Grijze zetel.

De zetel waarin ik lig is grijs en bijna even kleurloos en stoffig als ikzelf aan het worden ben. Op de plek waar hij staat lijkt de wereld stil te staan. De trage onbezorgdheid waarin tijd zou kunnen opgeslokt worden, bevrijden me en doen mijn dagelijkse belemmeringen en bezorgdheden langzaam van mij afglijden. Nu ik hier zit, lijkt het wel alsof ik net zo stil sta als de grijze zetel waarin ik me bevind en waarin ik elke avond, net voor het slapengaan mijn geestesgesteldheid in overpeins. Omdat het stil en donker is, voel ik me op deze plek de koning te rijk. De weelde van deze dagelijkse productieve retraite zal ik blijven opzoeken zolang ik kan, om op mijn dag terug te blikken of om mijn dwalende gedachten te inspecteren op mankementen. Alice Nahon zei het met minder woorden maar wellicht was ze ook gezeten in een grijze zetel, die avond in het jaar 1921, toen ze deze woorden, ‘op zachte vooizekens’ uit haar ziel toverde.

T is goed in ’t eigen hert te kijken zoëven vóór het slapen gaan of ik van dageraad tot avond geen enkel hert heb zeer gedaan.

Niet dat mijn impulsieve zielroerselen de zielenstrijd met haar schone woorden mogen aangaan, absoluut niet, daarvoor zijn mijn woorden te stomp, mijn zinnen te lang en de schrijffouten te abondant. Toch hebben vanop deze plek hebben al menig ronddolende gedachten de weg naar moeizame woorden gevonden. Soms denk ik dat dit plekje op de wereld helemaal voor mij alleen gereserveerd werd om mijn impulsieve opwellingen en verbeeldingen te distilleren tot iets wat als leesbaar geacht kan worden. Onvoorspelbaarheid, nieuwsgierigheid of verandering zijn daarbij uit den boze en zelfs nefast voor de brainwave van het idee dat dat ik wil aanboren, omdat dit de broze woordentrance fnuiken waarin ik me tracht te begeven.

Daarom zit ik graag in deze grijze zetel, om even in eigen hert te kijken en om na te gaan, of ik vandaag, van dageraad tot avond geen enkel ander hert heb zeer gedaan.

Darkness my old friend.

Mensen komen toevallig langs. Ze passeren. Het gros daarvan kan ik tollereren, omdat ik mijn afkeur aan sommigen van hen met de jaren heb leren temperen. Maar net zo goed overkomt het me dat, voor god weet welke reden dan ook, mensen in mijn leven binnenvallen die ik wil bijhouden, om ervan te leren, omdat ik er me door aangetrokken voel, of net omdat er zo’n grote leegte gaapt tussen hun interessante bezigheden en mijn smalle wereldje dat ik dikwijls als nogal oppervlakkig ervaar. Ik leef voornamelijk in gedachten om daar al die passanten opnieuw tot leven te wekken. Wanneer ik dan toch mensen in mijn hart of in mijn gedachten toelaat, zijn dat dikwijls figuren die net zoals ik in zware of melancholische denkpatronen verstrikt zitten. Wanneer ze me toevallig, of net niet toevallig tegen het lijf botsen, en ik er bij een koffie het leven mee kan ontrafelen of er zware en melancholische gesprekken kan mee voeren, wil ik ze bijhouden in manuscripten of in schrijfrafels zoals deze.

Mocht de ideale partner bestaan, ik zou er voor een vrijgevochten, sterke, zelfstandige vrouw één kunnen zijn, omdat ik er bijna nooit ben, althans toch meestal niet helemaal. Het voordeel voor haar zou eruit bestaat dat zij al haar energie zou kunnen blijven steken in wat voor haar belangrijk is, namelijk vrijgevochten zijn. Ik zou als compensatie van dat voordeel gewoon verder kunnen blijven rondwalen in mijn dromen zodat ik haar niet voor de voeten zou lopen.

Ik lig op mijn rug, staar naar het plafond en overdenk wat ik aan het schrijven ben. In mijn oren klinkt ‘The sound of silence’ net zo luid dat de tekst van dat liedje mijn gedachten wil overstemmen. Dat lukt niet helemaal omdat ‘darkness my old friend’ precies diegene is waarover ik nu mijn gedachten laat ontsporen. Garfunkel en Simon zeggen me dat ze met mij komen praten. Ik heb er geen zin in. Ik wil gewoon hun stilte voor zich laten spreken. Vanavond wil ik het geluk van de eenzaamheid helemaal alleen ervaren. Ik voel namelijk helemaal geen behoefte om mezelf vrijwillig bloot te stellen aan emoties waartegen ik geen weerstand kan bieden. Misschien dat ik daarom al langer hoe minder zin heb in mensen te zien om ze toegang te verschaffen tot mijn persoonlijk territorium. Ik plooi liever terug op mijn veilige gedachten, zodat ik jullie er voor een onbestaande reden deelgenoot van kan maken. De voorspelbaarheid van deze uren chaotische rust gunnen me dan de kalmte waarnaar ik op zoek was. Misschien is dit soort schrijven wel het liefste wat in mijn vrije tijd ook nog zou willen doen, al zou het begrip vrije tijd hierdoor wel een vreemde, dubbele betekenis krijgen omdat het dat door het gepeins niet meer zou zijn. Nu ik dit neergepend heb weet ik dat ik het voor mezelf weer oeverloos moeilijk aan het maken ben en laat dat nu zijn wat ik altijd doe. Het voor mezelf moeilijk maken.

Zou ik om fris oud te kunnen worden niet beter mijn ervaring vergeten, dan zou dit verhaal met zekerheid minder zwaar of melancholisch zijn. Misschien begin ik er straks al aan, in gedachten.

Gun me de illusie!

Gun me alstublieft de illusie dat ik iets dat enigzins waardevol is, kan toevoegen aan de banaliteit van dit bestaan. Een bestaan dat zich met echte of valse gevoeligheden hoofdzakelijk in mijn hoofd of in mijn hart afspeelt. Daar ben ik niet uit. Ik weet dat niet geheel met zekerheid omdat mijn romantische hartsgevoeligheid dikwijls verdrongen wordt door mijn emotieverdringende verstand, maar even vaak gebeurt net het tegenovergestelde. De ontgoocheling of de ontnuchtering wordt dan groter naarmate de gedachten en emoties oplossen in de allesverzengende droogte van de werkelijkheid die ik alsmaar weer over- of onderschat afhankelijk van, met welk gelaat zij zich aandient. Ik heb een rusteloze ziel. Dat is het. End of story. Veel meer woorden hoeven daar niet aan versleten worden, en hoewel deze gemoedstoestand voor mij persoonlijk ongemeen en heel uniek aanvoelt, weet ik heel zeker dat ik niet de enige in mijn soort ben die met dit soort verwarrende woeligheid kampt of die er zich een levensechte voorstelling van kan maken. Misschien net daarom dat ik steeds maar opnieuw probeer om dat gevoel in zinnen neer te zetten, al ben ik niet zeker of me dat ooit zal lukken. Die rusteloze ziel speelt me parten en zet me vaak aan de deur, en dat mag je gerust letterlijk opvatten. In dit geval heeft hij me twee komma zes kilometer van mijn veilige thuis gebracht. Om helemaal precies te zijn – ik houd er niet van wanneer details die niet kloppen – bevind ik me op stek tweeënveertig van een vijver, die het Mannenwiel als eigennaam gekregen heeft. Waarom dit zo is, is niet meer te achterhalen maar misschien is dit voor het verdere verloop van dit verhaal niet eens zo belangrijk. In afwachting en in tegenstelling tot de rust die ik er hoop te vinden, contrasteert deze natuurlijke harmonie heel erg met de chaotisch gedachten die in mijn hoofd ronddwalen als rusteloze geesten die zich op de modder van dit stuk pachtgrond van de werkelijkheid naar buiten willen storten. Mocht ik nu uitglijden op het nevelijs dat zich op het gammele hout van deze visplaats heeft vastgevroren, en ik zou kwalijk vallen en verzuipen, ik zou erin kunnen berusten. Immers, wanneer het verleden langer of grootser geworden is dan dat de korter wordende toekomst ooit nog zal kunnen zijn, hoef ik van dat leven niet veel goeds meer te verwachten. Mocht je nu in mijn hoofd kunnen kijken om mij als advokaat van mijn gedachten bij te staan, zou je jezelf de indruk kunnen ontnemen dat ik schuldig pleit of dat mij enige blaam treft. Het zijn immers maar ronddwalende gedachten.

Voorlopig blijf ik dus nog, zelfs wanneer jij me niet de illusie gunt dat ik nog iets dat enigszins waardevol is, kan toevoegen aan de banaliteit van dit bestaan. Ik zou dat gezien de zinloosheid ervan geheel begrijpen, echter in dat geval zie ik mezelf genoodzaakt om me die onfortuinlijke eer te gunnen, al is dat eenvoudigweg dezelfde overmoed die spreekt, waarmee ik me tot nu toe door het leven heb gewoeld.

Legaal-digitale maffia.

Terwijl polen smelten, bossen verschrompelen en lucht met de dag smeriger wordt, zitten supergeeks, die geilen op The Internet of Things, zich intellectueel te masturberen op nieuwe apps en toepassingen. In de cloud rukken deze nerds zich wild af op nieuwe, nutteloze, big-money gimmicks waarop niemand zit te wachten. Zo bedenken en ontwikkelen ze subtiel-onzichtbare, digitale enkelbanden die onze privacy te grabbel gooien voor moderne legale maffiosi die er gratis misbruik van kunnen maken. Terwijl wetgevers en psychologen digitale detox prediken en wetten proberen te bedenken om ons van een beetje privacy en life-balans te verzekeren, freewheelen zij zich suf over virtuele, intelligente systemen die automatisch communiceren met nog intelligentere digitale netwerken, zodat iedereen dom en verweesd achterblijft met een bewegingsvrijheid die zo beperkt is tot het pad dat door algoritmes voor ons werd uitgestippeld. Iedereen vreet naarstig mee uit de facebook- instagram- en twittertrog zoals varkens dat doen uit de voerbak van waaruit ze vetgemest worden. We denken er zelfs geen seconde meer over na en schoffelen ons gulzig vol met het voorgekauwde pulp dat voor ons selectief werd uitgezocht, en doen dat net zolang tot we ons zelfvoldaan met likes en hartjes geprezen, de mooiste van het land wanen.

Verstand en intelligentie. Ik ben er te matig mee bedeeld. “De slechtste van de klas” werd wel eens gezegd. Het zal wel. Maar de bollebozen van toen denken er niets van. Zij lachen me opnieuw uit, nu als doemdenkende filosoof die zich als een Neanderthaler terugtrekt in zijn persoonlijke grot van Altamira. Voor hen ben ik een fossiel die de moderne wereld niet begrijpt en niet kan bevatten. Volgens hen snap ik niets van de nieuwe, snelle wereld niet waarin het privéleven zich afspeelt op het internet, op de snelweg van het leven waar privacy en persoonlijke keuzes “veilig” bewaard worden in de cloud.

In deze horrorwereld zullen vroegere onschuldig en onschadelijk ogende apparaten zoals tandenborstels, tv’s, thermostaten, koelkasten, matrassen, vibrators, diepvriezers, wc-papierhouders die overal in ons huis aanwezig zijn, ons beloeren en ons bespioneren. Ze zullen er voor zorgen dat onze persoonlijkste en intiemste gegevens naar de cloud zullen worden getransfereerd, naar het veilige internet van de dingen of naar Evelien van de pornoclub. Wanneer ik in die virtuele wereld van morgen dan een koortsthermometer onder mijn oksel steek of hem rectaal inbreng bij mijn 3 maand oude jammerende baby, of wanneer ik mijn tanden een wittere tint geef met mijn elektronische tandenborstel, zal ik via usb-poorten van de lichaamsopeningen informatie doorgeven naar mijn veilige cloud, zodat wanneer ik me aanmeld bij mijn volgende internetsessie het digitale winkelmandje al op voorhand gevuld zal zijn met glutenvrije koekjes, luierzalf, driedubbel-lagig toiletpapier en zeep voor de intiemste hygiëne. Mijn tandarts zal me automatisch whatsappen om me te laten weten dat ik bij mijn volgende virtuele controle de volle pot zal moeten betalen, omdat ik het afgelopen jaar, gemiddeld genomen mijn tanden maar 2 keer gepoetst heb in plaats van 3 keer zoals mijn tandverzekeringspolis het me het had voorgeschreven. Via mijn sociale mediafeeds en de algoritmes die er achter draaien zal ik enkel nog die informatie aangeboden krijgen waarvan ik blij word omdat ik van de booschappen waarvan ik kwaad werd of waar ik het oneens mee was, de vorige keer was weggezapt. Door dat mechanisme krijg ik los van kunstmatige zelfbevestiging enkel nog toegang tot nieuws dat op mijn maat gefilterd werd en dat overeenstemt met mijn overtuiging en interesses, waardoor, ik onmogelijk kan begrijpen dat jij door diezelfde algoritmes bevestigd en met evenveel hartjes en likes geprezen, ook als mooiste van het land werd uitgezocht.

Gelukkig ben ik maar een cynische doemdenker en heb ik geen rectale koortsthermometer. Ik lach met mezelf, zet mijn newsfeed op stil, sla een bladzijde om van een boekje dat vanmorgen in de brievenbus viel en ik lees de kop van het eerste artikel. There is no bigger high than discovery… Het zal wel.

Covid19 en alcohol? Help!

Verslaafd aan alcohol, daar ben je toch helemaal zelfverantwoordelijk voor? Verslaafden zijn daar echt wel zelf de oorzaak van? Uitspraken als deze hoor ik ook, maar zelf ben ik daar helemaal niet zeker zo van. Toen ik een aantal jaren geleden ’s morgens een halve fles wijn nodig had om de lichamelijke bijwerkingen van mijn dagelijkse kater te onderdrukken en om mentale afhankelijkheid te bedwingen, voelde dat niet aan als vrije wil maar eerder als een pure noodzaak om de dag te kunnen beginnen. Als ik nu op die donkere periode terugblik, weet ik een ding wel heel zeker. Ik was niet zo trots op mezelf en dan druk ik me nog heel voorzichtig uit. Mijn dagelijkse realiteit was dat onweerstaanbaar hard drinken heel erg in de weg stond van elk redelijk gedrag en van normale emoties. Ik spoelde op voorhand alle ratio en gevoelens weg tot alleen zuipen nog van belang was en er niets anders meer overbleef om nog verder voor te leven. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat verslaafd zijn voor mij geen bewust weloverwogen keuze was. In mijn beleving is alcoholisme een ziekte die het vermogen tot zelfsturing verstoort en die mijn ingebouwd natuurlijk beloningsmechanisme helemaal tilt deed slaan, waardoor ik gedwongen op zoek moest naar artificiële mentale beloningen. Tegen deze levensbedreigende ziekte bestaat in mijn geval maar één doeltreffende remedie, ik moet het eerste glas laten staan en die keuze moet ik elke dag opnieuw maken, wil ik mezelf niet opnieuw in de vernieling drinken. Die keuze valt me niet langer zwaar omdat ik mijn leven terug gekregen heb, en ik onder geen enkele voorwaarde naar dat oude terug wil. Ik prijs me gelukkig en ik ben zo dankbaar dat ik me wekelijks met lotgenoten kan omringen en kan luisteren naar worstelingen die mij helpen om vol te houden of kan vertellen over mijn zielenroerselen die een inspiratiebron kan zijn voor anderen. Enkel door die wekelijkse bijeenkomsten blijf ik scherp op mijn onderhuids sluimerende symptomen en kan ik ze de baas blijven. Dat is levensnoodzakelijk want een alcoholist ben ik voor het leven!  Met mijn hand op het hart durf ik te zweren dat in onze wekelijkse sessies levens gered worden. Ikzelf ben daar het levende bewijs van.

Alcoholisme en verslavingen zijn thema’s die maar weinig mensen onberoerd laten, zeker nu door de covid-crisis alle sociale controle is weggevallen. Iedereen kent van ver of van dichtbij, vanuit zijn of haar eigen leefwereld wel iemand die veel te veel drinkt en die de controle kwijt is. Misschien heb je zelfs je eigen alcoholgebruik in vraag gesteld, en deed je al een zelftest om te toetsen of jouw drinken nog binnen aanvaardbare normen valt. Vele mensen slagen erin om het drinken van alcohol binnen de perken te houden, doen het niet of houden het op een paar glazen op de juiste gelegenheid. Niks mis mee, maar verschillende media schrijven de laatste dagen nogal wat bladzijden vol over stille verslaafden, over mensen die van thuis werken, een gezin hebben maar die door het wegvallen van sociale controle achter de voordeur kampen met een torenhogen, verborgen verslaving. Door de isolatie wordt gekozen voor de verkeerde vluchtroute waardoor mensen verstrikt dreigen te raken in alcohol of in andere roesmiddelen en zo over het randje van de gevarenzone vallen.

Corona is een laffe spelbreker, ook voor alcoholisten die in pril herstel zitten en die in wekelijkse meetings een laatste reddingsboei gevonden hebben. Wanneer deze uitwisseling en deze hulp door de lockdown helemaal wegvalt, is het risico niet onbestaande dat deze zieke mensen straks op dezelfde manier naar adem zullen happen als patiënten die op een covid-afdeling van hun zuurstoftoevoer losgekoppeld worden. Om de maatschappelijke nevenschade van covid te beperken, wil ik hard pleiten om zelfhulpgroepen in een heel beperkte setting en met oog voor de grootste veiligheidsvoorschriften toch te laten plaatsvinden, om die levenslijn open te laten. Bij zelfhulpgroepen zitten gezonde, bereidwillige anciens die beschikbaar zijn om in kleine groepjes van twee of drie, nieuwelingen in veilige omstandigheden te begeleiden in hun herstel en te waken dat ze niet definief over de rand vallen. Vandaag is dit echter door de strikte veiligheidsvoorschriften niet mogelijk.

%d bloggers liken dit: