Tot nooit meer…

Als ik al de stommiteiten die ik ooit gemaakt heb, en als ik al hetgeen wat me in mijn leven ooit te beurt gevallen is, en waarvan ik spijt heb of waarover ik me schaam, daadwerkelijk wilde vergeten, kon ik niet anders dan me alles zo precies mogelijk proberen voor de geest te halen. Ik moest en ik zou trachten om me elk detail zo juist mogelijk proberen te herinneren om niet het risico te lopen dat ik de moeilijkste zaken zou vergeten of dat ik ze zou vergeten te vergeten. Indien ik dat niet zou doen, zouden al die nare ervaringen die ik uit de weg probeerde te gaan of die ik onder de mat probeerde te moffelen, vroeg of laat opnieuw mijn pad kruisen. Ik vroeg me af of ik – om al die zware dingen lichter te maken en om ze een definieve plaats te geven – ze niet beter zou opschrijven, in een soort inventaris van mijn geweten. Ik ben geen masochist en ik wentel me niet graag in zelfbeklag. Ik kan ook niet zeggen dat ik niet vreesde om aan die oude littekens te prutsen, want misschien ging ik ze wel opnieuw open krabben, en ging ik oud verdriet of vergeten gemis op die manier verversen. Maar ik moest, koste wat het kost het lijstje van mijn geweten afvinken, om de openstaande rekeningen uit het verleden af te lossen. Ik denk niet dat ik eraan ontkomen kon, temeer omdat ik in de wekelijkse bijeenkomsten die ik al lang onderhoud, ondervonden heb dat er geen gelukkige toekomst mogelijk is zonder dat er eerst een leesbare of begrijpelijke versie van het verleden gemaakt wordt. Met begrip van mijn geschiedenis versta ik toch gemakkelijker mijn heden, niet? Leuk, was niet aan de orde, maar met een pen, een inktpot en een bereidwillige uitgever zou het me misschien lukken om een streep te trekken onder mijn bezwarend verleden, en zou ik er moed in kunnen vinden om een nieuw pad naar de toekomst te leggen.

Waarom had ik me toch zolang en zo koppig gefocust op ergernissen die buiten mezelf lagen. Waarom zie ik vandaag nog steeds beter de kemels die anderen maken dan diegene die ik zelf schiet? Waarom ergeren zoveel mensen – mezelf incluis – zich toch steeds opnieuw aan het gedrag of aan meningen van andere mensen, en aan mensen die zich op hun beurt dan weer ergeren aan andere mensen en aan andere meningen? Is dat het geval omdat ze eveneens geen vrede hebben kunnen sluiten met het leven dat ze vandaag zelf leiden maar niet de moed, het inzicht of de middelen hebben om het onder ogen te durven zien en om het zelf te veranderen? Zou het kunnen dat er bij hen ook onverwerkte dingen uit het leven in de weg blijven zitten en maar blijven opspelen zodat essentieële keuzes onmogelijk kunnen gemaakt worden? Zit er in onze generatie klagers dan zoveel ongenoegen omdat we voortspruiten uit een generatie babyboomers die zelf in hoogstens twee decennia vanuit een overall in een maatpak groeiden en dat ook van hun kinderen verwachtten. Misschien werden we door hen wel opgevoed met het idee dat het leven als een wedstrijd moet aangegaan worden, als een concurentiestrijd waarin niks mag gemist worden en waarbij de winnaars als belangrijker of voornamer aanzien worden dan verliezers. En misschien gaat dat obsessief streven naar maatschappelijk succes, naar status en materieel aanzien wel ten koste van empathie, verdraagzaamheid en naar harmonie die ons normaal gezien als sociale mens zo kenmerken? Misschien verloren we als maatschappij gewoon de juiste weg die leidt naar contentment en naar verdraagzaamheid, precies op dezelfde manier zoals ik mezelf kwijt raakte in de illusie van mezelf?

Gebeurtenissen uit het verleden zitten vaak op onheispellende plekken verborgen. Als je er naartoe gaat wordt je er met de neus op feiten gedrukt die je liever vermijdt want je ziet jezelf er vaak op een manier die niet zo fraai oogt. Misschien is het beter om die pijnlijke confrontatie gemakshalve uit de weg gaan, want sinds ik de ten laste legging van mezelf uit het verleden onder ogen kwam, staat mijn besluit vast. Ik ga er definitief afstand van nemen om er voor altijd van te scheiden. ‘Vaarwel en tot nooit meer’, zeg ik dan, of tot de volgende keer dat ik me weer helemaal in jou verlies al zal ik dan wel proberen om er jou niet langer meer mee lastig te vallen.

  1. Mooi verwoord en beschreven Jan, Het is een langzaam proces dat zijn aanvang nam bij mij toen ik erin slaagde om “gisteren” niet meer te ontkennen. Dat is gemakkelijker als je tussen lotgenoten zit en kan vaststellen dat competitie hierin redelijk zinloos is. Het delen bracht voor mij essentiële zaken over mezelf aan het licht. Hah, zo ben ik blijkbaar in mekaar gestoken. Leren om niet te oordelen over mezelf en anderen. Afscheid nemen van de illusie dat een perfecte wereld realiseerbaar is. Ik deel je mening over de “waarden” van vroeger en misschien nog wel nu. Constant wordt je door alles en iedereen bestookt herinnert en afgemeten aan wat je niet hebt of kunt. Hoeveel verdien je ?
    Met welke auto rijdt je je garage binnen in welk grootte van huis ? En als je al die dingen niet hebt, hoor je hier na te streven want dit is de sleutel om gelukkig te zijn. Really ? Honesly ? Truly ?

    Like

%d bloggers liken dit: