De eendenfluisteraar.

 

Doorgaans doe ik hard mijn best om het niet te doen. Luidop denken en in mezelf praten. Gelukkig doe ik het enkel als ik alleen ben. Wanneer ik autorijd of in bad zit. Maar het vaakst betrap ik mezelf daarop wanneer ik alleen aan de waterkant zit. Alsof ik tegen eenden spreek en hen befluister. Zoals honden- of paardenfluisteraars dat doen. De waarheid is nochtans dat ik eerder mezelf probeer te bezweren. Het geeft me een rustig en gerust gevoel want op die manier raken mijn rondbotsende gedachten geordend en mijn chaos gerangschikt. De warboel wordt dan helemaal opnieuw ontrafeld tot nieuw spingaren. 

Als ik ermee betrapt word, kan men mij van geestelijk “niet helemaal in orde” verdenken. Maar dat geeft niet. Niemand heeft daar last van en ik word er beter van. Ik zal er niet mee stoppen want kleine verlangens ontzeg je jezelf toch niet? 

Ik deed het wel, ooit. Toen ik van dat kleine verlangen een grote slaaf geworden was. Een soort lijfeigene van de alles ontziende roes die met de strategie van de verschroeide aarde elk pad in as legde.

Vijf jaar geleden kocht ik mezelf vrij. En dat lijkt alsof het gisteren was en dat op zich is al even akelig als spectaculair.  Onze pa kon dat schoon zeggen:

“Op ne schonen dag, als ge lang genoeg leeft en uw toekomst stilletjes verleden tijd wordt. Dan draait ge u om en kijkt ge terug op uw eigen jonkheid en op uw stommiteiten maar ook op die zakes die ge goed gedaan hebt. Waar ge fier moogt op zijn”. 

De tijd vliegt. Zeker als je hem bewuster doorleeft. Vijf jaar. Het lijkt zo ver en tegelijk zo schrikbarend dichtbij. 

“Chapeau!”: hoor ik dan wel eens. “Dat je dat kan. “En nooit zo eens eentje? “Dat kleine verlangen hoef je jezelf toch niet te ontzeggen?” hoor ik hen denken. “Dat moet toch kunnen. Zo eentje?” Het is vast goed bedoeld en ik neem het niemand kwalijk. Maar eerlijk, ik heb het nooit gekund. Ik heb dat voornemen nooit kunnen waarmaken. Eentje was niet aan mij besteed. Voor één glas maakte ik mijn lippen niet nat. Om dan te stoppen met goesting? Ben je niet goed? Ik hoef mezelf wat dat betreft niet voor te liegen. Ik kan mijn eigen daarover niets meer opdisselen. Nooit was het me gelukt, het bij dat ene glas te houden. Waarom zou ik het nu dan nu opeens wel kunnen? Omdat ik al vijf jaar stopseldroog sta? 

Ik sta er nog steeds maar even ver van af als vijf jaar geleden. Ik ben nog steeds maar één armlengte verwijderd van het glas en de toog die me zo lang in hun donkere kerker gekentend hielden. Dus vergeef het me als ik niet in ga op die vriendelijke uitnodiging om mee te doen. Het zou mijn ondergang betekenen.

Misschien is zelfkennis wel de grootste kennis die je kan verwerven. Wat die zou me behoeden voor ijdelheid en beuzelaarij, al zou het ook perfect mijn laatste illusie kunnen zijn. 

Ik zeg of schrijf dit niet allemaal op om me er fier mee op de borst te kloppen en er hovaardig mee neer te kijken op de zuiplappen die met ware doodsverachting nog rustig verder blijven doen. Omdat ze niet kunnen stoppen. Of nog niet, omdat de peer nog niet rijp genoeg is om van de boom te vallen.

Het is niet omdat ik altijd wat anders drink, dat ik het recht heb om anderen hun pintjes  en wijntjes te ontzeggen. Zeker niet van die drinkers die er wel op een verantwoorde manier mee kunnen omgaan. Mijn waardeoordelen laat ik wat dat betreft best achterwege want het leidt me maar af van mijn eigen soberheid.

En als ik het daar dan overdenk zeg ik tegen een voorbij drijvende mannetjeseend: “Ik zal maar stilletjes verder blijven doen zeker want een betere keuze is er niet.” De woerd kwaakt en ik ben niet zeker of hij wel luisterde want voorbijdrijvende eenden horen nooit. Die zijn ook met andere zakes bezig.

%d bloggers liken dit: