Categorie: Vertelsel

Met Jan en alleman

Vandaag mag het met Jan en alleman. Het is namelijk internationale knuffeldag. Niets moet natuurlijk, want moeten… doen we dat niet al genoeg?  Maar toch, als ik mensen mag geloven die er meer van weten is het enige wat je vandaag het beste kan doen om je zweverige en gelukzalig te voelen … knuffelen en troetelen.

Dus, grabbel vandaag zo veel mogelijk mensen vast. Het maakt niet uit wie. Bekend of onbekend. Knijp ze fijn en stop er vooral niet mee. Doe het minstens eenentwintig dagen lang, gedurende tien minuten, liefst langer. Naar het schijnt word je dan pas oeverloos gelukkig. Dat wordt een uitdaging, zeker voor mezelf want ik word al ongemakkelijk wanneer vreemd volk mijn persoonlijk territorium betreedt. Maar alles voor de wetenschap. Knuffelen dus… met Jan en alleman. Dat wordt nog wat.

Knuffelen schijnt immers onmiskenbare voordelen te hebben.  Het lichaam zou in overvloed oxytocine aanmaken. In de volksmond beter gekend als het knuffelhormoon. Hoewel ik hormonen door de band genomen voor geen meter vertrouw, zou deze stof in tegenstelling tot hormonen die ik ken en die maandelijks onheil bij de vrouw veroorzaken, gevoelens van onzekerheid en angst verzachten. Het zou ook de cortisolspiegel in het bloed verlagen zodat stress en onrust verdwijnen als sneeuw voor de zon. Bovendien zou mijn bloeddruk na een paar dagen vel tegen vel gelegen te hebben al verlagen met een paar punten. Als ik de wetenschap mag geloven zal ik me ook minder eenzaam en gespannen voelen en word ik zelfs sociaal en zelfzeker.

Dus verschiet niet als ik je een van de komende dagen tegen mijn gilet trek en je in mijn persoonlijk grondgebied sleur. Het is voor de wetenschap en mijn gelukzaligheid. De toeken op mijn bakkes, de koorts- en keelpijn en de smaak- en geurverlies neem ik er graag bij …

Nieuwjaarsbrief

Omdat elke nieuwjaarsbrief moet geschreven worden, bevind ik me achter mijn computer, of wat had je gedacht. Door een paar keer op backspace te drukken wis ik ‘sfjlmie;kfoe’, letters die ik haastig maar foutief heb ingetikt omdat mijn handen zich bij het typen op de verkeerde rij van het klavier bevonden.  

Door de letterkeuze en de uitlijning te veranderen kan ik deze tekst zonder enige moeite een mooiere bladspiegel geven. Mocht het capslock ongewild vergrendeld zijn, waardoor dit tekstje onbedoeld in hoofdletters zou verschijnen, kan ik met één enkel commando datgene wat ik geschreven heb in kleine letters veranderen, zoals ik het bedoeld heb.

Met een spellingscontrole kan ik snel voor de hand liggende fouten verbeteren. Toegegeven, en tot ergernis van velen, een controle die ik dikwijls uit luiheid niet al te nauwgezet doe. Om maar te zeggen, blind typen is ongevaarlijk, tenzij deze tekst in handen zou vallen van taalpuriteinen. Zij vinden altijd wel een komma of een punt dat moet verplaatst worden, of een zin of een alinea die te lang of te kort is. Ze kunnen me wat.

Soms gebeurt het dat ik in een tekst woorden verplaats, dat ik synoniemen bedenk of dat ik zonder aanwijsbare reden tegenwoordige tijd verander in verleden tijd. Iedereen die ooit meer dan twee woorden na elkaar geschreven heeft, snapt wat ik bedoel. Wanneer je dan de zinnen herleest die net uit je pen gevloeid zijn kan het zijn dat al wat je geschreven hebt veranderd is in een onoplosbaar kruiswoordraadsel.

Op zulke momenten herinner ik me altijd die wonderbaarlijke knop die zich linksboven op de werkbalk van mijn computer bevindt. Door op die magische knop te klikken wordt alles weer normaal, zoals voorheen en precies zoals het was voor ik met mijn blunders begon. In mijn leven heb ik zulk een ongedaan-maak-functie heel dikwijls hard gemist.

“Undo” zou, wat dat betreft, een basiscommando in het leven moeten zijn. Dit jaar hadden we die ongedaan-maak-functie heel hard kunnen gebruiken.  Omdat ’21 zich als start van de ‘roaring twentie’s’ had aangekondigd, leek niets te vermoeden dat het afgelopen jaar evenveel of meer gelijkenissen zou vertonen met het voorgaande waardoor het leven opnieuw even chaotisch werd als dat aan wat eraan voorafging. Opnieuw gebeurde zoveel onbegrijpelijke of onvoorspelbare dingen die opnieuw zo hard tot reusachtige maatschappelijke ergernissen geleid hebben dat een undo-knop wel handig ware geweest. Ik ga de feiten, hoe ook jij ze aanvaardt, niet herhalen want ze komen me de strot uit. Voor sommige mensen heeft ongedaan maken van fouten nu al zijn limieten bereikt. Ze kunnen me wat.

Ik moet nu gaan want uit lompigheid stootte ik net mijn koffie om. Ik probeerde ‘undo’ maar die verwijderde alleen de laatste alinea die ik pas geschreven heb. Helaas, met de ongedaan-maak-knop van het leven kan ik dus ook niet helpen. Hij is namelijk nog niet uitgevonden en de vraag blijft of dat überhaupt ooit zal gebeuren. Zullen we de puinhoop van het leven dan niet gewoon zelf oplossen? Laat ons daar in ’22 mee beginnen. Met een klein beetje meer verdraagzaamheid, liefde en zorg voor elkaar zal het lukken. Denk je niet?

Geen scheet over de lippen gehad!

“Met de dag begin jij meer op je vader te lijken”: bitste ze me nogal kortaf toe nadat ze haastig de ontbijttafel verliet zonder dat daar in mijn ogen aanleiding voor was.  Mijn permanent aanwezige vrouwelijke huisgenoot die zichzelf voor onduidelijke redenen een hogere rang in de familiale hiërarchie heeft toegeëigend, was overduidelijk geërgerd. Ze blafte in een bitse uitval verder: “Hoe dikwijls nog? Niet met je mondvol!” Met die laatste snibbige schimp was, naast mijn allerlaatste broodkruimel ook mijn allerlaatste twijfel weggenomen. Het was glashelder dat het niet mijn vaders allerzachtaardige kant was die ze in gedachten had toen ik een paar tellen geleden de vergelijking met hem moest doorstaan. Geen idee welk beeld ze van mijn pa precies voor ogen had maar ik durf er gif op nemen dat het niet zijn voordeligste kant was.

Ik zou het licht van de zon ontkennen, mocht ik u proberen overtuigen dat ik met mijn vader geen enkele genetische overeenkomst heb.  Men zou terecht andere vragen kunnen stellen, moest dat niet het geval zijn. Die mens heeft me per slot van rekening verwekt. Neem nu bijvoorbeeld de omvang van onze hoofden. Dat is duidelijk een niet te verloochenen uiterlijk verschijnsel dat de Pultau-dynastie al eeuwenlang generatie op generatie doorgeeft. Mijn zonen zijn ook met datzelfde, in het oog springend genetisch kenmerk belast. En die last mag gezien de omvang ervan redelijk letterlijk genomen worden. Zou u ons niet kennen, geloof me dan maar op mijn woord dat wij, Pultau ’s dè “hoofdreden” zijn waarom het woord bol in Van Dale omschreven wordt als “rond lichaam dat begrensd wordt door een gebogen oppervlak waarvan alle uitstekende punten even ver verwijderd zijn van het middelpunt”. Zou u ons in levenden lijve zien, u zou vaststellen dat wij allemaal over datzelfde grote pompoenenhoofd beschikken als vader zaliger, in de veronderstelling dat u mijn vader zaliger in eigen persoon gekend heeft natuurlijk. Wat hij naast grote karakterkoppen nog ongewild aan ons heeft doorgegeven is zijn gulzige eetlust. Volgens hem was dat het gevolg van de oorlogsschaarste. “Als ge toen niet haastig waart en pakte wat ge kon krijgen, had ge niks!” Ik kan hem die zin met zijn tandeloze mondvol nog horen smakken. Ridderlijk toegegeven, kokette tafelmanieren, het zijn niet de sterkste punten van het geslacht Pultau. Niet dat wij als onbeschofte Neanderthalers werden opgevoed, zeker niet, want mijn ma, eveneens zaliger, kon een erwt nog in vieren snijden alvorens ze er zuinig en zonder gesmak een half uur op te kauwen.

Ik vertel u dit alles omdat de vrouw des huizes de kwaal waaraan zij leidt niet langer meer kan onderdrukken. De diagnose die ze nota bene zonder doktersbezoek bij zichzelf stelde, heet Misofonie. En dat beste mensen is een bijzondere aandoening. Terwijl ze eigenlijk gewoon onverdraagzaamheid bedoelen, is Misofonie de medische term die psychologen bezigen om overgevoeligheid voor specifieke geluiden te benoemen. Hoewel het een vrijwel onbekend verschijnsel is, zijn witjassen het er roerend over eens. Misofonie is een psychische afwijking die zich kenmerkt door een extreme afschuw van bepaalde geluiden.  Geluiden die Misofonie veroorzaken en zelfs tot woede-uitbarstingen of agressie kunnen leiden zijn bijvoorbeeld het voortdurend kuchen van iemand in de directe omgeving, het hoorbaar peuzelen aan een kippenbout of zelfs de ritmische ademhaling van een geliefde kan irriteren en stoppen doen doorslaan. Een te luide scheet of een verdwaalde boer kunnen voldoende aanleiding zijn voor een echtscheiding of voor intra-familiaal geweld.

Wanneer je me dus straks met een blauw oog of een gebroken arm ziet rondlopen, betekent dit waarschijnlijk dat ik te luid geslikt heb, dat ik te hoorbaar of te uitdrukkelijk ademde of dat ik een boer niet langer meer kon onderdrukken want geloof me wanneer ik u zeg dat ik een scheet in haar bijzijn, al maandenlang niet meer over de lippen heb gehad.

Het meisje met de parel

Ik wacht geduldig op de stilte van de nacht en observeer mezelf hoe ik naar de dingen kijk. Ik ben te beschaamd om op te schrijven wat ik zie. Niemand zou me geloven. Stapelzot zou men mij verklaren. Veel aandacht kan ik aan mijn nachtelijke beschouwingen niet besteden, want naast mij ligt iemand die op het punt staat om mijn gedachten met een stil gesproken betoog te onderbreken. Nu ja stil, het is maar wat je stil noemt. Ondersteund door ongeveer vijf kussens waarvan er zich minstens twee tussen haar benen bevinden, is de betere wederhelft van mezelf zonet luidop aan een onverstaanbaar gesprek begonnen. Op ongeveer dertig centimeter verwijderd van mijn rechteroor prevelt ze wartaal die alleen door uit haar mond kan uitgesproken worden. Ik versta er dan ook geen woord van.

Het zal vast wel een ontspannende gedachte zijn te dromen dat je altijd gelijk hebt.  Niet dat ze zich daarvoor per se in dromenland moet bevinden om dat te denken, maar dat terzijde. Ik geloof dat ze droomt over een reclamespot van vanillepudding waarin ze de hoofdrol heeft. In vanillepuddingreclamespots zijn vrouwen namelijk altijd goed gezind en geduldig. Neem bijvoorbeeld die reclame van La laitière. Kan je haar voor de geest halen?  Dat door Vermeer geschilderde melkmeisje wie in een middeleeuws tafereel, roerend in een kom van volle melk luchtige vanille feuilleté maakt. Volgens gaat haar droom daarover, en anders poseert voor Vanmeer als meisje met de parel, dat kan ook. Met die ongedwongen glimlach, lijkt ze vrolijker en praat ze minder dwingend dan wanneer ze zich ten volle bewust is van de woorden die ze spreekt. Niet dat wij ruzie maken hoor, ver van en misschien is dat feit op zich nog angstaanjagender. Waarom zou je ruzie maken met iemand die je even koud laat als stijf geworden vanillepudding als je in plaats daarvan voor onverschilligheid kan kiezen?

Ik laat mijn gedachten verdampen in de nacht en besluit ze uit te stellen naar later. Misschien verdwijnen ze vanzelf of worden ze alsnog overvleugeld door vrolijkere waanzin. Eenzaamheid in je hoofd is op zich best wel een fijne gewaarwording tenminste als je het niet te dikwijls moet voelen. Overdag versta ik als geen ander de kunst van ongebalanceerd nietsdoen maar eens het licht opgeslokt werd door het duister kwel ik mezelf met de gedachte dat ik liever uit een raam zou springen. Voor alle duidelijkheid, uit een raam dat zich op het gelijkvloers bevindt. Ik ben namelijk geen held, of wat dacht je? Ik verklaarde die laatste verzonnen intentie, niet omdat ik eraan twijfel dat de mensen mij niet begrijpen maar gewoon omdat ik niet met zekerheid kan zeggen dat ik dat zelf doe.

Toen ik vanmorgen wakker schoot en ik het slib uit mijn ogen gewreven had, bekeek ik haar met de ogen van een vreemde vis die ikzelf niet graag zou vangen. Heb ik gesnurkt vroeg ik? Neen antwoordde ze, je hebt gedroomd. Een nachtmerrie denk ik. Iets over Vermeer en vanillepudding?  

Brakke travestiet.

Ik ben een slechte travestiet.  Ik ben zonder twijfel de slechtste travestiet die ooit zal hebben bestaan. Niet dat ik dit feit als een grote ontgoocheling beschouw, neen maar eerlijkheid heeft zijn recht en die gebiedt te zeggen dat het me nog nooit gelukt is om travestiet te zijn, en als homo of transgender deug ik evenmin.  Bijgevolg behoor ik gewoon maar tot het voorspelbaar, duffe gedeelte van het mannelijke geslacht dat door hormonen gedreven, met vastberaden tred hunner piet achterna host.  Aan dit eerder toevallige levenslot heb ik geen enkele persoonlijke bijdrage noch enige verdienste. Men kan mij er dan ook niet van beschuldigen.

Toen God, in de tuin van Eden tot Adam (het tot dan toe enige wezen dat voorzien was van een piet) de gevleugelde, niet mis te verstane woorden sprak, “Gaat heen en vermenigvuldigt u”, kan men Adam bezwaarlijk van dovemansoren verdacht hebben. Nu zijn nageslacht stilaan een kleine acht miljard eenheden telt, blijkt het met dat verplicht gaan en vermenigvuldigen, van begin af aan wel snor zat. De mannelijke nazaten van Adam zijn door de eeuwen heen namelijk steevast hun beste been blijven voorzetten, en de meeste van Eva’s nakomelingen bleven, op één luttele uitzondering niet te na gesproken, allemaal gul en royaal bevlekt ontvangen, al heeft zij zonder dat daar twijfel mag over bestaan, meer verdienste aan dan Adam.  Zij had met die grijplustige handjes van haar maar van die jonagold moeten afblijven, een onbegrijpelijke dwaling waarvan de verstrekkende gevolgen ondertussen genoegzaam bekend zijn. We blijven vogelen om te bestaan en we blijven bestaan om te vogelen. Het leven zit wat dat betreft dus redelijk simpel in elkaar. Laten we het dan ook eenvoudig houden. Travestieten en homo’s hebben hun afspraak met Gods eenvoudige wiskunde dan wel gemist. Mogelijks opteerden zij door de jaren heen voor een iets modernere wiskunde, ik weet dat niet en mij niet gelaten. We zijn per slot van rekening stilaan toch al met genoeg.

In boeken staat dat het verleden haar ware gelaat pas toont als de geschiedenis helemaal geschreven is, wanneer de hoofdstukken genummerd zijn, wanneer alle voetnoten vermeld zijn en als het doek definitief gevallen is. Het enige voordeel van postuum beroemd worden, is dat je geen dikke nek meer kunt krijgen. Het grote nadeel ervan is wel dat je even dood als een pier moet zijn als Jezus Christus, zelfs al beschikte die over het eeuwige leven. Hoe ironisch toch. Het feit dat ik zelfs nog maar durf denken om even postuum beroemd te worden, maakt -buiten dat ik mezelf grenzeloos en schaamteloos overschat- dat ik me ook gewoon maar een ordinaire, respectloze dikke nek mag noemen. Een die zelf soms denkt dat hij God de vader is, terwijl ik gewoon al blij zou moeten zijn dat er zich af en toe nog eens iemand aandient die zich over mijn kruis wil ontfermen. Maar wat wil je? Ik ben dan ook maar een uiterst brakke travestiet en als homo of transgender deug ik ook al niet.