Categorie: Geen categorie

Stevig in de schoenen.

Echte mannen moeten stevig in hun schoenen staan, ten minste als ze voor een soms wat afwijkende persoonlijke mening durven uitkomen.

Doorgaans ben ik optimistisch positief en leef ik voornamelijk in het hier-en-nu. Zo durf ik uitspreken wat ik denk en voel of durf ik benoemen waar ik wakker van lig. Deze levenshouding behoedt me voor overdreven of onrealistische dagdromerij en houdt me tegelijk scherp om zuurdere mensen op een veilige afstand te houden.

Mijn aangeboren behoefte om het anderen naar de zin te maken, bieden me wat charme en ongevraagde populariteit. Althans daar proberen ze mij wel eens van te overtuigen. Uiteraard laat ik me dan wat graag ophemelen door die overdreven ego-strelingen. Wat had je gedacht?

Zelf, zie ik me eerder als bewaker van mijn grenzen. Een soort stadswacht die aan de poort beslist wie er in mag en wie niet. Een soort Theo Francken die buitenwipper speelt van mijn eigen ietwat donkerder gekleurde gedachten.

Ook al verberg ik mijn nieuwsgierige mening meestal met karakteristieke verdraagzaamheid, toch ben ik soms nog getoucheerd door onverschilligheid of ongefundeerd hevige kritiek.

Toen ik me afgelopen weekend nog maar eens verbaasde over de toon en het taalgebruik van onze politieke elite kreeg ik veel wind van voren. Orkaan Irma raasde woedend de woorden van mijn scherm.

Van uit de digitale verte, ergens van achter een anoniem klavier, werd ik plat geschoffeerd omdat ik me op een nieuwsforum, verwonderend, niet begrijpend, had uitgelaten over de kuiswoede-tweet van Theo Francken. Over de subtiele kniestoten onder de gordel naar mensen die zich niet kunnen verdedigen tegen zoveel tweetgeweld.

Me publiek uitspreken over politieke statements is gevaarlijk ijs voor een charmante woordjes-troubadour, dat weet ik wel.  Ik doe het dan ook niet zo dikwijls. Eigenlijk alleen maar wanneer boertigheid hoogtij viert. Dan is het wel eens sterker dan mezelf. Dan moet mijn pen in de inktpot om me met veel krullen te beklagen over de platvloersheid van de politieke beau monde die de plak zwaait.

Natuurlijk ben ik op zulk een moment voorbereid op vitriool en maagzuur zodat de scherpe opmerkingen van onder de gordel, vlotjes van me afglijden zoals water van een eend.

Onpasselijk makende internetwoede is dan gewoon een onplezierige bijwerking van een medicijn dat ik nodig had om me van mijn eigen misselijkheid te ontdoen.

Mijn digitaal schrijversvel is ondertussen wel ongeveer zo dik geworden als de huid van, pak weg Maggie de Block.  Mollige Maggie, nog zo iemand die zich van achter paniekerig-snel, in elkaar gedraaide wetsvoorstellen beklaagt over schrijfstijl. Maar dan wel over de schrijfstijl van haar ex-collega’s. Een schrijfstijl die ze tot nog niet zo lang geleden zelf hanteerde.

Maar dat is iets voor later. Wanneer het duidelijk is dat je voor een afwijkende mening als vrouw ook stevig in de schoenen moet staan.

Wie is hier zot?

 

IMG_1862

Puisterig was ik niet zo erg. Onberekenbaar en wispelturig? Ja dat dan weer wel. Heel erg zelfs. Het ene moment was ik hyper en vrolijk. Boordevol enthousiaste plannen en ideeën. Het andere moment kon ik voor het zelfde geld vervallen in een bodemloze tristesse, zelfbeklag of hulpeloze passiviteit.

Ik voelde me zeker onbegrepen. Een beetje zoals als een sociaal ingewikkeld wezen waar niemand iets van snapte en dat iedereen tot wanhoop dreef omdat ik ervan verzekerd was dat nooit iets mijn schuld was.
Mijn ouders zullen toen ook wel gedacht hebben dat er van mij niks zou in huis komen.
Zelf, vang ik wel af en toe een glimp op van de volwassene die straks fier en gesterkt uit de strijd zal komen. Al gebeurt dat wel minder naarmate de puberteit meer de kop opsteekt. Dat zal toentertijd wel niet anders geweest zijn.

In mijn puberlijf was van alles aan de gang. En ik kon daar niks aan doen. Het is nu eenmaal de natuur. Ik was veel te groot en te slungelig voor mijn leeftijd en had een veel te grote mond voor het zelfvertrouwen dat ik maar had.
Ik had altijd gelijk ook al dacht ik daar later in mijn bed dikwijls anders over. Al zou ik dat nooit hebben toegegeven. Ben je gek?

Grote voeten had ik al maar mijn hersenen waren nog niet ontwikkeld genoeg om alle nuances te vatten. De kleine dingen vergrootte ik uit. Over de grote zag ik over.
Daarom kon ik niet kiezen, plannen, opruimen, structuur brengen, sociaal zijn of zinnig meepraten met volwassenen die op elke vraag steeds onmiddellijk een juist antwoord verwachtten. Ik deed dikwijls alles net averechts dan hetgeen wat van mij werd verwacht.
Het voelde dan aan alsof ik de enige normale was in een wereld vol vreemde wezens van een andere planeet.
Maar het was niet mijn schuld want ik was een puber.

Nu, een paar levenservaringen rijker, ben ik dus in feite een door de wol geverfde, overjaarse, ontgroende, ervaringsdeskundige puber. En wel zo een die van zijn halfwassen aanhangsel verwacht dat hij kiest, plant, opruimt, structuur brengt in zijn studies, sociaal is en zinnig meepraat met volwassenen die op elke vraag steeds een juist antwoord verwachten.

Wie is hier zot?

 

 

Verzapt!

IMG_1852

De wereld is verzapt. Ik ben verzapt.
Diep weggezonken in vluchtige oppervlakkigheid.
De dagelijkse vluchtige interactie is een verslavend pilletje dat ik ook gulzig binnen slik omdat ik zo de illusie staande kan houden dat ik een sociale duizendpoot ben.

De snelheid waarmee het ene scherm zich inwisselt voor een ander is beangstigend. Van smartphone, naar tablet. Van tablet naar laptop. Van laptop naar x-box. Van x-box naar smart tv. Van smart tv naar I-phone…
Gapend val ik even kort weg in mijn sociale coma.

Eens dan gekluisterd aan mijn favoriete aantal pixels van het moment, zap ik verder. Koortsachtig aai ik mijn schermen in de zoektocht naar wat ik wil horen of waar ik me fors tegen kan afzetten. Ik like wat ik denk te moeten liken en ik roeptoeter hard tegen meningen die niet de mijne zijn of waar ik geen schare likes en shares mee kan opstrijken. Duim omlaag. Boze smiley.

Ik verschuil me achter de zalvende gedachte dat ik maar doe wat iedereen doet. Ik schuif, swipe, en share de vluchtigheid van me af zodat ik authentiek met een veilige populaire mening achterblijf. Zo prent ik me dan in dat ik gerespecteerd word omdat ik mezelf weer mag prijzen met een koppel verse hartjes en duimpjes.
Een share of retweet is de bloemmekee van het sociale vuurwerk.

De waarheid, het verhaal of de feiten, facultatief en onbelangrijk.

En iedereen doet het zonder er zich een juiste vraag bij te stellen. De ene koe/stier achter de andere, op weg naar de voerbak met gemalen koren. De poten in de stront.

En opeens ontstaat de gedachte om er een column over te schrijven maar ik kan me net op tijd inhouden omdat ik vermoed dat je al naar het volgende scherm gezapt bent…

4…

Ik drink niet omdat ik niet drink.

4 jaar al. Geen alcohol meer.  Om het even wat de omstandigheden zijn.  Om het even hoe ik me voel. Vrolijk, verdrietig, opgejaagd of net rustig. Ik doe het zonder. Al 4 jaar lang.

Sommige mensen drinken ook niet. Uit principe, omdat ze het niet lekker vinden. Omdat ze te veel dronken en niet meer mogen van hun vrouw of dokter of omdat ze al dood zijn.

Andere mensen drinken wel. Omdat het gezellig en lekker is. Of uit gewoonte, of om er bij te horen of omdat ze denken dat het erbij hoort om er bij te horen.

Sommige drinken bij de juiste gelegenheid. Anderen hebben zoals ik vroeger geen gelegenheid nodig. En dat is allemaal ok. Maar ik doe het al eventjes op een andere manier, in mijn ogen een betere.

Voor mij maakt het allemaal niet zo veel meer uit. Ik ben er niet meer zo mee bezig. Al is dat in het begin wel anders geweest. Soms floept dat kwelmannetje op een onbewaakt moment nog wel eens binnen. Hevig! Als een duivel uit een doosje maar dat duurt nooit lang. Ik weet al een tijdje dat hij snel opgeeft omdat ik slimmer geworden ben dan hem omdat ik het gevecht niet meer aanga.  Hij mag winnen zonder wedstrijd… Ik blijf uit de boksring.

Er is veel veranderd. Ik ben veranderd. Bewuster, denk ik dat het woord is dat het meeste de lading dekt. Ik ben meer bezig met mezelf. Niet uit egoïsme maar uit zelfbehoud. Ik moet goed voor mezelf zorgen om gefocust te blijven. En dan doe ik dat maar omdat het met vooruit helpt. Alles is beter dan de donkere duisternis van afhankelijkheid toen drank de keuzes maakte.

“Vrienden” van vroeger vinden me soms saai en denken dat ik een kluizenaar ben geworden omdat ik nu meer dan een armlengte verwijderd ben van de toog die ons indertijd dagelijks bij elkaar hield. En af en toe vind ik dat wel jammer maar dan besef ik dat in vele gevallen het enkel de pint was die we als gemeenschappelijke beste vriend hadden en die is al een tijdje dood en begraven.

 

Soms wordt het wel eens donkerder omdat de gemakkelijke vluchtweg er niet meer is.  Dan neem ik een pauze. Een bewuste time-out om overzicht te krijgen en te beslissen of ik de zaken aanpak of ze beter laat voor wat ze zijn. Die beslissing kunnen nemen zonder te vluchten in iemand die ik niet ben, is me zoveel waard dat ik het hier wil getuigen.  Een beetje fier maar vooral rustig en nederig en niet te overmoedig.

Vandaag ben ik ok en morgen? Misschien komt die wel niet en dan is het tijdverlies om me daar vandaag al zorgen over te maken.

Rustig verder doen dat is wat ik ga doen. Zeker en vastberaden …

Badhairday en een volle tampon.

hecandoit

Als je een paar decennia geleden als vrouw een ietsje meer ambitie had dan in potten roeren, witte was in de week zetten of voor de kinderen zorgen was je een zonderlinge. Tenzij je Tina Turner, Margret Thatcher of Diana Spencer heette. Je moest dan wel eerst als ijzeren maagd door het leven gaan of van manlief meer mot dan knuffels krijgen zodat je echt geen andere keuze meer had dan je vrij te vechten.

Het perfecte vrouwenbeeld dat de gemiddelde pee voor ogen had als zijn ideale Athena, lag ver weg van die dames die toen de wereldpers haalden. Ofschoon hun talent, assertiviteit of ambitieuze doortastendheid niet kon genegeerd of ontkend worden, werden ze toch meer als bedreiging dan als rolmodel geportretteerd. Of als poppemie dat kon ook.

Zonder het wellicht te weten of te willen, zetten die succesdames op hun manier het werk voort of maakten af waar geëmancipeerde dolle-mina’s jaren eerder hun soutien voor in brand hadden gestoken of baas in eigen buik hadden voor geroepen

Vandaag de dag is de kous aan de andere voet.  Mannen hebben als onbegrepen wezen een probleem. Vrouwen een goed verborgen geheim.

Mannen weten zich geen houding aan te meten wanneer ze links en rechts door grieten voorbij gestoken worden in het peloton van de succeskoers. Vrouwen blijken namelijk betere studenten te zijn die makkelijker praten en beter luisteren. Ze zijn gematigdere leiders die verenigen in plaats van muren op te trekken. Ze slagen er tussen soep en patatten nog steeds in een nest kinderen groot krijgen, terwijl ze ondanks al die drukte er ook nog in lukken veel langer heet en gereed te blijven dan hun mannelijke opponenten.

Alles en overal, gelijktijdig zonder glijmiddel.

Wil je heden ten dage succesvol zijn, moet je vrouw zijn. Dan pas heb je een streepje voor. Terwijl de mannelijke macho nog steeds denkt met spierballengerol indruk te kunnen maken, durven dames zonder blikken of blozen roepen dat die volle tampon hen niet langer in de weg zit voor een portie stomende seks.

Jaloers als ik ben tracht ik haar vol verwachting te imiteren om op die manier het geheim tot succes te kunnen ontfutselen. Ik ga 4/5e werken en probeer zo met minder betaalde uren evenveel werk te verzetten dan met een fulltime baan. Ik overlaad me met schuldgevoelens omdat de combinatie werk gezin me zwaar valt en ik blijkbaar altijd wel iemand te kort doe. Ik pieker me suf over een passende outfit voor een ontmoeting met een oude vriend.  Ik roer in potten en ga naarstig aan de slag met dweil en stofzuiger. Ik smeer nacht-dagcrème en trim of epileer zorgvuldig elk haartje welke de perfecte gladheid in de weg zou kunnen staan. Ik forceer mezelf om me minstens vijf dagen van de maand geprikkeld en kittelorig te voelen en fake met overtuiging hoofdpijn als intimiteit me niet uitkomt . Ik friemel net zolang aan mijn kapsel tot ik een badhairday heb en slurp me suf aan koffie verkeerd met imitatiezoet.  S’ avonds hang ik in de zetel met een veel te grote joggingbroek en een slobbertrui en probeer een traan te onderdrukken wanneer Simonneke het weer te verduren krijgt. Alleen die witte slaapsokjes laat ik achterwege.

Maar het help geen fuck. Ik raak geen millimeter vooruit en blijf spartelen als een vis op het droge.  Mijn mannelijke onzekerheid houdt me nog steeds klaarwakker tijdens mijn zo verdiend nachtelijk schoonheidsslaapje.

Als ik dan gegeneerd en ontgoocheld aan mijn vrouw vraag wat er mis, waarom het niet lukt en zo hoop dat ze een tipje van de sluier oplicht, lacht ze en zegt ze: “wees eens een vent en ga eens naar de voetbal of zo en drink een pint in plaats van die muntthee”

Plat spleetje in een slipje

Een jaar of 5-6 moet ik geweest zijn. De speelzaal zat volgepakt met drukdoende kleuters. Sommigen zaten te spelen met autootjes. Een paar zaten al iets rustiger prenten in te kleuren terwijl anderen dan weer zeurden en weenden omdat ze te moe waren om zich nog met iets anders bezig te kunnen houden.

Het rook er naar banaan, versgeperst appelsiensap en koekjes ook. De geprakte Vitabis werd omgetoverd tot een papje waarvan de geur me eeuwig en één dag zal bijblijven. De kleuterklas rook altijd naar fruit of naar volle Pampers en natte poepdoekjes met kamille of lavendel.

Ik zat te kleuren op de grond. Tenminste, ik deed alsof. Want eigenlijk was dat kleuren gewoon een dankbaar alibi. Met mijn neus zo dicht op mijn potlood  kon ik immers proberen een glimp op te vangen van het onderbroekje van het oogverblindende meisje dat naast mij druk in de weer was met haar poppenhuis. Dat onderbroekje met het roze strikje en vooral wat er achter zat eiste zo veel meer nieuwsgierige aandacht op dan mijn potlood waarvan het punt gebroken was.

Ik wist dat meisjes niet waren zoals jongens. Ik had er al zoveel onwaarschijnlijke verhalen over gehoord dat ik het zelf wou achterhalen.

Op de speelplaats had ik gehoord dat meisjes een spleetje hadden. Die ene zei dat ze een plat spleetje hadden. Hij bedoelde het wellicht anders maar hij kende het woord horizontaal nog niet.  De andere wist dat het een recht spleetje was omdat hij met zijn zus in bad moest. Ik geloofde er niks van maar ik was nog nooit met een meisje in bad geweest.  Wist ik veel. Ooit zou daar wel verandering in komen.

Toen de juf me betrapte werd ik vuurrood en moest ik in de hoek.  “Je moest heel beschaamd zijn”: viel ze me boos aan.  Ik denk dat ik niet heel precies wist wat heel beschaamd zijn betekende.  Hoewel mijn pioenkleur mogelijks wel anders deed vermoeden. Nooit ben ik te weten ben gekomen wat die oppas-non een paar minuten later tegen mijn vader heeft gezegd. Al weet ik nog wel dat er de zaterdag nadien vreemde boekjes uit de bib werden mee gebracht waarin ik niet durfde te kijken omdat ik dacht dat ze niet voor mij bestemd waren.

Met mijn eerste onkuis piepen ben ik mijn onschuld kwijt geraakt denk ik. Want jaren later probeerden we in het zwembad opnieuw tussen spleetjes van deuren naar spleetjes te gluren. Al wisten we er toen al iets meer van. Maar alleen maar door de spleetjes in de deuren van het zwembad uiteraard. Of misschien toen ook al  van uit de boekjes die verstopt waren in de bunkers.

Zondigheid staat stoer zal ik toen gedacht hebben. En als ik vandaag zie hoe de gemiddelde huismoeder zich, heden-ten-dage, uitslooft om er op Instagram als wulpse zondares uit te zien zal ik toen al wel een punt gehad hebben. Al koester ik deze gedachte misschien alleen maar om mijn puberaal voyeurisme van toen te verbloemen. Of is het wel mijn aangeboren luiheid die me er op die manier doet mee omgaan? Luiheid, naast onkuisheid … nog zo’n doodzonde en dan vergeet ik mijn traagheid en hoogmoed nog waarmee ik mezelf graag in het middelpunt van de belangstelling wurm.

Mijn deugddoende zonden. Er zijn er na dat onderbroekje met het roze strikje zeker nog veel gepasseerd. Goed dat ze nog steeds af en toe de kop steken. De biecht mag dan wel verdwenen zijn, maar de zonden zijn gebleven. Ze verplichten me om na te denken over hoe het beter kan of hoe ik het anders aan boord kan leggen. En ze geven me een heerlijk schuldgevoel, dat me voor saaiheid en enggeestigheid behoedt.

Maar misschien is het wel hoogtijd om er een paar bij te sleuren zodat het lijstje wat actueler en vollediger wordt. Misschien kunnen vervuiling, sociale ongelijkheid, onverdraagzame vegetariërs, transgenders en zakkenvullende politiekers de Bijbelse zondaars compleet maken.  De spleetjes tussen de zwembaddeur zullen me dan misschien niet zo lang opzadelen met dat veel te grote schuldgevoel.

 

Rosse centen

kendrick-outline-gaussian-blur-humble-kendrick-lamar-composition-screenshot2metropolis-movie-copy

Ik wind me wel eens op over mijn saaie alledaagsheid. Over de traagheid der dingen ook wel of over mijn verwaande zelfingenomenheid.  Bijvoorbeeld op vrijdagavond aan de kassa van de Colruyt.

Een hele volledige week hebben zij tijd om hun incontinentie-inleggers te kopen. Waarom moet dat zo hoognodig tijdens het winkelspitsuur? Op vrijdagavond nota bene tijdens het enige uitgelezen winkelmoment van de werkende mens? Ik ben trouwens zeker dat in hun “spinneke op de cour” nog 2 pakken pamperbroekjes liggen die de thuisverzorging wekelijks voor hen beiden voorziet. Een kleine conservendoos erwten en wortelen hebben ze ook in hun, voor de rest haast lege winkelkar liggen.  En 100 gram voorverpakt gerookt vlees.  Want dat is goed voor de cholesterol. Alsof dat er nog iets toe doet op die leeftijd.

Gelukkig speelt mijn sluimerend geweten op en berispt me tijdig mijn verwaande onverdraagzaamheid. 2 paar grijze rimpels trekken samen tot een ontwapenende glimlach wanneer ik zeg: “steek maar voor hoor. Jullie hebben bijna niets.”  Ik beklaag mijn keuze maar verdring mijn zenuwachtige ongedurigheid wanneer het verrimpelde besje met haar bijeen gespaarde rosse centen de 8 euro 59 cent probeert te betalen maar de tel kwijt raakt. “Neen madam, die kortingsbon geldt enkel maar bij een volledige verpakking erwten en wortelen”.  Aan de kassa naast mij, is de jonge moeder die met een overvolle kar aanschoof aan de langere wachtrij al aan het betalen.

Met het donsdeken tussen mijn benen draai ik me paar uur later nukkig om omdat mijn plan om snel uit mijn werkmansbroek te schieten plots botst op onvoorziene vermoeidheid.  Wellicht ook op mijn naargeestige weerspannigheid.

Draaien en keren doe ik nog zeker een uur lang.  Net zolang tot die mug haar aanvalsplannen opbergt omdat ik me uiteindelijk toch heb ingewreven met die citronellastick. Een keuze die ik zo lang uitstelde omdat ik onverhoeds nog hoopte enige progressie te kunnen maken met mijn eerste offensief. Deet en citronella zijn dan compleet uit den boze omdat die zeker andere noodzakelijk lichaamsgeuren en liefdessmaken verstoren en onderdrukken.

Uiteindelijk val ik toch in slaap. Een veel te lichte alerte slaap die waakt over de kop opstekende lust en drift. Je weet per slot van rekening maar nooit.

Ik droom van Copernicus en Ptolemaeus.  Ze lopen in mijn verzonnen nachtverhaal te bekvechten over of dan wel de zon of de aarde zich in het centrum van het heelal bevindt.  Over de éénparige cirkelbewegingen raken ze het nog net eens, echter niet over waar rond de hemellichamen en de sterren draaien. De aarde?  Of de zon?

Over één ding zijn ze het wel eens. Ik ben het niet. Het draait niet allemaal rond mij. “Jij leeft misschien wel een dégoutant luxeleven maar je bent niet centrum van het heelal of van de wereld”: berispen ze beiden me mijn verwaandheid. Net op dezelfde manier zoals ook mijn geweten dat deed een paar uur eerder aan de kassa van de Colruyt.

 

 

 

Ik pruts aan de mal van mezelf.

Hoe steviger ik mijn hand dicht knijp om dat losse zand bij te houden des te sneller het weg vloeit. Tot er maar een paar korreltjes meer achterblijven.

0e9d8548b2efc7b0a580796870548019_medium

Het denken, doen en laten van mensen. Ze willen begrijpen, veranderen en controleren. Het houdt me heel ver weg van mezelf. Beschouwen, oordelen en vonnissen daar ben ik goed in. Ver weg van mijn eigen spiegelbeeld bemerk ik heel scherp het vlekje welke jouw gezicht ontsiert.

En dan ben ik me kwijt. Helemaal verloren in de opgehoopte speculaties, oordeelvellingen en taxaties van anderen. In mijn hoofd staan jullie te dringen voor mijn aandacht en mijn mening. In rijen achter elkaar. Soms geduldig ordelijk, vaak onbeleefd en opdringerig. Jullie versperren mijn weg en duwen me van mijn pad zelfs al weet ik niet waar ik naar toe ga.

En dan wil ik onvindbaar verdwijnen. Doelloos afwezig worden en op zoek gaan naar wat rust. Ergens, nergens.

Wanneer zal me dat lukken? Waar ben ik me verloren en waar vind ik me terug? Hoe laat ik alles los wat me tegenhoudt in de zoektocht naar mezelf?

Hoe en wanneer ontvouwt de vlinder zich uit de pop die me verborgen houdt?

Ik weet wel dat het niet gebeurt door me met jou te vergelijken of door te trachten te beheersten wat jij denkt. Datgene wat jij van mij denkt is niet van mij maar van jou. Ook weet ik dat de comfortzone niet dat plekje is waar magie gemaakt wordt en dat ik zelf mijn beperkende overtuiging ben in het excuus dat ik bedenk om iets niet te doen of te worden.

En dan begin ik te prutsen aan mezelf en schrijf wat gedachten op. Mijn innerlijke stem begint dan te roepen en te tieren en wurmt zich in een nauwe spleet een weg naar buiten. Vingers tokkelen snel en spuwen alles er uit. Ik laat los wat niet bij mij past en ontdoe me van het ballast dat mijn reis verzwaart. Kaf apart van koren.

En dan tracht ik het zaakje blauw-blauw te laten. En is dat dan zwak? Of net sterk? Moet ik toch het gevecht aangaan dat niet te winnen is? Of blijf ik niet beter uit die boksring om nog wat aan mijn details te prutsen zodat ik straks beter pas in de mal van mezelf.

Selvportrett mellom klokken og sengen, 1940-43

Béchamel en wellustige werkwoorden

IMG_1817

 

Hoe of wanneer het binnen geslopen is konden ze niet meer exact achterhalen. Van waar precies de lek in de band zit en hoe het daar gekomen was, hadden ze geen van beiden enig benul. Laat staan dat ze gepast hadden kunnen reageren mochten ze het wel bijtijds in de gaten hebben gekregen.
Geen van hen beiden heeft door dat de reddingsboei, die elke relatie af en toe wel eens van doen heeft, heel zachtjes aan het leeglopen is.
Ooit, in het begin en nog lang nadien, toen was het anders. Toen wisten ze haast op elk moment van de dag hoe ze er voor stonden. Of hoe juist te reageren op een hindernis of een verwikkeling. Zo waren ze immers ooit gestart. Met veel hobbels op de baan.
Had een van hen dan al eens een lastig moment, konden ze dat zonder moeite van elkaar verdragen omdat ze elkaars bevestiging niet van doen hadden om instinctief te weten dat het wel goed kwam. Alles kwam altijd wel goed.
Hun band had zonder ernstige schade op te lopen al wel wat andere scherpe bochten en chicanes met hobbels moeten nemen.
Ze konden altijd gezellig of vurig praten. Geen enkel onderwerp was minderwaardig om het er niet in het lang en het breed over te hebben. Ze konden over alles door palaveren. Zonder enig risico te lopen om het over iets oneens zijn.
De kinderen waren klein genoeg om de problemen even groot als henzelf te houden.

Ze waren allebei minstens even goed in adjectieven die eindigden op -tiek en konden die zonder moeite omzetten in passionele, hartstochtelijke of wellustige werkwoorden. Al voelde die toen zelfs niet aan als ‘werkwoorden” omdat ze allemaal als vanzelf gingen.

Vandaag staan er wel dingen in de weg. Al weten ze niet precies de welke. De stiltes duren soms langer dan de discussies die dan opnieuw de oorzaak zijn voor nieuwe stiltes of andere en dezelfde discussies. De béchamel plakt niet meer zoals hij vroeger plakte en de sensuele passie is ook ergens diep achterin weg gezet in dezelfde kast waarin de speltbloem bewaard wordt waarmee dezelfde  witte saus ook altijd mislukt.

Het lijkt soms alsof de onfrisse vuiligheid wel in de juiste afvalbak wordt gesorteerd maar dat niemand van hen tweeën in staat is, de vuilniszakken tijdig aan de straatrand te zetten voor de vuilkar. Zodat ze weg zijn.

Als ik hen een dezer tegenkom zal ik hen op het hart drukken dat ze moeten blijven praten en kussen of vozen in de badkamer of op de keukentafel. Maar ook zal ik hen aanraden rustines te kopen om die lek in hun reddingsband te dichten, dat ze die speltbloem mogen weggooien maar vooral dat ze dringend hun vuilnis moeten buiten zetten.
Liefst voor morgenvroeg want op dinsdag komt de vuilkar.

 

 

 

De reuk van het verleden.

IMG_1806

De grauwe, ietwat vale gordijntjes zitten nog steeds strak opgespannen achter de glas-in-loden-vitrinedeurtjes van het bovenste gedeelte van de kast.

Als ik het koperen slot van het deurtje open draai is de muffe geur het eerste wat me herkenbaar tegemoet komt.
Hoewel elke oude kast eender ruikt, een beetje zoals een grijs boek verbergen ze toch allemaal hun eigen geheime historie.

Beschamend of vergeten familiegeluk veilig verscholen achter vale vitrages.

Het ooit hagelwitte porseleinen eetservies is ietwat gelig geworden en steekt af tegen de glanzende kristallen wijnglazen.
Van dat chique glasservies ontbreekt er één rode wijnglas omdat ons ma dat ooit net iets te onstuimig opgeblonken had na het laatste feest waarop het had gediend.
Ik hoor ons moe nog jammeren omdat haar 60 jaar oude huwelijkscadeau nu niet meer compleet was terwijl haar huwelijk dat zelf toen al bijna 30 jaar niet meer was.

Nostalgie doet iets met een mens. Toen ook al.

De lijmnaad van de soeplepel die past bij de keramieke soepterrine verraadt dat hij wellicht ook ooit voorwerp is geweest van een accident. Of misschien ongewild slachtoffer werd van een uit de hand gelopen zinloze familiale discussie. Wie zal het nog zeggen?

Ik weet perfect wat er allemaal in die kast zit toch. Toch kan ik nooit voorspellen welke herinneringen opduiken wanneer ik de deuren en schuiven er van opentrek.
Ik heb dan helemaal geen controle over mijn afdwalende gedachten naar dat ver, vergeten gewaand familieverleden. Alsof de herinneringen dan opnieuw helder en gedetailleerd ontwikkeld en geprojecteerd worden in de donkere kamer van mijn geschiedenis.

En dan moet ik nog aan de schoenendozen met foto’s en polaroids beginnen. En aan al die fotoalbums waarvan de kaften de heimwee verraden van de foto’s die er zoveel jaren geleden zorgvuldig werden ingekleefd.

Nostalgie het doet iets met een mens. Nog altijd.

 

 

Geruisloze Tango

IMG_1796

Ik vlieg soms noodgedwongen ongewild laag. Radiostil, onder de radar.
Dan is mijn persoonlijke ether helemaal geruisloos, ongewild vrij gemaakt.
Op zulke momenten zend en ontvang ik precies alleen maar onzichtbare spoed- nood- of onheilsberichten.
Mijn netwerk controle centrum defensief helemaal op scherp gesteld. Alle alarmen in het rood of minstens op oranje.

Ik check voor de 5e keer of er wel verbinding is. De piep van de sms die ik naar mezelf stuurde verraadt dat er niets mis is met de verbinding.
Ik bijt op mijn lip nadien op mijn nagel. De nagelriem bijna afgeknaagd.
Ik steek een sigaret op en zuig er van nervositeit een lange vurige kegel aan zodat de filter haast te heet wordt tussen mijn lippen, om er een volgend trekje van te nemen.
Zelf bellen? Neen dat doe ik niet.
Ik geef ridderlijk maar koppig aan mezelf toe dat mijn huizenhoge ego daar zijn veto stelt. Trouwens zij ging iets laten weten.
Waarom moet ik trouwens altijd als eerste? Waarom? Ik ben toch niet vanzelfsprekend?

“1 uur en 58 minuten geleden actief ” : verraad haar chat status.
Er moet iets gebeurd zijn. Het is immers maar een half uur rijden, maximum. Als het druk is, in de spits. Maar op dit uur toch niet meer?
Mijn maag draait zich in een knoop en mijn gedachten malen de meest dramatische scenario’s door de molen.
Waarom laat ze toch niets weten?

Mijn verstand zegt me om me niet te identificeren met de rol waarin ik door verwachtingspatronen gedwongen wordt.
Mijn verstand prent me in dat er geen antwoorden kunnen verzonnen worden op vragen die niet gesteld werden. Zelfs niet als ze impliciet waren.
In mijn hoofd wordt naar me geroepen dat dat stilte niets te betekenen heeft. Toch niet per definitie iets slechts.
Ze zeggen me dat ik moet wachten. Op muziek. Dat we straks zullen gaan dansen en lachen. En als ze niet opdaagt er nog andere mensen zijn die ook dansen. Misschien wel een tango ipv een één-tegel-slow.

Ik check mijn I-phone op een bericht dat niet komt en gooi hem achteloos met een diepe zucht in de fruitschaal.

Net op dat moment draait de sleutel in het slot en komt ze glimlachend binnen.
“Ik ben mijn gsm vergeten. Zie je wel hier in de fruitschaal. De tandarts zei me dat ik er weer een jaartje tegen kan. En jij hoe was jou dag?”

Ik? Ik wil gaan dansen. Tango.
Och zotteke.

Speekmedaille.

IMG_1790

Gisteren kreeg ik een complimentje. Zo maar, vanuit het niets. Out of the blue, maar die uitdrukking gebruik ik niet graag. Ik zeg het liever gewoon. In ‘t schoon Vlaams.

Onverwachte schouderklopjes krijgen vind ik dus heel plezierig. Dat wou ik eigenlijk zeggen. Zeker als de lofbloemjes onvoorziens en onverwacht gesmeten worden. Ja, dan krijg ik ze graag. Niet alleen omdat ze mooi tegengas geven tegen soms scherpe kritiek maar zeker ook omdat een schimperig oordeel gewoonweg wat langer aan mijn vel plakt dan een gemeend pluimpje. Dat vliegt er zo weer vanaf. Zo vergeet ik een mondelinge decoratie of een speekmedaille doorgaans veel sneller dan een negatief oordeel of een ondermaatse quotering. Die zinderen doorgaans nog wat langer na. Maar dat zal wel des mensen zijn zeker.

Maar gisteren dus niet. Helemaal verrassend. Uit een hoek van waaruit ik het niet verwachtte. “Ik lees je graag want je schrijft mooi. Ik mis haast niks.” Meer was het niet maar ook niet minder. Ik ging er in elk geval van blinken gelijk een gesnipperde sjalot die stooft in een klontje goei boter. Het deed me iets. Die kleine bevestiging. Ik denk dat ik het daarvoor in ‘t geniep misschien wel telkens opnieuw mijn griffel en lei voor bovenhaal.
Misschien mag ik het compliment niet negeren, maar dan klinkt het haast fout. Omdat, terwijl ik dit zo neerkrabbel dan misschien de indruk zou kunnen wekken er naar te zitten vissen, terwijl ik op dit ogenblik aan de waterkant enkel maar vruchteloos probeer een verdwaalde karper of een goudvis te vangen. Maar zij hebben mij beet denk ik…

Gribiche aan de flauwe-mopjes-tafel

Onze kinderen waren op scoutskamp.
Om de ongemakkelijke huiselijke stilte te ontlopen zochten we elkaars gezelschap op. Bij een bord pasta of een iets exotischer gerechtje.
We kozen voor een gezellig druk restaurantje dat net nog met de fiets bereikbaar was.
De baas begeleidde ons nonchalant naar de speciaal voor ons gereserveerd flauwe-mopjes-tafel.
Toegegeven, ik heb er het handje van weg om met ongepaste of ietwat gênante onnozelheid het ijs te breken. Deze keer was het niet anders dus trok ik fier en vastberaden zoals steeds mijn denkbeeldige ezelsoren aan en maakte een wat clowneske zwansopmerking over de gribiche. Hij, de garçon-eigenaar kon mijn plagerige kwinkslag wel pruimen denk ik.
De vrouwen daarentegen konden mijn lichtjes ongepast, opgeëiste aandacht dan weer minder appreciëren. Ook zoals altijd. Ik veegde er mijn gat aan. Net zoals aan de gerechten trouwens. Gerechtjes, waaraan door, de met keukenjargon gelardeerde benamingen wel wat te veel kak hing dan hetgeen uiteindelijk daadwerkelijk op je bord verschijnt. Zeker toen duidelijk werd dat gribiche eigenlijk maar een wat lichtjes opgewaardeerde mayonaise leek te zijn.
Ik maalde er verder niet om want hetgeen op onze talloor kwam was voortreffelijk. Net zoals het gezelschap trouwens, al miste ik de gebruikelijke kip en appelmoes van mijn dochter wel. Of was het mijn dochters luidruchtige heisa zelf die ik miste? Dat laat ik in het midden.
De gespreksonderwerpen waren ook leuk en haast net zo luchtig als het gestoomde melkschuim van de cappuccino maar vielen toch even pijnlijk stil na de crème brulé en de zoete koekjes.

“Waarom zijn jullie eigenlijk niet getrouwd?”
“Zijn jullie dan wel getrouwd misschien, en waarom niet?”

Het werd duidelijk dat zij niet wilde omdat ze er het nut niet van inzag. De andere leek wat beteuterd omdat dè vraag veel te laat gesteld werd en het nu al niet meer zo nodig hoefde omdat het momentum gepasseerd was. Nog één wilde nog wel maar durfde er niet voor uitkomen.
Wel waren we het, er al dan niet excuustruus, over eens dat getrouwd zijn toch maar de romantiek fnuikt en de sleur in de hand werkt.

Ik zweeg maar bedacht stilletjes dat wanneer ik nog maar eens getrouwd zou zijn, ik het dan niet meer tot in de eeuwigheid over “mijn lief” zou kunnen hebben.
Of dat ik dan op avonden als deze, geringd en geringeloord, met de gazet, warme sloefen en een pint dan maar naar de koers zou moeten kijken terwijl zij in haar flair wegdroomt en een plan maakt om er van tussen te muizen.
Om maar te zwijgen over t feit dat we de rustige gezelligheid van avonden als deze dan zouden moeten missen.

En nu ons eten gezakt is en de maan gestegen, kunnen we aan kinderen beginnen. Daarvoor moet je al meer dan 100 jaar niet meer getrouwd zijn al zal het deze keer wel maar bij een goedbedoelde poging blijven.

Piemelstress!

rarara

 

“Ik ook! Of kan je nog even wachten dan ga ik mee!”: is dikwijls het eerste wat je hoort, als op café, een vrouwenblaas weerspannig wordt en een bezoek aan de kleinste ruimte zich opdringt. Het intrigeert me en het maakt me nieuwsgierig. Op zulke momenten haalt mijn indiscrete ventencuriositeit de bovenhand en wil ik dat onbeantwoord vrouwenvraagstuk ontrafelen.

Waarom moet het steeds minstens met 2 en meestal met 3 of meer? Dan wil ik een vlieg zijn om voyeuristisch proberen te achterhalen welke taferelen zich dan zo allemaal afspelen op de vrouwencour.

Niet dat ik bemoeiziek het vrouwelijk toiletgedrag wil beïnvloeden of kapot analyseren. Neen, absoluut niet want ik weet best dat vrouwen af en toe wat meer maandelijks opknapwerk hebben dan wij mannen, die er gemakkelijker vanaf komen omdat we maar de lans hoeven buiten te hangen. Om ze nadien nonchalant af te kunnen schudden.

Maar dan blijft de kwestie waarom een toiletgang bij het sterkste geslacht steeds een teamevent wordt.  Een soort van pipi-Tupperware?

Het overkomt me natuurlijk wel eens dat ik ongepast en ongevraagd toehoorder ben van vrouwelijk gepis. Bvb als het voor de dame in kwestie onderaan te spannend wordt om braaf de beurt af te wachten omdat de file aan de vrouwen-wc te lang is en dan maar resoluut kiest voor het doorgaans nettere, vrije herentoilet. Dan valt het me op dat de vrouwenstraal doorgaans harder, krachtiger en luider klinkt dan de rustig beheerste, kalme mannenstraal.  Alsof het er allemaal in één keer, zonder rekening te houden met het debiet, in één ongecontroleerde perswee uitgeproest moet worden. Zonder te genieten van het moment. En is het daar dan over waar vrouwen in hokjes netjes naast elkaar de competitie met elkaar aangaan? Wie is het luidste?  Wie het snelste? En worden daar dan punten voor gegeven en bijgehouden voor de volgende ronde? En is dat dan de reden waarom het in groep moet?

Wellicht speelt mijn mannenfantasie me weer parten.  Feit is wel dat vrouwen weinig of helemaal niet gegeneerd zijn over de akoestiek van de potten tijdens hun toiletconcert. Een te luide scheet niet te na gesproken delen ze fier en zonder gene elkaars toiletgeluid, terwijl wij mannen net de rust opzoeken. Eerder zullen wij er naar streven ons gevoeg geruisloos neer te laten ploffen zodat onze buur niet gestoord wordt.  Eveneens zal je in een urinoir haast nooit 2 mannen naast elkaar zien staan.  Neen, ze opteren eerder voor de uithoeken van de urinoir om elkaar niet te hinderen. Staan ze door de drukte dan toch noodgedwongen naast elkaar beginnen ze onmiddellijk, ongemakkelijk en gegeneerd naar het plafond te staren om na te gaan of er misschien geen spiegels hangen, om toch maar niet de indruk te wekken dat er over de rand, vergelijkingen van ongelijkheid worden gemaakt.

En dan kan ik maar een conclusie trekken. Vrouwen zijn vetzakken en het zwakke geslacht heeft piemelstress of wordt op zijn minst onzeker door de hoogte van de tussenschotten tussen de pissijnen.

“Dobbel-Fluppe” en pretlichtjes.

Capture

“Had jij dan echt een probleem?”

In mijn geval werd het maar pas een probleem op het ogenblik dat ik zelf vond dat het er één geworden was. Enkel dan lag de oplossing binnen handbereik.

Wanneer is een peer plukrijp? Als ze geblutst en gehavend op de grond ligt en te beurt kan vallen aan knagend ongedierte? Of net ervoor, als ze nog blozend en flirtend met de zwaartekracht aan de takken hangt? Moeilijke vraag!

Het kostte me in die tijd heel veel moeite om s’ avonds in de spiegel te kijken. Om mijn zielenrust niet te verstoren vermeed ik hem dan ook het meeste van de tijd. Omdat ik nooit zeker wist of mijn ogen nog wel zouden terug kijken of ze eerder, de confrontatie vermijdend, hun blik gingen afwenden.

Af en toe vond ik wel wat gegeneerde durf. Dan stond ik me starend in de diepte van mijn ziel af te vragen hoe het verder moest omdat het langzaam duidelijk werd dat mezelf nog langer bedriegen nutteloos geworden was. Gemakkelijk maar nutteloos.

Ik was dapper meester in problemen naar morgen door te schuiven. Elke avond opnieuw zou de wereld er morgen anders uitzien. Morgen zou het me wel lukken. Vast en zeker wel.  Alleen, elke morgen kwam ik er gemak-drank-zuchtelijk achter dat die telkens opnieuw gevolgd wordt door een andere morgen waarop het dan ook nog kan. Alleen hij kwam er nooit.

Telkens opnieuw, dag na dag zag ik mezelf in mijn spiegelbeeld verdwijnen alsof het er niet was. Misschien was hij er tot dan toe zelfs nog nooit geweest. Ik wou hem zoeken en vinden.

Vandaag, bijna 4 jaar later kijkt hij me ietwat trots recht in de ogen aan. De blik fors en vastberaden, misschien ietwat arrogant. Hij kijkt niet weg want in de, ondertussen vertrouwde blik, zitten pretlichtjes verstopt. Ze kwamen gaandeweg, schoorvoetend voorzichtig op de hoede. Toen ze zeker waren niet te zullen weggespoeld worden door zelfbeklagerige waterlanders. In het zonlicht vallen ze nauwelijks op omdat ze dan overbodig en niet van doen zijn maar op maanloze nachten wijzen ze als vuurvliegjes de weg die misschien wel ergens naar toe leidt.

Ik hou het vast en vol. Elke dag opnieuw vandaag! En morgen? Dat bezie ik nog wel.

Alle gemiste kansen, elk gebroken hart, al die verloren vriendschappen en beschaamd vertrouwen.  Elke vlucht vooruit…

Vandaag doen ze er allemaal toe omdat ze nodig waren om mijn peer te laten rijpen. En dan is het van geen nut te weten of ze al van de boom gevallen was of nog aan de tak hing te flirten met de zwaartekracht, wachtend op een bluts of rotte plek.

Maar neem het van mij aan als je wil ’t zijn “Dobbel-Fluppe” als ge niet moet knabbelen!