Categorie: Geen categorie

Madam Esmeralda

 

Sterren staan helder wit te fonkelen aan het zwarte hemelgewelf. Mars is uitzondering met dat rood flikkerend lampje. Net als de Poolster. Die schijnt ook duidelijk feller dan de rest van het sterrenstof daar ergens aan het einde van de noordelijke hemelpoort.

De dierenriem is verouderd en antiek! Zoveel is zeker. Het licht van het gros van de sterren is wellicht al gedoofd. Hoe kan er dan in hemelsnaam toekomst uit voorspeld worden? Uit licht dat er met grote waarschijnlijkheid al niet meer is?

Bij gebrek aan tarotkaarten of een andere onbetrouwbaar medium kijk ik vragend en vol verwondering naar het duistere nirwana. En ik bedenk: “Een spirituele paragnost hoe word je dat?” Door straffe onzin uit te kramen of door met niet verstaanbare anagrammen heisa te maken en het allemaal overtuigend echt te laten klinken zodat het zeker zal gebeuren? En ben ik zelf daartoe in staat?

Met een atoombom of de grote brand van Londen te voorspellen ga ik me niet bezighouden. Dat deed Nostradamus me al voor. Met profetisch inzicht, het algemeen boerenleed voorspellen was eveneens een fluitje van een cent want die klagen al eeuwig en één dag. Dat het voorjaar te koud is. De zomer te droog en de winter te nat. Zulke voorspellingen lukken mij zeker ook nog wel. Zonder handoplegging.

Toch wil ik eens diep in de sterren neuzen om proberen te achterhalen wat er volgende week zoal te gebeuren staat. Maar eerst nog dit. Gelijkenissen aan bestaande horoscopen zijn louter berust op toeval of zijn het gevolg van cynische sterrenkundige satire. Mochten er zich de komende dagen ongevallen of incidenten voordoen wijs ik alle aansprakelijkheid of verantwoordelijkheid af. Mochten mijn voorspellingen in een zuidelijke of noordelijke maanknoop of in een ander kluwen verstrikt raken wijt dit dan gerust aan mijn amateuristische sterrenwichelarij.

Alles kan worden voorspeld. Alles kan worden gezien. Met een scherpe blik en genoeg verbeelding zal het wel lukken.  Ik zie.. ik zie wat jij niet ziet. Ook al is het wazig en onscherp. Want door het fijne stof en de lichtvervuiling oogt het hemel canvas troebel en onduidelijk. Een bril met dubbele focus is het eerste wat ik zie. Voorlopig toch nog want zonder die broodnodige jumelles zou ik dat binnenkort al zelfs niet meer zien.

Een kwartier en één vallende ster later, al kan dat ook het ruimtestation Mir of satelliet Suzie geweest zijn, zegt mijn stijve nek me dat ik me belachelijk aan het maken ben. Ik ben echt geen ziener maar een gewoon man. Een sterveling. Als er toevallig al eens iets uitkomt van wat ik beweer, wijt het dan maar aan een goede poker-hand of mijn veel te grote fantasie.

Mijn astrologische gave is beperkt. Gelukkig maar anders had ik geen enkele reden om straks naar Madam Esmeralda te gaan. Om daar uit de diepe groeven van mijn hand te weten te komen wat de gevolgen zijn van die korte levenslijn, de stompe positieve Jupiterberg of die klamme Venusheuvel.

Al zal ik daar wel minstens 20€ voor moeten afdokken.

Dagdroom.

 

Grand Café Industrie was de juiste locatie voor onze eerste live ontmoeting. Hoewel ik me in dit rustieke decor de juiste figurant voelde, waren de zenuwen toch strak gespannen. Nerveus speurde ik naar een herkenbaar gezicht. Toen mijn afspraak niet onmiddellijk in mijn blikveld viel zocht ik een plek in het midden van het café. Aan een tafeltje op een verhoog. Van daar uit had ik prima overzicht. Als Mark binnen zou komen zou hij me onmiddellijk opvallen. Vlak boven de tafel hing een impressionante ronde koperen luchter die mooi contrast vormde met de rest van het victoriaans interieur. De beige-bruine mozaïekvloer waarop vier groteske ronde pilaren rustten die het hoge plafond ondersteunden, maakte het geheel compleet.

Uitgelezen scène voor een dagdroom!

Allerlei soorten mensen vulden de ruimte. Een hip bejaard koppel rechts van mij nipten hun koffie en bespraken hun volgende citytrip. Zo wil ik ook oud worden bedacht ik. Eensgezind en energiek zonder wrevel of gemor kwamen ze overeen dat het Praag zou worden. Ik wierp hen fijntjes een glimlach toe. Ze glimlachten terug. “Prima keuze”: zei ik bemoeiziek. Ik denk niet dat ze het heel erg vonden.

Wat verderop zaten 2 zakenmensen. Dat zag ik aan hun strakke pak en hun suède schoenen. Ze praatten druk en gesticuleerden hevig toen ze hun verkoopstrategie kracht bijzetten. De vrouw die geïmponeerd leek door zoveel overtuigingskracht bleef zonder een moment de aandacht te laten verslappen aan hun lippen hangen. Even later krabbelde ze haar handtekening onder een elektronisch contract. Goede zaken waren beklonken want er kwamen bubbels aan te pas.

Een mooie jonge vrouw met een hippe rugzak schuifelde binnen. Ze draaide en keerde op dezelfde manier zoals ik dat net eerder had gedaan. Ze nam plaats op de bank, bestelde thee en begon op haar smartphone te tokkelen. Even verder zoemde nog een gsm. Iemand had ook digitale vrienden.

Ik bestelde een tweede cappuccino. De serveerster weigerde mijn euro’s want ze verzekerde me dat de man achter de pilaar mijn rekening zou betalen. Nu pas herkende ik Mark, de baas van de uitgeverij, die ondertussen ook vergezeld was door de jonge vrouw en een andere man die Gunther heette.

De jonge dame had ook goed nieuws gekregen. Haar kinderboekje zou over drie weken al gedrukt worden. De mijne over een aantal maanden pas, als het manuscript verbeterd is en wanneer we het na de proefdruk eens zullen raken over een mooie bijpassende cover.

2 uur geleden zat ik nog in de trein met een hoop vragen, met darmen in de knoop en als hoofdpersonage van mijn overmoedige droom. Nu sta ik buiten. Voor het station en speel ik mijn hoofd even voor Brusselmans of Lanoye maar dan zonder lang vettig haar of nichterige maniertjes.

Ik heb zin om te luid te roepen of om te springen of om iets anders zot te doen. Een echt boek schrijven misschien?

Betrapt.

 

Laat één ding duidelijk zijn. Vrouwen hebben ook vreemde gewoonten. Ze houden zich soms ook bezig met opmerkelijke activiteiten. Met zaken die ze angstvallig proberen achter te houden. Zelfs voor hun soortgenoten.
Hun lotgenoten daarentegen confronteren ze er dan weer wel graag mee wanneer ze er ongevraagd getuige van zijn. Zo zijn ze dan weer wel.
Het lijkt een soort van natuurlijk verstopgedrag dat ogenschijnlijk plaats vindt in een vlaag van onweerstaanbare drang.
Hoewel de vrouw in kwestie er zich diep over schaamt zal ze het bestaan van ervan ten allen tijde ontkennen. Zelfs wanneer ze ermee op heterdaad betrapt wordt. Hoewel dit slechts uiterst zelden gebeurt omdat ze deze bedrijvigheid meestal in het geniep uitoefent.
Geen vent die het begrijpt. Niemand die er ook ooit aan gewend raakt of zich afvraagt waarom ze het doen. Zelfs de meest geëmancipeerde vrouwen niet vermoed ik.
Wij mannen kunnen die zaken ongebruikelijk of ongepast vinden maar zullen nooit kunnen achterhalen hoe vrouwen in het algemeen er over zelf denken of hoe zij er zelf tegenover staan. Hoewel uit de feiten of omstandigheden dikwijls kan blijken dat enig zelfbesef of een redelijk vermoeden van dit afwijkend gedrag hen toch bezighoudt of parten speelt.

Mannen heb ik er nog nooit aan weten ruiken. Aan hun ondergoed. Snuffelen om te achterhalen wat nog draagbaar is en wat niet. En wanneer is het dat dan niet meer? Waar ligt de geurgrens? En wat hopen vrouwen (niet) te ruiken? Zichzelf of de andere?
Voor mannen zijn strepen en zweetvlekken of het ontbreken ervan, doorgaans voldoende en afdoende bewijs om zelfzeker uit te maken of een slip of T-shirt nog toonbaar is of niet. Daarom moeten we die toch niet besnuffelen?

Vrouwen berispen ons ook heel fel als we er te diep in zitten. Als we er zo ver in lurken dat we er onze hersenen mee lijken te aaien. Maar wij voelen ons niet betrapt. Mannen zitten in hun neus. Dat doen wij. Venten peuteren, en dan? Maar we eten er tenminste niet uit wanneer we aanschuiven in de file. We draaien er ook niet in het geniep bolletjes van. Wij ontdekken ze wel hoor. De door de tijd hard geworden keuteltjes, vastgekleefd of weggeschoten wanneer ze niet meer aan de nagelgelakte vingers bleven plakken en zo een nieuwe bestemming kregen. Onder de autostoel bijvoorbeeld of op de mat van de passagiersplaats.

En dan heb ik het nog niet eens over stiekem geloste winden in de lift. De angstig met billen toegeknepen, geruisloze stinkers die de te kleine ruimte vullen met walm van slechtverteerde quinoa.

Laat het los. De schaamte en gêne want ze dienen geen meester. Integendeel. Het wordt zelfs ongeloofwaardig wanneer je de volgende keer je vent betrapt en hem met veel lawaai de mantel mantel uitveegt omdat hij weer eens aan zijn kruis ligt te krabben. Of dacht je misschien dat ik het niet gezien had.

 

Meedoen of winnen?

 

De komende weken zullen we van uit Pyeongchang kennismaken met 15 sporten die alleen maar in de vrieskou beoefend worden. De Olympische winterspelen zijn namelijk begonnen. Let the games begin.

De populairste sport van de winterspelen is ongetwijfeld het skiën. Deze discipline is onderverdeeld in 5 onderdelen waarvan de afdaling er één is. Afdalen is logisch bij skiën. Al doet deze naamgeving mogelijks verkeerdelijk vermoeden dat de overige disciplines zoals de Super G of de Reuzeslalom bergop dienen afgelegd te worden.

Het onderdeel langlaufen of Cross country dekt dan weer wel helemaal wel de lading en verklaart zich helemaal zelf. Het is gewoon heel lang lopen op dunne latten. Bij biatlon is de lading zelfs een essentieel onderdeel van de discipline aangezien je moet schieten terwijl je glijdt. Verder glijden alsof er niets gebeurd is na een trefzeker schot lijkt mij het meest lastige aan die sport. Gezien de terreurdreiging vind ik die sport wat vreemd. Ook wel een beetje gevaarlijk zelfs. Raar dat deze sport nog steeds kan beoefend worden zonder militaire bewaking. Al is het maar om de verliezers in het Noorse kamp in de gaten te houden. Er moest nog maar eens eenzelfde halve gek tussen zitten die bij waterspelen ook al eens zijn noorden verloor.

Voorlopig werd de biatlon nog niet uitgebreid tot triatlon, pentatlon of tienkamp. Wellicht omdat er problemen zijn met wapenvergunningen bij deelnemende landen of omdat de leden van het Olympisch Comité nog discussiëren of een bommengordel al dan niet op de lijst van verboden producten thuishoort. Er zit nog rek op de Olympische gedachte.

Snowboarders maken de spelen ook steeds spectaculairder en gewaagder. In de Kicker doen ze behendig hun Ollies en Nollies, ook al hangen ze met hun backflip of rodeoflip meer ondersteboven in de lucht dan dat ze glijden. Vroeger dacht ik dat ze zo dikwijls per oefening over kop moesten hangen om hun broek op te houden. Iets waar hun collega’ s op wielen in een ramp in het skatepark zich minder zorgen over maken.

En dan is er schaatsten. Schaatssport bestaat uit hockey, lange afstand rijden en kunstschaatsen. Bij lange afstand rijden komt het er op aan om met één hand op de rug  in een strakke-rubberen-niets-verhullende-spandex  zoveel mogelijk rondjes te toeren tot de bel gaat. Vanaf dat moment moet men zich beginnen haasten.

Olympisch ijshockeykampioen wordt je door heel gemeen, hard vals te spelen of door tegenspelers zo ruw mogelijk tegen plexiglazen boarding te kwakken. Het spel draait eigenlijk om een zwarte puck. Maar die is te onzichtbaar en verder compleet overbodig om er de rest van het spel mee te beoordelen.

De puntenverdeling bij kunstschaatsen blijft ook raadselachtig onduidelijk. Ik vermoed dat met één voet boven het hoofd pirouettes draaien zonder duizelig worden door de jury beter beoordeeld wordt dan over de bloemen van de vorige deelnemer te struikelen. Toch vraag ik af of de glitter op de schaatsjurken en de lijmsteentjes die op de oogleden van de vrouwelijke deelnemers geplakt worden ook mee tellen voor de punten.

En dan rest nog curling. Deze ijs-petanque is mijn favoriete sport. De huisvrouwen van elke ploeg doen wat ze beste kunnen en waarvoor ze betaald worden. Met hun borstels moeten ze voorkomen dat houten kaasbollen vuil worden wanneer ze naar hun doel geschoven worden. Dit is zonder twijfel de properste sport die ooit werd uitgevonden. Dit is mijn Olympisch winter hoogtepunt. De letterlijke grote kuis naar dopingmisbruik. Daarom wellicht dat de Russen hiervoor passen.

Winterspelen zijn leuker dan de Zomerspelen. Want hier is meedoen echt belangrijker dan winnen. Want wie kan exact  beoordelen welke kaasbol de properste is? In Pyeongchang wordt nog gesport volgens de edele Olympische gedachte en dat is de kern van de Olympische Spelen.  Al is het optellen van medailles misschien toch wel waar het echt en alleen maar om te doen is. De gouden, zilveren en bronzen.  Ook al zijn de gouden en zilveren medailles allebei van zilver toch lijkt een gouden beter te smaken wanneer winnaars er hun tanden inzetten om te zien of ze wel echt zijn.

 

 

Cadeau voor Valentijn.

 

Maak ik me er niet heel gemakkelijk van af door te denken dat haar verwachtingen voor Valentijnsdag door de band aanzienlijk lager liggen dan al het geen is uitgestald in etalages van dure merkwinkels?

Willen de meeste vrouwen niet gewoon een beetje spontane romantische aandacht?

Natuurlijk is ze niet zoals de meeste vrouwen. Die insinuatie zou een grove denkfout zijn. Het vermoeden dat die gedachte bij me binnen floept, zou ze absoluut niet weten appreciëren. Ze zou er kwaad van worden. Ze wil namelijk niet zijn zoals de meeste vrouwen. Ze is uniek. Dat hoort ze me graag zeggen. Telkens ik dat zonder bijbedoelingen benadruk wordt ze blij en gewillig en komt daar uiteindelijk seks van. Dikwijls toch. Misschien moet ik daar iets mee? Het is per slot van rekening Valentijn.

Mijn originele Valentijnscadeau verschilt van jaar tot jaar en varieert tussen bloemen en een juweeltje. En alles wat zich daar tussen bevindt. Het kan ook lingerie zijn maar dat is iets delicater.

Moet ik dit jaar eigenlijk wel een cadeau kopen? Misschien moet ik gewoon maar eens op een speciale manier uitdrukking geven aan mijn gevoelens? Met iets origineels? Met iets wat ik zelf maak en wat geen geld kost? Dat werkt toch ook zo bij mijn dochter. Op Moederdag. Wanneer zij komt aandraven met een schroef in een geschilderde plank en een wazige foto van zichzelf.  Dan houdt ze het nooit droog. Waarom zou mij dat niet lukken? Zal ik anders dit jaar een romantische boodschap op de spiegel schrijven of tekenen? Met lippenstift. Met een rood gekleurd hartje er onder. Maar dan zeker niet gezet met die dure van vorig jaar want die kostte me 159 €.  Die verspil ik er niet aan?

Of zal ik een attent briefje achterlaten? Een soort geparfumeerde liefdesbrief die ik achter haar ruitenwisser klem. Dat zal wel een leuke verrassing zijn want de meeste andere boodschappen die ze daar normaal vindt zijn boetes van parkeerwachters.

Chocolade kan natuurlijk ook want dat is een afrodisiacum. Dat zet onmiddellijk sfeer. Maar is dat niet te suggestief en te expliciet? Te geforceerd voor de avond waarop normaal gezien alles spontaan gebeurt? En geldt datzelfde argument niet voor lingerie? De kruis loze slip van drie jaar geleden had niet het verhoopte resultaat. Dat heb ik al eens geprobeerd.

Rozen? Maar die verwelken zo stel en liefde mag nu wel wat langer na deinen na zo een avond.

Is het niet gewoon het gebaar dat telt? Moet het zo nodig schitteren en zal het wel fel genoeg blinken? Moet zij zich er per se naakt mee kunnen inpakken? Zal er wel voldoende stof en kant aan zitten om er de verkeerde dingen mee te verdoezelen en er de juiste mee te accentueren?

Valentijn. Het blijft een dilemma.

Misschien is een romantisch etentje wel het veiligste. Dan verspil ik al geen dure lippenstift aan een klef rijmpje. Of loop ik het risico dat ik met een te dure en te grote cup maat mijn dromen of wensen voor werkelijkheid neem?

Iets decoratiefs dan maar. Voor in huis? Iets dat niet moet afgestoft worden of dat ik naar mijn hoofd kan geslingerd krijgen bij een volgend hoogoplopend misverstand. Een kussen of zo, uit zelfbescherming?

Cupido

2 jaar geleden besliste mijn vrouw om een stukje keukenmuur te beschilderen met magnetisch verf. Het was een esthetisch verantwoorde keuze want het was of verf ofwel een prikbord in kurk. Aangezien je op een kurken bord meestal te weinig punaises vindt om er alle post mee op te hangen kozen we voor verf. Geen klachten over de verf trouwens.  Al blijkt de aantrekkingskracht ervan lang niet zo sterk als ze in de verfwinkel deden geloven. Bovendien heb ik nog steeds evenveel magneten te kort dan dat ik vroeger punaises miste.

Alle papieren rommel die anders op tafel blijft slingeren wordt nu met magneten tegen de muur geplakt. Facturen met een vervaldatum in de toekomst hangen daar ook. Om me eraan te herinneren dat het saldo op mijn zichtrekening zwaar overschat is.  Op dure maanden lijkt die keukenmuur wel een bedevaartsoord waar alle rouwrekeningen waarmee we ons dagelijks leven bekostigen daar om medeleven smeken.

Mijn oog valt op een stukje kalender dat goed verborgen zit onder een lijvig energiefactuur, een schoolrekening, en een aanmaning ter betaling van onze schuldsaldo verzekering. “Februari is een dure maand, neen februari is een waardeloze maand”: zeg ik tegen het prikbord. En ik voeg er nog aan toe: “Al zou het allemaal nog veel erger klinken indien ik de r niet zou kunnen uitspreken.”

Wat voor een soort maand is februari eigenlijk? Lang voor deze werd uitgeroepen als maand van de soberheid was ze al niet te pruimen. Er zitten gewoon te weinig dagen in om een kalender volwaardig mee op te vullen.

Elke vijfde vrijdag van elke andere maand staat steevast aangekruist met een rood hartje. Dat maandelijks kattenbelletje op de almanak geeft aan dat we het niet mogen vergeten. Die bewuste vrijdag zit namelijk altijd in de juiste week van de menstruatiecyclus. Maar deze maand is er dus geen vijfde vrijdag. Hij valt er af. Tenzij om de vier jaar maar dan alleen maar op die momenten dat februari ook op een vrijdag begint. Dat had ik al uitgerekend.

Misschien net dat daarom Sint-Valentijn er tijdens deze maand ergens halverwege is tussen geschoven. Om met de overschot van de rode kaarsen van nieuwjaar de romantiek wat aan te wakkeren.  Al kan het even goed zijn dat poeperkesdag gewoonweg niet in de zomermaanden gepland werd omdat dan alle chocolade hartjes zouden smelten. Of omdat het dan toch te warm zou zijn om dat nieuwe bunnypakje aan en uit te trekken?

Gelukkig is er de weerspreuk van 14 februari. “Zonneschijn op Sint-Valentijn, geeft goede wijn!”  Al zal cupido wel andere pijlen op zijn boog moeten toveren om er de harten van de tournee minerale aanhangers mee te treffen. Maar we zullen maar niet zeuren zeker? Dat hadden we toch ook beloofd?

Zwarte vogels

Ik sta in de keuken en drink koffie. Zwart want zo heb ik hem graag.  Dan proef ik de bitterheid het sterkste. Van achter het glas kijk ik in de tuin. Het is windstil. Dat zie ik aan de bomen. Blad loze takken hangen doods af. “Treurwilg”, die naam is niet slecht zo gekozen. Het grijze wolkendek is rimpelloos strak gespannen en lijkt roerloos. Zonder het geritsel dicht bij de composthoop zou ik denken dat de wereld stilstaat.

Een kwartier al speur ik naar fladderende vleugels. Tot nu toe telde ik 2 Spreeuwen, een Merel, een koppel Pimpelmezen en een zwarte vogel. Dat blijkt een Kauw te zijn maar om daar zeker van te zijn moest ik dat opzoeken. Er bestaan veel zwarte vogels. Zelf kende ik het verschil niet tussen een Kraai of een Kauw. Nu dus wel. Er blijken meer verschillen dan overeenkomsten te zijn. Alleen het roepen en krijsen, dat hebben ze met elkaar gemeen. Er vliegen meer vogels over de dorre Buksus dan dat dat ik er op een andere zaterdagmorgen aandacht voor heb. Ik noteer de soorten en het aantal vliegende passanten netjes op een velletje papier zodat ik straks mijn telling kan doorsturen naar Natuurpunt. Ze hadden dat gevraagd. Vraag me niet waarom.

2 zwarte Kauwen, want ze hebben een dikkere kop en zijn grijzer van kleur dan Kraaien of Raven, krijsen luid. Ka-ka roepen ze tegen elkaar. Ook al zien ze er net eender uit, lijken ze elkaar hun kleur wel te verwijten. Zwart en lawaaierig dat zijn ze alle twee. “De pot verwijt de ketel”: lach ik in gedachten. Ik denk dat het mannetjeskauwen moeten zijn want hun wijfjes zullen wel andere zaken aan hun kop en cloaca hebben, zo een paar weken voor het broedseizoen.

Elke vogel zingt zoals hij gebekt is. Ook al vind ik dat ka-ka-roepen niet veel uitstaan heeft met lied of vogelzang. Toch maakt hun scheer-je-weg-gejoel maar weinig indruk op de andere vogels. De Spreeuwen en de kussende Pimpelmezen gaan gewoon verder waarmee ze bezig waren. De ijverige merel trappelt zenuwachtig een pier uit het zompige gazon. Zijn morgen kon slechter beginnen want op deze tijd van het jaar zitten doorgaans niet veel pieren in het gazon. Die vind je eerder op een warme mesthoop. Vreemd dat die Merel dat niet weet.

Deze week weerde ik bewust alle mediaberichten uit mijn dagelijks dieet. Geen nieuws, goed nieuws! Mijn humeur werd de afgelopen 7 dagen niet bezoedeld door droevige of ergerlijke berichtgeving. Of door haantjesgedrag van menselijke zwarte vogels.

Wat een onbeschrijfelijke luxe, wat een rust! Ik werd er niet door geïndoctrineerd of beïnvloed. Ook niet door de mediamannen of madammen die met hun versie van de feiten hun gelijk wilden halen van diegenen waarvoor ze het opschrijven of uitroepen. Ze hadden geen vat op mij. Ik heb ze niet gehoord want ik heb niet geluisterd. Ik hoef dus geen partij te kiezen want ik heb geen benul over welke onderwerpen de meningen uit elkaar getrokken werden.

Ik kijk verder naar mijn tuin. Naar het gevrij van de Mezen en naar het getrappel in het gazon.

Er vliegt een grote zwerm zwarte vogels over. Spreeuwen denk ik.  Ze zijn terug van Spanje of van Catalonië.  Dat kan ook. Ze komen in elk geval uit het zuiden. Sommigen vliegen links anderen rechts. Een aantal kiest gewoon voor rechtdoor. Een paar 100 meter verder komen ze mooi in harmonie terug bij elkaar en vliegen verder. In één grote zwerm.

De mannelijke zwarte vogels geven luid commentaar met hun enerverende ka ka kreten. Om aandacht te trekken, om af te schrikken of om indruk te maken.

Verder gebeurt er niet veel. Behalve dan dat de andere vogels geen aandacht geven aan het gekrijs. Ze doen gewoon verder. Met hun pier of met hun paringszang. Zo eisen ze ook beetje tuin-ether op.

Elk vogeltje zingt zoals hij gebekt is.

Het gaat nog goed komen.

 

Mijn eerste keer.

Waren we hier al wel aan toe?
Waren we echt al zo ver en ging het allemaal niet wat te snel?

Ik kan het me nog precies voor de geest halen.  Alsof het gisteren was. Buiten was het ijskoud. Het vroor dat het kraakte en we waren ingeduffeld als ijsberen.
De eerste keer is voor iedereen een bijzonder moment. Spannend ook wel want je kunt net voor dat ultieme moment niet juist voorspellen wat te verwachten. We hadden er al een tijdje naar uitgekeken maar de omstandigheden hadden tot dan toe nog nooit meegezeten.

Tot op dat moment. Voor de eerste keer leek het er op dat het er die dag eindelijk ging van komen. Het ging gebeuren. We hadden het er al een paar keer klungelig over gehad en waren allebei opgehitst. Hoewel we alle voorzieningen hadden getroffen en we er op dat moment allebei dachten echt klaar voor leken te zijn, stak twijfel toch de kop op. Zou het wel lukken van de eerste keer? Of eerder met vallen en opstaan zoals dat steeds het geval is bij mij?
Mijn twijfels waren heviger dan die van haar. Jonge mannen zijn daar anders in denk ik. Altijd met een grote mond maar als het er op aan komt?

We waren nog groen achter de oren en alles was nog pril. Dan ben je nooit klaar voor een grote stap. Glad ijs!

Laagje je per laagje ontdekten we hoe we er voor stonden. Spannend was het zeker. Opwindend ook. Dat konden we niet langer wegsteken.

Stuntelig en onhandig snel deden we onze schoenen uit want zo hoort het. Anders zou het nooit lukken.
Is het niet te snel? Zijn de omstandigheden echt wel de juiste?
Is het dik genoeg? Niet te nat of te glibberig glad?

De eerste keer. Ik zal het nooit vergeten.
Onzeker, niet goed wetend hoe of wat namen we een volgende stap en gingen iets verder. Houterig en onbehouwen gingen we op verkenning tot hoe ver moeder natuur ons zou brengen.

Langs de zijkanten was het nog nat en vettig maar in het midden was het glad en klaar om bereden te worden.

De eerste keer schaatsen op natuurijs. Onze pa had ons goed gewaarschuwd. Niet onder de bomen want daar zijn wakken. Daar zak je door.

Krekels

Ik staarde de hele morgen al naar de schermbeveiliging van mijn computer. De kleurschakeringen ervan waren me nog nooit opgevallen. Als ik er lang naar staar krijg ik hoofdpijn. Het kleurrijke bureaublad is handig ingedeeld. Bovenaan links verzamel ik de nuttige snelkoppelingen.  Ze brengen me met één of met hoogstens 2 klikken bij de gewenste informatie. “Sites voor professionele doeleinden.” Ze bleven al een tijdje onaangeroerd. Ook wel omdat het wat langer verlof geweest is.

Van alle MS office snelkoppelingen die links onderaan bij elkaar gepakt staan word enkel MS Word gebruikt. De rekenbladen, de relationele database-applicaties en de overige MS Office toepassingen staan er gewoon de hoop te vergroten. Misschien zijn ze daar gewoon maar zichtbaar uitgestald om indruk te maken op mezelf? Of op anderen. Wanneer die heel af en toe eens iets mee lezen en ik op die manier naar zelfbevestiging zoek, voor iets wat ik geschreven heb.

De sociale media apps prijken rechts bovenaan. Handig in het zicht. Wellicht is dat geen toeval. Waarschijnlijk staan ze daar bij elkaar omdat ik een beschik over een dominantere rechter hersenhelft. Met deze handicap behoor ik tot een select clubje van beelddenkers. Niet dat ik daar verder groot nadeel van ondervind of dat ik er mijn scherm zo voor ingedeeld heb. Neen, ik ben namelijk niet zo bezig met hersenhelften. Niet met de linkse en ook niet met de rechtse. Ook niet met indelen van computerschermen, trouwens.

Ik klik op het facebooklogo. Dat staat tussen twitter en whats app en onder het instagramlogo. De sociale media checken is een bezigheid die ik wel meer dan eens per dag uitvoer. Meestal uit verveling, vaak uit nieuwsgierigheid. Een icoon in het midden van de navigatiebalk valt me onmiddellijk op. Het icoontje dat zich rood kleurt wanneer een nieuw vriendschapsverzoek zich heeft aankondigt. Hoe mooi is dat toch geformuleerd. Er is zeker strategisch denkwerk aan vooraf gegaan. Vriendschapsverzoek. Ik lees het woord luid op en ik moet lachen. Want het brengt me helemaal terug naar vroeger. Naar de tijd toen ik met opgetrokken kousen in mijn sandalen op de speelplaats van mijn nieuwe school vroeg: “Wil jij mijn vriendje zijn?” In de choreografie van mijn denken haalt de rechter hersenhelft even voorsprong op de linkse helft maar ik duw het beeld weg naar mijn mentale prullenmand.

Een vriendschapsverzoek. Wie kan deze smeekbede zomaar negeren zonder er zich nadien slecht bij te voelen? Dus ik accepteer het net zoals ik vroeger ook gemakkelijk aanvaard werd. Gaan we knikkeren of spelen we verstoppertje? Die rechter helft toch.

De artikels op facebook worden fel becommentarieerd. Iedereen heeft zijn zeg. Van op veilige afstand wordt duchtig gal gespuwd. Op alles en iedereen.  Meningen ongezouten. Ik lees de scherpe kritiek die met dezelfde zuurtegraad opgemaakt werd als waarmee Andras Pandy zijn nabestaanden heeft opgelost. Ik word er niet vrolijker van.

Gelukkig zijn mensen in het echt leven iets vreedzamer en bedachtzamer op hoe ze het zeggen. Althans daar roddelen mensen eerder zoals krekels dat doen. Ze maken nog wel irritant lawaai maar vallen geruisloos stil als je dichterbij komt. Misschien moet ik daarom nu naar buiten om de krekels te bedaren of om een echt vriendschapsverzoek te krijgen aan een toog.

Zullen we nog een koffie drinken of had je liever iets sterker en heb je dat artikel al gelezen op facebook?

50

Het jaar is nog maar 14 dagen oud en gemeende nieuwjaarswensen worden al ingewisseld voor onheilsberichten. Rampspoed voorspellingen over niet te vermijden gebeurtenissen die dit jaar zeker zullen plaats vinden.

“Je wordt 50 he dit jaar? ” Ik denk niet dat de vraagstellers op deze retorische vraag een antwoord verwachten. Maar ze zullen het wel zo bedoeld hebben dat ik me erdoor aangesproken voel. Dus knik ik bevestigend zonder deze waarheid verder uitgebreid te bevestigen of te ontkennen. Mijn paspoort liegt er namelijk niet over. Mijn grijze haren evenmin.

Met welk doel wordt ze dan wel gesteld? Om me met de neus mee op de feiten te drukken dat mijn toekomst korter is geworden dan mijn verleden? Want dat is door de gemiddelde levensverwachting toch een statistische zekerheid. Misschien doen ze het om er hun eigen ogenschijnlijk eeuwige jeugdigheid mee in de verf te zetten? Ik weet het niet.

Het feit dat ik aanstoot neem aan deze materie laat wellicht een ontluikende midlife crisis vermoeden. Dat moet het wel zijn anders zou ik me er niet zo aan storen. 50, het cijfer galmt nog na onder mijn hersenpan. Het weerklinkt in de open ruimte die vrijgekomen is door de grijze massa die er door de tand des tijds in verschrompeld werd.

Een midlife crisis is alles behalve een amusante gebeurtenis. Ik weet er geen weg mee. Voor het eerst verdenk ik mijn lichaam van hoogverraad en meineed omdat het probeert feiten te ontkennen die voor toeschouwers en getuigen niet te verdoezelen blijken. Hoewel een strakker onderlijfje de bewijslast tijdelijk kan ontkrachten, klinkt na het pleidooi het vonnis toch onverbiddelijk. 50

Opeens word ik geconfronteerd dat ik misschien sterfelijk ben en dat er niet zo veel tijd meer overschiet om oud te worden omdat alle andere mensen opeens allemaal jonger lijken te worden. Op 49 begin ik me er al zelfs op te betrappen liever een dutje te doen dan naar buiten te gaan om er iets leukers te doen. Ik maak me zorgen over wat er nog gaat komen.

Het valt me ook op dat het andere geslacht lang niet meer zo sexy is als vroeger. Toen hun aantrekkelijke lijven nog strak en niet uit proportie oogden. Het rolletje bil valt me opeens op in dezelfde slip die het tot voor kort verborgen hield. Ligt het aan mij of is het mijn persoonlijk cijfer dat mijn zintuigen op een nieuwe manier doet waarnemen? Op een helder moment herinner ik me nog precies wat seks was al ben ik niet meer zeker hoe er met een kans op succes aan te beginnen. Al wil ik dan nog wel een spannende affaire, ik ben niet zeker of ik er de tijd en de energie nog wel voor heb.

De kleine lettertjes maken me argwanend alsof er achter elke boodschap onheil verborgen zit. Al zou het ook gewoon maar kunnen dat door een leesbril de tekst minder noodlottig wordt. Opeens lijkt het alsof ik alles al gedaan heb maar ik me niet meer kan herinneren of ik het leuk vond of niet. Ik moet me gewoonweg ook meer herinneren dan dat ik het gewoon ben. Soms denk ik zelfs dat mijn kinderen al vergeten zijn hoe ik echt ben. Dat er nog wel een kind schuilt in dat omhulsel dat ouder wordt en minder aantrekkelijk oogt. Met een rimpel meer.

Toch ben ik er van overtuigd dat mijn badkamerspiegel niet altijd de waarheid spreekt en dat hij binnenkort zal ontmaskerd worden. Net zoals jullie. En dan hoop ik maar dat jullie jullie verdiende straf niet zullen ontlopen. Dat jullie zich ook in een strakker onderlijfje zullen moeten wringen. Of in een korset met walvisbaleinen. In een vruchteloze opging om er dan net zo sexy te blijven uitzien dan ik.

Schaamhaar en zeepresten

Ouders en volwassenen. Mat ze af! Put ze uit en breek hen! Doe al wat in je bereik ligt en wat je nodig acht om hen af te peigeren. Maar doe het grondig en nauwgezet. De hele dag door desnoods. Zo niet zullen ze ’s avonds niet moe genoeg zijn om er de bovenhand over te krijgen. Van jou wordt niet verwacht empathisch te zijn want jij bent een puber. Jij bent immers het middelpunt van het universum.

Ouders. Met een eenvoudig dagelijks ritueel maak je er watjes van en blijven ze in het gareel. Ze zijn maakbaar. Jij hebt de touwtjes in handen. Jij bepaalt hoe je het wil. Begin niet te vroeg en niet te laat. En maak er een levenswerk van. Later zal het opbrengen.

Ten eerste. Stel de dag zolang mogelijk uit. Van zodra ouders merken dat je wakker bent en je ongewild hun  aandacht hebt opgeëist willen ze het immers anders. Anders dan hoe jij het graag wil. Nadat je uit bed bent gerold, kunnen ze al ongewenst de badkamer binnen vallen om te controleren of je tanden poetst en haren wast. Deze vernederende daad geeft hen de controle die jij liever voor jezelf had behouden. Je schaamhaar trimmen of masturberen in het bad wordt een gesel voor je oren.

Blijf weerstand bieden. Schreeuw, stoot bemoeizucht af en weiger snelheid en efficiëntie. Zelfs al willen ze je verleiden met gebakken spek en koffiekoeken. Immers daar wordt je wakker en alert van. Mogelijks heeft voeding ook een effect op je humeur. Sta deze indoctrinatie niet toe!

Mocht je toch overwegen de stop van het bad uit te trekken vergewis je er dan eerst van dat schaamhaar en zeepresten niet mee zijn weggespoeld. Laat natte handdoeken achter. Het liefst op een bolletje in de kuip. Scheer je absoluut niet en laat je haren groeien. Liefst zo lang mogelijk.  Doorgaans worden ouders hierdoor aan hun eigen jeugd herinnerd toen ze zelf nog haar hadden. De kans is dan niet onbestaande dat ze nostalgisch of weemoedig worden. Minder waakzaam of zelfs labieler. En dat is je doel.

Probeer na je bad ook zeker onmiddellijk een Mars of een Twix.  Maar doe dat absoluut voor het ontbijt. Dit zorgt voor frustratie en wanhoop. Refuseer vanaf dan nadien elk normaal ontbijt. Zelfs al oogt dat smakelijk of gezellig. Laat je zeker niet in verleiding brengen door met suiker bedekte muesli of chocolade granen zelfs al worden deze aangeboden in een reep en lijken ze in een tv reclame echt wel lekker. Hoewel ze meestal erg zoet zijn en grotendeels uit suiker bestaan is de kans niet gering dat er vitamines inzitten. Weer deze uit je dieet en negeer fruit.  Ook in sla vorm. Eet je toch een boterham zorg dan voor voldoende kruimels naast je bord en onder je stoel. Smeer desnoods een beetje choco in de boter indien de situatie dit vereist.

Verdwijn nadien naar je kamer.  Laat er sokken, ondergoed, spelletjes en schoolboeken door elkaar rondslingeren. Dit zal volwassenen verwarren. Ze kunnen onmogelijk begrijpen dat een kamer rommelig dient te zijn.  Een rommelgrot onderdrukt jouw behoefte om ze op te ruimen en ze nadien netjes te moeten onderhouden.  Geef niet toe aan dit privilege. Wissel voldoende van scherm en vergeet nooit dat een Xbox je nooit zal verwijten dat je er tegen roept. Tenzij je het niet hard genoeg doet.

Slapen is voor bejaarden. Vermijd het, koste wat het kost. Speel, sms en lach luidruchtig.  Friemel desnoods met jezelf tot je zakdoeken krokant zijn en verberg ze nadien onder je matras. Zet je wekker ook absoluut voor je favoriete serie, zelfs al wordt deze om 4 uur ’s nachts uitgezonden op Netflix. Indien je ouders hier over beginnen zeuren verleng deze periode dan zo lang mogelijk. Want mochten ze toch uitgerust raken zouden ze morgen alleen maar nieuwe manieren kunnen bedenken om je het leven zuur te maken. Laat je niet intimideren door dreigementen en houd lang genoeg vol. Dan pas zullen volwassenen bezwijken en als eerste in slaap vallen. Dit is het uitgelezen moment om de cola en de chips die van gisteren nog in je nachtkast verstopte, te verorberen. Verberg nadien de verpakkingen eveneens onder je matras bij de rest van het gft afval.

Het is hard labeur om volwassenen onder de duim te krijgen en ze juist op te leiden. Maar indien je volhard in dit ritueel, zal je zien dat de inspanningen op langere termijn lonen.  Ouders. Uiteindelijk binden ze wel in en geven ze wel op want morgen wacht hen een drukke werkdag. En als ze niet werken moeten ze wel dingen bedenken om het voor iedereen een beetje leuk te houden. Ook voor zichzelf en met een ongelukkige puber lukt hen dat nooit.

Inlegkruisje

Deze dag voelt alsof het inlegkruisje in mijn slip omgekeerd zit. Niet dat ik ooit al een inlegkruisje in mijn boxer heb gelegd, voor alle duidelijkheid.
Waarschijnlijk daarom dat het er verkeerd in plakt.
Ze zouden dat trouwens beter inkleefkruisje noemen want ik ben er achter dat eens de strips verwijderd zijn en je dat in je slip legt de kol aan je kloten plakt. Gesteld natuurlijk dat je als vent een inlegkruisje in je slip legt.

“Waar gaat dit naar toe?”: bedenk ik me als ik het neerschrijf.
Verveling doet rare dingen in mijn hoofd.

Dan maar naar een nieuwjaarsdrink? Straks?
Naar mensen gaan kijken die op volledig kosteloze manier hun alcohol peil op niveau trachten te houden. Onder het voorwendsel om eens onder de mensen te komen. Onder lotgenoten die worstelen met hetzelfde excuus. Mensen, die hoewel ze ongeveer 2 dagen geleden plechtig beloofd hadden, eens het nieuwe jaar aangevat, ze hun alcoholinname ernstig gingen beperken. Maar nu toch dat zelfde keeldebiet benaderen als pakweg 3 dagen geleden.
Hoewel het redelijk fris is ga ik niet naast een vuurkorf staan. Het waait ook te hard. Al de was en de strijk is gedaan en als ik naast een vuurkorf ga staan ruik ik straks net als een gerookte paling. Of word ik een wandelend rookgordijn en geef ik verkeerde signalen.
Verkeerde signalen of niet. Ik ga zeker geen “naar oude vrouwen ruikende oude vrouwen” kussen.
Vrouwen waarvan de bordeaux lippenstift die ze op hebben te lang in de schuif gelegen heeft en te droog is waardoor de smurrie er met stukken en brokken ophangt.
Als ik ga, moet ik misschien toch beter eerst dat virtuele inlegkruisje van mijn ballen trekken om de mij omringende medemens niet te shockeren met mijn opgewekt humeur.
Ware het niet dat ik op deze manier een paar gemeentelijke opcentiemen kon recupereren … ik ging niet.

Dus schol aan de milde gever. Mezelf dus.

Flipperkast

Het is een onbetaalbare luxe om zo maar 15 dagen uit mijn agenda te kunnen scheuren. Er volledig tussen uit te knijpen en er gewoon mee weg te komen. Ik besef het en ik voel me geprivilegieerd. Er bestaat niemand die het meer waardeert dan ik.

Voor mijn break zat een volledig jaar verpakt in 15 dagen. Al wat normaal over een wat langere periode gespreid wordt, zat nu tussen kortere mijlpalen op elkaar geperst. Dood en feesten met een verjaardag als apotheose.

Veel grotere contradicties zijn er niet. Al had een geboorte of lottowinst het plaatje misschien wel helemaal compleet gemaakt.  En toch is het allemaal op de een of andere mysterieuze wijze wel gelukt. Op een vreemde manier kreeg alles en iedereen wel een plaatsje en een pakje met wat warme aandacht op het juiste moment. Maar het was soms geen sinecure.

In de flipperkast van het leven sprongen alle bellen en lampjes tegelijkertijd, fel hectisch aan en uit. De ijzeren bal vloog in een onhoudbaar tempo, oncontroleerbaar over het speelveld terwijl ik als een gek flipperend dat ding probeerde in bedwang te houden. Ik kreeg door dat in dit spelletje geen plaats is voor winnaars en na een paar extra ballen en wat gratis credits hield ik het voor bekeken. Game Over. Want zo eindigt het toch steeds. Met steeds weer datzelfde irritante geluidje.

Loslaten biedt ruimte en maakt plaats voor iets anders zeggen levensprofeten. Ze hebben overschot van gelijk weet ik nu. Ik ben dan ook vast besloten in de toekomst nog meer platte rust te nemen. Gewoon doen zoals nu. Bewust niets met toegewijde ambitie tot nog minder. Om de boel terug op te laden.

Ik zal de rattenkoers koppig blijven ontlopen. Me er vast besloten ver van afwenden tot de op de laatste dag. Tot alle 15 dagen gevuld zijn met onbetaalbare onbenulligheden.  En dan zal ik mijn agenda vast nemen. Om er een volgende time-out in vast te leggen zodat ik me zelf scherp houd en niet meegesleurd word in dingen die er niet toe doen. Zoals in een zinloos flipperkast spelletje.

Een kanten slipje en een pyjamabroek met strepen.

Wat ik al een tijdje vermoedde. Mijn dagen zijn geteld. Ik ben niet meer nodig. Mijn bestaansrecht is bedreigd. Ik ben even overbodig als zonnecrème in de winter. Ik voel me als een beer op de Noordpool.

Voor mijn denkbeeldige ogen loop ik in een lange rechte rij naar een recyclagepark. Voorgegaan en gevolgd door dezelfde nuttelozen. Overtollig en redundant! We slenteren naar een park waar walkmans uit de jaren 80, computers, oude tv’s of cd-spelers gesorteerd en geperst worden tot nieuw, herbruikbaar recyclage-ijzer.

Jarenlang duwde ik de signalen weg. Alsof ze niet bestonden. Alsof het wel allemaal wel zou overwaaien. Sinds vanmorgen mag ik echter mijn ogen niet langer sluiten. Ik moet het onder ogen zien. Ik mag het sein niet negeren.  Dat mijn lot bezegeld is.

Vroeger zat ze mij op te wachten. Met gekookte eitjes en confituur. Ze wachtte geduldig op warme broodjes en koeken van bakkerij Verhelst. Dat waren de beste. Zeker die met krieken of met ingebakken chocolade. En op de krant. Op zaterdag konden we dan lang ontbijten. Zij, in een kanten slipje en een oud T-shirt. Ik in mijn hippe, tot op de draad versleten pyjamabroek met strepen. We hingen dan door tot ver na 12 uur. Met koffie, vers geperst sinaasappelsap en elk ons deel van de weekendkatern. Ik met de neus in sport en de politiek. Zij in de lifestyle- of in de reisbijlage. Halverwege wisselden we dan even om interesse te tonen in wat bij de andere zo lang de aandacht had opgeëist. Kans groot na de 2e lezing dat slipje en die verhakkelde pyjamabroek van ons lijf gleden en nog een paar uur bleven rondslingeren onder de keukentafel.

Toen ik vanmorgen van de bakker binnen viel met dezelfde broodjes en koeken, èn de gazet, viel het me op dat alles opeens anders was. “Ik had al afbakbroodjes in de oven gezet. Is dat geen verspilling? Zoveel koeken?”. De krant bleek ook overbodig want de IPad had al het nieuws al binnen gegooid. De sport en de nieuwe lifestyle. De zacht gekookte eitjes ontbraken. Het slipje ook maar het sinaasappelsap was er wel. In een vierkant tetra pak. De krant bleef onaangeroerd  en een kwartier later spoelde de vaat de kruimels van onze borden proper.

Met heimwee blik ik terug op dat paradijs van vroeger. Toen ik nog voor meer dan 10 dingen het gepaste instrument was. Toen ik op zondagmorgen nog facteur van dienst mocht spelen om een krant te brengen.  Of glazenwasser, die meer aandacht mocht hebben voor de taferelen die zich achter het glas afspeelden dan voor de strepen die zijn zeemvel achterliet. Af en toe werd ik zelfs joystick van een apart X-box-spelletje. Op de keukentafel, als melkboer.

Wij venten doen er niet meer toe. Al langer hoe minder. We worden meer en meer vijfde wiel aan de wagen.

Misschien hebben vrouwen zich gewoon veel beter aangepast aan de moderne wereld dan wij mannen. En lopen we daarom een beetje achterop in onze processie van Echternach. Wij leven immers al beduidend korter dan vrouwen. Is dat geen voorteken?  Een bewijs van onze zwakte? Ons zelfvertrouwen wordt ook meer en meer op de proef gesteld? Zeker nu vrouwen het steeds meer met elkaar beginnen doen. En zelfs manloos moeder worden, zonder onze tussenkomst. Het wordt stilaan ernstig.

Ze spelen het allemaal op hun eentje klaar. Vanzelf. En dan vraag ik me af of ze zich soms schuldig voelen. Omdat ze ogenschijnlijk zelfrijdend door het leven fietsen. Als grote overwinnaar van de oorlog der seksen?

Wij venten daarentegen moeten dringend gereanimeerd worden opdat we niet vervagen. Misschien kunnen vrouwen een handje helpen. Ons af en toe kunstmatig, mond op mond beademen zodat we niet uitsterven en achter glas terecht komen. Achter een vitrine van een of ander museum. Tijdens een expositie van andere, met uitsterven bedreigde diersoorten.

 

Zweet en testosteron.

Ik loop gevaar. Misschien haal ik de morele Vlaming en bij uitbreiding een groot deel van de wereld over me heen. Wellicht zal #metoo zich roeren. Mogelijkerwijs zullen feministen me uitbraken en word ik door hen straks leidend voorwerp als een brandend slipje of een smeulende BH.

Meer dan 20 jaar bracht ik door in een kleedkamer van een handbalploeg.  In dat venten hok rook het naar mannenzweet en proefde je testosteron. Zeker na een overwinning. Opgenaaid door adrenaline en te veel gulzige pinten deden we rare dingen. In geen tijd kon de elite van het Vlaamse handbal dan muteren tot heel veel helaasheid der dingen.

Lag je op je buik op de massagetafel liep je risico op hars in je reet.  Eens onder het stortbad lachten we met elkaars piemels. Alle formaten werden even hard op de korrel genomen. De te grote, de te kleine, de te dunne en de te dikke. Met te veel schaamhaar werd ook gelachen. Het was per slot van rekening nog steeds de jaren ‘90. Een bijgeknipt plukje werd nog wel getolereerd maar te veel al-qaida was in dat tijdperk ook al uit den Boze. Was je niet genoeg  getrimd, werd spot en nijd je deel. Voor de rest van de avond.

We urineerden onopgemerkt tegen elkaars benen of knepen shampooflessen leeg tot iedereen een Fellaini kapsel had. Al heette dat toen zo nog niet. Toen was dat nog gewoon een Michael Jackson-coupe omdat de King of Pop toen nog gewoon een zwarte was met Afro haar dat een beetje te bol stond. In die tijd was hij nog niet af gebleekt en accordeerde zijn Afro-neus nog helemaal met de rest van zijn tronie.

Naakte branieschoppers waren we. Macho’s met afgetrainde torso’s maar met een te klein of een te groot pietje. Of een te dik dat kon ook.

De grootte van onze mond en de vunzigheid dat we ermee uitkraamden was omgekeerd evenredig aan de grootte van ons zelfvertrouwen en de gevoeligheden die we er probeerden mee te verdoezelen. In de kleedkamer golden nu eenmaal heel andere wetten. Onoverwinnelijk waanden we ons. De zwaksten moesten er van tussen.

Met geribbelde pint in aanslag schopten we keet en zongen uit volle borst en in een valse toonaard: “Hete wijven voor de werkman.” De kans niet onbestaand dat nadien “De-keizer-van-China” en “De-Dochter-van-de-Paster” in alle uithoeken van de kleedkamer door iedereen werd mee gekweeld. … Ne keer langs hier.. ne keer langs daar.. ne keer langs voor… ne keer langs aahaaaachter…

Sommigen echter, bij wie het licht al gedoofd was en bij wie de hersencellen begonnen op te spelen tegen zo veel kuddegedrag, beperkten zich enkel nog tot: “Blote Tetten” en “Ein Prosit!”

Van fijnbesnaarde gevoeligheid mocht je ons niet verdenken. Van gemeende vrouwvriendelijkheid al evenmin. Toch niet in de kleedkamer. We gedroegen er ons als lompe boeren. Na winst werd de kleedkamer een vunzige concertzaal. Een soort van cantus vol platte liedjes met stomme teksten waarin vrouwen de hoofdrol kregen als lustobject of handig gebruiksmiddel. “Buurman wat doe je nu?”

Maar het was geen seksisme.  “Blote Tetten of Kleine Pietjes” waren geen luidruchtige uitdrukkingen van vrouwelijke of mannelijke onderdrukking. Wat we in gedachten deden als Keizer-van-China en met de Dochter-van-de-Paster was groen en onschuldig gestoef. We deden het toch niet bloot op de straat. Het was toch niet echt?

Met dat onhandig haantjesgedrag blonken we enkel onze denkbeeldige pluimen op. Omdat we hoopten dat ons kleurenpalet zo wel een beetje meer zou opvallen als we straks tussen de echte kippen moesten laveren.

En dan moet ik eerlijkheidshalve nog toegeven dat wanneer de eerste slow door de luidsprekers galmde ik mijn portefeuille wel eens vooraan in mijn onderbroek gestoken heb. Om hem niet kwijt te raken denk ik.