Schaamrood

Schaamrood

De ingebeelde schijngevechten tegen schaamte die ik al mijn hele leven voer, kennen duizend gezichten. Ze ontwrichten al zo lang ik het me kan herinneren mijn innerlijke zijn, ziel en rust. Gêne is volgens mij de laatste belangrijke, nog uit te vinden geestelijke aandoening waarmee ik kamp. Of moet ik stoornis zeggen omdat diegenen die ermee belast zijn anders kwaad zullen worden omdat ik dat geladen woord in de mond durf te nemen. Dat nijd, wrok of razernij volgens mij even, zo niet ernstigere geestelijke afwijkingen kunnen zijn, wil ik hier niet met zoveel woorden gezegd hebben al kunnen die dingen je leven ook behoorlijk lastig maken. Als ik me schaam, en dat gebeurt dus nog steeds vaker dan ik wil, ervaar ik de onmogelijkheid om het leven te leiden dat wenselijk of sociaal aanvaard is. Hoe hard ik op dat moment ook aan mijn ingebeelde kettingen trek, alles blijft dan aanvoelen alsof ik onbestaande of absurd morele grenzen overschrijd. Schaamte wordt bangigheid of een soort innerlijke vijand waartegen maar één afdoend kruid gewassen is: ouder worden. Mannen die ik ken en die vijvenveertig waren toen ik vijvendertig was zijn nu vijvenvijftig. Ze bezoeken om de zoveel tijd dokterspraktijken omdat ze wanneer het erop aan komt piemels te slap blijven, te slap om te vossen maar te stijf om te pissen. Dokters, meestal jonge vrouwelijke artsen onderzoeken met welgemikte vingers prostaten, analyseren bloedwaarden en hebben hun patienten, indien de resultaten bevredigend genoeg waren viagra voorgeschreven. Dat het pilletje dat altijd paal en perk zet, dezelfde hoofdpijn geeft die bij hun bedpartners sexdroogte veroorzaakt, is een ongepaste nevenwerking die ze ten allen tijde zullen ontkennen, net zoals de schaamte om er openlijk over te praten, tenzij tegen jonge vrouwelijke dokters. Voor ze die vrouwelijke kwakzalvers bezochten werd hun kloppende erectie hoofdzakelijk veroorzaakt door het eten van waterkers, pastinaak, artisjokken, koolraap, asperges, aardbeien, selder, gember, sjalotten, schaaldieren en verscheen ze het meest op maandagen, zaterdagen, zon -en feestdagen, op werkdagen en op elk uur tussen zeven uur ‘s morgens en twee uur ‘s nachts. Ooit zei iemand, van wie ik de naam steeds opnieuw vergeet (vergeten: nog zo een vervelende bijwerking die me doet inzien dat aftakeling en dood op een gevaarlijk zichtbare afstand genaderd zijn) dat naarmate de leeftijd vordert het enige wat nog stijf wordt gewrichten en spieren zijn. Voor die schaamteloosheid en openhartigheid heb ik die man steeds bewonderd en benijd. De schaamte die ik persoonlijk voel en waarvan ik volgens mij de onrechtmatige eigenaar ben, is toch iets anders dan de door moraal opgegde maatschappelijke schaamtecultuur. Ik vermoed dat omdat ik door mijn levensstijl zelf schuld tref. Als ik in mijn adamskostuum voor die jonge dokteres sta, voel ik het schaamrood gloeien en pleit ik schuldig aan het toonbeeld van verval waarmee ik me aan haar presenteer. Niet dat ik me voor mijn naaktheid schaam want vroeger hebben wel meer vrouwen mijn kleinste kantjes op hun netvlies gekregen maar nu het is de losbadigheid en de gevolgen ervan die de schroom voeden. ‘Uw BMI is te hoog, daardoor is je bloeddruk te hoog. Door foute eetgewoontes en te roken, is je cholesterol alarmerend en gaat je hartslag te snel. Eigenlijk gaat alles te snel waardoor alles rapper kapot zal gaan.” Als ik haar zeg dat ze gelijk heeft en dat ik mijn levensstijl zal veranderen, berispt ze me dat ik haar dat de vorige keer ook al plechtig beloofd had. Mocht schaamte tot leugens leiden, is elk woord dat ik hier neerpende een aanfluiting van de waarheid, maar voor die openhartigheid schaam ik me te diep om dat ridderlijk toe te geven. Want de schaamte van te hoeren en boeren, van lief te hebben en van te haten is maar een mentale afwijking die net zoals mijn appendix (en ik had bijna piemel gezegd) toch maar een nutteloos aanhangsel is geworden. Mezelf schamen doet er dan ook al langer hoe minder toe en hoef ik ze misschien niet langer meer ernstig te namen al mag er misschien wel een kilootje af, al hoop ik wel dat mijn kathedraal dan geen parochiekerk wordt.

%d bloggers liken dit: