Stof

Stof dwarrelt neer en legt een schaduw op mijn herinneringen. Kleine dingen verraden dat. Ik merk het elke dag. Herinneringen, kostbaar en ogenschijnlijk voor altijd, verdwijnen langzaam als de tijd zelf. Vorige week nog overviel me de overmoedige impuls om bepaalde herinneringen voorgoed te willen afsluiten, misschien om ze zelfs voor altijd te wissen, als grote kuis van mijn geheugen.

Een overbodige bezigheid zo blijkt want sommige herinneringen verdwijnen vanzelf, zonder er inspanning voor te hoeven doen. Ze raken haast automatisch verborgen in een geheugen dat te klein wordt om er alles in op te slaan. Met elke nieuwe neerdwarrelend stofdeeltje raakt alles meer en meer bedolven in het geheugen van een tijdscapsule die aan het leven voorbijflitst.

Verbleekte beelden raken verstrikt in een spinnenweb van vervlogen momenten. Ik wil ze vasthouden, niet dat ze vervagen, zelfs de pijnlijke niet. Ook zij verdienen een plek in het archief van mijn verleden.

Maandenlang probeerde ik het te negeren. Geen gesprekken, geen zoektochten. Niet in berichten, niet tussen foto’s, niet in oneindige mogelijkheden van het internet. Ik verbande je naam en verbood me zelfs om hem te denken, niet omdat je me niet meer interesseert, maar vooral omdat het moeilijk was en dat soms nog altijd is. Je smeet onvoorwaardelijke vriendschap zomaar weg als afgedragen schoenen die je niet langer wilde dragen!

Ik heb niet de illusie te geloven dat ik je ooit volledig zal kunnen loslaten. Het idee alleen al lijkt gruwelijk. Onuitgesproken zaken die je uit jouw leven hebt verbannen kregen nooit een plaats, zelfs niet nu, na al die tijd. Ik weet gewoonweg niet wat er allemaal gebeurd is om zo’n afkeer bij je op te roepen, genoeg om me te doen alsof ik niet meer besta.

Maar ik vergeef je. Meer nog, ik vergeef je elke dag. Ik doe het ’s morgens en ’s avonds, bewust. Soms kost het me meer moeite dan op andere dagen, daar hoef ik niet flauw over te doen. Het is mijn manier om jou elke dag een beetje minder aanwezig te maken in mijn leven, een beetje minder belangrijk.

Misschien gaat loslaten wel over het loslaten van de hoop op een ander verleden. Ik probeer dat wel te hopen maar het is onmogelijk. Het verleden kan ik niet veranderen, hoogstens kan ik proberen er een andere betekenis aan te geven, in de hoop dat die belangrijker wordt.

Toch vergeef ik je. Voor al wat je nooit zei maar wel had moeten doen. Voor alles wat je verzweeg, maar me op jouw manier wel kwalijk nam. Voor elke dank u zonder het echt te menen. Voor het stilzwijgen. Voor hoe je me liet geloven dat ik minder ben dan wie ik werkelijk ben. Voor de boosheid maar vooral toch voor de soms onverdraagzame eenzaamheid.

Ik vergeef je, dag na dag en elke dag opnieuw, ik zal het zolang doen tot de dag komt dat je zo ver in de schaduwen van mijn herinneringen verdwenen bent dat ik dat zelfs niet meer hoef te doen.

Ik geloof zelfs dat ik het was

En wat dan nog, wat ben je met mensen die de dingen niet los kunnen laten. Wat maakt het uit, dat eindeloze staren naar iets wat ooit was? Alles is vergankelijk, niets vanzelfsprekend. Als iets verdwijnt is het voorgoed weg en voorbij. Punt. Geef er geen betekenis aan en laat het los, zonder er verder nog aandacht aan te schenken.

Troost jezelf zonder zelfbeklag of zwaarmoedige emoties die nooit vaste grond zullen vinden. Eens je zover bent, twijfel dan niet. Verzamel geen ‘oude meubelen’ maar wees vastberaden en blijf bij je besluit. Mocht je twijfelen, kan deze zekere gedachte je misschien helpen, ‘Nooit zal je hetzelfde terugvinden van wat je hebt achtergelaten of bent kwijtgespeeld.’

Alles en iedereen verandert. Ik verander, het leven zelf verandert. Altijd is er wel iets nieuws te vinden, iets nieuws te ontdekken. Alleen, van zodra je denkt dat je iemand of iets gevonden hebt om voor altijd bij je te hebben, ben je het voorgoed kwijt of is het al veranderd.

Ik zou voor de stelregel moeten durven kiezen om nooit ergens nog spijt van te hebben en nooit meer achterom te kijken.

Voor iemand die tracht te leven zoals ik, is spijt namelijk tijdverspilling maar vooral een verspilling van energie, energie die ik nodig heb om nuttige dingen te doen. Ik kan het me niet langer veroorloven om er mezelf aan over te geven. Mijn gegeven tijd is te kort geworden. Ik mag niet langer leven als een teerling waarmee anderen kunnen bepalen hoe en wanneer er zich mee te amuseren.

Spijt is abstract. Ik kan er zelfs geen vorm aan geven. Feitelijk kan ik er niks mee aanvangen. Spijt of zelfbeklag (is dat geen variante van hetzelfde), is een meedogenloze draaikolk die me opzuigt om erin te zwelgen en rond te draaien en dat zo lang vol te houden tot ik tot niks anders meer in staat ben, om er uiteindelijk helemaal in te verdwijnen.

Al de tijd dat ik dit tekstje zat neer te schrijven was mijn andere ik in het duister van mijn hoofd aan het ijsberen om me op andere gedachten proberen te brengen. Hij liep alsmaar heen en weer te lopen en ging maar pas weg van het moment nadat ik deze gedachte begon te analyseren om ze los te kunnen laten. Hij vertrok, haastig en verward, maar ook een beetje verdwaald en tegelijk opgelucht omdat hij eindelijk vertrouwde stemmen meende te horen.

Ben jij het die ik hoor, riep hij?

Op dat eigenste ogenblik durfde ik zelfs te geloven dat ik het was.

Aan naakte lijven geen gebrek

Ik drijf op mijn rug in het koude water. Gedachten dobberen mee. Doorheen de spoeling van het frisse water hoor ik zachtjes het geluid van een zucht. Is het een zucht van tevredenheid of is het een hunkering van een dieper, onuitgesproken verlangen? Of is het iets anders? Ben ik het zelf? Even leek het alsof de Alpen zelf onhoorbaar fluisterden. En ik, verborgen in mijn gedachten kan niet anders doen dan aandachtig luisteren naar hun mysterieuze, verborgen boodschap.

De spa-gasten om me heen hebben helemaal geen aandacht voor mij en nog minder voor mijn naakte, uitgezakte lijf. Ze lijken zich ook niet te storen aan mijn wegdrijvende gedachten. Hun langzaam uitdijende lijven zijn ook uitgezakt, sommige zelfs nog dieper dan dat van mij. Mij stoort het niet.  Hen lijkt het ook niet te deren. Zij genieten gewoon van de warmte, de rust en mogelijks van elkaars gezelschap.

Saunadampen stijgen op uit het koude water. Te midden van deze hedonistische enclave probeer ik te ontspannen. Het geluid van het ruisende water vult mijn oren, en ik sluit mijn ogen, weg van de wereld en zijn eindeloze stroom verplichtingen.

De tijd vertraagt voelbaar, en willoos dwalen mijn gedachten af naar rustigere wegen.

In deze ijle lucht van de Alpen, omringd door besneeuwde bergtoppen en serene stilte, zit ik te midden van naakte lichamen die ook proberen te ontsnappen aan hun dagelijkse drukte. Elke gast geeft zichzelf in meer dan één opzicht bloot. Spreken hoeven ze daarvoor niet te doen.  Terwijl mijn blik over de sneeuwwitte landschappen dwaalt, laat ik mijn gedachten mee verdwalen. Ze zijn vele malen sterker dan mijn weerstand om me ertegen te verzetten. Willoos laat ik me meevoeren in de absurde complexiteit van naakte lijven en in de onzin van Valentijn.

Valentijnsdag, de dag van rozen, hartjes en chocolade, lijkt hier ver weg. Toch, zelfs in deze afgelegen oase van rust kan ik de absurde gedachten mijn geest niet doen verlaten. Terwijl ik de omgeving in me opneem, kijk ik naar beschaamde, naakte lijven die, net als ik, proberen te ontsnappen aan de waan van de gewone dagen.

In de ogen van de spa-gasten zie ik een mix van diepe ontspanning en van nog diepere reflectie, alsof ze zich ook afvragen of de liefde werkelijk zo ingewikkeld moet zijn en of Valentijnsdag daar een antwoord op heeft.

Mogelijks vragen de vrouwelijke gasten zich af, of hun lijf nog in dat niets verhullende rode, kanten korset past dat vorig jaar al benepen zat. Weten zij veel dat rode niemendalletjes waarin ze er voordeliger trachten uit te zien, hun lieftallige mannen geen bal kan schelen. Zij blijven immers altijd doelgericht, zelfs zonder rode lapjes stof die in hun ogen maar één doel hebben, ‘interessante essentie verbergen of ze er interessanter laten uitzien’. Ik kan een glimlach maar moeilijk onderdrukken temeer omdat die uitgezakte mannenlijven veel beter een rood lapje stof zouden kunnen verdragen om er de ongenadige onvolmaaktheden van de natuur mee te camoufleren.

Misschien is Valentijn in een sauna wel net zo bizar als dit verhaal.

De beschaamde naakte lijven hebben allemaal een eigen verhaal dat ze door de band genomen verborgen houden. Nu lijken ze elk in een eigen strijd verwikkeld, met de liefde, met betekenis of met een vetrolletje dat in de weg zit. Misschien, kom ik er te midden van deze rust achter dat liefde, Valentijn, naakte lijven, net als de Alpen, iets is dat ik nooit volledig zal begrijpen.

Ik kan het maar proberen, ik heb nog 4 dagen, aan naakte lijven en bergen geen gebrek.

Spreek voordat ik helemaal stil word

Een koude, onheilspellende stilte heeft zich tussen ons vastgezet als een donkere winternacht zonder sterren. De dag sleept zich voort, als een monotone aaneenschakeling van zinloze momenten die nergens naartoe leiden. ‘Wanhoop fluistert in de stilte’, zegt men. Het lijkt wel een onhoorbare schreeuw.

Als een blinde tast ik in het duister, met handen voor me uit, paniekerig zoekend naar betekenis in een steeds kleiner wordende wereld die alleen nog lijkt te zwijgen. Alles en iedereen zwijgt of spreekt een taal die ik niet meer begrijp.

Twijfels sluiten zich als een wurgende greep rond mijn geest waarin het akelig gefluister weerklinkt van mensen die met belangrijke dingen lijken bezig te zijn.  Ik ben niet zeker of ze me achtervolgen, of ze iets van mij verwachten. Opgejaagd in dit doolhof van twijfels, zoek ik vergeefs naar een uitweg. Ik vind hem niet.

Stilte is een kille gevangenis die onuitgesproken verlangens en verborgen angsten versterkt. Vertel dus maar wat je wil. Praat met mij en doe het met aandacht. Puzzel je gedachten door elkaar en breng ze in beweging maar zeg me niet steeds wat ik moet doen. Bekijk de ongemakkelijke waarheid en vertel over jezelf.  Verklap je dromen, zelfs al heb je er maar één. Waaraan denk je? Vertel het me als je durft. Voor het te laat is.

Geef me een keuze en geef jezelf een kans om te praten. Doe het voor je weggaat.  Zeg wat je wil. Doe het want al wat je verzwijgt heeft geen schijn van kans.  Een droom die alleen maar een droom blijft is een leugen. Dus, spreek en zeg wat je te zeggen hebt, zonder me te sparen. Geen gemakkelijke deal, geen misplaatste (on)schuld.

Maar, gijzel me niet met jou stilzwijgen. Neem me helemaal. Doe het niet half of alleen met de stukken die bij je passen, of laat me los. Het niemandsland dat onuitgesproken dromen onderdrukt en de dunnen grenzen tussen haat, liefde en onverschilligheid bepaalt is een hele griezelige plek.

Woorden die alles vertellen bestaan niet, toch kunnen zij alleen de barrières doorbreken die de stilte heeft opgetrokken. Ze geven betekenis aan momenten die anders voor altijd verloren zouden gaan.  Dus, doe maar. Gebruik de woorden die je hebt, ook al passen ze niet en zitten ze vol schaamte, verontschuldigingen of verwijten en puilen ze uit met (on)schuld of paniek.

Praat met mij vooraleer ik ook helemaal stil word!

Een decennium lang, geen druppel, ongeacht de omstandigheden.

Misschien speel je zelf met het idee om het in februari een maandlang droog te houden. Tournee Minérale, je weet wel. Geen slecht idee!  Misschien is een maand geen alcohol drinken zelfs een goede manier om te onderzoeken welke relatie jij met jouw favoriete drankje bent aangegaan en of die nog gezond is of eerder toxisch.

Zelf was ik een problematische drinker. Ik had geen reden nodig. Elke gelegenheid was er één om te drinken en om veel te veel te drinken, al was ik me daar lang niet altijd van bewust. Waarschijnlijker is wellicht dat ik het niet aan mezelf durfde toegeven. Die tweestrijd heeft me veel gekost. Mijn drooglegging duurt nu al ruim tien jaar en voelt al een hele tijd vertrouwd. Hoe ik me ook voel, vrolijk, bedroefd, opgejaagd of kalm, een decennium lang heb ik mijn lever gespaard, een leven kreeg ik ervoor in de plaats.

Misschien denk je dat mensen die niet of nauwelijks drinken niet echt bestaan. Ze zijn er wel degelijk. Sommigen kiezen ervoor, louter uit principe of omdat ze niet van de bitterheid houden. Anderen, omdat ze te lang en te diep in het glas hebben gekeken waardoor ze niet meer kunnen weerstaan aan de constante verleiding. Ikzelf behoorde tot die laatste groep. Er zijn er ook die gestopt zijn uit noodzaak, om hun relatie te redden, om hun job te behouden of op aandringen van hun arts voor gezondheidsredenen. Nog anderen zijn gestopt met drinken omdat ze al dood zijn of simpelweg omdat ze gestopt zijn met echt te leven en echt te voelen.

En dan heb je mensen die wel drinken. Ze doen dat ook om verschillende redenen. In de eerste plaats omdat ze het kunnen of omdat ze het gezellig en lekker vinden. Niks mis mee! Er zijn er echter ook die drinken zonder reden. Ze doen het louter uit gewoonte, om erbij te horen, of simpelweg omdat ze denken dat het erbij hoort om erbij te horen. Er zijn er ook die het heel bewust doen als vlucht van zichzelf of om het leven zelf te verdoven.

Dat risico bestaat en is niet gering, zeker als je te dikwijls en te veel drinkt of wanneer dat onschuldige “glaasje” cava ongemerkt deel is gaan uitmaken van je dagelijks dieet en het elke dag een lege fles wordt. Voor mij doet iedereen wat hij wil maar persoonlijk doe ik het al eventjes op een andere manier. Je kan in februari uitzoeken of het iets voor jou kan zijn. Als je dat voor jezelf niet de beste keuze vindt, is dat ook ok.

Drinken of niet drinken is een vraag die ik mezelf niet meer hoef te stellen. Ik blijf achter mijn keuze staan, hoewel dat in het begin moeilijker was dan ik het nu laat uitschijnen. Stoppen met drinken is zonder enige twijfel het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan.  Soms was er twijfel en dat was lastig. Af en toe is het dat nog, want dat duiveltje op mijn schouder is niet weg, alleen ik gun hem mijn aandacht niet.  Ik laat hem links liggen.  Dan verdwijnt hij vanzelf, met zijn pijlstaart tussen zijn poten, want hij haat het wanneer hij genegeerd wordt en ik het gevecht met hem niet meer aanga. Ik blijf uit zijn arena. Hij krijgt de overwinning zonder gevecht. Ik gun ze hem van harte.

In die tien jaar is er veel veranderd. Ik ben veranderd, leef bewuster, ben minder cynisch en geef opnieuw om mezelf. Niet uit egoïsme maar uit noodzaak en uit zelfbehoud.  Als ik goed voor mezelf zorg, ben ik geen last voor anderen.

Oude ‘vrienden’ vinden me soms saai. Ze denken dan dat ik als een kluizenaar leef omdat ik niet meer aan de toog hang waar we elkaar vroeger dagelijks ontmoetten. Soms vind ik dat jammer, maar die gedachte verdwijnt snel omdat ik nu besef dat de pint onze enige gemeenschappelijke vriend was die ons aan elkaar verbond. Die bemoeizieke oude vriend ben ik kwijtgespeeld. Hij is dood en begraven. Ik mis hem niet.

Soms wordt het nog wel donker.  Dan voel ik me bedrogen door mijn keuze en te kort gedaan door het verleden, omdat die ogenschijnlijk gemakkelijke vluchtroute er niet meer is. Op zulke momenten neem ik een bewuste pauze. Dan inspecteer ik mezelf helder en eerlijk en denk ik na over mijn volgende stap. Op zulke momenten durf ik te verdwijnen in mezelf of in een rustig bos om daar rust te vinden zonder gedoe. Kunnen beslissen zonder te moeten vluchten in iemand die ik niet ben, is me zoveel waard. Ik ben er trots op, maar ben ook nederig en bedachtzaam. In mijn leven schijnt af en toe de zon, en daar ben ik dankbaar voor.

Niet meer hoeven te drinken doet iets met een mens. Het heeft iets met mij gedaan!

Wijsheid en ervaring geruild voor liefde

Januari schemert vaag en kleurt grijs en grauw.  Gedachten dolen door doodlopende gangen van de tijd als een verdwaalde reiziger in een onherbergzame stad. Ik slenter doorheen ondergesneeuwde straten. Ze zijn allemaal doordrenkt met herinneringen. In die uithoeken van smalle steegjes liggen oude bekenden op de loer. Af en toe treden ze naar voren om hun ware gelaat te tonen, een keer als anonieme getuige van de liefde, dan weer als deelgenoot van een gemiste kans of met een gezicht van zwakte of kwetsbaarheid.

De grijze lucht weerspiegelt mijn innerlijke wereld en de melancholie die zich in mijn ziel nestelt. Januari schrijdt langzaam voort alsof ze koppig plaats weigert te maken voor een nieuwe maand. Korte dagen leggen een zacht deken over mijn gedachten en over de schaduwen van het verleden. De donkere plekken vermengen zich met stille echo’s van ongekende vooruitzichten. Dagen als deze, waarin gepieker me dwingt om niets te doen worden paradoxaal genoeg dagen waarop ik het actiefste lijk. Ik ben moe maar al mijn zintuigen staan op scherp.

Doorheen donkere stegen dwalen mijn gedachten af. Ze leiden me naar gevaarlijk ogende plaatsen. Op een muur lees ik, “Wat is liefde?”  Is het de eenzaamheid van de ene die de onzekerheid van de andere in standhoudt? Is er plaats voor verlangen, als die alleen maar kortstondig in de golven van de oceaan kan schuilen zonder er een definitieve verblijfplaats in te vinden? De liefde blijft ongrijpbaar en vluchtig als kwikzilver. Of is het toch een virus dat zich in fasen ontwikkelt om te eindigen in een ramp?

Liefde begint vaak als een angstige zoektocht naar het onvindbare, zoals zoeken naar land in de mist van de zee met een kustlijn die onzichtbaar blijft voor het blote oog. De angst om de ware liefde niet te vinden wordt een vrees dat het echte leven verbergt.

Eens de liefde heeft toegeslagen, wordt die vrees een constante dreiging. Een paniekaanval om diegene te verliezen die je gevonden hebt. Je loop het risico om een stuurloos schip te worden dat zich te midden in die oceaan bevindt met een kompas dat alle richtingen tegelijk aangeeft.

In de laatste fase van liefde, wanneer gloed en passie vervagen, of de andere verdwenen is resteert slechts leegte, met een nihilisme zo diep als een oceaan waarin zelfs een ziel kan verdwijnen. Alles-beloofde liefde is dan slechts een verzameling van mooie momenten die zich net afgespeeld hebben voor de ramp. Het schip is gezonken. Zij klampt zich vast aan een stuk drijfhout, hij zinkt naar de bodem van de oceaan.

Mijn leven, een roman geschreven in de taal van de liefde is een dik boek met pagina’s vol vreugde en plezier, verdriet, verwarring en verlies. Gemis en gemijmer zijn de pasmunt die ik betaal voor de wijsheid die ik vergaar en die zich blijft ontvouwen in de chaos van het onbekende.

Liefde kent uiteindelijk nooit een happy-ending maar het is wel het enige dat het leven zijn betekenis en glans geeft. Wijsheid door ervaring, in ruil voor liefde!

Vandaag is het blauwe maandag, de enige dag van het jaar dus waarop deprimerende gedachten als deze een vrije uitloop mogen krijgen. Gelukkig is het maar blauwe maandag!

Vroege Nieuwjaarsbrief

Met jou in gedachten en met de nacht als toeschouwer werp ik een blik terug op een jaar dat alweer bijna achter ons ligt. Omdat een nieuwjaarsbrief nu eenmaal moet geschreven worden, bevind ik me achter mijn computer, mijn favoriete plek, dat weet jij.  Ik ben misschien te vroeg maar zeker niet gehaast, dat weet jij ook.

In deze tijd van vluchtige Instagram- en Tik-Tokreels vind je het misschien raar, melig of ouderwets om een nieuwjaarsbrief te krijgen, voor mij heeft het iets authentieks en persoonlijk. Als je wil kan je even gaan zitten en wat tijd nemen om hem te lezen, maar voel je niet verplicht. Het zijn maar een paar gedachten die ik met je wil delen.

Door te kiezen voor een juiste letterkeuze en een passende uitlijning kan ik deze nieuwjaarsbrief voor jou een mooie, grafisch verantwoorde bladspiegel geven. Met één enkel commando kan ik hoofd- in kleine letters veranderen, ze groter of kleiner maken of ze een gracieuze buiging geven.  Met spellingscontrole kan ik storende fouten verbeteren. Ik kan helemaal zelf de onderwerpen bepalen waar ik het met jou wil over hebben. Maak ik een fout of heb ik een nuance gemist, kan ik met de undo-knop slecht geschreven zinnen wissen en met redo krijgen uitgewiste alinea’s een herkansing. Door te klikken op die magische knoppen wordt alles weer juist, zoals ik het initieel bedoelde. Het abnormale wordt dan weer helemaal normaal, zoals het voorheen was. Zoals het was voor ik met mijn blunders begon.

We kunnen ons allemaal en zonder dat het enige moeite kost, gezichten voor de ogen toveren die in het tumult van het voorbije jaar hevig naar zulke ongedaan-maak-functie zouden hebben verlangd. Om er een paar te noemen.

In dit leuke land kregen we ongevraagd maar niet helemaal onverwacht de racistische en seksistische zattemans-klap van Conner Rousseau geserveerd. We werden getuige van valse akkoorden van ‘luchtgitarist’ Van Quickenborne die na een feestje thuis, met de flieter in aanslag, zijn ‘gitaarsolo’ wel heel dicht tegen een politiecombi hield.  Er waren de Chinese Vlaams Belang connecties van de Broers Creyelman waarbij minstens één ervan zich, al dan niet met medeweten van de partijtop, gul liet omkopen nadat China hem meer dan drie jaar als informant had gebruikt. We hadden terecht aftredende en onterecht niet-aftredende ministers en dan moest the last drup in the emmer who is totally full, van oppertoetermans Francken de revue nog passeren.

Verder van huis werd de aarde met elke nieuwe dag nog warmer dan ze al was. Want in Gaza voert Israël zijn meest vernietigende oorlog uit en in Oekraïne viert het geweld voor het tweede jaar hoogtij, beiden verstrikt in schijnbaar onoplosbare conflicten.

Kortom, opnieuw gebeurden er het voorbije jaar zoveel onbegrijpelijke, schandalige, gewelddadige of onvoorspelbare dingen die tot zulke reusachtige maatschappelijke ergernissen hebben geleid dat een spijt/undo-functie voor een aantal heethoofden wel handig ware geweest. Ik ga ze niet allemaal opsommen, de lijst is te lang.

Helaas, met die ongedaan-maak-knop van het leven kan ik hen niet helpen. Die knoppen kan ik niet wensen, ze zijn namelijk nog niet uitgevonden en het blijft een gevaarlijke vraag of dat met hun agenda’s wel wenselijk zou zijn. Voor sommige onder hen heeft ongedaan maken van fouten trouwens al lang alle limieten bereikt. Zij zouden beter heel stilletjes blijven zitten tot ze helemaal geschoren kunnen worden, om dan voor altijd te verdwijnen.

Een wens heb ik voor hen, dat ze hevig verlangen naar die undo-knop die hen een gerust geweten kan geven, naar verlangen op die ene onbestaande kans om alles recht te zetten, om het leed weg te nemen en goed te maken of terug te betalen wat door hun wangedrag werd aangericht. Op dezelfde manier zoals de woorden en de zinnen op dit scherm kunnen gevormd en herschreven worden met slechts één toetsaanslag.

Maar dat geldt niet voor jou. Mijn wensen voor jou zijn zachtaardiger. Van mij krijg je wel gratis en voor niets alle redo-opties cadeau om al datgene te herbeleven wat je het voorbije jaar plezier, liefde en voldoening heeft verschaft. Van mij krijg je ook mildheid voor jezelf en verdraagzaamheid voor anderen cadeau. In een pakje dat netjes in een mooi papiertje werd ingepakt en voor de rest gevuld is met geduld en liefde, met aandacht en met zorg voor jezelf en voor elkaar.

Dat is wat ik je wens.

Vlinder op een zeldzame bloem

Mijn geheugen is fragiel, bijgevolg dus niet onfeilbaar. In mijn leven waarin alles zo snel gebeurt kan ik de verbanden tussen gebeurtenissen niet altijd goed begrijpen. Mijn begrip, gevoel en verstand schieten tekort. Ze raken door de tijd bedolven onder de ruis van herinneringen en onder het waas van verwachtingen, precies alsof mijn ziel erin is vastgeraakt. En ik, ik blijf maar ongevaarlijke pogingen doen om alles dichtbij te houden om het leven in een voor mij begrijpelijke dimensie te ordenen.

Herinneringen vervagen. De goede momenten, de foute keuzes, de pijnlijke vergissingen, het jammerlijk gemis, alles lijkt te vervliegen als rook in de wind. Misschien is dat maar beter zo want mocht elk detail van het verleden kristalhelder blijven, het gewicht van het leven zou ondraaglijk worden. En toch, zelfs met de fragiliteit van mijn geheugen en met vergetelheid als bondgenoot, begint het leven met zijn ondraaglijke lichtheid soms toch een beetje door te wegen.

Elk nieuw jaar belooft een frisse start, een blanco pagina in memoires die zichzelf nog moeten schrijven. Wat zal dit jaar anders maken? Deze vraag stuitert als een botsbal door mijn gedachten. Ik stel ze omdat het leven dat ik meen te kennen haar gewone, vertrouwde glans lijkt te hebben verloren, alsof een andere cadans het ritme nu bepaalt. Met dat nieuwe ritme weerklinken onzekerheden opnieuw als donderslagen. Je hebt de haast constante dreiging van oorlog en geweld.  De natuur lijkt niet blij te zijn en ook dichterbij lijken mensen steeds hartvochtiger alsof ze minder om elkaar geven, alleen nog geïnteresseerd in de persoonlijke zaakjes van hun smartphone, in snelle winst, in kortstondige zelfpromotie of in vluchtig genot.

Als ik daarover te diep na denk dreigt mijn rust en zachtheid te worden weggeduwd om te veranderen in loden lasten die als een sarcofaag mijn hart omsluiten. Ik probeer ze te bedwingen, maar lijk wel gevangen te raken in hun verstikkende greep.

Is het mijn onophoudelijke zoektocht, die vermoeiende en soms eenzame pelgrimstocht naar betekenis die me drijft met een niet te stoppen drang om orde te scheppen in de chaos van herinneringen, met de illustere hoop om grip te krijgen op alle onzekere schaduwen die door mijn dagen sluipen? Of is het net de paradox van vergeten en onthouden die als een eindeloze koorddans tussen wat was en wat kan zijn, mijn ziel blijft beroeren? Wat mag ik vergeten en wat absoluut niet? Welke herinneringen moet ik koesteren en welke kan ik beter laten vervagen in de stille nevel van vergetelheid?

En, is het wel ok om jou lastig te vallen met deze vraag aan de start van een nieuw beloftevol jaar? Want jij bent geen pelgrim van het verleden die zijn weg zoekt door de mist van herinneringen en door de wazige contouren van de toekomst en die met elke stap die hij zet een uitdaging ziet om de tijd bij te houden of om die nieuwe cadans van het leven te begrijpen?

Neen, jij bent een vlinder die door het leven fladdert. Misschien word ik in het nieuwe jaar ook een vlinder en kom ik je tegen op een zeldzame bloem.

Kerstmis anno jaar nul

>Ja Jef wat nu weer?

< Kan die kleine echt niet van mij zijn?

> Neen Jef, hoeveel keer nog. Wanneer zou dat dan moeten gebeurd zijn? Gij waart dag in dag uit met die stomme meubelen bezig, en nu moet dat manneke, ocheere, nog tussen ’t strooisel in een trog slapen.

< … Ook niet van die ene keer, in Herodus zijn stal? Weet ge ’t nog?

> Nee Jef, van dan ook niet. Want toen uw klokken gingen luidden, moest gij rap-rap de kerk uit omdat ge geen propere varkensblaas bij had. Trouwens gij waart de schuldige van die plekken op mijnen onderrok. Ze zijn er begot nog niet uit!

< Dus den Heilige Geest heeft mij die horens gelapt terwijl ik ganser dagen die slaapkamer van ‘onze vader’ aan het maken was. Schoon voorbeeld voor de jeugd is dat!

Maar zeg, eens iets anders. Ik ken alleen iets van eik en beuk en van beitels en hamers. Van klein mannen weet ik niks, maar waarom heb je eigenlijk een taljoor op dat ventje zijn koppeke geplakt? Hij is dan wel niet uit mijn schrijnwerkersbroek geschud, maar ze gaan hem daar voorzekers mee uitlachen, peisde niet.

< Zeg Jef, niet beginnen he.  Het is voor mij ook niet gemakkelijk. Ik wou niet in positie zijn en ik wou al helemaal niet bevallen in een stal tussen een os en een ezel. Ik heb gans de nacht sterren gezien maar ik heb die taljoor niet op zijn koppeke geplakt. Daarbij dat is geen taljoor, dat is een aureool en die was er al, daardoor ben ik onderaan helemaal in tweeën gescheurd. En begot wat doen die drie verklede koningen hier. Ik kan geen broek verdragen en die zwarte is de hele tijd naar mijn kapotte foef aan ’t staren. En doe asjeblieft dat wierrookstokske uit, ik krijg daar migraineaanvallen van, daarbij da stinkt.

Kerstmis in het jaar nul was ook geen lachertje.

Mondhoeken

Soms denk ik dat mijn mondhoeken maar niet willen geloven dat zwaartekracht iets is wat bestaat maar dat je voor de rest helemaal mag negeren. Het lijkt wel alsof ze overtuigd zijn dat ze op elk moment van de dag zo hard naar het middelpunt van de aarde moeten worden getrokken door een onzichtbare kracht die alleen voor hen geldt.

Mijn neerhangende mondhoeken geven mijn gezicht een treurige façade en het krijgt daarmee iets van een surrealistisch schilderij van de hand van Picasso maar dan wel geschilderd op een heel triestige regendag. Mijn gelaatsuitdrukking, altijd hoekig gebeiteld in serieuze perfectie, wordt dan een onverwacht triestige attractie tussen de lachende menigte.

Mijn verrimpeld gezicht lijkt op het eerste zicht op een oud ongelezen boek omdat het stoffige en verlepte kaft doet vermoeden dat het verhaal wel zwaar en complex moet zijn, terwijl het net een vederlichte roman is waarvan de verhaallijn op elke pagina een onverwachte wending neemt.

Mijn ‘bakkes’ heeft zonder mijn toestemming te vragen een patent genomen op een permanent fronsende blik, op neerhangende mondhoeken en op een ernstige blik.  Het gaf me de levenslange verplichting om ze te dragen. Ik heb het ooit ondertekend zonder de kleine lettertjes te lezen.

Maar het draagt een geheim, een bewaard mysterie dat ik slechts met enkelen deel, en nu met jou. Ongeacht mijn blik, mijn frons of mijn neerhangende mondhoeken, binnenin ontvouwt zich een levendige kermis, een innerlijke foor met kronkelende ideeën en met een verbeelding die de breedte heeft van de glimlach van een kind op zijn verjaardag.

Dus, de volgende keer dat je me vraagt waarom ik zo serieus ben of waarom mijn mondhoeken naar beneden hangen, weet dan dat mijn blik maar een masker is, een vermomming voor de zotte chaos die in mijn hoofd woedt, misschien als façade van een surrealistisch schilderij, maar weet dan dat op dat moment mijn innerlijke kermis in volle gang is.

Soms is het beter om de wereld op het verkeerde been te zetten dan hem echt als Atlas te moeten torsen.

Goed of druk, de enige goede antwoorden

Minstens vijf mensen vroegen me gisteren: “Hoe gaat het met jou?” Mijn bijna automatische reactie is dan: “Goed, het gaat goed, denk ik, en met jou?” Uit een soort van beleefde reflex, maar ook om aan te geven dat ik niet heel zeker ben of het wel echt goed met me gaat. Hoe kun je dat trouwens met zekerheid zeggen?

Al gauw ontdek ik in die vraag een handige manier om me uit te horen en vooral om te pronken hoe “goed” en “spannend” het leven van de vraagsteller zelf is. “Druk, nieuwe auto, eindelijk promotie, dure reis”, dat soort dingen waarmee mijn interesse tot een gesprek nauwelijks wordt gewekt.  Het was hen niet eens opgevallen dat ik van mijn antwoord niet heel zeker was. De vraagtekens hadden ze niet gehoord.

Een ander of een oprechter antwoord dan “goed”, zou waarschijnlijk geen verschil gemaakt hebben. De meesten waren immers te druk met zichzelf bezig om te verdoezelen dat mijn antwoord hen maar weinig interesseerde.

“Goed, het gaat goed”, werd dan snel een soort openingsbod, in Christies of in een ander prestigieus veilinghuis waarmee ik het opbod van mijn persoonlijk succes als een duur kunstobject moest aanprijzen om gekocht te worden. Alleen er waren geen kopers of bieders geïnteresseerd in zeldzaam antiek.

Ik had net zo goed kunnen antwoorden, “Ik ben er even niet, gelieve een bericht te laten na de biep”. Het resultaat zou hetzelfde zijn geweest. Mijn antwoordapparaat zou op een identieke manier zijn volgepraat. Alleen had ik dan de keuze gehad om snel door te gaan naar het volgende bericht.

En zo werd het gesprek, dat er nooit één geweest is een zwart gat waarin woorden verdwijnen. “Goed, het gaat goed, denk ik, hoe gaat het met jou?”, lijkt dus niet de juiste vraag of het juiste antwoord om een echt gesprek mee te starten.

Spijtig toch, hoe mensen, opgesloten door succes en vergrendeld achter oppervlakkigheid of angst zichzelf verheffen en opgejaagd door het leven vliegen alsof ze er meer dan één bezitten.

Wanneer we elkaar dan ontmoeten, ik traag en kwetsbaar, jij snel en vastberaden, beiden met sterren die vastzitten in onze ogen en in ons hart, ontken ik jouw leugen en word ik onzeker van mijn waarheid die ik verberg als monsters die zich diep in mijn hart verschuilen en zich achter slot en grendel bevinden. En dan hoop ik maar dat de dubbelgangers van mezelf die ik niet mag tonen, nooit vroegtijdig zullen worden vrijgelaten.

Om mezelf en jou te beschermen, lijkt het me dan ook verstandiger om voortaan te antwoorden, “Goed, het gaat goed”, maar dan zonder te vragen hoe het met jou gaat.

Ik weet namelijk al dat alles goed is en dat je het druk hebt.

Woorden als een storm in een fles

Woorden, onverbiddelijke krijgers met de potentiële kracht om de rijkdom van het onuitgesprokene te vernietigen en om verfijnde nuances te vervagen. Woorden, eens uitgesproken of losgelaten op papier nemen ze bezit van jouw gedachten en dwingen ze tot een eenduidige betekenis. De lagen van wat verborgen ligt, worden nooit echt onthuld, de waarheid nooit blootgelegd, naakt, eerlijk of onvermijdelijk?

Het is fascinerend hoe je, eens geconfronteerd met de grootsheid van het onzegbare of onbenoembare, bijna altijd instinctief teruggrijpt naar gekende woorden en naar bevattelijke zinnen, zelden naar gevoelens. Woorden worden dan een reddingslijn, een levensader die de illusie en complexiteit van onbegrensde gedachten en onberekenbaar gevoelens probeert te vangen in een web van letters en klanken, tot ze er zelf volledig in verstrikt raken.

Het is alsof ik een storm probeer te vangen in een fles. De waarheid echter is dat al die pogingen mijn onbegrijpelijke werkelijkheid reduceren tot een starre, gekende definitie, tot een geest die gevangen blijft in een labyrint van taal die worstelt met tegenstrijdigheden, meningen, uitdrukkingen en beperkingen.

Ik zie mijn verzonnen woorden wel op papier resoneren in de leegte van een taal die spreekt maar altijd zal tekortschieten. Ze breken keer op keer op de spiegel van mijn ziel wanneer ze mijn gedachten proberen uit te drukken.

En toch zit er in het falen van woorden en in de on-uitlegbaarheid schoonheid verborgen. Misschien verschuilt zich in de suggestie en in de zweem van de verbeelding iets dat groter is dan taal zelf, iets dat ontgaan blijft aan de heersende definities en consensus en, iets dat in de stilte na de echo de werkelijke complexiteit laat zien die alleen met jouw verbeelding kan gelezen worden, en dan bedenk ik me.

Niet alles hoeft gezegd, niet alles hoeft geschreven, niet elk woord vertaald.  Jij begrijpt me zelfs zonder woorden. Daar kan een tekst als deze zelfs niet eens aan tippen. Misschien had ik beter gezwegen!

Speciaal

‘Speciaal’. Je weet wat dat betekent wanneer men dat over je zegt. ‘Speciaal’, en dat kan je op zoveel manieren interpreteren.

Als je ervoor in de stemming was, kon je zonder er moeite voor te hoeven doen, twee stenen doen vechten. Eigenzinnig, provocerend, tegenstrijdig, grof en onwaarschijnlijk tactloos, allemaal karaktereigenschappen die jou perfect omschrijven voor mensen die je maar half kenden. Eigenschappen die me nu, naarmate ikzelf door de wol geverfd raak, niet vreemd zijn, omdat ik ze soms in mezelf herken.

In gezelschap kwam je dikwijls uit een hoek waarvan iedereen dacht: “Waar komt dit nu weer vandaan? Waar hebben we dit nu weer aan verdiend?” Onze pa zei dan, “Die van ons’” want zo zei hij dat, “die van ons, kan er met een koude hand aan komen.” Een uitspraak die de lading volledig dekte. Van een koude hand schrik je op omdat ze storend en ongepast aanvoelt, maar je bent wel meteen wakker, alert en bij de pinken. Dat moest je wel zijn in jouw gezelschap.

Als het niet helemaal ging hoe jij het verwachtte, zei je: “Kom Jef, we gaan naar huis.” Woorden die nog steeds echoën alsof je ze gisteren sprak. Het maakte niet uit waar je was, het maakte niet uit hoe lang je er was. Dan haalde je de sleutel van de voordeur tevoorschijn, bungelend aan een zilveren Mercedes-sleutelhanger die je ooit gekregen had toen je met pensioen mocht. Niet dat je kon autorijden. Autorijden was niet aan jou besteed. Jij liet je rijden, een beetje zoals Hiacinth Bucket, the lady of the house, met dezelfde ongepaste kritiek die Richard moet hebben verdragen.

Je had vele kanten, meer kleine dan grote denk ik soms. Het honderdvoudige van de kleinste zou ik graag nog eens willen verdragen.

Maar je was ook altijd aanwezig, soms ongevraagd maar steeds bezorgd en zorgzaam. Je hield de boel aan de gang, ‘de bloem in de béchamel’. Overal was je. Misschien was dat wat me toen het meeste stoorde. Misschien was het daarom dat jouw ‘kleine kantjes’ me destijds meer opvielen dan die grote en al de andere rollen die je ook op jou nam. Die van supporter, zorgzame oma, trotse partner en bezorgde moeder. Dat blijven toch de dingen die ik nu mis en dat recept van fluoriderende paling in ’t groen natuurlijk maar dat geheim hou ik voor de wankele wereldvrede liever voor mezelf.

Met jou in gedachten drink ik vandaag een koffie, ter ere van jouw te korte leven. Neem jij maar een porto, of twee, want op één been kan je niet staan!

Gelukkige verjaardag, moeder… daar ergens.

Alleen voor jouw oren bestemd

In de kleinste uren van de nacht, wanneer schaduwen op de muur dansen als schimmen uit het verleden, ontmoet ik in de rokerige schemer van mijn herinneringen een vertrouwde compagnon de route. Ongevraagd duikt hij op, kijkend met misprijzen. Hij alleen kent de keuzes die ik ooit maakte, de laffe en lichtzinnige, de overmoedige of egoïstische. Maar hij kent ook alle beslissingen die ik nooit nam en had moeten nemen.

Het is een onguur figuur, met ketenen vastgeklonken aan mijn verleden en aan de nacht. Hij zet afdrukken op het zachte papier van mijn ziel waar ik nu mijn vulpen in kras. In het midden van de vergeelde bladzijde met donkere contouren, staat de schaduw van spijt als een onuitwisbare vlek.

Mijn verzadigde alcoholbrein heeft zich genesteld als een maffia-gangster in alle uithoeken van mijn gedachten. Hij overmeestert me laf, neemt het stuur en voert me mee. Als een onbetrouwbare gids sleurt hij me naar de donkerste plaatsen waar ik nooit in had moeten afdalen.

Zelfs nu, na tien jaar in de herwonnen nuchterheid van mijn dagen, fluistert hij nog altijd in mijn oor, met de sirene van verleiding waar ik met elke vezel van mijn zijn aan moet weerstaan. Ik zwicht niet, maar de vergadering van daarstraks en de nacht verplichten me om te kijken naar mensen die ik liefhad, degenen die ik koester, en zie de scheuren die mijn wervelwind in hun leven heeft achtergelaten.

In mijn tornado van destructie, heb ik mensen gekwetst, harten gebroken, harten van degenen die het dichtst bij me stonden. Nu, achter het gedempte licht van mijn scherm, voel ik de scherpe randen van spijt die snijden als een mes en voel de tranen die ik veroorzaakt heb, de beloften die ik gebroken heb en de littekens die ik heb achtergelaten.

Maar spijt is geen herstel. Het is gewoon een nevel die zich uitstrekt over het heden, een herinnering aan de prijs die ik nu betaal voor de illusie van voorbijgaand genot en vluchtige extase.

Soms zou ik niets liever willen dan terug te reizen in de tijd om die eerste fles tegen de muur kapot te gooien zodat de geest die erin zat me nooit in zijn giftige omhelzing zou kunnen sluiten. Ik zou hem verbannen naar een eeuwige schaduw, waar hij thuishoort, maar zelfs die onbestaande schaduw van het verleden is onuitwisbaar.

‘De kapotte fles’ zou zomaar een symbolische daad kunnen zijn als gevecht tegen de vijand van glas en kurk. Voor hetzelfde geld was het de titel van een onuitgegeven manuscript van Ernest Hemingway.

Ik ben Hemingway niet, eerder een schrijver van een lichter verhaal met hoopvolle bladzijden maar ook met openhartige bekentenissen over spijt en nostalgie, over keuzes die ik maakte en niet maakte en hoe deze me vormen tot de persoon die ik vandaag ben.  Is dat niet het leven ten volle beleefd en geleefd?

Ik hoop dat binnen enkele uren, als de zon opkomt, mijn duistere compagnon de route verdwenen zal zijn en me met rust laat, voor jou maar toch vooral ook voor mijn zielenrust. Met elke nieuwe dag doe ik een onuitgesproken soort belofte, ‘Nooit nog keer ik terug naar die onoverzichtelijke chaos’, maar dat schreeuw ik niet van de daken. Die belofte is alleen voor jouw oren bestemd!

Respectabel. (Internationale Mannen Dag)

In een wereld waar het testosterongehalte sneller lijkt te smelten dan het ijs op de noordpool, bevind ik me in de schaduw van een man die zijn zelfvertrouwen zoekt in koffie, in de rook van sigaretten en in stille overpeinzingen van zijn eigen gedachten. Ze zorgen voor evenveel onbeantwoorde vragen als een puber die zich vragen stelt over het nut van schaamhaar en puisten. De rusteloze man voelt zich als een oude kater die ronddraaiend als een bezetene zijn eigen staart achtervolgt, hilarisch en frustrerend tegelijk maar ook een beetje zielig.

Het ontbijt is al moeilijk en de keuze lastig, yoghurt met vlokken en fruit of dubbele boterhammen met choco? De verkeerde keuze veroorzaakt al snel een schuldgevoel dat hem de rest van de dag doet navigeren door het mijnenveld van zijn ochtendhumeur. Alleen koffie wordt geschonken met dezelfde precisie, zekerheid en zelfvertrouwen van een barista die bonen omtovert in late of espresso.

Zijn mannelijke onzekerheid zijn wolken die nooit helemaal verdwijnen. Het maakt niet uit hoe vaak ik hem toefluister dat hij er voor zijn leeftijd nog respectabel uitziet. Hoe dikwijls ik zijn inlevingsvermogen prijs, zijn zelfvertrouwen blijft een lekke band die ik constant moet oppompen, alsof er een nageltje in de tube zit.

De slaapkamer, nog een intieme arena waarin zijn mannelijkheid op de proef wordt gesteld. Hij is gevuld met briesende stieren die onophoudelijk en trefzeker de rode lap van zijn twijfels blijven aanvallen. Het bed, de lakens als slagveld waarop hij zijn eigen twijfels en onzekerheden spreidt, terwijl de stieren wild blijven tekeergaan.

Als angst om afgewezen te worden te groot wordt, dwalen we samen af naar bruine cafés met donkere muren en morsige vloeren, naar dat verloren gewaand koninkrijk waar het gezelschap bestaat uit barkeepers en mannelijke zielen die er dezelfde dingen wegspoelen, ieder koning van zijn eigen rijk.

Later op de nacht, we staren samen naar het plafond. Ik vraag me af of ik ooit genoeg man zal zijn om de man naast me te genezen, of ooit mijn geduld en begrip groot genoeg zullen zijn om hem zijn innerlijke twijfels te laten overstijgen. Misschien moet ik zelf maar therapeut worden om hem te helen van zijn verwarde en gekneusde ego.

Morgen is het Internationale Mannen Dag, de enige dag van het jaar waarop mijn innerlijke mannelijke reisgezel ècht man mag zijn.  Tevens ook de enige dag van het jaar waarop hij zal worden gesust, gesoigneerd, gewiegd en onder de douche zal worden gewekt met een blow job.

Daarvoor ziet hij er, ondanks zijn leeftijd, nog respectabel genoeg uit!