Ze zit dus naar De Verhulstjes te kijken. Enfin, kijken. Ik weet niet of je dat echt kijken kunt noemen. Haar ogen zijn wel op de tv gericht, maar in haar hoofd is ze duidelijk op een andere plek. Waarschijnlijk bij dat spelletje Tetris dat ze al zo lang speelt dat ik niet meer weet of het een hobby is of een psychische afwijking. Twintig jaar speelt ze dat al. Misschien nog langer. De meeste relaties duren zelfs zo lang niet.
Op tv ziten alle Verhulstjes ondertussen bijeen rond een tafel. De oudste Verhulst vertelde net een stomme mop, de jongste nog een stommere. Wat me stoort aan dat programma, ook al kijk ik nooit, iedereen lacht altijd op het juiste moment alsof dat programma alleen maar uit dingen bestaat die altijd spontaan gebeuren. Het probleem alleen is dat De Verhulstjes er teveel centen aan verdienen om al die dingen er normaal en geloofwaardig te laten uitzien.
Ondertussen zit mijn vriendin drie meter verder te kijken en is ze tegelijk op haar telefoon aan ‘t tokkelen. Ik zeg nu vriendin maar soms zeg ik ook mijn vrouw. Soms mijn partner. Af en toe madam of mylady. Dat hangt af van wie het vraagt en hoeveel ik op dat moment over onze relatie wil prijsgeven.
Buiten padel hebben wij trouwens niet echt veel gemeenschappelijke interesses. En zelfs padellen doen we liever niet samen. Niet omdat we mekaar niet graag zien of zo, maar omdat een bandeja of een vibora doorgaans beter gespeeld wordt met een padelcoach in de buurt dan met de tussenkomst van een advocaat of notaris. Die zouden zeker nodig geweest zijn mochten we zijn blijven samen spelen.
Dat is geen verwijt, niet naar mezelf en niet naar haar. Noem het een proefondervinderlijke vaststelling, zoals het wc-papier dat soms bijna op is, ook een vaststelling is.
Doorgaans kijkt zij naar programma’s waarin koppels huizen verbouwen of laten verbouwen. Of ze kijkt naar The Real Housewives of naar blijtfilms, wat tegenwoordig ongeveer hetzelfde is, voor mij dan toch.
Ik zoek dan weer naar documentaires waarin mensen elkaar of zichzelf slopen. Of ik kijk op Netflix naar reeksen waar mensen hun halve familie in stukken kappen. Niet omdat ik geïnteresseerd ben in het kappen zelf, dat lijkt me technisch wel doenbaar maar omdat die mens ooit moet gedacht hebben, mensen in stukken kappen, dit lijkt me een redelijk plan.
Mochten wij niet samenwonen, dan zouden we elkaar waarschijnlijk niet eens volgen op Facebook of Instagram. Ik zou haar in ‘t echt ook niet achtervolgen want ik ben geen psychopaat.
En toch zitten we hier al jaren in dezelfde zetel.
Blijkbaar overschatten mensen het belang van gemeenschappelijke interesses.
Samen fietsen, koken, wandelen, samen yoga, samen op citytrip. Samen ademen waarschijnlijk ook. Dat lijkt mij verschrikkelijk. Alsof liefde een verplicht groepswerk is waarvoor je bij de inschrijving alle twee dezelfde vakjes moest aankruisen.
Wat wij samen hebben is net voldoende voor een stabiele relatie. Soms net niet genoeg maar dat is op een ander niet anders.
Bij ons voert zij meestal het woord terwijl ik zwijg. Ik denk dat dat zo is omdat zij graag praat of zichzelf graag hoort praten en ik liever luister. Of omdat ik geen kans krijg om iets te zeggen. Dat zijn ineens drie perfect plausibele verklaringen die elkaar niet uitsluiten. Ik geloof zelfs dat ze elkaar een beetje aanvullen.
Madam wil de wereld ontdekken en ik ben al content wanneer ik eindelijk alle draadalgen uit mijn vijver heb getrokken zonder dat ik er nieuwe vind tussen al die steentjes in mijn zuurstofmoeras.
Om maar te zeggen, tussen ons zit veel ruimte maar niet dat soort ruimte waar relatietherapeuten of andere witjassen drama over maken. Het is gewoon noodzakelijke ademruimte en we gunnen die elkaar. Soms denk ik zelfs dat we op twee aparte eilandjes wonen met ergens daartussen een gemeenschappelijk schiereilandje waar we elkaar af en toe maar eens tegenkomen.
Ik zou het trouwens niet kunnen, vijfentwintig jaar naast iemand zitten die aan exact hetzelde denkt als ik. Dan kan ik evengoed tegen een spiegel praten. Die geeft tenminste commentaar waar ik iets mee ben.
En ik ken ook koppels die al jaren dezelfde spotify playlist hebben, naar dezelfde films kijken, dezelfde mening hebben over politiek, eten en vakanties. Vanop afstand zijn dat dus perfect op elkaar afgestemde dubbelgangers. Misschien werkt dat voor dat soort koppels, ik zou daar zot van worden.
“Waar zit jij eigenlijk aan te denken?” vraagt ze ineens zonder op te kijken van haar gsm.
Ik haal in gedachten mijn schouders op en mompel iets dat ook voor mezelf onverstaanbaar is.
“Waarom loopt die hond daar eigenlijk rond met een pamper aan?” vraag ik ineens langs mijn neus weg.
Ze kijkt even op, niet naar de tv maar naar mij en ze kijkt met een blik die mensen hebben wanneer ze niet zeker zijn of er een herhaling nodig is voor wat ze net gezien of gehoord hebben.
Er valt een stilte maar niet zo één die ongemakkelijk aanvoelt omdat iemand zich verplicht voelt om ze vol te brabbelen.
Ondertussen doen De Verhulstjes waar De Verhulstjes goed in zijn, rond een tafel zitten, lullen en wachten tot er iets gebeurt. Voor alle duidelijkheid niemand had het over een hond, er is zelfs geen hond in beeld geweest.
Vijf minuten later vraagt Gert Verhulst ineens, geheel volgens de wetten van dat programma, “Waarom heeft die hond eigenlijk een pamper aan?”
“Da’s raar,” zegt ze ineens en ze laat het mysterieus klinken alsof ze op het punt staat een dief te betrappen.
“Wat?”, vraag ik achterdochtig.
“Vorige week heb je juist dezelfde vraag gesteld.”
En ineens had ik door waarom ze mij daarnet zo raar had bekeken. Niet omdat er wel of geen hond in beeld was geweest of een pamper of whatever. Maar omdat ik altijd en aan iedereeen probeer uit te leggen waarom ik nooit naar De Verhulstjes kijk, en ik net ontmaskerd ben.
En dan? Naar De Verhulstjes kijken is tien keer onschuldiger dan naar Pornohub. Daar kijk ik touwens ook niet naar.
