Categorie: Autobiografisch

Stevig in de schoenen.

Echte mannen moeten stevig in hun schoenen staan, ten minste als ze voor een soms wat afwijkende persoonlijke mening durven uitkomen.

Doorgaans ben ik optimistisch positief en leef ik voornamelijk in het hier-en-nu. Zo durf ik uitspreken wat ik denk en voel of durf ik benoemen waar ik wakker van lig. Deze levenshouding behoedt me voor overdreven of onrealistische dagdromerij en houdt me tegelijk scherp om zuurdere mensen op een veilige afstand te houden.

Mijn aangeboren behoefte om het anderen naar de zin te maken, bieden me wat charme en ongevraagde populariteit. Althans daar proberen ze mij wel eens van te overtuigen. Uiteraard laat ik me dan wat graag ophemelen door die overdreven ego-strelingen. Wat had je gedacht?

Zelf, zie ik me eerder als bewaker van mijn grenzen. Een soort stadswacht die aan de poort beslist wie er in mag en wie niet. Een soort Theo Francken die buitenwipper speelt van mijn eigen ietwat donkerder gekleurde gedachten.

Ook al verberg ik mijn nieuwsgierige mening meestal met karakteristieke verdraagzaamheid, toch ben ik soms nog getoucheerd door onverschilligheid of ongefundeerd hevige kritiek.

Toen ik me afgelopen weekend nog maar eens verbaasde over de toon en het taalgebruik van onze politieke elite kreeg ik veel wind van voren. Orkaan Irma raasde woedend de woorden van mijn scherm.

Van uit de digitale verte, ergens van achter een anoniem klavier, werd ik plat geschoffeerd omdat ik me op een nieuwsforum, verwonderend, niet begrijpend, had uitgelaten over de kuiswoede-tweet van Theo Francken. Over de subtiele kniestoten onder de gordel naar mensen die zich niet kunnen verdedigen tegen zoveel tweetgeweld.

Me publiek uitspreken over politieke statements is gevaarlijk ijs voor een charmante woordjes-troubadour, dat weet ik wel.  Ik doe het dan ook niet zo dikwijls. Eigenlijk alleen maar wanneer boertigheid hoogtij viert. Dan is het wel eens sterker dan mezelf. Dan moet mijn pen in de inktpot om me met veel krullen te beklagen over de platvloersheid van de politieke beau monde die de plak zwaait.

Natuurlijk ben ik op zulk een moment voorbereid op vitriool en maagzuur zodat de scherpe opmerkingen van onder de gordel, vlotjes van me afglijden zoals water van een eend.

Onpasselijk makende internetwoede is dan gewoon een onplezierige bijwerking van een medicijn dat ik nodig had om me van mijn eigen misselijkheid te ontdoen.

Mijn digitaal schrijversvel is ondertussen wel ongeveer zo dik geworden als de huid van, pak weg Maggie de Block.  Mollige Maggie, nog zo iemand die zich van achter paniekerig-snel, in elkaar gedraaide wetsvoorstellen beklaagt over schrijfstijl. Maar dan wel over de schrijfstijl van haar ex-collega’s. Een schrijfstijl die ze tot nog niet zo lang geleden zelf hanteerde.

Maar dat is iets voor later. Wanneer het duidelijk is dat je voor een afwijkende mening als vrouw ook stevig in de schoenen moet staan.

Wie is hier zot?

 

IMG_1862

Puisterig was ik niet zo erg. Onberekenbaar en wispelturig? Ja dat dan weer wel. Heel erg zelfs. Het ene moment was ik hyper en vrolijk. Boordevol enthousiaste plannen en ideeën. Het andere moment kon ik voor het zelfde geld vervallen in een bodemloze tristesse, zelfbeklag of hulpeloze passiviteit.

Ik voelde me zeker onbegrepen. Een beetje zoals als een sociaal ingewikkeld wezen waar niemand iets van snapte en dat iedereen tot wanhoop dreef omdat ik ervan verzekerd was dat nooit iets mijn schuld was.
Mijn ouders zullen toen ook wel gedacht hebben dat er van mij niks zou in huis komen.
Zelf, vang ik wel af en toe een glimp op van de volwassene die straks fier en gesterkt uit de strijd zal komen. Al gebeurt dat wel minder naarmate de puberteit meer de kop opsteekt. Dat zal toentertijd wel niet anders geweest zijn.

In mijn puberlijf was van alles aan de gang. En ik kon daar niks aan doen. Het is nu eenmaal de natuur. Ik was veel te groot en te slungelig voor mijn leeftijd en had een veel te grote mond voor het zelfvertrouwen dat ik maar had.
Ik had altijd gelijk ook al dacht ik daar later in mijn bed dikwijls anders over. Al zou ik dat nooit hebben toegegeven. Ben je gek?

Grote voeten had ik al maar mijn hersenen waren nog niet ontwikkeld genoeg om alle nuances te vatten. De kleine dingen vergrootte ik uit. Over de grote zag ik over.
Daarom kon ik niet kiezen, plannen, opruimen, structuur brengen, sociaal zijn of zinnig meepraten met volwassenen die op elke vraag steeds onmiddellijk een juist antwoord verwachtten. Ik deed dikwijls alles net averechts dan hetgeen wat van mij werd verwacht.
Het voelde dan aan alsof ik de enige normale was in een wereld vol vreemde wezens van een andere planeet.
Maar het was niet mijn schuld want ik was een puber.

Nu, een paar levenservaringen rijker, ben ik dus in feite een door de wol geverfde, overjaarse, ontgroende, ervaringsdeskundige puber. En wel zo een die van zijn halfwassen aanhangsel verwacht dat hij kiest, plant, opruimt, structuur brengt in zijn studies, sociaal is en zinnig meepraat met volwassenen die op elke vraag steeds een juist antwoord verwachten.

Wie is hier zot?

 

 

4…

Ik drink niet omdat ik niet drink.

4 jaar al. Geen alcohol meer.  Om het even wat de omstandigheden zijn.  Om het even hoe ik me voel. Vrolijk, verdrietig, opgejaagd of net rustig. Ik doe het zonder. Al 4 jaar lang.

Sommige mensen drinken ook niet. Uit principe, omdat ze het niet lekker vinden. Omdat ze te veel dronken en niet meer mogen van hun vrouw of dokter of omdat ze al dood zijn.

Andere mensen drinken wel. Omdat het gezellig en lekker is. Of uit gewoonte, of om er bij te horen of omdat ze denken dat het erbij hoort om er bij te horen.

Sommige drinken bij de juiste gelegenheid. Anderen hebben zoals ik vroeger geen gelegenheid nodig. En dat is allemaal ok. Maar ik doe het al eventjes op een andere manier, in mijn ogen een betere.

Voor mij maakt het allemaal niet zo veel meer uit. Ik ben er niet meer zo mee bezig. Al is dat in het begin wel anders geweest. Soms floept dat kwelmannetje op een onbewaakt moment nog wel eens binnen. Hevig! Als een duivel uit een doosje maar dat duurt nooit lang. Ik weet al een tijdje dat hij snel opgeeft omdat ik slimmer geworden ben dan hem omdat ik het gevecht niet meer aanga.  Hij mag winnen zonder wedstrijd… Ik blijf uit de boksring.

Er is veel veranderd. Ik ben veranderd. Bewuster, denk ik dat het woord is dat het meeste de lading dekt. Ik ben meer bezig met mezelf. Niet uit egoïsme maar uit zelfbehoud. Ik moet goed voor mezelf zorgen om gefocust te blijven. En dan doe ik dat maar omdat het met vooruit helpt. Alles is beter dan de donkere duisternis van afhankelijkheid toen drank de keuzes maakte.

“Vrienden” van vroeger vinden me soms saai en denken dat ik een kluizenaar ben geworden omdat ik nu meer dan een armlengte verwijderd ben van de toog die ons indertijd dagelijks bij elkaar hield. En af en toe vind ik dat wel jammer maar dan besef ik dat in vele gevallen het enkel de pint was die we als gemeenschappelijke beste vriend hadden en die is al een tijdje dood en begraven.

 

Soms wordt het wel eens donkerder omdat de gemakkelijke vluchtweg er niet meer is.  Dan neem ik een pauze. Een bewuste time-out om overzicht te krijgen en te beslissen of ik de zaken aanpak of ze beter laat voor wat ze zijn. Die beslissing kunnen nemen zonder te vluchten in iemand die ik niet ben, is me zoveel waard dat ik het hier wil getuigen.  Een beetje fier maar vooral rustig en nederig en niet te overmoedig.

Vandaag ben ik ok en morgen? Misschien komt die wel niet en dan is het tijdverlies om me daar vandaag al zorgen over te maken.

Rustig verder doen dat is wat ik ga doen. Zeker en vastberaden …

Ik pruts aan de mal van mezelf.

Hoe steviger ik mijn hand dicht knijp om dat losse zand bij te houden des te sneller het weg vloeit. Tot er maar een paar korreltjes meer achterblijven.

0e9d8548b2efc7b0a580796870548019_medium

Het denken, doen en laten van mensen. Ze willen begrijpen, veranderen en controleren. Het houdt me heel ver weg van mezelf. Beschouwen, oordelen en vonnissen daar ben ik goed in. Ver weg van mijn eigen spiegelbeeld bemerk ik heel scherp het vlekje welke jouw gezicht ontsiert.

En dan ben ik me kwijt. Helemaal verloren in de opgehoopte speculaties, oordeelvellingen en taxaties van anderen. In mijn hoofd staan jullie te dringen voor mijn aandacht en mijn mening. In rijen achter elkaar. Soms geduldig ordelijk, vaak onbeleefd en opdringerig. Jullie versperren mijn weg en duwen me van mijn pad zelfs al weet ik niet waar ik naar toe ga.

En dan wil ik onvindbaar verdwijnen. Doelloos afwezig worden en op zoek gaan naar wat rust. Ergens, nergens.

Wanneer zal me dat lukken? Waar ben ik me verloren en waar vind ik me terug? Hoe laat ik alles los wat me tegenhoudt in de zoektocht naar mezelf?

Hoe en wanneer ontvouwt de vlinder zich uit de pop die me verborgen houdt?

Ik weet wel dat het niet gebeurt door me met jou te vergelijken of door te trachten te beheersten wat jij denkt. Datgene wat jij van mij denkt is niet van mij maar van jou. Ook weet ik dat de comfortzone niet dat plekje is waar magie gemaakt wordt en dat ik zelf mijn beperkende overtuiging ben in het excuus dat ik bedenk om iets niet te doen of te worden.

En dan begin ik te prutsen aan mezelf en schrijf wat gedachten op. Mijn innerlijke stem begint dan te roepen en te tieren en wurmt zich in een nauwe spleet een weg naar buiten. Vingers tokkelen snel en spuwen alles er uit. Ik laat los wat niet bij mij past en ontdoe me van het ballast dat mijn reis verzwaart. Kaf apart van koren.

En dan tracht ik het zaakje blauw-blauw te laten. En is dat dan zwak? Of net sterk? Moet ik toch het gevecht aangaan dat niet te winnen is? Of blijf ik niet beter uit die boksring om nog wat aan mijn details te prutsen zodat ik straks beter pas in de mal van mezelf.

Selvportrett mellom klokken og sengen, 1940-43

“Dobbel-Fluppe” en pretlichtjes.

Capture

“Had jij dan echt een probleem?”

In mijn geval werd het maar pas een probleem op het ogenblik dat ik zelf vond dat het er één geworden was. Enkel dan lag de oplossing binnen handbereik.

Wanneer is een peer plukrijp? Als ze geblutst en gehavend op de grond ligt en te beurt kan vallen aan knagend ongedierte? Of net ervoor, als ze nog blozend en flirtend met de zwaartekracht aan de takken hangt? Moeilijke vraag!

Het kostte me in die tijd heel veel moeite om s’ avonds in de spiegel te kijken. Om mijn zielenrust niet te verstoren vermeed ik hem dan ook het meeste van de tijd. Omdat ik nooit zeker wist of mijn ogen nog wel zouden terug kijken of ze eerder, de confrontatie vermijdend, hun blik gingen afwenden.

Af en toe vond ik wel wat gegeneerde durf. Dan stond ik me starend in de diepte van mijn ziel af te vragen hoe het verder moest omdat het langzaam duidelijk werd dat mezelf nog langer bedriegen nutteloos geworden was. Gemakkelijk maar nutteloos.

Ik was dapper meester in problemen naar morgen door te schuiven. Elke avond opnieuw zou de wereld er morgen anders uitzien. Morgen zou het me wel lukken. Vast en zeker wel.  Alleen, elke morgen kwam ik er gemak-drank-zuchtelijk achter dat die telkens opnieuw gevolgd wordt door een andere morgen waarop het dan ook nog kan. Alleen hij kwam er nooit.

Telkens opnieuw, dag na dag zag ik mezelf in mijn spiegelbeeld verdwijnen alsof het er niet was. Misschien was hij er tot dan toe zelfs nog nooit geweest. Ik wou hem zoeken en vinden.

Vandaag, bijna 4 jaar later kijkt hij me ietwat trots recht in de ogen aan. De blik fors en vastberaden, misschien ietwat arrogant. Hij kijkt niet weg want in de, ondertussen vertrouwde blik, zitten pretlichtjes verstopt. Ze kwamen gaandeweg, schoorvoetend voorzichtig op de hoede. Toen ze zeker waren niet te zullen weggespoeld worden door zelfbeklagerige waterlanders. In het zonlicht vallen ze nauwelijks op omdat ze dan overbodig en niet van doen zijn maar op maanloze nachten wijzen ze als vuurvliegjes de weg die misschien wel ergens naar toe leidt.

Ik hou het vast en vol. Elke dag opnieuw vandaag! En morgen? Dat bezie ik nog wel.

Alle gemiste kansen, elk gebroken hart, al die verloren vriendschappen en beschaamd vertrouwen.  Elke vlucht vooruit…

Vandaag doen ze er allemaal toe omdat ze nodig waren om mijn peer te laten rijpen. En dan is het van geen nut te weten of ze al van de boom gevallen was of nog aan de tak hing te flirten met de zwaartekracht, wachtend op een bluts of rotte plek.

Maar neem het van mij aan als je wil ’t zijn “Dobbel-Fluppe” als ge niet moet knabbelen!

Kleverige zomernacht

_vla016200701ill0262

25 km aan 6 of 7 km per uur. Wat is dat? Wat stelt dat voor? 3 à 4 uur door malen met vlotte tred. Dat gaat toch wel lukken? Als ik dat al niet meer kan?

Die dodentocht van volgende maand? 100 in één trek door?  Dat bezie ik nog wel.  Maar als het lijf een beetje meewil en als ik de blaren niet door mijn zolen trap, doe ik dat ook wel. Desnoods alleen op karakter.

Zoals het eigenlijk altijd wel het geval is met dit soort van uitdagingen, begon ik redelijk impulsief en overmoedig aan mijn mars.

Met de veters van mijn bestofte, waterdichte stappers strak aangespannen, vatte ik mijn dodentochtje aan. De fles ijswater, die me tijdens mijn footing wat verkoeling had moeten brengen stond nog onaangeroerd in de deur van de ijskast.  Vergeten door mijn overmoedige geestdriftigheid. De smartphone die me wat muzikale verstrooiing had kunnen brengen, lag nog op het aanrecht in de keuken energie te tanken.

De eerste km maalde ik zeker af tegen 8 km per uur.  Het asfalt schoof gezwind onder mijn versleten stapschoeisel door en ik waande me de Usain Bolt van de wandelclub.

Achter een dichtbegroeide bocht op de Scheldedijk kwam ik een geoefende wandelaar tegen, strak in een modieuze spandex.  Uit zijn rugzak kwam een zuigpijpje dat hem voorzag van het nodige frisse vocht wanneer hij er de behoefte voor had. Met het ritmisch getik van zijn  Nordic-Walking-Sticks deed hij net alsof de Noordpool moest bezworen worden. “De uitslover.”

Iets verder dan halverwege, plakte de droge hitte aan mijn T-shirt en schuurde het witte zout mijn tepels tot gerookt vlees. Waarom was ik hier aan begonnen? Wat ging ik precies weer bewijzen?  Voor wiens Heiligen deed ik dit?

De zon had mijn snuit omgetoverd tot een rode pioen. Mijn mond was kurkdroog en mijn gedachten dwaalden af naar die fles ijswater die nog in de deur van de ijskast stond.

Ik slofte puffend verder, de grassprieten tellend die ik onder mijn verhitte voetzolen plat walste.  Nog 4-500 meter en ik kon even bijtanken in de kroeg waar ik vroeger meermaals de wereld had verbeterd.

“Daar se, wie dat er hier binnenvalt?  Op wandel? ’t is er ’t weer voor jong.  Nog altijd even zot als vroeger precies? Wat drink je?  Pintje?”

“Nee nee, geef maar een grote Spa, met ijs.  In een Duvel-glas.”

“Water, jong? Dat dient om de auto te wassen of om te schuren.  Pakt u een frisse pint, jong. Eentje kan toch geen kwaad zeker? ’t zal u deugd doen.”

“Patron geef “stapmans” hier eens een halve liter van mij, en zet die maar op mijn rekening.”

Die grote pint stond me lichtjes aangedampt en fris bepareld, schuimend en uitdagend aan te staren.

“Eentje kan toch geen kwaad?”

Bijna 4 jaar was het geleden dat ik mijn laatste pint had gedronken.  Noodgedwongen. Omdat ik het goedje niet meer onder controle had.  Te veel, te snel.  Recht naar de dieperik. Vastberaden was ik gestopt omdat ik op het punt had gestaan alles te verliezen dat me dierbaar was. Hebben en houwen, weggespoeld onder de tapkraan.

“Eentje kan toch geen kwaad zeker?”

Mocht ik mezelf dan niet eens belonen? Bijna 4 jaar lang was ik gestopt?  Ik wist nu toch hoe dat moet, stoppen? Ik moest, als een volwassen verantwoorde man nu toch wel een pintje kunnen drinken, of 2?

“Eentje kan toch geen kwaad? Of 2-3?”

Was het de overmoed waarmee ik de dag had aangevat? Was het de verschrikkelijke dorst?  Ik weet het niet….

Uren later. 10 tallen pinten later. De schaamte, het zelfbeklag, de teleurstelling, het gelal en de zattigheid waren terug en het voelde even ongepast vertrouwd alsof ze nooit waren weggeweest…

Alles was in één moment van zwakte weggeveegd.

“Eentje kon toch geen kwaad? Of 10-15? 20?”

Nog tevoren nooit had ik me zo’n loser gevoeld.

Wat ging Nele zeggen?  Hoe gingen de kinderen reageren.  Ik voelde me moederziel alleen en raakte in paniek….

 

De krijsende zwarte vogels die verstoppertje  spelen in de dakgoot halen me abrupt uit mijn koortsachtige slaap.

Een straal ochtendlicht stroomt langs de halfopen velux binnen. Ik kijk angstig opzij en zie Nele vredig slapen.  Vrijend met haar donsdeken en ik haal opgelucht adem.

De akelige droom die ik nog proef, beukt er hard in en doet me beseffen dat het nooit zal stoppen en dat is ok.  Het houdt me scherp en alert.

Met water kan je auto’s wassen en tegels schuren maar met het uitdrinken is echt niets mis.

Sommige mensen doen dat omdat het niet anders kan.  Of omdat ze niet anders meer willen of kunnen.

Zolang ik de scherpte maar niet verlies,  desnoods door een akelige droom tijdens een kleverige zomernacht.

Egel zonder stekels.

Liggend-naakt-tekening-opus-09t16

“Als er iets is wat je echt zou willen doen? Gesteld dan, dat alles mogelijk was. Wat zou je dan gaan doen?  Waar zou jij de dagen mee vullen? Waarvoor zou jij kiezen?”

En ze keek me afwachtend zwijgend aan.

De stilte die ik uitsprak portretteerde me heel naakt en bloot.  Ik wist het niet. Mijn fantasie liet me in de steek want en ik kon geen enkel zinnig antwoord uitdenken op de eenvoudige vraag die zo levensbelangrijk is.

“ Wat wil ik doen dat ik het zo leuk vind dat ik het de hele dag zou willen doen?”

Die vragende frons waarmee ze me bezorgd aankeek inspecteerde mijn onwetendheid en ik meende een glimp van niet gespeelde compassie op te merken.

Was het haar oprechte bezorgdheid die me deed ontwaken om de queeste naar mezelf aan te vatten?  Ik weet het niet helemaal zeker en het doet er nu niet veel toe.  Ik gok wel dat ze me met die ene alles omvattende vraag had wakker gemaakt.  Alsof het warme donsdeken waarin ik lui was weg gesoesd plots, compleet onverwacht van mijn slapende lijf werd weg gerukt zodat ik bibberend koud en onbedekt achterbleef als een kale egel. Ontstekeld en onbeschut.

Nu, nadat de mist is opgetrokken zou ik antwoorden: “Ik wil schrijven. Verhaaltjes.  Over mezelf. Ik wil het spoor bijster raken in de wereld van mijn fantasie. De wereld van mijn emoties en gedachten. En dan wil ik me ontdekken en verbaasd staan kijken wie ik bezig ben te worden. Ik wil me laten wankelen en doen omvallen.  Om dan opnieuw gedecideerd recht te krabbelen. Mezelf verwarren, om dan te zien dat al wat ik zo zorgvuldig heb uitgedacht als een kaartenhuis omver wordt geblazen om het later opnieuw te proberen. Op een andere manier. Juister…  hopelijk.”

“Niet voor al die mensen die me beschimpen of betwijfelen maar voor mezelf.  Voor mijzelf.  De vertrouwde controle een beetje gelost, om zo bewust en nieuwsgierig af te dwalen van het bekende pad om te ontdekken wat er nog allemaal is.”

“En ook een beetje om te tonen dat ik misschien iets kleins, leuk of grappig pakkend te vertellen heb. Dat er nog een pijl op mijn boog zat. Tegen mensen die het willen horen.

Vertelseltjes zonder pretentie of ambitie, gewoon verhaaltjes over dingen die me bezighouden. Dingetjes, fait divers om even bij weg te dromen”

Daarvoor dop ik elke week met plezier mijn pen in de inktpot om dan met veel krulletjes uit te leggen dat ik graag een kale naakte egel ben omdat ik mijn stekels niet meer zo nodig heb… Hopelijk word ik niet platgereden.

Gisteren en morgen in vandaag.

IMG_1109

Als ik eens…
Had ik maar..
Wanneer ik later…

Vaak begint terugblikken op wat voorbij is of vooruitkijken naar wat nog moet komen met deze oncontroleerbare gedachten. Had ik maar… Wat als?

In die gedachtenwereld glijd ik dan soms weemoedig of vervuld van spijt, vol zelfbeklag af in scripts van mijn oude films. In zwart witt prenten vol romantische scenes en spannende verhaallijnen word ik mee genomen met oude bekende figuranten. De acteurs zeggen of doen steeds verkeerde dingen, want zo gaat dat in zwart-wit films maar op het einde komt altijd alles goed. Af en toe krijg ik de hoofdrol of figureer ik op de achtergrond, onbelangijk.
Op die nachtelijke hersenwandelingen dwaal ik dan af in een geschiedenis die ik wil herschrijven. Ik zou dan liefst het draaiboek van het filmscript veranderen terwijl die al in de zaal wordt gedraaid.

Scene 8: “Jan doet stomiteiten. 23 jaar” / take 7. CUT!

Wanneer ik mezelf dan niet eens vastrijd in een voltooid, verleden geschiedenis zit ik wel strop in onrealistisch veel te ambitieuze toekomstplannen.
In mijn, als-ik-straks-euromilions-win-scenario haal ik dan mezelf scherp voor de geest. Ergens dichtbij een hagelwit strand, dobberend op een bootje. Vislijn of hangmat binnen handbereik. Jij loopt of hangt daar ook wel ergens rond slurpend aan fris drankje, bloemenkrans rond je nek.

Deed ik het allemaal wel een beetje goed of juist?
Zat er niet meer in? Had ik niet beter dit …. of zal ik later, als ik een beetje groter en wijzer ben niet beter?

Vandaag, 20, 30 of 40 jaar later, net ontwaakt uit mijn romantische-zielen-droom en neer gedaald tot de realiteit van de dag, ken ik sommige antwoorden wel al beetje maar vraag ik me af of de vragen er nog wel toe doen?
Laat je een herstelde achilleshiel niet best ongeroerd wanneer hij eens pijnlijk opspeelt als het weer verandert. Als er onweer voorspeld wordt.

Ben ik er wel gebaat mee alle antwoorden te kennen?
Zou ik dan? Zouden we dan? Zal ik dan op een andere manier… ?

En dan bedenk ik me dat afdwalen in mijn gedachten me maar afleidt van waar het moet over gaan en dat is vandaag. Nu. Het moment. Nu is het te doen.
Ik speel wel met de kaarten die me zijn toebedeeld. Abondance of miserie op tafel. En als er niemand vraagt, ga ik wel alleen… voor 5, de overslag meegenomen.

De geschiedenis is geschreven en verandert niet meer tenzij in slechte amerikaanse jaren 80-films met Marty Mcfly en Doc Brown.  De toekomst? Dat zien we nog wel.
Maar wacht, als ik morgen de lotto win. Als ik straks in pensioen ben…of als ik later wanneer ik eindelijk groot ben … dan…   dan misschien?
Je zal wel zien….

Humo in een plastieken papierke.

IMG_1744

Vorige week, op de kermis zei hij compleet uit de context van het gesprek dat aan de gang was: “Ik zag net dat je weer een Hersenspinseltje geschreven hebt. Ik heb het nog niet gelezen. Dat doe ik straks of morgenvroeg zeker wel maar het maakt me nu al blij, curieus en een beetje opgewonden. Een beetje zoals een nieuwe Humo die nog verpakt zit in het plastieken papiertje.”

Het onverwachte compliment over mijn nieuwste A4tje voelde net zo aan als de schouderklopjes die ik ooit kreeg. In een vorig leven. Toen de late winninggoal beslissend bleek voor promotie naar de hoogste afdeling.
Ik kan het beeld en de emotie nog scherp terughalen.
Trots, euforisch maar ook bescheiden relativerend. Want die laatste pass, die me oog in oog zette met de doelman was minstens zo bepalend geweest voor het eindresultaat als het doelpunt zelf.
Alleen fanatieke supporters zien dat niet zo. Zij zien alleen het eindresultaat. 5 seconden voor het laatste fluitsignaal. Bam …22-23, winningoal van ondergetekende. “We are the champions, my friend… ”
Ik word de “lokale wereldfaam” nog steeds intens gewaar als ik terug peins aan die eerste overwinning met gevolgen. Een eerste moment-de-gloire. Voor de eerste keer een steentje verlegd in de handbalbeek die de stroom ervan een beetje had omgebogen.

Die vergelijking met Humo bracht ook veel terug.
Zo lang ik het me kan herinneren viel die elke dinsdagmorgen trouw in de brievenbus. Kort nadien werd aan de ontbijttafel dan een gevecht gevoerd voor een eerste glimp van de laatste Cowboy Henk. Net zo lang tot ons vader het blad streng aan de kant legde zodat wij ons met lange tanden konden concentreren op een te hard gebakken zwarte pens met appelmoes. “Appelspijs met stukjes ” zei hij toen, al herinner ik me die toch eerder als gestoofde klokhuizen van te zure appels met bruine plekken.
Was het omdat ons ma die er week na week in lukte om dat aartsmoeilijke kruiswoordraadsel volledig op te lossen? Of was het omdat de paragraaf onkuisheid in de 7 hoofdzonden van bekende Vlamingen, me het elke week opnieuw inwreef dat ik eigenlijk een dikke seut was.
De gramschap, traagheid, gulzigheid, onkuisheid, en woede waren altijd pijnlijk herkenbaar.

Alleen van “Invidia” afgunst, nijd of jaloezie bleef ik gespaard.

Want jaloezie …. Dat is een compliment of een cadeautje dat verpakt zit in een een heel vies papiertje.
Helemaal anders dus dan een Humo in een doorschijnend papieren plastiekske.

Hautain…

 

truthcannon_verwaande_ongefilterde_humor_klembord-rad4d7f57dc5e4af78d5c97d78ef7411c_inck9_8byvr_324

Ja ik ben onzeker…

Beter… ik ben heel onzeker!

Erger …  ik snap er eigenlijk niks van!

Nog steeds niet.

Ik versta er het meeste van de tijd geen jota van. Het leven?

En dan zie ik me spartelen als een vis op het droge, happend naar wat houvast.

Je zou de illusie kunnen hebben dat wanneer ik me dan weer eens ogenschijnlijk gedecideerd, grof gebekt uitlaat en fors, kordaat standpunt inneem ik het allemaal wel weet.

Het is niet omdat ik “zwaarwoordig” probeer uit te pakken om je te imponeren dat ik niet onzeker zou zijn en dat ik de wijsheid in pacht zou hebben.

Het tegendeel is eerder waar.

Het is net omdat ik steeds de oorzaak zoek bij jou en volmondig commentaar geef over de manier waarop jij naar de dingen kijkt. Of beschimpend en neerbuigend ben over hoe jij je uitlaat dat ik mijn “niet weten hoe..”, leep probeer te maskeren.

Het is net omdat ik je, luid mijn stem verheffend probeer te overtreffen ik het juist niet over mijn kleine kantjes moet hebben.

Als ik je overtroef, moet ik niet in mijn kaarten laten kijken en kan ik me veilig verschuilen achter lange, dure woorden tirades zodat jij wel moet denken dat ik het allemaal wel wat beter zal weten.

Waarom?

Omdat ik dan de illusie even hoog kan houden.

En zo hoop dat je denkt dat ik sterker, slimmer, sluwer of bijdehandser ben dan jij maar eigenlijk ben ik onzekerder, banger en dommer dan jij omdat jij wel durft toegeven dat je het allemaal nog niet zo goed snapt.

Bakvissen van 16 jaar.

Juli 1986. 16 jaar en 21 dagen lang alleen op weg, overgeleverd aan de brandende Portugese zon van Villafranca de Xira of all places.
Decor: Een internationaal handbaltoernooi voor u19. Een geïmproviseerde camping rond een immens openluchtzwembad. 2 duiktorens, ongevaarlijk hoog maar hoog en gevaarlijk genoeg om er met een bruin gebakken 16 jarig sportlijf, vrouwelijk blonde onschuld mee te imponeren. Sport en de eerste plaats. Dat was de ambitie. Op zijn minst. Dat was het doel. Daarvoor hadden we toch 36 uur lang opeen gepakt als een sardinne, op een bloedhete muffe bus gezeten.
Alle pubers van de wereld verzameld op een zakdoek rond een zwembad.
Tussen de handballijnen werden internationale oorlogen bevochten. S’ avonds werd onder de sterren tijdens kampvuren, op bonte openluchtfuiven of in groezelig gezellige restaurantjes vredesverdragen afgekondigd. Wereldpubers broederlijk verenigd. Behalve met den Duits want die bleven s’avonds ook nog fanatiek ambitieus, alleen afgezonderd met hun Sturm und Drang.
De Deense Vikings waren ook tot in Villafranca uitgezwermd en kwamen ongevaarlijk gewapend met koele carlsberg en” Lessons in Love van Level 42″ harten plunderen van nietsvermoedende Vlaamse bakvissen.
Als ik er nu op terugblik denk ik niet dat ik heel veel weerstand vertoonde op die houten dansvloer. Ik liet me makkelijk weerloos overmeesteren door ontwapende Deense kalververliefdheid.
De finale haalden we niet hoewel ik zeker wel al mijn handbalmachostreken uit de kast zal gehaald hebben om indruk te maken op mijn Lagartha Lobrok. Als ik het me goed voor de geest haal moeten we dat jaar ergens gestrand zijn op de derde plaats, maar dat was toen al niet meer van levensbelang. De Deense schone was dat toen zeker wel.

Dreams that we were building fade like footprints in the sand

De zomer sloop voorbij daar aan dat Portugese zwembad met de duiktorens, koele carlsberg en Level 42 en sterretjes aan een kampvuur.
Die zomer van 86 ik zou er altijd met een hele grote smile op terugblikken want een eerste zomerlief vergeet je toch niet.

33 jaar later. Als zolders van oude huizen worden opgekuist en kistjes met vergrijsde foto’s en briefjes gevonden of gezocht worden lees je na een paar muisklicks op google en facebook… “Yes I remember you clearly…” En heel even worden oude koeien en morantische herinneringen opgeturfd en fotootjes gedeeld. Weg dromend alsof het gisteren was.
Toen bleek ik ook al heel jong iemands “favorite” geweest te zijn maar ook een hartenbreker voor eventjes.

Lessons in Love…
Na de zomer van 86 zouden er nog veel volgen. Ik kan er ondertussen in doctoreren met permanent 2e zit.

Een fonkelend pretlichtje of een vochtige blik

verwachting

“Eerst een peinzende frons of een diep uitgegroefde denkrimpel dan pas een fonkelend pretlichtje of een vochtig trieste blik.”

Waarom verdwaal ik toch steeds in mijn lange, diepe geesteswandelingen?

Zetten ze me op weg zetten om juister, concreter doel te bepalen of houden ze me gevangen achter tralies van uitgesponnen toekomstige scenario’s die nooit zullen plaats vinden?

Remmen verwachtingen niet af en verengen ze de blik niet omdat ik dan net alleen maar door die bril kijk die me toont wat ik wil zien? De beelden beperkt door op voorhand ingekleurde gedachten. Al dan niet binnen de lijntjes?

En dan switch ik even snel naar het andere uiterste want in mijn zelf vervullende voorspelling zal straks precies uitkomen wat ik nu in gedachten heb. De toekomstige realiteit maakbaar gemaakt. Of niet?  Op hoop van zege.

En dan kan ik maar besluiten dat ik vandaag niet uit dit dilemma zal raken …

Wat ik wel weet is dat goed gezind in ’t leven staan me helpt. Dus laat dat voor vandaag mijn grootste doel zijn. Dat is haalbaar, daar kan ik voor vandaag gerust mee verder. Dat zal lukken.  Al moet wel gezegd dat die 4 nieuwe Demeyere kookpotten die vanmorgen mee geleverd werden met de nieuwe inductie kookplaat dat niet zo moeilijk maakt.

En voor den overschot ga ik vandaag rustig verder door de dag kabbelen om te ontsnappen uit mijn gevangenis van vooroordelen en gekleurde vermoedens en ga ik de verwachtingen voor vandaag maar verder laten voor wat ze zijn.

Dat is precies wat ik van deze dag nog verwacht…

Een zoute pretzl, streepjespistes en vierkante patatten.

streepjes

“En, hoe was ‘t?”  Die vraag had ik natuurlijk verwacht want telkens ik één of meerdere dagen van huis ben geweest krijg ik die steevast voorgeschoteld. “Hoe was ‘t?”

En dan wil ik het liefst honderduit vertellen…

Over de laatste onrustige nacht voor ons vertrek toen ik lijstjes overliep van al het geen zeker mee moest en zeker niet mee mocht.

Over welke reisweg we zouden gaan nemen. Waar we zouden stoppen voor eerste koffie en voor de laatste door het werk betaalde tankbeurt. En of de meegezeulde kussens, knuffels en donsdekens het zicht in mijn achteruitkijkspiegel niet zou belemmeren.

Dan wil ik enthousiast vertellen over hoe ik telkens opnieuw als een kind in vervoering raak van de eerste eeuwig besneeuwde bergtoppen die in de verte uit de horizon oprijzen eens de grens van Oostenrijk gepasseerd is.  En hoe zeer ik wel door de ruwe schoonheid en ogenschijnlijk tegenstrijdige rust van de bergen geraakt word.

Over de chalet die ruim gezellig is en welke een prachtig uitzicht geeft over het dal maar waar zoals steeds, in de keukenschuiven ervan, geen enkel scherp aardappelmesje te bespeuren valt zodat de patatten op een vreemd soort manier vierkant geschild zullen worden.

Over de drukte zonnekantpiste die van uit de eitjeslift gezien, lijkt op een kleurrijke mierenkolonie die in harmonieuze slierten naar beneden stroomt. Of over de nauwkeurig evenwijdig-gerolde-streepjes-pistes die kraken onder de latten en de  juiste veilige weg tonen naar de volgende stoeltjeslift.

En dan spreek ik nog  niet over de zwierige elegantie waarmee de jongste al naar beneden sjeest.  De eerste uren weliswaar nog voorzichtig breed pistig  maar eens het vertrouwen herwonnen in mijn ogen al veel te roekeloos voor mijn ouder wordende knoken

Of over de blozend bevroren kaken die luid meebrullen met Anton aus Tirol en die tegelijkertijd knabbelen aan een  zout gebakken, achtvormige pretzel  terwijl ze slurpen van hete, veel te duur betaalde waterachtige chocolademelk.

Over de kleinere en grotere ergernissen die nu eenmaal gepaard gaan met samenleven met een niet alledaags gezelschap met net iets andere dagelijkse gewoonten, wil ik het niet hebben omdat ze al vervaagd zijn.  Al zeuren de vragen “Wat is de code van de wifi en heb je mijn filmpjes al gezien” nog wel even na.

Maar ik kom niet veder dan “ goed, goe weer en goe van eten…”

Alfaversie en wolkenverf

 

 

43120425-zwarte-schoenen-heeft-een-beslissing-te-maken-op-het-kruispunt--succes-of-falen

“Soms denk ik dat ik nooit echt zeker zal weten wat ik kan of zal worden”.  Zo’n existentiële bekentenis komt vaak op een moment dat je het niet verwacht. In ons geval, in de file.  Tijdens de spits, bumper tegen bumper.  In gedachten was ik al volop aan de slag met rijst, kip en al die andere ingrediënten die Jeroen Meus gisteren tot een smakelijk éénpansgerecht had omgetoverd.

20 jaar wordt hij in mei en hij denkt na over de dingen en over zijn toekomst. Soms vaker en veel dieper dan dat ik het in de gaten heb of dan dat ik het verwacht.  Meestal praat hij honderduit over chillen en feesten, lang slapen en festivals, bier-pong of andere belangrijke bezigheden. En daar ben ik blij om, omdat zorgeloos genieten toch iets is waar je hen het liefst van al mee bezig ziet. Een beetje angstig ook, omdat ik mijn eigen fratsen niet vergeten ben. Is het daarom dat die ontboezeming me toch eventjes uit mijn lood sloeg?

“Waarom zeg je dat?” pols ik voorzichtig.

“Gewoon, omdat ik niet zeker ben of het geen ik nu aan het doen ben wel is wat ik wil doen”.  “Omdat ik niet echt weet wat ik kan, waar ik goed in ben, wat ik wil of wat ik echt leuk of interessant vind”.  “Soms zie ik mezelf als kok omdat ik dat wel graag doe, dan weer zie ik me met jonge gasten aan de slag en weet je vader, dan weet ik het allemaal niet jong. Ik denk dat ik gewoon wel wat schrik heb om fouten te maken of om te mislukken of om mensen te ontgoochelen.”

De manier waarop hij het zegt zetten mijn gedachten in beweging om ze te laten af te dwalen naar de alfaversie van mezelf. De alfaversie want dat is wat ik ben. Functioneel ok, maar lang nog niet stabiel genoeg om in productie te gaan. De crashtest zou ontegensprekelijk fundamentele tekortkomingen aan het licht brengen die mogelijks gevaarlijke situaties tot gevolg zouden kunnen hebben.  Mist relevante ervaring om ten alle tijden een betrouwbare oplossing te bieden! Voorlopig ongeschikt als sluitstuk! Veelbelovend maar ondermaats! Klaar voor bètarelease zou de eindconclusie kunnen zijn.

En dan vraag ik me af of ik mijn onzekerheden en twijfels niet onbewust op hem projecteerde en of zijn denkbeeldige voelsprieten me niet meer besnuffelden of meer detecteerden dan wat zichtbaar en tastbaar is. Ik vertel hem dat niet omdat het waarschijnlijk niet helemaal klopt maar omdat ik het wellicht meer als excuus zie om eigen kleine kantjes goed te praten.

Zulke gesprekken hebben we tegenwoordig vaker en dan wil ik die aan de gang houden omdat het mijn vaderhart deugd doet. Omdat hij me blind vertrouwt en me toelaat in de donkere kleine kamers van zijn broosheid  en onzekerheid. Mijn vader ijdelheid wordt dan met dons gestreeld en met rozige wolkenverf gekleurd.

En dan stel ik hem gerust en druk ik hem op het hart dat ik het ook niet weet of wist en dat zijn soortgenoten en voorgangers het ook niet wisten of weten. Dan vertrouw ik hem toe dat ervaring, wijsheid en gemoedsrust  maar een hoge toren is die van uit de grond wordt opgericht met pogingen, talloze mislukkingen, honderd onmiskenbare fouten en duizend te vermijden teleurstellingen.

En dan lacht hij en zegt hij: gaan we nu ene drinken want je begint te zagen?

Een nieuwe BH, wereldvrede en een metershoge Tsunami

verschil-communicatie-patronen-61267457

“Kijk eens goed.  Wat zie je?”: vroeg ze plots nogal op indringende toon. Een beetje zoals in een kruisverhoor. Althans, zo kwam de onschuldige vraag binnen.

“Ik zie jou, denk ik”: antwoordde ik aarzelend veilig, maar met net genoeg besef dat mijn antwoord een dikke onvoldoende zou opleveren mocht dit een overhoring zijn.

“Neen, neen dat bedoel ik niet. Wat zie je echt?  Kijk even rond en wat zie je? Wat valt je op? Wat trekt je aandacht. Wat vind je mooi?”

Was het de onverwachte vreemde vraag die me uit mijn lood sloeg of was het de plotse interesse die me een ongemakkelijk gevoel bezorgde? Iets leek me te waarschuwen dat ik op mijn qui-vive moest zijn. Dit was niet zo maar een vraag. Dit was een goed gecamoufleerde valkuil.  Ik was de nietsvermoedende prooi die straks de takken onder zijn poten zou voelen wegzakken. De ultieme relatietest? De toets waarop gelijk welk antwoord het foute zou zijn. Elke repliek, naast de kwestie.

Even bekroop mij het gevoel dat wat ik ook zou verklaren, bepalend kon zijn voor onze relatie, onze toekomst, de opwarming van de aarde en de wereldvrede.

De Neo-Cortex draaide plots op volle toeren en verwerkte de beschikbare informatie in een verschroeiend tempo.  In een nanoseconde werd een stuntelige afweerstrategie beraamd.

“Ga je bijdehand doen? Ga je me straks mijn mannelijkheid verwijten of zo?  Heb je een nieuw kapsel of nieuwe mascara en heb ik dat over ‘t hoofd gezien? Een nieuwe BH? Gelaserd, misschien? Afgevallen?”

Die laatste 2 vragen lagen klaar om afgevuurd te worden maar die heb ik, olie op vuur vermijdend niet gesteld.

De ongepast agressieve toon van mijn repliek moest iets losgemaakt hebben want ze ging, zelf helemaal niet op haar qui-vive, rustig en ontwapenend verder.

“Maar nee. Help me eens even. Speel nu eens mee!  Ik zou zo graag een punt maken maar dat lukt alleen als je even meewerkt. Wat zie je rondom jou?”

Ik was al iets meer op mijn hoede en al iets geruster dat we na mijn antwoord niet zouden overspoeld worden door een metershoge tsunami en wrong me handig in een ongemakkelijke bocht om iets te prevelen dat leek op een geïnteresseerd antwoord. “Heum. Wat ik precies zie? In volgorde van belangrijkheid?  Of doet dat er niet toe?”

“… Dat doet er niet toe… Komaan… wat valt je op?

“Ik zie een bruine tafel. 6 stoelen en een bij passende dressoir. Op de tafel staat een witte orchidee en er liggen 6 beige onderleggers te wachten tot er nog eens volk komt eten. De dressoir is voorzien van 2 glazen schuifdeuren.  Achter de schuifdeuren zie ik 2 leggers waarop boeken zijn uitgestald. Van klein naar groot. Ik zie foto’s van de familie. 

Rechts zie ik een beige leren salon, opgesplitst in een 2-en 3-zit. Flatscreen 120 op 50cm denk ik, te duur betaald trouwens, dat vind ik nog steeds.  De flatscreen staat op een Ikea kastje dat veel te snel in elkaar is gesmeten en daarom 2 krassen vertoont.  Leuke lichtjes. Links, splinternieuwe gordijn …the wave toch? Zo noemde die verkoper dat gordijn toch he.  The wave? Design 1-zit. Keuken, 6 barkrukken, netjes. Modern design, greeploze kasten. Ziet er duur maar is het niet. Functioneel. Praktisch.   Ziezo, dat is het zo wat denk ik. Ben ik er door?”

“Weet je wat ik zie,?” Vroeg ze mysterieus, mijn antwoord niet afwachtend.

“Ik zie… ik voel mijn thuis… mijn haven. Ik voel gezelligheid, warmte en liefde.  Rust ook.  Ik ruik de kaarsen die ik daarstraks aangestoken heb.  Die waren je trouwens niet opgevallen want je hebt ze niet vermeld in je opsomming. En ik zie ons volgende etentje met leuke mensen en dan fantaseer ik wat we zullen eten en drinken en waarover we het allemaal zullen hebben. Ik zie ons oud worden in dit huis. Zo voel ik het aan.”

“…Ben je nu helderziende geworden. Madam Solange? Zie jij dat dan allemaal? “: onderbrak ik haar bruut en een beetje onbeleefd.

“…Wat ik je eigenlijk wou zeggen is dat het allemaal niet zo belangrijk is.  Het is niet zo belangrijk wat je ziet of hoe je het ziet.  Wat essentieel is, is dat zelfs wij op een verschillende manier naar hetzelfde kijken. We ruiken, voelen, proeven en fantaseren verschillend maar we bedoelen het juist en goed omdat we het zelf zo aanvoelen. Nu we dat weten, zouden we dan misschien van elkaar kunnen leren begrijpen en het eens worden dat we het niet over alles eens moeten zijn?”

“Ja, ik denk het wel maar moest ik daarom?  En wat hebben die leren stoelen daar nu mee te maken? Laat al maar… “Ja, we hebben een schoon huis maar misschien moeten we toch eens nadenken over een ander tv-kastje. Verder ben ik  heel content met ons huis.  Met jou trouwens ook al stel je soms van die rare vragen.  Verder nog iets?”

Neen, neen.  Het is ok en ik ben blij dat we er alle twee zo over denken…