Categorie: Zelfkritisch

50

Het jaar is nog maar 14 dagen oud en gemeende nieuwjaarswensen worden al ingewisseld voor onheilsberichten. Rampspoed voorspellingen over niet te vermijden gebeurtenissen die dit jaar zeker zullen plaats vinden.

“Je wordt 50 he dit jaar? ” Ik denk niet dat de vraagstellers op deze retorische vraag een antwoord verwachten. Maar ze zullen het wel zo bedoeld hebben dat ik me erdoor aangesproken voel. Dus knik ik bevestigend zonder deze waarheid verder uitgebreid te bevestigen of te ontkennen. Mijn paspoort liegt er namelijk niet over. Mijn grijze haren evenmin.

Met welk doel wordt ze dan wel gesteld? Om me met de neus mee op de feiten te drukken dat mijn toekomst korter is geworden dan mijn verleden? Want dat is door de gemiddelde levensverwachting toch een statistische zekerheid. Misschien doen ze het om er hun eigen ogenschijnlijk eeuwige jeugdigheid mee in de verf te zetten? Ik weet het niet.

Het feit dat ik aanstoot neem aan deze materie laat wellicht een ontluikende midlife crisis vermoeden. Dat moet het wel zijn anders zou ik me er niet zo aan storen. 50, het cijfer galmt nog na onder mijn hersenpan. Het weerklinkt in de open ruimte die vrijgekomen is door de grijze massa die er door de tand des tijds in verschrompeld werd.

Een midlife crisis is alles behalve een amusante gebeurtenis. Ik weet er geen weg mee. Voor het eerst verdenk ik mijn lichaam van hoogverraad en meineed omdat het probeert feiten te ontkennen die voor toeschouwers en getuigen niet te verdoezelen blijken. Hoewel een strakker onderlijfje de bewijslast tijdelijk kan ontkrachten, klinkt na het pleidooi het vonnis toch onverbiddelijk. 50

Opeens word ik geconfronteerd dat ik misschien sterfelijk ben en dat er niet zo veel tijd meer overschiet om oud te worden omdat alle andere mensen opeens allemaal jonger lijken te worden. Op 49 begin ik me er al zelfs op te betrappen liever een dutje te doen dan naar buiten te gaan om er iets leukers te doen. Ik maak me zorgen over wat er nog gaat komen.

Het valt me ook op dat het andere geslacht lang niet meer zo sexy is als vroeger. Toen hun aantrekkelijke lijven nog strak en niet uit proportie oogden. Het rolletje bil valt me opeens op in dezelfde slip die het tot voor kort verborgen hield. Ligt het aan mij of is het mijn persoonlijk cijfer dat mijn zintuigen op een nieuwe manier doet waarnemen? Op een helder moment herinner ik me nog precies wat seks was al ben ik niet meer zeker hoe er met een kans op succes aan te beginnen. Al wil ik dan nog wel een spannende affaire, ik ben niet zeker of ik er de tijd en de energie nog wel voor heb.

De kleine lettertjes maken me argwanend alsof er achter elke boodschap onheil verborgen zit. Al zou het ook gewoon maar kunnen dat door een leesbril de tekst minder noodlottig wordt. Opeens lijkt het alsof ik alles al gedaan heb maar ik me niet meer kan herinneren of ik het leuk vond of niet. Ik moet me gewoonweg ook meer herinneren dan dat ik het gewoon ben. Soms denk ik zelfs dat mijn kinderen al vergeten zijn hoe ik echt ben. Dat er nog wel een kind schuilt in dat omhulsel dat ouder wordt en minder aantrekkelijk oogt. Met een rimpel meer.

Toch ben ik er van overtuigd dat mijn badkamerspiegel niet altijd de waarheid spreekt en dat hij binnenkort zal ontmaskerd worden. Net zoals jullie. En dan hoop ik maar dat jullie jullie verdiende straf niet zullen ontlopen. Dat jullie zich ook in een strakker onderlijfje zullen moeten wringen. Of in een korset met walvisbaleinen. In een vruchteloze opging om er dan net zo sexy te blijven uitzien dan ik.

Schaamhaar en zeepresten

Ouders en volwassenen. Mat ze af! Put ze uit en breek hen! Doe al wat in je bereik ligt en wat je nodig acht om hen af te peigeren. Maar doe het grondig en nauwgezet. De hele dag door desnoods. Zo niet zullen ze ’s avonds niet moe genoeg zijn om er de bovenhand over te krijgen. Van jou wordt niet verwacht empathisch te zijn want jij bent een puber. Jij bent immers het middelpunt van het universum.

Ouders. Met een eenvoudig dagelijks ritueel maak je er watjes van en blijven ze in het gareel. Ze zijn maakbaar. Jij hebt de touwtjes in handen. Jij bepaalt hoe je het wil. Begin niet te vroeg en niet te laat. En maak er een levenswerk van. Later zal het opbrengen.

Ten eerste. Stel de dag zolang mogelijk uit. Van zodra ouders merken dat je wakker bent en je ongewild hun  aandacht hebt opgeëist willen ze het immers anders. Anders dan hoe jij het graag wil. Nadat je uit bed bent gerold, kunnen ze al ongewenst de badkamer binnen vallen om te controleren of je tanden poetst en haren wast. Deze vernederende daad geeft hen de controle die jij liever voor jezelf had behouden. Je schaamhaar trimmen of masturberen in het bad wordt een gesel voor je oren.

Blijf weerstand bieden. Schreeuw, stoot bemoeizucht af en weiger snelheid en efficiëntie. Zelfs al willen ze je verleiden met gebakken spek en koffiekoeken. Immers daar wordt je wakker en alert van. Mogelijks heeft voeding ook een effect op je humeur. Sta deze indoctrinatie niet toe!

Mocht je toch overwegen de stop van het bad uit te trekken vergewis je er dan eerst van dat schaamhaar en zeepresten niet mee zijn weggespoeld. Laat natte handdoeken achter. Het liefst op een bolletje in de kuip. Scheer je absoluut niet en laat je haren groeien. Liefst zo lang mogelijk.  Doorgaans worden ouders hierdoor aan hun eigen jeugd herinnerd toen ze zelf nog haar hadden. De kans is dan niet onbestaande dat ze nostalgisch of weemoedig worden. Minder waakzaam of zelfs labieler. En dat is je doel.

Probeer na je bad ook zeker onmiddellijk een Mars of een Twix.  Maar doe dat absoluut voor het ontbijt. Dit zorgt voor frustratie en wanhoop. Refuseer vanaf dan nadien elk normaal ontbijt. Zelfs al oogt dat smakelijk of gezellig. Laat je zeker niet in verleiding brengen door met suiker bedekte muesli of chocolade granen zelfs al worden deze aangeboden in een reep en lijken ze in een tv reclame echt wel lekker. Hoewel ze meestal erg zoet zijn en grotendeels uit suiker bestaan is de kans niet gering dat er vitamines inzitten. Weer deze uit je dieet en negeer fruit.  Ook in sla vorm. Eet je toch een boterham zorg dan voor voldoende kruimels naast je bord en onder je stoel. Smeer desnoods een beetje choco in de boter indien de situatie dit vereist.

Verdwijn nadien naar je kamer.  Laat er sokken, ondergoed, spelletjes en schoolboeken door elkaar rondslingeren. Dit zal volwassenen verwarren. Ze kunnen onmogelijk begrijpen dat een kamer rommelig dient te zijn.  Een rommelgrot onderdrukt jouw behoefte om ze op te ruimen en ze nadien netjes te moeten onderhouden.  Geef niet toe aan dit privilege. Wissel voldoende van scherm en vergeet nooit dat een Xbox je nooit zal verwijten dat je er tegen roept. Tenzij je het niet hard genoeg doet.

Slapen is voor bejaarden. Vermijd het, koste wat het kost. Speel, sms en lach luidruchtig.  Friemel desnoods met jezelf tot je zakdoeken krokant zijn en verberg ze nadien onder je matras. Zet je wekker ook absoluut voor je favoriete serie, zelfs al wordt deze om 4 uur ’s nachts uitgezonden op Netflix. Indien je ouders hier over beginnen zeuren verleng deze periode dan zo lang mogelijk. Want mochten ze toch uitgerust raken zouden ze morgen alleen maar nieuwe manieren kunnen bedenken om je het leven zuur te maken. Laat je niet intimideren door dreigementen en houd lang genoeg vol. Dan pas zullen volwassenen bezwijken en als eerste in slaap vallen. Dit is het uitgelezen moment om de cola en de chips die van gisteren nog in je nachtkast verstopte, te verorberen. Verberg nadien de verpakkingen eveneens onder je matras bij de rest van het gft afval.

Het is hard labeur om volwassenen onder de duim te krijgen en ze juist op te leiden. Maar indien je volhard in dit ritueel, zal je zien dat de inspanningen op langere termijn lonen.  Ouders. Uiteindelijk binden ze wel in en geven ze wel op want morgen wacht hen een drukke werkdag. En als ze niet werken moeten ze wel dingen bedenken om het voor iedereen een beetje leuk te houden. Ook voor zichzelf en met een ongelukkige puber lukt hen dat nooit.

Flipperkast

Het is een onbetaalbare luxe om zo maar 15 dagen uit mijn agenda te kunnen scheuren. Er volledig tussen uit te knijpen en er gewoon mee weg te komen. Ik besef het en ik voel me geprivilegieerd. Er bestaat niemand die het meer waardeert dan ik.

Voor mijn break zat een volledig jaar verpakt in 15 dagen. Al wat normaal over een wat langere periode gespreid wordt, zat nu tussen kortere mijlpalen op elkaar geperst. Dood en feesten met een verjaardag als apotheose.

Veel grotere contradicties zijn er niet. Al had een geboorte of lottowinst het plaatje misschien wel helemaal compleet gemaakt.  En toch is het allemaal op de een of andere mysterieuze wijze wel gelukt. Op een vreemde manier kreeg alles en iedereen wel een plaatsje en een pakje met wat warme aandacht op het juiste moment. Maar het was soms geen sinecure.

In de flipperkast van het leven sprongen alle bellen en lampjes tegelijkertijd, fel hectisch aan en uit. De ijzeren bal vloog in een onhoudbaar tempo, oncontroleerbaar over het speelveld terwijl ik als een gek flipperend dat ding probeerde in bedwang te houden. Ik kreeg door dat in dit spelletje geen plaats is voor winnaars en na een paar extra ballen en wat gratis credits hield ik het voor bekeken. Game Over. Want zo eindigt het toch steeds. Met steeds weer datzelfde irritante geluidje.

Loslaten biedt ruimte en maakt plaats voor iets anders zeggen levensprofeten. Ze hebben overschot van gelijk weet ik nu. Ik ben dan ook vast besloten in de toekomst nog meer platte rust te nemen. Gewoon doen zoals nu. Bewust niets met toegewijde ambitie tot nog minder. Om de boel terug op te laden.

Ik zal de rattenkoers koppig blijven ontlopen. Me er vast besloten ver van afwenden tot de op de laatste dag. Tot alle 15 dagen gevuld zijn met onbetaalbare onbenulligheden.  En dan zal ik mijn agenda vast nemen. Om er een volgende time-out in vast te leggen zodat ik me zelf scherp houd en niet meegesleurd word in dingen die er niet toe doen. Zoals in een zinloos flipperkast spelletje.

Alles komt goed.

2 minuten rust gun ik me nu.
Om even afstand te nemen van de drukte en het gedoe.
De voorbereidingen van zo een feest zetten altijd al mijn zintuigen op scherp.
Zal er genoeg zijn? Alle alarmbellen beginnen te rinkelen.
Zal het wel lekker zijn want zo een homp vlees bak ik niet alle dagen?
Een uur op 160 of 50 minuten op 180°?
Moelleux? Moeten die gebarsten zijn of net niet? Meus en Huysentruyt spreken elkaar tegen.
Mijn hart slaat sneller dan gewoonlijk en er vormen zich pareltjes zweet op mijn slapen. Ben ik aan ’t panikeren?

“Doe maar gewoon”: fluistert iemand. “Alles komt altijd goed.”
Ik weet dat ik dat altijd zeg als iemand door de omstandigheden in overdrive raakt.
Ik ga languit op mijn bed liggen en overloop in gedachten alle lijstjes.
Als ik gewoon doe, rustig blijf en vertrouw op mijn intuïtie zal het goed komen, zoals het dat altijd wel doet.
En als het iets te is of als net niet genoeg zal men me daar niet voor afschieten.
“Het komt wel goed.”
“Alles komt altijd goed.”

Laat je niet opjagen. Vergeet niet te genieten van de zorgvuldigheid die je besteedt aan het koken. Als je de kalkoen vult, je wildstuk lardeert of je pan déglasseert. Je doet het voor de mensen die je graag ziet.

Straks wordt de kamer gevuld met gezellige luidruchtigheid die de temperatuur van je gebraad zal relativeren. De ingezakte moelleux zal niet eens opmerkt worden.

Geniet van wat op je bord komt maar toch vooral van elkaar!
Fijn kerstfeest aan iedereen die van goeie wil is en niet vergeten.
Alles komt goed! Dat doet het altijd.

 

Geesten van het verleden.

Persoonlijk zie ik me eerder als iemand die meer vooruit blikt dan achteruit.
Ik probeer vandaag te leven. Met mijn wortels in het nu. Om niet omver geblazen te worden door gisteren.
Dat lijkt me een goede manier. Misschien is dat de juiste tactiek voor mezelf. Om te leren leven met de ervaringen uit het verleden maar met de blik gericht op wat nog moet komen.
Vooruit, met gedachten en energie gericht op de toekomst. Of op straks.

Ik ben soms wel eens nostalgisch. Op die momenten blader ik graag in een oud fotoalbum. Dan komt wel eens een beeld of een geur helder terug op de voorgrond. Maar ik bewaar geen stapels krantenartikels of schoolrapporten. Tenzij op zolder ergens in een vergeelde doos. Maar dan niet om er sentimentele herinneringen in gevangen te houden. Maar omdat ze deel uitmaken van wie ik ooit was.  En opdat mijn kinderen straks ook nog weten wie ik ooit geweest ben wanneer ik het zelf vergeten ben.
Als ik iets 2 jaar niet gebruikt heb gooi ik het doorgaans weg. Om maar te zeggen. Mijn geschiedenis is niet zo belangrijk. Ik ben er niet heel erg mee bezig. Dacht ik. Tot de laatste dagen. Tot deze week.
Deze week was een ongewone week. De stekker werd uit een verleden getrokken. Daardoor kwam ik in contact met een deel van mezelf dat ik vergeten was. Door de gesprekken kwamen herinneringen binnen die me terug brachten naar mijn roots. Of ik het wou of niet. Of ik ze wou zien of niet!
Ik kwam opnieuw op al die plaatsen, bij al die mensen, bij al die geesten uit het verleden.
Ze hielden zich wellicht al die tijd ergens stil verscholen op een plaats mij onbekend. Ergens in een klein donker plekje van mezelf. Maar ze waren er nog. Ze zijn nooit weg geweest.
De laatste dagen werd ik door de gebeurtenissen achteruit geslingerd en door de tijd terug gereisd naar al die plaatsen. Waar ik al was geweest. Lang geleden.

In een boekje bij de dokter las ik ooit. Het leven draait rond in cirkels. Ik zal zeker mijn voorhoofd gefronst hebben en zonder er verder aandacht aan te geven gedacht hebben: “Ja, dat zal wel!”
Maar als het wel zo is, helpt het misschien dat ik voor ik weet waar ik naar toe ga, eerst probeer te achterhalen waar ik al geweest ben.
Dan komt het verleden en de toekomst straks bij de volgende slingerbeweging misschien samen en worden 2 dimensies op mysterieuze wijze terug verenigd.
En dan zal ik de persoon die ik toen was misschien wel herkennen om te beseffen dat ik dat was!

Stem

Ik wil niet laten blijken dat het me soms allemaal zwaar valt.

Ik wil niet zielig zijn en al helemaal niet pathetisch overkomen. Hoe simpel zou het leven zijn als ik er oppervlakkig zou kunnen door fietsen. Zonder moeilijke vragen. Zonder antwoorden die ik niet ken. Of hoe het verder gaat of zou moeten gaan?

Ik zoek toch geen geforceerde goedkope aandacht of airtime om zo maar wat te praten? Over koetjes en kalfjes of over wat er echt speelt?
Natuurlijk stoort het me dat ik je niet op val. Dat ik helemaal radio stil en geruisloos onder jouw radar blijf manoeuvreren. Dat het voor jou gewoon niet belangrijk genoeg is. Misschien is het dat ook gewoon wel? Voor jou. Van geen enkel belang.

Dan zwijg ik ook maar. Ogenschijnlijk ook onverschillig of niet geïnteresseerd. Maar eigenlijk sta ik mezelf gewoon toe om weerloos te ondergaan en af te wachten op wat er komt of niet komt.

Als jij er mee zat had je dat toch al laten blijken? Dan was je er toch al over begonnen? Je had dat dan toch al op de een of andere manier kenbaar gemaakt. Of bespreekbaar? Al dan niet subtiel? Of met geroep en getier?

Misschien beeld ik het me allemaal maar wat in en worstel ik er alleen maar zelf mee. Dan hoef ik er jou toch niet mee lastig te vallen? Dan zit het gewoon tussen mijn oren te wachten op een verlossende bevrijding die niet komt.

Tijdverlies!

Maar die constant twijfelende innerlijke stem hoor jij niet. Die praat alleen maar tegen mezelf. Luid en klaar. Ze heeft het steeds verwijtend lang over elk uitvergroot klein ingewikkeld detail van mezelf. Maar zo geruisloos stil zodat jij het zeker niet hoort…

 

 

 

Te vroeg op vrijdagavond

Het is vrijdagavond. De fel rode cijfers van de wekker verraden de tijd. Het is 21:17u en ik lig al in bed. Misschien is het te vroeg om me al aan de nacht over te geven? Ik zit er niet mee.
De zachte regen tikt ritmisch tegen het dakraam. Ik word er rustig van.
De laatste tijd ben ik dikwijls alleen. Alleen en stil op mezelf. Soms ben ik dan ver weg en lijk ik diep in gedachten verzonken en dat is soms wel zo.
Meestal ben ik op die momenten druk aan de slag met iets of iemand wat mijn aandacht heeft opgeëist. Met de voorbije week bijvoorbeeld, die weer bol stond van gebeurtenissen waar ik jullie een mening over verschuldigd ben. Dan begin ik te analyseren. Met beschouwen en over-analyseren om dan meestal te eindigen met over-reageren.

Maar even dikwijls gebeurt er gewoon helemaal niets. Ik oog dan eenzaam of misschien triest dat is maar schijn. Ik heb dan gewoon geen zin in mensen. Geen goesting om te praten of om aan een sociale norm te voldoen. Ik wil dan geen meningen aan mijn hoofd. Zeker geen gedoe.
Op zulke momenten sluit ik me helemaal af en maak ik bewust geen tijd voor nieuws of voor jouw gedachtenwereld. Niet dat je mij niet interesseert of dat jouw dingen me niet bezighouden. Integendeel, het kost me gewoon wat veel moeite of energie om jouw geest er bij te nemen. Om hem te ordenen zodat ik hem begrijp of gepast kan reageren.
Ik tracht meestal te achterhalen wat je precies bedoelt. Hoe je het voelt en waarom je het zegt. Of wat je van verlangt zonder het te vragen.
Voor juiste interactie of voor een juiste repliek, moet ik je opvattingen eerst verwerken om ze goed te begrijpen. Dat kost wat tijd. Wellicht meer tijd dan dat er geduld kan voor geoefend worden.
Een te snelle conclusie dat jouw verhaal me niet boeit is voorbarig en misplaatst. Dat snelle besluit brengt me van mijn stuk. Hoewel het hier van boven razendsnel gaat en ik het probleem klaar en duidelijk zie. Hoewel oplossingen dikwijls in duidelijke beelden voorbij flitsen, kost het me toch meer moeite om dat antwoord juist te formuleren zodat jij ook voelt hoe ik het bedoel. En dan lukt het soms gewoon echt niet.

Om erger te voorkomen las ik op zulke momenten een time-out in en neem ik wat afstand. Ik maak dan wat plaats in mijn hoofd zodat volgende druppels mijn emmer niet doen overlopen.
Voldoende niets doen werkt!
En als ik dan genoeg niets gedaan heb, heb ik hard genoeg gewerkt om straks een beetje tijd over te hebben om iets anders te kunnen doen.

 

Anders

Hoe gevulder ik mijn dag inplande des te minder ik gereed kreeg. Of hoe minder tevreden ik was met het resultaat van de dingen die ik half zijn gat had geaan. “Kiezen is verliezen”: hadden ze me gezegd.

Daarom wou ik altijd alles doen. Desnoods alles tegelijk om niets te missen. En dan was ik dikwijls nog niet eens voor mezelf aan de slag. Ik was zo begaan met mijn drukdoenerij en met ingebeelde verwachtingen tegenover anderen dat ik gedubbeld werd in de race tegen mezelf.

Kinderen, lief, werk, familie en vrienden. Alle dagen en uren zorgvuldig ingepland om de beschikbare aandacht netjes te verdelen. Ieder om beurt. Gelijke deeltjes, afgewogen met de apotheekbalans. Behalve voor mezelf. Ik werd uitgesteld naar de volgende planning. Naar een volgend rantsoen. Niet goed.

Ik moest het omkeren. Het moest veranderen. Niet uit egoïsme of omdat het me opgelegd werd of omdat ik me tegenover iemand verplicht voelde. Neen, mijn instinct en zelfbehoud spelden me de les: “dit moet anders, dit moet beter kunnen of het loopt slecht af.”

Maar mezelf op de eerste plaats? Hoe moet dat? Hoe pak ik dat vast? Ik kwam er snel achter dat sommige zaken gewoon niet tegelijk kunnen. Voor belangrijke dingen neem je beter de nodige tijd, met focus. En wat afstand, om het goed te doen en om goed te doen. Juist. Voor jezelf. Andes loopt het mis. Vroeg of laat.

Voor anderen bedenken hoe ze kunnen veranderen is niet moeilijk. Daar heb je geen gedragstherapie voor van doen. Dat lukt zo wel.  Oordelen, is niet zo moeilijk. Preken ook niet. Dat kunnen we allemaal gelijk de besten.

Gecompliceerder wordt het wel als je zelf eens goed in de spiegel naar jezelf kijkt.  En tracht uit te vissen hoe je jezelf kan corrigeren op dingen die minder goed lopen. Als je probeert te achterhalen hoe het anders of beter kan. Daar is net iets meer lef, durf en moed voor nodig maar het kan… als je het doet!

Maar begin er niet aan als het je wordt opgedrongen. Begin niet aan als je denkt dat je het moet doen om er bij te horen. Doe het alleen puur en authentiek.

Wanneer het veranderd is moet het beter zijn. Als je beter wil, moet het veranderen. Maar als het veranderd is en je werd er zelf niet beter van, doe het dan opnieuw.

Je leven is van jou.

Doe wat je wil en doe het goed en veel. En gedreven. Met een groot hart.

En wil je het niet meer? Verander het dan.

Van aanpak, van werk.  Van huis. Van lief of van land.

Het leven is te kort om te wachten tot het vanzelf komt.

Doe het gewoon!

Voor jezelf. Vandaag.

Alle anderen worden er vanzelf ook beter van.

dagh en nacht denc ic.

Elke week opnieuw, wanneer ik wil aan vatten, ontwaakt de remmende gedachte dat er niets te vertellen is. Althans niets wereldschokkends of baanbrekend.

Misschien zit er sleet op de pen. Is het op? Twijfel die dient als saboteur om voluit te gaan en die leidt tot doofstomme besluiteloosheid. Het kritische woord vermoord door vlakke onverschilligheid, slome laksheid of creativiteit verwoestende twijfel? Ik zoek het en vind het niet.

En dan opeens wordt een op het eerste zicht kramakkelig woord of associatie, een prelude van ontluikende intieme gedachten. Een voorspel dat mijn vingers op het klavier los smijt en me na een paar uur bemoedigend doet glimlachen over het voortvloeisel. Woordjes traag tot een tekst.

Een wekelijkse tour de force die het klad omzet in beelden die nadien omgetoverd worden in sprekende zinnen. Zo strijk ik telkens opnieuw met mijn denkrimpels van de nacht mezelf weer glad. Zo zit schrijven in elkaar. Dat is wat ik doe. Dat is waar ik mijn portie klein geluk oogst. Bij mezelf.

Niet dat ik veel reactie krijg. Zelden eigenlijk, tenzij op controversiële onderwerpen maar die mijd ik.

Het liefst dop ik mijn pen in de pot om het gewoon maar over mezelf te hebben. Misschien ben ik zo wel mijn eigen psychiater en persoonlijke reflectiebord. Mijn ziel bloot gelegd. De snelheid van het denken belemmerd door de traagheid van mijn hart.

Zonder verborgen agenda maar gewoon als remedie tegen het allesomvattende niets. Of om met mezelf in het reine te komen omdat er dan geen verborgen agenda meer is.

Omdat dan het filosoferen en het speculeren kan stoppen.

 

Ego

Soms wil ik weerwoord bieden aan dat stemmetje in mijn hoofd om er kordaat tegen te zeggen: “Je stoort. Mag ik je alstublieft verzoeken om weg te gaan. Je snijdt me de pas af?”

Heel af en toe is het gehoorzaam. Dan vervaagt het en gaat het even helemaal weg. Af en toe houdt het zich een paar ogenblikken stil en afzijdig en bemoeit het zich even niet met mijn gedachten. Dan stopt het met souffleren en geeft eventjes geen voorzetten meer op  antwoorden die ik zelf nog moet formuleren of bedenken. Dan kan ik mijn verlegenheid aan de kant schuiven en krijg zelf wat ademruimte voor een afwijkend standpunt of een excentriekere zienswijze.

Even dikwijls valt het echter voor dat het niet stopt. Dat het, het gesprek helemaal overneemt of opeist. Om op die manier het hoge woord te kunnen voeren en te beslissen welke richting de conversatie uit mag gaan om er zeker geen grip op te verliezen.  Dan wil ik zeggen: “Maak dat je wegkomt. Ik was hier eerst. Je hebt hier niets verloren. Vlieg maar weg. Bedankt voor alles.”

Op die momenten zou ik het willen plukken als een paardenbloem. Dan zou ik de pluizen ervan wegblazen. In een ander grasperk. Om daar te groeien en er te gaan storen in het perfecte groen. Maar ik doe het niet. Ik laat het toe. Ik tolereer het omdat het mij uitkomt. Omdat het bij moeilijke situaties mijn onwetendheid camoufleert. In gênante discussies mijn onzekerheid maskeert. En me bij gesprekken met interessantere of slimmere mensen de illusie geeft expert te zijn over onderwerpen waar ik maar weinig of helemaal niets van begrijp.

Mijn ego. Wat een heimelijk venijnig ding is dat toch? Mijn dekmantel en mijn ultieme alibi die me steeds opnieuw influistert wat ik het liefste van al hoor en me uit de wind zet als ik de storm van voren krijg.

Maar die bekentenis zou ik nooit doen tegenover jou. Daarvoor is mijn ego net iets te groot.

 

Emmerlijst.

Is het door de grijze herfst en de dreigende wolken dat de mensen een beetje somberder kleuren en is het dat dan dat hen aan het plannen zet?

Steekt die plotse allesoverheersende bewustwording ineens de kop op als iemand dierbaar ons ontvalt?

Is het louter een modeverschijnsel of gewoon bon ton om ermee te kunnen illustreren hoe interessant druk we nu wel bezig zijn?

Het blijkt in elk geval het uitgelezen instrument om essentiële beslissingen of zaken die we willen doen uit te stellen en voor ons uit te duwen. Tot straks, tot morgen of tot volgend jaar, als de kinderen uit het huis zijn. Als we met pensioen zijn en de lotto gewonnen hebben, dan?

Dan beginnen we aan onze ultieme bucketlist en 69 dingen die we moeten gedaan hebben alvorens dit tranendal te verlaten. Misschien komt hij maar pas voor de pinnen nadat we onze eerste ouderdomsvlekjes opmerkten. Wanneer we beslisten dat het leven niet voor altijd zal duren en zo gedwongen worden na denken over zaken die we zeker nog willen gedaan hebben alvorens we de pijp aan Maarten geven.

Taj-Mahal in het echt zien en naakt rondlopen op de Galapagoseilanden zijn kanshebbers, hoewel tango’s beluisteren in Cuzco of Machu Pitcchu bezoeken ook een toppertje is als je dat te voet doet, tenminste.

Het leven lijkt soms niet de moeite waard geweest als je niet eens met een rekker aan je voeten van de hoogste brug gesprongen hebt. Als je ooit gepast hebt voor die duo-sprong die je een paar minuten deed bengelen onder een parachute of als je niet badend in het poolijs naar het noorderlicht getuurd hebt.

Zelf houd ik niet zo van lijstjes. Zeker niet als daar zorgvuldig op geschreven staat wat ik moet doen. Doen en kopen wat op lijstjes staat betekent voor mij in lange rijen staan wachten.  Vergeten wat er op stond om dan thuis te komen en te zien dat ik het belangrijkste liet liggen om dan opnieuw in de rij te gaan staan om mijn lijstje helemaal af te vinken.

Neen, ik hoef echt geen lijstjes.  Ik heb lijstjes genoeg afgewerkt. Lijstjes met boodschappen, met moetjes en magjes, met huiswerk en doelstellingen, lijstjes met genodigden… lijstjes met lijstjes.

Toen die obligate bucketlijst een hype werd die me opzadelde met al die verplichte opdrachten die ik zeker nog moet doen voor ik de pijp uit ga, werd ik daar niet vrolijk van.

Levenslijsten zijn overschat. Met het kattenbelletje dat gebonden is aan de to do list die me er aan herinnert dat er nog een knoop in mijn zakdoek ligt omdat ik niet mag vergeten een reisboek te kopen over de reis die we nog moeten inplannen na onze volgende reis. Neen dank u, voor mij geen zulke wachtlijsten meer. Voor mij mag het allemaal vandaag.

De enige lijst die ik nauwgezet bijhoud is die van mijn dagelijks assortiment buitengewone en eenvoudige speciale momenten. Kleine, niet geplande gebeurtenissen aan elkaar geregen door speciale mensen die opeens onverwacht op mijn pad terecht kwamen en die me als ik daar zin voor heb er iets doen over opschrijven. Maar niet nadat ik eerst heel goed geluisterd heb naar wat ze me te vertellen hebben. Liefst rustig met een koffie en een chocolaatje.

Als ik me bij het krieken van de dag, op de levensvragen, Kan ik uit bed? Heb ik grote Kak? Weet ik nog hoe ik heet en waar ik ben?, een positief antwoord kan geven, mag ik me gerust stellen dat ik mijn bucketlist voor ben geweest en hoop ik echt dat mijn persoonlijke emmerlijst er morgen ook nog zo mag uit zien.

Ruzie maken is (g)een kunst.

Toen ik het vroeger te bont maakte, kreeg ik ruzie en vloog ik in de hoek.  Ik mocht daar dan rustig afkoelen om een beetje tot mezelf te komen. En dat werkte.

Een paar minuten kon ik mijn stijve koppigheid in die hoek volhouden, niet veel langer.  Snel dwaalden mijn gedachten af naar mijn leger soldaten, mijn go-kart of de doos plakkaatverf met hard geworden penselen. Maar niet alvorens ik eerst, gedurende die tijdelijke verbanning,  voldoende tijd gekregen had om kwaad te zijn, me onbegrepen te voelen en een denkbeeldige emmer koleirige krokodillentranen te vullen. Om zo uiteindelijk in te zien dat voetballen in de keuken echt niet kon en spijt te krijgen omdat ik die porseleinen luchter in gruizelementen had gescoord met een afstandsschot.

Na mijn plechtige belofte het nooit meer te doen en met wat minder spaarcenten op mijn spaarboek, mocht ik dan even later, met mijn waterverf en harde penselen op de achterkant van een overschot behangpapier aan mijn kunstwerk beginnen. De kans niet onbestaande dat ik een uur later opnieuw in die hoek moest om me te bezinnen omdat de tafel mee geschilderd werd terwijl ons ma me nog zo gezegd had dat er gazettenpapier onder moest.

Als ik ruzie verdiende, brachten de hoek en wat later de kelder rust, inzicht en een voornemen om het vanaf daar anders te doen.  Zo ging dat toen en op de een of andere manier marcheerde dat. Ik bleef niet dwars of hardleers, ons ma niet boos of nors.

Vandaag gaat het anders.  Ook omdat ik niet meer voetbal in de keuken.  Nu bakkeleien we over andere, ernstige zaken. Over een sifon die lekt en waarom die gisteren nog niet gemaakt werd? Of over haar in de douche of het dopje van de tandpasta.

Als we nu ambras maken doen we dat zoals de grote mensen.  Dan discussiëren we. We argumenteren, rationaliseren, debatteren en raisonneren net zo lang tot we er uit zijn. Desnoods 3 dagen aan een stuk. Met groen hout en beeld zonder klank of smoelwerk en bokkenpoten.  Maar we houden wel vol… Lang… Net zolang tot er een winnaar is en een verliezer.

“Zie je wel dat ik gelijk had, ik ben echt zo blij dat je dat eindelijk inziet.”

“Was dat nu nodig om hier zo lang stom voor te lopen?”

Door het zo te doen zien we niet dat de uitkomst van die “opgeloste ruzie” de voedingsbodem is voor de volgende.  De openstaande rekening zal bij de volgende gelegenheid wel vereffend worden. Waarschijnlijk met interest.

Doen we het zo verder?  Tot we zo ver bij elkaars enkels in het krijt staan dat het op den adem pakt.  Met de gevolgen van het opbod van zinloos gelijk of ongelijk?

Of gaan we de volgende keer gewoon een paar minuten in de hoek staan?

Desnoods met een emmer koleirige krokodillentranen.  Eventjes met wat afstand, wachten op een potje natte verf en een hard penseel?

Onaf, lelijk is ook mooi!

Ik ben aaibaar imperfect. Aan mij is redelijk veel onaf.  Met de juiste bedoelingen aan begonnen, maar verkeerd of in de verkeerde volgorde in elkaar gepast.

Zou ik een liefdesbrief zijn, ik was doorstreept. Te melig geschreven om gepost te worden, dus weggemoffeld ergens in een stofferige lade.

Mijn ruwe onvolkomenheden en mijn stuntelige gebreken maken me broos maar menselijk.  Ik zeg dat niet om met mijn doordeweekse alledaagsheid naar complimenten te vissen. Echt niet, maar toch attrapeer ik me er op, er het liefst zo onopzettelijk nonchalant mogelijk uit te zien zodat ik anoniem in de massa kan worden opgeslokt.

Onzorgvuldig slodderig. Zo wil ik het. Het zo laten uitschijnen dat ogenschijnlijk geen enkele inspanning gedaan is om er stoffig en muffig uit te zien. Zoals een oude tafel op een rommelmarkt. Met krassen en vlekken op het blad die achterbleven na een wild feest of een diepgaand gesprek. Lang geleden. Door geleefd en doorleefd.

En dan tut ik me op, in een verhakkelde broek met rafels. Of in een grijs gewassen T-shirt om een zo cool mogelijke ongedwongen indruk na te laten.  Haren, met gepaste gel in  de juiste nonchalante net-uit-mijn-bed look gewaxt.

Perfectie is achterhaald en zo jaren 80.

Wanneer de tand van de tijd knaagt, overwint mijn gedachte dat herontdekte schoonheid van iets wat lelijk en vergankelijk is, zo veel meer aanspreekt dan symmetrische kunstmatige maakbaarheid. Of Perfectie.

Mijn schoonheidsideaal past niet in een mager, bleek maatje 36. Er mag een kantje aan zitten. Met een rosse sproet, een spleet tussen de tanden of een los eindje. Want volmaakt is saai en griezelig, of zelfs een beetje bedreigend.

Volmaaktheid van anderen duwt ons naar beneden op het scorebord van het leven. Net daarom voelen we ons verbonden met de underdog of het onvolmaakte personage waarmee we een goede band hebben. Op die manier brengen  we onze eigen onhebbelijkheid in het juiste perspectief.

Als voor mij minder dan helemaal meer is geworden en wanneer al het overbodige is weg gelaten en ik ben achtergebleven met wat voor mij essentieel is voel ik me helemaal de niet-favoriet. De zelfzekere underdog die klaar is om de denkbeeldige wedstrijd te winnen. Al ben ik niet zeker van de competitie waar ik me in bevind en wat de spelregels morgen zullen zijn.

 

Stevig in de schoenen.

Echte mannen moeten stevig in hun schoenen staan, ten minste als ze voor een soms wat afwijkende persoonlijke mening durven uitkomen.

Doorgaans ben ik optimistisch positief en leef ik voornamelijk in het hier-en-nu. Zo durf ik uitspreken wat ik denk en voel of durf ik benoemen waar ik wakker van lig. Deze levenshouding behoedt me voor overdreven of onrealistische dagdromerij en houdt me tegelijk scherp om zuurdere mensen op een veilige afstand te houden.

Mijn aangeboren behoefte om het anderen naar de zin te maken, bieden me wat charme en ongevraagde populariteit. Althans daar proberen ze mij wel eens van te overtuigen. Uiteraard laat ik me dan wat graag ophemelen door die overdreven ego-strelingen. Wat had je gedacht?

Zelf, zie ik me eerder als bewaker van mijn grenzen. Een soort stadswacht die aan de poort beslist wie er in mag en wie niet. Een soort Theo Francken die buitenwipper speelt van mijn eigen ietwat donkerder gekleurde gedachten.

Ook al verberg ik mijn nieuwsgierige mening meestal met karakteristieke verdraagzaamheid, toch ben ik soms nog getoucheerd door onverschilligheid of ongefundeerd hevige kritiek.

Toen ik me afgelopen weekend nog maar eens verbaasde over de toon en het taalgebruik van onze politieke elite kreeg ik veel wind van voren. Orkaan Irma raasde woedend de woorden van mijn scherm.

Van uit de digitale verte, ergens van achter een anoniem klavier, werd ik plat geschoffeerd omdat ik me op een nieuwsforum, verwonderend, niet begrijpend, had uitgelaten over de kuiswoede-tweet van Theo Francken. Over de subtiele kniestoten onder de gordel naar mensen die zich niet kunnen verdedigen tegen zoveel tweetgeweld.

Me publiek uitspreken over politieke statements is gevaarlijk ijs voor een charmante woordjes-troubadour, dat weet ik wel.  Ik doe het dan ook niet zo dikwijls. Eigenlijk alleen maar wanneer boertigheid hoogtij viert. Dan is het wel eens sterker dan mezelf. Dan moet mijn pen in de inktpot om me met veel krullen te beklagen over de platvloersheid van de politieke beau monde die de plak zwaait.

Natuurlijk ben ik op zulk een moment voorbereid op vitriool en maagzuur zodat de scherpe opmerkingen van onder de gordel, vlotjes van me afglijden zoals water van een eend.

Onpasselijk makende internetwoede is dan gewoon een onplezierige bijwerking van een medicijn dat ik nodig had om me van mijn eigen misselijkheid te ontdoen.

Mijn digitaal schrijversvel is ondertussen wel ongeveer zo dik geworden als de huid van, pak weg Maggie de Block.  Mollige Maggie, nog zo iemand die zich van achter paniekerig-snel, in elkaar gedraaide wetsvoorstellen beklaagt over schrijfstijl. Maar dan wel over de schrijfstijl van haar ex-collega’s. Een schrijfstijl die ze tot nog niet zo lang geleden zelf hanteerde.

Maar dat is iets voor later. Wanneer het duidelijk is dat je voor een afwijkende mening als vrouw ook stevig in de schoenen moet staan.

Wie is hier zot?

 

IMG_1862

Puisterig was ik niet zo erg. Onberekenbaar en wispelturig? Ja dat dan weer wel. Heel erg zelfs. Het ene moment was ik hyper en vrolijk. Boordevol enthousiaste plannen en ideeën. Het andere moment kon ik voor het zelfde geld vervallen in een bodemloze tristesse, zelfbeklag of hulpeloze passiviteit.

Ik voelde me zeker onbegrepen. Een beetje zoals als een sociaal ingewikkeld wezen waar niemand iets van snapte en dat iedereen tot wanhoop dreef omdat ik ervan verzekerd was dat nooit iets mijn schuld was.
Mijn ouders zullen toen ook wel gedacht hebben dat er van mij niks zou in huis komen.
Zelf, vang ik wel af en toe een glimp op van de volwassene die straks fier en gesterkt uit de strijd zal komen. Al gebeurt dat wel minder naarmate de puberteit meer de kop opsteekt. Dat zal toentertijd wel niet anders geweest zijn.

In mijn puberlijf was van alles aan de gang. En ik kon daar niks aan doen. Het is nu eenmaal de natuur. Ik was veel te groot en te slungelig voor mijn leeftijd en had een veel te grote mond voor het zelfvertrouwen dat ik maar had.
Ik had altijd gelijk ook al dacht ik daar later in mijn bed dikwijls anders over. Al zou ik dat nooit hebben toegegeven. Ben je gek?

Grote voeten had ik al maar mijn hersenen waren nog niet ontwikkeld genoeg om alle nuances te vatten. De kleine dingen vergrootte ik uit. Over de grote zag ik over.
Daarom kon ik niet kiezen, plannen, opruimen, structuur brengen, sociaal zijn of zinnig meepraten met volwassenen die op elke vraag steeds onmiddellijk een juist antwoord verwachtten. Ik deed dikwijls alles net averechts dan hetgeen wat van mij werd verwacht.
Het voelde dan aan alsof ik de enige normale was in een wereld vol vreemde wezens van een andere planeet.
Maar het was niet mijn schuld want ik was een puber.

Nu, een paar levenservaringen rijker, ben ik dus in feite een door de wol geverfde, overjaarse, ontgroende, ervaringsdeskundige puber. En wel zo een die van zijn halfwassen aanhangsel verwacht dat hij kiest, plant, opruimt, structuur brengt in zijn studies, sociaal is en zinnig meepraat met volwassenen die op elke vraag steeds een juist antwoord verwachten.

Wie is hier zot?