De lengte doet er (niet) toe

Soms, wanneer een achillespees het voor bekeken houdt en ik op een festivalweide ben aanbeland om aldaar vanuit kikvorsperspectief, noodgedwongen gezeten in een rolstoel, naar de wereld te kijken en moet toezien hoe half blote vrouwenbillen, een occasionele kamelenteen of fel behaarde mannenbenen in mijn blikveld voorbijschuiven, begeef ik me wel eens op een rolstoelplatform.  

In wezen is dat iets voor ècht invalide mensen, maar als marginaal schrijvertje met een gescheurde pees leed ik toch niet al te erg om vanop dat plekje naar feestvierende mensen te kijken. Sterker, vanop een meter boven de begane grond op die festivalweide is het goed om naar een wereld te kijken, een wereld die ik iedere dag een beetje minder begrijp, misschien omdat ik er vanop dat plekje opnieuw vanuit de hoogte naar kon kijken.

Een hobby, noem het een gewoonte die ik van mijn vader heb geërfd. Niet dat hij bij mijn weten ooit een achillespees scheurde of op een rolstoelplatform van een festival heeft gestaan, toch niet dat ik het me kan herinneren, maar hij kon met zijn aangeboren kikvorsperspectief, hij was ten andere maar een meter zeventig, ook heel hard ‘neerkijken’ op grotere mensen. Op zich geen probleem, of misschien wel want ik heb hem die onhebbelijke gewoonte dikwijls verweten.

“De kleine zijn niet geboren om in de grote hun gat te kruipen, en ikzelf, ik ben niet echt klein eerder een valse lange”, zei hij dan. Woorden werden door hem dan met zo’n ingehouden razernij uitgesproken alsof hij kwaad was op iedereen die een paar centimeter groter was dan hijzelf.

Ik begrijp hem en besef nu pas wat hij bedoelde en waarom hij soms razend werd omdat hij zijn wereld vanuit de laagte moest aanschouwen. Ik ondervond het namelijk zelf, dit weekend toen ik me een meter lager vanuit mijn rolwagen in een gesprek probeerde te mengen en vast moest stellen hoe mensen die wat groter van gestalte zijn over hoofden van kleinere mensen heen praten, alsof ze niet bestaan.

Zijn gestalte niet, maar die boosheid heb ik vast en zeker van hem geërfd. Ik zal voortaan dan ook iedereen kleiner dan een meter zeventig op mijn heup zetten zodat ze tijdens een discussie met grote mensen kunnen meespreken.

De lengte doet er (niet) toe!

Al wat ik weet

Vooruitgaan en stappen zetten in het leven betekent soms achteruitblikken en terugkijken naar het verleden en naar zaken waaraan ik kostbare tijd heb verprutst. Als ik dat eerlijk en onbevangen doe, een onplezierig werkje waar ik nu af en toe tijd durf voor uit te trekken, moet ik bekennen dat ook ik lange tijd verstrikt zat in de valkuil van zelfpromotie en oppervlakkige glans.

Het grootste gedeelte van de tijd was ik bezig met het opvullen van mijn eigen onverzadigbare ego. Met elke nieuwe dag begon mijn jacht naar externe erkenning alsof dat de enige betekenisvolle bestemming was geworden, met torenhoge verwachtingen, die als ik er nu naar kijk helemaal buiten mezelf lagen.

In deze kunstmatige glitter- en glamourwereld, waarin ik ogenschijnlijk leek te aarden, was het verwerven van macht, aanzien en status het enige hogere doel waarnaar ik elke dag streefde. Ik was geconditioneerd om te geloven dat uiterlijke of vluchtige successen de enige maatstaf waren voor waarde, geluk en zelfbevestiging.

In deze rauwe, kunstmatige wereld, gedomineerd door zelfoverschattende ego’s, zag ik waarden als bescheidenheid en nederigheid eerder als obstakels die mijn persoonlijk ‘succes’ heel hard in de weg stonden. Ik had helemaal niet door dat kwetsbaarheid en dienstbaarheid geen zwaktes hoeven te zijn maar juist wegwijzers naar vervulling en betekenis.

Het was in het besef van mijn beperkingen dat ik me kon openstellen voor de mogelijkheid van groei, herstel en verandering. Het was in het erkennen van deze beperkingen dat ik ruimte kon creëren voor persoonlijke ontwikkeling en voor iets dat naar wijsheid en innerlijke rust begon te neigen. Stilaan begon ik te begrijpen dat het waarderen van eenvoudige dingen en het naar waarde schatten van mijn nietigheid geen gebrek aan trots hoeft te betekenen maar net de deur opende naar een realistische kijk op mezelf en naar de kleine waardevolle wereld waar ik deel van uitmaakte.

Nuchter en realistisch begon ik kleine successen te vieren zonder te vergeten waar ik vandaan kwam. Ik dwong me ertoe om mijn ego opzij te zetten, te luisteren naar verhalen, ervaringen en wijsheden van anderen en leerde zo opnieuw mijn kleiner wordende wereld met kinderlijke verwondering en nieuwsgierigheid te benaderen en te ontdekken.

Telkens werd ik eraan herinnerd dat ik nooit uitgeleerd ben en dat er altijd ruimte is voor andere inzichten zelfs op de meest triomfantelijke of triestige momenten. Ik dwong me ertoe om een nieuwe definitie van succes te omarmen, door mijn eigen weg te volgen, ongeacht de verwachtingen van anderen.

Telkens werd ik eraan herinnerd dat grootsheid niet wordt afgemeten aan de hand van materiële rijkdom of erkenning, maar aan de impact die ik had op de levens van anderen en op die van mezelf. Grootsheid schuilt in eenvoudige handelingen van vriendelijkheid, mededogen, dienstbaarheid en aan het bieden van een helpende hand aan diegenen die het nodig hebben, zonder er iets voor terug te verwachten.

Wees nederig. Wees moedig. Wees blij en dankbaar maar vooral wees bereid om te leren het leven op een andere manier te bekijken, zelfs als je denkt dat je er alles al vanaf weet, zoals ik.

Want ik weet dat ik niet veel weet, nooit veel zal weten, maar dat… dàt weet ik zeker!

Haar eigen stinkende goesting

Ah, het is die tijd van het jaar. In weelderig versierde feestzalen van scholen vliegen Adhemar-hoedjes sierlijk door de lucht. Fiere ouders koesteren de betoverende illusie dat hun geliefde kinderen voorbestemd zijn om de nieuwe ontdekkingsreiziger te worden, of minstens die briljante denker die het denken zelf zal vernieuwen. Een selecte groep waartoe zoon- of dochterlief behoort zal evolueren tot diepgravende filosoof die alle mysteries van het leven zal ontrafelen.  Een ander gedeelte zal zich ontpoppen tot bekwaam staatsman of-vrouw, en als zodanig de wereld met vastberadenheid en visie leiden want het voorteken van dat leiderschap was al duidelijk met hun betrokkenheid in de leerlingenraad. Het overschot ervan wordt virtuoos kunstenaar die op doek of met muziek dromen tot leven zal wekken.  

Elk kind, haast zonder uitzondering bewandelt een zorgvuldig uitgestippeld pad, de ambitieus opgelegde verwachtingen van pa en ma volledig waargemaakt.

Kan ik achterblijven en wil ik mijn dochter dat aandoen?

Wil ik haar nu al belasten met een last van verwachtingen en ambitie, terwijl mijn enige wens voor haar is dat ze veerkracht en zelfvertrouwen ontwikkelt en dat ze kritisch blijft voor al datgene dat haar wordt voorgekauwd, dat ze zich leert wapenen tegen de uitdagingen van het leven, of toch tegen een aantal ervan, zelfbewust en vastberaden als het kan, nederig en dankbaar als het moet.

En misschien is dat wel het grootste geschenk dat ze zichzelf het voorbije jaar gegeven heeft.  Ze heeft geleerd om de ruimte die ze krijgt te nemen en erop te vertrouwen om haar eigen pad te ontdekken, vrij van de druk van vooraf door ons bepaalde verwachtingen en als die er waren heeft ze zich die grotendeels zelf opgelegd.

Met zelfvertrouwen dat elke dag groeide en helemaal op eigen kracht ging ze uitdagingen aan en zocht ze haar eigen weg, soms met hulp als ze dat nodig vond. Met die kostbare vrijheid volgt ze helemaal vrij haar eigen passies en interesses, zelfs al heet een ervan Harry Styles.  Ze ontdekt met vallen en opstaan wie ze werkelijk aan het worden is, zonder de last van onze eigen dromen en verwachtingen.

Noor volgt resoluut haar eigen willetje om niet te zeggen dat ze haar stinkende goesting doet en ze doet dat met een koppigheid en met een doorzettingsvermogen die me vertrouwd zijn, al is dat laatste toch eerder iets dat ze er met de borst heeft ingeslurpt.

Dat maakt me niet minder fier.

Verdriet heeft geen onrechtmatige eigenaar

Een jaar is geruisloos voorbijgeschoven sinds je uit dit leven stapte.  Nog steeds liggen de vragen als onoplosbare puzzelstukjes in mijn hoofd verspreid. Ik krijg ze niet op de juist plaats gelegd. Dat blijft knagen en schuren aan mijn ziel. “Jouw vriend is er niet meer.” Zes woorden in de nacht, uitgesproken door een politieman, ze blijven een wazige, troebele verdoofde herinnering.

Hoe kan ik dat gevoel beschrijven, maar ook, wat is het toegestane bereik van mijn emotie als ik terugdenk aan wat je hebt gedaan? Die dualiteit houdt me bezig. Mijn gedachten worden nog steeds overspoeld met een ongrijpbare machteloosheid. Met een onverklaarbare schuld die me soms besluipt al weet ik dat die niet gerechtvaardigd is. Het is dan alsof ik gevangen zit in een emotionele achtbaan, waarbij elke bocht en elke duikeling een nieuwe golf van verwarring veroorzaakt.

Is het nog steeds boosheid, of eerder medelijden? Soms lijkt het alsof ik nog steeds niet kan geloven wat er gebeurd is.

Ik moet het opschrijven, op de manier hoe jij het zou doen, onwetend en stuntelig, zonder juiste uitkomst, vruchteloos zoekend naar begrip en verheldering. Ik wil troost bieden, maar wil ook de harde waarheid niet uit de weg gaan, want die is voor eeuwig overschaduwd met onbeantwoorde vragen die iedereen die je achterliet blijven achtervolgen.

Maar mijn woorden en emoties hebben ook hun beperkingen. Ze worden helemaal nietig wanneer ik probeer in te schatten hoe diegenen die het dichtst bij jou stonden en jou graag zien en zagen zich vandaag moeten voelen.

Ik kan onmogelijk volledig inschatten hoe zij zich nu voelen, al die mensen die jou graag zagen en die het dichtste bij jou hebben geleefd? Hoe kan ik me inbeelden wat het betekent om een broer te moeten missen of een zoon of papa te moeten begraven?

Daarom voelt het alsof ik een beetje op afstand sta, als een toeschouwer in een tragedie die ik niet volledig kan bevatten. Het is een gevoel van nietigheid en onvermogen, terwijl ik worstel met de juiste woorden om recht te doen aan jouw leven en aan de gapende leegte die je achterliet.

Ondanks deze twijfels en beperkingen, wil ik proberen om dit te delen, om een glimp van troost, begrip en nederigheid te bieden. Misschien kan ik door mijn eigen verwarring te delen, een kleine brug bouwen tussen mijn eigen hart en de harten van degenen die het dichtst bij jou stonden.

Dus hier zit ik, met mijn pen in de hand, struggelend om jouw verhaal te vertellen met de hoop dat mijn woorden, hoe beperkt ook, een beetje verlichting brengen aan diegenen die vandaag ook rouwen omdat je er al een jaar niet meer bent. Dat is mijn manier. Ik weet niet of het de juiste is. Verdriet en rouw heeft geen onrechtmatige eigenaar. Verdriet treft geen schuld. Verdriet is universeel.

Het blijft hard te weten dat ik jouw verhaal nooit volledig kan vertellen, noch dat ik de leegt van jouw afwezigheid helemaal juist kan beschrijven. Ik deed een poging met woorden, als eerbetoon aan jouw leven en aan de mens die je was tot de donkere demonen het van jou afnamen.

Hopelijk bieden ze een beetje troost.

Yannick, Ik ben je nog niet vergeten.

Museum van verloren bewegingen

De ochtend gloort stormachtig en een nieuwe dag breekt aan, al lijkt hij amper te verschillen van die van gisteren. Terwijl ik hier in mijn vervloekte leunstoel vastzit, geketend aan onveranderlijke stilstand wordt mijn cynisme geprikkeld om er zinvolle betekenis aan te geven. Het lukt amper. In een poging om mijn sarcastische storm toch ietwat te bedwingen grabbel ik naar een pen en zoek ik verlossing in het gekras van inkt op papier.

Enkele dagen geleden onderging ik een operatie aan mijn achillespees. Genereus als ze was besloot ze vriendelijk om af te scheuren, alsof ze moet gedacht hebben: “Laten we het leven van deze arme ziel wat interessanter maken.” Alsof ik er zat op te wachten. Mijn pees misrekende zich want nu rest niets dan me vast te klampen aan de ‘ijzige’ realiteit van mijn stille onveranderde lot alsof het universum een macabere en ironische wals danst en ik enkel mag toekijken.

Op een bizar fascinerende manier, zoals een herinnering uit het verleden, dwingt deze onverwachte situatie me opnieuw te staren naar de vier muren van mijn gevangeniscel, voorheen ook bekend als woonkamer. Tien jaar geleden bevond ik me in een vergelijkbare toestand, maar toen was ik gevangen in een andere soort beperking. Toen leek het alsof het leven met mij een groteske grap wilde uithalen. Nu word ik hoofdzakelijk geconfronteerd met de fysieke beperkingen ervan in plaats van de mentale, toch voel ik dezelfde vreemde mengeling van ironie en van verontrustend besef dat de cirkel zich rondom mij aan het sluiten is.

Het leven is werkelijk een aaneenschakeling van hoogtepunten, is het niet?

Ik hoor mezelf dikwijls spreken over de geneugten van het rustig aan doen, over de zin om het leven te vertragen en over het nut van te ontspannen en te ontsnappen. Ik kan je vertellen, op dit moment heb ik genoeg vertraging en rust om er een heel leven mee te vullen. Verveling grijpt me bij de keel en houdt me stevig vast. Ik kan me niet verplaatsen, tenzij ik een vreugdeloze en pijnlijke hobbeltocht wil maken op mijn krukken. Het is alsof het universum verwacht dat ik hier mijn tijd doorbreng, als een moderne Sisyphus, veroordeeld tot een leven achter een steen van zittende verdoemenis, zijn eigen lijf omhoogduwend. Alleen blijft de vraag, wat heb ik de goden misdaan?

Ondersteund door stelten pikkel ik naar het openstaande raam. Daar beneden gaan ze, de gelukzalige zielen, zonder enige zorg in de wereld. Het liefst van al zou ik hen bespotten en hen naroepen hoe gelukkig ze zouden moeten zijn met hun gezonde, ongeschonden achillespezen. Maar in plaats daarvan zit ik hier, vastgeplakt aan deze zetel, als een onbetekenend standbeeld in een museum van verloren bewegingen.

Ik probeer mezelf wel bezig te houden met boeken en films, maar het is alsof de wereld zijn beste ontspanning heeft weggenomen en me heeft achtergelaten met de afgewezen onbeduidende restjes. De plotwendingen zijn voorspelbaar en de grappen geforceerd.

De komende weken blijf ik veroordeeld tot herhaling en voorspelbaarheid. Het is niet eens dat soort herhaling die je meeslepend vasthoudt, zoals een aanstekelijk deuntje dat in je geest blijft rondzingen. Neen, het is onophoudelijk zoutloos gezeur dat mijn ziel irriteert en mijn verlangen naar avontuur verstikt, terwijl ik net uitkijk naar de bevrijding van iets nieuws, iets opwindends, iets dat de saaiheid van mijn dagen doorbreekt.

Dus hier zit ik, stevig vastgebonden aan mijn zetel, wachtend tot de dag voorbij is. En morgen zal het niet anders zijn, en de dag daarna evenmin, maar wie heeft behoefte aan variatie als in deze ogenschijnlijk eindeloze routine een verborgen schoonheid en een diepere betekenis schuilt die alleen diegenen met open ogen kunnen zien. Het leven, in zijn onvoorstelbare eenvoud, helemaal onthult.

Het is de kunst om de kleinste momenten te leren waarderen, om de rustigheid van het alledaagse te omarmen. En ik? Ik ben vastbesloten om een levenskunstenaar te worden die in deze schijnbaar eentonige cadans sereniteit probeert te ontdekken die zijn ziel blijft sussen met een rust en met een kalmte die ik nooit in mezelf had durven vinden.

Dus ja, het leven heeft altijd iets betekenisvol, op zijn eigen bescheiden, onverwachte manier.

‘Janchilles’, Trojaanse held!

Hier lig ik dan, in een ziekenhuisbed, even onbeholpen en verslagen als de moderne versie van Achilles, eigenaar van zijn onfortuinlijke pees. Gekluisterd aan dit bed, ben ik omringd door knappe, meestal blonde verpleegsters die getooid in smetteloos witte uniformen als Trojaanse godinnen op me neerkijken met een mix van medelijden en beroepsernst.

Ze geven me medicijnen, verschuiven mijn kussens, doen allerlei handelingen die alleen verpleegsters kunnen en geven me alle aandacht die ik nodig heb.

Toch vraag ik me af of ook zij me zien als dezelfde tragische Trojaanse held die ik me op dit ogenblik voel of ze me eerder zien als een zoveelste willekeurige patiënt met een onwillig weerspannige pees?

Bij elke intrede in mijn kamertje vragen ze mijn naam en geboortedatum terwijl deze info met een eenvoudige oogopslag af te lezen is van het label dat aan dit bed kleeft of van het bandje dat ik al twee dagen rond mijn pols draag.  

Terwijl ik hier lig en pijn voel bij elke beweging die ik maak, kan ik niet anders dan me afvragen waarom juist ík dit weer moest ondergaan. Zou het omdat ik in mijn jongere jaren te veel riskante avonturen heb beleefd en daar mijn straf voor ontlopen ben. Is dit dan mijn finale boetedoening voor al die jaren van losbandigheid en onbezonnenheid? Het lijkt erop dat het universum me straft voor al mijn dwaasheden.

Omringd door mensen zonder echte connectie, verlang ik ‘als gewoonte’ zelfs nu naar diepere verbinding, maar mijn situatie maakt dat wat moeilijk. Daarom probeer ik tegenover de verpleegsters al mijn heldencharmes in te zetten, met stomme grapjes en nog stommere opmerkingen. Hoe kan een man met een gescheurde pees anders indruk maken? Ze lijken niet onder de indruk.

In de gang worden patiënten die zich in nog erbarmelijkere toestanden dan ik bevinden in ziekenhuisbedden voortgeduwd op weg naar hun ingreep. Toch overwint mijn zelfbeklag en mijn drama. Zij zijn vandaag mijn enige metgezel want ik voel me als een geknakte bloem in een veld vol lentebloemen.

“Jan Pultau / 13 september negentienachtenzestig en veertien minuten!”, zeg ik misschien iets norser dan een kwartier geleden nog voor ze me de vraag kan stellen. De blonde ziekenzuster glimlacht want ze ziet de absurditeit van de situatie ook wel in. “We hebben interne audit en moeten vandaag echt aandacht geven aan alle protocols en procedures, zelfs al zijn ze wat onnozel”, antwoordt ze een beetje verontschuldigend. “Ik ben net naar het toilet geweest, naar het kleine en het grote, dat mocht toch?”, vroeg ik bijdehand. Dat mocht gelukkig!

De dag kruipt tergend langzaam vooruit. Elk uur voelt als een kleine triomf die alleen gevallen Trojaanse helden kunnen ervaren, al lijkt deze weg naar het einde van de dag eindeloos te duren. Ik stel me voor hoe ik straks weer kan stappen als een onverschrokken avonturier, maar nu moet ik het alleen doen met mijn pijnlijke pees en met mijn zielig zelfbeklag.

Straks word ik ontslagen uit dit ziekenhuis en zal ik bevrijd zijn van dit bed en van de knappe verpleegsters. Ik zal hen inruilen voor mijn vertrouwde sofa en mijn knap zorgzaam lief. Zij kent mijn geboortedatum uit het hoofd.

Ik hoop dat ik dit tragische figuur uit de Griekse mythologie en gevangen zit tussen lachen en huilen en als een schaduw van zelfmedelijden achter me aansluipt hier in dit ziekenhuis kan achterlaten.

Want ook al heb ik de looks, ik ben echt geen Trojaanse held. Ik heb alleen dezelfde pijnlijke pees!

Tijdelijk onsterfelijk


In de schaduw van de tijd, waarin seconden vervliegen als vallende sterren, word ik nog maar een keer onverwacht met mijn neus op de vergankelijkheid van het leven gedrukt.  Het leven, niets meer maar ook niets minder dan een tijdelijke maar verraderlijke koorddans op een vluchtige symfonie die, al dan niet in stijl, wordt uitgevoerd op het podium van de tijd.

“Het leven, een bloem die slechts één seizoen haar kleuren toont.”

Op een dag als deze waarin de zon met al haar kleuren straalt, voel ik nog meer de kilte die de schaduwkant van het leven me onverwacht toont.  Mensen vallen de laatste tijd te vaak en te onverwacht van de bladzijde waarop ik nog aan het schrijven ben, terwijl ik met mijn verhaal niet eens in de helft zit. In dat onbegrijpelijke weefsel van het leven ontvouwt zich de vergankelijkheid ervan als een onontkoombare metgezel die alle verloren momenten en onvervulde dromen met zich meeneemt. Dat voelt op het eerste gezicht onrechtvaardig.

Toch moedigt elk afscheid me op een vreemde manier, ongewild aan om de schoonheid te blijven vinden in de tijd die me gegeven is. Enkel door die tijdelijkheid van het bestaan kunnen mijn keuzes betekenis krijgen. Elke stap die ik zet of elke kleine droom die ik najaag krijgt hierdoor een diepere intensiteit want ik besef meer en meer dat de klok des tijds ook al mijn hartslagen telt.

Mijn leven is niets meer dan een vluchtige zonnestraal die door de bladeren danst en me eraan herinnert dat ik ook maar een ademtocht verwijderd ben van het oneindige verhaal van het universum. Net daarom wil ik genieten van deze dag ook al is hij al voor meer dan de helft voorbij.  Ik wil de geur nog opsnuiven van de half verwelkte irissen die in mijn vijvertje staan maar waarvan de kleuren al lijken te verbleken.  Ik wil vandaag nog omhelzingen koesteren vooraleer ook deze voor altijd vervagen in de tijd.

Voortaan zal ik trachten de schoonheid te omarmen die schuilgaat in het vergankelijke.

In die kortstondigheid van de tijd die me op deze aardkluit nog rest zal ik proberen kracht te vinden om te blijven creëren en zal ik blijven streven naar grootsheid en betekenis om zo, zelfs al blijft het maar bij een poging, tijdelijk een paar onsterfelijke sporen achter te laten.

Met familie als achtergrondmuziek

Familie, of het niet-toevallige lot van elke sterveling die de pech of het geluk kent ooit geboren te zijn, het is maar hoe je het bekijkt. Je hebt ze niet om uit te kiezen, niet de broers, niet de zussen noch de neven, achternichten, nonkels of tantes, en maar goed ook. Familie is gewoon een packagedeal, die soms alleen nog maar verbonden lijkt door een bloedband die zonder de uitwisseling van generaties lange genetica, onmogelijk aan elkaar zou te hechten zijn. Toch plakken ze op een vreemde manier toch allemaal aan je ziel.

Heb je geluk, word je gezegend met het talent van je overgrootmoeder die de gave bezat om lief te hebben, heb je pech word je ongevraagd de nieuwe eigenaar van hetzelfde kronkelende gekkenbrein van je betovergrootvader langs de andere kant van de stamboom. Elk familiedrama dat oorsprong vindt aan een of andere tak van de geslachtsboom krijg je gratis mee besteld. Je hoeft daar niets voor te doen. Het is alsof je figureert in een stomme film die achterstevoren wordt afgespeeld.  De karakteristieken van de personages zijn bekend, hun daden ook. Al hun mooie en donkere kanten zijn vertrouwd, ja zelfs het plot is voorspelbaar. Alleen de scenes die zich afspelen tussen het einde en begin durven af en toe nog te verrassen.

Familiebanden hebben één groot voordeel. Zelfs al manoeuvreer je op de achtergrond, wil je er misschien niet al te veel mee te maken hebben of wil je ze soms zelfs ontkennen, elke bloedverwant geeft toch op de een of andere onbegrijpelijke manier onbetaalbaar inzicht in alle excentriciteiten die je zelf ook bezit, zelfs al wil je die soms het liefst van al angstvallig ontvluchten.

Elke familiesaga, elke genetische bloedband en elk nieuw familiedrama doen tegelijkertijd haten en liefhebben. Ze zweven rond als achtergrondmuziek, het deuntje klinkt vertrouwd maar je kan het je maar niet herinneren waar je het voor de eerste keer gehoord hebt.

Venijnige Vos

Daar zit ik dan, starend naar een leeg wit scherm met een hoofd dat aanvoelt als een dichtgeknoopte ballon.  Hoewel het lijkt alsof mijn 8mm film net brak, dansen beelden wild rond in mijn hoofd. Ze weigeren koppig elke medewerking en geven geen gehoor aan mijn nederig verzoek om georganiseerd, in woorden en zinnen op papier te verschijnen.

Hoewel de avond lang en de nacht kort was voel ik me niet suffer of vergeetachtiger dan op andere ochtenden. Verstrooid of verward ben ik evenmin, toch lukt het niet om me te concentreren. Meestal kost het geen moeite om wartaal uit te kramen, nu echter lijken de woorden vast te zitten in het slijk van mijn gedachten.

Ik zucht ogenschijnlijk vastberaden maar tast vruchteloos in het duister naar juiste woorden.

Op deze regenachtige ochtend kijk ik naar mijn computer, naar mijn laatste trouwe metgezel, de enige steun en toeverlaat in deze verwar(ren)de tijden. Ik probeer een bericht te beantwoorden maar de woorden ontwijken me als een vluchtende haas.

Mijn vingers dansen over het toetsenbord, maar wat ik te lezen krijg zijn slechts rafels van letters en flarden van woorden. Ze missen elke betekenis.

Opeens verlang ik hevig naar de scherpte van mijn denkvermogen, naar de elegantie van mijn alerte geest maar hij is net als die vis die uit mijn vijver sprong en op het droge tevergeefs naar zuurstof hapt.

In een ultieme poging om mijn geest op te frissen, zoek ik mijn toevlucht in koffie. Ik grijp naar het zwarte goud dat er altijd is en dat nu mijn traag geworden brein opnieuw tot leven moet wekken. Tergend traag slurp ik aan mijn kop, in de hoop dat de cafeïne mijn geheugen zal aanslingeren als een oude viertaktmotor.

Vergeefs en vastberaden blijf ik me verzetten tegen die ongenadige omhelzing van die verwarrende mist in mijn hoofd.

De alliteratie van deze zin zet me op het juiste zijspoor naar meer zweverige zinloosheid.

Als een verstrikte vogel in een veld vol verwarrende wolken van woorden, worstelde ik daarnet met mijn vermaledijde hersennevel. Maar nu met de alliteratie van de vorige zin als leider, worden gedachten even helder als een huppelende haas. Ze zijn niet langer verward en zitten niet meer verstrikt in dat web van wilde woorden.

Ik kijk opnieuw naar hetzelfde scherm, met ogen verlangend en verlost van het wervelende waas. Woorden hebben geduldig gewacht om in scherpe zinnen te worden geschreven. Ze rollen nu als dartele dansers uit mijn pen en zijn niet langer verward en verdraaid en klinken niet langer als een valse viool in de symfonie van de stilte.

Met datzelfde brein dat daarnet nog beklad met een brij van bedrog dienstweigerde, vechten in die vertraagde video van daarnet mijn vingers nu haastig om de juiste toetsen, terwijl ik alle woorden, als weerspannige wilde winden, meedogenloos laat ontsnappen. Ze stinken niet meer.

Daarstraks was je een venijnige vos, een verraderlijke tornado die mijn gedachten verstoorde. Je spotte terwijl ik worstelde met het vinden van wegende wendingen en wikkende woorden. Je brulde smalend terwijl ik stamelde en struikelde.

Even zat ik vast in de grijpgrage klauwen van mijn breinnevel, maar gaf niet toe aan zijn greep. Want ik weet dat heldere gedachten altijd diep in mijn geest verscholen liggen, geduldig wachtend om bevrijd te worden. Door woorden en zinnen, al dan niet allitererend.

Komt een man bij de therapeut

Sommige mensen zijn chronisch gelukkig, anderen niet. Mensen die leiden aan toxisch geluk hebben geen nood aan therapeuten. Het overige gedeelte wel maar die zijn te bang om in therapie te gaan omdat ze vrezen dat in die lege stoel, aan de andere kant van het salontafeltje, iemand gaat zitten die zegt, ‘jij bent zot!’

Maar het tegenovergestelde is waar. Jij gaat in een comfortabele zetel zitten en zegt tegen een compleet onbekende, die zopas op de ongemakkelijke stoel heeft plaatsgenomen, ‘ik denk dat ik zot ben!’ waarop de therapeut in kwestie, knieën over elkaar, antwoordt, ‘ok, je bent zot, laat ons daarmee aan de slag gaan, laat ons daarmee beginnen!’

Wat zich dan afspeelt verloopt ongeveer als volgt. Aan een stuk door en onophoudelijk rammel je openhartig alle dingen af waarvan jij denkt dat je zot geworden bent. De therapeut zelf doet niets, niemendal.  Hij of zij zwijgt, knikt, kucht, geeft indruk te luisteren en noteert zorgvuldig alle dingen waarvan jij vermoedt dat ze je zot gemaakt hebben in een notaboekje. Of erger, op een flipchart zodat het lijkt alsof jullie samen een gruwelijke moord oplossen maar waarvan jij verdacht wordt de seriemoordenaar te zijn.

Elke gebeurtenis, elk dramatisch ding en elke mislukking waardoor je je waardeloos en onbegrepen voelt wordt gelinkt aan je ergste jeugdtrauma, waarvan je al vergeten was dat je die allemaal een half uur geleden had opgebiecht.

De kans is niet onbestaande dat je aan het einde van die oefening zegt, ‘eindelijk, nu weet ik waarom ik zot geworden ben’. Waarop de therapeut antwoordt, ‘inderdaad, eindelijk weet je waarom je “denkt” dat je zot geworden bent.’ ‘Ben ik nu dan niet zot meer’, vraag je vervolgens hoopvol en vol verwachting, waarop de therapeut eindelijk het woord neemt en zegt, ‘nee, nee, nee was dat maar waar. Zo simpel is het allemaal niet. Zover zijn we nog lang niet.’

Waarop jij, met tranen in de ogen en de wanhoop nabij vraagt, ‘Wat moet ik dan doen, ben ik een hopeloos geval? Ben ik echt zot en is er voor mij dan geen meer kans op genezing?’

‘Kom gewoon elke week naar hier, breng honderdvijftig euro of je kredietkaart mee dan raken we er samen wel uit.’

Therapie helpt om bij de oorzaak te raken waarom je van jezelf denkt dat je zot bent. Lezers die ooit in therapie geweest zijn en zich in deze situatie herkennen, weten nu waarom die doos Kleenex op dat salontafeltje staat. Om tranen te drogen voor je lege bankrekening.  Mocht een mannelijke lezer denken dat die doos zakdoekjes ervoor een andere reden staat, stop met lezen en zoek professionele hulp of een goede therapeut want jij bent echt gestoord. Zot!

Dromen die ik me niet kan herinneren en herinneringen die ik wil vergeten

“Laat je herinneringen nooit groter worden dan je dromen”. Deze quote die gemakkelijk als tegeltjeswijsheid kan dienen, zou zomaar van mij kunnen zijn. Hij floepte binnen toen ik twee weken geleden ’s avonds bij zonsondergang op het strand wandelde en de ondergaande zon werd opgeslokt door de zee.

Staren naar die spectaculaire horizon heeft iets in gang gezet. Geen idee vanwaar of waarom net deze gedachte aan de oppervlakte kwam of wat ze geprovoceerd heeft maar plots bedacht ik me dat ondanks de dreiging en rust die van de horizon uitging hij toch richting en perspectief moet blijven geven.

Hij liet me inzien dat ik mij best niet te veel moet vastpinnen op het verleden. Ik moet vooruit durven kijken. Tegelijk komt ook het besef dat dromen over herinneringen voor mij altijd wel een evenwichtsoefening zal blijven, waarin denken over het verleden, leven met het heden en dromen over morgen gedachten zijn die met elkaar op oorlogsvoet zullen blijven.

Ik realiseer me dat herinneringen aan gebeurtenissen en aan mensen die ooit mijn pad kruisten belangrijk zijn. Dat waren ze toen en dat zijn ze vandaag nog steeds. Samen vormen ze mijn persoonlijke geschiedenis. Ook al zijn ze niet meer aanwezig of maken ze geen deel meer uit van het leven dat ik nu leid, ze bepaalden toch mijn identiteit en beïnvloedden ze nog steeds heel erg wie ik vandaag ben, hoe ik denk en hoe ik voel.

In dezelfde filosofische mijmering kom ik ook weer tot de vaststelling dat als ik blijf hangen in het verleden en in herinneringen, sommige ervan een te zware last worden. Dan belemmeren ze mijn dromen en verengen ze mijn verlangen naar nieuwe uitdagingen.

Zo denk ik bijvoorbeeld nog dikwijls terug aan die zomer toen ik met een camper en een rugzak door Scandinavië trok. Ik ontdekte weidse meren en spectaculaire Fjorden en ontmoette interessante mensen waar ik nog steeds met een glimlach en een tikje heimwee aan terugdenk. Maar in plaats van groot te dromen over een nieuw avontuur blijf ik hangen in die zomer van toen. Ik blader door foto’s en door herinneringen en verhalen die ik koester als kostbare schatten.

Dromen, groot of klein, ze zijn van belang. Ook voor mij want ze geven een beetje richting en zijn een bron van inspiratie. Door groot te dromen word ik uitgedaagd om nieuwe dingen te doen en om mijn grenzen een klein beetje uit te rekken. Maar met dromen alleen ben ik niks als ik niet kan terugvallen op herinneringen. Vergeet ik ze, dan pas dreig ik mijn persoonlijke geschiedenis te verliezen als voetstappen die ik achterliet in het zand.  Sommige ervan raken nooit uitgewist.

Geef me dus vandaag de hele dag om groot of klein te dromen, misschien over dat ene boek die ik de titel zal geven, dromen die ik me niet kan herinneren en herinneringen die ik wil vergeten.

Pooier van woorden, hoer van het algoritme!

Mocht ik niet al literair hersendood verklaard zijn door het tijdperk van tweets, retweets, posts en reposts, ik zou moedig en strijdvaardig het gevecht aangaan met alle ongrijpbare sociale- media-algoritmes.

Als creatief schrijver met een missie zou je denken dat mijn woorden altijd en overal als vuurwerk op jouw scherm exploderen, niets is minder waar.  Meestal verdwijnen mijn zinnen onopgemerkt in het zwarte gat van nieuws feeds of worden ze als scheepjes opgeslokt onder de Bermudadriehoek van de Sociale Media.

Ik bedoel, ik schrijf wel eens een verhaal of een tekst maar besef maar al te goed, ik ben geen Ernest Hemingway.  Occasioneel verzend ik wel eens een twitterbericht maar heb daarmee nooit het bereik van een PewDiePie of een Ariana Grande, niet dat ik die behoefte heb, begrijp me niet verkeerd.

Een handvol teksten per maand, daar kom ik meestal aan toe. Het gros ervan verdwijnt in de papiermand nog voor ze het daglicht konden zien, een klein gedeelte ervan deel ik. Maar met wie? Ik vraag het me af.

Van het Sociale Media Algoritme begrijp ik niets en omdat ik er geen snars van snap en het niet kan omzeilen, blijf ik niet-gehoord en voor jou onbereikbaar, gecensureerd door de SM-elite die zich wel tot Sociale Media Expert/influencer mag rekenen.

Maar hoe zou het? Ik ben een simpel ‘schrijvertje’ van niemendal en kom uit het tijdperk van typemachines en correctielint. Spuw je op mijn rug, met sierlijke letters schrijf ik jouw naam, op het water of met pen op papier en met Marlboro Light en espresso’s als stille support, toch niet met de hulp van likes, hashtags, retweets, algoritmen of emoji’s?

Wil je als schrijver van lange, korte of brede teksten gelezen worden moet je minstens een online-guru zijn, beter ben je een wiskundige. Een Facebookbericht versturen lukt nog wel maar wil mijn bericht jouw oog bereiken zal ik naast een Wiskunde-, ook nog een Sociale-Media-Marketingcursus moeten volgen.

Laat me het proberen, dacht ik.  Dus maak ik een Instagram-account, bedenk een spannend LinkedInprofiel, koop een selfiestick en deel wat foto’s van mezelf tijdens het schrijven. Simpel toch, succes verzekerd, dacht ik.  Als beloning echter, krijg ik een handvol likes, waarvan twee van vrienden. Ik scoorde slechts twee reacties èn één repost, van een familielid van het zevende knoopsgat nota bene. Geweldig vind ik het allemaal want ik werd bekroond met de award ‘likes & reposts van familieleden van het zevende knoopsgat!’

Om dit grote geluk te vieren, alles voor het algoritme, deel ik dit succes in een dansje met mijn dochter op TikTok, #SchrijvendeDanceMoves, #HemingwayZouDitNooitDoen en tweet ik heel luid, #FF SchrijvendeDanceMoves, #FFHemingwayZouDitNooitDoen.

Weet je, het algoritme kan mijn kloten kussen. Desnoods schrijf ik alleen nog voor mezelf en met jou in gedachten. Ik wil geen selfies maken van mijn pen of fotoshoots houden van het klavier van mijn computer.  Ik wil geen dansjes plaatsen op TikTok of bedelen voor een like op LinkedIn om überhaupt gelezen te kunnen worden.

Met woorden wil ik goochelen en massa’s tijd wil ik besteden aan dat ene meesterwerk. Uren wil ik verliezen aan dat ene bericht, maar geen minuut aan het beïnvloeden en rechttrekken van wiskundige bochten die ik niet begrijp.  

Ik pas ervoor om mezelf in een livestream halfnaakt te filmen en te tonen hoe mijn schrijfproces verloopt. #NaakteWritingGoals, #InstaStripTeaseSchrijver. Hier komt de nieuwe Hemingway, naakt en onbesneden! Neen bedankt!

Want dat is het ergste, nooit zal ik grip krijgen op die verdomde algoritmes. Ik mag doen wat ik wil, ze blijven een magisch schild dat mijn teksten verbergt voor de ogen van lezers, voor jou dus.

Ik wil mijn teksten niet verstoppen of verwerken in Meme’s of in GIFs om aandacht te trekken van algoritmes die er reclame en brood in zien. Ik pas voor #NaakteLiteraireMeme’s of Gifs als nieuwe literaire trend.

Of zal ik toch zwichten, vechtend met mijn typemachine in de ene hand en mijn smartphone in de andere, in een poging om alle algoritmes te temmen en mijn teksten de aandacht te geven die ze verdienen, terwijl ik een selfie de wereld instuur, #JachtOpDeVermisteLikes.

Maar ik zal altijd blijven schrijven en blijven vechten als pooier van mijn woorden, desnoods als hoer van het algoritme.

Een tableau ontdaan van gratie en betovering

In gedachten sta ik op afstand, een vlieg op de muur en observeer een vrouw van mijn leeftijd terwijl ze ’s morgens haar make-up opdoet. Ze lijkt een façade in kleuren op te bouwen om haar gekwetste ziel achter te verbergen. Ik vraag me af, wie is die persoon die ik sprak, nu ze zichzelf in de spiegel ontmoet?

Misschien ziet ze de schaduw van haar moeder, herkent ze het meisje dat ze eens was, onschuldig en bang of misschien staat ze oog in oog met de prinses die haar vader ooit in haar zag? De kleuren dragen het gewicht van al haar angsten en onzekerheden en met uitgestalde ogen achter valse wimpers verbergt ze de nevel van haar droeve blik.

Ze concentreert zich intens op de maquillage, om haar lippen te verfijnen en om de wangen te laten blozen alsof ze een zorgvuldig ontwerp volgt dat de waarheid van haar ziel verbergt. Ze mijdt zorgvuldig haar onzekere blik uit angst voor de pijnlijke waarheid die erin te lezen is.

Ze beseft als niemand anders dat er ooit een tijd zal komen waarin ze zichzelf onder ogen zal moeten zien. Een tijd waarin ze zichzelf zal moeten accepteren en ze al de schaamte en kwetsbaarheid zonder aarzeling en zonder voorbehoud zal moeten omarmen. Zou het morgen al lukken?

Het begon met een afspraak, met een doodgewoon gesprek dat uitgroeide tot een praktisch pact waarvan haar geweten de enige stille getuige was. Ze lijkt zichzelf niet voor de gek te willen houden. Ze wil niet langer meer bedrogen worden door de vluchtige illusie van haar eigen overmoed.  Ooit noemde ze zichzelf vrouw van de wereld en werd ze geprezen voor haar visie, haar doortastendheid en moed, zelfbenoemd en sterk. Ze wil niets liever dan opnieuw kracht te vinden om haar maskers af te gooien zodat ze haar trots en zelfzekerheid terugvindt, dapper, capabel en klaar om de valkuilen van het leven onder ogen te zien.

Ik hoop dat haar voornemen van de vroege ochtend standhoudt en het de onvoorspelbare dagen en wispelturige nachten overleeft.  Ik weet als geen andere dat ze in staat is om te misleiden maar hoop dat zij beseft dat ze zichzelf niet kan blijven bedriegen. Ik wens dat ze met hernieuwde trots en met koele afstandelijkheid rond het hart zelfacceptatie en zelfliefde terugvindt in plaats van troost in een fles. Want alleen als ze zichzelf liever leert zien dan de drank in het glas kan ze de liefde van haar man en kinderen terugwinnen.

Als ze daarin niet slaagt, zullen al haar kleuren zich vermengen tot een droevig tableau, ontdaan van elke gratie en van alle betovering.

Een zeldzaam hoogtepunt met fatale gevolgen.

Het is zaterdagmorgen, acht uur en ik zit aan de keukentafel op een kruk, omringd door half gelezen kranten en ongelezen tijdschriften, met een lepeltje in een kop koffie te roeren. Mocht je me vragen waarom, ik zou het antwoord noodgedwongen schuldig moeten blijven. Want ik drink koffie zwart en puur waardoor er helemaal niets in te beroeren valt. Het schuifraam staat halfopen en hoor in de vijver, vissen, spetterend tussen wassende waterplanten, ‘van hun gat geven’. “Vogelende vissen, het is er de tijd van het jaar voor”, zeg ik in gedachten tegen de persoon die ik al een leven lang meezeul, mezelf dus.

Ochtendgeluiden van een dorp dat in de verte ontwaakt, zoemen op de achtergrond.  Ik schenk er maar heel kort aandacht aan. Nu ik de luxe heb om het gezelschap van mezelf te verdragen, dwalen mijn gedachten af naar wie ik was, naar wie ik ooit ben geweest en naar wie ik aan het worden ben.  In die zinloze flits, stel ik me de vraag wat de tijd met mij heeft gedaan?

Tijd, dat abstracte begrip dat me dwingt te herinneren dat het leven vergankelijk en tijdelijk is maar me ook aanspoort om net het moment van de dag te omarmen terwijl dat in eenzelfde tel al voorbij is.  In dit zinloos hersenspin concludeer ik dat tijd gewoon een valse dief is die een gemeen spel speelt en als een laffe rover elke dag onopgemerkt een beetje illusies pikt en dat zolang doet tot er geen meer overblijven.

Mijn jeugd en al die jaren nadien, hebben vormgegeven aan wie ik geworden ben. Maar hoe goed ik mezelf en mijn verleden denk te begrijpen, ik blijf graven. Opeens denk ik aan mijn ma. Zomaar, out of the blue. Geen idee van waar ze komt, misschien is het die koffie of die vroege peuk.  Had ik niet meer inspanningen moeten doen om mijn moeder echt te leren kennen toen ik daar nog de kans toe had, hoe zij echt dacht en voelde? Had ik over haar dan niet die lelijke dingen gezegd en geschreven? Deze gedachten houden me even bezig.  Identiteit en de zoektocht ernaar, ik zeg maar, het is allemaal heel erg verwarrend.

En wat doe ik? Is al datgene wat ik van mezelf aan jou toon het volledige plaatje of is dat gedeelte enkel maar belangrijk om relevant te zijn voor anderen. Relevant zijn voor anderen is trouwens een domme maatstaf die ik mezelf heb opgelegd, alsof mijn bestaan er maar toe doet naarmate anderen zich in mijn verhalen herkennen. Wat levert mij het op als met elke hartslag die mijn hart slaagt mijn relevantie langzaam wegkwijnt en vooral betekent dat dan het begin van het einde?

In deze reflectie haal ik alles terug.  Ik betrap me erop dat ik mijn mooiste en droevigste herinneringen en de momenten steeds met jou heb gedeeld en daarmee zoek naar steun, begrip en een occasionele duim. Voor wiens heiligen?

En dan voel ik plots een mengeling van schaamte en lachen opkomen. Schaamte voor de leegte die ik voel door de zoektocht naar die stupide externe validatie, terwijl de tijd wegvliegt zonder er echt bij stil te staan. Lachen om de ironie van dit bericht, omdat ik de betekenis van het leven reduceer tot een paar herinneringen, goede en slechte.  Ik lach ook om de absurditeit van mijn eigen zoektocht naar identiteit, terwijl ik de essentie van mijn eigen verleden en wie ik ben altijd al heb verwaarloosd.

Terwijl ik deze eindeloze stroom niet-relevante woorden die nergens naartoe leiden, produceer, sterft de mooiste vis uit mijn vijver.  Wellicht was hij te enthousiast en te paringsdriftig en daarmee is hij met zijn cloaca-capriolen vanuit het ondiepe moeras, geheel onverwacht op de droge kiezel beland, om daar ademloos een fatale dood te sterven.

Ik heb alles geprobeerd. Zelfs met spa-reine was hij niet te reanimeren, maar hij is tenminste op zijn hoogtepunt gegaan. En ik, wat doe ik? Mijn dierbare herinneringen sterven net als mijn favoriete vis in mijn virtuele gedachtewereld, en vervagen in een eindeloze stroom van berichten en verhalen waarvan ook die relevantie elke dag wegkwijnt.

Het Federaal Alcoholplan, een misbaksel!

Enkele dagen geleden werd door de interministeriële conferentie het federaal alcoholplan goedgekeurd. Joehoe! Vooral Frank Vandenbroucke lijkt bijzonder opgetogen met dit akkoord. “Alleen door samenwerking kunnen we het probleem van schadelijk alcoholgebruik ook écht aanpakken “, toetert hij vanop zijn website, maar heeft hij daar reden toe?

Vandenbroucke mag met dit plan dan wel alle veren in zijn gat steken, het blijven pluimen van een dode mus. Van het ambitieuze plan dat in 2009 geformuleerd werd om in alle leeftijdscategorieën gezondheidswinst te boeken op gebied van alcohol & drugs is nagenoeg niets in huis gekomen. Sterker, het federaal alcoholplan is niets meer dan een laffe, halfslachtige poging om de schadelijke effecten van alcoholmisbruik terug te dringen. Het gaat helemaal voorbij aan zijn doel en slaagt er niet in om voor de hand liggende risico’s in te dijken.  Zelfs laaghangend fruit wordt niet geplukt, integendeel. In plaats van moedige en ambitieuze maatregelen te nemen, beperkt dit zwaktebod zich tot besluiteloze en cosmetische ingrepen die nul komma nul impact zullen hebben op de realiteit van alcoholmisbruik in België.

Kunnen maar niet willen of is het schuldig verzuim?

In maart 2009 begon alles nochtans bijzonder ambitieus. Dan keurde de toenmalige regering de gezondheidsdoelstelling Alcohol & Drugs officieel goed. Ze luidde als volgt: “Het realiseren van gezondheidswinst op alle bevolkingsniveau door tegen het jaar 2015 het gebruik van tabak, alcohol en illegale drugs terug te dringen.”

En dat was niets te vroeg want met het dagelijks alcoholgebruik ging het toen helemaal de verkeerde kant uit. En vandaag is het nauwelijks beter gesteld. Net als met het federaal alcoholplan dat alle vergelijkingen met de processie van Echternach moeiteloos kan doorstaan.  

Uit de fact-check van de VAD (Vlaams expertise centrum van Alcohol en Drugs) blijkt dat de gemiddelde Belg in die periode op jaarbasis ongeveer 10 liter pure alcohol dronk, een emmer dus. De dagelijkse consumptie varieerde, afhankelijk van de leeftijdscategorie gemiddeld tussen de 11 en 16 glazen per week. We telden 9300 sterfgevallen, oorzaak drank, en om en bij 15% van de bevolking vertoont problematisch alcoholgebruik.

Dat vertaalde zich in beangstigende statistieken. Op de website alcoholhulp werd in die periode de alcoholtest 35000 keer uitgevoerd, een toename van 75% tegenover eerdere metingen, 10 jaar geleden. Op spoedafdelingen van algemene ziekenhuizen werden 150000 mensen opgenomen met een nevendiagnose die verband hield met alcoholgebruik. Er waren 130000 psychiatrische opnames geregistreerd aan alcohol-gerelateerde stoornissen, waarvan een 600-tal gedwongen opnames. Dit alles terwijl de alcoholcontroles uitgevoerd door politiediensten halveerden (van ongeveer 20000 in 2012 tegenover 9900 in 2020) en de inkomsten uit accijnzen op sterke drank stegen met 37% en die van mousserende wijnen en andere gegiste dranken met maar liefst 57%.

Beschamende onkunde

Het is dan ook ronduit beschamend dat niet een van de 9 ministers van Volksgezondheid in staat is om een plan op te stellen dat rekening houdt met de enorme impact van alcohol op de samenleving en op de volksgezondheid, nota bene het domein waar zij alleen eindverantwoordelijkheid in dragen. Het enige wat je met hen kan doen is ermee lachen, ware de toestand niet zo schrijnend.

Hoewel accurate maatregelen voor de hand liggen, een verbod om alcohol te verkopen aan minderjarigen bijvoorbeeld, of een verbod op reclame voor alcoholhoudende dranken, dingen die in het buitenland al een eeuwigheid een vanzelfsprekendheid zijn.

 Vergeet het, onze ministers hebben het lef en de ballen niet.  De maatregelen die Vandenbroucke en co weerhouden hebben zijn halfslachtig of ronduit lachwekkend. Minderjarigen mogen geen Wodka of Whisky kopen, wel bier en wijn. Ad fundum! Tankstations mogen enkel pintjes verkopen bij daglicht, overdag mag het ladderzat.  Maar de meest hilarische maatregel kan alleen ontspruiten uit het brein van vet betaalde politici die alle realiteitszin met de problematiek kwijt zijn, restaurants moeten zonder overleg met de sector gratis water voorzien als ze alcohol serveren. Je moet in België wonen om het te kunnen geloven.

Net terwijl het met het bewustzijn rond alcohol voorzichtig de goede kant lijkt uit te gaan is het gebrek aan ambitie van dit alcoholplan bedroevend, zelfs wraakroepend. Met de beste wil van de wereld is het onmogelijk dit misbaksel een plan te noemen dat de volksgezondheid beschermt. Volgens mijn bescheiden mening is dit schuldig verzuim alleen maar een manier om de alcoholsector te dienen, de accijnzenkas te spijzen of dienen deze inkomsten misschien om het pensioenmisbruik van Bracke, De Croo en co mee te financieren.