Een knaap die er ouder wou uitzien dan de jaren die hij maar had, ging op een lege kruk zitten, vlak voor de bar waar een blonde dame van jaar of twintig met minutieuze nauwkeurigheid een Duvel uitschonk voor een habitué die er dagelijks zijn krant kwam lezen. De vranke jonge ondeugd zei uitdagende dingen die bleven hangen, zoals een streep dat doet dat als ze met een verkeerd potlood op een schets getekend werd zodat ze niet meer kan uitgegomd worden.
‘U hebt een mooi stel benen, juffrouw’, zei hij vrijpostig.
Ze bitste terug, ‘hoe kunt U dat nu
weten, kunt U misschien door de toog kijken?’ En ze liet die U met opzet te luid
en te beleefd klinken zodat de versierpoging die op zich al hopeloos was,
helemaal een wanhoopsdaad leek.
‘Toen ik U de eerste keer zag, toen
U hier door de straat laveerde, waren die me al onmiddellijk opgevallen, ik heb
namelijk nog maar zelden zulke mooie benen gezien’, ging de snaak door en hij probeerde
goed te maken wat hij vier seconden eerder verkeerd had aangepakt. Op dat
ogenblik had de jonge dame zich echter al van hem afgeweerd om de Duvel te
brengen naar de man die verderop zijn te rode hoofd al in zijn dagelijkse krant
had verstopt. De jonge toogdebutant vroeg ook een Duvel. Zij weigerde hem die
prompt, omdat ze vermoedde dat ze daardoor de wet zou overtreden.
‘Ik ben al twee jaar achttien hoor’,
sputterde hij tegen.
‘Laat dan je pas zien, he’, antwoordde ze hem terwijl ze er in gedachten ‘wijsneus’ bij zei maar dat niet deed omdat ze niet al te veel verkeerde aandacht wou schenken aan een opgehitste puber. Ze wou al evenmin indruk wekken dat ze met zijn geflirt gediend was.
‘Ik heb hem niet bij me, hij ligt
nog in mijn auto’, zei de jongeman met zoveel overdreven gelogen zelfverzekerdheid,
dat het lachwekkend was, al leek hij zich door zijn overmoed daar niet bewust van.
‘Drink dan maar cola of iets anders
fris, zeker als je nog moet rijden,’ zei de serveerster speels. Ze was minstens
even rad van tong als de overmoedige snaak omdat ze aan haar toog wel vaker te
maken had met opdringerige bronstige venten die hun kans schoon zagen om haar
te proberen imponeren. Even leek hij nog een poging te wagen maar zijn woorden
gleden van haar af zoals water op een Tefal pan en met de staart tussen de
benen, zonder Duvel en zonder nog een woord te zeggen, droop de Cassanova in
spe af om anderhalf uur later opnieuw te verschijnen om op dezelfde kruk plaats
te nemen.
‘Cola alstublieft en neem zelf ook iets’, zei hij met een stem die nog stoerder en zelfzekerder klonk dan een uur geleden en hij wees daarbij de vergeelde beteugeling van de dronkenschap waarmee ongeveer honderd jaar geleden zatlappen gewaarschuwd werden voor de gevolgen van openbare dronkenschap.
‘Ben jij nu bezopen?, vroeg de jongedame
enigszins verbaasd.
‘U mag me hier dan misschien geen
alcohol schenken maar nergens staat geschreven dat ik niet zat mag zijn. Wist U
trouwens dat toen U daarstraks die man zijn Duvel bracht, U me de formele
bevestiging gaf dat uw benen de mooiste zijn die ik ooit heb mogen aanschouwen en
toen waren uw natuurlijk sensuele kuslippen me niet eens opgevallen. Maar om op
uw vraag te antwoorden, neen ik ben niet zat want ik drink nooit. Ik had die
Duvel alleen maar nodig om me moed in te drinken om U te durven zeggen dat U
het schoonste meiske bent dat ik ooit al heb aangesproken.’ De academische
woordkeuze, het ge-U en het feit dat hij haar meiske noemde, gaven hem een aandoenlijk
stuntelige onhandigheid waardoor de jonge dame opeens gecharmeerd raakte.
‘Als we elkaar nu gewoon tutoyeren en als je nog een kwartier geduld hebt, dan zit mijn shift erop dan mag je me een wijntje trakteren en kan je me verder bewieroken want je hebt al mijn lichaamsdelen nog niet beschreven’, zei ze plots ontwapenend.
‘Mag dat ook nog als ik je zeg dat ik
alleen nog maar mijn theoretisch rijexamen heb afgelegd?’
‘Kan ik daar dan nog een kwartier
over nadenken?’
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.