Categorie: Geen categorie

Waardeloze wens

Ik heb in mijn leven al heel wat af gewenst. Ik deed dat wanneer ik een vallende ster zag, als ik kaarsen uitblies, zelfs bij een verdwaalde wimper. Vorig jaar heb ik mensen het allerbeste gewenst. Ik zie het nog voor me. Ik deed het met de overmoedige overtuiging dat mijn woorden of wensen iets zouden kunnen omdraaien, vertragen of ongedaan maken. “Gelukkig nieuwjaar”, twee woorden, die ik vol verwachting en met hoop uitsprak alsof ze vanzelf hun weg wel zouden vinden.

Sommige van die mensen zijn er niet meer. Ondanks mijn wens. Ze verdwenen of gingen dood. Hun naam is niet weg, maar hij klinkt anders. Alsof ze niet meer in deze tijd staan, of zo. Mijn wens heeft hen niet kunnen beschermen. Hij heeft niets tegengehouden, niets genezen, niets verlengd, en dan denk ik, mijn wens is waardeloos geweest.

Maar misschien was hij niet verkeerd of waardeloos, maar heb ik hem te groot gewenst, of heb ik hem te achteloos of te kwistig uitgedeeld en had ik gewoon wat zuiniger moeten zijn voor wie ik hem bewaarde.  Ik probeer het dit jaar te doen, misschien dat het leven zich volgend jaar dan een beetje zal gedragen, dat verlies een omweg zal nemen en de kalender een beetje milder zal zijn.

Mijn wens van vorig jaar heeft me geleerd dat een wens geen belofte is en dat de dingen niet altijd proper op elkaar volgen zoals een wens of het leven dat zou moeten doen. Soms stort alles gewoon in elkaar ongeacht al dat gewens.

Vandaag, aan de rand van een oud jaar en aan het begin van een nieuw, wil ik het allemaal een beetje zuiniger, een beetje rustiger. Ik wens je dan ook geen vanzelfsprekend, groots geluk met de verwachting dat daarmee alles afdwingbaar wordt, want dat zal het nooit zijn.

Wat blijft er dan over? Aanwezigheid misschien, voor jezelf en voor elkaar?  Misschien zullen we dan beseffen dat elk moment zijn waarde heeft. Misschien dat we dan durven blijven kijken en blijven voelen ook op momenten dat het leven ingewikkeld wordt. Dat we dan niet wegkijken van stilte, gemis, oneerlijkheid, eenzaamheid en van alles wat niet direct opgelost raakt. Misschien moet niet alles direct opgelost te raken.

Voor mezelf wens ik voldoende moed om mensen te blijven vasthouden zolang ze er zijn, zonder overmoedig te denken dat tijd vanzelfsprekend is. Dat aanwezigheid vanzelfsprekend is.  Dat jij vanzelfsprekend bent. Voor jou wens ik hetzelfde.

Ik wens mezelf ook zachtheid en rust om afwezigheid, gemis, oneerlijkheid en eenzaamheid niet altijd te willen herstellen met woorden maar ook een keer met daden.

Morgen begint een nieuw jaar. Geen ziel die weet wat dat zal brengen.  Dus niemand die nu al weet welke straks het meest bruikbaar zullen zijn. Ik hoop dan ook dat deze waardeloze wens genoeg is om opnieuw te beginnen, om er het hele jaar mee door te komen.

Ergens. Tussen onrecht, schuld en vergeving

Ik slenter tussen de echo van mijn eigen stappen. Soms klinken ze te luid, soms te zacht. Het lijkt wel alsof ik mezelf door die stilte heen wil slaan. Ergens in mij resoneert iets dat lijkt op oude schaamte, zwaar en stijf, iets dat ik niet helemaal begrijp, laat staan onder woorden kan brengen. Het is geen duidelijk gevoel, eerder een koude wind die telkens in mijn nek blaast net voor de nacht besluit of hij mij welkom heet of niet.

Wanneer ik denk dat ik dat gevoel ben ontgroeid, duikt het opnieuw op.  Onaangekondigd als zachte, beschuldigende indrukken die fluisteren dat ik nooit genoeg zal zijn, alsof ik iets of iemand onrecht heb aangedaan, misschien mezelf wel het meeste.

De laatste weken heb ik gedacht dat vergeving of acceptatie bij de ander begint. Dat iemand mij wel zou aankijken om te zeggen, “het is goed genoeg, ik begrijp je”. Nu pas voel ik hoe dringend ik die woorden tegen mezelf moet uitspreken. Want, niemand kent het gewicht dat ik draag beter dan ikzelf. Ik alleen weet precies waar het verkeerd is gelopen. Ik ken de situaties, mijn gedachten en de keren dat ik zweeg terwijl ik had moeten opstaan en protesteren. Maar ik ken ook de momenten waarop ik te luid sprak terwijl zwijgen beter was geweest.

Wanneer ik terugkijk, zie ik mezelf als kind. Helder, niet vaag of verdwaald, maar onzeker, met te kleine handen om te dragen wat me werd aangereikt. Ik probeerde al stevig te staan, maar mijn benen waren te kort, mijn rug te zwak voor alles wat op mijn schouders drukte.

Heb ik daarom zo vroeg geleerd om mezelf te verstoppen in verhalen en gedachten die niet van mij waren om te fel te leven zoals anderen dat van mij verwachtten, in plaats van zoals ik het voelde. Wie zal het zeggen?

Er zit iets rauws in het besef dat schuld en schaamte of onrecht niet zomaar verdwijnt met de tijd. Het is dat soort gevoel dat zich ingraaft, in stilte groeit en zich voedt met pijnlijke herinneringen en rondcirkelende gedachten. Maar als ik goed kijk, vind ik in al die mijmeringen ook een zacht kantje, één dat ik mezelf maar zelden gun.

Er zit iets dat ik te lang heb genegeerd. Ik wil ook vooruit, soms te traag, vaak onbeholpen, dikwijls te stuntelig maar wel vooruit. Ik voel dat ik het mezelf verschuldigd ben om op te houden met weg te duiken, om eindelijk rechtop te staan, zelfs als ik kwetsbaar ben en het ongemakkelijk of oneerlijk aanvoelt.

Wat mij raakt is, hoe mezelf vergeven fragiel en moeilijk blijft. Het is geen groots of dramatisch gebaar naar mezelf. Het zijn geen open armen in het midden van de storm. Het is eerder mijn stem die zegt, “Janneke, zullen we het nog een keer proberen?” Het is die glimlach die ik mezelf schenk wanneer ik mijn littekens aanraak en voel dat ze minder pijn doen, omdat ze een schoon verhaal vertellen.

Ik verstop me nog te dikwijls achter starre trots, omdat toegeven als zwakte voelt. Terwijl ik beter weet dat kwetsbaarheid geen capitulatie is, maar misschien de mooiste vorm van zelfbehoud. Leg me dan uit waarom ik me blijf verdedigen tegen mijn eigen hart?

Er zit een zekere schoonheid in het herkennen van mijn tekortkomingen zonder ze per force te willen corrigeren of te veroordelen. Ik observeer mezelf, de mens die ik was, die ik ben en die ik nog wil worden. Tussen die drie figuren zit nog afstand maar ook nieuwsgierigheid. Maar misschien moet ik toch eerst helemaal barsten en breken om ruimte te krijgen om terug te kunnen groeien.

Vergeving is geen point final aan het einde van een zin, eerder een komma midden in een verhaal dat zich nog aan’ t schrijven is.

De wind zal gaan liggen als ik besloten heb om niet meer mee te waaien. Om te blijven staan, misschien tegen beter weten in, hopelijk met een soort onverwachte moed. Dan pas zal ik opnieuw mijn echte stem horen en met mijn hart op mijn hart kunnen zeggen, “Ik ben het niet vergeten, maar ik heb het een plaats gegeven …”

Maar dat is nog niet … echt nog niet voor vandaag!

Leg dat toetsenbord neer, lafaard

Er is iets ziek aan deze tijd. Ik heb het niet over virussen, oorlogen of de klimaatcrisis. Ik heb het over jou. Jij, die elke dag het beest zuurstof geeft. Like na like. Met je gif in een gouden kelk. Jij die ooit je gezond verstand inruilde voor plastic toetsen en een WiFi-verbinding, alsof het je nieuwe longen zijn waarmee je ademt.

Links, rechts, woke, antiwoke, pro dit, contra dat, racisme, antiracisme, zionisten, Arabieren, complotdenkers, complotontkenners. Het maakt niet uit wat je kiest, als het maar een kamp is. En dan trek je ten strijde en knal je met kogels op je klavier jouw munitie de ether in, want godverdomme, de wereld zal geweten hebben dat je gelijk hebt.

Gelijk. Dat heilige woord dat even leeg is als die pint op die toog waar je elke dag tegenaan leunt om je evenwicht te vinden. Er is geen gelijk. Er is alleen jouw versie van de dingen, en de mijne. Maar dat kan jij niet aan. Jij moet winnen. Altijd. Online. In tekens, memes en woorden, of in filmpjes van vijftien seconden. Alles bijéén geperst tot hapklare oorlogstaal, want nuance is saai. Clickbait werd je oorlogstrom, angst je oorlogsvlag!

En intussen verlies je wat je ooit zo goed kon. Praten. Gewoon babbelen. In levenden lijve. Met stembanden, adem, een frons en een glimlach. Of met ongemakkelijke stiltes waarin je zelf moest nadenken voor je iets zei. Nu is het alleen nog toetsen en tokkelen, swipen en versturen. Je voordeur blijft dicht. Je hart ook.

Het is makkelijker om je verontwaardiging in caps lock in iemands gezicht te spuwen dan iemand in de ogen te kijken en te zeggen, “Ik versta niks van wat je zegt, maar leg het me eens uit.”

Jij, hashtagviking, held van je echozaal. Elke post van jou wordt geknuffeld door algoritmes die alleen maar bevestigen wat je al dacht, terwijl je de rest van de wereld tot een karikatuur fileert. Woke sneeuwvlok. Racistische boomer. Linkse activist. Rechtse extremist. Negerhoer. Homo. Hetero. Vegan. Vleeseter. Alle mensen verdwijnen, alleen het label blijft.

En als je dan eens buitenkomt, verder dan je toog, voor zover je dat nog durft, is zelfs “goeiendag” verdacht geworden. En je hebt niet eens door dat mensen naar je kijken alsof je hen komt bekeren met je vitriool. Hoe absurd wil je het hebben? Jij beseft niet eens dat je maar een dier bent van vlees, botten, stront en darmen. Niet meer, niet minder. Je gedraagt je alsof je onsterfelijk geworden bent door je kutmening.

Het tragische? Hoe meer je typt, hoe meer je stuurt, hoe minder je voelt. Hoe harder je brult in caps lock, hoe stiller het wordt in je eigen hoofd en hart. Hoe meer je vecht voor je virtueel gelijk, hoe minder je nog luistert. Je werd een soldaat in een leger van toetsenbordridders, en jij denkt dan nog dat jij de generaal bent.

Probeer eens iets radicaals. Smijt je telefoon weg. Adem. Zie een mens. Niet een mening. Niet een hashtag. Een mens van vlees, bloed, twijfel en onhandige lachjes. Vraag hoe het gaat zonder er eerst je eigen drama bovenop te pleuren.

Niet iedereen hoeft jouw verhaal te horen. Soms is jouw zwijgen ons grootste geluk. Jouw kennende geloof je dat ik hier de softie speel. Maar dit gaat niet over kumbaya zingen rond een kampvuur. Het gaat over stoppen met oorlog voeren op een toetsenbord, zeker omdat je nog nooit één voet gezet hebt op het slagveld van echt menselijk contact of echte miserie.

Het is eigenlijk belachelijk simpel, zeker op deze kant van de kluit. je leeft, je sterft. Punt. Alles daartussen is te kostbaar om te verspillen aan digitale kruistochten, hashtagslagen en capslock-bombardementen.

Dus stop met typen. Kom van dat toetsenbord. Spoel het leven niet door het putje. En leef, lafaard! Schrikschijter!

Jupilerman

Vandaag is een dag waarop ze me kunnen wijsmaken wat ze willen. Bijvoorbeeld dat liefde in een doos pralines zit of schuimt in een glas champagne.  Dat passie spant in een veel te duur lingeriesetje dat na vijf minuten op de grond ligt of erger nooit aangetrokken wordt omdat ik de maat van dat kanten niemendalletje niet wist.

Ze verwacht niks, want ze vindt het allemaal maar platte commerce. En net dat maakt het verraderlijk. Als ze iets verwachtte, kon ik het zo laten maar nu gaapt er een vacuüm, een zwart gat van stilzwijgende hoop dat ik moet vullen en waar al mijn mannelijkheid in verdwijnt. Vandaag moet het met oesters, rozenblaadjes, kaarslicht, een ritueel en een bankkaart.

Ik ken ze hoor, de mannen die aan dit circus ontsnappen. Ze blijven onbewogen bij dit commercieel gelul. Het zijn mijn idolen want ze laten zich niet meeslepen door hormonale wervelstormen of schreeuwende marketing. Zij zitten morgen in hun marcelleke, met hun voeten op de salontafel, een Jupiler in de hand te staren naar een scherm alsof dat de enige liefde is die er echt toe doet.

Ergens ben ik stront jaloers. Ik denk dat vervloekt ben want ik ben geboren met een ziekte die romantiek heet, een aandoening die me dwingt tot gedempt licht en dure zoetigheid in de hoop dat het in godsnaam ooit iets oplevert. Dat zij, als ze de chocolade smaakt, niet alleen de chocolat proeft, maar ook mij. Dat als ze haar glas heft, ook toost op mij. Dat als ze haar lingeriesetje uitpakt, ze niet alleen aan haar eigen lijf denkt, maar ook aan mijne.

Het is toch allemaal een grote leugen? Al die kostelijke attributen die ons nog eens vel tegen vel moeten krijgen, terwijl het gewoon een jaarlijkse realitycheck is waarin het pijnlijk duidelijk wordt dat we geen idee meer hebben hoe we liefde kunnen voelen zonder dat iemand ons vertelt hoe die er dan moet uit zien of hoe duur ze moet zijn.

De ironie is dat ik het weet. Ik zie de marketingmachine, de illusie en de absurde commedia dell’arte en toch speel ik mee. Omdat niets doen nog erger is. Omdat een vrouw die niks verwacht nog gevaarlijker is dan een vrouw die op rozen rekent. En omdat ik de hoop niet opgeef dat jupilerman verkeerd zit en dat liefde, ook al is het maar een beetje, nog te koop is.

Een brief aan mijn zestienjarige zelf

Jan,

Als ik nu naar je kijk, voel ik een soort melancholie die jij onmogelijk kunt vatten. Ik ben namelijk jouw veertig jaar oudere zelf. Het voelt vreemd om je aan te spreken, maar ik geloof dat ik iets belangrijks te zeggen heb. Wat je ermee doet, laat ik aan jou over. Maar ik verwacht niets anders van jou, ik ken je.

Het is 16 augustus 2024, en ik lig languit in een doorgezakte zetel waarin ik noodgedwongen veel van mijn tijd doorbreng. Maak je geen zorgen, ik ben helemaal oké. Het is avond, het miezert buiten, en de kamer om me heen is gevuld met getemperd licht en omgeven met talloze herinneringen aan een leven vol hoogte- en dieptepunten.

Je bent zestien, Jan. Je denkt dat je al iets van de wereld kent, maar eigenlijk weet je van toeten of blazen. De enige waarheid van vandaag is dat de wereld voor je openligt en helemaal klaar is om door jou ontdekt te worden. Ik zie je voor me liggen in dat bed dat feitelijk veel te klein geworden is voor dat grote lijf van jou. Alleen ik weet dat je je eigenlijk veel kleiner en nietiger voelt dan dat grote lijf waarin je ronddraaft.

Wat zie je, Jan, wanneer je naar de horizon kijkt? Zie je avontuur dat je zo gretig najaagt, of begin je ook al de valstrikken te zien die ik niet kon vermijden?

Het is vreemd om jou te schrijven, want de weg die voor je ligt, is er één die ik al heb bewandeld. Ik ken hem. Hij kronkelt, is bochtig en zit vol diepe dalen, bezaaid met wolfijzers en schietgeweren, maar ook met momenten van puur geluk. Mag ik je verklappen dat die weg verraderlijk is? Je zult struikelen en vallen. Je zult jezelf verliezen en terugvinden, misschien vaker dan je nu voor mogelijk houdt. Je zal het wel doen.

Je zult liefhebben en geliefd worden, Jan. Met een vurigheid die alleen jij zult voelen, zoals je voor het eerst de hitte van de zon op je huid voelt branden en je hart doet ontploffen. Ja, er zullen vrouwen zijn die je hart sneller zullen laten slaan en die je zullen laten geloven dat de wereld alleen voor jullie tweeën bestaat. Je zal ontdekken dat liefde niet altijd een vriend is. Ze zal je ook verpletteren, je hart in duizend stukken breken en je achterlaten in een leegte waaruit je niet meteen weet te ontsnappen, waardoor je je zult afvragen of het allemaal wel de moeite waard is geweest.

Maar er is die ene, Jan. Degene die je hart voor altijd zal beroeren, zelfs op de lastigste momenten dat je het niet meer wil erkennen. Je zal haar leren kennen in een tijd waarin je van niets meer zeker bent en van nog minder iets begrijpt. Ze zal in je hoofd kruipen en onder je huid, om er te blijven, ook al wil je soms dat je haar nooit had ontmoet. Ze zal je rechthouden, en samen in de diepste afgronden afdalen. Ze is het licht en het donker ineen.

Soms, Jan, zul je merken dat het gemakkelijker lijkt om dingen diep in jezelf te verbergen, om ze weg te stoppen in een kluis diep in je hoofd, om te doen alsof ze er niet zijn. Jezelf voorliegen lijkt zo ogenschijnlijk een gemakkelijke manier om te overleven. Maar het is een vlucht die je uiteindelijk kan doen bezwijken onder het gewicht van je eigen gedachten en demonen. Je zal niet volhouden. Je zal je geheime brandkast openen en je zal vechten om niet te verdrinken in alles wat je probeerde te vergeten en te verdoven. Het zal je lukken.

Je zal schrijven, zoals ik nu doe. In die woorden op papier zal je mensen terugvinden en kwijtraken. Je zal verhalen schrijven over jezelf en over anderen, zelfs als je hun naam niet meer op papier wil zetten. Nostalgie zal in je verhalen doordringen en zal in elke zin weerklinken. Leer schrijven zoals je graag ziet met alles wat je in je hebt. Ik denk dat je dat nu al kan.

Daarom, schaam je niet voor wie je bent, of waar je vandaan komt, voor datgene wat je diep vanbinnen voelt of voor de verkeerde redenen niet durft loslaten. Zoek geen voldoening in luchtkastelen en jaag geen dromen na die de jouwe niet zijn. Wees rebels en tegendraads zoals je vandaag al bent en zoek geluk in kleine dingen, de dagelijkse.

Nu je jong bent, denk je dat je met iedereen een connectie moet hebben en dat iedereen jou graag moet zien. Je gelooft dat de wereld een open boek is waarvan elke pagina gevuld moet zijn met mensen die je begrijpen en je met schouderklopjes overladen. Het is niet zo, Jan. Diepgewortelde vriendschappen zijn zeldzaam. Je zal ontdekken dat je die band slechts met enkelen blijvend zult onderhouden. Je komt er vanzelf achter met wie je dat zal doen.

Er komt een dag waarop je zult begrijpen dat het leven niet die epische roman is die je je nu voorstelt. Het leven zit immers in hele kleine momenten, in onuitgesproken woorden, in een blik die je toegeworpen krijgt en die je met een glimlach beantwoordt. In die hand die je niet hebt durven vasthouden en in die keuze die je niet hebt durven nemen. Met het ouder worden zal je die momenten met je meedragen als een last, maar ook als een dierbare schat.

Het leven zal je leren dat spijt waardeloze pasmunt is. Toch zul je die in overvloed bezitten, om je er af en toe leeg mee achter te laten. Gooi die muntjes tijdig weg, ze wegen zwaar maar je koopt er niks mee. Ook dat zal je leren.

Op een dag als deze zal je je herinneren wat het betekende om jong te zijn, om te geloven dat alles mogelijk is en dat het leven zich wel zal uitvouwen zoals jij het wil. Alleen, Janneke, het leven houdt zich niet aan jouw regels. Je zal moeten leren buigen, zoals een plataan in de wind, anders zal je breken. Je zal het niet doen.

Dus, aan jou, mijn zestienjarige zelf, zeg ik met wijsheid van nu, wees niet zo hard voor jezelf.  Fouten zal je maken, sommige daarvan zullen je blijven achtervolgen tot je je laatste ademtocht uitblaast. Maar onthoud heel goed dat het juist die fouten zijn die je zullen vormen en je zullen maken tot de man die je uiteindelijk zal worden, ik dus, en jij natuurlijk.

Jan, je oudere zelf

Een moment zonder momentum

Ik hoorde vanmorgen het woord tijdens het scheren en was bang dat ik zou uitschieten met mijn scheermes.   Mijn tenen gingen krom staan en mijn maag kromp ineen tot een pijnlijk bolletje, een uitgelezen moment, het ‘momentum’ zeg maar, om in opstand te komen.

‘Momentum’, dat ergerlijke woord dat zich geruisloos een weg heeft gebaand in onze dagelijkse gesprekken, als een verwaande pauw die met zijn pluimen stoeft alsof hij een modeontwerper is en denkt dat hij op een catwalk staat. Telkens ik dat woord hoor, vooral dan in een context die niets te maken heeft met natuur- of wiskunde, twijfel ik aan onze beschaving. Er is wel meer waarom ik twijfel aan onze beschaving, laat daar geen twijfel over bestaan, maar dit terzijde.

Wat is er mis met een normaal woord zoals bijvoorbeeld ‘een kantelpunt’, ‘een gunstige omstandigheid’, of ‘een juist moment’? Is het echt nodig om in elk gesprek een onweerstaanbare drang te voelen om te willen klinken als een politicus die indruk wil maken tijdens een verkiezingscampagne?

Het stoort me vooral bij alledaagse dingen. Stel je voor: Ik sta me in de badkamer te scheren. Op de radio, die op de achtergrond speelt, spreekt iemand de gevleugelde woorden, mijn carrière bevindt zich nu in een ‘momentum’. Dan heb ik zin om te antwoorden. “Pardon, in een wat?” Ik zou verdorie zo maar kunnen uitschieten met mijn scheermes.  Misschien zou je beter normaal leren babbelen, zonder te doen alsof je een ruimteschip bent dat klaar is voor een lancering naar Mars.

Of erger, tijdens een voetbalwedstrijd, wanneer Filip Joos enthousiast roept dat Club Brugge in het ‘momentum’ zit.  Nee, Filip, ze hebben gewoon een pietgoal gescoord. Het is niet alsof een onzichtbare kracht hen plots in beweging heeft gebracht en dat die toevalligheid vanaf dan de hele kosmos beïnvloedt.

En het breidt uit als een virus. Eerst waren het zakenmensen, dan voetbalcommentatoren en trainers, nu verspreidt het zich als een pisbloem die ongestoord en snel mijn gazon overwoekert. Wie weet, verschijnt het binnenkort in recepten: “Voeg wat ‘momentum’ toe aan je stoofpot voor extra boost, je hebt dit nodig voor je dieet.” Nog even of ‘momentum’ wordt duur verkocht in potjes die voorzien zijn van een mooie slogan “Smeer elke morgen ‘momentum’. Wie heeft nog tijd om te wachten?”

Vraag me niet waarom ik van mensen die te pas en te onpas het woord ‘momentum’ gebruiken, vind dat het pretentieuze aanstellers zijn, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat dat woord het voor mij nadien altijd verpest. Alle andere woorden raken dan niet meer voorbij mijn irritatiebarometer.

Ik was zo vrij om even kort als krachtig ‘het momentum’, onder de loep te nemen, even onbeduidend en nietszeggend, als lege kreet of hol cliché op exact dezelfde manier waarop het elke dag ongevraagd mijn trommelvlies doet trillen en mijn tenen doet krullen.

Zouden we toch niet beter van elk moment profiteren zonder dat verschrikkelijke ‘momentum.’ Er staat straks echt nog wel van alles te gebeuren, op het juiste moment. Het ‘momentum’, althans het woord, hebben we daarvoor niet vandoen.

Ik geloof zelfs dat ik het was

En wat dan nog, wat ben je met mensen die de dingen niet los kunnen laten. Wat maakt het uit, dat eindeloze staren naar iets wat ooit was? Alles is vergankelijk, niets vanzelfsprekend. Als iets verdwijnt is het voorgoed weg en voorbij. Punt. Geef er geen betekenis aan en laat het los, zonder er verder nog aandacht aan te schenken.

Troost jezelf zonder zelfbeklag of zwaarmoedige emoties die nooit vaste grond zullen vinden. Eens je zover bent, twijfel dan niet. Verzamel geen ‘oude meubelen’ maar wees vastberaden en blijf bij je besluit. Mocht je twijfelen, kan deze zekere gedachte je misschien helpen, ‘Nooit zal je hetzelfde terugvinden van wat je hebt achtergelaten of bent kwijtgespeeld.’

Alles en iedereen verandert. Ik verander, het leven zelf verandert. Altijd is er wel iets nieuws te vinden, iets nieuws te ontdekken. Alleen, van zodra je denkt dat je iemand of iets gevonden hebt om voor altijd bij je te hebben, ben je het voorgoed kwijt of is het al veranderd.

Ik zou voor de stelregel moeten durven kiezen om nooit ergens nog spijt van te hebben en nooit meer achterom te kijken.

Voor iemand die tracht te leven zoals ik, is spijt namelijk tijdverspilling maar vooral een verspilling van energie, energie die ik nodig heb om nuttige dingen te doen. Ik kan het me niet langer veroorloven om er mezelf aan over te geven. Mijn gegeven tijd is te kort geworden. Ik mag niet langer leven als een teerling waarmee anderen kunnen bepalen hoe en wanneer er zich mee te amuseren.

Spijt is abstract. Ik kan er zelfs geen vorm aan geven. Feitelijk kan ik er niks mee aanvangen. Spijt of zelfbeklag (is dat geen variante van hetzelfde), is een meedogenloze draaikolk die me opzuigt om erin te zwelgen en rond te draaien en dat zo lang vol te houden tot ik tot niks anders meer in staat ben, om er uiteindelijk helemaal in te verdwijnen.

Al de tijd dat ik dit tekstje zat neer te schrijven was mijn andere ik in het duister van mijn hoofd aan het ijsberen om me op andere gedachten proberen te brengen. Hij liep alsmaar heen en weer te lopen en ging maar pas weg van het moment nadat ik deze gedachte begon te analyseren om ze los te kunnen laten. Hij vertrok, haastig en verward, maar ook een beetje verdwaald en tegelijk opgelucht omdat hij eindelijk vertrouwde stemmen meende te horen.

Ben jij het die ik hoor, riep hij?

Op dat eigenste ogenblik durfde ik zelfs te geloven dat ik het was.

Mondhoeken

Soms denk ik dat mijn mondhoeken maar niet willen geloven dat zwaartekracht iets is wat bestaat maar dat je voor de rest helemaal mag negeren. Het lijkt wel alsof ze overtuigd zijn dat ze op elk moment van de dag zo hard naar het middelpunt van de aarde moeten worden getrokken door een onzichtbare kracht die alleen voor hen geldt.

Mijn neerhangende mondhoeken geven mijn gezicht een treurige façade en het krijgt daarmee iets van een surrealistisch schilderij van de hand van Picasso maar dan wel geschilderd op een heel triestige regendag. Mijn gelaatsuitdrukking, altijd hoekig gebeiteld in serieuze perfectie, wordt dan een onverwacht triestige attractie tussen de lachende menigte.

Mijn verrimpeld gezicht lijkt op het eerste zicht op een oud ongelezen boek omdat het stoffige en verlepte kaft doet vermoeden dat het verhaal wel zwaar en complex moet zijn, terwijl het net een vederlichte roman is waarvan de verhaallijn op elke pagina een onverwachte wending neemt.

Mijn ‘bakkes’ heeft zonder mijn toestemming te vragen een patent genomen op een permanent fronsende blik, op neerhangende mondhoeken en op een ernstige blik.  Het gaf me de levenslange verplichting om ze te dragen. Ik heb het ooit ondertekend zonder de kleine lettertjes te lezen.

Maar het draagt een geheim, een bewaard mysterie dat ik slechts met enkelen deel, en nu met jou. Ongeacht mijn blik, mijn frons of mijn neerhangende mondhoeken, binnenin ontvouwt zich een levendige kermis, een innerlijke foor met kronkelende ideeën en met een verbeelding die de breedte heeft van de glimlach van een kind op zijn verjaardag.

Dus, de volgende keer dat je me vraagt waarom ik zo serieus ben of waarom mijn mondhoeken naar beneden hangen, weet dan dat mijn blik maar een masker is, een vermomming voor de zotte chaos die in mijn hoofd woedt, misschien als façade van een surrealistisch schilderij, maar weet dan dat op dat moment mijn innerlijke kermis in volle gang is.

Soms is het beter om de wereld op het verkeerde been te zetten dan hem echt als Atlas te moeten torsen.

Speciaal

‘Speciaal’. Je weet wat dat betekent wanneer men dat over je zegt. ‘Speciaal’, en dat kan je op zoveel manieren interpreteren.

Als je ervoor in de stemming was, kon je zonder er moeite voor te hoeven doen, twee stenen doen vechten. Eigenzinnig, provocerend, tegenstrijdig, grof en onwaarschijnlijk tactloos, allemaal karaktereigenschappen die jou perfect omschrijven voor mensen die je maar half kenden. Eigenschappen die me nu, naarmate ikzelf door de wol geverfd raak, niet vreemd zijn, omdat ik ze soms in mezelf herken.

In gezelschap kwam je dikwijls uit een hoek waarvan iedereen dacht: “Waar komt dit nu weer vandaan? Waar hebben we dit nu weer aan verdiend?” Onze pa zei dan, “Die van ons’” want zo zei hij dat, “die van ons, kan er met een koude hand aan komen.” Een uitspraak die de lading volledig dekte. Van een koude hand schrik je op omdat ze storend en ongepast aanvoelt, maar je bent wel meteen wakker, alert en bij de pinken. Dat moest je wel zijn in jouw gezelschap.

Als het niet helemaal ging hoe jij het verwachtte, zei je: “Kom Jef, we gaan naar huis.” Woorden die nog steeds echoën alsof je ze gisteren sprak. Het maakte niet uit waar je was, het maakte niet uit hoe lang je er was. Dan haalde je de sleutel van de voordeur tevoorschijn, bungelend aan een zilveren Mercedes-sleutelhanger die je ooit gekregen had toen je met pensioen mocht. Niet dat je kon autorijden. Autorijden was niet aan jou besteed. Jij liet je rijden, een beetje zoals Hiacinth Bucket, the lady of the house, met dezelfde ongepaste kritiek die Richard moet hebben verdragen.

Je had vele kanten, meer kleine dan grote denk ik soms. Het honderdvoudige van de kleinste zou ik graag nog eens willen verdragen.

Maar je was ook altijd aanwezig, soms ongevraagd maar steeds bezorgd en zorgzaam. Je hield de boel aan de gang, ‘de bloem in de béchamel’. Overal was je. Misschien was dat wat me toen het meeste stoorde. Misschien was het daarom dat jouw ‘kleine kantjes’ me destijds meer opvielen dan die grote en al de andere rollen die je ook op jou nam. Die van supporter, zorgzame oma, trotse partner en bezorgde moeder. Dat blijven toch de dingen die ik nu mis en dat recept van fluoriderende paling in ’t groen natuurlijk maar dat geheim hou ik voor de wankele wereldvrede liever voor mezelf.

Met jou in gedachten drink ik vandaag een koffie, ter ere van jouw te korte leven. Neem jij maar een porto, of twee, want op één been kan je niet staan!

Gelukkige verjaardag, moeder… daar ergens.

Deuntjes die lawaai overstemmen

Meningen, als goedkope drank, als pinten in de kroeg. Ze worden kwistig uitgegoten en nog sneller uitgedronken, zonder enige verantwoording voor de gevolgen, zonder enig begrip, dikwijls met een zure nasmaak.  Een straffe uitspraak behoeft geen inlevingsvermogen.

Ik heb nooit beweerd dat ik uitzondering ben op deze regel. Integendeel, ik heb heel lang meningen opgestapeld als legoblokjes, hoe hoger de toren hoe harder hij wiebelde.

Meningen zijn net als een navelstreng, denk ik.  Iedereen heeft er een, maar niemand is geïnteresseerd in die van mij. En toch sta ik hier weer te brullen op een zeepkist, schreeuwend in de woestijn, hopende dat iemand, wie dan ook, er ook maar iets om geeft. Een glimlach is al meer dan voldoende.

Ik bral, schreeuw en verkondig nog steeds mijn zienswijze met zoveel overtuiging dat ik bijna vergeet dat ik maar een amateur ben die gewoon maar wat loopt te rommelen in de schatkist van subjectieve meningen. Geen schijn van kans om ooit gehoord te worden. Mijn leven met alles wat er zich in afspeelt is immers maar een chaotische jukebox in een overvolle kroeg. Ik speel gewoon mijn deuntjes in de hoop om het lawaai ermee te overstemmen.

Toch blijf ik mijn stem verheffen of laat ik mijn vingers dansen over dit toetsenbord, in een wanhopige poging om meer ruimte op te eisen in dit tumultueuze orkest van meningen. Maar weet, ik ben geen deskundige. Ik ben gewoon dezelfde onzekere ziel, net als jij, met evenveel onzekerheid over het leven en het lot als de volgende persoon die het woord durft te nemen, met nog meer onzekerheid dan hij die zwijgt.

Dus, beste lezer, negeer mijn branie, mijn kwinkslag, en mijn ogenschijnlijk goed onderbouwde betoog. Ik ben maar een pauw die zijn staart tooit, maar de last verbergt van de veren die hij de hele dag met zich meedraagt.

Wat dan overblijft is empathie of inlevingsvermogen. In iemand anders’ schoenen proberen stappen dat is pas een delicate dans die betovert. Hem dansen is het moeilijkste wat er is. Het is als samen walsen door een mijnenveld van emoties, gevoeligheden en lastigheden. Deze tango vergt meer moed en kunde dan elkaar te bekogelen met kanonskogels, bommen en spervuur.

Dus leg je megafoon maar eventjes neer, luister wat harder en spreek iets stiller dan kunnen we elkaar tenminste al verstaan. Misschien kunnen we daar in dat moeras van verschillende perspectieven, meningen, overtuigingen en gevoeligheden een gemeenschappelijke grond vinden, van waar we verder kunnen.

Maar wat weet ik ervan? Ik ben maar een stem in een echokamer, die probeert een rustiger ritme te vinden in het lawaai van het leven.

Welke gestoorde mens schrijft nu zoiets bedenk ik me in stilte, terwijl ik op ‘verzenden’ druk. Dit nietszeggende tekstje is per slot van rekening maar een mening, mijn mening. Ze doet er niet toe!

De Bijsluiter Van Een Alcoholist.

Jan Pultau's avatarHersenspinsels

Josph. L Kellermann, een klinisch psycholoog die mensen met een onbeheersbare verslaving bijstaat, heeft talloze wijze boeken geschreven. In een van zijn belangrijkste boeken ‘A Guide for the Family of an Alcoholic‘, legt Kellermann uit dat een doorwinterde alcoholist die gestopt is met drinken en opnieuw in de verleiding komt, onder bijna geen enkele voorwaarde die hij zelf onder controle heeft, kan stoppen met drinken.

Toen ik dat las was het alsof ik in een spiegel keek want ik ben, als ik me zo mag uitdrukken, nog steeds onderworpen aan de uitzichtloosheid van de ziekte die alcoholisme heet. Als ik zou overwegen om opnieuw te drinken, loop ik hetzelfde risico om te veranderen in dat ongeleide projectiel dat alles verwoest wat op mijn pad komt, net zoals dat vroeger het geval was.

Simplistisch voorstellen wat het betekent om alcoholverslaafd te zijn is eenvoudig, mijn rem kapot is. De gevolgen begrijpelijk…

View original post 1.218 woorden meer

De lengte doet er (niet) toe

Soms, wanneer een achillespees het voor bekeken houdt en ik op een festivalweide ben aanbeland om aldaar vanuit kikvorsperspectief, noodgedwongen gezeten in een rolstoel, naar de wereld te kijken en moet toezien hoe half blote vrouwenbillen, een occasionele kamelenteen of fel behaarde mannenbenen in mijn blikveld voorbijschuiven, begeef ik me wel eens op een rolstoelplatform.  

In wezen is dat iets voor ècht invalide mensen, maar als marginaal schrijvertje met een gescheurde pees leed ik toch niet al te erg om vanop dat plekje naar feestvierende mensen te kijken. Sterker, vanop een meter boven de begane grond op die festivalweide is het goed om naar een wereld te kijken, een wereld die ik iedere dag een beetje minder begrijp, misschien omdat ik er vanop dat plekje opnieuw vanuit de hoogte naar kon kijken.

Een hobby, noem het een gewoonte die ik van mijn vader heb geërfd. Niet dat hij bij mijn weten ooit een achillespees scheurde of op een rolstoelplatform van een festival heeft gestaan, toch niet dat ik het me kan herinneren, maar hij kon met zijn aangeboren kikvorsperspectief, hij was ten andere maar een meter zeventig, ook heel hard ‘neerkijken’ op grotere mensen. Op zich geen probleem, of misschien wel want ik heb hem die onhebbelijke gewoonte dikwijls verweten.

“De kleine zijn niet geboren om in de grote hun gat te kruipen, en ikzelf, ik ben niet echt klein eerder een valse lange”, zei hij dan. Woorden werden door hem dan met zo’n ingehouden razernij uitgesproken alsof hij kwaad was op iedereen die een paar centimeter groter was dan hijzelf.

Ik begrijp hem en besef nu pas wat hij bedoelde en waarom hij soms razend werd omdat hij zijn wereld vanuit de laagte moest aanschouwen. Ik ondervond het namelijk zelf, dit weekend toen ik me een meter lager vanuit mijn rolwagen in een gesprek probeerde te mengen en vast moest stellen hoe mensen die wat groter van gestalte zijn over hoofden van kleinere mensen heen praten, alsof ze niet bestaan.

Zijn gestalte niet, maar die boosheid heb ik vast en zeker van hem geërfd. Ik zal voortaan dan ook iedereen kleiner dan een meter zeventig op mijn heup zetten zodat ze tijdens een discussie met grote mensen kunnen meespreken.

De lengte doet er (niet) toe!

Haar eigen stinkende goesting

Ah, het is die tijd van het jaar. In weelderig versierde feestzalen van scholen vliegen Adhemar-hoedjes sierlijk door de lucht. Fiere ouders koesteren de betoverende illusie dat hun geliefde kinderen voorbestemd zijn om de nieuwe ontdekkingsreiziger te worden, of minstens die briljante denker die het denken zelf zal vernieuwen. Een selecte groep waartoe zoon- of dochterlief behoort zal evolueren tot diepgravende filosoof die alle mysteries van het leven zal ontrafelen.  Een ander gedeelte zal zich ontpoppen tot bekwaam staatsman of-vrouw, en als zodanig de wereld met vastberadenheid en visie leiden want het voorteken van dat leiderschap was al duidelijk met hun betrokkenheid in de leerlingenraad. Het overschot ervan wordt virtuoos kunstenaar die op doek of met muziek dromen tot leven zal wekken.  

Elk kind, haast zonder uitzondering bewandelt een zorgvuldig uitgestippeld pad, de ambitieus opgelegde verwachtingen van pa en ma volledig waargemaakt.

Kan ik achterblijven en wil ik mijn dochter dat aandoen?

Wil ik haar nu al belasten met een last van verwachtingen en ambitie, terwijl mijn enige wens voor haar is dat ze veerkracht en zelfvertrouwen ontwikkelt en dat ze kritisch blijft voor al datgene dat haar wordt voorgekauwd, dat ze zich leert wapenen tegen de uitdagingen van het leven, of toch tegen een aantal ervan, zelfbewust en vastberaden als het kan, nederig en dankbaar als het moet.

En misschien is dat wel het grootste geschenk dat ze zichzelf het voorbije jaar gegeven heeft.  Ze heeft geleerd om de ruimte die ze krijgt te nemen en erop te vertrouwen om haar eigen pad te ontdekken, vrij van de druk van vooraf door ons bepaalde verwachtingen en als die er waren heeft ze zich die grotendeels zelf opgelegd.

Met zelfvertrouwen dat elke dag groeide en helemaal op eigen kracht ging ze uitdagingen aan en zocht ze haar eigen weg, soms met hulp als ze dat nodig vond. Met die kostbare vrijheid volgt ze helemaal vrij haar eigen passies en interesses, zelfs al heet een ervan Harry Styles.  Ze ontdekt met vallen en opstaan wie ze werkelijk aan het worden is, zonder de last van onze eigen dromen en verwachtingen.

Noor volgt resoluut haar eigen willetje om niet te zeggen dat ze haar stinkende goesting doet en ze doet dat met een koppigheid en met een doorzettingsvermogen die me vertrouwd zijn, al is dat laatste toch eerder iets dat ze er met de borst heeft ingeslurpt.

Dat maakt me niet minder fier.