Kwallen, zweetkaas en zeemeerminnen.

 

Het zilte nat spat onstuimig rond. Achter ons verandert de kleur van het water in appelblauw zeeazuur. Door het bruisende kielzog van ons bootje en door de luchtbellen die er van de buitenboordmotor doorheen gedraaid worden. De hemel is staalblauw en er is geen wolkplukje te bespeuren. Hier en daar laat een meeuw van zich horen, al blijken die redelijk zuinig te zijn met hun gekrijs. 

Onze vissersschuit is kleurrijk versierd met verticale strepen. Gele, rode, groene en blauwe gekleurde meten, een beetje zoals gondels op de grachten in Venetië.

De wind blaast ons bootje langzaam naar een rotsachtig eilandje. Niet groter dan een boerenzakdoek. “Blue Lagoon” staat op het kaartje dat we van de zeekapitein mee hadden gekregen. Want zo zag de verweerde kapitein Haddock er uit, die ons het sloepje verhuurd had. Alsof de wind en de zon diepe rimpels geploegd hadden in zijn getaande gelaat.

2 knopen snel deinen we de baai in. Luxejachten omringen ons. Het ene al wat chiquer en trendier dan het andere. Bovendeks, op het grote witte jacht met vier verdiepingen zit vast rijk volk want ze worden er bediend door statige mannen in witte pakken. Er wordt kreeft geserveerd en hier en daar knalt een kurk. 

De jachten vullen de baai met luidruchtig gejengel en gejoel. Engelsen schat ik, of Hollanders dat zou ook nog kunnen. Die twee naties worden nu eenmaal altijd een beetje lawaaieriger eens ze hun heimat achter zich gelaten hebben en er wat alkohol op vergoten wordt. Hun koloniaal verleden zal daar mogelijks de hand in hebben. Wie zal het zeggen? We zitten per slot van rekening in Malta, de handelspoort naar Afrika en Azie. Ze spelen eigenlijk een halve thuismatch, onze kolonisten van Catan.

Op een iets kleiner schip liggen dames drukdoend te keuvelen. Ze zijn neergevleid op het voorsteven. Op wit, duur strandlinnen.  De marineblauwe of hagelwitte lapjes textiel waarmee ze hun intieme plekjes verbergen zijn soms wat nipt en benepen. Overdaad kruipt nu eenmaal altijd naar de vervelendste plekjes. Waar het niet gewenst is. Ook bij duurdere dames.

Bruin gebrand mansvolk tracht met halsbrekende duiken de vrouwen te imponeren. Of is het met de gouden kettingen die rond hun halzen bengelen. Dat kan ook. Ik ben niet helemaal zeker of het hen aan het lukken is. Dat imponeren. Want de dames hebben ogenschijnlijk geen aandacht voor de paringsdans van de bronstige macho’s. Mogelijks zouden de deernes ook wel voor hen bezweken zijn zonder die halsbrekende toeren. Omdat ze nu eenmaal uit “een iets durdere pantalon” geschud werden. Want een werkmansbroek zal het niet geweest zijn. Al werd deze stelling is niet met feiten onderbouwd.

Het aanzicht is mooi en de baai fabelachtig. Maar de zee wordt niet blauwer vanop een dure cruiseboot. Vanop onze kleurrijke, lekke visserssloep. Met een paar flesjes halfwarm mineraalwater en een wakke pistolet met zweetkaas, ziet ze er net eender uit. En mijn twee meerminnen mogen er ook zijn, al zouden ze beter wat minder schrikkentist  zijn. Want de kwallen zitten immers echt wel allemaal op die grote boten!

  1. Van wat hebben je mooie meerminnen schrikkentist ? Dat hun nipt en bemeten textiel het niet houdt of dat die kwallen van hun boten springen en op hen afkomen ?

    Like

%d bloggers liken dit: