Betoverende onwetendheid.

Ze gaf me indruk alsof ze recht uit het canvas van een bekende schilder was gestapt. Hoewel de parel en de blauwe haarband ontbraken, had ze net zoals Vermeer minutieus lijntjes getrokken en esthetisch verantwoorde kleurtjes aangebracht, om dingen te accentueren of om er andere mee te verdoezelen. Ik vermoedde dat laatste omdat een donkere wal niet helemaal was weg gecamoufleerd zodat een fijn lichtblauw adertje mijn visuele aandacht kreeg. We hadden nog geen enkel woord met elkaar gewisseld en de zwijgende stilte was een handigheid omdat we zo wat tijd kregen om te wennen aan elkaars gemoedstoestand. Dat was nodig omdat die tegenstrijdig leken.

Het laatste kwartier pas had ik het een beetje rustig gemaakt en had ik wat plaats gemaakt in mijn hoofd zodat ik beter kon luisteren naar wat ze me te vertellen had. Zorgeloos leek ze deze keer niet, integendeel ze zag er aangedaan uit en getekend door gebeurtenissen, door dingen die niet hadden plaats gevonden of door kwesties die net wel hadden moeten gebeuren. Ze bestelde rode wijn maar niet alvorens te vragen of me dat niet stoorde. Dat deed het niet al vond ik het wel fijn dat ze zelfs nu nog aandacht had voor mijn gevoeligheden. Toen ze met haar verhaal begon, keek ze vaak weg alsof ze achtervolgd werd of alsof ze op een denkbeeldig iemand aan het wachten was. Praten was lastig omdat ze zich schaamde voor het leven dat haar nog maar eens verrast had met een vies cadeau dat verpakt was in een mooi papiertje. Ze ging ronduit door over al die dingen die haar de laatste maanden waren overkomen, waarmee ze geworsteld had en die haar uiteindelijk helemaal uit balans hadden gebracht, over zaken waar psychiater Dirk De Wachter voor waarschuwt wanneer hij er de gelegenheid voor krijgt.

‘Door constante focus op geluk en door continu jacht te maken op geluk jaag je het weg’, zegt hij. ‘Als je als hoofddoel non-stop geluk nastreeft, begint de miserie maar pas goed.’

De woorden van De Wachter vielen me op in haar ogen en in elke lang gerekte zucht waarmee ze de zwaarte van de dingen probeerde weg te blazen.

‘En jij, ben jij gelukkig?’, prevelde ze. ‘Gelukkig ik? Geen idee’, antwoordde ik ontwijkend. ‘Misschien betekent gelukkig zijn gewoonweg niet al te dikwijls ongelukkig zijn? Ik weet het niet, maar dat niet weten maakt me nieuwsgierig zodat ik me elke dag door de zoektocht naar dat mysterie mag laten betoveren.’

Ze lachte voor het eerst die namiddag.

%d bloggers liken dit: