Dronken Uitspraken, Nuchtere Gevolgen!

De recente openbaringen van extreem racistische en vrouwonvriendelijke uitspraken van Kingconnah gaan als een schokgolf door dit leuke land, alsof de verdraagzame burger wiens tolerantie nogmaals op de proef wordt gesteld hier zat op te wachten. Rousseau de vermeende kampioen van progressieve waarden, de zelf verklaarde opper-sos en de voorzitter van Vooruit heeft duidelijk een zwarte schaduwzijde die onverenigbaar is met de principes waar Vooruit zegt voor te staan.

Kingconnah’s recente publieke uitspraken, weliswaar gedaan in dronken toestand, alsof dat een excuus kan zijn, werpen een donkere schaduw over zijn integriteit als politieker en over zijn ware overtuigingen, misschien zelfs over die van zijn partij. Het is verbijsterend te zien hoe iemand die pretendeert progressief te zijn en te strijden tegen racisme, seksisme en discriminatie, zelf vervalt in extreem racistische en in vrouwonvriendelijke retoriek. Deze schokkende onthullingen dwingen mij om met open mond naar zijn hypocrisie te kijken om vast te stellen dat blijkbaar niemand immuun is voor de verleiding van vuile polariserende denkbeelden, zelfs niet als je voorzitter bent van een progressieve partij.

De kern van progressieve, noem het desnoods linkse idealen zouden moeten draaien rond gelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Helaas heeft Rousseau deze waarden verkwanseld door zich te verlagen tot het niveau van lage, racistische uitspraken en verwerpend discriminerend gedrag. Dingen die je verwacht van figuren die opereren aan de tegenovergestelde kant van het politiek spectrum. Het is onacceptabel dat een leidersfiguur van een linkse partij die beweert te vechten tegen structureel racisme, zelf vervalt in het verspreiden van hatelijke ideeën gebaseerd op etniciteit.

Wat eveneens bijzonder verontrustend is, zijn de vrouwonvriendelijke uitspraken uit zijn mond die dezelfde walm hadden als de pinten waarmee hij ze probeerde weg te spoelen. In tijden waarin de strijd voor gendergelijkheid centraal staat,  hij stond ten andere zelf een tijd in de oog van de storm van het debat, zou je van een boegbeeld verwachten dat hij de weg zou wijzen en gids zou zijn naar een inclusieve en respectvolle samenleving. Helaas blijkt Rousseau daarin ook verstrikt te zijn geraakt in de val van achterhaalde, denigrerende opvattingen over vrouwen, migranten, Roma en Punkers. Daarmee heeft hij de fundamenten van progressieve principes definitief ondermijnt.

Het is van cruciaal belang (ik had bijna Vlaams belang gezegd) dat Vooruit deze gebeurtenissen serieus neemt en moed toont om hun eigen kot schoon te vegen. Het toelaten van intolerantie en het vergoelijken van haatdragende uitspraken zijn onaanvaardbaar. Als een progressieve beweging of politieke partij haar geloofwaardigheid wil behouden, moet zij zich distantiëren van Rousseau en van de schadelijke ideeën die hij lijkt te vertegenwoordigen.

Dronken uitspraken hebben nu eenmaal nuchtere gevolgen!

Work Life balance, een tang op een varken!

Twintig jaar geleden, niemand sprak een woord over work-life balance. Nu lijkt het alsof deze term overal rondvliegt, als een toverwoord voor een vervuld bestaan? Ik weet niet wie de term bedacht heeft, ik was het alleszins niet? Nu wordt op alle niveaus in onze samenleving de term kwistig rondgestrooid om te doen geloven dat een evenwicht tussen werk en privé dè heilige graal is van een kwalitatief bestaan en absoluut noodzakelijk is voor een gevuld en zinvol leven.  

Is dit werkelijk zo of is het eerder een bedrieglijke façade, een verleidelijke knipoog van een ingebeeld iemand die wil doen geloven dat je zelf kan kiezen waaraan je tijd besteedt, aan werken of aan leven. Waarbij werken en leven wordt voorgesteld, of als een lastige keuze of als een perfecte ‘match in heaven’.

Laat me jou een bekentenis doen, mijn werk en ik, het is geen liefdevolle relatie. Eigenlijk is het een geforceerde verhouding, een soort van gedwongen huwelijk waarin beide partners elkaar verachten, maar de schijn ophouden, voor de buitenwereld, voor de kinderen of voor het zicht van de mensen.  In mijn geval, wordt het een absurde deurenkomedie waarin de hoofdrolspelers, ‘werken’ en ‘leven’, moeite hebben om elkaar te ontlopen op een podium dat gedomineerd wordt door individualisme, fomo en geldingsdrang.

Als je er op deze manier durft naar te kijken is de work-life balance een farce die wordt opgedrongen door de maatschappij die maar niet kan beslissen of je succesvol moet zijn of toch maar moet genieten. Wie anders moedigt je aan om met een kaars in je gat vanop een yoga mat, namaste te prevelen terwijl je met wierook rond jouw hoofd loopt te jongleren met deadlines, vergaderingen, verplichtingen, e-mails, whatsappberichten en tegelijkertijd de kinderen aan je rokken hangen. Alle ballen in de lucht!

De paradox wordt nog onnozeler, want volgens de ‘work-life balance-slimmeriken’ vallen zorgwerk en huiselijke taken niet onder de noemer ‘work’.  Alsof na jouw werkdag, strijken wassen, plassen koken, boodschappen doen, voor de kroost zorgen, gewoon een kalmerend ritueel is dat de balans herstelt. Alsof het opvouwen van de was of de vaatwasser leeghalen het stressniveau op zulk een manier verlaagt dat het dat beklemmende gevoel van constant drukte wegneemt.

Ik heb het dan nog niet eens over de bittere ironie dat alle activiteiten, nodig om de economie draaiende te houden, gebeuren in wat maatschappelijk gezien onder de noemer ‘life’ valt. Ga maar na waar, wanneer en waaraan en jij je zuur verdiende centen spendeert?

Leven, we zijn het gaan zien als een korte pauze tussen twee werksessies, waarin je gedreven door fomo geacht wordt snel te schakelen om nadien, zo efficiënt als mogelijk, op adem te komen, alvorens de stompzinnige realiteit van het werk je weer inhaalt. Velen doen verder, snel en jachtig maar eveneens mak en gedwee, niet precies wetende wat hen drijft, terwijl het echte leven snel wegvloeit als zand in een zandloper die nooit meer kan worden omgedraaid.

Work-life balance, een tang op een varken, een groteske vertoning die probeert te doen geloven dat je in controle bent, maar ben je het nog wel?

Een liefdesbrief anno 2023

Veertig jaar geleden waren normen en verwachtingen rondom romantische relaties anders dan vandaag. ‘Ik vraag het aan’, ‘een onhandige kus’, ‘ongevaarlijk ‘tetteke-reus’ en ‘stiekem hopen op iets meer’, dat was het. De kans om meegesleurd te worden in #Me-too-horror was onbestaande.

Daten anno 2023 is ‘tricky business’. Om vandaag Me-too-safe te daten zal het er in mijn hoofd ongeveer zo aan toe gaan, toegegeven het zal wel aan mij liggen. Onderstaand briefje zou een liefdesverklaring kunnen zijn mocht ik vandaag 17 zijn en ik van de gas zou gepakt zijn.

Hoi,

Ik hoop dat dit briefje u in de beste staat van welzijn bereikt. Met het oog op de huidige complexiteit van daten en afspraakjes, voel ik de noodzaak om mijn bedoelingen op een respectvolle en duidelijke manier kenbaar te maken.

Ik ben geïnteresseerd in het verkennen van een romantische connectie met jou en zou graag de mogelijkheid willen onderzoeken of de kans bestaat om elkaar beter te leren kennen. In overeenstemming met de moderne maatschappelijke verwachtingen, hecht ik veel waarde aan wederzijdse toestemming en respect voor persoonlijke grenzen.

Met het allergrootste respect voor jouw waarden en grenzen benader ik je dan ook via deze weg met mijn nederig aanbod voor een diepgaande en intieme verbinding. Een connectie, gebaseerd op alle principes van wederzijdse toestemming en op het allerhoogste respect voor jouw persoonlijke autonomie.

Als kandidaat voor de rol van ‘Uw Geliefde’ ben ik me terdege bewust van het belang van al deze aspecten in de uitbouw van een mogelijk relatie. Ik heb de vurigste wens om een veilige en ondersteunende omgeving te creëren voor al onze intieme ontmoetingen, maar nooit of te nimmer zullen ze kunnen plaatsvinden zonder uw impliciete en niet mis te verstane instemming en toestemming.

Jouw persoonlijkheid, als ik je die mijn eerbied mag toewijzen, is voor mij als een zeldzame bloem die alleen kan bloeien onder de meest gunstige omstandigheden, in klamme, zachte potgrond. Je glimlach is als de zachtste streling van een zomerbries op een frisse avond, die de lente van mijn ziel doet ontwaken. Je aanwezigheid een kunstwerk, even oogverblindend, nederig als breekbaar in mijn nabijheid.

Mijn ontembaar verlangen naar een intieme connectie met jou is als een dans van twee zielen, synchroon, passioneel en harmonieus, zoals twee bedrijven die samensmelten voor een strategische fusie zoals in een relationele joint venture waarbij twee inspirerend emotionele krachten samenkomen om een ongeëvenaarde eenheid te creëren. Elk moment van ons samenzijn zal met de grootste egards worden gekoesterd, en elke stap die we zetten zal in overeenstemming zijn met jouw wensen en diepste verlangens.

In een wereld waarin consent en wederzijdse toestemming centraal staan, beloof ik plechtig om jouw wensen te respecteren en je grenzen te eerbiedigen. Onze intieme interacties zullen gebaseerd zijn op voorzichtigheid, op open communicatie, op wederzijds begrip en met een diep respect voor ieders persoonlijke autonomie.

Jouw comfort, hygiëne en welzijn zullen altijd mijn allerhoogste prioriteit zijn, en ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat jij ons eerste intiem moment zal ervaren als een symfonie van genot, in consent getekend met bloed en gebeiteld in steen, gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Je ‘misschien’ zal ik respectvol als ‘een neen’ interpreteren, en ‘je neen’ zal ik nooit of te nimmer als ‘een misschien’ aanzien.

Dank je wel voor de lezing van mijn aanzoek en voor jouw aandacht maar ook voor de overweging van mijn voorstel. Laten we samen proberen om een intieme relatie te creëren die dient als een toonbeeld van liefde en respect waarin we elke stap van onze reis in volledige harmonie en vertrouwen nemen. Onze liefde zal dienen als een voorbeeld voor anderen, als een lichtend baken van respect en liefdevolle toestemming in een wereld van intieme relaties en van wederzijdse toestemming, een relatie die ons beiden voldoening en vervulling zal schenken.

Met deze brief wil ik mijn intenties oprecht en transparant kenbaar maken. Indien jij ook interesse hebt in het verkennen van een romantische connectie, zou ik het op prijs stellen als we een formele overeenkomst kunnen sluiten, waarin onze wederzijdse toestemming en verwachtingen duidelijk worden gedefinieerd en schriftelijk bekrachtigd.

Ik stel voor om, nadien en onder opschortende voorwaarde van een expliciet akkoord, een meer informele ontmoeting te regelen op een locatie en tijdstip naar jouw keuze, waar we op een respectvolle manier van elkaars gezelschap kunnen genieten. Jouw comfort en welzijn zijn voor mij van het grootste belang, en ik ben volledig bereid om de dynamiek van onze interactie aan te passen aan jouw wensen en grenzen.

Met liefdevolle hoogachting,

Jan

De Man van Gwendolyn Rutten.

Vandaag heb ik de eer en het genoegen om je mee te nemen op een uiterst gevaarlijke maar spannende reis naar het hart van de natuur. Ik heet je dan ook welkom in het rijk van opvliegende sissers, in de wereld van stemmingswisselende rollercoasters en in de woestijn van koude schouders en onuitstaanbaar zuidelijke droogtes. Leun achterover en vergeet tijdens deze reis door Absurdistan vooral niet te genieten van de eeuwige strijd om de thermostaat!

Het is een bekend fenomeen dat slechts in uiterst zeldzame gevallen, vrouwen die zich aan de rand van de menopauze bevinden en hevig aan veranderingen zijn blootgesteld toch transformeren in een vuurspuwende draak.  Nochtans kan haast elke vrouw die zich in deze situatie bevindt soms de vergelijking absoluut wel doorstaan.

Beste mannelijke lezer, ofwel ben je, was je of zal je je ooit middenin een relatie bevinden met een vrouw in de overgang.  Weet dan dat overleven in deze tumultueuze tijden geduld vereist, veel geduld maar ook humor, en wel humor van een soort die droger is dan de Zuidelijke Sahara.

Neem bijvoorbeeld die van mij, de eens zo koele en kalme hippe vrouw, die de kunst van het leven verstond om in elke situatie, ijskoud haar cool te bewaren, veranderde van de ene op de andere dag in een menselijke sauna, stralend van hitte en even gloeiend als een wandelende kachel. Om misverstanden te vermijden, als ik me in deze specifieke situatie over temperatuur uitspreek, bedoel ik temperatuur uitgedrukt in graden Celsius, absoluut niet over temperatuur uitgedrukt in graden hitsigheid, want die is omgekeerd evenredig aan haar lichaamstemperatuur. Herken je jezelf in deze situatie, wees dan asjeblieft alert en op je hoede, want op elk willekeurig moment kan een ogenschijnlijk doodnormale activiteit zoals koken, tv kijken of een boek lezen, overslaan in een klimatologische revolutie waarop Greta Thunberg jaloers zou zijn.

Met een bordje in de hand waarop ‘Strejk for Klimatet’ stond, riep ze me plotseling schuimbekkend hysterisch en met ogen gevuld van wanhopige tranen, toe op dezelfde manier waarop Greta, Trump zich ongemakkelijk deed voelen: “Jij, jij stal mijn jeugd.  Nu pik je mijn seks en waarom is het hier zo koud. Waarom is het hier altijd zo fucking ijskoud!”

Dit alles gebeurde onaangekondigd op een doordeweekse avond, waarop mijn anders zo rustige alles beredenerende vrouw nu, met ogen als gloeiende kolen, als een raket uit de zetel schoot, om een tel later, met een agressieve swung de thermostaat op “tropisch paradijs” te draaien en om even later het koud geworden kersenpit kussentje naar mijn hoofd te slingeren. Ongevraagd maar vooral ongewild werd ik deelgenoot van hoe een nooit geziene klimaatrevolutie zich voltrok binnen de muren van ons eigen huis, dit terwijl door deze temperatuurverandering op de Noordelijke IJszee een ijsberg smolt en de aarde sneller opwarmde dan alle door de mens veroorzaakte broeikaseffecten.

Als je denkt de natuur te slim af te zijn door, zoals ik in de winter shorts te dragen om het koel te houden, je hebt het mis. De kracht van de menopauze kent geen grenzen. Voor je het weet heb je heimwee naar die Arctische temperaturen van een uur geleden en snak je naar een Oorlogswinter en terwijl je dit doet probeer je je badend in het zweet te herinneren wanneer je de thermostaat voor het laatst onder de 26 graden Celsius hebt gezien, het lukt niet!

Als je dit al heftig vindt, heren, “Fasten your seatbeld” en zet je schrap. Met datgene wat komt mocht ik alle emoties die bekend zijn in alle uithoeken van het vrouwelijke emotionele spectrum ervaren en dat binnen de tijdspanne van een enkel uur. Het ene moment werd ze de belichaming van Spaanse woede en riep ze een Fatwa uit over mij voor de één of andere niet vervulde maar ook niet uitgesproken belofte.  Het volgende moment barstte ze hulpeloos in tranen uit over één of ander seks-in-the-city-achtig ding op het internet. Leven met een vrouw in de overgang is alsof ik elke dag moet doorbrengen met een hysterische thuisactrice die zich voorbereidt op een Oscarwaardige prestatie. Wij weten allebei dat dit nooit zal gebeuren.

Navigeren door dit emotionele mijnenveld is als een koorddans-act boven een kuil vol alligators. Een misstap en ik zit dagenlang op de strafbank terwijl ik gewoon een stofzuiger vasthield als symbool van mijn eeuwige liefde. En dan spreek ik, deels uit doodsangst deels uit schaamte niet eens over de nachten die door de hormonenkwestie veranderd zijn in een oorlogszone die de vergelijking met de Palestijns-Israëlische zaak moeiteloos kan doorstaan.

Heb je een relatie met een vrouw in de menopauze, houd moed “menopauzende man”, sluit je desnoods op in je bubbel, blijf onder het maaiveld, tel je geld en maak de juiste keuze of je het al dan niet uitgeeft aan een minnares dan wel aan de nieuwste Ducati Desert X.

Maar vooral besef dat het altijd erger kan. Stel je je maar eens voor dat je de man van Gwendolyn Rutten bent!

Zwijg Clown. De clown is dood!

Matthew Perry dood! De wereld kijkt naar een dode acteur, naar een zotskap die te hard lachte met zichzelf en met zijn eigen onbeholpenheid. Hij alleen kent de façade. Hij alleen kent zijn strijd. Vandaag kwam zijn overlijden plots, een paar jaar geleden, had het op elk moment van de dag kunnen gebeuren. Nu is de wereld verwonderd, geschokt zelfs. Ik ben het allerminst omdat ik weet wat een langdurige, alles verwoestende verslaving in een lichaam kan aanrichten.

Nu is er verdriet en verbijstering. Er vloeien tranen voor een overleden icoon, voor een figuur dat hij zelf al lang de rug had toegekeerd. Jarenlang vulde zijn getormenteerd bestaan, zijn verwoest lichaam en zijn troosteloze aanblik, pagina’s van tabloids. Roddelbladen werden gevuld met foto’s en schandaalverhalen. De wereld lachte en er werd gespot met die zielige clown die het lachen zelf al lang verleerd was. Er werd geen traan gelaten!

De clown is dood!

Zijn dood grijpt me naar de keel. Niet omdat ik zo’n “die-hard-Friends-fan” was, niet omdat ik jaloers ben op zijn succes, ook niet omdat ik pretendeer hem te kennen, want dat is niet zo. Toch herken ik zijn ogen. Ik ken de wanhoop en de machteloosheid die hij bij zichzelf vond, waar hij uiteindelijk de strijd mee aanging en waar hij de laatste jaren moedig over getuigde. Die getuigenissen over zijn verslaving en worsteling waren hem meer waard dan de vluchtige roem die hij in zijn acteurscarrière heeft gekend. De gevolgen van zijn jarenlange verslaving zullen hem uiteindelijk toch fataal geworden zijn. De schade te groot.

Het doet me iets, want net op het moment dat de grootste oorlog met zijn verslaving gestreden leek en hij begon met getuigen over wat het betekende om verslaafd te zijn, begeeft zijn lichaam het. Alsof verslaving zelf het laatste woord genomen heeft om te zeggen, ‘We leggen je het zwijgen op, je bent een bedreiging. Zwijg clown!”

Rust in vrede … my Fellow-Friend!

Mysterieuze draden van het leven

In de stille schemering van mijn gedachten, waarin melancholie zich vermengt met verloren illusies en onduidelijke verwachtingen, begeef ik mij nog maar eens in de donkere kamer van reflectie, de plaats waar ik de ontmoeting met mezelf niet kan ontlopen.

Hier, omringd door schaduwen die de lastige en vrolijke contouren van mijn bestaan doen vervagen, word ik geconfronteerd met die ongevraagde gast die aan mijn lijf blijft kleven. Wat moet ik doen wanneer ik te weinig troost of voldoening vind in de dagelijkse dingen en wanneer die eenzame gedachte op mijn schoot klimt en me daar als enig vertrouwd gezelschap afwachtend aankijkt?

In deze kamer van mijn ziel, waarin de muren bedekt zijn met sporen van vergane dromen en onduidelijke verwachtingen, beeld ik me een gesprek in dat ik voer met mijn vertrouwde, denkbeeldige metgezel. Op deze ingebeelde plek mag hij me tot in de schaduw van mijn verleden achtervolgen en is het hem toegestaan dat hij ongestoord opduikt als spookachtige gestalte van mijn verbeelding. Hier mag hij me de meest raadselachtige dingen influisteren of me de moeilijkste vragen stellen, ik doe dat ook bij hem.

Zo vraag ik mijn dierbare metgezel wat we met mijn korter wordende toekomst moeten aanvangen. Zal ik me overgeven aan de onvermijdelijke gang van de gebeurtenissen om me te laten meevoeren zoals een bootje dat doelloos ronddobbert in de onmetelijke zee van de onzekerheid, of zal ik onbevreesd mijn eigen koers bepalen. Iets wat ik in mijn leven nog niet vaak gedaan heb, wetende dat op het einde het lot toch altijd onverbiddelijk toeslaat in dit chaotische universum?

Ik weet dat ik niet veel moeite hoef te doen om mezelf te verliezen in de nostalgie van mijn verleden waarin hoop, verlangen en passie mijn hart deed overlopen. In dezelfde intieme hersenflits durf ik mezelf eveneens afvragen wat er vandaag nog overblijft van al die vurige ambities en spannende dromen die al te vaak alleen maar in mijn hoofd hebben bestaan, als voetstappen op een strand, uitgevaagd bij de eerste vloed.

Was het angst voor teleurstelling en mislukking. Is het vrees voor het onbekende dat me doet vasthouden aan illusies van onbestaande zekerheden. Zijn het dat soort dingen die me verlammen en me doen twijfelen aan de toekomst? Misschien koester ik wel liever de herinnering in plaats van de droom, zonder echt te moeten durven, omdat ik door de privileges van mijn leven vergeten ben wat durven precies betekent.

Op momenten dat de wolken van het heden dreigend zijn, vereist durven moed en bereidheid om zekerheid los te laten en wordt het zelfs een daad van hoop en van geloof in de mogelijkheid op iets beters.

Hier in deze ingebeelde kamer van mijn gedachten, sta ik opnieuw voor de eeuwige dilemma’s van mijn bestaan. Moet ik de herinnering koesteren en me schuilhouden in het veilige bastion van datgene wat voorbij is, of moet ik de sprong wagen in de onbekende diepte van de toekomst?

Het antwoord, lieve lezer, blijft verborgen in het mysterie van het leven zelf en in de schaduwen van het onvermijdelijke. Het enige wat ik kan doen is me niet te laten afschrikken voor wat komt, erop vertrouwend dat iets me altijd zal voortstuwen, al zijn het mijn gedachten.

Het leven en hoe ik het ervaar, is een voortdurende zoektocht naar betekenis en naar antwoorden, ook al blijven ze even ongrijpbaar als de dromen die ik probeer te vangen, allen onlosmakelijk verbonden met de mysterieuze draden van het leven zelf.

Koppigheid die ik verwelkom als een oude vriend.

Iets meer dan tien jaar geleden, ik bevond me in woeliger water en stond lang niet zo stabiel en rustig in het leven als vandaag. Mijn dagen, destijds, waren een aaneenschakeling van eindeloze twijfel, angst en uitzichtloze schaamte waarin ik continu strijd voerde met de fles die me in haar omklemmende greep hield.

Het leven was niets minder dan een uitzichtloos gevecht dat ik dacht te winnen, maar waarvan ik elke dag opnieuw als verliezer de aftocht moest blazen. Elk glas werd een hopeloze poging om mezelf, en dat verdomde betekenisloze en storende leven te verdoven en te ontwijken.

Die waarheid durfde ik nooit onder ogen te zien, maar wie zijn leven in een andere richting wil sturen ontkomt er gewoonweg niet aan.

Een stem die zich ergens onder de oppervlakte bevond, fluisterde me, ‘Wie gelukkig wil worden en wil veranderen, verzet zich niet tegen het leven maar verzet zich tegen zijn duvels.’ Uiteindelijk besloot ik te luisteren.

Het heeft jaren geduurd voordat ik besefte dat mijn weerstand tegen veranderingen me alleen maar hadden uitgeput en teleurgesteld. Ik, een man die altijd koppig en vastberaden tegen de wind in liep, terwijl die bries me alleen maar mee wilde voeren naar nieuwe, ongekende horizonten.

Elke morgen begon met lege beloften aan mezelf, en eindigde met de overtuiging dat ik de volgende dag sterker zou zijn. Maar mijn verslaving lachte me uit, fluisterde bedrieglijke leugens en ik? Ik luisterde weerloos.

Veranderen is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het vergt moed en volharding, twee eigenschappen waarvan ik dacht dat ik ze miste. De eerste stap was toegeven dat ik een gewoonte had die mijn leven beheerste, dat ik vastzat in een vicieuze cirkel van verslaving en ontkenning. Ik keek in de spiegel en zag de vermoeide ogen en het verweerde gezicht van een man die gevangen zat in zijn eigen dwingeland. Het was hoogtijd om de kar te keren.

Mensen met wie ik maanden later, na dat laatste glas mijn prille nuchterheid aftoetste zeiden me dat ik ongeduldig was, dat ik te snel resultaat verwachtte. En ze hadden helemaal gelijk. Ik wilde dat de verandering meteen kwam, dat ik ’s ochtends wakker werd en dat de zucht naar de fles verdwenen was, opgetrokken als ochtendnevel in de morgenzon. Maar zo werkt het niet. De tijd, dat ongrijpbare beest, heeft zijn eigen ritme en wetten. Het enige wat ik kon doen, was me er geduldig doorheen laten dragen, door de juiste mensen en vertrouwend op mijn geduld, wetende dat elke dag zonder alcohol een stap vooruit was.

De eerste weken zonder de fles, waren een beproeving op het leven. De verleiding was er constant maar ik weigerde te luisteren. De nachten waren opnieuw gevuld met eenzaamheid, zelfbeklag en angst, maar ik wist dat ik door moest zetten. Dat was mijn enige uitweg, mijn enige hoop op een beter leven. Die andere keuze had mijn ondergang betekend.

Weken, maanden zo niet jaren later begon ik langzaamaan de schoonheid van mijn nuchtere leven te zien. De ochtenden werden helderder, mijn ogen scherper en mijn doel duidelijker. Ik ontdekte dat er meer was in het leven dan de bodem van een glas. Mijn zintuigen en mijn gevoel ontwaakten als een slapende reus, ik deed weer mee.

De tijd gaat voorbij en telt al mijn hartslagen. Hij is mijn metgezel en bondgenoot. De ene dag brengt hij uitdagingen, de andere verleidingen. Soms gaat het goed en soms gaat het slecht maar ik ben sterker, stabieler en zelf zekerder om de onzekere stroom van het leven te aanvaarden, om niet langer tegen de golven in te vechten. Ik ben een man geworden die leeft in plaats van te overleven.

Het pad naar herstel was geen rechte lijn, het was een kronkelende weg met ups and downs. Maar ik weet dat ik nooit meer terug wil naar de man die ik ooit was. Ik heb geleerd dat verandering geen vijand is, maar een vriend die me de weg gewezen heeft naar een leven dat ik nooit voor mogelijk had gehouden.

En zo ga ik verder, stap voor stap, dag na dag, met de smaak van verleidingen als vage herinneringen, als een spook uit het verleden.

En ik, ik ben een ouder wordende man die het leven vastgrijpt op zijn eigen tempo en voorwaarden, zonder grote verwachtingen maar met dezelfde koppigheid die ik verwelkom als een oude vriend.

Vrijdag dertien, je bent gewaarschuwd

Op een gelijkaardige grijze, winderige vrijdag de dertiende als deze, een dag op zichzelf al vervuld met tragedie, werd ik geboren. Mijn moeder, zwaargehavend door de laatste perswee, nam me voorzichtig in haar armen en keek naar me alsof ik zojuist een spiegel had gebroken, met paniek in de ogen en met een verschrikte blik alsof ik een zwarte kat was die net onder een ladder was gelopen.

Redenen genoeg dus om me vandaag een verdoemd wezen te voelen om alle onheil en ongeluk op de rug van vrijdag de dertiende te schuiven.

Vrijdag de dertiende, vermijd hem als de pest. Blijf onder het maaiveld en vermijd oogcontact. Mocht je me ontmoeten, sluit jezelf dan op en omring je met zes geluksklavertjes. Gooi elk uur een zak zout over de linkerschouder. Verschuil je achter deuren en gordijnen met een knoflookteentje in de hand en een hoefijzer rond je nek. Huiver van bananenschillen, van ladders en zeker van zwarte katten want zij zijn vandaag de incarnatie van het kwaad en de boodschappers van het noodlot.

Ontwijk me even hard als een kogel uit een geweer, zie je me of spreek je me toch doe het dan met een angst die grenst aan paranoia.

Het leven op vrijdag de dertiende, een horrorfilm die geschreven is door het lot zelf.

Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb.

Deuntjes die lawaai overstemmen

Meningen, als goedkope drank, als pinten in de kroeg. Ze worden kwistig uitgegoten en nog sneller uitgedronken, zonder enige verantwoording voor de gevolgen, zonder enig begrip, dikwijls met een zure nasmaak.  Een straffe uitspraak behoeft geen inlevingsvermogen.

Ik heb nooit beweerd dat ik uitzondering ben op deze regel. Integendeel, ik heb heel lang meningen opgestapeld als legoblokjes, hoe hoger de toren hoe harder hij wiebelde.

Meningen zijn net als een navelstreng, denk ik.  Iedereen heeft er een, maar niemand is geïnteresseerd in die van mij. En toch sta ik hier weer te brullen op een zeepkist, schreeuwend in de woestijn, hopende dat iemand, wie dan ook, er ook maar iets om geeft. Een glimlach is al meer dan voldoende.

Ik bral, schreeuw en verkondig nog steeds mijn zienswijze met zoveel overtuiging dat ik bijna vergeet dat ik maar een amateur ben die gewoon maar wat loopt te rommelen in de schatkist van subjectieve meningen. Geen schijn van kans om ooit gehoord te worden. Mijn leven met alles wat er zich in afspeelt is immers maar een chaotische jukebox in een overvolle kroeg. Ik speel gewoon mijn deuntjes in de hoop om het lawaai ermee te overstemmen.

Toch blijf ik mijn stem verheffen of laat ik mijn vingers dansen over dit toetsenbord, in een wanhopige poging om meer ruimte op te eisen in dit tumultueuze orkest van meningen. Maar weet, ik ben geen deskundige. Ik ben gewoon dezelfde onzekere ziel, net als jij, met evenveel onzekerheid over het leven en het lot als de volgende persoon die het woord durft te nemen, met nog meer onzekerheid dan hij die zwijgt.

Dus, beste lezer, negeer mijn branie, mijn kwinkslag, en mijn ogenschijnlijk goed onderbouwde betoog. Ik ben maar een pauw die zijn staart tooit, maar de last verbergt van de veren die hij de hele dag met zich meedraagt.

Wat dan overblijft is empathie of inlevingsvermogen. In iemand anders’ schoenen proberen stappen dat is pas een delicate dans die betovert. Hem dansen is het moeilijkste wat er is. Het is als samen walsen door een mijnenveld van emoties, gevoeligheden en lastigheden. Deze tango vergt meer moed en kunde dan elkaar te bekogelen met kanonskogels, bommen en spervuur.

Dus leg je megafoon maar eventjes neer, luister wat harder en spreek iets stiller dan kunnen we elkaar tenminste al verstaan. Misschien kunnen we daar in dat moeras van verschillende perspectieven, meningen, overtuigingen en gevoeligheden een gemeenschappelijke grond vinden, van waar we verder kunnen.

Maar wat weet ik ervan? Ik ben maar een stem in een echokamer, die probeert een rustiger ritme te vinden in het lawaai van het leven.

Welke gestoorde mens schrijft nu zoiets bedenk ik me in stilte, terwijl ik op ‘verzenden’ druk. Dit nietszeggende tekstje is per slot van rekening maar een mening, mijn mening. Ze doet er niet toe!

Wat het betekent om mezelf te zijn

‘Niets wat ertoe doet is gemakkelijk’, denk je dat ik dat niet weet. Neem nu mezelf. Op een dag word ik een goede man, fatsoenlijk, liefhebbend, rustig en dan zal ik ertoe doen, ooit misschien. Maar ik ben die man nog niet. Ik ben namelijk onfortuinlijke eigenaar van een schaduwzijde die een sluier werpt over mijn aspiraties en over wie ik wil zijn. Vriendelijk ben ik niet altijd, met woorden vaak te scherp. Ik ben er te gulzig mee terwijl ik met mijn daden te voorzichtig of te spaarzaam omspring. Denk niet dat ik dat niet weet, ik zie het wel in jullie blikken en hoor het wel aan jullie zuchten.

Als ik dan tijd neem, zoals afgelopen week toen ik vanop een trap in Parijs, mezelf met wat afstand wou bekijken, voelde ik me een beetje verloren in mijn eigen kleine denkwereldje. Daar, in de anonimiteit van de lichtstad van nostalgische schoonheid, probeerde ik het onbegrijpelijk mysterie van mezelf te doorgronden. Het leek alsof ik probeerde een vrouw te begrijpen, soms kijkt ze afstandelijk en ontglipt ze me alsof ze iets achterhoudt, dan weer trekt ze zich terug in de schaduw van mijn eigen onzekerheid, luiheid, opstandigheid of koppigheid.

Op zulke momenten, wanneer woorden haperen en zinnen vastlopen in donkere hoeken of op eenzame trappen, voel ik dat ik altijd mezelf nog heb. Dan dwaal ik rond in dat labyrint van gedachten en emoties, soms verward, soms helder, meestal compleet ongrijpbaar. Het is daar op die vertrouwde plek waar twijfel en zekerheid met elkaar in conflict gaan en hun eeuwige strijd voeren, als rivaliserende minnaars op een strijdtoneel waar duistere demonen moeten verjaagd worden en waar engelen vrij mogen gelaten worden.

Telkens ik op dat plekje terechtkom, vraag ik me af of het me ooit zal lukken om die man te worden die bedachtzame woorden met zorg zal uitkiezen en zijn daden met meer compassie en daadkracht zal leiden. Niets wat ertoe doet is gemakkelijk of vanzelfsprekend. Mijn grootste uitdaging, dat ben ikzelf. Zal ik die innerlijke storm ooit onder controle krijgen? Misschien hoeft dat niet eens. Misschien is het net die worsteling die me dwingt om te blijven onderzoeken, om mezelf te leren kennen en om zo bedachtzaam vooruit te blijven gaan?

Ik ben niet perfect, verre van dat, maar ik vlucht niet meer en dat ben ik aan mezelf leren waarderen.  En wie weet, word ik zo, ooit wel een man die ik wil zijn, met zachte woorden en met krachtige daden. Tot die tijd zal ik blijven schrijven over mezelf om mijn innerlijke wereld te verkennen, en om proberen te begrijpen wat het betekent om mezelf te zijn.

Oude, grijze gazet

Door alle wensen die ik op deze heuglijke dag mag ontvangen, lijkt het erop dat ik vandaag de leeftijd van 55 heb bereikt. Nu ik me in de spiegel zo bekijk, zie ik een kerel die eruitziet alsof hij al een paar keer in de touwen van het leven heeft gehangen.

Kijk ook naar me, als je durft tenminste. Mijn haar is grijs, mijn huid is gekreukt als een oude krant, en mijn lichaam schreeuwt om genade. De rimpels op mijn gezicht vormen de kaart van mijn leven. De wegen die ik afgelegd heb kan je volgen met een vergrootglas, de reis boeiend, de bestemming nog steeds onbekend. Zelfs kortgeknipt zijn mijn haren even grijs als een vergeten gazet en met elke nieuwe dag voelt mijn lijf aan alsof het ieder moment uit elkaar kan vallen.

Je hoort het goed, ik ben nog steeds hier, nu om over mijn nieuwe ouderdom te klagen, dus laat me dat dan maar doen. Soms denk ik dat ik met mijn onstuitbare jeugdigheid en mijn nieuwsgierige geest nog steeds de wereld kan veroveren om hem naar mijn hand te zetten, diezelfde wereld die me al een paar keer een ferme boks in mijn maag gegeven heeft. Onstuitbare jeugdigheid! Echt, dat was sarcastisch bedoeld want ik voel me vandaag als dat vergeten basilicumplantje, eens fris en fruitig, nu verdroogd en verrimpeld omdat ik te lang op het aanrecht in de zon heb gestaan.

Mijn reputatie als avonturier van losgeslagen gedachten heeft me zowel bewondering als medelijden opgeleverd. Hoe zeggen ze dat? Het leven is een slagveld en ik? Ik ben al lang verslagen omdat ik niet langer in oorlog ben. Het is al goed, en als het slecht is, is het ook goed.

Het mag een wonder zijn dat ik überhaupt mijn 55ste verjaardag heb gehaald. Misschien loop ik vandaag langs de dokter om mijn hoofd nogmaals te laten checken, misschien stop ik met roken, niet zeker of ik dat wel wil. Ik zie wel. Maar één ding is wel zeker. Ik zal altijd blijven lachen, met mezelf en met de rol die ik nog steeds heb in deze tragikomische biografie van mezelf.

Dus op deze heuglijke dag en net zoals elke andere dag maak ik mijn entree met gebruikelijke flair, zeker van mijn tekst en met narigheid, zelfmedelijden en de juiste dosis sarcasme en zelfspot, als clown van mijn eigen circus.

The show must go on. Sent in the clown!

Het gezicht van een verslaafde!

In de spiegel kijk ik elke dag naar dit gezicht, het is het gezicht van een verslaafde. Het aan durven om deze persoon strak in de ogen te kijken, vergde moed, dat soort moed dat je heel diep in jezelf moet zoeken wil je het vinden. Dat was zonder enige twijfel het moeilijkste wat ik ooit in mijn leven heb gedaan.

Die confrontatie met mezelf aangaan, heb ik veel te lang uitgesteld. Ik danste eromheen zoals een bokser rond zijn uitdager danst om de fatale uppercut te ontwijken. Uiteindelijk werd ik toch met een genadeloos, fatale mokerslag definitief tegen de touwen geslingerd.  Pas later drong het tot me door dat ik om uit de meedogenloze klauwen van de drankduivel te blijven, ik voorgoed uit de boksring moest blijven.

Decennialang heb ik gedronken. Ik kende geen maat.  Als vluchteling van mezelf verdoofde en onderdrukte ik de realiteit met de vertrouwde roes en deed dat zolang tot ik mezelf tot aan de rand van de afgrond had geduwd. Ik sprong niet maar keek wel in de duisterste put. Het heeft weinig gescheeld.

Door de fles werden mijn karaktergebreken en mijn kleine kanten louche figuren die me overal schaduwden. Ik werd impulsief, roekeloos, en handelde zonder na te denken over gevolgen. Mijn onverzadigbare dorst naar sensatie en opwinding leidden me naar gevaarlijke situaties of lokten ze uit, zowel fysiek, mentaal als emotioneel. Ik wist dat ik grenzen moest stellen, alleen ik wist niet hoe. Immers, mijn koppige, eigenwijze en verslaafde brein fluisterde me steeds opnieuw toe dat ik ze niet nodig had. “Maak je geen zorgen, het is niet zo erg, jij kan wel stoppen, als jij dat echt wil.” Tot ik tot het tragische besef kwam dat ik dat niet meer kon.

Ik schaam me niet voor mijn verleden, wel voor sommige details ervan. Vandaag is het tien jaar en een dag geleden dat ik mijn laatste glas gedronken heb en ik in de kelder van mijn ziel de moed en de kracht vond om niet langer naar het eerste te grijpen.

Iedereen die me een beetje kent, zal het beamen, “Jan is recht door zee, hij heeft het hart op de tong”. Het is helemaal niet ondenkbaar dat ik jou met mijn kwetsbare openhartigheid beledigd heb en dat misschien soms nog doe. Geen zorgen, het is jouw weerstand die je toespreekt, maar jouw verzet is niet mijn kompas.  Ik laat me niet meer sturen door andermans oordeel. Dat deed ik vroeger en zie waar het me gebracht heeft. Stilte is niet langer mijn motto, toch zal ik jou nooit verwijten dat je denkt dat je onoverwinnelijk bent en dat je vermoedt dat het jou niet kan overkomen. Ik deed het zelf zo lang!”

Toch ben jij niet de eigenaar van mijn verleden. Dit verhaal en de donkere hoofdstukken van mijn biografie behoren enkel mij toe. Ze werden een voor een geschreven uit noodzaak om het heden te kunnen waarderen en om mezelf graag te leren zien, al gebeurt dat soms nog als manke koorddanser op een wiebelende koord. Vandaag sta ik sterk en stabiel, althans sterker en stabieler dan vroeger. Hopelijk doe ik dat morgen ook, maar de toekomst bestaat niet. Daarover zal ik geen uitspraken doen of er onzekere beloftes over maken.

De greep van een verslaving en mijn inzicht discrimineren niemand.  Het mag allemaal publiek bezit worden. Ik weet dat ik verslaafd ben en dat altijd zal blijven. Dat was vroeger zo, dat is vandaag zo en dat zal zo zijn, alle dagen die ik op deze aardkluit doorbreng.

Maar schaamte hoort daar niet meer bij. Ik en andere lotgenoten hoeven ermee niet gestigmatiseerd te worden. We hoeven niet als zwak neergezet te worden, want zwakte is ons etiket niet, zeker niet het mijne.

Dus hier sta ik nogmaals op om te spreken. Wat tien jaar geleden als een angstaanjagend avontuur begon, groeide uit tot een overtuiging, mijn overtuiging. Het hoeft de jouwe niet te zijn. Toch roep ik op deze verjaardag met mijn hart in mijn handen en mijn ziel op jouw schoot heel luid dat verslaafd zijn levens verwoest, niet alleen levens van verslaafden maar ook die van hun families en geliefden.

Na tien jaar besef ik dat mijn misbruik een dwaalspoor was naar grootsheid en naar (maatschappelijke) aanvaarding, eigenlijk was het gewoon de gemakkelijkste dekmantel voor mijn innerlijke onzekerheden. Ik vluchtte voor mijn zelfbeeld, voor mijn angsten en voor de confrontatie met mijn ware ik.  Voor zelfacceptatie was geen plaats. Daarvoor stond de fles in de weg, de fles die tegelijk mijn schild en mijn gevangenis was. Ze vertroebelde zo hard mijn zicht dat ik mijn innerlijke demonen niet meer herkende en door het waas niet meer zag wie ik werkelijk was.  Zwakheden en gebreken werden een vertrouwde jas als onderdeel van mijn duistere schaduw, altijd aanwezig maar zelden volledig erkend. Tot het tij keerde en ik ze allemaal recht in de ogen keek.

Met dit berichtje gooi ik nogmaals mijn masker af. Daardoor kies ik ervoor om niet naamloos te blijven. Ik heb een verhaal en een verleden. Ik ben niet langer anoniem, want in mijn anonimiteit hield ik te lang de oplossing verborgen van het echte probleem.

Daarom sta ik hier opnieuw, open en bloot. Mijn naam is Jan.  Dit is mijn gezicht, het is het gezicht van een verslaafde!

Een merel met een levensles

“Tijd druppelt langzaam weg als regendruppels op het vensterglas”, zeg ik stilletjes in mijn hoofd tegen iemand van de aanwezigen die er altijd is.  Terwijl dauw streepjes trekt op de ruiten van het tuinhuis, zit ik aan mijn vijvertje, een kop koffie binnen handbereid en met een sigaret tussen mijn vingers, de ogen doelloos gericht op de horizon van mijn hofje.

Een merel huppelt op het gazon, met zwarte veren vochtig als het gazon zelf, nog nat van de nachtelijke dauw. Ik zie dat aan de minuscule druppeltjes op zijn zwarte verenkleed. Hij zet zenuwachtige pasjes en zijn kop gaat op en neer terwijl zijn kraaloogjes schitteren met geduldig vertrouwen. Elk stapje lijkt doordrenkt te zijn met een kalmte van iemand die zichzelf de kunst van het wachten heeft aangeleerd.

Hij wacht geduldig en zijn kopje draait af en toe met aandacht die alleen gericht is op het gazon onder hem, als een jager met een prooi in het vizier.

Opeens verschijnt uit het natte gras een regenworm, duidelijk geïrriteerd door het gehuppel boven hem.  Met een bliksemsnelle beweging die zijn wachten lijkt te belonen, duikt de merel neer. Meedogenloos vindt zijn snavel het doel waarop hij al die tijd gewacht heeft. De merel vliegt weg, de buit stevig vastgeklemd in zijn snavel.

Het gazon en de toeschouwer van dit spektakel blijven achter, met de levensles van een geduldige merel en de beloning van wachten op het juiste moment.

Wachten en ongeduld, mijn twee oude vervelende metgezellen, even loyaal als storend. Ze wijken nooit van mijn zijde. Het zijn als schaduwen die nooit echt verdwijnen en zullen dat misschien nooit helemaal doen.

Ik heb op zoveel gewacht in dit leven, op antwoorden die nooit kwamen omdat de vragen niet duidelijk of te moeilijk gesteld waren of gewoon omdat het antwoord zelf te complex was om te begrijpen.

Ik wachtte bijvoorbeeld in een kille wachtkamer bij de dokter, terwijl de klok aan de muur elke seconde van de tijd liet horen als echo van mijn ongeduld en ik mijn bange gedachten afleidde met tijdschriften vol vergeelde pagina’s.

In de winters van mijn leven wachtte ik op zomerse beloften van wilde avonturen en bedwelmende vrijheid. In de zomers verlangde ik naar rust en gezelligheid van koude sneeuwdagen. Seizoenen komen en gaan en glippen als zandkorrels door mijn handen en laten me achter met verwachtingen aan de hitte of koude of met een verlangen naar meer.

Op maandagen wachtte ik op vrijdag, op werkdagen wachtte ik op vakantie. Tijdens drukte verlangde ik naar rust en als ik me verveelde wachtte ik op actie.

Op onbeantwoorde liefde heb ik ook gewacht en misschien is dat wel het zwaarste wachten dat er bestaat. Ik wachtte op haar blik, op een gesprek, op een glimlach, op hoop. Vol ongeduld, vol verlangen en spanning wachtte ik vergeefs op die ene vlinder die in mijn gedachten zou komen fladderen om op mijn hart te landen.  Wachten op vlinders die niet op je hart landen is het ergste wat er bestaat.

En toch kwam zonet dat ene moment. Waren het mijn gedachten, was het die vlinder of die merel? Het doet er niet toe maar plots kom ik tot besef dat ophouden met wachten de grootste bevrijding kan zijn. Hier zit ik, met de rook van mijn sigaret rond mijn hoofd, terugdenkend aan al die verspilde momenten en wat ze me hebben opgeleverd.

Ze worden alleen nog een deuntje dat zachtjes speelt op de achtergrond.”

“Ik wacht niet meer! Om hoe laat komt de volgende trein, maar vooral waar zal hij me brengen?

Een roze, veel te hard knellend vrouwenkorset

Onder het oppervlak van Ken’s onberispelijke façade, waar perfectie slechts een dun laagje glanzend vernis is, gloeit zijn mannelijkheid als smeulende kolen met elke nieuwe dag heviger en heter.

Met een haarlijn strakker dan de manen van een ongetemde hengst en een kaaklijn scherper dan het scherpste scheermes vervloekt hij zijn uiterlijk als een heiligschennende ketter. “Wat ben ik hiermee, godverdomme.  Wat heb ik in hemelsnaam aan een roze Ferrari en aan een perfect uitgebouwd lichaam als ik gedoemd ben te leven zonder mijn traditionele gereedschapskist?”

Voor die ene perfecte Barbie, die hem adoreert voor zijn onberispelijke uiterlijk, terwijl zijn innerlijke drang het elke dag uitschreeuwt om veel verder te gaan dan haar roze pastelkleurige façade. Hij aanschouwt haar perfecte tieten zonder tepels en haar vormloos gewaxte kut zonder lippen, hetzelfde kunstmatige ideaal dat hij veracht maar waar hij zelf de verpersoonlijking van is. Wat moet hij ermee? Hij heeft niet eens een piemel, het grootste symbolische kenmerk van mannelijkheid.

Niets liever zou hij zich willen “losrukken” van zijn beperkingen om dat minstens drie keer na elkaar herhalen en zich zo te ontdoen van de kettingen van perfectie die hem aan zijn kunstmatig bestaan kluisteren. Wat zou hij graag leven met de ruigheid van een echte vent zonder zich te hoeven bekommeren over al die pastelkleurige grenzen die zijn verlangens begrenzen.

Daar staat hij dan, adonis der adonissen, gewaxt en gepolijst maar gevangen in een standbeeld op een voetstuk, met een Barbie naast hem als zijn onwetende gevangenismaatje. Op zijn pedestal is hij te bewonderen, zonder fysieke snikkel maar met nieuwe opgedrongen clichés en met andere stereotypen die even strak zitten als een roze, veel te hard knellend vrouwenkorset die zijn ware aard probeert te verhullen, een mannelijke aard die verlangt naar actie, ruigheid, avontuur en pure mentale vrijheid.  

In een wereld die streeft naar verscheidenheid en identiteit en waar de traditionele grenzen tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid vervagen, wordt nieuwe mannelijkheid en nieuwe vrouwelijkheid niet gedefinieerd door uiterlijke attributen. Je persoonlijkheid of authenticiteit wordt niet meer waard of groter door een gepolijste torso, door een strakke haarlijn of een scherpe kaaklijn. Je vrouwelijkheid wordt niet afgemeten aan de grote van je rondborstige tieten, aan je getuite lippen of aan je ronde billen, maar aan de kracht om tegen de stroom in te gaan en opzoek te gaan naar jezelf.

Onder het gepolijste uiterlijk van elke Ken en Barbie schuilt een verborgen verlangen naar oprechtheid, naar tederheid of naar ruwheid, naar vrijheid of naar diepe verbinding, naar het verlangen om simpelweg jezelf te zijn.

Breek los van je beperkingen ongeacht de pastelkleurige wereld waarin je gevangen lijkt te zitten, zelfs als die wereld met alle kracht probeert je die beperkingen op te leggen.

Ze zijn niet echt!

En de waarheid dan?

Gisteren, een Belgische zomerdag van dertien in een dozijn.  De zwaarwegende vochtigheid zat als een slome kater in mijn hoofd te spinnen terwijl ik wegdroomde op een traag en stoffig pad van een dagdroom die nergens naartoe leidde, op zoek naar iets dat ik niet kon benoemen en mogelijks niet eens bestaat, de waarheid!

Was het die discussie over ‘de paradox van de waarheid’ en de gedachtenuitwisseling die we er laatst over hadden en als een vochtige bries door mijn gedachten bleef waaien die me op deze stoffige weg hadden gezet? Waren het die filosofische wijsheden of de alomtegenwoordige uitspraken die als een onzichtbare ‘Vrouwe Justitia’ met haar strenge blik overal op de loer ligt, gereed om al mijn innerlijke gedachten af te wegen en te analyseren op de weegschaal van eerlijkheid en rechtvaardigheid.

Waren het die ingebeelde filosofische rechters die als poortwachters hun vonnis vellen over mijn ingetogen monoloog en over al mijn innerlijke overwegingen, die me in deze rusteloze dagdroom hebben ondergedompeld?  Stel me de vraag niet want een antwoord heb ik niet, wat ik wel weet is dat zelfs oude, alom geprezen filosofen die ooit dicht bij de waarheid stonden, zichzelf ook wel eens tegenspraken. Neem nu Boeddha een denker die een leven lang waarheden en wijsheden uit zijn druivelaar schudde.

Gezeten onder de schaduw van een of andere kromgebogen levensboom, sprak hij ooit de gevleugelde woorden, “Verlangen is de wortel van alle lijden.” Ik laat de woorden tot mij doordringen, wie ben ik om ze te betwisten? Ik wil ze wel accepteren.  Soms is het beter een verwachting op te geven om er een verlangen mee te kunnen vervullen, bedenk ik me. Maar zoals elk onopgelost raadsel blijft knagen, duikt plots een andere uitspraak op uit de schatkist van zijn levenslessen. “Doorgrond en begrijp eerst je eigen verlangens.” Daar zat ik dan midden in de tweestrijd van mijn gedachten. Hoe kan ik mijn verlangens doorgronden als ik ze tegelijkertijd moet loslaten?

Is dat niet hetzelfde als tegen iemand zoals ik zeggen dat ik moet stoppen met hunkeren naar een glas wijn, maar tegelijkertijd moet proberen begrijpen waarom ik soms kwijl bij de gedachte eraan?” Dat is advies, waarbij de naald van mijn innerlijk kompas alle richtingen aanwijst behalve dat van het nuchtere Noorden.

Om bij de beeldspraak van dat kompas te blijven en om het allemaal nog een beetje ingewikkelder te maken, voegt Boeddha eraan toe.

“Verlangen, mijn vriend, is als een kompas zonder naald. Begrijp eerst je eigen noorden voordat je anderen de weg wijst.”

Deze zin voelt eveneens aan als wijsheid waarbij ik me als nederige onwetende gerust wil neerleggen. Tot een andere uitspraak in de lucht geworpen wordt en de oorzaak is van al mijn verwarring.

“Je identiteit en het zelf is een illusie, het zelf is een schaduw die verdwijnt in het ochtendlicht. Volg je pad, maar zwaai niet met je schaduw.”

Een frons trekt diepe groeven op mijn voorhoofd en een lach ontstaat op mijn mond wanneer ik deze wijsheden in omgekeerde volgorde lees, om niet gezegd te hebben dat mijn verstand ervan knettert tot een kortsluiting.  Hoe kan ik begrijpen wie ik ben, mijn pad volgen en mijn schaduw omarmen als mijn identiteit en mijn zelf een illusie is? Hoe kan ik zoeken naar mijn noorden en tegelijkertijd vaststellen dat het kompas er niet eens is?

Deze Belgische zomerdag van dertien in een dozijn is duidelijk niet de dag waarop de filosofische puzzels van het leven worden opgelost zelfs niet met Boeddha in persoon als partner in crime. Toch vind ik in zijn tegenstrijdige uitspraken een spiegel van mijn eigen complexiteit die ik mijn waarheid mag noemen, wetende dat zelfs de grootste verlichte geesten een vleugje menselijke sprankeling hebben en af en toe in onbegrijpelijke raadsels spreken.

En de echte waarheid dan?  Laat ons het daar een andere keer over hebben.