Mondhoeken

Soms denk ik dat mijn mondhoeken maar niet willen geloven dat zwaartekracht iets is wat bestaat maar dat je voor de rest helemaal mag negeren. Het lijkt wel alsof ze overtuigd zijn dat ze op elk moment van de dag zo hard naar het middelpunt van de aarde moeten worden getrokken door een onzichtbare kracht die alleen voor hen geldt.

Mijn neerhangende mondhoeken geven mijn gezicht een treurige façade en het krijgt daarmee iets van een surrealistisch schilderij van de hand van Picasso maar dan wel geschilderd op een heel triestige regendag. Mijn gelaatsuitdrukking, altijd hoekig gebeiteld in serieuze perfectie, wordt dan een onverwacht triestige attractie tussen de lachende menigte.

Mijn verrimpeld gezicht lijkt op het eerste zicht op een oud ongelezen boek omdat het stoffige en verlepte kaft doet vermoeden dat het verhaal wel zwaar en complex moet zijn, terwijl het net een vederlichte roman is waarvan de verhaallijn op elke pagina een onverwachte wending neemt.

Mijn ‘bakkes’ heeft zonder mijn toestemming te vragen een patent genomen op een permanent fronsende blik, op neerhangende mondhoeken en op een ernstige blik.  Het gaf me de levenslange verplichting om ze te dragen. Ik heb het ooit ondertekend zonder de kleine lettertjes te lezen.

Maar het draagt een geheim, een bewaard mysterie dat ik slechts met enkelen deel, en nu met jou. Ongeacht mijn blik, mijn frons of mijn neerhangende mondhoeken, binnenin ontvouwt zich een levendige kermis, een innerlijke foor met kronkelende ideeën en met een verbeelding die de breedte heeft van de glimlach van een kind op zijn verjaardag.

Dus, de volgende keer dat je me vraagt waarom ik zo serieus ben of waarom mijn mondhoeken naar beneden hangen, weet dan dat mijn blik maar een masker is, een vermomming voor de zotte chaos die in mijn hoofd woedt, misschien als façade van een surrealistisch schilderij, maar weet dan dat op dat moment mijn innerlijke kermis in volle gang is.

Soms is het beter om de wereld op het verkeerde been te zetten dan hem echt als Atlas te moeten torsen.

Goed of druk, de enige goede antwoorden

Minstens vijf mensen vroegen me gisteren: “Hoe gaat het met jou?” Mijn bijna automatische reactie is dan: “Goed, het gaat goed, denk ik, en met jou?” Uit een soort van beleefde reflex, maar ook om aan te geven dat ik niet heel zeker ben of het wel echt goed met me gaat. Hoe kun je dat trouwens met zekerheid zeggen?

Al gauw ontdek ik in die vraag een handige manier om me uit te horen en vooral om te pronken hoe “goed” en “spannend” het leven van de vraagsteller zelf is. “Druk, nieuwe auto, eindelijk promotie, dure reis”, dat soort dingen waarmee mijn interesse tot een gesprek nauwelijks wordt gewekt.  Het was hen niet eens opgevallen dat ik van mijn antwoord niet heel zeker was. De vraagtekens hadden ze niet gehoord.

Een ander of een oprechter antwoord dan “goed”, zou waarschijnlijk geen verschil gemaakt hebben. De meesten waren immers te druk met zichzelf bezig om te verdoezelen dat mijn antwoord hen maar weinig interesseerde.

“Goed, het gaat goed”, werd dan snel een soort openingsbod, in Christies of in een ander prestigieus veilinghuis waarmee ik het opbod van mijn persoonlijk succes als een duur kunstobject moest aanprijzen om gekocht te worden. Alleen er waren geen kopers of bieders geïnteresseerd in zeldzaam antiek.

Ik had net zo goed kunnen antwoorden, “Ik ben er even niet, gelieve een bericht te laten na de biep”. Het resultaat zou hetzelfde zijn geweest. Mijn antwoordapparaat zou op een identieke manier zijn volgepraat. Alleen had ik dan de keuze gehad om snel door te gaan naar het volgende bericht.

En zo werd het gesprek, dat er nooit één geweest is een zwart gat waarin woorden verdwijnen. “Goed, het gaat goed, denk ik, hoe gaat het met jou?”, lijkt dus niet de juiste vraag of het juiste antwoord om een echt gesprek mee te starten.

Spijtig toch, hoe mensen, opgesloten door succes en vergrendeld achter oppervlakkigheid of angst zichzelf verheffen en opgejaagd door het leven vliegen alsof ze er meer dan één bezitten.

Wanneer we elkaar dan ontmoeten, ik traag en kwetsbaar, jij snel en vastberaden, beiden met sterren die vastzitten in onze ogen en in ons hart, ontken ik jouw leugen en word ik onzeker van mijn waarheid die ik verberg als monsters die zich diep in mijn hart verschuilen en zich achter slot en grendel bevinden. En dan hoop ik maar dat de dubbelgangers van mezelf die ik niet mag tonen, nooit vroegtijdig zullen worden vrijgelaten.

Om mezelf en jou te beschermen, lijkt het me dan ook verstandiger om voortaan te antwoorden, “Goed, het gaat goed”, maar dan zonder te vragen hoe het met jou gaat.

Ik weet namelijk al dat alles goed is en dat je het druk hebt.

Woorden als een storm in een fles

Woorden, onverbiddelijke krijgers met de potentiële kracht om de rijkdom van het onuitgesprokene te vernietigen en om verfijnde nuances te vervagen. Woorden, eens uitgesproken of losgelaten op papier nemen ze bezit van jouw gedachten en dwingen ze tot een eenduidige betekenis. De lagen van wat verborgen ligt, worden nooit echt onthuld, de waarheid nooit blootgelegd, naakt, eerlijk of onvermijdelijk?

Het is fascinerend hoe je, eens geconfronteerd met de grootsheid van het onzegbare of onbenoembare, bijna altijd instinctief teruggrijpt naar gekende woorden en naar bevattelijke zinnen, zelden naar gevoelens. Woorden worden dan een reddingslijn, een levensader die de illusie en complexiteit van onbegrensde gedachten en onberekenbaar gevoelens probeert te vangen in een web van letters en klanken, tot ze er zelf volledig in verstrikt raken.

Het is alsof ik een storm probeer te vangen in een fles. De waarheid echter is dat al die pogingen mijn onbegrijpelijke werkelijkheid reduceren tot een starre, gekende definitie, tot een geest die gevangen blijft in een labyrint van taal die worstelt met tegenstrijdigheden, meningen, uitdrukkingen en beperkingen.

Ik zie mijn verzonnen woorden wel op papier resoneren in de leegte van een taal die spreekt maar altijd zal tekortschieten. Ze breken keer op keer op de spiegel van mijn ziel wanneer ze mijn gedachten proberen uit te drukken.

En toch zit er in het falen van woorden en in de on-uitlegbaarheid schoonheid verborgen. Misschien verschuilt zich in de suggestie en in de zweem van de verbeelding iets dat groter is dan taal zelf, iets dat ontgaan blijft aan de heersende definities en consensus en, iets dat in de stilte na de echo de werkelijke complexiteit laat zien die alleen met jouw verbeelding kan gelezen worden, en dan bedenk ik me.

Niet alles hoeft gezegd, niet alles hoeft geschreven, niet elk woord vertaald.  Jij begrijpt me zelfs zonder woorden. Daar kan een tekst als deze zelfs niet eens aan tippen. Misschien had ik beter gezwegen!

Speciaal

‘Speciaal’. Je weet wat dat betekent wanneer men dat over je zegt. ‘Speciaal’, en dat kan je op zoveel manieren interpreteren.

Als je ervoor in de stemming was, kon je zonder er moeite voor te hoeven doen, twee stenen doen vechten. Eigenzinnig, provocerend, tegenstrijdig, grof en onwaarschijnlijk tactloos, allemaal karaktereigenschappen die jou perfect omschrijven voor mensen die je maar half kenden. Eigenschappen die me nu, naarmate ikzelf door de wol geverfd raak, niet vreemd zijn, omdat ik ze soms in mezelf herken.

In gezelschap kwam je dikwijls uit een hoek waarvan iedereen dacht: “Waar komt dit nu weer vandaan? Waar hebben we dit nu weer aan verdiend?” Onze pa zei dan, “Die van ons’” want zo zei hij dat, “die van ons, kan er met een koude hand aan komen.” Een uitspraak die de lading volledig dekte. Van een koude hand schrik je op omdat ze storend en ongepast aanvoelt, maar je bent wel meteen wakker, alert en bij de pinken. Dat moest je wel zijn in jouw gezelschap.

Als het niet helemaal ging hoe jij het verwachtte, zei je: “Kom Jef, we gaan naar huis.” Woorden die nog steeds echoën alsof je ze gisteren sprak. Het maakte niet uit waar je was, het maakte niet uit hoe lang je er was. Dan haalde je de sleutel van de voordeur tevoorschijn, bungelend aan een zilveren Mercedes-sleutelhanger die je ooit gekregen had toen je met pensioen mocht. Niet dat je kon autorijden. Autorijden was niet aan jou besteed. Jij liet je rijden, een beetje zoals Hiacinth Bucket, the lady of the house, met dezelfde ongepaste kritiek die Richard moet hebben verdragen.

Je had vele kanten, meer kleine dan grote denk ik soms. Het honderdvoudige van de kleinste zou ik graag nog eens willen verdragen.

Maar je was ook altijd aanwezig, soms ongevraagd maar steeds bezorgd en zorgzaam. Je hield de boel aan de gang, ‘de bloem in de béchamel’. Overal was je. Misschien was dat wat me toen het meeste stoorde. Misschien was het daarom dat jouw ‘kleine kantjes’ me destijds meer opvielen dan die grote en al de andere rollen die je ook op jou nam. Die van supporter, zorgzame oma, trotse partner en bezorgde moeder. Dat blijven toch de dingen die ik nu mis en dat recept van fluoriderende paling in ’t groen natuurlijk maar dat geheim hou ik voor de wankele wereldvrede liever voor mezelf.

Met jou in gedachten drink ik vandaag een koffie, ter ere van jouw te korte leven. Neem jij maar een porto, of twee, want op één been kan je niet staan!

Gelukkige verjaardag, moeder… daar ergens.

Alleen voor jouw oren bestemd

In de kleinste uren van de nacht, wanneer schaduwen op de muur dansen als schimmen uit het verleden, ontmoet ik in de rokerige schemer van mijn herinneringen een vertrouwde compagnon de route. Ongevraagd duikt hij op, kijkend met misprijzen. Hij alleen kent de keuzes die ik ooit maakte, de laffe en lichtzinnige, de overmoedige of egoïstische. Maar hij kent ook alle beslissingen die ik nooit nam en had moeten nemen.

Het is een onguur figuur, met ketenen vastgeklonken aan mijn verleden en aan de nacht. Hij zet afdrukken op het zachte papier van mijn ziel waar ik nu mijn vulpen in kras. In het midden van de vergeelde bladzijde met donkere contouren, staat de schaduw van spijt als een onuitwisbare vlek.

Mijn verzadigde alcoholbrein heeft zich genesteld als een maffia-gangster in alle uithoeken van mijn gedachten. Hij overmeestert me laf, neemt het stuur en voert me mee. Als een onbetrouwbare gids sleurt hij me naar de donkerste plaatsen waar ik nooit in had moeten afdalen.

Zelfs nu, na tien jaar in de herwonnen nuchterheid van mijn dagen, fluistert hij nog altijd in mijn oor, met de sirene van verleiding waar ik met elke vezel van mijn zijn aan moet weerstaan. Ik zwicht niet, maar de vergadering van daarstraks en de nacht verplichten me om te kijken naar mensen die ik liefhad, degenen die ik koester, en zie de scheuren die mijn wervelwind in hun leven heeft achtergelaten.

In mijn tornado van destructie, heb ik mensen gekwetst, harten gebroken, harten van degenen die het dichtst bij me stonden. Nu, achter het gedempte licht van mijn scherm, voel ik de scherpe randen van spijt die snijden als een mes en voel de tranen die ik veroorzaakt heb, de beloften die ik gebroken heb en de littekens die ik heb achtergelaten.

Maar spijt is geen herstel. Het is gewoon een nevel die zich uitstrekt over het heden, een herinnering aan de prijs die ik nu betaal voor de illusie van voorbijgaand genot en vluchtige extase.

Soms zou ik niets liever willen dan terug te reizen in de tijd om die eerste fles tegen de muur kapot te gooien zodat de geest die erin zat me nooit in zijn giftige omhelzing zou kunnen sluiten. Ik zou hem verbannen naar een eeuwige schaduw, waar hij thuishoort, maar zelfs die onbestaande schaduw van het verleden is onuitwisbaar.

‘De kapotte fles’ zou zomaar een symbolische daad kunnen zijn als gevecht tegen de vijand van glas en kurk. Voor hetzelfde geld was het de titel van een onuitgegeven manuscript van Ernest Hemingway.

Ik ben Hemingway niet, eerder een schrijver van een lichter verhaal met hoopvolle bladzijden maar ook met openhartige bekentenissen over spijt en nostalgie, over keuzes die ik maakte en niet maakte en hoe deze me vormen tot de persoon die ik vandaag ben.  Is dat niet het leven ten volle beleefd en geleefd?

Ik hoop dat binnen enkele uren, als de zon opkomt, mijn duistere compagnon de route verdwenen zal zijn en me met rust laat, voor jou maar toch vooral ook voor mijn zielenrust. Met elke nieuwe dag doe ik een onuitgesproken soort belofte, ‘Nooit nog keer ik terug naar die onoverzichtelijke chaos’, maar dat schreeuw ik niet van de daken. Die belofte is alleen voor jouw oren bestemd!

Respectabel. (Internationale Mannen Dag)

In een wereld waar het testosterongehalte sneller lijkt te smelten dan het ijs op de noordpool, bevind ik me in de schaduw van een man die zijn zelfvertrouwen zoekt in koffie, in de rook van sigaretten en in stille overpeinzingen van zijn eigen gedachten. Ze zorgen voor evenveel onbeantwoorde vragen als een puber die zich vragen stelt over het nut van schaamhaar en puisten. De rusteloze man voelt zich als een oude kater die ronddraaiend als een bezetene zijn eigen staart achtervolgt, hilarisch en frustrerend tegelijk maar ook een beetje zielig.

Het ontbijt is al moeilijk en de keuze lastig, yoghurt met vlokken en fruit of dubbele boterhammen met choco? De verkeerde keuze veroorzaakt al snel een schuldgevoel dat hem de rest van de dag doet navigeren door het mijnenveld van zijn ochtendhumeur. Alleen koffie wordt geschonken met dezelfde precisie, zekerheid en zelfvertrouwen van een barista die bonen omtovert in late of espresso.

Zijn mannelijke onzekerheid zijn wolken die nooit helemaal verdwijnen. Het maakt niet uit hoe vaak ik hem toefluister dat hij er voor zijn leeftijd nog respectabel uitziet. Hoe dikwijls ik zijn inlevingsvermogen prijs, zijn zelfvertrouwen blijft een lekke band die ik constant moet oppompen, alsof er een nageltje in de tube zit.

De slaapkamer, nog een intieme arena waarin zijn mannelijkheid op de proef wordt gesteld. Hij is gevuld met briesende stieren die onophoudelijk en trefzeker de rode lap van zijn twijfels blijven aanvallen. Het bed, de lakens als slagveld waarop hij zijn eigen twijfels en onzekerheden spreidt, terwijl de stieren wild blijven tekeergaan.

Als angst om afgewezen te worden te groot wordt, dwalen we samen af naar bruine cafés met donkere muren en morsige vloeren, naar dat verloren gewaand koninkrijk waar het gezelschap bestaat uit barkeepers en mannelijke zielen die er dezelfde dingen wegspoelen, ieder koning van zijn eigen rijk.

Later op de nacht, we staren samen naar het plafond. Ik vraag me af of ik ooit genoeg man zal zijn om de man naast me te genezen, of ooit mijn geduld en begrip groot genoeg zullen zijn om hem zijn innerlijke twijfels te laten overstijgen. Misschien moet ik zelf maar therapeut worden om hem te helen van zijn verwarde en gekneusde ego.

Morgen is het Internationale Mannen Dag, de enige dag van het jaar waarop mijn innerlijke mannelijke reisgezel ècht man mag zijn.  Tevens ook de enige dag van het jaar waarop hij zal worden gesust, gesoigneerd, gewiegd en onder de douche zal worden gewekt met een blow job.

Daarvoor ziet hij er, ondanks zijn leeftijd, nog respectabel genoeg uit!

Dronken Uitspraken, Nuchtere Gevolgen!

De recente openbaringen van extreem racistische en vrouwonvriendelijke uitspraken van Kingconnah gaan als een schokgolf door dit leuke land, alsof de verdraagzame burger wiens tolerantie nogmaals op de proef wordt gesteld hier zat op te wachten. Rousseau de vermeende kampioen van progressieve waarden, de zelf verklaarde opper-sos en de voorzitter van Vooruit heeft duidelijk een zwarte schaduwzijde die onverenigbaar is met de principes waar Vooruit zegt voor te staan.

Kingconnah’s recente publieke uitspraken, weliswaar gedaan in dronken toestand, alsof dat een excuus kan zijn, werpen een donkere schaduw over zijn integriteit als politieker en over zijn ware overtuigingen, misschien zelfs over die van zijn partij. Het is verbijsterend te zien hoe iemand die pretendeert progressief te zijn en te strijden tegen racisme, seksisme en discriminatie, zelf vervalt in extreem racistische en in vrouwonvriendelijke retoriek. Deze schokkende onthullingen dwingen mij om met open mond naar zijn hypocrisie te kijken om vast te stellen dat blijkbaar niemand immuun is voor de verleiding van vuile polariserende denkbeelden, zelfs niet als je voorzitter bent van een progressieve partij.

De kern van progressieve, noem het desnoods linkse idealen zouden moeten draaien rond gelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Helaas heeft Rousseau deze waarden verkwanseld door zich te verlagen tot het niveau van lage, racistische uitspraken en verwerpend discriminerend gedrag. Dingen die je verwacht van figuren die opereren aan de tegenovergestelde kant van het politiek spectrum. Het is onacceptabel dat een leidersfiguur van een linkse partij die beweert te vechten tegen structureel racisme, zelf vervalt in het verspreiden van hatelijke ideeën gebaseerd op etniciteit.

Wat eveneens bijzonder verontrustend is, zijn de vrouwonvriendelijke uitspraken uit zijn mond die dezelfde walm hadden als de pinten waarmee hij ze probeerde weg te spoelen. In tijden waarin de strijd voor gendergelijkheid centraal staat,  hij stond ten andere zelf een tijd in de oog van de storm van het debat, zou je van een boegbeeld verwachten dat hij de weg zou wijzen en gids zou zijn naar een inclusieve en respectvolle samenleving. Helaas blijkt Rousseau daarin ook verstrikt te zijn geraakt in de val van achterhaalde, denigrerende opvattingen over vrouwen, migranten, Roma en Punkers. Daarmee heeft hij de fundamenten van progressieve principes definitief ondermijnt.

Het is van cruciaal belang (ik had bijna Vlaams belang gezegd) dat Vooruit deze gebeurtenissen serieus neemt en moed toont om hun eigen kot schoon te vegen. Het toelaten van intolerantie en het vergoelijken van haatdragende uitspraken zijn onaanvaardbaar. Als een progressieve beweging of politieke partij haar geloofwaardigheid wil behouden, moet zij zich distantiëren van Rousseau en van de schadelijke ideeën die hij lijkt te vertegenwoordigen.

Dronken uitspraken hebben nu eenmaal nuchtere gevolgen!

Work Life balance, een tang op een varken!

Twintig jaar geleden, niemand sprak een woord over work-life balance. Nu lijkt het alsof deze term overal rondvliegt, als een toverwoord voor een vervuld bestaan? Ik weet niet wie de term bedacht heeft, ik was het alleszins niet? Nu wordt op alle niveaus in onze samenleving de term kwistig rondgestrooid om te doen geloven dat een evenwicht tussen werk en privé dè heilige graal is van een kwalitatief bestaan en absoluut noodzakelijk is voor een gevuld en zinvol leven.  

Is dit werkelijk zo of is het eerder een bedrieglijke façade, een verleidelijke knipoog van een ingebeeld iemand die wil doen geloven dat je zelf kan kiezen waaraan je tijd besteedt, aan werken of aan leven. Waarbij werken en leven wordt voorgesteld, of als een lastige keuze of als een perfecte ‘match in heaven’.

Laat me jou een bekentenis doen, mijn werk en ik, het is geen liefdevolle relatie. Eigenlijk is het een geforceerde verhouding, een soort van gedwongen huwelijk waarin beide partners elkaar verachten, maar de schijn ophouden, voor de buitenwereld, voor de kinderen of voor het zicht van de mensen.  In mijn geval, wordt het een absurde deurenkomedie waarin de hoofdrolspelers, ‘werken’ en ‘leven’, moeite hebben om elkaar te ontlopen op een podium dat gedomineerd wordt door individualisme, fomo en geldingsdrang.

Als je er op deze manier durft naar te kijken is de work-life balance een farce die wordt opgedrongen door de maatschappij die maar niet kan beslissen of je succesvol moet zijn of toch maar moet genieten. Wie anders moedigt je aan om met een kaars in je gat vanop een yoga mat, namaste te prevelen terwijl je met wierook rond jouw hoofd loopt te jongleren met deadlines, vergaderingen, verplichtingen, e-mails, whatsappberichten en tegelijkertijd de kinderen aan je rokken hangen. Alle ballen in de lucht!

De paradox wordt nog onnozeler, want volgens de ‘work-life balance-slimmeriken’ vallen zorgwerk en huiselijke taken niet onder de noemer ‘work’.  Alsof na jouw werkdag, strijken wassen, plassen koken, boodschappen doen, voor de kroost zorgen, gewoon een kalmerend ritueel is dat de balans herstelt. Alsof het opvouwen van de was of de vaatwasser leeghalen het stressniveau op zulk een manier verlaagt dat het dat beklemmende gevoel van constant drukte wegneemt.

Ik heb het dan nog niet eens over de bittere ironie dat alle activiteiten, nodig om de economie draaiende te houden, gebeuren in wat maatschappelijk gezien onder de noemer ‘life’ valt. Ga maar na waar, wanneer en waaraan en jij je zuur verdiende centen spendeert?

Leven, we zijn het gaan zien als een korte pauze tussen twee werksessies, waarin je gedreven door fomo geacht wordt snel te schakelen om nadien, zo efficiënt als mogelijk, op adem te komen, alvorens de stompzinnige realiteit van het werk je weer inhaalt. Velen doen verder, snel en jachtig maar eveneens mak en gedwee, niet precies wetende wat hen drijft, terwijl het echte leven snel wegvloeit als zand in een zandloper die nooit meer kan worden omgedraaid.

Work-life balance, een tang op een varken, een groteske vertoning die probeert te doen geloven dat je in controle bent, maar ben je het nog wel?

Een liefdesbrief anno 2023

Veertig jaar geleden waren normen en verwachtingen rondom romantische relaties anders dan vandaag. ‘Ik vraag het aan’, ‘een onhandige kus’, ‘ongevaarlijk ‘tetteke-reus’ en ‘stiekem hopen op iets meer’, dat was het. De kans om meegesleurd te worden in #Me-too-horror was onbestaande.

Daten anno 2023 is ‘tricky business’. Om vandaag Me-too-safe te daten zal het er in mijn hoofd ongeveer zo aan toe gaan, toegegeven het zal wel aan mij liggen. Onderstaand briefje zou een liefdesverklaring kunnen zijn mocht ik vandaag 17 zijn en ik van de gas zou gepakt zijn.

Hoi,

Ik hoop dat dit briefje u in de beste staat van welzijn bereikt. Met het oog op de huidige complexiteit van daten en afspraakjes, voel ik de noodzaak om mijn bedoelingen op een respectvolle en duidelijke manier kenbaar te maken.

Ik ben geïnteresseerd in het verkennen van een romantische connectie met jou en zou graag de mogelijkheid willen onderzoeken of de kans bestaat om elkaar beter te leren kennen. In overeenstemming met de moderne maatschappelijke verwachtingen, hecht ik veel waarde aan wederzijdse toestemming en respect voor persoonlijke grenzen.

Met het allergrootste respect voor jouw waarden en grenzen benader ik je dan ook via deze weg met mijn nederig aanbod voor een diepgaande en intieme verbinding. Een connectie, gebaseerd op alle principes van wederzijdse toestemming en op het allerhoogste respect voor jouw persoonlijke autonomie.

Als kandidaat voor de rol van ‘Uw Geliefde’ ben ik me terdege bewust van het belang van al deze aspecten in de uitbouw van een mogelijk relatie. Ik heb de vurigste wens om een veilige en ondersteunende omgeving te creëren voor al onze intieme ontmoetingen, maar nooit of te nimmer zullen ze kunnen plaatsvinden zonder uw impliciete en niet mis te verstane instemming en toestemming.

Jouw persoonlijkheid, als ik je die mijn eerbied mag toewijzen, is voor mij als een zeldzame bloem die alleen kan bloeien onder de meest gunstige omstandigheden, in klamme, zachte potgrond. Je glimlach is als de zachtste streling van een zomerbries op een frisse avond, die de lente van mijn ziel doet ontwaken. Je aanwezigheid een kunstwerk, even oogverblindend, nederig als breekbaar in mijn nabijheid.

Mijn ontembaar verlangen naar een intieme connectie met jou is als een dans van twee zielen, synchroon, passioneel en harmonieus, zoals twee bedrijven die samensmelten voor een strategische fusie zoals in een relationele joint venture waarbij twee inspirerend emotionele krachten samenkomen om een ongeëvenaarde eenheid te creëren. Elk moment van ons samenzijn zal met de grootste egards worden gekoesterd, en elke stap die we zetten zal in overeenstemming zijn met jouw wensen en diepste verlangens.

In een wereld waarin consent en wederzijdse toestemming centraal staan, beloof ik plechtig om jouw wensen te respecteren en je grenzen te eerbiedigen. Onze intieme interacties zullen gebaseerd zijn op voorzichtigheid, op open communicatie, op wederzijds begrip en met een diep respect voor ieders persoonlijke autonomie.

Jouw comfort, hygiëne en welzijn zullen altijd mijn allerhoogste prioriteit zijn, en ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat jij ons eerste intiem moment zal ervaren als een symfonie van genot, in consent getekend met bloed en gebeiteld in steen, gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Je ‘misschien’ zal ik respectvol als ‘een neen’ interpreteren, en ‘je neen’ zal ik nooit of te nimmer als ‘een misschien’ aanzien.

Dank je wel voor de lezing van mijn aanzoek en voor jouw aandacht maar ook voor de overweging van mijn voorstel. Laten we samen proberen om een intieme relatie te creëren die dient als een toonbeeld van liefde en respect waarin we elke stap van onze reis in volledige harmonie en vertrouwen nemen. Onze liefde zal dienen als een voorbeeld voor anderen, als een lichtend baken van respect en liefdevolle toestemming in een wereld van intieme relaties en van wederzijdse toestemming, een relatie die ons beiden voldoening en vervulling zal schenken.

Met deze brief wil ik mijn intenties oprecht en transparant kenbaar maken. Indien jij ook interesse hebt in het verkennen van een romantische connectie, zou ik het op prijs stellen als we een formele overeenkomst kunnen sluiten, waarin onze wederzijdse toestemming en verwachtingen duidelijk worden gedefinieerd en schriftelijk bekrachtigd.

Ik stel voor om, nadien en onder opschortende voorwaarde van een expliciet akkoord, een meer informele ontmoeting te regelen op een locatie en tijdstip naar jouw keuze, waar we op een respectvolle manier van elkaars gezelschap kunnen genieten. Jouw comfort en welzijn zijn voor mij van het grootste belang, en ik ben volledig bereid om de dynamiek van onze interactie aan te passen aan jouw wensen en grenzen.

Met liefdevolle hoogachting,

Jan

De Man van Gwendolyn Rutten.

Vandaag heb ik de eer en het genoegen om je mee te nemen op een uiterst gevaarlijke maar spannende reis naar het hart van de natuur. Ik heet je dan ook welkom in het rijk van opvliegende sissers, in de wereld van stemmingswisselende rollercoasters en in de woestijn van koude schouders en onuitstaanbaar zuidelijke droogtes. Leun achterover en vergeet tijdens deze reis door Absurdistan vooral niet te genieten van de eeuwige strijd om de thermostaat!

Het is een bekend fenomeen dat slechts in uiterst zeldzame gevallen, vrouwen die zich aan de rand van de menopauze bevinden en hevig aan veranderingen zijn blootgesteld toch transformeren in een vuurspuwende draak.  Nochtans kan haast elke vrouw die zich in deze situatie bevindt soms de vergelijking absoluut wel doorstaan.

Beste mannelijke lezer, ofwel ben je, was je of zal je je ooit middenin een relatie bevinden met een vrouw in de overgang.  Weet dan dat overleven in deze tumultueuze tijden geduld vereist, veel geduld maar ook humor, en wel humor van een soort die droger is dan de Zuidelijke Sahara.

Neem bijvoorbeeld die van mij, de eens zo koele en kalme hippe vrouw, die de kunst van het leven verstond om in elke situatie, ijskoud haar cool te bewaren, veranderde van de ene op de andere dag in een menselijke sauna, stralend van hitte en even gloeiend als een wandelende kachel. Om misverstanden te vermijden, als ik me in deze specifieke situatie over temperatuur uitspreek, bedoel ik temperatuur uitgedrukt in graden Celsius, absoluut niet over temperatuur uitgedrukt in graden hitsigheid, want die is omgekeerd evenredig aan haar lichaamstemperatuur. Herken je jezelf in deze situatie, wees dan asjeblieft alert en op je hoede, want op elk willekeurig moment kan een ogenschijnlijk doodnormale activiteit zoals koken, tv kijken of een boek lezen, overslaan in een klimatologische revolutie waarop Greta Thunberg jaloers zou zijn.

Met een bordje in de hand waarop ‘Strejk for Klimatet’ stond, riep ze me plotseling schuimbekkend hysterisch en met ogen gevuld van wanhopige tranen, toe op dezelfde manier waarop Greta, Trump zich ongemakkelijk deed voelen: “Jij, jij stal mijn jeugd.  Nu pik je mijn seks en waarom is het hier zo koud. Waarom is het hier altijd zo fucking ijskoud!”

Dit alles gebeurde onaangekondigd op een doordeweekse avond, waarop mijn anders zo rustige alles beredenerende vrouw nu, met ogen als gloeiende kolen, als een raket uit de zetel schoot, om een tel later, met een agressieve swung de thermostaat op “tropisch paradijs” te draaien en om even later het koud geworden kersenpit kussentje naar mijn hoofd te slingeren. Ongevraagd maar vooral ongewild werd ik deelgenoot van hoe een nooit geziene klimaatrevolutie zich voltrok binnen de muren van ons eigen huis, dit terwijl door deze temperatuurverandering op de Noordelijke IJszee een ijsberg smolt en de aarde sneller opwarmde dan alle door de mens veroorzaakte broeikaseffecten.

Als je denkt de natuur te slim af te zijn door, zoals ik in de winter shorts te dragen om het koel te houden, je hebt het mis. De kracht van de menopauze kent geen grenzen. Voor je het weet heb je heimwee naar die Arctische temperaturen van een uur geleden en snak je naar een Oorlogswinter en terwijl je dit doet probeer je je badend in het zweet te herinneren wanneer je de thermostaat voor het laatst onder de 26 graden Celsius hebt gezien, het lukt niet!

Als je dit al heftig vindt, heren, “Fasten your seatbeld” en zet je schrap. Met datgene wat komt mocht ik alle emoties die bekend zijn in alle uithoeken van het vrouwelijke emotionele spectrum ervaren en dat binnen de tijdspanne van een enkel uur. Het ene moment werd ze de belichaming van Spaanse woede en riep ze een Fatwa uit over mij voor de één of andere niet vervulde maar ook niet uitgesproken belofte.  Het volgende moment barstte ze hulpeloos in tranen uit over één of ander seks-in-the-city-achtig ding op het internet. Leven met een vrouw in de overgang is alsof ik elke dag moet doorbrengen met een hysterische thuisactrice die zich voorbereidt op een Oscarwaardige prestatie. Wij weten allebei dat dit nooit zal gebeuren.

Navigeren door dit emotionele mijnenveld is als een koorddans-act boven een kuil vol alligators. Een misstap en ik zit dagenlang op de strafbank terwijl ik gewoon een stofzuiger vasthield als symbool van mijn eeuwige liefde. En dan spreek ik, deels uit doodsangst deels uit schaamte niet eens over de nachten die door de hormonenkwestie veranderd zijn in een oorlogszone die de vergelijking met de Palestijns-Israëlische zaak moeiteloos kan doorstaan.

Heb je een relatie met een vrouw in de menopauze, houd moed “menopauzende man”, sluit je desnoods op in je bubbel, blijf onder het maaiveld, tel je geld en maak de juiste keuze of je het al dan niet uitgeeft aan een minnares dan wel aan de nieuwste Ducati Desert X.

Maar vooral besef dat het altijd erger kan. Stel je je maar eens voor dat je de man van Gwendolyn Rutten bent!

Zwijg Clown. De clown is dood!

Matthew Perry dood! De wereld kijkt naar een dode acteur, naar een zotskap die te hard lachte met zichzelf en met zijn eigen onbeholpenheid. Hij alleen kent de façade. Hij alleen kent zijn strijd. Vandaag kwam zijn overlijden plots, een paar jaar geleden, had het op elk moment van de dag kunnen gebeuren. Nu is de wereld verwonderd, geschokt zelfs. Ik ben het allerminst omdat ik weet wat een langdurige, alles verwoestende verslaving in een lichaam kan aanrichten.

Nu is er verdriet en verbijstering. Er vloeien tranen voor een overleden icoon, voor een figuur dat hij zelf al lang de rug had toegekeerd. Jarenlang vulde zijn getormenteerd bestaan, zijn verwoest lichaam en zijn troosteloze aanblik, pagina’s van tabloids. Roddelbladen werden gevuld met foto’s en schandaalverhalen. De wereld lachte en er werd gespot met die zielige clown die het lachen zelf al lang verleerd was. Er werd geen traan gelaten!

De clown is dood!

Zijn dood grijpt me naar de keel. Niet omdat ik zo’n “die-hard-Friends-fan” was, niet omdat ik jaloers ben op zijn succes, ook niet omdat ik pretendeer hem te kennen, want dat is niet zo. Toch herken ik zijn ogen. Ik ken de wanhoop en de machteloosheid die hij bij zichzelf vond, waar hij uiteindelijk de strijd mee aanging en waar hij de laatste jaren moedig over getuigde. Die getuigenissen over zijn verslaving en worsteling waren hem meer waard dan de vluchtige roem die hij in zijn acteurscarrière heeft gekend. De gevolgen van zijn jarenlange verslaving zullen hem uiteindelijk toch fataal geworden zijn. De schade te groot.

Het doet me iets, want net op het moment dat de grootste oorlog met zijn verslaving gestreden leek en hij begon met getuigen over wat het betekende om verslaafd te zijn, begeeft zijn lichaam het. Alsof verslaving zelf het laatste woord genomen heeft om te zeggen, ‘We leggen je het zwijgen op, je bent een bedreiging. Zwijg clown!”

Rust in vrede … my Fellow-Friend!

Mysterieuze draden van het leven

In de stille schemering van mijn gedachten, waarin melancholie zich vermengt met verloren illusies en onduidelijke verwachtingen, begeef ik mij nog maar eens in de donkere kamer van reflectie, de plaats waar ik de ontmoeting met mezelf niet kan ontlopen.

Hier, omringd door schaduwen die de lastige en vrolijke contouren van mijn bestaan doen vervagen, word ik geconfronteerd met die ongevraagde gast die aan mijn lijf blijft kleven. Wat moet ik doen wanneer ik te weinig troost of voldoening vind in de dagelijkse dingen en wanneer die eenzame gedachte op mijn schoot klimt en me daar als enig vertrouwd gezelschap afwachtend aankijkt?

In deze kamer van mijn ziel, waarin de muren bedekt zijn met sporen van vergane dromen en onduidelijke verwachtingen, beeld ik me een gesprek in dat ik voer met mijn vertrouwde, denkbeeldige metgezel. Op deze ingebeelde plek mag hij me tot in de schaduw van mijn verleden achtervolgen en is het hem toegestaan dat hij ongestoord opduikt als spookachtige gestalte van mijn verbeelding. Hier mag hij me de meest raadselachtige dingen influisteren of me de moeilijkste vragen stellen, ik doe dat ook bij hem.

Zo vraag ik mijn dierbare metgezel wat we met mijn korter wordende toekomst moeten aanvangen. Zal ik me overgeven aan de onvermijdelijke gang van de gebeurtenissen om me te laten meevoeren zoals een bootje dat doelloos ronddobbert in de onmetelijke zee van de onzekerheid, of zal ik onbevreesd mijn eigen koers bepalen. Iets wat ik in mijn leven nog niet vaak gedaan heb, wetende dat op het einde het lot toch altijd onverbiddelijk toeslaat in dit chaotische universum?

Ik weet dat ik niet veel moeite hoef te doen om mezelf te verliezen in de nostalgie van mijn verleden waarin hoop, verlangen en passie mijn hart deed overlopen. In dezelfde intieme hersenflits durf ik mezelf eveneens afvragen wat er vandaag nog overblijft van al die vurige ambities en spannende dromen die al te vaak alleen maar in mijn hoofd hebben bestaan, als voetstappen op een strand, uitgevaagd bij de eerste vloed.

Was het angst voor teleurstelling en mislukking. Is het vrees voor het onbekende dat me doet vasthouden aan illusies van onbestaande zekerheden. Zijn het dat soort dingen die me verlammen en me doen twijfelen aan de toekomst? Misschien koester ik wel liever de herinnering in plaats van de droom, zonder echt te moeten durven, omdat ik door de privileges van mijn leven vergeten ben wat durven precies betekent.

Op momenten dat de wolken van het heden dreigend zijn, vereist durven moed en bereidheid om zekerheid los te laten en wordt het zelfs een daad van hoop en van geloof in de mogelijkheid op iets beters.

Hier in deze ingebeelde kamer van mijn gedachten, sta ik opnieuw voor de eeuwige dilemma’s van mijn bestaan. Moet ik de herinnering koesteren en me schuilhouden in het veilige bastion van datgene wat voorbij is, of moet ik de sprong wagen in de onbekende diepte van de toekomst?

Het antwoord, lieve lezer, blijft verborgen in het mysterie van het leven zelf en in de schaduwen van het onvermijdelijke. Het enige wat ik kan doen is me niet te laten afschrikken voor wat komt, erop vertrouwend dat iets me altijd zal voortstuwen, al zijn het mijn gedachten.

Het leven en hoe ik het ervaar, is een voortdurende zoektocht naar betekenis en naar antwoorden, ook al blijven ze even ongrijpbaar als de dromen die ik probeer te vangen, allen onlosmakelijk verbonden met de mysterieuze draden van het leven zelf.

Koppigheid die ik verwelkom als een oude vriend.

Iets meer dan tien jaar geleden, ik bevond me in woeliger water en stond lang niet zo stabiel en rustig in het leven als vandaag. Mijn dagen, destijds, waren een aaneenschakeling van eindeloze twijfel, angst en uitzichtloze schaamte waarin ik continu strijd voerde met de fles die me in haar omklemmende greep hield.

Het leven was niets minder dan een uitzichtloos gevecht dat ik dacht te winnen, maar waarvan ik elke dag opnieuw als verliezer de aftocht moest blazen. Elk glas werd een hopeloze poging om mezelf, en dat verdomde betekenisloze en storende leven te verdoven en te ontwijken.

Die waarheid durfde ik nooit onder ogen te zien, maar wie zijn leven in een andere richting wil sturen ontkomt er gewoonweg niet aan.

Een stem die zich ergens onder de oppervlakte bevond, fluisterde me, ‘Wie gelukkig wil worden en wil veranderen, verzet zich niet tegen het leven maar verzet zich tegen zijn duvels.’ Uiteindelijk besloot ik te luisteren.

Het heeft jaren geduurd voordat ik besefte dat mijn weerstand tegen veranderingen me alleen maar hadden uitgeput en teleurgesteld. Ik, een man die altijd koppig en vastberaden tegen de wind in liep, terwijl die bries me alleen maar mee wilde voeren naar nieuwe, ongekende horizonten.

Elke morgen begon met lege beloften aan mezelf, en eindigde met de overtuiging dat ik de volgende dag sterker zou zijn. Maar mijn verslaving lachte me uit, fluisterde bedrieglijke leugens en ik? Ik luisterde weerloos.

Veranderen is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het vergt moed en volharding, twee eigenschappen waarvan ik dacht dat ik ze miste. De eerste stap was toegeven dat ik een gewoonte had die mijn leven beheerste, dat ik vastzat in een vicieuze cirkel van verslaving en ontkenning. Ik keek in de spiegel en zag de vermoeide ogen en het verweerde gezicht van een man die gevangen zat in zijn eigen dwingeland. Het was hoogtijd om de kar te keren.

Mensen met wie ik maanden later, na dat laatste glas mijn prille nuchterheid aftoetste zeiden me dat ik ongeduldig was, dat ik te snel resultaat verwachtte. En ze hadden helemaal gelijk. Ik wilde dat de verandering meteen kwam, dat ik ’s ochtends wakker werd en dat de zucht naar de fles verdwenen was, opgetrokken als ochtendnevel in de morgenzon. Maar zo werkt het niet. De tijd, dat ongrijpbare beest, heeft zijn eigen ritme en wetten. Het enige wat ik kon doen, was me er geduldig doorheen laten dragen, door de juiste mensen en vertrouwend op mijn geduld, wetende dat elke dag zonder alcohol een stap vooruit was.

De eerste weken zonder de fles, waren een beproeving op het leven. De verleiding was er constant maar ik weigerde te luisteren. De nachten waren opnieuw gevuld met eenzaamheid, zelfbeklag en angst, maar ik wist dat ik door moest zetten. Dat was mijn enige uitweg, mijn enige hoop op een beter leven. Die andere keuze had mijn ondergang betekend.

Weken, maanden zo niet jaren later begon ik langzaamaan de schoonheid van mijn nuchtere leven te zien. De ochtenden werden helderder, mijn ogen scherper en mijn doel duidelijker. Ik ontdekte dat er meer was in het leven dan de bodem van een glas. Mijn zintuigen en mijn gevoel ontwaakten als een slapende reus, ik deed weer mee.

De tijd gaat voorbij en telt al mijn hartslagen. Hij is mijn metgezel en bondgenoot. De ene dag brengt hij uitdagingen, de andere verleidingen. Soms gaat het goed en soms gaat het slecht maar ik ben sterker, stabieler en zelf zekerder om de onzekere stroom van het leven te aanvaarden, om niet langer tegen de golven in te vechten. Ik ben een man geworden die leeft in plaats van te overleven.

Het pad naar herstel was geen rechte lijn, het was een kronkelende weg met ups and downs. Maar ik weet dat ik nooit meer terug wil naar de man die ik ooit was. Ik heb geleerd dat verandering geen vijand is, maar een vriend die me de weg gewezen heeft naar een leven dat ik nooit voor mogelijk had gehouden.

En zo ga ik verder, stap voor stap, dag na dag, met de smaak van verleidingen als vage herinneringen, als een spook uit het verleden.

En ik, ik ben een ouder wordende man die het leven vastgrijpt op zijn eigen tempo en voorwaarden, zonder grote verwachtingen maar met dezelfde koppigheid die ik verwelkom als een oude vriend.

Vrijdag dertien, je bent gewaarschuwd

Op een gelijkaardige grijze, winderige vrijdag de dertiende als deze, een dag op zichzelf al vervuld met tragedie, werd ik geboren. Mijn moeder, zwaargehavend door de laatste perswee, nam me voorzichtig in haar armen en keek naar me alsof ik zojuist een spiegel had gebroken, met paniek in de ogen en met een verschrikte blik alsof ik een zwarte kat was die net onder een ladder was gelopen.

Redenen genoeg dus om me vandaag een verdoemd wezen te voelen om alle onheil en ongeluk op de rug van vrijdag de dertiende te schuiven.

Vrijdag de dertiende, vermijd hem als de pest. Blijf onder het maaiveld en vermijd oogcontact. Mocht je me ontmoeten, sluit jezelf dan op en omring je met zes geluksklavertjes. Gooi elk uur een zak zout over de linkerschouder. Verschuil je achter deuren en gordijnen met een knoflookteentje in de hand en een hoefijzer rond je nek. Huiver van bananenschillen, van ladders en zeker van zwarte katten want zij zijn vandaag de incarnatie van het kwaad en de boodschappers van het noodlot.

Ontwijk me even hard als een kogel uit een geweer, zie je me of spreek je me toch doe het dan met een angst die grenst aan paranoia.

Het leven op vrijdag de dertiende, een horrorfilm die geschreven is door het lot zelf.

Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb.

Deuntjes die lawaai overstemmen

Meningen, als goedkope drank, als pinten in de kroeg. Ze worden kwistig uitgegoten en nog sneller uitgedronken, zonder enige verantwoording voor de gevolgen, zonder enig begrip, dikwijls met een zure nasmaak.  Een straffe uitspraak behoeft geen inlevingsvermogen.

Ik heb nooit beweerd dat ik uitzondering ben op deze regel. Integendeel, ik heb heel lang meningen opgestapeld als legoblokjes, hoe hoger de toren hoe harder hij wiebelde.

Meningen zijn net als een navelstreng, denk ik.  Iedereen heeft er een, maar niemand is geïnteresseerd in die van mij. En toch sta ik hier weer te brullen op een zeepkist, schreeuwend in de woestijn, hopende dat iemand, wie dan ook, er ook maar iets om geeft. Een glimlach is al meer dan voldoende.

Ik bral, schreeuw en verkondig nog steeds mijn zienswijze met zoveel overtuiging dat ik bijna vergeet dat ik maar een amateur ben die gewoon maar wat loopt te rommelen in de schatkist van subjectieve meningen. Geen schijn van kans om ooit gehoord te worden. Mijn leven met alles wat er zich in afspeelt is immers maar een chaotische jukebox in een overvolle kroeg. Ik speel gewoon mijn deuntjes in de hoop om het lawaai ermee te overstemmen.

Toch blijf ik mijn stem verheffen of laat ik mijn vingers dansen over dit toetsenbord, in een wanhopige poging om meer ruimte op te eisen in dit tumultueuze orkest van meningen. Maar weet, ik ben geen deskundige. Ik ben gewoon dezelfde onzekere ziel, net als jij, met evenveel onzekerheid over het leven en het lot als de volgende persoon die het woord durft te nemen, met nog meer onzekerheid dan hij die zwijgt.

Dus, beste lezer, negeer mijn branie, mijn kwinkslag, en mijn ogenschijnlijk goed onderbouwde betoog. Ik ben maar een pauw die zijn staart tooit, maar de last verbergt van de veren die hij de hele dag met zich meedraagt.

Wat dan overblijft is empathie of inlevingsvermogen. In iemand anders’ schoenen proberen stappen dat is pas een delicate dans die betovert. Hem dansen is het moeilijkste wat er is. Het is als samen walsen door een mijnenveld van emoties, gevoeligheden en lastigheden. Deze tango vergt meer moed en kunde dan elkaar te bekogelen met kanonskogels, bommen en spervuur.

Dus leg je megafoon maar eventjes neer, luister wat harder en spreek iets stiller dan kunnen we elkaar tenminste al verstaan. Misschien kunnen we daar in dat moeras van verschillende perspectieven, meningen, overtuigingen en gevoeligheden een gemeenschappelijke grond vinden, van waar we verder kunnen.

Maar wat weet ik ervan? Ik ben maar een stem in een echokamer, die probeert een rustiger ritme te vinden in het lawaai van het leven.

Welke gestoorde mens schrijft nu zoiets bedenk ik me in stilte, terwijl ik op ‘verzenden’ druk. Dit nietszeggende tekstje is per slot van rekening maar een mening, mijn mening. Ze doet er niet toe!