De wereld mag binnen

Jaren aan een stuk heb ik het gedaan, met misprijzen naar mezelf kijken door de ogen van een ander, om me met dat oordeel een valse identiteit aan te meten. Ik moet daarmee stoppen. De maskerade heeft lang genoeg geduurd, maar vooral, het heeft me niet veel waardevols opgebracht, integendeel.  Voortaan zal ik proberen om meer aandacht te schenken aan wie ik diep van binnen ècht ben. Ik hoop dat als me dat lukt, ik me op een betere manier in de wereld zal kunnen begeven, milder voor mezelf en zachter voor diegenen die er ook in dolen, net zoals ik. Maar, niet langer met de ongewenste druk die ik mezelf opleg, om door iedereen gezien te worden door een bril die niet bij me past, om goed- of om afgekeurd te worden. Ik moet niet broodnodig opvallen. Ik hoef niks te bewijzen want dat heeft niet veel opgeleverd.

De jaren verstrijken geruisloos en meedogenloos.  Elke hartslag van mijn leven wordt geteld en is zorgvuldig bijgehouden. Was het mijn verjaardag of was het iets anders, voortschrijdend inzicht, nuchterheid misschien?  Was het omdat een aantal belangrijke mensen mij recentelijk ontvallen zijn door gebeurtenissen die buiten mezelf lagen en ik daardoor mijn aards bestaansrecht evalueerde?  Het doet er niet toe. Wat er wel toe doet, is dat ik langzaamaan begin te ondervinden dat ik niet beter word van datgene wat anderen over mij denken, hoe ze naar me kijken of hoe ze over me spreken. Kritiek op wie ik ben, hetzij positief hetzij negatief is immers nooit juist gedoseerd.  Hij is nooit op maat gesneden van wat ik acceptabel, terecht of onterecht acht.

Als ze er mij zonder maskerade niet langer bij willen, hetzij zo. Als elke vezel in mijn lijf roept dat ik mijn geknutselde identiteit ontgroeid ben, hoef ik me er toch niet langer proberen in te wurmen?

Toestaan om mezelf sympathiek te vinden door mijn persoonlijke gedachten en emoties in een plooi te wringen zodat ze allemaal in een gietvorm kunnen, die niet bij me past, ik ga dat niet meer doen. Daarvoor schieten er nog te weinig hartslagen over. Onder de vermomming die ik van mezelf afgooi hoop ik onbezorgdheid en rust in mijn hoofd en hart te vinden, niet om de wereld te verstoppen maar nèt om hem binnen te laten!

Vandaag, zeker vandaag!

De dag loopt stilaan naar zijn einde. Het was geen speciale dag. Niet alles is verlopen hoe ik het me vanmorgen had voorgesteld. Sommige dingen die ik in gedachten had, heb ik gerealiseerd, andere niet. Op een bepaalde manier overkomt de dag me ook gewoon zo maar, zelfs al had ik er vanmorgen misschien hele andere plannen mee.

Ik zeg dit allemaal maar omdat het tot een paar minuten geleden een hele gewone dag was.

“Vandaag ben je precies negen jaar nuchter, proficiat!” Zomaar een berichtje vanuit het niets, nuja het niets…

Is vandaag dan toch geen gewone dag? Ik geloof echt niet dat het dat is. Negen jaar geleden, dàt was pas een ongewone dag. Dan maakte ik heel bewust de keuze om me vanaf dat moment bepaalde dingen niet meer te laten overkomen. Dàt was pas een hele speciale dag. Vanaf drie september 2013 heb ik geprobeerd om te leren genieten van een gewone dag.  Soms lukt me dat. Soms niet. En dat maakt niet uit.

Vandaag is het dan ook geen speciale dag want ik doe maar gewoon, maar dat is begot heel veel om dankbaar voor te zijn. Ook vandaag, zeker vandaag!

Rechten van de man

Tot het mannelijk geslacht behoren is een toevallig levenslot waar ik niet zelf voor gekozen heb. Dingen waar ik geen persoonlijk aandeel in heb, kan ik moeilijk als verdienste of als nederlaag beschouwen. Niet dat ik onder mijn mannelijkheid gebukt ga integendeel. Ik zou ten andere de slechtste travestiet zijn die ooit bestaan heeft.  Mocht ik zelfs maar met de gedachte flirten om me tot vrouw te laten ombouwen, ik ben zeker dat ik rechtopstaand pissen te hard zou missen, niet dat dit in alle omstandigheden even comfortabel is. Mannen weten wat ik bedoel.

Niet dat ik mijn mannelijkheid als een grote ontgoocheling beschouw. De waarheid heeft zijn recht. Het zou me nooit lukken om als travestiet of als homo door het leven te gaan en als transvrouw zou ik evenmin deugen.  

Bijgevolg ben ik veroordeeld om tot het voorspelbare, duffe mannelijke geslacht te behoren dat, door hormonen gedreven, hunner piet achterna host.  Mannelijkheid als toevallige levenslot. Ik loop er niet mee te koop, ben er niet te trots op, maar schaam me er niet te hard over omdat ik er geen enkele persoonlijke bijdrage noch verdienste in heb. Men kan mij er ook niet van beschuldigen.

Een van de grootste verschillen tussen mensen die behoren tot het mannelijke geslacht en mensen die horen tot het vrouwelijke geslacht, is dat de eerste categorie er plezier in vindt om rechtopstaand te plassen. Vanaf het moment dat de vriestemperaturen het toelaten weten mannen met hun geluk geen blijf wanneer ze met hun lans in de hand de Z-van-Zorro in de sneeuw kunnen pissen. Ze lopen er echter niet onder gebukt wanneer dit genot door de opwarming van de aarde een paar jaren na elkaar niet kan.

Mensen die tot het vrouwelijk geslacht behoren, voelen er, tenzij ze zich naakt in de douche bevinden, doorgaans weinig voor om dit mannelijk gedrag te imiteren. De drang om dit genot buiten de veilige haven van een douchecabine te beleven is nagenoeg onbestaande. De plastuit is dan ook een even waardeloze uitvinding als bijvoorbeeld een avocado-op-een stokje en bij uitbreiding elke andere uitvinding die oplossing biedt voor een probleem dat niet bestaat.

Een ander verschil tussen mensen van het mannelijke geslacht en hun vrouwelijke tegenhangers is dat personen die tot de tweede categorie behoren van een toiletbezoek doorgaans een groepsevent maken en alsmaar lopen tetteren over, weet ik veel waarover want als man ben ik doorgaans geen frequent bezoeker van een vrouwentoilet. Mannen op toilet, ze tetteren minder en doen dat buiten de toiletzone meestal ook maar dit terzijde. Vrouwen maken bovendien van elk toiletbezoek gebruik om oorlogskleuren bij te werken of om er hun maandelijkse ongemakken te verhelpen. Blijkbaar wordt dit ongemak draaglijker vanaf het beleefd wordt met minstens twee.  Het lijkt denkbaar en aannemelijk dat mannen hierdoor meer op hun toilet privacy gesteld zijn dan vrouwen.

Mannen, vrouwen en hun wc-gebruik, het is me wat.

In de gegeven omstandigheden lijkt het me dan ook een bijzonder slecht idee, om net als avocado’s op een stokje, de wc-gewoontes van mannen en vrouwen te negeren door er één gemeenschappelijke, genderneutrale zone van te maken temeer omdat ik er als man weinig voor voel om deelgenoot te worden van al dat vrouwelijk WC-getetter wanneer ik alleen maar behoefte had om rap-rap mijn tuinslang buiten te hangen om rechtstaand een vlieg dood te pissen.

Het is bijna een even goed idee om in elk toilet een ballenbad te voorzien. Hopelijk bracht ik met deze gekke gedachte niemand op ideeën.

Hebben mannen dan geen rechten?

Details veranderen

Als mensen, die zichzelf belangrijk vinden en zich in het episch centrum van het universum wanen, zeggen, “ik zou graag de geschiedenis in gaan als…”, heb ik, afhankelijk van wie deze onzin uitkraamt zin om te vragen, “komt het idee niet in je op om vandaag al de geschiedenis in te gaan?  Doe eens een beetje moeite. Persoonlijk ontbreekt het mij aan elk soort ambitie om dingen te doen waarmee ik de geschiedenis in zou kunnen gaan. Mijn levensdoelen situeren zich dichterbij. Kleine, onbenullige dingen die mijn dag een beetje glans geven, dat is waar het mij om te doen is. Ik houd me bezig met zaken die zich de komende tien tot twaalf uur aandienen. Veel verder reiken mijn plannen meestal niet. Toekomstige geschiedenisboeken van een verleden dat nog niet bestaat en waar ik een rol in te vervullen heb, ooit deed ik het wel, maar echt, ik ben daar nu niet meer mee bezig.

Een van de eerste dingen die ik elke dag doe, vooraleer ik ook maar iets anders zou kunnen bedenken waarmee ik de geschiedenis kan ingaan, is de brilglazen van mijn bril opblinken. Ik heb namelijk een hekel om de wereld te zien door de mist van mijn eigen beduimelde vingerafdrukken.  Ze belemmeren een klare kijk. Maar eerlijk, ik zou het ook maar niets vinden om de geschiedenis in te gaan als iemand die zich elke dag opnieuw maar als enige doel stelt om brilglazen proper te houden om beter naar de wereld te kunnen kijken.

Ik kan me voorstellen dat sommigen nu al kregelig worden en me liefst zouden verwijten lui en tam te zijn en dat ik maar best, zo snel als mogelijk zou toegeven aan zelfgecreëerde schaamte en opgelegde schroom. Leven als een ongevaarlijke rebel zonder doel is voor sommige mensen een bedreiging.  Geconstrueerde twijfels om ergens een verschil mee te maken of om ergens bij te horen voel ik niet. Ik heb geen spijt dat het mij aan die grote ambitie ontbreekt. Ik ben wie ik ben en mijn identiteit bestaat uit vele laagjes. Verwondering, nieuwsgierigheid en verwarring zijn daar maar een deel van. Doen alsof ik niemand nodig heb zit ook onder een van die laagjes.

Laat me dan zo maar de geschiedenis ingaan, als iemand die elke dag zijn brilglazen proper houdt en perfect kan doen alsof hij niemand nodig heeft. Nu ik erover nadenk. Misschien zou ik toch liever ècht de geschiedenis ingaan, al is het maar om daar een paar details te veranderen.

Iemand moet het doen

Van deze Dodentocht onthoud ik toch vooral mijn “stijf gat”. De 13000 wandelaars kunnen tenminste nog stappen.  Ik kan haast niet meer zitten. Ocharm ik en mijn zitvlak. Effenaf, ’t mag gezegd. Het was een zware dodentocht.  

Alle hulpverlening inclusief het Rode Kruis richtten zich met hun EHBO-activiteiten hoofdzakelijk op verkoeling, hydratatie en het verzorgen van blaren en bleinen. Doorprikken of niet? Waarmee doe je niets verkeerd? Meningen hierover zijn even hard verdeeld als over een Dodentocht van 67 of van 100 km.

Waar niemand zich echter om bekommerd heeft, ook het Rode kruis niet, zijn de tepels van de stappers.  Tepels zien af, ook mannentepels, geloof me!  67 km lang op- en neergaande prammen geprakt in natte sportbh’s of in doorweekte pushups, met tape en sparadrap afgeplakte men-boobs hebben nagenoeg hetzelfde resultaat, 26000 tepelkloven, 26000 verwrongen tepelhoven, 26000 ontstoken spenen en 26000 vermassacreerde nippels. M/V/X niemand werd gespaard.

Ook de anus had van Jan. Het uiteinde heeft het door natte strakke strings of ander nat onaangepast ondergoed hard te verduren gehad. Menig onderkant ziet er na 67 km zout zweet dan ook uit als een slechte geprepareerde steak-haché met kappertjes.

Vaseline had soelaas kunnen brengen, maar hier gezegd en elders gezwegen, vaseline aan het uiteinde smeren, het blijft voor velen onder ons toch min of meer een no-go-zone. Laat ons daar niet flauw over doen.

Anyway, mochten ook jouw tepels de gelijkenis met twee keer 50 gram filet américain maar met moeite doorstaan, kom gerust af. Ik verkoel, verzorg en verbind gratis alle a- b- c- d- en e-cups. Voor f-cups zijn mijn handen niet groot genoeg en is mijn mond te klein als ik er juuzekeszalf wil over spikkelen.

Iemand moet het doen.

Hij vertelt …

… Onder het oppervlak schuilen geheimen die ik met niemand deel. Misschien ben ik gewoon iemand anders of ben ik op zoek naar de grotere betekenis van alles, naar het doel van het leven of naar de drijfveer van de liefde. Misschien is die grotere betekenis wel een persoon, een ding, een status. Wie zal het zeggen? Is het iemand die ik verafgood? Ben ik dan op zoek naar een reden voor alle rottigheid in de wereld of naar die van mezelf?

Het is zoals staren naar een zonsverduistering. Ik weet dat ik het beter niet doe maar het is zulk een intense ervaring dat ik wel moest kijken. De schade is aanzienlijk.

Iedereen heeft elektronische privacy in zijn achterzak. Mochten mensen er ongelimiteerde toegang toe hebben, het aantal echtscheidingen of passionele moorden zou ongezien zijn. Daarom ontken ik tegen andere en mezelf wie ik echt ben. Het is sterker dan mezelf.

Passief actieve ontkenning, om mezelf draaglijk te maken, tot er van mijn authenticiteit niets meer overblijft.

Fantasie is niet voor eeuwig, hoe graag ik dat ook zou willen. Ik weet dat het ijdel is om je erover te spreken, zeker als ik zelf nog niet ben opgestaan om het leven en mezelf te zien zoals het in werkelijkheid is. Zolang ik sociaal wenselijk reageer en me niet verdacht gedraag, zullen mensen me niet verdacht vinden en word ik onzichtbaar.

Een tel was ik zwak, één moment weerloos. Heel kort, maar ik kon mijn drang niet weerstaan om te ontsnappen en om me van alles los te maken. Misschien is het daarom dat ik in deze droom opnieuw naar jou moest komen. Om te praten, zodat ik niet van mijn veiligheidskoord val.

… ik luister en dat is alles wat ik nog kan doen

Whatever… Fomo-foemp!

Ik sta opnieuw op een kruispunt in mijn leven. Ik ben 53.  Uitgaan, nieuwe mensen ontmoeten, gedoe, het interesseert me niet zoveel meer. Ik heb genoeg ‘vrienden’ op facebook. Anders dan die kwebbels die mijn vrouw afgelopen maandag had uitgenodigd om te wijnen, kan ik hen muten wanneer ik dat wil. Handig toch? Maar serieus, ik heb het gevoel dat ik in mijn leven opnieuw op een splitsing sta. Het ergste stuk van de midlifecrisis ligt achter mij, althans dat denk en hoop ik.  Ik ben erachter gekomen dat het allemaal niet beter meer wordt.  Grootvader zie ik me de eerste paar jaar niet onmiddellijk worden en mijn professionele leven kabbelt verder gelijk een beekje dat het hard te verduren heeft gehad met de opwarming van de Aarde.

Wat blijft er dan over om mijn tijd te doden?

Juist, met mijn geliefkoosde hobby, mensen beoordelen.  Laat facebook daar nu het ideale medium voor zijn. Gisteren was ik door de profielen van mijn allernaaste familie aan t scrollen. Gewoon om me ervan te verzekeren dat ze nog steeds marginaal en racistisch zijn. Grapje, daarvoor heb ik facebook niet nodig. Dat staat ook op Instagram, Whatsapp en tinder en als ik ze tegen ’t lijf loop hoeven ze hun mond niet open te doen om me daarvan te overtuigen.

Al scrollend door de wondere wereld van facebook botste ik op een van mijn ‘vrienden’.  Niet dat ik hem de afgelopen tien jaar in ’t echt ontmoet heb, laat staan dat ik er IRL ooit een woord mee gewisseld heb. Nieuwe virtuele vrienden heb je nooit genoeg toch?  In zijn laatste bericht las ik dat hij een pauze neemt van Social media. Heb je mensen dat ooit zien doen? Dat gebeurt altijd met een plechtige aankondiging: “Ik heb er even genoeg van, ik neem een digitale detox, #moedig, #getttingalife, #lifesbetter@dentoog.”  Met deze moedige post wanen ze zich de nieuw held van het internet.

Wat ze niet weten is dat, voor ze dit bericht plaatsten, het niemand al een bal kon schelen. Ze whatever-en door het leven en verwachten dat we hun ge-whatever onthalen met bloemen en lofzang, duimpjes, likes, shares en retweets. Als ze er niet genoeg krijgen geven ze er met een virtuele pruillip de brui aan. Zo kwam ik er bijvoorbeeld gisteren achter dat hij, mijn virtuele beste vriend’, een maand lang het gras niet had afgereden, #maaimeiniet, #zetjelevenopgroen, #blijvoordebij en dat hij vier weken geleden voor de tweede keer in die week sushi besteld had, #teriyakistraffewasabilol, #sushiloversarebetterloversyolo.

Waarom schrijft iemand überhaupt een bericht om aan te kondigen dat hij vanaf morgen een facebookbreak neemt? Ik vraag het me af. Dat is toch min of meer hetzelfde als nu het glas heffen en je ladderzat drinken op het feit dat je morgen stopt met drinken om dan rond het middaguur een aperitief te ‘nuttigen’ omdat je de track niet onder controle krijgt? #slechtefbdetoxstart, #facebookbreakfail, #zoujeniebeternekeerietsnuttigsdoenfomofoemp

Achttien en verse lakens

De meeste facebookberichten, om elke misverstand hierover uit de wereld te helpen, ik ben er geen voorstander van.  Om niet gezegd te hebben dat ik ertegen ben en ze eigenlijk verafschuw.  Dat jij over bepaalde gebeurtenissen die zich ver weg of dicht bij jouw leefwereld afspelen een mening wil hebben, mij goed en tot daaraantoe. Ik heb ze soms ook, maar om mensen daarmee constant lastig te vallen? Echt, moet dat zo nodig? En dan altijd zo negatief. Denk je echt dat ik wakker lig van al datgene waarvan jij vermoedt dat ik net zoals jij ook wakker lig? Nope! Doen we niet!

Toegegeven, ik aanschouw wel eens een diepere gedachten en voel af en toe behoefte om ze te beschrijven in gekrulde zinnen en uitgesponnen teksten, maar de aandrang om aan de wereld mijn mening op te dringen?  Daarvoor ontbreekt het me aan moed, kennis, durf, intelligentie maar vooral aan arrogantie. Maar somtijds dwingt nood wet want als ik nog aan iets een grotere hekel heb dan aan meningen in facebookberichten dan is het aan het gezwam over het verschil tussen de geslachten. Mocht mijn leespubliek nu uit gen-Z bestaan, ik zou niet nalaten het woord geslacht nader te verklaren met man en vrouw.

De bladvulling en flauwekul die hierover de laatste tijd bij elkaar gezwamd is! Laten we aub de Heer dankbaar zijn dat hij bij de schepping maar twee geslachten in gedachten had, zo niet was het onheil helemaal niet te overzien geweest. Ten tijde van Felix Timmermans’ boerenpsalm was het allemaal veel eenvoudiger:

“Ik voel me lijk een boom die ’t sap van den grond opzuigt. Maar ons Fien roept en dan gaan we slapen, in versche lakens. ’t Was of we nog maar achttien jaar waren en ik in acht maanden niet meer thuis geweest was!”

Als je in die tijd trouwde en je een paar nakomelingen uit je werkmansbroek had geschud, mocht je jezelf al content prijzen dat je elkaar niet elke dag met de riek achterna zat. Als je daarin lukte was het leven al een succes. Nu moeten we naast minstens tien uur werken ook nog met elkaar gelukkig worden. We eisen daarbij elkaars volle aandacht om samen aan de relatie te wèrken. Ik krijg vaak en word al moe als ik eraan begin te denken. Als liefde een werkwoord moet zijn wanneer gaan we dan in verse lakens slapen om te doen alsof we nog maar achttien zijn en we acht maanden niet meer thuis zijn geweest?

“De vrijgevochten vrouw werkt te hard en is niet heet genoeg. De nieuwe man is te lief en niet spannend genoeg.”

Zou onze Lieve Heer dit in gedachten gehad hebben toen hij in ’t de tuin van Eden, Eva in een Granny Smith liet happen? Nope, en ik denk van niet maar als God wil straffen, aanhoort hij je gebeden. Ook wanneer het mannen en vrouwen aangaat. Vooral wanneer het mannen en vrouwen aangaat. Want vrouw, wou jij niet dat je man een beetje zachtaardiger werd en man, wou jij niet dat je vrouw een paar centen bij verdiende? God zalft en slaat maar straft onmiddellijk.

Het is hoogtijd dat we mannen en vrouwen met rust laten, en dat ze zijn wie ze willen zijn. Mannen desnoods in een rok of vrouwen in maatpak, op voorwaarde natuurlijk dat ze elkaar gerust laten en dat ze af en toe nog eens doen alsof ze achttien zijn tussen verse lakens.

Om elk misverstand te vermijden.  Ik ben geen voorstander van facebookberichten, om niet gezegd te hebben dat ik ze verafschuw maar misschien heb ik gewoon een gebrek aan verse lakens of aan de verbeelding om opnieuw achttien te zijn.

Vaya con dios

Het is toch geen misdrijf als je de keuze maakt om niet meer te willen leven? Uit het leven stappen zegt niets over de persoon die jij ooit bent geweest. Het zegt niets over al de dingen die je goed of fout hebt gedaan. Zelfdoding maakt van jou geen beter of slechter mens.

Het zegt alleen iets over het feit dat je op deze plaats niet meer wil zijn. Je nam voor de meest intieme en voor de meest persoonlijke redenen de beslissing om van het leven geen deel meer te willen uitmaken, omdat het te moeilijk was, omdat het te zwaar was of omdat je geen enkele andere ontsnappingsroute meer zag. Die keuze mag niet goed- of afgekeurd worden ze kan alleen maar geaccepteerd worden.

Suïcide is geen misdaad als je de keuze maakt om niet meer te willen leven.  Je kan er niet voor gestraft worden en je hoeft er bij niemand meer verantwoording voor af te leggen. Het is geen crimineel misdrijf ook al laat je vele mensen achter met ‘levenslang’.  Geen levenslange straf maar levenslang gemis, met onbeantwoorde vragen en levenslange schuldgevoelens.  Met rauw verdriet en levenslange vertwijfeling en wanhoop, met levenslange emoties die geen plaats of troost meer kunnen vinden. Met onophoudelijke analyses en met “what if’s” die geen steekhouden maar die voor altijd zullen blijven ronddolen in de hoofden en in de harten van al diegenen die zo dicht bij je stonden maar niet meer tot jou konden doordringen.

Maar moord was het niet… het was geen misdadige actie. Je wou alleen weg. Weg uit de donkerste steeg waarin je was aanbeland en waarin voor jou geen enkel licht meer leek te schijnen. Ook al is ze keihard en is het onmogelijk te zeggen of het ooit helemaal zal lukken maar de keuze die je gemaakt hebt moeten we je gunnen, anders was je onze vriendschap niet waard geweest.

Maar zelfmoord?  Wat een afschuwelijk woord.  Het heeft de nuance van iemand die je ziel vermoordt en dat is niet het geval. Hij zal voor altijd blijven ronddolen in gedachten en in herinneringen. Dat zal nooit veranderen.

Vaya con dios maat, met de wind vanachteren. Je zal er een beter plekje vinden dan hier.

De grootste, de dikste en de langste

Mensen die in het leven staan met de illusie “het” gemaakt te hebben of “het” aan ’t maken zijn omdat ze toevallig een paar centen in hun zakken hebben, zijn sneller kwaad dan mensen die afhankelijk zijn van hulp die door anderen verstrekt wordt.  Dat feit op zich is een bijzonder vreemde vaststelling omdat ons zelfbeeld er net op gemaakt is om geen hulp nodig te hebben of te aanvaarden. Je zou dan toch verwachten dat net dat begoede deel van de samenleving iets gelukkiger door het leven stapt, niet dus.

Aan jezelf toegeven dat je hulp van doen hebt maakt je niet trots. Echt, je wordt daar niet blij van. Je zou dan toch verwachten dat net deze mensen sneller kwaad worden. Niet dus, het tegendeel is waar.

Het zijn net mensen, met de centen in hun zakken en geen hulp van doen hebben die minder dankbaar zijn, cynischer door het leven stappen en sneller boos worden. Straffer nog, in de meeste gevallen worden ze boos op de groep stakkers die met hun pree niet rondkomt.  Ze kijken erop neer, maken hen het verwijt lui te zijn, te profiteren, dat ze hier niet thuishoren of gewoon, dat ze harder moeten werken, harder moeten proberen etc. Kortom ze gaan er verkeerdelijk van uit dat het met wilskracht allemaal opgelost kan worden.  In hun ogen is groei en vooruitgang een keuze die alleen met inzet en doorzettingsvermogen kan bereikt worden. Contradictorisch is dat ze er tevredenheid en geluk niet voor in de plaats lijken te krijgen.

Toch worden ambitie en groei van jong af gepromoot en gestimuleerd. Haak je daarvoor af word je als buitenbeentje van de roedel beschouwd. Wie niet wil groeien of gewoon tevreden is met de lengte, de dikte, het loon of het leven wordt als raar of ongewoon bestempeld? Van kindsbeen af wordt het ons ingepeperd: “Ga ervoor, word slim, verbeter, verander, verdien geld en goud, koop, reis … The sky is the limit en the world is your oyster.

Voldoe je niet aan die maatschappelijk opgelegde verwachtingen hoor je er niet bij en ga je ten onder aan twijfel, onzekerheid en in ’t slechtste geval jaloezie en nog meer opgelegde verwachtingen die nog meer twijfels in de hand werken.

Deze vicieuze cirkel heb ik doorbroken. Ik gun mezelf al een tijdje het voordeel van de twijfel. Twijfel heeft een eerbiedwaardige plaats gekregen in mijn manier van zijn omdat ik geloof dat twijfel me verder brengt dan zekerheid.

Als ik schrijf, doe ik het zonder einddoel. Als ik leef doe ik het eveneens zonder einddoel en als mijn dag begint ben ik benieuwd naar wat hij me te bieden heeft, zonder al te grote verwachtingen. Dat maakt dat ik nieuwsgierig blijf rondkijken naar wat ik nog niet weet, nog niet ken of nog niet voel. Groeien doe ik er niet van, integendeel het maakt me nederig, dankbaar en klein, ver uit het zicht van onbereikbaar opgelegde ambities, kortom ver weg van de ratrace. Ik geloof zelfs dat ik door dat nieuwe inzicht al een beetje gekrompen ben. Ideaal want ik wil al een tijdje niet meer de grootste zijn.

Het blijft in de familie

Vader zijn, ik wil daar niet flauw over doen, het laat me niet onberoerd. Ze zeggen wel eens: “de beste vaders herken je aan hun kinderen”.  Ik ben niet geheel zeker of die gedachte me geruststelt of ze me eerder angst inboezemt. In elk geval, het idee op zich streelt mijn ego wel met een zachte plumeau.  Misschien is die uitspraak wel het beste geschenk dat je als vader kan krijgen, ik weet het niet. Wat er ook van aan is, vaderschap, het blijft in de familie en dat is een geruststelling.

Als vader ben je, ofwel trots op de dingen die jouw spruiten realiseren alsof je er zelf aandeel in had, ofwel ontgoocheld wanneer dingen net niet lukten en je hen de ontgoocheling wou besparen.

Vaderschap maakt je betrokken vanop de eerste rij maar vader zijn verplicht je ook los te laten op momenten dat je daar niet klaar voor bent.  Een tegenstrijdigheid die soms lastig is te dragen. Ik weet daar veel over, maar wil die lastigheid besparen. Ze zullen dat ten gepaste tijden zelf wel aan den lijve ondervinden. Ik hoef hen daar nu niet mee te bezwaren. Dat pakt toch geen verf.

25 jaar geleden wist ik niet of ik voor deze levensbelangrijke verantwoordelijkheid uit het juiste hout gesneden was. Ik had geen idee of ik klaar was voor deze levenslange dwangarbeid. Vandaag durf ik nog niet zeggen dat ik het altijd met zekerheid weet. Ik rommel maar wat aan.

Vaderschap is geen schoolvak. Je krijgt daar geen diploma voor. Je hoeft er geen examen voor af te leggen. Het is niet voor punten.  De enige evaluatie die je krijgt is een glimlach, een traan, een onverwachte knuffel of een boze blik die je te beurt vallen wanneer je je vaderrol weer maar eens naar best vermogen, onzeker-verantwoordelijk of stuntelig-onhandig opneemt.

Soms gun ik me de illusie de touwtjes van het vaderschap stevig in handen te hebben. Deze gedachte is echter puur zelfoverschatting die gebaseerd is op slecht geacteerde autoriteit want mijn zonen en dochter weten me altijd wel op een schalkse manier rond hun pink te winden, zonder dat ik dat in de gaten heb. Ik laat dat graag gebeuren, want ik hoef in mijn vaderrol niks te winnen.

Zoals je kan vaststellen: vaderschap is een hondenstiel, schijnbaar onderschat in wat je er moet voor doen, ogenschijnlijk overschat in wat je ervoor terugkrijgt, tenminste als dat verwachtingen waren waarmee je aan deze levenswerkstukken begonnen bent.

Vaderschap is ook in de spiegel kijken en geconfronteerd worden hoe DNA dat aan de oorzaak ligt van persoonlijke levensblunders ongevraagd doorgegeven worden aan de next-gen. De natuur is wat dat betreft niet zelfregulerend maar onverantwoord meedogenloos.

Vaderschap blijft toch vooral als grootste supporter, vol vertrouwen toekijken hoe, met vallen en opstaan kuikens hun ei breken en hun weg proberen zoeken in de grote boze wereld vol wolfijzers en schietgeweren. Na 25 jaar ben ik daarin iets rustiger geworden, want het is fijn om te constateren dat alles altijd goed komt. Waarschijnlijk is dat het geval omdat vaderschap in de familie blijft.

En dat is weeral heel veel om op deze dag dankbaar voor te zijn.

Niemand leest nog en ik? Ik lijk er vreugde in te scheppen om onnozele zinnetjes te bedenken.

We zaten in een kroeg. Ik met koffie, zoals gewoonlijk, zij aan de rode wijn, ook zoals gewoonlijk. Hoewel we het meeste van de tijd alleen maar een soort van online vriendschap onderhouden, zien we elkaar toch af en toe in real life. Als dat gebeurt, praten we over gesprekken die we ooit schriftelijk gestart zijn maar nooit hebben beëindigd. Je kan dat raar vinden. Wij verstaan ons daarin.

We raakten het er samen lang geleden over eens dat we wellicht slimmer zijn met een pen of met een klavier dan in een echt gesprek. Net daarom dat onze babbels zo chaotisch zijn. Ze gaan over alles en niets. Meestal eindigt een gesprek met de ondraaglijke lichtheid en de zin of onzin van de dingen die we doen en vaker over dingen die we niet doen. We borduren verder op elkaars woorden zonder dat die per se moeten uitgesproken worden. Onze gedachten schieten alle kanten op. De ene keer vliegt ze me rond de nek en bedankt ze me voor mijn luisterend oor, mijn dikke huid of mijn inzichten, de andere keer bedenkt ze tijdens het gesprek een plan om me zo snel als mogelijk onder de eerste de beste voorbijrijdende bus te gooien.

“Lieg jij in de dingen die je schrijft?”: vraagt ze opeens onaangekondigd.  “Ik bedoel, vind jij dat een schrijver mag liegen?

 “Waarom schrijf jij eigenlijk überhaupt, en waarom heb jij dat rare kantje om al de problemen die je in het leven ervaart in het openbaar te bespreken? Soms heb ik de indruk”: ging ze door, dat je niets liever doet dan het hele universum te betrekken bij de misverstanden die je hebt met al die mensen om je heen.” Niemand leest het en jij blijft er vreugde in scheppen om onnozele zinnetjes te produceren, wie ben jij toch?”

“In dromen of in gedachten veranderen dingen die ik beleef zonder enige logica. Ik doe dan niet eens moeite om ze te veranderen. Ik accepteer die veranderingen hulpeloos en doe wat me in de droom wordt opgedragen. Als ik al die onlogische gebeurtenissen opschrijf in de context van een verzonnen realiteit, is dat dan liegen?” “Ik weet het niet, en ik weet al evenmin waarom ik het doe.”

Hoewel dit gesprek lang geleden plaatsvond, ben ik er niet mee gestopt om me over die vraag het hoofd te breken: Waarom schrijf ik eigenlijk, en waarom zet ik al maar weer het spotlicht op kantjes van mezelf die andere mensen het liefst verborgen houden? En dan nog, ben ik ijdel genoeg om te denken dat mensen daarin geïnteresseerd zijn, in de wetenschap dat niemand nog leest.

Schrijven is een heel handig hulpmiddel om connectie te zoeken tussen mezelf en de wereld, zeker wanneer het in IRL-relaties soms stroever loopt.

Hoewel verveling me meestal niet afschrikt knaagt ze soms wel. Dan verdrink ik in gedachten, in een soort van solitair psychoanalytisch getob zonder wel omschreven doel of eindpunt.  Gedachten die in cirkels als windmolens ronddraaien worden mijn remedie als afweermechanisme tegen verveling of tegen de lastigheid van het leven. Schrijven wordt dan een open camera op de wereld die ik probeer te begrijpen. Hij registreert in woorden de gedachten die in mijn hoofd rondvliegen. En ja, er zal bij al dat geschrijf wel eens een leugen tussen glippen omdat ik in dromen de romantische realiteit ervaar zoals ik ze het liefst in het echt zou beleven. Gelieve me voor deze naïviteit te willen excuseren.

Killerbody van de kinderboerderij

Omdat ik, zoals jullie onderhand al weten, een bijzonder complexe relatie met mijn gedachten te onderhouden heb, luister ik af en toe naar podcasts van life-coaches, psychologen, of andere zielenknijpers. Ook verslind ik gulzig essays en artikels over geestelijke gezondheid en mentale kwesties. Nu ik erover nadenk, een bezigheid waar ik bedacht moet op zijn het niet te veel of te diep te doen, vermoed ik dat ik mijn respectabele leeftijd alleen maar heb kunnen bereiken door af en toe mijn verstand te gebruiken en mijn gedachten te pijnigen.

Het idee dat mijn verstand zomaar iets is wat ik bezit, wat ik cadeau gekregen heb, vind ik zelfs een beetje beangstigend.  Ik maak me wijs dat denkvermogen, al dan niet kritisch, iets is waar ik aan kan sleutelen, iets waar ik in moet investeren om het gezond te houden. Als ik eerlijk met mezelf ben, denk ik ook zo over mijn kathedraal, mijn lijf zij het iets minder fanatiek.

Mooie lijven worden geprezen en worden nagekeken. Dat geldt zeker voor vrouwen van vijfentwintig, toch koester ik de hoop dat dit ook opgaat voor mannen van mijn leeftijd, al heb ik wat dat laatste betreft minder ambitieuze verwachtingen. Mogelijks zullen vrouwen van vijfentwintig mijn uit de band springende gedachten nog wel sexy vinden, de kans dat ze die mening ook zijn toegedaan over mijn uitzakkende lijf, schat ik iets kleiner. Het zij zo maar dat neemt niet weg dat mooie lijven in balans geen drama’s meemaken in paskamers, een gebeurtenis waar ik zelf onlangs deelgenoot van was toen ik een nieuwe broek paste in een hippe kledingboetiek die eigenlijk niet bij mijn leeftijd past.

Neemt niet weg dat een strakke body, waarover ik tussen haakjes (nog) niet beschik, doorgaans aantrekkelijk bevonden wordt omdat dat discipline, zelfzekerheid, en doorzettingsvermogen uitstraalt.  Een strak lijf in balans zorgt voor zelfvertrouwen, enfin, dat laat ik me toch graag wijsmaken door de zielenknijpers die ik beluister.

Ik ben, laat daar vooral geen twijfel over bestaan, als het op lichaamsbeweging en diëten aankomt een nationale ramp, ik eet gewoon te graag en bewegen, ja daar heb ik helemaal een broertje aan dood.  Toch heb ik mezelf, nadat ik eerst de psychologische grens van 110 kg moest overschrijden, ertoe kunnen aanzetten mijn voedingsgewoonten eens onder een vergrootglas te nemen.

De eerste dagen van mijn spartaans dieet voelden wat vreemd aan, als een soort wrange nostalgie alsof ik dit allemaal al eens doorstaan heb.

Vermageren is mijn ding niet maar wie lijdt, zal herrijzen! Ik mag en zal niet genieten, want daar gaat het niet over. Ik moet afzien om straks blij te worden van het resultaat dat deze hongersnood me zal opleveren. Lees: een gezonde geest in een strak lijf.  Het voelt aan alsof de heiland in hoogsteigen persoon in mij is neergedaald. Alleen, ik zal niet leiden voor de andere, ik moet lijden voor mezelf, met de ogen strak gericht op wat ik eet, wat ik niet eet en vooral op de weegschaal.  Het ultieme doel voor ogen houdend, een killerbody.

Na veertien dagen, sla met lange tanden te eten, op muesli te knabbelen alsof het kaviaar is en mezelf vol water te gieten, ik lijk wel een aquarium die elke dag moet gevuld worden, begin ik het stilaan op de zenuwen te krijgen. Ik verloor snel vier kilogram maar kwam nog sneller anderhalve bij omdat elke tomaat van vijftig gram die ik eet, de dag nadien anderhalve kilo lijkt te wegen wanneer ik mijn goddelijk wordend lijf op de weegschaal hijs.  Ik begin mijn boxershort te wegen en hoop erop dat als ik ze uitspeel en dan in mijn adamskostuum op de bascule sta, ze plotseling twee kilo zou wegen.

Van dat verdomde dieet begin ik stilaan te duizelen en verlang heimelijk naar een biechtstoel om mijn verstand te laten spreken. Ben ik niet te oud voor een killerlijf, in de wetenschap dat vijfentwintigjarige dames toch alleen maar voor mijn verstand in zwijm vallen?  Ik luister naar de gedachten die ik vertrouw en me influisteren dat ik gewoon op zoek ben naar het genot van een halve liter crème-glace. Waar vind ik die? “De kinderboerderij”, antwoordt mijn verstand me enthousiast nog voor ik me de vraag gesteld heb.

Wat hou ik van mijn verstand, mijn lijf kan mijn kloten kussen, de zielenknijpers die me deze onzin ingefluisterd hebben trouwens ook!

Vier van twaalf

Mocht ik Piet Huysentruyt in de zomer van 2013 om hulp gesmeekt hebben, hij zou me na een week of vier gevraagd hebben: “Janneke, wat hebben we tot nu toe geleerd?” Ten eerste: “Ik heb een serieus probleem, dat verslaving heet en dat maakt me machteloos”. Ten tweede: “Ik krijg dat probleem niet in mijn eentje opgelost. Ik heb er hulp bij nodig”. En ten derde: “Ik kan maar beter doen wat lotgenoten in herstel me aanraden, want als ik doe wat ikzelf denk te moeten doen, wordt het een puinhoop”.

Is het zo simpel? Ja, zo simpel is het. Zelf heb ik vooral met de derde stap geworsteld en gevochten, eerlijk is eerlijk. Ik hoef daar niet gladjes over te doen. Had ik mijn koppigheid en eigenwijsheid niet opzijgezet en was blijven luisteren naar wat mijn ‘zieke’ (verslaafde) geest me bleef influisteren, ik had geen enkele kans gehad. Ik mag dat getuigen want aandacht geven aan wat mijn eigen koppig willetje mij souffleerde, heeft me de beste jaren van mijn leven gekost…

Nadat ik voorzichtig mijn eerste drie stapjes had gezet en ik min of meer doorhad dat ik de eigenaar geworden was van een torenhoog probleem, dat ik hulp nodig had en ik dat inzicht maar beter kon omhelzen, was ik helemaal klaar voor het grote werk. Ik moest en wou achterhalen wie ik geweest was en wou ontdekken wie ik aan het worden was. De voorwaarde om hieraan te beginnen was dat ik de achterkamer van mijn ziel moest uitmesten. Ik mocht de ‘erbarmerlijkheden’ niet in die donkere hoek van mezelf laten liggen. In het kort gezegd is dat mijn vierde stap, en die voelde aan als een operatie op, mezelf.

Bij mijn vierde stap pasten woorden waar ik bang van werd. ‘Grondig’, ‘onbevreesd’, ‘eerlijk’, ‘diepgaand’, ‘moedig’…  Ja zeg, dat waren stuk voor stuk karaktereigenschappen die ik niet bij mezelf terugvond. Toch had ik al geleerd dat als ik mezelf een kans wou gunnen om tot zelfinzicht, tot eigenwaarde en tot zelfacceptatie te komen, ik me al die nieuwe woorden eigen moest maken. Ze moesten van mij worden.

“Niet meer luisteren naar wat mijn zieke geest me influistert!”

De nieuwe woorden moesten vanzelfsprekender worden dan de vlucht die ik gewoon was. Alleen zo zou ik mijn drank- en vluchtmechanisme leren kennen. Alleen wanneer ik aan dat onprettig werkje zou beginnen, had ik een waterkans om vrede te krijgen met mezelf.  Enkel en alleen dan zou ik mijn verslaving onder controle kunnen krijgen.

Mijn vierde stap ging gepaard met een hoop schrijfwerk, driehonderd negentienduizend zevenhonderd vierendertig woorden of achthonderd vijfentwintig A-viertjes om volledig te zijn. Eens ik mezelf had voorgenomen om helemaal eerlijk en nederig met mezelf te worden leverde me dat meer confronterende conclusies op dan ik initieel in gedachten had. Ze van mij afschrijven was noodzakelijk om stappen vooruit te kunnen zetten.

Het alcoholparcours dat ik in het kladschrift van mijn geweten opschreef, had veel diepere slijksporen door mijn leven getrokken dan ik vroeger ooit aan mezelf had durven toegeven.

Onder ogen komen en toegeven dat mijn zelfbeeld mijn hele leven lang in niets overeenstemde met het beeld dat ik aan de buitenkant toonde, was als een operatie op mezelf, zonder anesthesie. Naar mate ik langer en dieper in mezelf roerde kon ik niet anders dan toegeven dat ik al zo lang ik het me kan herinneren kampte met mateloosheid. Sport, seks, werk, eten, drinken, feesten, rouwen … alles. Mijn switch heeft wat al die dingen betreft maar twee standen, op en af.  Middelmaat ken ik niet.

Dat waren maar een paar conclusies die ik over mezelf kon nemen. Er zouden er nog vele volgen en er zullen er nog vele volgen want mijn vierde stap, hij dient zich aan op de meest onverwachte momenten. Ik ben er nooit helemaal klaar mee. Op die manier maak ik door te schrijven en door eerlijk te spreken een genadeloze inventaris op van mezelf. Enkel zo leer ik mezelf eindelijk een beetje beter kennen, om vast te stellen dat het nu beter met mij gaat. Niet gemakkelijker, maar beter. Rustiger ook en dat is veel om dankbaar voor te zijn.

Liefde is stopverf

Liefde is een illusie, een spelletje, maar wel één dat best met zorg en aandacht gespeeld wordt, anders is er niks aan. Door ouder te worden heb ik mezelf veroordeeld tot een subtiele maar een daarom niet minder cynische vorm van eenzame liefde. Misschien deed ik het onbewust omdat ik door de jaren heen de illusie van de liefde doorprikte of misschien is het een gevolg van het feit dat ik de spelregels niet helemaal volgde? Wie zal het zeggen?


Liefde en ouder worden, niet dat ik iemand wil schofferen, en mezelf al zeker niet, maar ik stel me openlijk de vraag of er geen sleet zit op de formule? Ik stel me ook de vraag of niet iedereen het spelletje moet blijven meespelen om het voor alle deelnemers een beetje plezant te houden?
Een illusie dus, of iets voor de jonge generatie die er nog naïef op vertrouwd dat verliefdheid en liefde hetzelfde betekent, en dat het voor altijd blijft duren. Als je een bepaalde leeftijd bereikt, zoals ik dus, en sensuele geilheid inruilde voor sleur of verplichting, is het in stand houden van die illusie meer dan ooit een levensnoodzakelijke opdracht. Verlies je dat droombeeld uit het oog, en geloof me, daar is met de snelheid van het leven niet veel voor nodig, rest je niets anders dan met constant gepieker al je angsten en twijfels in je eentje te doorstaan.
De hele dag lopen vloeken en tieren, ik zou dat kunnen doen maar doe het niet omdat het net die illusie is die mij recht houdt.


Liefde is een illusie. Wat we ervan gemaakt hebben, heeft niets te maken met de romantische voorstelling die we er vroeger aan gaven, toen we jong en onnozel waren. Dat beeld vervaagde met de tijd. Behendigheid, gemakzucht en voortplanting, al dan niet bezegeld in een wettelijk geregistreerd partnership onder een luifel van wederzijdse verantwoordelijkheid, zijn we liefde gaan noemen. Eeuwigdurende liefde bestaat niet, voortplanting bestaat, reproductie. Voortplanting, gemakzucht en aanpassing, veilig beschut onder het dak van gewenning en gewoonte. Al de rest passen we aan op een manier die ons het beste uitkomt. Wat dat betreft zijn liefdesverwachtingen even kneedbaar als stopverf. We bewerken ze met klei die nooit hard wordt. Als doorwinterde darwinisten geven we er telkens opnieuw een nieuwe schwung aan zodat van het oorspronkelijke plan niets overblijft. Op die manier wordt liefde een levenswerk van bijstellen, nuanceren, herformuleren, aanpassen en finetunen. We doen het net zolang tot het helemaal vervormd is en we vergeten zijn welk kunstwerk het oorspronkelijke ooit geweest is.
We doen nog wel dingen samen hoor, af en toe zelfs nog met elkaar al moet ze me daar wel op voorhand voor waarschuwen. Soms denk ik dat zij gewoon mijn wandelstok is. Mocht ze er niet meer zijn, ik zou nog somberder door het leven stappen omdat ik de korter wordende afstand tot het einde alleen zou moeten afleggen, zonder wandelstok.


Wat blijft er dan over? Als je ouder wordt, blijft alleen de veranderlijkheid en de schoonheid van de liefde over. Toegegeven, dat is veel.


Darwin had gelijk:

“…De zwakken moeten ervantussen als ze niet in staat zijn zich aan te passen…”