Kleine filantroop die brood in stront verandert

Meestal gaapt er een grote leemte tussen mijn initiëele ambitie en wat ik er uiteindelijk van terecht breng. Steeds weer opnieuw zit er te veel afstand tussen het plan en het uiteindelijke resultaat. Hoe hard ik er ook naar tracht, op de ene of andere manier lijk ik de denkbeeldige kloof tussen de twee niet te kunnen dichten, haast alsof ik door iets dat buiten mezelf ligt wordt afgeremd of tegengehouden. Bullshit natuurlijk, want in het ene geval is het gewoon angst voor het onbekende en in het andere geval is het niets minder dan schrik om verantwoordelijkheid te dragen die me doen verstarren en inhouden. En het zijn net die twee spelbrekers die me steeds opnieuw tegenhouden of doen uitstellen om te doen wat ik hoor te doen of al moest gedaan hebben, al zal het ook vaak gewoon luiheid zijn. En dan bedoel ik niet alleen dat ik me verantwoordelijk voel voor vrouw en kinderen maar ook voor woonst en geld of carrière of aanzien ofzo en dan bekruipt me een soort van faalangst om er niet te komen of om niet iets te worden. Alleen een zot denkt dat hij de slimste is van de bende terwijl iedereen weet dat hij eigenlijk te stom is om brood in stront te veranderen. Zo voel ik me dan dikwijls, niet als de rest van de bende maar als zot.

Ik heb me nooit wereldverbeteraar of weldoener gevoeld omdat ik daar het juiste type niet voor ben, mogelijks omdat ik te veel Bohemer ben of te veel te hartstochtelijk in bepaalde dingen. Mijn smoelwerk, mijn lijf en mijn verstand hebben me ook nooit veel vertrouwen ingeboezemd. Ik geloof dus niet dat er een beter recept bestaat om een nog grotere snul te worden en de geschiedenis heeft me daarin niet tegengesproken. In relaties, op het werk, als vader of als sportman, overal kwam ik in een probeerselwereld terecht, een doe-alsof-wereld waarin ik velen onder jullie tegenkwam. Vandaag doe ik er alsof ik schrijver ben die doet alsof hij iets te vertellen heeft. Eerlijkheid gebied me te zeggen dat het behoorlijk eenzaam is in mijn alsof-wereldje hoewel het er bijzonder druk kan zijn met mensen die even hard proberen ook iets van betekenis te zijn door dingen te doen waarvan zij denken dat ze er het beste in te zijn. Het zit er vol doe-alsof-mensen zoals politici, trainers, ceo’s, managers, twittertoeters, facebookterroristen en andere heel belangrijke zielen die in hun eigen doe-alsof-jargon vruchteloos anderen trachten te imponneren en zo door vuur gebrand zijn dat ze overal een ongenuanceerde mening denken over te moeten hebben. Maar let op want in alsof-wereldjes kunt ge u behoorlijk vereenzaamd voelen als ge tracht die illusie hoog te houden. Toen ik laatst een voordracht gaf in de bibliotheek, de avond was speciaal voor mij georganiseerd, voelde ik me tussen mensen die ik bijna allemaal kende, ongepast populair omdat ik met veel bravoure mocht spreken over dingen waar ik iets vanaf meende te weten. Een handvol toeschouwers had misschien wat minder kennis van zake en al zeker niet de behoefte om er op een podium mee uit te pakken. Toen ik mezelf op dat podium gehesen had voelde ik me er behoorlijk hautain, belerend en eenzaam. Het vissen naar egards, luister en schouderklopjes had als enige reusltaat dat ik weer in de diepte stond te staren die gaapt tussen verwachtingen en resultaat. Ik kan dan ook niet anders dan mijn alsof-wereldje wat vaker achter mij te laten want ik ben er ondertussen achter gekomen dat ik nergens nog naar toe moet, dat ik niemand iets hoef te bewijzen en dat niemand op mijn ongevraagd advies zit te wachten. Mijn mensenvrees is dan een mooi excuus om me achter bescheidenheid en zelfkennis te verbergen. Ze hangen als een luifel over mijn bestaan en ze zullen daar tot het einde van mijn dagen blijven hangen. Zo kan ik me er als kleine filantroop in hun beschermde schaduw koesteren zodat ik met beide voeten op de grond blijf. Op dat plekje word ik dan misschien niet langer uitgelachen als zot die brood in stront kon veranderen en er een luchtbel kon van maken.

%d bloggers liken dit: