Categorie: Vertelsel

Egel zonder stekels.

Liggend-naakt-tekening-opus-09t16

“Als er iets is wat je echt zou willen doen? Gesteld dan, dat alles mogelijk was. Wat zou je dan gaan doen?  Waar zou jij de dagen mee vullen? Waarvoor zou jij kiezen?”

En ze keek me afwachtend zwijgend aan.

De stilte die ik uitsprak portretteerde me heel naakt en bloot.  Ik wist het niet. Mijn fantasie liet me in de steek want en ik kon geen enkel zinnig antwoord uitdenken op de eenvoudige vraag die zo levensbelangrijk is.

“ Wat wil ik doen dat ik het zo leuk vind dat ik het de hele dag zou willen doen?”

Die vragende frons waarmee ze me bezorgd aankeek inspecteerde mijn onwetendheid en ik meende een glimp van niet gespeelde compassie op te merken.

Was het haar oprechte bezorgdheid die me deed ontwaken om de queeste naar mezelf aan te vatten?  Ik weet het niet helemaal zeker en het doet er nu niet veel toe.  Ik gok wel dat ze me met die ene alles omvattende vraag had wakker gemaakt.  Alsof het warme donsdeken waarin ik lui was weg gesoesd plots, compleet onverwacht van mijn slapende lijf werd weg gerukt zodat ik bibberend koud en onbedekt achterbleef als een kale egel. Ontstekeld en onbeschut.

Nu, nadat de mist is opgetrokken zou ik antwoorden: “Ik wil schrijven. Verhaaltjes.  Over mezelf. Ik wil het spoor bijster raken in de wereld van mijn fantasie. De wereld van mijn emoties en gedachten. En dan wil ik me ontdekken en verbaasd staan kijken wie ik bezig ben te worden. Ik wil me laten wankelen en doen omvallen.  Om dan opnieuw gedecideerd recht te krabbelen. Mezelf verwarren, om dan te zien dat al wat ik zo zorgvuldig heb uitgedacht als een kaartenhuis omver wordt geblazen om het later opnieuw te proberen. Op een andere manier. Juister…  hopelijk.”

“Niet voor al die mensen die me beschimpen of betwijfelen maar voor mezelf.  Voor mijzelf.  De vertrouwde controle een beetje gelost, om zo bewust en nieuwsgierig af te dwalen van het bekende pad om te ontdekken wat er nog allemaal is.”

“En ook een beetje om te tonen dat ik misschien iets kleins, leuk of grappig pakkend te vertellen heb. Dat er nog een pijl op mijn boog zat. Tegen mensen die het willen horen.

Vertelseltjes zonder pretentie of ambitie, gewoon verhaaltjes over dingen die me bezighouden. Dingetjes, fait divers om even bij weg te dromen”

Daarvoor dop ik elke week met plezier mijn pen in de inktpot om dan met veel krulletjes uit te leggen dat ik graag een kale naakte egel ben omdat ik mijn stekels niet meer zo nodig heb… Hopelijk word ik niet platgereden.

Humo in een plastieken papierke.

IMG_1744

Vorige week, op de kermis zei hij compleet uit de context van het gesprek dat aan de gang was: “Ik zag net dat je weer een Hersenspinseltje geschreven hebt. Ik heb het nog niet gelezen. Dat doe ik straks of morgenvroeg zeker wel maar het maakt me nu al blij, curieus en een beetje opgewonden. Een beetje zoals een nieuwe Humo die nog verpakt zit in het plastieken papiertje.”

Het onverwachte compliment over mijn nieuwste A4tje voelde net zo aan als de schouderklopjes die ik ooit kreeg. In een vorig leven. Toen de late winninggoal beslissend bleek voor promotie naar de hoogste afdeling.
Ik kan het beeld en de emotie nog scherp terughalen.
Trots, euforisch maar ook bescheiden relativerend. Want die laatste pass, die me oog in oog zette met de doelman was minstens zo bepalend geweest voor het eindresultaat als het doelpunt zelf.
Alleen fanatieke supporters zien dat niet zo. Zij zien alleen het eindresultaat. 5 seconden voor het laatste fluitsignaal. Bam …22-23, winningoal van ondergetekende. “We are the champions, my friend… ”
Ik word de “lokale wereldfaam” nog steeds intens gewaar als ik terug peins aan die eerste overwinning met gevolgen. Een eerste moment-de-gloire. Voor de eerste keer een steentje verlegd in de handbalbeek die de stroom ervan een beetje had omgebogen.

Die vergelijking met Humo bracht ook veel terug.
Zo lang ik het me kan herinneren viel die elke dinsdagmorgen trouw in de brievenbus. Kort nadien werd aan de ontbijttafel dan een gevecht gevoerd voor een eerste glimp van de laatste Cowboy Henk. Net zo lang tot ons vader het blad streng aan de kant legde zodat wij ons met lange tanden konden concentreren op een te hard gebakken zwarte pens met appelmoes. “Appelspijs met stukjes ” zei hij toen, al herinner ik me die toch eerder als gestoofde klokhuizen van te zure appels met bruine plekken.
Was het omdat ons ma die er week na week in lukte om dat aartsmoeilijke kruiswoordraadsel volledig op te lossen? Of was het omdat de paragraaf onkuisheid in de 7 hoofdzonden van bekende Vlamingen, me het elke week opnieuw inwreef dat ik eigenlijk een dikke seut was.
De gramschap, traagheid, gulzigheid, onkuisheid, en woede waren altijd pijnlijk herkenbaar.

Alleen van “Invidia” afgunst, nijd of jaloezie bleef ik gespaard.

Want jaloezie …. Dat is een compliment of een cadeautje dat verpakt zit in een een heel vies papiertje.
Helemaal anders dus dan een Humo in een doorschijnend papieren plastiekske.

Chanel Allure op een aap?

hqdefault

 

“Vind je een baard mooi?”

Had je deze vraag 10 jaar geleden gesteld aan de baardige Hipsters die vandaag trimmend en knippend hun dag beginnen, had de steekproef wellicht een ander statistisch resultaat vertoond dan vandaag.

Heden ten dage laat elke zichzelf aux-sérieux-nemende hipster zijn weelderige aangezichtsbeharing staan. Of hij deed het al of hij overweegt het.  Zelfs al is het eindresultaat soms bespottelijk lelijk.

Hoewel het laten staan van gezichtshaar volgens mij eerder een krampachtige poging is om stoer, agressief of dominant over te komen, doen weelderig ontspoorde knevels mij toch eerder denken aan primaten in al hun soorten. Misschien schuilt er in elke stoer overkomende baardaap wel een bange en onzekere Hipster die op zoek is naar zelfvertrouwen en bevestiging? Wie zal het zeggen?

Maar dat massahaar er is, is ontegensprekelijk een feit al is dat er allemaal natuurlijk niet vanzelf gekomen.

Zelf heb ik geen snor, sik of stoppel en heb ik niet de pretentie baarden laagdunkend te bekijken.  Evenmin wil ik de illusie wekken dat elke baardrager een bange wezel is die zoekende is naar zelfbevestiging.

Neen, ik neem me graag zelf als schietschijf.  Als ik s’ morgens voor de spiegel sta en mezelf voor dezelfde reden als waarom de baardman zijn haartjes trimt en knipt, weer spiegelglad scheer en me vervolgens bestuif met Chanel Allure is dit zeker ook geen toonbeeld van durf, zelfvertrouwen en zelfzekerheid.

Sterker nog, als ik dan een paar minuten later mijn haar minutieus in een net-uit-mij-bed-look kneed, zal dit wellicht evenzeer als plat, meegaand, met-de-hoop-mee kunnen bestempeld worden.

En dan kan ik niet anders dan me recht in mijn spiegelbeeld aan te kijken, om me de vraag te stellen of ik wel  bewust kies voor dat geurtje.  Of ik dat hemdje zelf wel leuk vind? Of die look? En of ik me die “keuzes” niet onbewust heb laten aanpraten door de wereld rondom mij. Om er bij te horen of om deel uit te maken van de kudde.

In de zoektocht naar mezelf en in gesprekken met specialisten wordt me dan op het hart gedrukt “mezelf te zijn”. Authentiek. Maar wat betekent dat dan precies, jezelf zijn?  En klopt het wel?

Want, of we nu knippen, trimmen, scheren, smeren of alles laten staan.  Hoeveel tijd en moeite we ook steken in het opsmukken van ons omhulsel, je bent zelf toch de enige die het resultaat nooit te zien zal krijgen. Tenzij in de spiegel. Maar is het beeld dat terugkijkt dan wel betrouwbaar? Wetende dat in het spiegelbeeld van mijn vrouw de linkerborst lager hangt dan de rechter, terwijl me dat in een face-to-borsten-gesprek, nog nooit was opgevallen.

Op dezelfde manier zou ik mijn karakter kunnen analyseren en relativeren.  Of ik zou die ene negatieve eigenschap kunnen uitvergroten tot een mega wereldprobleem.  Ik zou mijn doen en laten op dezelfde manier kunnen inspecteren als waarom ik me dagelijks benevel met Chanel Allure. Om op die manier, laagje per laagje afgepeld, tot de meest authentieke versie van  mezelf te komen.

Maar zou ik daar vrolijk van worden? Zou me dat vooruit helpen?  Of zou ik me met mijn pas ontdekte, excentrieke, authenticiteit niet net helemaal isoleren?

En dan bedenk ik maar…

Ik ben goed zoals ik ben.  Het beeld al dan niet een beetje ingekleurd door een reclamespot of een trend die ik 10 jaar geleden bespottelijk zou hebben gevonden.

Laat mij maar gewoon blijven wie ik ben.  Al dan niet met de illusie dat ik  met Chanel Allure op, er voor eventjes net zo uitzie als die bruin gebrande Italiaanse Adonis uit het reclamefilmpje.

Al wil dat nog niet zeggen dat als die Chanel -Man volgende keer met baard op die boot verschijnt ik  niet een ander geurtje zal kiezen om mijn broos en onzeker ego op te krikken, want met baard lijkt het toch maar een primaat?

 

 

M&M’s op het Paaseiland

IMG_1650

Gaat de wereld ten onder aan hebzucht, egoïsme en expansiedrang?”.

“Is veel nog wel genoeg?”

Ik sta er soms wel eens even bij stil. Bijvoorbeeld op een troosteloze zaternamiddag zoals vandaag wanneer ik doelloos naar het plafond staar. Een grote kom met kleurrijke paaseieren binnen handbereik.
Ik vraag me dan af of de immoraliteit van onverzadigbaar verlangen naar meer, of de absolute gulzigheid om alles voor ons zelf te willen niet meer en meer ingebed is in ons dagelijks Westers denken, doen en laten?
Kan dit gedrag dan verklaard worden door een soort van zelfbescherming tegen de onzekerheden van de toekomst? Als een soort van extreme uiting van overlevingsdrang waarbij we we ons dan onbewust afvragen of we überhaupt wel kunnen overleven als de anderen alles overdreven voor zich zelf houden. Als dit zo is wordt op die manier de hebzucht van een andere dan niet de grootste beperking van onszelf?
Zal er wel genoeg zijn?
In het geval van mijn slinkende hoeveelheid paaseieren ben ik allszins niet overtuigd van het tegendeel ! Ik pleit schuldig met voorbedachte rade.

Avarita of zonde van de mateloosheid! Het is des mensen en van alle tijden.

De Rapa Nui in de Stille Zuidzee, net voor de kust van Chili hadden er 1300 jaar
geleden al een vlaag van.
Toen, volgens de overlevering 2 families per kano voor de eerste keer voet aan wal zetten op het eiland, was dat weelderig begroeid met een ogenschijnlijk onuitputtelijke fauna en flora. Naar planten exotische vruchten en overvloedige zaden en bessen moest niet gezocht worden. In dat luilekkerland vlogen de gebraden kippen zomaar in de open monden.
Enige decenia later was het bevolkingsaantal op het Paaseiland toegenomen tot ongeveer 10000 zielen en werd alles net iets schaarser. Om aan de expansiedrang en grootheidswaanzin te voldoen werd het eiland vol stenen bouwwerken gezet en werd het helemaal kaal geplukt tot er geen boom meer restte om de afzichtelijke stenen koppen mee te transporteren. De beschaving ging in zijn onverdroten, hebzuchtig streven naar meer, hoger en groter, door hongersnood en kanibalisme nagenoeg helemaal ten onder.
En dan vraag ik me met een lege kom, zonder paaseieren, bezorgd af of het drama van het Paaseilend niet het voorprogramma was van een groter spectakel waarbij de wereldijskast smelt, de bomen verdwijnen en onze katchou botten niet langer zullen volstaan om onze voeten droog te houden.
Ik weet het niet maar gelukkig heb ik nog 2 grote zakken M&M’s. Voor vandaag heb ik nog net genoeg!

Bakvissen van 16 jaar.

Juli 1986. 16 jaar en 21 dagen lang alleen op weg, overgeleverd aan de brandende Portugese zon van Villafranca de Xira of all places.
Decor: Een internationaal handbaltoernooi voor u19. Een geïmproviseerde camping rond een immens openluchtzwembad. 2 duiktorens, ongevaarlijk hoog maar hoog en gevaarlijk genoeg om er met een bruin gebakken 16 jarig sportlijf, vrouwelijk blonde onschuld mee te imponeren. Sport en de eerste plaats. Dat was de ambitie. Op zijn minst. Dat was het doel. Daarvoor hadden we toch 36 uur lang opeen gepakt als een sardinne, op een bloedhete muffe bus gezeten.
Alle pubers van de wereld verzameld op een zakdoek rond een zwembad.
Tussen de handballijnen werden internationale oorlogen bevochten. S’ avonds werd onder de sterren tijdens kampvuren, op bonte openluchtfuiven of in groezelig gezellige restaurantjes vredesverdragen afgekondigd. Wereldpubers broederlijk verenigd. Behalve met den Duits want die bleven s’avonds ook nog fanatiek ambitieus, alleen afgezonderd met hun Sturm und Drang.
De Deense Vikings waren ook tot in Villafranca uitgezwermd en kwamen ongevaarlijk gewapend met koele carlsberg en” Lessons in Love van Level 42″ harten plunderen van nietsvermoedende Vlaamse bakvissen.
Als ik er nu op terugblik denk ik niet dat ik heel veel weerstand vertoonde op die houten dansvloer. Ik liet me makkelijk weerloos overmeesteren door ontwapende Deense kalververliefdheid.
De finale haalden we niet hoewel ik zeker wel al mijn handbalmachostreken uit de kast zal gehaald hebben om indruk te maken op mijn Lagartha Lobrok. Als ik het me goed voor de geest haal moeten we dat jaar ergens gestrand zijn op de derde plaats, maar dat was toen al niet meer van levensbelang. De Deense schone was dat toen zeker wel.

Dreams that we were building fade like footprints in the sand

De zomer sloop voorbij daar aan dat Portugese zwembad met de duiktorens, koele carlsberg en Level 42 en sterretjes aan een kampvuur.
Die zomer van 86 ik zou er altijd met een hele grote smile op terugblikken want een eerste zomerlief vergeet je toch niet.

33 jaar later. Als zolders van oude huizen worden opgekuist en kistjes met vergrijsde foto’s en briefjes gevonden of gezocht worden lees je na een paar muisklicks op google en facebook… “Yes I remember you clearly…” En heel even worden oude koeien en morantische herinneringen opgeturfd en fotootjes gedeeld. Weg dromend alsof het gisteren was.
Toen bleek ik ook al heel jong iemands “favorite” geweest te zijn maar ook een hartenbreker voor eventjes.

Lessons in Love…
Na de zomer van 86 zouden er nog veel volgen. Ik kan er ondertussen in doctoreren met permanent 2e zit.

Een zoute pretzl, streepjespistes en vierkante patatten.

streepjes

“En, hoe was ‘t?”  Die vraag had ik natuurlijk verwacht want telkens ik één of meerdere dagen van huis ben geweest krijg ik die steevast voorgeschoteld. “Hoe was ‘t?”

En dan wil ik het liefst honderduit vertellen…

Over de laatste onrustige nacht voor ons vertrek toen ik lijstjes overliep van al het geen zeker mee moest en zeker niet mee mocht.

Over welke reisweg we zouden gaan nemen. Waar we zouden stoppen voor eerste koffie en voor de laatste door het werk betaalde tankbeurt. En of de meegezeulde kussens, knuffels en donsdekens het zicht in mijn achteruitkijkspiegel niet zou belemmeren.

Dan wil ik enthousiast vertellen over hoe ik telkens opnieuw als een kind in vervoering raak van de eerste eeuwig besneeuwde bergtoppen die in de verte uit de horizon oprijzen eens de grens van Oostenrijk gepasseerd is.  En hoe zeer ik wel door de ruwe schoonheid en ogenschijnlijk tegenstrijdige rust van de bergen geraakt word.

Over de chalet die ruim gezellig is en welke een prachtig uitzicht geeft over het dal maar waar zoals steeds, in de keukenschuiven ervan, geen enkel scherp aardappelmesje te bespeuren valt zodat de patatten op een vreemd soort manier vierkant geschild zullen worden.

Over de drukte zonnekantpiste die van uit de eitjeslift gezien, lijkt op een kleurrijke mierenkolonie die in harmonieuze slierten naar beneden stroomt. Of over de nauwkeurig evenwijdig-gerolde-streepjes-pistes die kraken onder de latten en de  juiste veilige weg tonen naar de volgende stoeltjeslift.

En dan spreek ik nog  niet over de zwierige elegantie waarmee de jongste al naar beneden sjeest.  De eerste uren weliswaar nog voorzichtig breed pistig  maar eens het vertrouwen herwonnen in mijn ogen al veel te roekeloos voor mijn ouder wordende knoken

Of over de blozend bevroren kaken die luid meebrullen met Anton aus Tirol en die tegelijkertijd knabbelen aan een  zout gebakken, achtvormige pretzel  terwijl ze slurpen van hete, veel te duur betaalde waterachtige chocolademelk.

Over de kleinere en grotere ergernissen die nu eenmaal gepaard gaan met samenleven met een niet alledaags gezelschap met net iets andere dagelijkse gewoonten, wil ik het niet hebben omdat ze al vervaagd zijn.  Al zeuren de vragen “Wat is de code van de wifi en heb je mijn filmpjes al gezien” nog wel even na.

Maar ik kom niet veder dan “ goed, goe weer en goe van eten…”

Menopauze en lekkende dichtingen

IMG_1602

“Goedemorgen” mompel ik meer beleefd dan opgewekt en zoek me een vrije stoel in de overvolle wachtkamer.
“Wachtkamers zijn allemaal eender” zeg ik in gedachten tegen mezelf als ik de flauwe geur van ontsmettingsalcohol opsnuif. Overal boekjes met oud nieuws en magazines die je alleen in muffe wachtkamers van dokterspraktijken vindt.
In plaats van de gedateerde, met bacteriën bezoedelde Flairs en Dag Allemaals in te kijken inspecteer ik ongemerkt de ziekenboeg.

“Incontinentie is niet langer taboe. +/-30 % van de vrouwen boven een bepaalde leeftijd kampt er mee” lees ik op een flyer.”Zal best” bedenk ik ongeïnteresseerd.
Toch betrap ik mezelf erop dat ik me stiekem afvraag wie van de 5 aanwezige vrouwen dan mogelijks wel zou kunnen worstelen met de lekkende dichtingen. Statisch gezien zeker 1, mogelijks 2. Tenminste als ik de info op de folder mag geloven. Meer aandacht besteed ik niet aan de voor mij overbodige informatie en verban de ongepaste beelden maar naar mijn mentale prullenmand.

Voorzichtig gekuch, geproest, gefriemel, gezucht en het geluid van draaiende pagina’s vullen de kleine ruimte. Nu en dan trilt een op stil gezette gsm in een handtas.
Het zwaar gehijg van een dame, de houdbaarheidsdatum al ver overschreden begint me meer op te vallen dan ik wil toelaten. Maar dan bedenk ik dat haar wekelijkse bezoek aan de dokter mogelijks haar enige sociale bezigheid is deze week. “Het is koud en nat he” meer heeft het oudje tegen haar bekende buurman niet te vertellen.
Ik onderdruk een glimlach wanneer mijn fantasie op hol slaat en hoop dat ze het niet over haar volle pamper heeft.

De sfeer in zo’n wachtzaal is altijd een beetje ongemakkelijk dus probeer ik zo onopvallend mogelijk te zijn en niet in te breken in persoonlijke territotia. Dit lukt maar half want in een oogopslag merkte ik dat de dame naast mij, die vast ook kanshebber is voor zuidelijke lekkage drukdoende was met een artikel over de ongemakken van de menopauze. Ze moest het vast opgemerkt hebben dat ik stiekem meelas want ze draaide haar tijdschrift streng naar haar toe, met een blik van ” waar moei jij je mee” snotaap.
Gelukkig was de betrapte dame “de volgende” en kon ik me rustig verder verdiepen in de vrouwelijke ongemakken en welk onheil me als “partner van..” nog allemaal te beurt zouden kunnen vallen.

Hopelijk leest mijn nieuwsgierige buurman niet mee. Toch maar  de sportmagazine doorbladeren?

Een nieuwe BH, wereldvrede en een metershoge Tsunami

verschil-communicatie-patronen-61267457

“Kijk eens goed.  Wat zie je?”: vroeg ze plots nogal op indringende toon. Een beetje zoals in een kruisverhoor. Althans, zo kwam de onschuldige vraag binnen.

“Ik zie jou, denk ik”: antwoordde ik aarzelend veilig, maar met net genoeg besef dat mijn antwoord een dikke onvoldoende zou opleveren mocht dit een overhoring zijn.

“Neen, neen dat bedoel ik niet. Wat zie je echt?  Kijk even rond en wat zie je? Wat valt je op? Wat trekt je aandacht. Wat vind je mooi?”

Was het de onverwachte vreemde vraag die me uit mijn lood sloeg of was het de plotse interesse die me een ongemakkelijk gevoel bezorgde? Iets leek me te waarschuwen dat ik op mijn qui-vive moest zijn. Dit was niet zo maar een vraag. Dit was een goed gecamoufleerde valkuil.  Ik was de nietsvermoedende prooi die straks de takken onder zijn poten zou voelen wegzakken. De ultieme relatietest? De toets waarop gelijk welk antwoord het foute zou zijn. Elke repliek, naast de kwestie.

Even bekroop mij het gevoel dat wat ik ook zou verklaren, bepalend kon zijn voor onze relatie, onze toekomst, de opwarming van de aarde en de wereldvrede.

De Neo-Cortex draaide plots op volle toeren en verwerkte de beschikbare informatie in een verschroeiend tempo.  In een nanoseconde werd een stuntelige afweerstrategie beraamd.

“Ga je bijdehand doen? Ga je me straks mijn mannelijkheid verwijten of zo?  Heb je een nieuw kapsel of nieuwe mascara en heb ik dat over ‘t hoofd gezien? Een nieuwe BH? Gelaserd, misschien? Afgevallen?”

Die laatste 2 vragen lagen klaar om afgevuurd te worden maar die heb ik, olie op vuur vermijdend niet gesteld.

De ongepast agressieve toon van mijn repliek moest iets losgemaakt hebben want ze ging, zelf helemaal niet op haar qui-vive, rustig en ontwapenend verder.

“Maar nee. Help me eens even. Speel nu eens mee!  Ik zou zo graag een punt maken maar dat lukt alleen als je even meewerkt. Wat zie je rondom jou?”

Ik was al iets meer op mijn hoede en al iets geruster dat we na mijn antwoord niet zouden overspoeld worden door een metershoge tsunami en wrong me handig in een ongemakkelijke bocht om iets te prevelen dat leek op een geïnteresseerd antwoord. “Heum. Wat ik precies zie? In volgorde van belangrijkheid?  Of doet dat er niet toe?”

“… Dat doet er niet toe… Komaan… wat valt je op?

“Ik zie een bruine tafel. 6 stoelen en een bij passende dressoir. Op de tafel staat een witte orchidee en er liggen 6 beige onderleggers te wachten tot er nog eens volk komt eten. De dressoir is voorzien van 2 glazen schuifdeuren.  Achter de schuifdeuren zie ik 2 leggers waarop boeken zijn uitgestald. Van klein naar groot. Ik zie foto’s van de familie. 

Rechts zie ik een beige leren salon, opgesplitst in een 2-en 3-zit. Flatscreen 120 op 50cm denk ik, te duur betaald trouwens, dat vind ik nog steeds.  De flatscreen staat op een Ikea kastje dat veel te snel in elkaar is gesmeten en daarom 2 krassen vertoont.  Leuke lichtjes. Links, splinternieuwe gordijn …the wave toch? Zo noemde die verkoper dat gordijn toch he.  The wave? Design 1-zit. Keuken, 6 barkrukken, netjes. Modern design, greeploze kasten. Ziet er duur maar is het niet. Functioneel. Praktisch.   Ziezo, dat is het zo wat denk ik. Ben ik er door?”

“Weet je wat ik zie,?” Vroeg ze mysterieus, mijn antwoord niet afwachtend.

“Ik zie… ik voel mijn thuis… mijn haven. Ik voel gezelligheid, warmte en liefde.  Rust ook.  Ik ruik de kaarsen die ik daarstraks aangestoken heb.  Die waren je trouwens niet opgevallen want je hebt ze niet vermeld in je opsomming. En ik zie ons volgende etentje met leuke mensen en dan fantaseer ik wat we zullen eten en drinken en waarover we het allemaal zullen hebben. Ik zie ons oud worden in dit huis. Zo voel ik het aan.”

“…Ben je nu helderziende geworden. Madam Solange? Zie jij dat dan allemaal? “: onderbrak ik haar bruut en een beetje onbeleefd.

“…Wat ik je eigenlijk wou zeggen is dat het allemaal niet zo belangrijk is.  Het is niet zo belangrijk wat je ziet of hoe je het ziet.  Wat essentieel is, is dat zelfs wij op een verschillende manier naar hetzelfde kijken. We ruiken, voelen, proeven en fantaseren verschillend maar we bedoelen het juist en goed omdat we het zelf zo aanvoelen. Nu we dat weten, zouden we dan misschien van elkaar kunnen leren begrijpen en het eens worden dat we het niet over alles eens moeten zijn?”

“Ja, ik denk het wel maar moest ik daarom?  En wat hebben die leren stoelen daar nu mee te maken? Laat al maar… “Ja, we hebben een schoon huis maar misschien moeten we toch eens nadenken over een ander tv-kastje. Verder ben ik  heel content met ons huis.  Met jou trouwens ook al stel je soms van die rare vragen.  Verder nog iets?”

Neen, neen.  Het is ok en ik ben blij dat we er alle twee zo over denken…

Verstoppertje in een stoppelbaard

De verhakkelde regenpijp die aan de bouwvallige muur hing, was de uitgelezen bedotplaats omdat die enkel maar langs de voorkant kon beslopen worden.

De hoge groene regenton, de dikke beuk of het lagere struikgewas van het plansier van de verlaten boerderij waren voortreffelijke versteek plaatsen.  Hoe verder verscholen van de aftelplek hoe beter.  Zelf verkoos ik liever de gevaarlijk dicht geplaatste regenton omdat ik van daaruit de afteller beter kon bespieden en geduldig op mijn hoede kon afwachten tot hij zijn onbewaakte aftelplek verliet en ik iedereen bedot-vrij kon roepen.  Pot pot pidot.

Dat ik zelf het eerste gemakkelijkste doelwit was vond ik minder erg omdat ik met het vrij krijgen van andere verscholen zielen zoveel meer eer kon opstrijken.

8 9 10 wie niet weg is is gezien… ik kom!

Zelf riep ik van op mijn hachelijke verstop plaats om voor de hand liggende reden nooit “Kom maar”.  Dat liet ik over aan diegenen die beter strategisch beter verstopt waren omdat vanaf die kreet iedereen vogelvrij werd.

Eens wat ouder, de eeltige zielen wat meer door de wol geverfd, zijn de bezigheden en spelletjes minder onschuldig ongevaarlijk.Eens de grote liefde weggeëbd, rest vriendschap die enkel nog geldt als bezigheid waarmee we elkaar gevangen zetten in een glazen kooi van gemaskeerde oppervlakkigheid. Wie eerst spreekt, toegeeft of laat blijken ergens nog echt nog om te geven is de verliezer. Pot pot pineut.

Lusteloos verloren gewaand, trek ik dan torenhoge muren op die me weerhouden te ontsnappen aan mezelf. Achter de ton. Verborgen voor de afteller.

Maar het is een ander soort verstoppertje waar ik in tegenstelling tot het vroegere potteke stamp, vanuit dezelfde hachelijke verstop plaats juist wel wil gevonden worden om te roepen. “kom maar, hier zit ik achter de ton”. Nu wil ik wel gevonden worden in de duistere hoekjes van het holst van mezelf. Om je vrij te roepen. Pot pot pidot

En dan, als je me dan vindt, wil ik dat je zegt dat alles goed kom. Dat alles altijd goed komt. En dan wil ik  dat je me over mijn bol streelt en me en kus geeft en opnieuw die prikkelende verhalen ontdekt die verstopt zaten in de braille van mijn stoppelbaard.

Even later sta ik voor voor de spiegel en strijk de denk-en droomrimpels van de nacht weer glad en dan weet ik dat die oude kaas van gisterenavond laat nog als een blok om mijn maag ligt.

En van kaas laat op de avond ga ik dromen.

Lofdicht. Een marsmannetje

Op Aarde beste mannetje is dit het meesterstuk. Het ultieme doel van elke man. Mag ik je voorstellen, beste marsmannetje. Dit is de vrouw. De vrouw of … de betere versie van de man, eleganter mooi en evenwichtiger in balans, de fragiele rondere vormen de perfectie accentuerend. De vrouw. Ze wast, plast koopt van alles en maakt daar dan een zalig potje van.Ze baart kinderen en kan er tegelijkertijd meerdere sussen en omarmen. Zuinig op knuffels is ze niet zelfs al zijn de koters de hare niet. Zij vindt de juiste pleister voor een kapotte knie of een gebroken hart en doet zalfjes op pijnlijke littekens. Als ze dan zelf eens ziek is geneest ze zichzelf, meestal zonder pillen of dokter.

Maar zo fragiel en zacht?

Ja zacht zeker, maar ook sterk omdat ze zoveel te verduren krijgt.
Kan ze denken?

Daar is nog onvoldoende onderzoek naar verricht maar een ding is wel zeker. Denken is zeker niet altijd haar sterkste punt al is ze meestal wel redelijk. Mannen noemen haar meester van het compromis zelfs al moet ze zich daarvoor in bochten wringen en zich soms zelf helemaal wegcijferen. Het decor op de achtergrond is voor haar bekend, vertrouwd terrein.
“Maar ze lekt” zei het marsmannetje schijnbaar verdrietig toen hij haar wang streelde.

Dat! Dat is een traan en dat is haar manier om pijn, twijfel , angst, liefde of eenzaamheid te tonen. Op die manier verwoordt ze haar lijden en emoties of lijmt daarmee haar gebroken hart.

“Ik ben onder de indruk.” Beaamde het marsmannetje. “Die vrouwen zullen mannen zoals jij wel altijd blijven verbazen?”

Zeker en vast. De vrouw is echt tot bijna alles in staat. Ze biedt het hoofd aan vele gevaren en overwint haast alle tegenslagen. Eigenlijk is ze zo goed als alles. Ze is de onbaatzuchtige liefde en het geluk van de anderen. Op onbewaakte momenten lacht ze terwijl ze eigenlijk moet huilen. Ze zingt vals als ze beter zou zwijgen maar verheft haar stem nauwelijks. Als ze onbeholpen lacht, lijkt ze gelukkig terwijl ze vaak dan net eerder angstig is. Ze vecht voor waar ze in gelooft en gaat door vuur voor onrecht. Met haar kinderen speelt ze en juicht bij winst en treurt bij verlies. Een neen aanvaardt ze maar moeilijk, zeker wanneer zij een in haar ogen betere oplossing in petto heeft. Ze troost een vriendin als die bang is van een dokter. Bij verlies van een dierbare breekt haar hart maar vindt ze altijd kracht om verder te gaan. Ze kust, streelt, bezint en bemint. Eigenlijk schort er helemaal niks aan en is ze dus bijna perfect? Of toch niet?

Neen… Ze kan zichzelf namelijk niet of nauwelijks naar waarde schatten.

Koffie verkeerd tussen Dolle Mina’s

Ik plof neer in een fauteuille waar ik veel te diep in zak en zet mijn grote koffie verkeerd op het houten, ovalen salontafeltje. Ik overdenk even of dat retro ovalen ding wel accordeert met de rest van het interieur, maar stop met mijn gepeins omdat ik niets af weet van ovalen salontafeltjes. Rondom mij zitten mensen druk te praten en te overleggen. Hoofdzakelijk hippe vrouwen, zo valt mij op. Hoeveel tijd en moeite had het hun vanmorgen niet gekost om nog enigszins slaapdronken de fijne eyeliners minutieus uit te zetten? En doen ze dat dan eerst in ’t klad? De herfstkleuren zijn blijkbaar nog helemaal in want veel lentefleurigheid kan ik niet bespeuren. Het is er dan met amper 6° en druilerige regenwind ook het weer nog niet voor.

Het is elf uur en bestel nog een koffie verkeerd. In mijn ogen is hij toch juist want met veel gestoomde melkschuim en een beetje zoetigheid is hij volgens mij op zijn best. Verkeerd? Ze kennen er niks van al wil ik niet gezegd dat hij zwart ook niet kan.

Elf uur en ik wacht geduldig op mijn afspraak. Elf uur kwart na elf was er gezegd.

Dit lijkt het uitgelezen cafeetje voor zakelijke besprekingen of voor andere minder zakelijke ontmoetingen die er dan wel zo kunnen uitzien want iedereen is drukdoende. Niemand stelt vragen want hier wordt hard “nieuw gewerkt”, met lekkere, juiste koffie in bijzijn van sober opgemaakte nieuwe vrouwen.

In mijn hoofd overloop ik nog even de lijstjes met wat ik zou zeggen en de te mijden onderwerpen. Dat het blote-borsten- protest en het baas-in-eigen-buik-geroep van de Dolle Mina’s van destijds nu vruchten heeft opgeleverd ga ik achterwegen laten. De vrijgevochten, in herfstkleuren opgemaakte vrouwen spreken immers voor zich. Neen, ik ga aandachtig luisteren. Hooguit zal ik vragen: “wat is er toch allemaal gebeurd?” om nadien te zwijgen en haar alle aandacht te geven. Af en toe instemmend knikken zal ik wel doen. Wanneer er een voor de hand liggend standpunt moet bevestigd worden of anders hevig nee knikken als de verbazing ondersteunt moet worden.

……” Praten kan je wel mooi. En je liegt zo oprecht dat je haast zelf gelooft. Al wat je belooft maar je meent het niet echt”…..

Ann Christie of Free Souffriau? Dat kan ik niet uitmaken. De klankkleur van hun stemmen is haast identiek. Ann Christie zo verzekert Shazam me en ik geloof het….. Ze heeft denk ik wel een punt. Ze hebben alle twee een punt.

Haar silhouet herken ik onmiddellijk. Haar te grote zonnebril waar achter ze zich veilig verstopte ook. Zonder dat iemand me er attent moest op maken voelde ik al haar aanwezigheid.  Koffie verkeerd? Ze knikt instemmend terwijl ze de grote zonnebril in haar haar schuift. De eyeliner duidelijk niet eerst in het klad gezet of misschien al uitgelopen door een traan die niet langer te bedwingen was.

Wat scheelt er? Wat is er toch allemaal gebeurd?

Gelukkig was Ann Chistie er daarstraks om me op het hart te drukken dat ik nu minstens een uur moet zwijgen. Niet te praten, niet oprecht te liegen, en niet te veel echt te menen… niet te veel blablablablabla…. Wel zeker af en toe checken of er nog koffie verkeerd is…

Bierpong, zandkoekjes en een geruit debardeureke.

Zij vult zakjes met rode hartjes-snoepjes en schrijft geparfumeerde briefjes met snoezelig versierde krulletjes. Samen met haar pollekesvasthoudende Don Juan droomt ze van verre reizen en van schattige kindertjes met roze strikjes. Ze spelen, chatten, skypen en chillen maar kussen vinden ze vies. Zeker op de mond… Ieeuww!

Zielroerend delen ze zelfgebakken zandkoekjes en blozen doddig donkerrood als ze er in hun schattigheid toevallig mee betrapt worden. S’ avonds worden dan al de lieftalligheden sierlijk-zorgvuldig netjes bijgeschreven in het roze dagboekje dat kort na het verplichte dagelijkse schrijfwerk argwanend achter slot en grendel verdwijnt. De uitgewisselde naar kauwgom-ruikende knuffels en de halve-harten-sleutelhangers eerst allemaal op hun plaats, passend in een minitieus uitgekiend slaapritueel…

Nummer 2 is ook verheven tot het rozewolkendom. Uur en tijd worden vergeten omdat fladderende vlinders en opspelende hormonen elke andere te verwachten actie bemoelijken. De spiegel, de deo, de zeep, de tandenborstel en de wax, ooit gezworen vijanden, werden plots de trouwste bondgenoten. Netjes uitgeborsteld en opgeblonken worden alle onvolkomenheden elke dag zorgvuldig weg geflost. Soms echter durft een hardnekkige meeëter of een vulkaanachtige puist de geacteerde overmoed of de gemaakte zelfzekerheid wel even de kop in drukken maar dat duurt nooit lang.

Het hemd bij de pull. De pull bij de broek. De broek bij de kous. De kous bij de schoen. Alles bijeen passend in de onbegrijpelijke puberharmonie. Zelfs de keuze van de boxershort krijgt de nodige aandacht. Al slingert die nog steeds dikwijls dagenlang vuil rond alvorens de weg naar de wasmand te vinden. Tenzij zij komt….

De derde zit in level 3 van de playstation van het leven en zoekt zelfzeker, doelbewust en vastberaden verder. Planmatig en groothartig pakt hij op zijn manier alles aan wat zich aandient. De prioriteiten iets anders gesteld dan rozige hartjes of vuile onderbroeken. Al dan niet in de mand. Nog niet precies wetend waar naartoe timmert hij iets minder overmoedig dan nummer 2, met val en opstand, al bierpongend aan zijn weg. Het hart op de juiste plek. Eerst het ene, dan pas het andere…

En ik? Ik kijk dan toe. Soms als toeschouwer dan weer als trouwe te fanatieke supporter. Of als strenge arbiter of trainer. Gele kaart?

En dan… dan blik ik ook wel eens nostalgisch terug naar de tijd toen ik zelf nog op een speelveld stond. Toen ik me bijgelovig afvroeg of die tot op de draad versleten, rood wit gestreepte boxershort die ik ritueel droeg me wat bijval zou bij brengen of niet? Goal of op de paal?

Of dan denk ik terug aan die maandagmorgen van het 5e studiejaar toen ik stiekem met mijn in de plooi geperste zondagse broek, mijn geruit debardeureke en mijn zandkoekje in zilverpapier indruk probeerde maken op Anneke met de blonde paardenstaart die bijeen geknot werd door 2 rode kersen.

Het leven … het gaat een gang…

Citroenzeste en de geestdriftige beeldenstormer

 

Het classificeren van fout gedrag onder “genetisch voorbestemd” is een geriefelijke dekmantel.  Mijn roken als een Turk en mijn drinken als een Tempelier kreeg ik zo al lang voor Tournee Minerale bestond met de pap mee naar binnen gelepeld.

Toen ik nog niet in staat was om weerspannig of tegendraads te zijn hapte ik  nietsvermoedend gulzig alle familiale mankementen van het verleden op om ze nadien over moeders schouder luid op te boeren. Zelfs hangend aan de navelstreng was de genetische voorbestemdheid al verantwoordelijk voor de kater die nu door mijn hoofd dwaalt omdat ik gisteren te veel 33-ers naar binnen goot. Net zoals mijn vader het mij had geleerd en had voorgedaan.

Lekker gemakkelijk toch? Zo kom ik met alles weg en wordt alles de schuld van  vader, moeder of den bompa die dweepte met den Duits.

Mijn gouden hart, edele geest en ruime blik zijn dan weer wel, louter en alleen het resultaat van mijn persoonlijke ervaring. Persoonlijke ervaring die zorgvuldig opgebouwd werd door de vele pijnlijke, soms genante mislukkingen. Mislukkingen die trouwens volledig toegeschreven  worden aan mijn voorgeslacht. Laat daar absoluut geen misverstand over bestaan.

Met mijn ervaring doe ik nu juiste dingen. Zo leer ik met hetzelfde gouden hart en edele geest maar vooral ook aangepord door de volgzame kudde mee te wandelen met  opgedrongen hypes. Zorgvuldig kies ik er dan eentje uit die best past en waarmee ik kan imponeren.

Zo mogen jullie mij voortaan ook als beëdigd gin(f)menger tutoyeren.

Gewapend met allerlei soorten bessen, komkommer, citroenzeste, peperbollen en kruiden die eerder passen bij de marinade van een konijnenbout dan bij een fris drankje, ging ik aan de slag. Nu brouw ik ook hippe mengsels waarmee ik kan uitpakken. Maar ook mengsels die me een paar 100 jaren geleden voor zeker tot op de brandstapel hadden gebracht.

De snobistische drankjes worden door de volgzame meute, met passende stijve bovenlip zo vlot, veelvuldig en gretig naar binnen gezogen dat hersenactiviteit enige tijd later beperkt wordt tot het hoogstnoodzakelijke minimum.

Tournee General!

Iedereen Gin!

Ad libitum!

Als deze of andere bocht dan opeens deel gaat uitmaken van een patroon of een dagelijks dieet en de roes ervan iets te gevaarlijk word. Of wanneer er door iedereen op elk scherm wat aandacht aan gegeven wordt.. dan wordt het goedje gedurende een maand afgezworen en houden we massaal een geweten zuiverende Westerse Ramadan.

Met zijn allen vasten we er dan op los dat de stukken er af vliegen en reinigen we geest en genen met water en brood. Tenzij je ook een Pascale-Naessens-dieet volgt. Dan enkel met water en wortelen, of pastinaak.

De wassende gesel doet een volledige maand lang deugd om nadien gedurende 12 maanden de vergeetput van het waardebewustzijn in te verdwijnen.  Hij komt er dan alleen nog even uit om afkeurend vinger te wijzen bij een Suikerfeest waarop mensen eveneens de overdadigheid afzweren in een zuiverende vasten.  Zij het met een donkerder tintje.

De westerse waarden bedreigd door te veel culturele gewoonten van de anderen.

Als waarden en gewoonten alleen maar gelden of alleen maar passen in een gemeenschappelijk maatschappelijk gedragen kraam, gaat deze bevlogen dwarsligger steigeren en wordt hij weer even een geestdriftige beeldenstormer die ten strijde trekt tegen de Bastille van de opgedrongen betutteling.

De mens … ik kan daar niet aan uit.

Tweepoot.

Is de zonnebril een optisch instrument dan wel een modeaccessoire?
Gaat het om te zien? Draag ik hem om gezien te worden?
Een ding is wel zeker.  Door mijn zonnebril ziet het straatbeeld er letterlijk en figuurlijk anders uit. Al is het maar dat ik als zonnebrildrager een duidelijker en scherper beeld krijg van datgene wat uiteindelijk ondersteboven op mijn netvlies geprojecteerd wordt.
Voor mezelf denk ik dat beide functies van toepassing zijn, het esthetische en het functionele.
Waarom zou ik mezelf indertijd anders de vraag gesteld hebben welke zonnebril het beste bij mijn te groot hoofd paste? Door mijn groot, breed, hoekig en vierkante Cowboy-Henkachtige gelaat opteerde ik toen voor een groot, ietwat afgerond ovalen montuur zodat mijn gelaatsuitdrukking wat verzacht werd.
Ik liet me voor deze keuze bijstaan door een opticien maar sloeg de raad van mijn partner (zij moet er per slot van rekening het meest op liggen staren) niet achteloos in de wind.
Waarheid en zelfkennis hebben echter ook hun recht en het hoeft gezegd: van een aap maak je geen chimpansee.
Voor de keuze van mijn zonnebril ging ik niet over één nacht ijs.
Het was een doordachte, weloverwogen beslissing waaraan wel wat denk-en overwegingswerk vooraf was gegaan.
Door mij te onderwerpen aan dit doorgedreven keuze-en beslissingsproces was cognitieve dissonantie uitgesloten.  Mijn bril was mijn bril. Een deel van mezelf. Een kers van de taart. Het verschil tussen zien en gezien worden.Toen ik vanmorgen nog slaapdronken achter het stuur van mijn auto neerplofte om me richting werk te begeven … dan moet het gebeurd zijn. Was het de onrustige nacht?  Waren het de gedachten die al afdwaalden naar de spannende werkdag? Of was het de hectische chaos die tegenwoordig gepaard gaat met het drukke ochtendritueel? Sluitende antwoorden zal ik op deze vragen nooit krijgen. …

20140702_160852

De brilglazen, zo had de opticien me toendertijd nog verzeker zijn onverslijtbaar.
De beste man’s beweringen die toen eerder leken op goedkope verkoopspraatjes blijken bewaarheid al kan niet hetzelfde gezegd worden over het montuur. Het montuur werd vanmorgen door te veel ochtendgeweld gereduceerd tot 2 monocles die voor verder functioneel gebruik of esthetische verfraaiing compleet waardeloos zijn geworden.
Vanmorgen dus nam ik abrupt afscheid van mijn trouwe tweepoot die bij de eerste prille zonnestraal, geruime tijd, rustend op mijn neusbrug het verschil maakte tussen zien en gezien worden.

Mijn tweepoot is niet meer. Leve de tweepoot want straks ga ik voor een nieuwe, waardevolle vervanger die de asymmetrische, hoekige proporties van mijn gelaat minder zullen accentueren om opnieuw het verschil te maken tussen zien en gezien worden.

De digitale Leuvens Stoof.

Als niets doen begint te vervelen. Of wanneer de frustratie of onmacht luid is uitgeschreeuwd en er ogenschijnlijk alleen nog dompers, floppen en desillusies resten verliest deze Tijl Uilenspiegel ook wel eens zijn guitigheid.

Dan loop ik ook wel eens weg. De vlucht vooruit, niet goed wetende waar naartoe.

Als voor deze Don Quichotte de luchtkastelen maar gammele paalwoningen blijken, word ik ook onzeker. Helemaal niet wetend Hoe? Wat? Waar Wie of wanneer?

Op zo’n momenten voel ik me dan langzaam wegzakken in het drijfzand van de ontgoocheling. Het natte vettige slijkt hard zuigend aan mijn katchou botten. Tot aan de knieën in de zwarte moor en derrie dabberend.  Mezelf afvragend wat ik eigenlijk uitricht in die stinkende beek.

Neem nu deze week. Veel reden tot jolige vrolijkheid was er niet.

“De Amerikaanse Homo Digitalis Mobilis Horribilis” herschrijft geschiedenis, herontdekt de wetenschap en zet ze helemaal naar zijn hand. Alsof twee plus twee altijd al vijf is geweest. Het klimaat, de samenleving en de opgebouwde waarden verguist en met een paar pennentrekken even vergankelijk gemaakt als smeltende ijsschotsen op de Noordpool.

En dan probeer ik te relativeren. Is het niet altijd al zo geweest? Zotten zijn toch van alle tijden?

Neem nu Plato, was die Griekse baardaap in zijn tijdsgeest niet even controversieel als onze blonde Amerikaanse vrouwenzot? Immers, hij achtte de timmerman waardevoller dan de kunstenaar omdat de timmerman alleen de enig juiste, perfecte afspiegeling kon maken van de tafel. Met oog voor detail, vorm en functie. Terwijl de gehekelde kunstenaar de tafel alleen maar doelloos kon nabootsten of naschilderden. Kunst, door Plato geïnterpreteerd als imitatie van de imitatie. De straffe controverse gedebiteerd om zo indruk te maken op Socrates en Aristoteles.

Of Orwell. Vond Orwell de haard niet mooier, behaaglijker en socialer dan de centrale verwarming? De haard bracht mensen bij elkaar, gezellig samen gepakt rond de Leuvense stoof. Had je kou, wat dichter, te warm? Wat verder van de smeulende hitte. Volgens Orwell was de centrale verwarming alleen maar gemaakt om mensen uit elkaar te drijven en te verdelen over kamers met de juiste behaaglijke temperatuur. 35203-e541907fbb52911e8b7071d009d41b1c

Wie zal het zeggen?

Vandaag slaat onze digi-meter tilt en zitten we verkokerd, gevangen en verstrikt in een comfortabele, kleurloze, digitale keurslijf? We zijn snel, saai en smakeloos ver verwijderd van de warmte van de Leuvense stoof en zappen naar nog sneller en vluchtiger.

Gedwee, tam en mak volgen we de sociale mediastroom op het tempo van de mening van de massa en de indoctrinatie van de onzin. Normen en waarden over boord. Geilend op vluchtige likes & shares, comments & followers. Omdat we ons op die manier met de valse illusie gesust een paar vrienden rijker wanen verzameld rond de warmte van de digitale Leuvense stoof.