Hij vertelt …

… Onder het oppervlak schuilen geheimen die ik met niemand deel. Misschien ben ik gewoon iemand anders of ben ik op zoek naar de grotere betekenis van alles, naar het doel van het leven of naar de drijfveer van de liefde. Misschien is die grotere betekenis wel een persoon, een ding, een status. Wie zal het zeggen? Is het iemand die ik verafgood? Ben ik dan op zoek naar een reden voor alle rottigheid in de wereld of naar die van mezelf?

Het is zoals staren naar een zonsverduistering. Ik weet dat ik het beter niet doe maar het is zulk een intense ervaring dat ik wel moest kijken. De schade is aanzienlijk.

Iedereen heeft elektronische privacy in zijn achterzak. Mochten mensen er ongelimiteerde toegang toe hebben, het aantal echtscheidingen of passionele moorden zou ongezien zijn. Daarom ontken ik tegen andere en mezelf wie ik echt ben. Het is sterker dan mezelf.

Passief actieve ontkenning, om mezelf draaglijk te maken, tot er van mijn authenticiteit niets meer overblijft.

Fantasie is niet voor eeuwig, hoe graag ik dat ook zou willen. Ik weet dat het ijdel is om je erover te spreken, zeker als ik zelf nog niet ben opgestaan om het leven en mezelf te zien zoals het in werkelijkheid is. Zolang ik sociaal wenselijk reageer en me niet verdacht gedraag, zullen mensen me niet verdacht vinden en word ik onzichtbaar.

Een tel was ik zwak, één moment weerloos. Heel kort, maar ik kon mijn drang niet weerstaan om te ontsnappen en om me van alles los te maken. Misschien is het daarom dat ik in deze droom opnieuw naar jou moest komen. Om te praten, zodat ik niet van mijn veiligheidskoord val.

… ik luister en dat is alles wat ik nog kan doen

Whatever… Fomo-foemp!

Ik sta opnieuw op een kruispunt in mijn leven. Ik ben 53.  Uitgaan, nieuwe mensen ontmoeten, gedoe, het interesseert me niet zoveel meer. Ik heb genoeg ‘vrienden’ op facebook. Anders dan die kwebbels die mijn vrouw afgelopen maandag had uitgenodigd om te wijnen, kan ik hen muten wanneer ik dat wil. Handig toch? Maar serieus, ik heb het gevoel dat ik in mijn leven opnieuw op een splitsing sta. Het ergste stuk van de midlifecrisis ligt achter mij, althans dat denk en hoop ik.  Ik ben erachter gekomen dat het allemaal niet beter meer wordt.  Grootvader zie ik me de eerste paar jaar niet onmiddellijk worden en mijn professionele leven kabbelt verder gelijk een beekje dat het hard te verduren heeft gehad met de opwarming van de Aarde.

Wat blijft er dan over om mijn tijd te doden?

Juist, met mijn geliefkoosde hobby, mensen beoordelen.  Laat facebook daar nu het ideale medium voor zijn. Gisteren was ik door de profielen van mijn allernaaste familie aan t scrollen. Gewoon om me ervan te verzekeren dat ze nog steeds marginaal en racistisch zijn. Grapje, daarvoor heb ik facebook niet nodig. Dat staat ook op Instagram, Whatsapp en tinder en als ik ze tegen ’t lijf loop hoeven ze hun mond niet open te doen om me daarvan te overtuigen.

Al scrollend door de wondere wereld van facebook botste ik op een van mijn ‘vrienden’.  Niet dat ik hem de afgelopen tien jaar in ’t echt ontmoet heb, laat staan dat ik er IRL ooit een woord mee gewisseld heb. Nieuwe virtuele vrienden heb je nooit genoeg toch?  In zijn laatste bericht las ik dat hij een pauze neemt van Social media. Heb je mensen dat ooit zien doen? Dat gebeurt altijd met een plechtige aankondiging: “Ik heb er even genoeg van, ik neem een digitale detox, #moedig, #getttingalife, #lifesbetter@dentoog.”  Met deze moedige post wanen ze zich de nieuw held van het internet.

Wat ze niet weten is dat, voor ze dit bericht plaatsten, het niemand al een bal kon schelen. Ze whatever-en door het leven en verwachten dat we hun ge-whatever onthalen met bloemen en lofzang, duimpjes, likes, shares en retweets. Als ze er niet genoeg krijgen geven ze er met een virtuele pruillip de brui aan. Zo kwam ik er bijvoorbeeld gisteren achter dat hij, mijn virtuele beste vriend’, een maand lang het gras niet had afgereden, #maaimeiniet, #zetjelevenopgroen, #blijvoordebij en dat hij vier weken geleden voor de tweede keer in die week sushi besteld had, #teriyakistraffewasabilol, #sushiloversarebetterloversyolo.

Waarom schrijft iemand überhaupt een bericht om aan te kondigen dat hij vanaf morgen een facebookbreak neemt? Ik vraag het me af. Dat is toch min of meer hetzelfde als nu het glas heffen en je ladderzat drinken op het feit dat je morgen stopt met drinken om dan rond het middaguur een aperitief te ‘nuttigen’ omdat je de track niet onder controle krijgt? #slechtefbdetoxstart, #facebookbreakfail, #zoujeniebeternekeerietsnuttigsdoenfomofoemp

Achttien en verse lakens

De meeste facebookberichten, om elke misverstand hierover uit de wereld te helpen, ik ben er geen voorstander van.  Om niet gezegd te hebben dat ik ertegen ben en ze eigenlijk verafschuw.  Dat jij over bepaalde gebeurtenissen die zich ver weg of dicht bij jouw leefwereld afspelen een mening wil hebben, mij goed en tot daaraantoe. Ik heb ze soms ook, maar om mensen daarmee constant lastig te vallen? Echt, moet dat zo nodig? En dan altijd zo negatief. Denk je echt dat ik wakker lig van al datgene waarvan jij vermoedt dat ik net zoals jij ook wakker lig? Nope! Doen we niet!

Toegegeven, ik aanschouw wel eens een diepere gedachten en voel af en toe behoefte om ze te beschrijven in gekrulde zinnen en uitgesponnen teksten, maar de aandrang om aan de wereld mijn mening op te dringen?  Daarvoor ontbreekt het me aan moed, kennis, durf, intelligentie maar vooral aan arrogantie. Maar somtijds dwingt nood wet want als ik nog aan iets een grotere hekel heb dan aan meningen in facebookberichten dan is het aan het gezwam over het verschil tussen de geslachten. Mocht mijn leespubliek nu uit gen-Z bestaan, ik zou niet nalaten het woord geslacht nader te verklaren met man en vrouw.

De bladvulling en flauwekul die hierover de laatste tijd bij elkaar gezwamd is! Laten we aub de Heer dankbaar zijn dat hij bij de schepping maar twee geslachten in gedachten had, zo niet was het onheil helemaal niet te overzien geweest. Ten tijde van Felix Timmermans’ boerenpsalm was het allemaal veel eenvoudiger:

“Ik voel me lijk een boom die ’t sap van den grond opzuigt. Maar ons Fien roept en dan gaan we slapen, in versche lakens. ’t Was of we nog maar achttien jaar waren en ik in acht maanden niet meer thuis geweest was!”

Als je in die tijd trouwde en je een paar nakomelingen uit je werkmansbroek had geschud, mocht je jezelf al content prijzen dat je elkaar niet elke dag met de riek achterna zat. Als je daarin lukte was het leven al een succes. Nu moeten we naast minstens tien uur werken ook nog met elkaar gelukkig worden. We eisen daarbij elkaars volle aandacht om samen aan de relatie te wèrken. Ik krijg vaak en word al moe als ik eraan begin te denken. Als liefde een werkwoord moet zijn wanneer gaan we dan in verse lakens slapen om te doen alsof we nog maar achttien zijn en we acht maanden niet meer thuis zijn geweest?

“De vrijgevochten vrouw werkt te hard en is niet heet genoeg. De nieuwe man is te lief en niet spannend genoeg.”

Zou onze Lieve Heer dit in gedachten gehad hebben toen hij in ’t de tuin van Eden, Eva in een Granny Smith liet happen? Nope, en ik denk van niet maar als God wil straffen, aanhoort hij je gebeden. Ook wanneer het mannen en vrouwen aangaat. Vooral wanneer het mannen en vrouwen aangaat. Want vrouw, wou jij niet dat je man een beetje zachtaardiger werd en man, wou jij niet dat je vrouw een paar centen bij verdiende? God zalft en slaat maar straft onmiddellijk.

Het is hoogtijd dat we mannen en vrouwen met rust laten, en dat ze zijn wie ze willen zijn. Mannen desnoods in een rok of vrouwen in maatpak, op voorwaarde natuurlijk dat ze elkaar gerust laten en dat ze af en toe nog eens doen alsof ze achttien zijn tussen verse lakens.

Om elk misverstand te vermijden.  Ik ben geen voorstander van facebookberichten, om niet gezegd te hebben dat ik ze verafschuw maar misschien heb ik gewoon een gebrek aan verse lakens of aan de verbeelding om opnieuw achttien te zijn.

Vaya con dios

Het is toch geen misdrijf als je de keuze maakt om niet meer te willen leven? Uit het leven stappen zegt niets over de persoon die jij ooit bent geweest. Het zegt niets over al de dingen die je goed of fout hebt gedaan. Zelfdoding maakt van jou geen beter of slechter mens.

Het zegt alleen iets over het feit dat je op deze plaats niet meer wil zijn. Je nam voor de meest intieme en voor de meest persoonlijke redenen de beslissing om van het leven geen deel meer te willen uitmaken, omdat het te moeilijk was, omdat het te zwaar was of omdat je geen enkele andere ontsnappingsroute meer zag. Die keuze mag niet goed- of afgekeurd worden ze kan alleen maar geaccepteerd worden.

Suïcide is geen misdaad als je de keuze maakt om niet meer te willen leven.  Je kan er niet voor gestraft worden en je hoeft er bij niemand meer verantwoording voor af te leggen. Het is geen crimineel misdrijf ook al laat je vele mensen achter met ‘levenslang’.  Geen levenslange straf maar levenslang gemis, met onbeantwoorde vragen en levenslange schuldgevoelens.  Met rauw verdriet en levenslange vertwijfeling en wanhoop, met levenslange emoties die geen plaats of troost meer kunnen vinden. Met onophoudelijke analyses en met “what if’s” die geen steekhouden maar die voor altijd zullen blijven ronddolen in de hoofden en in de harten van al diegenen die zo dicht bij je stonden maar niet meer tot jou konden doordringen.

Maar moord was het niet… het was geen misdadige actie. Je wou alleen weg. Weg uit de donkerste steeg waarin je was aanbeland en waarin voor jou geen enkel licht meer leek te schijnen. Ook al is ze keihard en is het onmogelijk te zeggen of het ooit helemaal zal lukken maar de keuze die je gemaakt hebt moeten we je gunnen, anders was je onze vriendschap niet waard geweest.

Maar zelfmoord?  Wat een afschuwelijk woord.  Het heeft de nuance van iemand die je ziel vermoordt en dat is niet het geval. Hij zal voor altijd blijven ronddolen in gedachten en in herinneringen. Dat zal nooit veranderen.

Vaya con dios maat, met de wind vanachteren. Je zal er een beter plekje vinden dan hier.

De grootste, de dikste en de langste

Mensen die in het leven staan met de illusie “het” gemaakt te hebben of “het” aan ’t maken zijn omdat ze toevallig een paar centen in hun zakken hebben, zijn sneller kwaad dan mensen die afhankelijk zijn van hulp die door anderen verstrekt wordt.  Dat feit op zich is een bijzonder vreemde vaststelling omdat ons zelfbeeld er net op gemaakt is om geen hulp nodig te hebben of te aanvaarden. Je zou dan toch verwachten dat net dat begoede deel van de samenleving iets gelukkiger door het leven stapt, niet dus.

Aan jezelf toegeven dat je hulp van doen hebt maakt je niet trots. Echt, je wordt daar niet blij van. Je zou dan toch verwachten dat net deze mensen sneller kwaad worden. Niet dus, het tegendeel is waar.

Het zijn net mensen, met de centen in hun zakken en geen hulp van doen hebben die minder dankbaar zijn, cynischer door het leven stappen en sneller boos worden. Straffer nog, in de meeste gevallen worden ze boos op de groep stakkers die met hun pree niet rondkomt.  Ze kijken erop neer, maken hen het verwijt lui te zijn, te profiteren, dat ze hier niet thuishoren of gewoon, dat ze harder moeten werken, harder moeten proberen etc. Kortom ze gaan er verkeerdelijk van uit dat het met wilskracht allemaal opgelost kan worden.  In hun ogen is groei en vooruitgang een keuze die alleen met inzet en doorzettingsvermogen kan bereikt worden. Contradictorisch is dat ze er tevredenheid en geluk niet voor in de plaats lijken te krijgen.

Toch worden ambitie en groei van jong af gepromoot en gestimuleerd. Haak je daarvoor af word je als buitenbeentje van de roedel beschouwd. Wie niet wil groeien of gewoon tevreden is met de lengte, de dikte, het loon of het leven wordt als raar of ongewoon bestempeld? Van kindsbeen af wordt het ons ingepeperd: “Ga ervoor, word slim, verbeter, verander, verdien geld en goud, koop, reis … The sky is the limit en the world is your oyster.

Voldoe je niet aan die maatschappelijk opgelegde verwachtingen hoor je er niet bij en ga je ten onder aan twijfel, onzekerheid en in ’t slechtste geval jaloezie en nog meer opgelegde verwachtingen die nog meer twijfels in de hand werken.

Deze vicieuze cirkel heb ik doorbroken. Ik gun mezelf al een tijdje het voordeel van de twijfel. Twijfel heeft een eerbiedwaardige plaats gekregen in mijn manier van zijn omdat ik geloof dat twijfel me verder brengt dan zekerheid.

Als ik schrijf, doe ik het zonder einddoel. Als ik leef doe ik het eveneens zonder einddoel en als mijn dag begint ben ik benieuwd naar wat hij me te bieden heeft, zonder al te grote verwachtingen. Dat maakt dat ik nieuwsgierig blijf rondkijken naar wat ik nog niet weet, nog niet ken of nog niet voel. Groeien doe ik er niet van, integendeel het maakt me nederig, dankbaar en klein, ver uit het zicht van onbereikbaar opgelegde ambities, kortom ver weg van de ratrace. Ik geloof zelfs dat ik door dat nieuwe inzicht al een beetje gekrompen ben. Ideaal want ik wil al een tijdje niet meer de grootste zijn.