Ze hadden het nochtans vooraf afgesproken “gewoon voor het plezier”. Het spelletje start dan ook zoals het spelletje hoort te starten, met ballen die braaf over en weer gaan, maar dat ook doen met een onheilspellende rust die veel te kalm is om onschuldig te blijven. Twee lichamen die al lang niet meer in topconditie zijn. Maar zich voor de gelegenheid hebben uitgedost in een tot in de puntjes doordachte sportoutfit, een padeloutfit die voor beiden veel meer belooft dan hij kan waarmaken.
Haar lijf zit als gegoten in dat laatste nieuwe padelpakje. Je moet haar zien. Ze ziet eruit alsof ze net uit een reclamefilmpje van Bullpadel is gestapt. Haar perfect uitgekozen ‘ensemble’ zit strak en oogt professioneel. De kleuren zijn assorti met de schoenen, de sokken met haar ondergoed. Ze kan zo défilé lopen op de padel catwalk van een sports illustrated modeshow. Ze zou er niet op misstaan. Haar modieuze rokje volgt haar lichaam met een soort zelfvertrouwen en elegantie die haar voeten niet altijd lijken te delen. Zij heeft een splinternieuw, vederlicht racket dat blinkt in wit carbon, een model waarmee vermoedelijk de halve World Padel Tour-finalisten ontelbare winners hebben geslagen. Alles aan haar ademt controle, elegantie, finesse en ervaring.
Hij daarentegen houdt zijn racket vast alsof het een biljartkeu is. Hij kocht het onlangs in dezelfde winkel. Topmateriaal, had de verkoper gezegd. Sinds dan is hij er van overtuigd dat hij zich ergens in de buurt van een P-1000 bevindt, een niveau dat er in zijn hoofd alleen maar uit bestaat om in gedachten heel hard “vamos” te denken zonder het luid te durven uitspreken. Hij draagt compressiesokken die zijn onderbenen er doen uitzien als kiekepoten. Ze zijn voorzien van twee orthopedische kniebraces die elke stap die hij zet, laat voorafgaan door veel te lange onderhandelingen. De schouderbrace die hij op maat heeft laten maken, houdt zijn bovenlijf bijeen alsof dat ook een fragiele constructie is die anders uit elkaar valt bij de eerste voorzichtige slag. Zijn outfit is hip, al zou die veel beter passen bij iemand anders (jonger, sportiever, cooler) maar hij was wel duur. Dat telt ook ergens.
De eerste spelletjes verlopen ontspannen en staan bol van goede bedoelingen. Tijdens de opwarming al slaat zij voor hem onhoudbare ballen terug. Hij corrigeert, vooral tactisch en voorzichtig, “iets dichter bij het glas en iets meer naar het net”, zo klinkt het. Het zijn kleine, bijna liefdevolle aanwijzingen, die nog net geen kritiek zijn. Zij knikt van achter haar zonnebril, maar haar blik blijft toch al een fractie langer op de baan hangen, alsof zijn boodschap onderweg nog even moest uitwijken langs een omweg in haar hoofd alvorens hij landde waar het bedoeld was. “Ja ja,” zegt ze, al lichtjes geprikkeld en iets luider dan strikt noodzakelijk. Ze wil immers ook leren en winnen maar vooral, ze wil tonen dat ze zelf haar balletje (mannetje) wel kan slaan (staan).
Tijdens het eerste spelletje valt een bal tussen hen in. Hij was niet beslissend want nadat het splinternieuw wit carbon racket zijn minder dure racket raakte, belandde de bal ergens in het achterveld. Die bewuste bal vloog naar de overkant van de baan en werd geslagen met genoeg ernst om het plezier te laten verdwijnen. Het was dat soort bal die in een relatie hetzelfde gewicht heeft als een lege rol wc-papier die niet tijdig vervangen is of de spreekwoordelijke wc-bril die niet dicht is , triviaal en niets op zich maar symbolisch in alles.
Zij zegt dat bewegen en communicatie belangrijk zijn. Hij hoort alleen maar, “tamme zak, beweeg eens dat was jouw fout.” Als het tweede spelletje start, spreken ze ineens een andere taal. Het zijn geen zinnen meer. Hun communicatie heeft veel weg van oerkreten waarmee Neanderthalers elkaar afblaffen. Ze blijven ergens hangen tussen sturen en verwijten. “Die was van jou”, snoeft ze. “ Maar je zei niks”, reposteert hij, nog enigszins beleefd.
De padelbaan verandert. De lijnen blijven waar ze altijd al zaten, het glas blijft ook op zijn plaats maar met elke slag lijkt het veld kleiner en de afstand naar de overkant van het net groter. Elke bal krijgt de lading mee van de vorige. Niets begint nog op nul, zelfs het volgende spelletje niet.
Een bal valt opnieuw tussen hen in. Hij staat links zij rechts. Eerst kijken ze er allebei naar, dan naar elkaar. Niemand beweegt. “Serieus?” zegt hij. “Wat?”, blaft zij terug. Ze kijken elkaar aan alsof ze zelfs niet meer weten dat de bal moet opgeraapt worden. “Pak hem zelf!”, bitst ze.
Vanaf dan gaat het sneller. Zij begint nog harder te slaan alsof kracht kan redden wat ze al lang niet meer onder controle hebben. Ballen vliegen tegen het glas, tegen het net of over de kooi. Het maakt nog weinig uit. Het moet vooruit gaan. Hij vergeet zijn eigen blunders en geeft een theoretische verklaring voor elke fout en voor elke reden een uitleg die ook in het net beland of tegen het glas. Alleen zijn woorden worden scherper, zijn slagen volgen niet.
Op het veld ernaast wordt niet meer gespeeld. Er wordt met open mond gekeken naar het spectakel. Iemand leunt tegen het hek. Iemand anders verslikt zich in een slok water. Vanuit de cafetaria schuift een stoel en nog één. “Zij zijn precies niet meer aan het padellen,” zegt iemand. “Moeten we niet eens gaan kijken?”
Aan de overkant kijken de tegenstanders elkaar eerst nog glimlachend aan. Een soort glimlach die zegt, “dit gaat wel over”. Ze proberen nog even, een bal terug en nog één. Uiteindelijk laten ze een punt lopen dat ze makkelijk hadden kunnen winnen, uit voorzichtigheid of medelijden, wie zal het zeggen? Elke rally dreigt drie keer onderbroken te worden met, “Je moet op tijd ‘los’ roepen! En jij moet niet elke bal tegen de ruiten kloppen!”
Zij vindt dat hij te veel analyseert. Hij vindt dat zij niet luistert.
Hij vindt dat zij altijd controle wil. Zij vindt dat hij te veel ‘ballen van haar’ neemt.
Haar outfit blijft ondanks alles perfect zitten. Wanneer ze een bal mist, doet ze dat esthetisch verantwoord. Het rokje vangt elke beweging op en het racket volgt een lijn die op papier misschien nog wel klopt, alleen de bal doet niet meer mee. Die heeft ondertussen alle ruiten proper gemaakt. Dat maakt het voor hem allemaal nog erger.
Hij daarentegen begint, zoals dat in YouTube-filpmjes uitgelegd wordt, zijn greep op het racket te verleggen, subtiel maar compleet fout. Een teken dat hij wil terugvallen op instinct, alleen heeft hij nog nooit instinct ontwikkeld omdat hij te trots is om les te volgen. De combinatie van overtuiging en onkunde krijgt iets ontroerends, tot het dat niet meer is.
Bij 1-9 is het voorbij. Officieel toch. Ze tikken af, correct en beleefd, zoals het hoort, met rackets tegen elkaar, maar ook met een hand die net iets te hard wordt geschud. Het einde kwam veel sneller dan verwacht of niet snel genoeg, dat kan ook. De uitslag was al lang bijzaak, want het spelletje vertoonde veel te veel gelijkenissen met de Roses uit The war of the Roses net voor ze in hun alles verwoestende vechtscheiding terecht kwamen.
Ze verloren dan ook roemloos en dat stond al een tijdje vast. Wat niet vaststaat, is wat er tijdens dat spelletje precies nog allemaal is verloren gegaan.
Het advies vanuit de cafetaria komt ongevraagd, maar het is voor hen beiden heel duidelijk. Niet meer samen spelen. Niet omdat het niet kan maar omdat niemand wil zien wat er dan echt kapotgaat.
