Categorie: Zelfkritisch

Rosse centen

kendrick-outline-gaussian-blur-humble-kendrick-lamar-composition-screenshot2metropolis-movie-copy

Ik wind me wel eens op over mijn saaie alledaagsheid. Over de traagheid der dingen ook wel of over mijn verwaande zelfingenomenheid.  Bijvoorbeeld op vrijdagavond aan de kassa van de Colruyt.

Een hele volledige week hebben zij tijd om hun incontinentie-inleggers te kopen. Waarom moet dat zo hoognodig tijdens het winkelspitsuur? Op vrijdagavond nota bene tijdens het enige uitgelezen winkelmoment van de werkende mens? Ik ben trouwens zeker dat in hun “spinneke op de cour” nog 2 pakken pamperbroekjes liggen die de thuisverzorging wekelijks voor hen beiden voorziet. Een kleine conservendoos erwten en wortelen hebben ze ook in hun, voor de rest haast lege winkelkar liggen.  En 100 gram voorverpakt gerookt vlees.  Want dat is goed voor de cholesterol. Alsof dat er nog iets toe doet op die leeftijd.

Gelukkig speelt mijn sluimerend geweten op en berispt me tijdig mijn verwaande onverdraagzaamheid. 2 paar grijze rimpels trekken samen tot een ontwapenende glimlach wanneer ik zeg: “steek maar voor hoor. Jullie hebben bijna niets.”  Ik beklaag mijn keuze maar verdring mijn zenuwachtige ongedurigheid wanneer het verrimpelde besje met haar bijeen gespaarde rosse centen de 8 euro 59 cent probeert te betalen maar de tel kwijt raakt. “Neen madam, die kortingsbon geldt enkel maar bij een volledige verpakking erwten en wortelen”.  Aan de kassa naast mij, is de jonge moeder die met een overvolle kar aanschoof aan de langere wachtrij al aan het betalen.

Met het donsdeken tussen mijn benen draai ik me paar uur later nukkig om omdat mijn plan om snel uit mijn werkmansbroek te schieten plots botst op onvoorziene vermoeidheid.  Wellicht ook op mijn naargeestige weerspannigheid.

Draaien en keren doe ik nog zeker een uur lang.  Net zolang tot die mug haar aanvalsplannen opbergt omdat ik me uiteindelijk toch heb ingewreven met die citronellastick. Een keuze die ik zo lang uitstelde omdat ik onverhoeds nog hoopte enige progressie te kunnen maken met mijn eerste offensief. Deet en citronella zijn dan compleet uit den boze omdat die zeker andere noodzakelijk lichaamsgeuren en liefdessmaken verstoren en onderdrukken.

Uiteindelijk val ik toch in slaap. Een veel te lichte alerte slaap die waakt over de kop opstekende lust en drift. Je weet per slot van rekening maar nooit.

Ik droom van Copernicus en Ptolemaeus.  Ze lopen in mijn verzonnen nachtverhaal te bekvechten over of dan wel de zon of de aarde zich in het centrum van het heelal bevindt.  Over de éénparige cirkelbewegingen raken ze het nog net eens, echter niet over waar rond de hemellichamen en de sterren draaien. De aarde?  Of de zon?

Over één ding zijn ze het wel eens. Ik ben het niet. Het draait niet allemaal rond mij. “Jij leeft misschien wel een dégoutant luxeleven maar je bent niet centrum van het heelal of van de wereld”: berispen ze beiden me mijn verwaandheid. Net op dezelfde manier zoals ook mijn geweten dat deed een paar uur eerder aan de kassa van de Colruyt.

 

 

 

Ik pruts aan de mal van mezelf.

Hoe steviger ik mijn hand dicht knijp om dat losse zand bij te houden des te sneller het weg vloeit. Tot er maar een paar korreltjes meer achterblijven.

0e9d8548b2efc7b0a580796870548019_medium

Het denken, doen en laten van mensen. Ze willen begrijpen, veranderen en controleren. Het houdt me heel ver weg van mezelf. Beschouwen, oordelen en vonnissen daar ben ik goed in. Ver weg van mijn eigen spiegelbeeld bemerk ik heel scherp het vlekje welke jouw gezicht ontsiert.

En dan ben ik me kwijt. Helemaal verloren in de opgehoopte speculaties, oordeelvellingen en taxaties van anderen. In mijn hoofd staan jullie te dringen voor mijn aandacht en mijn mening. In rijen achter elkaar. Soms geduldig ordelijk, vaak onbeleefd en opdringerig. Jullie versperren mijn weg en duwen me van mijn pad zelfs al weet ik niet waar ik naar toe ga.

En dan wil ik onvindbaar verdwijnen. Doelloos afwezig worden en op zoek gaan naar wat rust. Ergens, nergens.

Wanneer zal me dat lukken? Waar ben ik me verloren en waar vind ik me terug? Hoe laat ik alles los wat me tegenhoudt in de zoektocht naar mezelf?

Hoe en wanneer ontvouwt de vlinder zich uit de pop die me verborgen houdt?

Ik weet wel dat het niet gebeurt door me met jou te vergelijken of door te trachten te beheersten wat jij denkt. Datgene wat jij van mij denkt is niet van mij maar van jou. Ook weet ik dat de comfortzone niet dat plekje is waar magie gemaakt wordt en dat ik zelf mijn beperkende overtuiging ben in het excuus dat ik bedenk om iets niet te doen of te worden.

En dan begin ik te prutsen aan mezelf en schrijf wat gedachten op. Mijn innerlijke stem begint dan te roepen en te tieren en wurmt zich in een nauwe spleet een weg naar buiten. Vingers tokkelen snel en spuwen alles er uit. Ik laat los wat niet bij mij past en ontdoe me van het ballast dat mijn reis verzwaart. Kaf apart van koren.

En dan tracht ik het zaakje blauw-blauw te laten. En is dat dan zwak? Of net sterk? Moet ik toch het gevecht aangaan dat niet te winnen is? Of blijf ik niet beter uit die boksring om nog wat aan mijn details te prutsen zodat ik straks beter pas in de mal van mezelf.

Selvportrett mellom klokken og sengen, 1940-43

Egel zonder stekels.

Liggend-naakt-tekening-opus-09t16

“Als er iets is wat je echt zou willen doen? Gesteld dan, dat alles mogelijk was. Wat zou je dan gaan doen?  Waar zou jij de dagen mee vullen? Waarvoor zou jij kiezen?”

En ze keek me afwachtend zwijgend aan.

De stilte die ik uitsprak portretteerde me heel naakt en bloot.  Ik wist het niet. Mijn fantasie liet me in de steek want en ik kon geen enkel zinnig antwoord uitdenken op de eenvoudige vraag die zo levensbelangrijk is.

“ Wat wil ik doen dat ik het zo leuk vind dat ik het de hele dag zou willen doen?”

Die vragende frons waarmee ze me bezorgd aankeek inspecteerde mijn onwetendheid en ik meende een glimp van niet gespeelde compassie op te merken.

Was het haar oprechte bezorgdheid die me deed ontwaken om de queeste naar mezelf aan te vatten?  Ik weet het niet helemaal zeker en het doet er nu niet veel toe.  Ik gok wel dat ze me met die ene alles omvattende vraag had wakker gemaakt.  Alsof het warme donsdeken waarin ik lui was weg gesoesd plots, compleet onverwacht van mijn slapende lijf werd weg gerukt zodat ik bibberend koud en onbedekt achterbleef als een kale egel. Ontstekeld en onbeschut.

Nu, nadat de mist is opgetrokken zou ik antwoorden: “Ik wil schrijven. Verhaaltjes.  Over mezelf. Ik wil het spoor bijster raken in de wereld van mijn fantasie. De wereld van mijn emoties en gedachten. En dan wil ik me ontdekken en verbaasd staan kijken wie ik bezig ben te worden. Ik wil me laten wankelen en doen omvallen.  Om dan opnieuw gedecideerd recht te krabbelen. Mezelf verwarren, om dan te zien dat al wat ik zo zorgvuldig heb uitgedacht als een kaartenhuis omver wordt geblazen om het later opnieuw te proberen. Op een andere manier. Juister…  hopelijk.”

“Niet voor al die mensen die me beschimpen of betwijfelen maar voor mezelf.  Voor mijzelf.  De vertrouwde controle een beetje gelost, om zo bewust en nieuwsgierig af te dwalen van het bekende pad om te ontdekken wat er nog allemaal is.”

“En ook een beetje om te tonen dat ik misschien iets kleins, leuk of grappig pakkend te vertellen heb. Dat er nog een pijl op mijn boog zat. Tegen mensen die het willen horen.

Vertelseltjes zonder pretentie of ambitie, gewoon verhaaltjes over dingen die me bezighouden. Dingetjes, fait divers om even bij weg te dromen”

Daarvoor dop ik elke week met plezier mijn pen in de inktpot om dan met veel krulletjes uit te leggen dat ik graag een kale naakte egel ben omdat ik mijn stekels niet meer zo nodig heb… Hopelijk word ik niet platgereden.

Gisteren en morgen in vandaag.

IMG_1109

Als ik eens…
Had ik maar..
Wanneer ik later…

Vaak begint terugblikken op wat voorbij is of vooruitkijken naar wat nog moet komen met deze oncontroleerbare gedachten. Had ik maar… Wat als?

In die gedachtenwereld glijd ik dan soms weemoedig of vervuld van spijt, vol zelfbeklag af in scripts van mijn oude films. In zwart witt prenten vol romantische scenes en spannende verhaallijnen word ik mee genomen met oude bekende figuranten. De acteurs zeggen of doen steeds verkeerde dingen, want zo gaat dat in zwart-wit films maar op het einde komt altijd alles goed. Af en toe krijg ik de hoofdrol of figureer ik op de achtergrond, onbelangijk.
Op die nachtelijke hersenwandelingen dwaal ik dan af in een geschiedenis die ik wil herschrijven. Ik zou dan liefst het draaiboek van het filmscript veranderen terwijl die al in de zaal wordt gedraaid.

Scene 8: “Jan doet stomiteiten. 23 jaar” / take 7. CUT!

Wanneer ik mezelf dan niet eens vastrijd in een voltooid, verleden geschiedenis zit ik wel strop in onrealistisch veel te ambitieuze toekomstplannen.
In mijn, als-ik-straks-euromilions-win-scenario haal ik dan mezelf scherp voor de geest. Ergens dichtbij een hagelwit strand, dobberend op een bootje. Vislijn of hangmat binnen handbereik. Jij loopt of hangt daar ook wel ergens rond slurpend aan fris drankje, bloemenkrans rond je nek.

Deed ik het allemaal wel een beetje goed of juist?
Zat er niet meer in? Had ik niet beter dit …. of zal ik later, als ik een beetje groter en wijzer ben niet beter?

Vandaag, 20, 30 of 40 jaar later, net ontwaakt uit mijn romantische-zielen-droom en neer gedaald tot de realiteit van de dag, ken ik sommige antwoorden wel al beetje maar vraag ik me af of de vragen er nog wel toe doen?
Laat je een herstelde achilleshiel niet best ongeroerd wanneer hij eens pijnlijk opspeelt als het weer verandert. Als er onweer voorspeld wordt.

Ben ik er wel gebaat mee alle antwoorden te kennen?
Zou ik dan? Zouden we dan? Zal ik dan op een andere manier… ?

En dan bedenk ik me dat afdwalen in mijn gedachten me maar afleidt van waar het moet over gaan en dat is vandaag. Nu. Het moment. Nu is het te doen.
Ik speel wel met de kaarten die me zijn toebedeeld. Abondance of miserie op tafel. En als er niemand vraagt, ga ik wel alleen… voor 5, de overslag meegenomen.

De geschiedenis is geschreven en verandert niet meer tenzij in slechte amerikaanse jaren 80-films met Marty Mcfly en Doc Brown.  De toekomst? Dat zien we nog wel.
Maar wacht, als ik morgen de lotto win. Als ik straks in pensioen ben…of als ik later wanneer ik eindelijk groot ben … dan…   dan misschien?
Je zal wel zien….

Op je gemak met een leugen of gekwetst door de waarheid?

18839412_10158763873430191_6298620339056851423_o

Sprak ik dan wel altijd de waarheid?

Wanneer die vraag juist bij mij aanklopte deze week, weet ik niet meer precies. Ik kan me ook niet voor de geest halen welk feit of gebeurtenis de aanleiding is geweest voor dit hoofdwerk.

Was ik er maandagnacht, tijdens die nachtelijke hersenwandeling al mee bezig?

Toen ik pufferig, bezweet wat verkoeling probeerde te vinden onder de lichtjes-sterrenhemel?

Toen ik bedacht dat ik mijn dochter, eerder op de dag, zonder enig resultaat overigens, had proberen overtuigen dat ik echt maar 3 bollekes mokka-ijs had genomen waardoor zij het moest stellen met het resterende wat saaiere vanille-ijs.

Ik had me, het aantal-bollen-vraagstuk vakkundig omzeilend, gemakkelijk autoritair van af gemaakt door te zeggen:

“Doe er maar wat chocoladesaus en wat van die zoete dip-bollekes over of neem er een galetteke bij”.

Alsof ze dan niet zou denken dat ik die liter mokka crème had opgelepeld?

Of was het misschien woensdag geweest? Toen ik ogenschijnlijk geïnteresseerd “goed, goed”:  prevelde terwijl ik, eerlijk gezegd, de vraag niet eens had gehoord omdat al mijn aandacht werd opgeëist door een uitgesponnen flirterige internetbabbel met veel te aantrekkelijk vrouwvolk.

In haar plaats zou ik wellicht gedacht en gezegd hebben:

Stel me niet op mijn gemak met een leugen maar kwets me maar met de waarheid”.

Maar dat deed ze niet. Wellicht, omdat ze weet dat ik altijd wel wat rondhang en loop aanzeulen met aantrekkelijke internetvrouwen die mijn veel te goedkope aandacht mogen opeisen omdat ik me dan even doctor Phil of Oprah Winfrey kan wanen.

Het zou ook die alles onthullende bekentenis kunnen zijn van dinsdagavond. Toen een van mijn praatgroep-kompanen in een niets-verhullende getuigenis zijn zware rugzak leeg kieperde en zo zijn zwartste kweldemonen liet ontsnappen waardoor er weer wat ruimte vrijkwam op zijn drukke hersenspeelplaats.

En dan hoor ik mezelf nog op eigenwijze en moraliserende toon berispen:

“Het is veel beter om eerlijk onder ogen te zien dat je het zelf niet altijd bent dan te zeggen nooit te liegen en je zelf wijs te maken dat je altijd de waarheid spreekt.”  

Ze moesten daar eens weten…

Dus sus ik mezelf maar wat en geef ik me ook maar een bemoederend schouderklopje. Een speekmedaille, omdat ik denk dat als ik al begin te twijfelen aan mijn eigen eerlijke oprechtheid ik mogelijks toch al op het juiste spoor zit om straks mijn eigen rugzak wat lichter te kunnen maken.

Hautain…

 

truthcannon_verwaande_ongefilterde_humor_klembord-rad4d7f57dc5e4af78d5c97d78ef7411c_inck9_8byvr_324

Ja ik ben onzeker…

Beter… ik ben heel onzeker!

Erger …  ik snap er eigenlijk niks van!

Nog steeds niet.

Ik versta er het meeste van de tijd geen jota van. Het leven?

En dan zie ik me spartelen als een vis op het droge, happend naar wat houvast.

Je zou de illusie kunnen hebben dat wanneer ik me dan weer eens ogenschijnlijk gedecideerd, grof gebekt uitlaat en fors, kordaat standpunt inneem ik het allemaal wel weet.

Het is niet omdat ik “zwaarwoordig” probeer uit te pakken om je te imponeren dat ik niet onzeker zou zijn en dat ik de wijsheid in pacht zou hebben.

Het tegendeel is eerder waar.

Het is net omdat ik steeds de oorzaak zoek bij jou en volmondig commentaar geef over de manier waarop jij naar de dingen kijkt. Of beschimpend en neerbuigend ben over hoe jij je uitlaat dat ik mijn “niet weten hoe..”, leep probeer te maskeren.

Het is net omdat ik je, luid mijn stem verheffend probeer te overtreffen ik het juist niet over mijn kleine kantjes moet hebben.

Als ik je overtroef, moet ik niet in mijn kaarten laten kijken en kan ik me veilig verschuilen achter lange, dure woorden tirades zodat jij wel moet denken dat ik het allemaal wel wat beter zal weten.

Waarom?

Omdat ik dan de illusie even hoog kan houden.

En zo hoop dat je denkt dat ik sterker, slimmer, sluwer of bijdehandser ben dan jij maar eigenlijk ben ik onzekerder, banger en dommer dan jij omdat jij wel durft toegeven dat je het allemaal nog niet zo goed snapt.

Chanel Allure op een aap?

hqdefault

 

“Vind je een baard mooi?”

Had je deze vraag 10 jaar geleden gesteld aan de baardige Hipsters die vandaag trimmend en knippend hun dag beginnen, had de steekproef wellicht een ander statistisch resultaat vertoond dan vandaag.

Heden ten dage laat elke zichzelf aux-sérieux-nemende hipster zijn weelderige aangezichtsbeharing staan. Of hij deed het al of hij overweegt het.  Zelfs al is het eindresultaat soms bespottelijk lelijk.

Hoewel het laten staan van gezichtshaar volgens mij eerder een krampachtige poging is om stoer, agressief of dominant over te komen, doen weelderig ontspoorde knevels mij toch eerder denken aan primaten in al hun soorten. Misschien schuilt er in elke stoer overkomende baardaap wel een bange en onzekere Hipster die op zoek is naar zelfvertrouwen en bevestiging? Wie zal het zeggen?

Maar dat massahaar er is, is ontegensprekelijk een feit al is dat er allemaal natuurlijk niet vanzelf gekomen.

Zelf heb ik geen snor, sik of stoppel en heb ik niet de pretentie baarden laagdunkend te bekijken.  Evenmin wil ik de illusie wekken dat elke baardrager een bange wezel is die zoekende is naar zelfbevestiging.

Neen, ik neem me graag zelf als schietschijf.  Als ik s’ morgens voor de spiegel sta en mezelf voor dezelfde reden als waarom de baardman zijn haartjes trimt en knipt, weer spiegelglad scheer en me vervolgens bestuif met Chanel Allure is dit zeker ook geen toonbeeld van durf, zelfvertrouwen en zelfzekerheid.

Sterker nog, als ik dan een paar minuten later mijn haar minutieus in een net-uit-mij-bed-look kneed, zal dit wellicht evenzeer als plat, meegaand, met-de-hoop-mee kunnen bestempeld worden.

En dan kan ik niet anders dan me recht in mijn spiegelbeeld aan te kijken, om me de vraag te stellen of ik wel  bewust kies voor dat geurtje.  Of ik dat hemdje zelf wel leuk vind? Of die look? En of ik me die “keuzes” niet onbewust heb laten aanpraten door de wereld rondom mij. Om er bij te horen of om deel uit te maken van de kudde.

In de zoektocht naar mezelf en in gesprekken met specialisten wordt me dan op het hart gedrukt “mezelf te zijn”. Authentiek. Maar wat betekent dat dan precies, jezelf zijn?  En klopt het wel?

Want, of we nu knippen, trimmen, scheren, smeren of alles laten staan.  Hoeveel tijd en moeite we ook steken in het opsmukken van ons omhulsel, je bent zelf toch de enige die het resultaat nooit te zien zal krijgen. Tenzij in de spiegel. Maar is het beeld dat terugkijkt dan wel betrouwbaar? Wetende dat in het spiegelbeeld van mijn vrouw de linkerborst lager hangt dan de rechter, terwijl me dat in een face-to-borsten-gesprek, nog nooit was opgevallen.

Op dezelfde manier zou ik mijn karakter kunnen analyseren en relativeren.  Of ik zou die ene negatieve eigenschap kunnen uitvergroten tot een mega wereldprobleem.  Ik zou mijn doen en laten op dezelfde manier kunnen inspecteren als waarom ik me dagelijks benevel met Chanel Allure. Om op die manier, laagje per laagje afgepeld, tot de meest authentieke versie van  mezelf te komen.

Maar zou ik daar vrolijk van worden? Zou me dat vooruit helpen?  Of zou ik me met mijn pas ontdekte, excentrieke, authenticiteit niet net helemaal isoleren?

En dan bedenk ik maar…

Ik ben goed zoals ik ben.  Het beeld al dan niet een beetje ingekleurd door een reclamespot of een trend die ik 10 jaar geleden bespottelijk zou hebben gevonden.

Laat mij maar gewoon blijven wie ik ben.  Al dan niet met de illusie dat ik  met Chanel Allure op, er voor eventjes net zo uitzie als die bruin gebrande Italiaanse Adonis uit het reclamefilmpje.

Al wil dat nog niet zeggen dat als die Chanel -Man volgende keer met baard op die boot verschijnt ik  niet een ander geurtje zal kiezen om mijn broos en onzeker ego op te krikken, want met baard lijkt het toch maar een primaat?

 

 

Een fonkelend pretlichtje of een vochtige blik

verwachting

“Eerst een peinzende frons of een diep uitgegroefde denkrimpel dan pas een fonkelend pretlichtje of een vochtig trieste blik.”

Waarom verdwaal ik toch steeds in mijn lange, diepe geesteswandelingen?

Zetten ze me op weg zetten om juister, concreter doel te bepalen of houden ze me gevangen achter tralies van uitgesponnen toekomstige scenario’s die nooit zullen plaats vinden?

Remmen verwachtingen niet af en verengen ze de blik niet omdat ik dan net alleen maar door die bril kijk die me toont wat ik wil zien? De beelden beperkt door op voorhand ingekleurde gedachten. Al dan niet binnen de lijntjes?

En dan switch ik even snel naar het andere uiterste want in mijn zelf vervullende voorspelling zal straks precies uitkomen wat ik nu in gedachten heb. De toekomstige realiteit maakbaar gemaakt. Of niet?  Op hoop van zege.

En dan kan ik maar besluiten dat ik vandaag niet uit dit dilemma zal raken …

Wat ik wel weet is dat goed gezind in ’t leven staan me helpt. Dus laat dat voor vandaag mijn grootste doel zijn. Dat is haalbaar, daar kan ik voor vandaag gerust mee verder. Dat zal lukken.  Al moet wel gezegd dat die 4 nieuwe Demeyere kookpotten die vanmorgen mee geleverd werden met de nieuwe inductie kookplaat dat niet zo moeilijk maakt.

En voor den overschot ga ik vandaag rustig verder door de dag kabbelen om te ontsnappen uit mijn gevangenis van vooroordelen en gekleurde vermoedens en ga ik de verwachtingen voor vandaag maar verder laten voor wat ze zijn.

Dat is precies wat ik van deze dag nog verwacht…

Zijn ze wel van mij?

20150929-oerblog-Loslaten-in-1-simpele-tip-01

 

Zijn ze wel van mij? Niet in de zin van ben ik wel de natuurlijke vader want daar zal over wat genetisch doorgegeven werd weinig twijfel over bestaan.

3×2 druppels hoor ik wel eens.  Zo bijvoorbeeld de oudste, die lijkt buiten fysisch gekloond ook nog al mijn fratsen nog te willen kopiëren of te overtreffen.  Dat op zich baart me niet zo heel veel zorgen. Zeker niet omdat het naderhand beschouwd met mij ook nog wel min of meer goed gekomen is.

Toch betrap ik me erop dat ik hen het verdriet, de ontgoocheling of de foute keuze te willen besparen. Maar dat plan draait meestal averechts uit.  Hoe meer ik tracht het pad te effenen om richting te wijzen des te meer lijken ze de andere kant te willen opgaan.

Toen mijn vader me op het hart drukte hoe belangrijk mijn studies waren lapte ik die raad ook aan mijn laars. Ik trok ook de wijde wereld in op zoek naar avontuur en spanning.  Dus dat komt nog wel goed.

Nummer 2 is plicht bewuster, kan doelen stellen en ze bereiken. Hij koppig als een ezel en zo hardhoofdig en weerspannig dat hij bloed van onder nagels krijgt. Wanneer hij boos is verschijnt er een fronst en dan plooit zijn gezicht in dezelfde niet mis te verstane blijf-uit-mijn-buurt-uitdrukking die mij zelf in het verleden ook wel eens parten speelde. Dus ook bij het tweede exemplaar heb ik ook zo veel meer doorgegeven dan wat initieel het plan was.

Kind 3 is de vrolijkheid zelve.  Met haar positieve creativiteit, doorzettingsvermogen, haar ontwapenende charme en het putteke in haar kin krijgt ze ook (nu nog onbewust) iedereen op haar hand, een gave mij niet geheel vreemd.

Moet ik hen niet behoeden voor? Waarschuwen tegen en proberen te voorkomen dat?  Verdriet en fouten vermijden? Richting wijzen en even voorlopen?

Maar dat duurt maar even want dan besef ik dat mijn ervaring ook  het resultaat is van een hoge berg mislukkingen en teleurstellingen. En dan besluit ik: ze zijn niet echt van mij.  Ze zijn niet mijn bezit.  Ze mogen, kunnen en moeten zelf hun weg bepalen en kiezen op welke tweesprong ze links of rechts gaan.

En als ze me vragen, hoe, wat of waar, zal ik hen wel zeggen dat het linkse pad vol wolfsklemmen en schietgeweren ligt en dat als ik het opnieuw zou kunnen doen nu het rechtse pad zou kiezen.  Om dan wellicht te zien dat ze toch links afslaan omdat ze nu eenmaal van mij zijn.

 

Dag nacht…

IMG_1587

Soms raak ik zo verstrikt in mijn getob en betrap ik me er op dat ik tijdens mijn avondlijke mijmeringen wegzak in scenario’s waarin ik ongewild en ongevraagd een hoofdrol krijg toebedeeld.
Hoe harder ik dan tracht het rustig te krijgen des te sneller springen de prikkels en impulsen binnen.
Oncontroleerbare gedachten bouwen scenario’s op die nooit plaatsvinden maar die op dat moment in alle hevigheid ontsporen en me voor enge, onoplosbare raadsels en dilemma’s plaatsen.
Op zulke momenten is er niemand die heviger verlangt naar een kabbelende beek en wat groen mos op een natte leisteen.

Maar, Ik draai en keer. Ik zucht en blaas en tracht de rust te zoeken maar vind slechts onrealistische drukte in een oncontroleerbare maalstroom van gedachten en ideeën. Nacht na nacht krijg ik de hoofdrol toebedeeld en word ik ongewild gebombardeerd tot bedenker en uitvoerder van oplossingen van de chaos rondom mij.
Fait-divers uitvergroten tot eerste wereldproblemen is een natuurlijke gave die, mocht dit een Olympische dicipline zijn, deze me zou verheven tot Usain Bolts grootste uitdager.
Overdag ben ik kalm en rustig en relativeer de relativiteitstheorie tot er enkel nog letters en cijfers resten. Dan slaag ik er in de zaken rustig en van een afstand te bekijken alsof ik ze aan mij voorbij zou kunnen laten gaan. In dezelfde film figureer op de achtergrond, neem ik afstand en minimaliseer mijn rol en verantwoordelijkheid. Analyseren laat ik aan anderen over, zoek geen schuldigen en probeer (ver)oordelen aan anderen te laten.
Overdag ben ik zo … s’ nachts ben ik de andere zoals tegenpolen die elkaar nergens lijken te vinden, zo ontegensprekelijk gedoemd om met elkaar in conflict te blijven gaan.
Het is niet anders… het ene moment van het ene te veel en op het andere van het andere te weinig en omgekeerd…
Maar misschien is het wel goed zoals het is en hoef ik me geen zorgen te maken als de ene of de andere de bovenhand neemt. Misschien ben ik op de een of andere manier wel het tegengewicht van mezelf? Misschien ben ik onbewust in balans en juist geijkt in een apart metriek stelsel?
Alleszins, ik ga er nu mijn hoofd niet over breken. Daarvoor dient de nacht. Op de een of andere manier leidt die me wel naar het juiste scenario en misschien vind ik nu wel de juiste invalshoek. In het andere geval hoef ik me er morgen geen zorgen over te maken want morgen is het gewoon weer dag.

Verstoppertje in een stoppelbaard

De verhakkelde regenpijp die aan de bouwvallige muur hing, was de uitgelezen bedotplaats omdat die enkel maar langs de voorkant kon beslopen worden.

De hoge groene regenton, de dikke beuk of het lagere struikgewas van het plansier van de verlaten boerderij waren voortreffelijke versteek plaatsen.  Hoe verder verscholen van de aftelplek hoe beter.  Zelf verkoos ik liever de gevaarlijk dicht geplaatste regenton omdat ik van daaruit de afteller beter kon bespieden en geduldig op mijn hoede kon afwachten tot hij zijn onbewaakte aftelplek verliet en ik iedereen bedot-vrij kon roepen.  Pot pot pidot.

Dat ik zelf het eerste gemakkelijkste doelwit was vond ik minder erg omdat ik met het vrij krijgen van andere verscholen zielen zoveel meer eer kon opstrijken.

8 9 10 wie niet weg is is gezien… ik kom!

Zelf riep ik van op mijn hachelijke verstop plaats om voor de hand liggende reden nooit “Kom maar”.  Dat liet ik over aan diegenen die beter strategisch beter verstopt waren omdat vanaf die kreet iedereen vogelvrij werd.

Eens wat ouder, de eeltige zielen wat meer door de wol geverfd, zijn de bezigheden en spelletjes minder onschuldig ongevaarlijk.Eens de grote liefde weggeëbd, rest vriendschap die enkel nog geldt als bezigheid waarmee we elkaar gevangen zetten in een glazen kooi van gemaskeerde oppervlakkigheid. Wie eerst spreekt, toegeeft of laat blijken ergens nog echt nog om te geven is de verliezer. Pot pot pineut.

Lusteloos verloren gewaand, trek ik dan torenhoge muren op die me weerhouden te ontsnappen aan mezelf. Achter de ton. Verborgen voor de afteller.

Maar het is een ander soort verstoppertje waar ik in tegenstelling tot het vroegere potteke stamp, vanuit dezelfde hachelijke verstop plaats juist wel wil gevonden worden om te roepen. “kom maar, hier zit ik achter de ton”. Nu wil ik wel gevonden worden in de duistere hoekjes van het holst van mezelf. Om je vrij te roepen. Pot pot pidot

En dan, als je me dan vindt, wil ik dat je zegt dat alles goed kom. Dat alles altijd goed komt. En dan wil ik  dat je me over mijn bol streelt en me en kus geeft en opnieuw die prikkelende verhalen ontdekt die verstopt zaten in de braille van mijn stoppelbaard.

Even later sta ik voor voor de spiegel en strijk de denk-en droomrimpels van de nacht weer glad en dan weet ik dat die oude kaas van gisterenavond laat nog als een blok om mijn maag ligt.

En van kaas laat op de avond ga ik dromen.

Koffie verkeerd tussen Dolle Mina’s

Ik plof neer in een fauteuille waar ik veel te diep in zak en zet mijn grote koffie verkeerd op het houten, ovalen salontafeltje. Ik overdenk even of dat retro ovalen ding wel accordeert met de rest van het interieur, maar stop met mijn gepeins omdat ik niets af weet van ovalen salontafeltjes. Rondom mij zitten mensen druk te praten en te overleggen. Hoofdzakelijk hippe vrouwen, zo valt mij op. Hoeveel tijd en moeite had het hun vanmorgen niet gekost om nog enigszins slaapdronken de fijne eyeliners minutieus uit te zetten? En doen ze dat dan eerst in ’t klad? De herfstkleuren zijn blijkbaar nog helemaal in want veel lentefleurigheid kan ik niet bespeuren. Het is er dan met amper 6° en druilerige regenwind ook het weer nog niet voor.

Het is elf uur en bestel nog een koffie verkeerd. In mijn ogen is hij toch juist want met veel gestoomde melkschuim en een beetje zoetigheid is hij volgens mij op zijn best. Verkeerd? Ze kennen er niks van al wil ik niet gezegd dat hij zwart ook niet kan.

Elf uur en ik wacht geduldig op mijn afspraak. Elf uur kwart na elf was er gezegd.

Dit lijkt het uitgelezen cafeetje voor zakelijke besprekingen of voor andere minder zakelijke ontmoetingen die er dan wel zo kunnen uitzien want iedereen is drukdoende. Niemand stelt vragen want hier wordt hard “nieuw gewerkt”, met lekkere, juiste koffie in bijzijn van sober opgemaakte nieuwe vrouwen.

In mijn hoofd overloop ik nog even de lijstjes met wat ik zou zeggen en de te mijden onderwerpen. Dat het blote-borsten- protest en het baas-in-eigen-buik-geroep van de Dolle Mina’s van destijds nu vruchten heeft opgeleverd ga ik achterwegen laten. De vrijgevochten, in herfstkleuren opgemaakte vrouwen spreken immers voor zich. Neen, ik ga aandachtig luisteren. Hooguit zal ik vragen: “wat is er toch allemaal gebeurd?” om nadien te zwijgen en haar alle aandacht te geven. Af en toe instemmend knikken zal ik wel doen. Wanneer er een voor de hand liggend standpunt moet bevestigd worden of anders hevig nee knikken als de verbazing ondersteunt moet worden.

……” Praten kan je wel mooi. En je liegt zo oprecht dat je haast zelf gelooft. Al wat je belooft maar je meent het niet echt”…..

Ann Christie of Free Souffriau? Dat kan ik niet uitmaken. De klankkleur van hun stemmen is haast identiek. Ann Christie zo verzekert Shazam me en ik geloof het….. Ze heeft denk ik wel een punt. Ze hebben alle twee een punt.

Haar silhouet herken ik onmiddellijk. Haar te grote zonnebril waar achter ze zich veilig verstopte ook. Zonder dat iemand me er attent moest op maken voelde ik al haar aanwezigheid.  Koffie verkeerd? Ze knikt instemmend terwijl ze de grote zonnebril in haar haar schuift. De eyeliner duidelijk niet eerst in het klad gezet of misschien al uitgelopen door een traan die niet langer te bedwingen was.

Wat scheelt er? Wat is er toch allemaal gebeurd?

Gelukkig was Ann Chistie er daarstraks om me op het hart te drukken dat ik nu minstens een uur moet zwijgen. Niet te praten, niet oprecht te liegen, en niet te veel echt te menen… niet te veel blablablablabla…. Wel zeker af en toe checken of er nog koffie verkeerd is…

Het alibi van de goudvis

Goed zeker? Of slecht…

Dit antwoord kreeg je 10 jaar geleden steevast toen je vroeg hoe het ging. Hoewel “ca va” toen ook nog wel een kanshebber was. Stel je die vraag vandaag opnieuw om op dezelfde ontwapenende manier aan de weet te komen hoe de zaken staan, hoor je alleen nog: “Druk, druk, druk, ja druk he!”

Druk op het werk, druk met de kinderen, druk met school, druk met de rollen, druk met het sporten, druk met de combinatie, druk bij het plassen… druk van de drukte…. druk, druk, druk.

Beladen in het gewoel om niets te missen proberen we vergeefs de snelheid van de tijd te vertragen. Maar koppig en vastberaden bereiken we het tegenovergestelde. We kiezen voor drukte en omzeilen subtiel klein geluk. De zeilen bol in de wind. 10 beaufort. Met een grote boog er omheen.

 

Als een goudvis zwemmen we rondjes in een kom. Af en toe met de snuit tegen de glazen bokaal gedrukt om er op toe te zien niets te missen.

 

In de hilariteit van de jachtigheid hangt deze luiaard dan aan zijn tak. Hij kijkt niet- begrijpend ondersteboven naar de heisa en het schowspel dat zich onder hem afspeelt.

De drukke begankenis en de commotie rondom gaan volledig aan hem voorbij. Van al die opgelegde poeha is hij al een tijdje afgekickt. Zwemmend in een zee van vrijgevochten vrijheid gaat deze goudvis een beetje tegen de stroom in verder. Volop genietend van de ongedwongenheid die hij zichzelf heeft gegund. En het voelt ge-wel-dig. Een beetje zoals zwemmen in je blootje maar dan zonder bokaal.

Maar eens wordt het voor iedereen stil, rustig en vredig en maakt de drukte voor niemand nog uit.

Hopelijk word je dan niet door je dierbaren bedolven onder tranende emoticons of word je op dat moment niet trending ge-appt over de waterdichte alibi die je jezelf gaf met de drukte van je bezigheid maar kies je nog net op tijd voor iets meer luiaard of zwemmen tegen de stroom. In je blootje.. vrij genietend…zonder bokaal.

Citroenzeste en de geestdriftige beeldenstormer

 

Het classificeren van fout gedrag onder “genetisch voorbestemd” is een geriefelijke dekmantel.  Mijn roken als een Turk en mijn drinken als een Tempelier kreeg ik zo al lang voor Tournee Minerale bestond met de pap mee naar binnen gelepeld.

Toen ik nog niet in staat was om weerspannig of tegendraads te zijn hapte ik  nietsvermoedend gulzig alle familiale mankementen van het verleden op om ze nadien over moeders schouder luid op te boeren. Zelfs hangend aan de navelstreng was de genetische voorbestemdheid al verantwoordelijk voor de kater die nu door mijn hoofd dwaalt omdat ik gisteren te veel 33-ers naar binnen goot. Net zoals mijn vader het mij had geleerd en had voorgedaan.

Lekker gemakkelijk toch? Zo kom ik met alles weg en wordt alles de schuld van  vader, moeder of den bompa die dweepte met den Duits.

Mijn gouden hart, edele geest en ruime blik zijn dan weer wel, louter en alleen het resultaat van mijn persoonlijke ervaring. Persoonlijke ervaring die zorgvuldig opgebouwd werd door de vele pijnlijke, soms genante mislukkingen. Mislukkingen die trouwens volledig toegeschreven  worden aan mijn voorgeslacht. Laat daar absoluut geen misverstand over bestaan.

Met mijn ervaring doe ik nu juiste dingen. Zo leer ik met hetzelfde gouden hart en edele geest maar vooral ook aangepord door de volgzame kudde mee te wandelen met  opgedrongen hypes. Zorgvuldig kies ik er dan eentje uit die best past en waarmee ik kan imponeren.

Zo mogen jullie mij voortaan ook als beëdigd gin(f)menger tutoyeren.

Gewapend met allerlei soorten bessen, komkommer, citroenzeste, peperbollen en kruiden die eerder passen bij de marinade van een konijnenbout dan bij een fris drankje, ging ik aan de slag. Nu brouw ik ook hippe mengsels waarmee ik kan uitpakken. Maar ook mengsels die me een paar 100 jaren geleden voor zeker tot op de brandstapel hadden gebracht.

De snobistische drankjes worden door de volgzame meute, met passende stijve bovenlip zo vlot, veelvuldig en gretig naar binnen gezogen dat hersenactiviteit enige tijd later beperkt wordt tot het hoogstnoodzakelijke minimum.

Tournee General!

Iedereen Gin!

Ad libitum!

Als deze of andere bocht dan opeens deel gaat uitmaken van een patroon of een dagelijks dieet en de roes ervan iets te gevaarlijk word. Of wanneer er door iedereen op elk scherm wat aandacht aan gegeven wordt.. dan wordt het goedje gedurende een maand afgezworen en houden we massaal een geweten zuiverende Westerse Ramadan.

Met zijn allen vasten we er dan op los dat de stukken er af vliegen en reinigen we geest en genen met water en brood. Tenzij je ook een Pascale-Naessens-dieet volgt. Dan enkel met water en wortelen, of pastinaak.

De wassende gesel doet een volledige maand lang deugd om nadien gedurende 12 maanden de vergeetput van het waardebewustzijn in te verdwijnen.  Hij komt er dan alleen nog even uit om afkeurend vinger te wijzen bij een Suikerfeest waarop mensen eveneens de overdadigheid afzweren in een zuiverende vasten.  Zij het met een donkerder tintje.

De westerse waarden bedreigd door te veel culturele gewoonten van de anderen.

Als waarden en gewoonten alleen maar gelden of alleen maar passen in een gemeenschappelijk maatschappelijk gedragen kraam, gaat deze bevlogen dwarsligger steigeren en wordt hij weer even een geestdriftige beeldenstormer die ten strijde trekt tegen de Bastille van de opgedrongen betutteling.

De mens … ik kan daar niet aan uit.

De vleeskuip

Van nature ben ik bedachtzaam op mensen. Soms zelfs een beetje wantrouwig argwanend. Zeker bij nieuwe eerste contacten.

Zoals op recepties bijvoorbeeld dan rekruteer en jureer ik zorgvuldig en precies.

Wie wel?  Wie zeker niet?

Niet geheel op het gemak kijk ik eerst voorzichtig behoedzaam de kat uit de boom en maak ik in een oogwenk uit in welke kuip het vlees behoort. Iedereen past in één van mijn 2 kuipen. De goede vleeskuip en de slechte. Over het nut van een twijfelkuip blijf ik vooralsnog onbeslist.

Één voor een passeert iedereen zonder uitzondering, spitsroede lopend, mijn ingebeelde jury. Eerst betasten mijn denkbeeldige voelsprieten snel van op veilige afstand elk detail en doen een eerste schifting. Dan besnuffel en betast ik.  Onvoelbaar en ga onvermoed verder met de in mijn ogen noodzakelijke vleeskeuring.

Onverbiddelijk mogen de luidruchtige “ik-weet-wel-waarover-ik-spreek-mensen” samen met de “ik-weet-niet-maar-ik-heb-precies-zoiets-van-mensen” elkaar gezelschap houden in de juiste kuip. De kans uitgesloten dat ze daar dezelfde avond nog uitraken.

De “ik-weet-wel-wel-waarover-ik-spreek-mensen” zijn absoluut niet mijn favoriet gezelschap. Ze praten en ratelen oppervlakkig zonder luisteren. Tonen ogenschijnlijk interesse maar zijn zelf te vaak aan ’t woord om die interesse geloofwaardig te maken. Ze willen de hoofdrol maar vallen snel van het podium. In te veel woorden zeggen ze niets. Maar zeker en vooral nooit datgene wat ze beter menen te weten omdat ze weten dat ze het eigenlijk niet weten en er daarom niet echt over spreken.

Dan heb je de “ik-doe-alles-met-een -verborgen-persoonlijke-agenda-mensen” . Je weet wel dat soort mensen. Ze praten subtiel en ogenschijnlijk geïnteresseerd. Maar heimelijk zien ze er netjes op toe dat zij zelf eerst het best bediend worden. Vlug in de eerste kuip ermee.

De “ik-heb-precies-zoiets-van-iets-of-iemand-mensen” vallen even gedecideerd ook uit mijn boot. Ik vertrouw ze niet. Mocht ik iets van iets of iemand hebben en dat was onrechtmatig verkregen dan zou ik het plichtbewust onmiddellijk terug geven. Anders zou ik het houden want dan was het eerlijk gekregen. Te mijden gezelschap. Volgens mijn wellicht te oppervlakkig oordeel althans.

Neen, als ik mag kiezen geef mij dan maar al de anderen.  En de recht-voor-raap-klinkt-het-niet-dan-botst-het-maar-mensen” natuurlijk. Die mogen allemaal, stuk voor stuk met het voordeel van de twijfel in de andere kuip.

Althans tot de eerste, “geloof me maar ik weet wel waarover ik spreek” hen in de andere kuip doet belanden.