal wel een beetje goed of juist?
Zat er niet meer in? Had ik niet beter dit …. of zal ik later, als ik een beetje groter en wijzer ben niet beter?

Vandaag, 20, 30 of 40 jaar later, net ontwaakt uit mijn romantische-zielen-droom en neer gedaald tot de realiteit van de dag, ken ik sommige antwoorden wel al beetje maar vraag ik me af of de vragen er nog wel toe doen?
Laat je een herstelde achilleshiel niet best ongeroerd wanneer hij eens pijnlijk opspeelt als het weer verandert. Als er onweer voorspeld wordt.

Ben ik er wel gebaat mee alle antwoorden te kennen?
Zou ik dan? Zouden we dan? Zal ik dan op een andere manier… ?

En dan bedenk ik me dat afdwalen in mijn gedachten me maar afleidt van waar het moet over gaan en dat is vandaag. Nu. Het moment. Nu is het te doen.
Ik speel wel met de kaarten die me zijn toebedeeld. Abondance of miserie op tafel. En als er niemand vraagt, ga ik wel alleen… voor 5, de overslag meegenomen.

De geschiedenis is geschreven en verandert niet meer tenzij in slechte amerikaanse jaren 80-films met Marty Mcfly en Doc Brown.  De toekomst? Dat zien we nog wel.
Maar wacht, als ik morgen de lotto win. Als ik straks in pensioen ben…of als ik later wanneer ik eindelijk groot ben … dan…   dan misschien?
Je zal wel zien….

Op je gemak met een leugen of gekwetst door de waarheid?

18839412_10158763873430191_6298620339056851423_o

Sprak ik dan wel altijd de waarheid?

Wanneer die vraag juist bij mij aanklopte deze week, weet ik niet meer precies. Ik kan me ook niet voor de geest halen welk feit of gebeurtenis de aanleiding is geweest voor dit hoofdwerk.

Was ik er maandagnacht, tijdens die nachtelijke hersenwandeling al mee bezig?

Toen ik pufferig, bezweet wat verkoeling probeerde te vinden onder de lichtjes-sterrenhemel?

Toen ik bedacht dat ik mijn dochter, eerder op de dag, zonder enig resultaat overigens, had proberen overtuigen dat ik echt maar 3 bollekes mokka-ijs had genomen waardoor zij het moest stellen met het resterende wat saaiere vanille-ijs.

Ik had me, het aantal-bollen-vraagstuk vakkundig omzeilend, gemakkelijk autoritair van af gemaakt door te zeggen:

“Doe er maar wat chocoladesaus en wat van die zoete dip-bollekes over of neem er een galetteke bij”.

Alsof ze dan niet zou denken dat ik die liter mokka crème had opgelepeld?

Of was het misschien woensdag geweest? Toen ik ogenschijnlijk geïnteresseerd “goed, goed”:  prevelde terwijl ik, eerlijk gezegd, de vraag niet eens had gehoord omdat al mijn aandacht werd opgeëist door een uitgesponnen flirterige internetbabbel met veel te aantrekkelijk vrouwvolk.

In haar plaats zou ik wellicht gedacht en gezegd hebben:

Stel me niet op mijn gemak met een leugen maar kwets me maar met de waarheid”.

Maar dat deed ze niet. Wellicht, omdat ze weet dat ik altijd wel wat rondhang en loop aanzeulen met aantrekkelijke internetvrouwen die mijn veel te goedkope aandacht mogen opeisen omdat ik me dan even doctor Phil of Oprah Winfrey kan wanen.

Het zou ook die alles onthullende bekentenis kunnen zijn van dinsdagavond. Toen een van mijn praatgroep-kompanen in een niets-verhullende getuigenis zijn zware rugzak leeg kieperde en zo zijn zwartste kweldemonen liet ontsnappen waardoor er weer wat ruimte vrijkwam op zijn drukke hersenspeelplaats.

En dan hoor ik mezelf nog op eigenwijze en moraliserende toon berispen:

“Het is veel beter om eerlijk onder ogen te zien dat je het zelf niet altijd bent dan te zeggen nooit te liegen en je zelf wijs te maken dat je altijd de waarheid spreekt.”  

Ze moesten daar eens weten…

Dus sus ik mezelf maar wat en geef ik me ook maar een bemoederend schouderklopje. Een speekmedaille, omdat ik denk dat als ik al begin te twijfelen aan mijn eigen eerlijke oprechtheid ik mogelijks toch al op het juiste spoor zit om straks mijn eigen rugzak wat lichter te kunnen maken.

Humo in een plastieken papierke.

IMG_1744

Vorige week, op de kermis zei hij compleet uit de context van het gesprek dat aan de gang was: “Ik zag net dat je weer een Hersenspinseltje geschreven hebt. Ik heb het nog niet gelezen. Dat doe ik straks of morgenvroeg zeker wel maar het maakt me nu al blij, curieus en een beetje opgewonden. Een beetje zoals een nieuwe Humo die nog verpakt zit in het plastieken papiertje.”

Het onverwachte compliment over mijn nieuwste A4tje voelde net zo aan als de schouderklopjes die ik ooit kreeg. In een vorig leven. Toen de late winninggoal beslissend bleek voor promotie naar de hoogste afdeling.
Ik kan het beeld en de emotie nog scherp terughalen.
Trots, euforisch maar ook bescheiden relativerend. Want die laatste pass, die me oog in oog zette met de doelman was minstens zo bepalend geweest voor het eindresultaat als het doelpunt zelf.
Alleen fanatieke supporters zien dat niet zo. Zij zien alleen het eindresultaat. 5 seconden voor het laatste fluitsignaal. Bam …22-23, winningoal van ondergetekende. “We are the champions, my friend… ”
Ik word de “lokale wereldfaam” nog steeds intens gewaar als ik terug peins aan die eerste overwinning met gevolgen. Een eerste moment-de-gloire. Voor de eerste keer een steentje verlegd in de handbalbeek die de stroom ervan een beetje had omgebogen.

Die vergelijking met Humo bracht ook veel terug.
Zo lang ik het me kan herinneren viel die elke dinsdagmorgen trouw in de brievenbus. Kort nadien werd aan de ontbijttafel dan een gevecht gevoerd voor een eerste glimp van de laatste Cowboy Henk. Net zo lang tot ons vader het blad streng aan de kant legde zodat wij ons met lange tanden konden concentreren op een te hard gebakken zwarte pens met appelmoes. “Appelspijs met stukjes ” zei hij toen, al herinner ik me die toch eerder als gestoofde klokhuizen van te zure appels met bruine plekken.
Was het omdat ons ma die er week na week in lukte om dat aartsmoeilijke kruiswoordraadsel volledig op te lossen? Of was het omdat de paragraaf onkuisheid in de 7 hoofdzonden van bekende Vlamingen, me het elke week opnieuw inwreef dat ik eigenlijk een dikke seut was.
De gramschap, traagheid, gulzigheid, onkuisheid, en woede waren altijd pijnlijk herkenbaar.

Alleen van “Invidia” afgunst, nijd of jaloezie bleef ik gespaard.

Want jaloezie …. Dat is een compliment of een cadeautje dat verpakt zit in een een heel vies papiertje.
Helemaal anders dus dan een Humo in een doorschijnend papieren plastiekske.

Doe 5 minuten normaal

IMG_1737

Heeft vriendschap een reden? Een oorzaak en een doel?

Is ze heel tijdelijk en van korte duur of net blijvend en langerekt? Onvoorwaardelijk eerlijk dat ik er alles aan kwijt kan, zelfs al ben ik niet altijd trots op wat ik haar toe vertrouw? Of eerder doelmatig bewust en planmatig omdat ze me op de een of andere manier op dat moment van dienst kan zijn?
Voor eeuwig of voor lang?  Of loopt ze gewoon maar heel even mee? Even op hetzelfde pad omdat er net dat moment iets gemeenschappelijk is dat de genegenheid onderhoudt?
En neigt dat niet naar gebruikersvriendschap of hoeft dat niet noodzakelijk zo?

Als de aandachtsbalans niet altijd in evenwicht hangt, stel ik me tijdens zo’n mijmering wel eens de vraag of wat ik te bieden heb wel genoeg is om de band te onderhouden? Verslapt mijn aandacht en interesse niet te snel als er niet genoeg voor mij inzit. Of haak ik net langzaam af als ik denk te veel te geven voor wat ik er voor terug krijg?

Heeft vriendschap dan een periodieke revisie nodig? Een soort jaarlijks groot onderhoud om te zien of alle onderdelen nog wel op elkaar zijn afgestemd? Of hoeft dat niet? Mag de motor al eens sputteren. De kar voor een tijdje op stal?

En dan bedenk ik en dan weet ik….
Hen hoef ik niet dagelijks te zien of te horen om te weten of het goed en juist zit. Ze zijn er en zullen er zijn ook al heb ik geen benul waar ze op dit ogenblik mee bezig zijn. Een onverwachte ontmoeting of gepland bezoek behoeft geen aftastende introductie, gebruiksaanwijzing of leidraad. Ik verloor hun laatste brief en adres maar heb hun nummer nog …ergens nog op een bierkaartje.
Bij hen mag ik gewoon mijn onozele zelf zijn. Dat is gepermiteerd en normaal. Het dagelijkse mombakkens mag dan af want zij weten beter wie ik bent en waar ik voor sta. Soms beangstigend beter dan ikzelf.
Mocht ik me tegenover hen proberen beter of anders voor te doen dan ik ben, val ik onvoorwaardelijk door de mand. Ze zouden zeggen.. “Janneke doe eens 5 minuten normaal, je bent tegen mij bezig.”

Echte vrienden wordt wel eens gezegd kan je op één hand tellen en ik denk dat dat waar is. Sommigen ken ik een eeuwigheid, wonen achter de hoek anderen ken ik veel te kort en wonen langs de andere kant van de wereld waar nog Indianen huizen.

Maar bij hen hoef ik dan niet weg te mijmeren of weg te zakken in andwoordloze vragen dat is niet nodig want ze verwachten dat niet. Ze weten wel beter want zij kennen mij… soms beangstigend beter dan ikzelf en ze zeggen dan soms…

“Doe maar 5 minuten normaal, je bent tegen mij bezig”

Hautain…

 

truthcannon_verwaande_ongefilterde_humor_klembord-rad4d7f57dc5e4af78d5c97d78ef7411c_inck9_8byvr_324

Ja ik ben onzeker…

Beter… ik ben heel onzeker!

Erger …  ik snap er eigenlijk niks van!

Nog steeds niet.

Ik versta er het meeste van de tijd geen jota van. Het leven?

En dan zie ik me spartelen als een vis op het droge, happend naar wat houvast.

Je zou de illusie kunnen hebben dat wanneer ik me dan weer eens ogenschijnlijk gedecideerd, grof gebekt uitlaat en fors, kordaat standpunt inneem ik het allemaal wel weet.

Het is niet omdat ik “zwaarwoordig” probeer uit te pakken om je te imponeren dat ik niet onzeker zou zijn en dat ik de wijsheid in pacht zou hebben.

Het tegendeel is eerder waar.

Het is net omdat ik steeds de oorzaak zoek bij jou en volmondig commentaar geef over de manier waarop jij naar de dingen kijkt. Of beschimpend en neerbuigend ben over hoe jij je uitlaat dat ik mijn “niet weten hoe..”, leep probeer te maskeren.

Het is net omdat ik je, luid mijn stem verheffend probeer te overtreffen ik het juist niet over mijn kleine kantjes moet hebben.

Als ik je overtroef, moet ik niet in mijn kaarten laten kijken en kan ik me veilig verschuilen achter lange, dure woorden tirades zodat jij wel moet denken dat ik het allemaal wel wat beter zal weten.

Waarom?

Omdat ik dan de illusie even hoog kan houden.

En zo hoop dat je denkt dat ik sterker, slimmer, sluwer of bijdehandser ben dan jij maar eigenlijk ben ik onzekerder, banger en dommer dan jij omdat jij wel durft toegeven dat je het allemaal nog niet zo goed snapt.

Verdwaalde oude snaak

38697289_l-1200x480

… Als hij nog eens een goede dag heeft zegt hij op een manier zoals alleen hij dat kan:

 “ik denk dat ik al vergeten ben wat ik ben vergeten.”

… Het overgrote deel van de tijd dwaalt hij rond in verre gedachten en schudt hij de tijdzones van zijn leven door elkaar en maakt er een vreemde cocktail van.

 

“Hoe is’t met Nele?”

“Goed vader.. goed, met Nele is alles goed.”

… Meestal geen besef, notie of aandacht voor wat allemaal rond hem heen gebeurt. Maar soms even plots als onverwacht komt er een  scherp detail.  Over veel vroeger, alsof hij ons voor de gek houdt.  Dat zal ook wel. Hem kennende.

 

“Hoe is’t met Nele?”

 

… Hij mengt dromen, gedachten en herinneringen en zet ze meestal in de verkeerde volgorde. De inval van de Duitsers bij de opkomst van de kleuren televisie. De landing op de maan bij de bankencrisis van ’38. En dan wordt hij plotseling heel zenuwachtig omdat hij te laat gaat komen op zijn werk. ”

 

“Ik heb 45 jaar gewerkt en ik ben geen enkele dag te laat geweest en ik ben dat vandaag ook niet van plan…”

“Hoe is’t met Nele?”

“Goed,goed Vader met Nele is alles goed.”

 

… Dikwijls staart hij ogenschijnlijk emotieloos voor zich uit zoals een koe kijkt naar een voorbijrijdende trein. Maar als hij dan een paasei of taartje krijgt verschijnt die kinderlijke alles ontwapenende glimlach die de wereldvrede een handje zou kunnen toesteken.

 

“Waar is onze Jan?  Waar is ons ma? En Hoe is’t met Nele?”

“Goed, goed vader met Nele is alles goed.”

 

 

87 jaar vandaag deze oude snaak…

Ergens verdwaald in tijdzones…

de essentie vergeten…

zinloze details van veel vroeger scherp gezet…

met rustige vastheid verder dobberen…

op zijn gemakske…

Doe maar rustig verder… oude snaak…

gelukkige verjaardag pa.

Capture

Chanel Allure op een aap?

hqdefault

 

“Vind je een baard mooi?”

Had je deze vraag 10 jaar geleden gesteld aan de baardige Hipsters die vandaag trimmend en knippend hun dag beginnen, had de steekproef wellicht een ander statistisch resultaat vertoond dan vandaag.

Heden ten dage laat elke zichzelf aux-sérieux-nemende hipster zijn weelderige aangezichtsbeharing staan. Of hij deed het al of hij overweegt het.  Zelfs al is het eindresultaat soms bespottelijk lelijk.

Hoewel het laten staan van gezichtshaar volgens mij eerder een krampachtige poging is om stoer, agressief of dominant over te komen, doen weelderig ontspoorde knevels mij toch eerder denken aan primaten in al hun soorten. Misschien schuilt er in elke stoer overkomende baardaap wel een bange en onzekere Hipster die op zoek is naar zelfvertrouwen en bevestiging? Wie zal het zeggen?

Maar dat massahaar er is, is ontegensprekelijk een feit al is dat er allemaal natuurlijk niet vanzelf gekomen.

Zelf heb ik geen snor, sik of stoppel en heb ik niet de pretentie baarden laagdunkend te bekijken.  Evenmin wil ik de illusie wekken dat elke baardrager een bange wezel is die zoekende is naar zelfbevestiging.

Neen, ik neem me graag zelf als schietschijf.  Als ik s’ morgens voor de spiegel sta en mezelf voor dezelfde reden als waarom de baardman zijn haartjes trimt en knipt, weer spiegelglad scheer en me vervolgens bestuif met Chanel Allure is dit zeker ook geen toonbeeld van durf, zelfvertrouwen en zelfzekerheid.

Sterker nog, als ik dan een paar minuten later mijn haar minutieus in een net-uit-mij-bed-look kneed, zal dit wellicht evenzeer als plat, meegaand, met-de-hoop-mee kunnen bestempeld worden.

En dan kan ik niet anders dan me recht in mijn spiegelbeeld aan te kijken, om me de vraag te stellen of ik wel  bewust kies voor dat geurtje.  Of ik dat hemdje zelf wel leuk vind? Of die look? En of ik me die “keuzes” niet onbewust heb laten aanpraten door de wereld rondom mij. Om er bij te horen of om deel uit te maken van de kudde.

In de zoektocht naar mezelf en in gesprekken met specialisten wordt me dan op het hart gedrukt “mezelf te zijn”. Authentiek. Maar wat betekent dat dan precies, jezelf zijn?  En klopt het wel?

Want, of we nu knippen, trimmen, scheren, smeren of alles laten staan.  Hoeveel tijd en moeite we ook steken in het opsmukken van ons omhulsel, je bent zelf toch de enige die het resultaat nooit te zien zal krijgen. Tenzij in de spiegel. Maar is het beeld dat terugkijkt dan wel betrouwbaar? Wetende dat in het spiegelbeeld van mijn vrouw de linkerborst lager hangt dan de rechter, terwijl me dat in een face-to-borsten-gesprek, nog nooit was opgevallen.

Op dezelfde manier zou ik mijn karakter kunnen analyseren en relativeren.  Of ik zou die ene negatieve eigenschap kunnen uitvergroten tot een mega wereldprobleem.  Ik zou mijn doen en laten op dezelfde manier kunnen inspecteren als waarom ik me dagelijks benevel met Chanel Allure. Om op die manier, laagje per laagje afgepeld, tot de meest authentieke versie van  mezelf te komen.

Maar zou ik daar vrolijk van worden? Zou me dat vooruit helpen?  Of zou ik me met mijn pas ontdekte, excentrieke, authenticiteit niet net helemaal isoleren?

En dan bedenk ik maar…

Ik ben goed zoals ik ben.  Het beeld al dan niet een beetje ingekleurd door een reclamespot of een trend die ik 10 jaar geleden bespottelijk zou hebben gevonden.

Laat mij maar gewoon blijven wie ik ben.  Al dan niet met de illusie dat ik  met Chanel Allure op, er voor eventjes net zo uitzie als die bruin gebrande Italiaanse Adonis uit het reclamefilmpje.

Al wil dat nog niet zeggen dat als die Chanel -Man volgende keer met baard op die boot verschijnt ik  niet een ander geurtje zal kiezen om mijn broos en onzeker ego op te krikken, want met baard lijkt het toch maar een primaat?

 

 

M&M’s op het Paaseiland

IMG_1650

Gaat de wereld ten onder aan hebzucht, egoïsme en expansiedrang?”.

“Is veel nog wel genoeg?”

Ik sta er soms wel eens even bij stil. Bijvoorbeeld op een troosteloze zaternamiddag zoals vandaag wanneer ik doelloos naar het plafond staar. Een grote kom met kleurrijke paaseieren binnen handbereik.
Ik vraag me dan af of de immoraliteit van onverzadigbaar verlangen naar meer, of de absolute gulzigheid om alles voor ons zelf te willen niet meer en meer ingebed is in ons dagelijks Westers denken, doen en laten?
Kan dit gedrag dan verklaard worden door een soort van zelfbescherming tegen de onzekerheden van de toekomst? Als een soort van extreme uiting van overlevingsdrang waarbij we we ons dan onbewust afvragen of we überhaupt wel kunnen overleven als de anderen alles overdreven voor zich zelf houden. Als dit zo is wordt op die manier de hebzucht van een andere dan niet de grootste beperking van onszelf?
Zal er wel genoeg zijn?
In het geval van mijn slinkende hoeveelheid paaseieren ben ik allszins niet overtuigd van het tegendeel ! Ik pleit schuldig met voorbedachte rade.

Avarita of zonde van de mateloosheid! Het is des mensen en van alle tijden.

De Rapa Nui in de Stille Zuidzee, net voor de kust van Chili hadden er 1300 jaar
geleden al een vlaag van.
Toen, volgens de overlevering 2 families per kano voor de eerste keer voet aan wal zetten op het eiland, was dat weelderig begroeid met een ogenschijnlijk onuitputtelijke fauna en flora. Naar planten exotische vruchten en overvloedige zaden en bessen moest niet gezocht worden. In dat luilekkerland vlogen de gebraden kippen zomaar in de open monden.
Enige decenia later was het bevolkingsaantal op het Paaseiland toegenomen tot ongeveer 10000 zielen en werd alles net iets schaarser. Om aan de expansiedrang en grootheidswaanzin te voldoen werd het eiland vol stenen bouwwerken gezet en werd het helemaal kaal geplukt tot er geen boom meer restte om de afzichtelijke stenen koppen mee te transporteren. De beschaving ging in zijn onverdroten, hebzuchtig streven naar meer, hoger en groter, door hongersnood en kanibalisme nagenoeg helemaal ten onder.
En dan vraag ik me met een lege kom, zonder paaseieren, bezorgd af of het drama van het Paaseilend niet het voorprogramma was van een groter spectakel waarbij de wereldijskast smelt, de bomen verdwijnen en onze katchou botten niet langer zullen volstaan om onze voeten droog te houden.
Ik weet het niet maar gelukkig heb ik nog 2 grote zakken M&M’s. Voor vandaag heb ik nog net genoeg!

Bakvissen van 16 jaar.

Juli 1986. 16 jaar en 21 dagen lang alleen op weg, overgeleverd aan de brandende Portugese zon van Villafranca de Xira of all places.
Decor: Een internationaal handbaltoernooi voor u19. Een geïmproviseerde camping rond een immens openluchtzwembad. 2 duiktorens, ongevaarlijk hoog maar hoog en gevaarlijk genoeg om er met een bruin gebakken 16 jarig sportlijf, vrouwelijk blonde onschuld mee te imponeren. Sport en de eerste plaats. Dat was de ambitie. Op zijn minst. Dat was het doel. Daarvoor hadden we toch 36 uur lang opeen gepakt als een sardinne, op een bloedhete muffe bus gezeten.
Alle pubers van de wereld verzameld op een zakdoek rond een zwembad.
Tussen de handballijnen werden internationale oorlogen bevochten. S’ avonds werd onder de sterren tijdens kampvuren, op bonte openluchtfuiven of in groezelig gezellige restaurantjes vredesverdragen afgekondigd. Wereldpubers broederlijk verenigd. Behalve met den Duits want die bleven s’avonds ook nog fanatiek ambitieus, alleen afgezonderd met hun Sturm und Drang.
De Deense Vikings waren ook tot in Villafranca uitgezwermd en kwamen ongevaarlijk gewapend met koele carlsberg en” Lessons in Love van Level 42″ harten plunderen van nietsvermoedende Vlaamse bakvissen.
Als ik er nu op terugblik denk ik niet dat ik heel veel weerstand vertoonde op die houten dansvloer. Ik liet me makkelijk weerloos overmeesteren door ontwapende Deense kalververliefdheid.
De finale haalden we niet hoewel ik zeker wel al mijn handbalmachostreken uit de kast zal gehaald hebben om indruk te maken op mijn Lagartha Lobrok. Als ik het me goed voor de geest haal moeten we dat jaar ergens gestrand zijn op de derde plaats, maar dat was toen al niet meer van levensbelang. De Deense schone was dat toen zeker wel.

Dreams that we were building fade like footprints in the sand

De zomer sloop voorbij daar aan dat Portugese zwembad met de duiktorens, koele carlsberg en Level 42 en sterretjes aan een kampvuur.
Die zomer van 86 ik zou er altijd met een hele grote smile op terugblikken want een eerste zomerlief vergeet je toch niet.

33 jaar later. Als zolders van oude huizen worden opgekuist en kistjes met vergrijsde foto’s en briefjes gevonden of gezocht worden lees je na een paar muisklicks op google en facebook… “Yes I remember you clearly…” En heel even worden oude koeien en morantische herinneringen opgeturfd en fotootjes gedeeld. Weg dromend alsof het gisteren was.
Toen bleek ik ook al heel jong iemands “favorite” geweest te zijn maar ook een hartenbreker voor eventjes.

Lessons in Love…
Na de zomer van 86 zouden er nog veel volgen. Ik kan er ondertussen in doctoreren met permanent 2e zit.

Een fonkelend pretlichtje of een vochtige blik

verwachting

“Eerst een peinzende frons of een diep uitgegroefde denkrimpel dan pas een fonkelend pretlichtje of een vochtig trieste blik.”

Waarom verdwaal ik toch steeds in mijn lange, diepe geesteswandelingen?

Zetten ze me op weg zetten om juister, concreter doel te bepalen of houden ze me gevangen achter tralies van uitgesponnen toekomstige scenario’s die nooit zullen plaats vinden?

Remmen verwachtingen niet af en verengen ze de blik niet omdat ik dan net alleen maar door die bril kijk die me toont wat ik wil zien? De beelden beperkt door op voorhand ingekleurde gedachten. Al dan niet binnen de lijntjes?

En dan switch ik even snel naar het andere uiterste want in mijn zelf vervullende voorspelling zal straks precies uitkomen wat ik nu in gedachten heb. De toekomstige realiteit maakbaar gemaakt. Of niet?  Op hoop van zege.

En dan kan ik maar besluiten dat ik vandaag niet uit dit dilemma zal raken …

Wat ik wel weet is dat goed gezind in ’t leven staan me helpt. Dus laat dat voor vandaag mijn grootste doel zijn. Dat is haalbaar, daar kan ik voor vandaag gerust mee verder. Dat zal lukken.  Al moet wel gezegd dat die 4 nieuwe Demeyere kookpotten die vanmorgen mee geleverd werden met de nieuwe inductie kookplaat dat niet zo moeilijk maakt.

En voor den overschot ga ik vandaag rustig verder door de dag kabbelen om te ontsnappen uit mijn gevangenis van vooroordelen en gekleurde vermoedens en ga ik de verwachtingen voor vandaag maar verder laten voor wat ze zijn.

Dat is precies wat ik van deze dag nog verwacht…

Een zoute pretzl, streepjespistes en vierkante patatten.

streepjes

“En, hoe was ‘t?”  Die vraag had ik natuurlijk verwacht want telkens ik één of meerdere dagen van huis ben geweest krijg ik die steevast voorgeschoteld. “Hoe was ‘t?”

En dan wil ik het liefst honderduit vertellen…

Over de laatste onrustige nacht voor ons vertrek toen ik lijstjes overliep van al het geen zeker mee moest en zeker niet mee mocht.

Over welke reisweg we zouden gaan nemen. Waar we zouden stoppen voor eerste koffie en voor de laatste door het werk betaalde tankbeurt. En of de meegezeulde kussens, knuffels en donsdekens het zicht in mijn achteruitkijkspiegel niet zou belemmeren.

Dan wil ik enthousiast vertellen over hoe ik telkens opnieuw als een kind in vervoering raak van de eerste eeuwig besneeuwde bergtoppen die in de verte uit de horizon oprijzen eens de grens van Oostenrijk gepasseerd is.  En hoe zeer ik wel door de ruwe schoonheid en ogenschijnlijk tegenstrijdige rust van de bergen geraakt word.

Over de chalet die ruim gezellig is en welke een prachtig uitzicht geeft over het dal maar waar zoals steeds, in de keukenschuiven ervan, geen enkel scherp aardappelmesje te bespeuren valt zodat de patatten op een vreemd soort manier vierkant geschild zullen worden.

Over de drukte zonnekantpiste die van uit de eitjeslift gezien, lijkt op een kleurrijke mierenkolonie die in harmonieuze slierten naar beneden stroomt. Of over de nauwkeurig evenwijdig-gerolde-streepjes-pistes die kraken onder de latten en de  juiste veilige weg tonen naar de volgende stoeltjeslift.

En dan spreek ik nog  niet over de zwierige elegantie waarmee de jongste al naar beneden sjeest.  De eerste uren weliswaar nog voorzichtig breed pistig  maar eens het vertrouwen herwonnen in mijn ogen al veel te roekeloos voor mijn ouder wordende knoken

Of over de blozend bevroren kaken die luid meebrullen met Anton aus Tirol en die tegelijkertijd knabbelen aan een  zout gebakken, achtvormige pretzel  terwijl ze slurpen van hete, veel te duur betaalde waterachtige chocolademelk.

Over de kleinere en grotere ergernissen die nu eenmaal gepaard gaan met samenleven met een niet alledaags gezelschap met net iets andere dagelijkse gewoonten, wil ik het niet hebben omdat ze al vervaagd zijn.  Al zeuren de vragen “Wat is de code van de wifi en heb je mijn filmpjes al gezien” nog wel even na.

Maar ik kom niet veder dan “ goed, goe weer en goe van eten…”

Alfaversie en wolkenverf

 

 

43120425-zwarte-schoenen-heeft-een-beslissing-te-maken-op-het-kruispunt--succes-of-falen

“Soms denk ik dat ik nooit echt zeker zal weten wat ik kan of zal worden”.  Zo’n existentiële bekentenis komt vaak op een moment dat je het niet verwacht. In ons geval, in de file.  Tijdens de spits, bumper tegen bumper.  In gedachten was ik al volop aan de slag met rijst, kip en al die andere ingrediënten die Jeroen Meus gisteren tot een smakelijk éénpansgerecht had omgetoverd.

20 jaar wordt hij in mei en hij denkt na over de dingen en over zijn toekomst. Soms vaker en veel dieper dan dat ik het in de gaten heb of dan dat ik het verwacht.  Meestal praat hij honderduit over chillen en feesten, lang slapen en festivals, bier-pong of andere belangrijke bezigheden. En daar ben ik blij om, omdat zorgeloos genieten toch iets is waar je hen het liefst van al mee bezig ziet. Een beetje angstig ook, omdat ik mijn eigen fratsen niet vergeten ben. Is het daarom dat die ontboezeming me toch eventjes uit mijn lood sloeg?

“Waarom zeg je dat?” pols ik voorzichtig.

“Gewoon, omdat ik niet zeker ben of het geen ik nu aan het doen ben wel is wat ik wil doen”.  “Omdat ik niet echt weet wat ik kan, waar ik goed in ben, wat ik wil of wat ik echt leuk of interessant vind”.  “Soms zie ik mezelf als kok omdat ik dat wel graag doe, dan weer zie ik me met jonge gasten aan de slag en weet je vader, dan weet ik het allemaal niet jong. Ik denk dat ik gewoon wel wat schrik heb om fouten te maken of om te mislukken of om mensen te ontgoochelen.”

De manier waarop hij het zegt zetten mijn gedachten in beweging om ze te laten af te dwalen naar de alfaversie van mezelf. De alfaversie want dat is wat ik ben. Functioneel ok, maar lang nog niet stabiel genoeg om in productie te gaan. De crashtest zou ontegensprekelijk fundamentele tekortkomingen aan het licht brengen die mogelijks gevaarlijke situaties tot gevolg zouden kunnen hebben.  Mist relevante ervaring om ten alle tijden een betrouwbare oplossing te bieden! Voorlopig ongeschikt als sluitstuk! Veelbelovend maar ondermaats! Klaar voor bètarelease zou de eindconclusie kunnen zijn.

En dan vraag ik me af of ik mijn onzekerheden en twijfels niet onbewust op hem projecteerde en of zijn denkbeeldige voelsprieten me niet meer besnuffelden of meer detecteerden dan wat zichtbaar en tastbaar is. Ik vertel hem dat niet omdat het waarschijnlijk niet helemaal klopt maar omdat ik het wellicht meer als excuus zie om eigen kleine kantjes goed te praten.

Zulke gesprekken hebben we tegenwoordig vaker en dan wil ik die aan de gang houden omdat het mijn vaderhart deugd doet. Omdat hij me blind vertrouwt en me toelaat in de donkere kleine kamers van zijn broosheid  en onzekerheid. Mijn vader ijdelheid wordt dan met dons gestreeld en met rozige wolkenverf gekleurd.

En dan stel ik hem gerust en druk ik hem op het hart dat ik het ook niet weet of wist en dat zijn soortgenoten en voorgangers het ook niet wisten of weten. Dan vertrouw ik hem toe dat ervaring, wijsheid en gemoedsrust  maar een hoge toren is die van uit de grond wordt opgericht met pogingen, talloze mislukkingen, honderd onmiskenbare fouten en duizend te vermijden teleurstellingen.

En dan lacht hij en zegt hij: gaan we nu ene drinken want je begint te zagen?

Menopauze en lekkende dichtingen

IMG_1602

“Goedemorgen” mompel ik meer beleefd dan opgewekt en zoek me een vrije stoel in de overvolle wachtkamer.
“Wachtkamers zijn allemaal eender” zeg ik in gedachten tegen mezelf als ik de flauwe geur van ontsmettingsalcohol opsnuif. Overal boekjes met oud nieuws en magazines die je alleen in muffe wachtkamers van dokterspraktijken vindt.
In plaats van de gedateerde, met bacteriën bezoedelde Flairs en Dag Allemaals in te kijken inspecteer ik ongemerkt de ziekenboeg.

“Incontinentie is niet langer taboe. +/-30 % van de vrouwen boven een bepaalde leeftijd kampt er mee” lees ik op een flyer.”Zal best” bedenk ik ongeïnteresseerd.
Toch betrap ik mezelf erop dat ik me stiekem afvraag wie van de 5 aanwezige vrouwen dan mogelijks wel zou kunnen worstelen met de lekkende dichtingen. Statisch gezien zeker 1, mogelijks 2. Tenminste als ik de info op de folder mag geloven. Meer aandacht besteed ik niet aan de voor mij overbodige informatie en verban de ongepaste beelden maar naar mijn mentale prullenmand.

Voorzichtig gekuch, geproest, gefriemel, gezucht en het geluid van draaiende pagina’s vullen de kleine ruimte. Nu en dan trilt een op stil gezette gsm in een handtas.
Het zwaar gehijg van een dame, de houdbaarheidsdatum al ver overschreden begint me meer op te vallen dan ik wil toelaten. Maar dan bedenk ik dat haar wekelijkse bezoek aan de dokter mogelijks haar enige sociale bezigheid is deze week. “Het is koud en nat he” meer heeft het oudje tegen haar bekende buurman niet te vertellen.
Ik onderdruk een glimlach wanneer mijn fantasie op hol slaat en hoop dat ze het niet over haar volle pamper heeft.

De sfeer in zo’n wachtzaal is altijd een beetje ongemakkelijk dus probeer ik zo onopvallend mogelijk te zijn en niet in te breken in persoonlijke territotia. Dit lukt maar half want in een oogopslag merkte ik dat de dame naast mij, die vast ook kanshebber is voor zuidelijke lekkage drukdoende was met een artikel over de ongemakken van de menopauze. Ze moest het vast opgemerkt hebben dat ik stiekem meelas want ze draaide haar tijdschrift streng naar haar toe, met een blik van ” waar moei jij je mee” snotaap.
Gelukkig was de betrapte dame “de volgende” en kon ik me rustig verder verdiepen in de vrouwelijke ongemakken en welk onheil me als “partner van..” nog allemaal te beurt zouden kunnen vallen.

Hopelijk leest mijn nieuwsgierige buurman niet mee. Toch maar  de sportmagazine doorbladeren?

Een nieuwe BH, wereldvrede en een metershoge Tsunami

verschil-communicatie-patronen-61267457

“Kijk eens goed.  Wat zie je?”: vroeg ze plots nogal op indringende toon. Een beetje zoals in een kruisverhoor. Althans, zo kwam de onschuldige vraag binnen.

“Ik zie jou, denk ik”: antwoordde ik aarzelend veilig, maar met net genoeg besef dat mijn antwoord een dikke onvoldoende zou opleveren mocht dit een overhoring zijn.

“Neen, neen dat bedoel ik niet. Wat zie je echt?  Kijk even rond en wat zie je? Wat valt je op? Wat trekt je aandacht. Wat vind je mooi?”

Was het de onverwachte vreemde vraag die me uit mijn lood sloeg of was het de plotse interesse die me een ongemakkelijk gevoel bezorgde? Iets leek me te waarschuwen dat ik op mijn qui-vive moest zijn. Dit was niet zo maar een vraag. Dit was een goed gecamoufleerde valkuil.  Ik was de nietsvermoedende prooi die straks de takken onder zijn poten zou voelen wegzakken. De ultieme relatietest? De toets waarop gelijk welk antwoord het foute zou zijn. Elke repliek, naast de kwestie.

Even bekroop mij het gevoel dat wat ik ook zou verklaren, bepalend kon zijn voor onze relatie, onze toekomst, de opwarming van de aarde en de wereldvrede.

De Neo-Cortex draaide plots op volle toeren en verwerkte de beschikbare informatie in een verschroeiend tempo.  In een nanoseconde werd een stuntelige afweerstrategie beraamd.

“Ga je bijdehand doen? Ga je me straks mijn mannelijkheid verwijten of zo?  Heb je een nieuw kapsel of nieuwe mascara en heb ik dat over ‘t hoofd gezien? Een nieuwe BH? Gelaserd, misschien? Afgevallen?”

Die laatste 2 vragen lagen klaar om afgevuurd te worden maar die heb ik, olie op vuur vermijdend niet gesteld.

De ongepast agressieve toon van mijn repliek moest iets losgemaakt hebben want ze ging, zelf helemaal niet op haar qui-vive, rustig en ontwapenend verder.

“Maar nee. Help me eens even. Speel nu eens mee!  Ik zou zo graag een punt maken maar dat lukt alleen als je even meewerkt. Wat zie je rondom jou?”

Ik was al iets meer op mijn hoede en al iets geruster dat we na mijn antwoord niet zouden overspoeld worden door een metershoge tsunami en wrong me handig in een ongemakkelijke bocht om iets te prevelen dat leek op een geïnteresseerd antwoord. “Heum. Wat ik precies zie? In volgorde van belangrijkheid?  Of doet dat er niet toe?”

“… Dat doet er niet toe… Komaan… wat valt je op?

“Ik zie een bruine tafel. 6 stoelen en een bij passende dressoir. Op de tafel staat een witte orchidee en er liggen 6 beige onderleggers te wachten tot er nog eens volk komt eten. De dressoir is voorzien van 2 glazen schuifdeuren.  Achter de schuifdeuren zie ik 2 leggers waarop boeken zijn uitgestald. Van klein naar groot. Ik zie foto’s van de familie. 

Rechts zie ik een beige leren salon, opgesplitst in een 2-en 3-zit. Flatscreen 120 op 50cm denk ik, te duur betaald trouwens, dat vind ik nog steeds.  De flatscreen staat op een Ikea kastje dat veel te snel in elkaar is gesmeten en daarom 2 krassen vertoont.  Leuke lichtjes. Links, splinternieuwe gordijn …the wave toch? Zo noemde die verkoper dat gordijn toch he.  The wave? Design 1-zit. Keuken, 6 barkrukken, netjes. Modern design, greeploze kasten. Ziet er duur maar is het niet. Functioneel. Praktisch.   Ziezo, dat is het zo wat denk ik. Ben ik er door?”

“Weet je wat ik zie,?” Vroeg ze mysterieus, mijn antwoord niet afwachtend.

“Ik zie… ik voel mijn thuis… mijn haven. Ik voel gezelligheid, warmte en liefde.  Rust ook.  Ik ruik de kaarsen die ik daarstraks aangestoken heb.  Die waren je trouwens niet opgevallen want je hebt ze niet vermeld in je opsomming. En ik zie ons volgende etentje met leuke mensen en dan fantaseer ik wat we zullen eten en drinken en waarover we het allemaal zullen hebben. Ik zie ons oud worden in dit huis. Zo voel ik het aan.”

“…Ben je nu helderziende geworden. Madam Solange? Zie jij dat dan allemaal? “: onderbrak ik haar bruut en een beetje onbeleefd.

“…Wat ik je eigenlijk wou zeggen is dat het allemaal niet zo belangrijk is.  Het is niet zo belangrijk wat je ziet of hoe je het ziet.  Wat essentieel is, is dat zelfs wij op een verschillende manier naar hetzelfde kijken. We ruiken, voelen, proeven en fantaseren verschillend maar we bedoelen het juist en goed omdat we het zelf zo aanvoelen. Nu we dat weten, zouden we dan misschien van elkaar kunnen leren begrijpen en het eens worden dat we het niet over alles eens moeten zijn?”

“Ja, ik denk het wel maar moest ik daarom?  En wat hebben die leren stoelen daar nu mee te maken? Laat al maar… “Ja, we hebben een schoon huis maar misschien moeten we toch eens nadenken over een ander tv-kastje. Verder ben ik  heel content met ons huis.  Met jou trouwens ook al stel je soms van die rare vragen.  Verder nog iets?”

Neen, neen.  Het is ok en ik ben blij dat we er alle twee zo over denken…

Zijn ze wel van mij?

20150929-oerblog-Loslaten-in-1-simpele-tip-01

 

Zijn ze wel van mij? Niet in de zin van ben ik wel de natuurlijke vader want daar zal over wat genetisch doorgegeven werd weinig twijfel over bestaan.

3×2 druppels hoor ik wel eens.  Zo bijvoorbeeld de oudste, die lijkt buiten fysisch gekloond ook nog al mijn fratsen nog te willen kopiëren of te overtreffen.  Dat op zich baart me niet zo heel veel zorgen. Zeker niet omdat het naderhand beschouwd met mij ook nog wel min of meer goed gekomen is.

Toch betrap ik me erop dat ik hen het verdriet, de ontgoocheling of de foute keuze te willen besparen. Maar dat plan draait meestal averechts uit.  Hoe meer ik tracht het pad te effenen om richting te wijzen des te meer lijken ze de andere kant te willen opgaan.

Toen mijn vader me op het hart drukte hoe belangrijk mijn studies waren lapte ik die raad ook aan mijn laars. Ik trok ook de wijde wereld in op zoek naar avontuur en spanning.  Dus dat komt nog wel goed.

Nummer 2 is plicht bewuster, kan doelen stellen en ze bereiken. Hij koppig als een ezel en zo hardhoofdig en weerspannig dat hij bloed van onder nagels krijgt. Wanneer hij boos is verschijnt er een fronst en dan plooit zijn gezicht in dezelfde niet mis te verstane blijf-uit-mijn-buurt-uitdrukking die mij zelf in het verleden ook wel eens parten speelde. Dus ook bij het tweede exemplaar heb ik ook zo veel meer doorgegeven dan wat initieel het plan was.

Kind 3 is de vrolijkheid zelve.  Met haar positieve creativiteit, doorzettingsvermogen, haar ontwapenende charme en het putteke in haar kin krijgt ze ook (nu nog onbewust) iedereen op haar hand, een gave mij niet geheel vreemd.

Moet ik hen niet behoeden voor? Waarschuwen tegen en proberen te voorkomen dat?  Verdriet en fouten vermijden? Richting wijzen en even voorlopen?

Maar dat duurt maar even want dan besef ik dat mijn ervaring ook  het resultaat is van een hoge berg mislukkingen en teleurstellingen. En dan besluit ik: ze zijn niet echt van mij.  Ze zijn niet mijn bezit.  Ze mogen, kunnen en moeten zelf hun weg bepalen en kiezen op welke tweesprong ze links of rechts gaan.

En als ze me vragen, hoe, wat of waar, zal ik hen wel zeggen dat het linkse pad vol wolfsklemmen en schietgeweren ligt en dat als ik het opnieuw zou kunnen doen nu het rechtse pad zou kiezen.  Om dan wellicht te zien dat ze toch links afslaan omdat ze nu eenmaal van mij zijn.