Categorie: Verwachtingen

Bewijs eerst dat je bestaat

In de boomstraat staat een oude man aan de bankautomaat.  Hij staart naar zijn gsm en lijkt naar iets op zoek. De wanhoop staat in zijn ogen. Zijn gsm heeft geen compassie en de bankautomaat zelf geeft ook geen kik. Die oude snaak, het zou zomaar onze pa kunnen zijn, die had ook een speciale band met zijn bank en met zijn geld dat hij niet had.

De man, ik ken hem van ziens. Volgens mij is hij de tachtig dik voorbij want hij loopt krom achter zijn rollator. Altijd heeft hij dezelfde klak op. Wellicht heeft hij jarenlang zijn nikkel afgedraaid en altijd proper belastingen betaald. Hij heeft mee de kinderen grootgebracht, een huis afbetaald en nu past hij op woensdagnamiddag af en toe op zijn kleinzoon. Enfin het is zo iemand waarvan je zou verwachten dat de samenleving daar rekening mee houdt.

Zijn gsm piept ineens.  Hij verschiet en ik verschiet mee van zijn verschieten.

“Ze vragen hier weeral een code, ik word zot van al die codes want ik kan die allemaal niet onthouden”, zegt hij tegen niemand in het bijzonder.

De bank zelf heeft al lang geen loket meer.  De bank is nu een cashpunt waar je al je administratieve brol zelf moet regelen. De mutualiteit, idem dito, die heeft wel een website maar je loopt er verloren in. De huisartsenpraktijk heeft een app.  Alleen je raakt er niet in als je niet in hun patientenbestand zit. Zelfs de afvalkalender staat ergens op de site van de gemeente, waarschijnlijk achter een wachtwoord of een paywall.

De man zucht ,”vroeger moest ik alleen onthouden dat ik mijn centen en mijne pas niet mocht vergeten. Nu moet je om te mogen kakken ook al een een code hebben.”

Ik glimlach ongemakkelijk maar het is niet grappig.

Vorige week zat mijn schoonmoeder aan de keukentafel met haar gsm in haar hand. Ze zit daar graag, om spellekes te spelen, patience bijvoorbeeld of candy crush. Normaal gezien gaat ze heel voorzichtig om met dat ding want ik geloof dat ze denkt dat het elk moment kan ontploffen. Nu staat ze op het punt om dat spul door het raam te pleuren.

“Ik moet ergens op drukken maar ik zie het niet,” zei ze.

Ze had haar meterstand ingevuld en moest die bevestigen. “ De gas opnemen was iets waar vroeger “die van de gas” voor langskwam” , jammert ze.  Ergens onderweg heeft iemand beslist dat “gemak” hetzelfde is als vooruitgang. Voor wie die vooruitgang precies telt, ontgaat me een beetje.

Ok, de bank is gemakkelijker geworden, behalve als je het een leven lang gewoon bent geweest om naar daar te gaan om je papperassen te regelen. De overheid lijkt op ’t eerste zicht ook toegankelijker geworden met de site ‘mijn burgerprofiel op vlaanderen.be’, behalve voor wie echt binnen moet zijn. Dan moet je eerst langs itsme, het wondermiddel waar je met vingerafdrukken, gezichtsherkenning of codes moet bewijzen dat jij het bent terwijl vroeger iedereen gewoon kon zien dat jij het was, met of zonder paspoort.

Vooruitgang dus, behalve wanneer er op haar gsm ineens een sms binnenkomt van cardstop die beweert dat iemand haar rekening probeert leeg te halen. Even twijfelde ze of dat bericht echt was, niet omdat ze naïef is of zo maar omdat die fucking phishingberichten steeds beter worden.  Ik moest zelfs twee keer naar de afzender kijken om te weten dat het een fraudebericht was.

En toch wordt van mensen die opgroeiden met een zwarte  bakkeliete telefoon in de gang, verwacht dat ze het verschil kennen tussen een echte melding en digitale oplichting.

We noemen dat allemaal vooruitgang of administratieve vereenvoudiging, alleen achter die administratieve vereenvoudiging zit wel een dochter of een zoon die elke zondagnamiddag de digitale administratie komt doen en de codes komt herstellen. Mijn schoonmoeder logt in en mijn madam bewaart de wachtwoorden. De digitale vereenvoudiging is in de praktijk niks minder dan digitale mantelzorg geworden die alleen maar efficiënt kan zijn met een loket van onzichtbare familieleden.

En wat doen we met al die mensen die niemand meer hebben? Just, helemaal niks. Want die kunnen zich on line toch niet beklagen.  Een samenleving die zichzelf modern noemt, maar een tachtigjarige naar een app stuurt om daar twee codes en een beveiligingscontrole in te vullen om een overschrijving te doen, is een samenleving die zelfs menselijkheid probeert te digitaliseren. Ondertussen is die samenleving stillaan wel vergeten hoe een mens eruitziet zonder een scherm.

Uiteindelijk heb ik die man met zijn klak geholpen. Hij moest gewoon zijn pincode hernieuwen omdat hij drie keer de verkeerde had ingetoetst.

Toen ik wegging, bedankte hij me tien keer. Nog geen vijf tellen later was hij opniew naar zijn gsm aan’t kijken. Om zijn code van buiten te leren, denk ik. Ik hoop maar dat hij morgen zijn koffiekoeken kan betalen als zijn kleinzoon langskomt.

Is dat niet het absolute olympische minimum? Dat een mens van tachtig zijn eigen koffiekoeken kan betalen zonder hulp van een kleinzoon, een app of een wachtwoord dat hij gisteren nog kende en vooral zonder eerst te moeten bewijzen dat hij nog bestaat.

Een oceaan vol palingen

Ik heb de laatste tijd een redelijk ongezonde relatie met mijn computer. ’t Is nog niet echt rampzalig en het is nog juist niet van die orde dat mijn huisgenoten zich zorgen hoeven te maken of een interventie moeten plannen. Maar het valt mij wel op dat ik elke dag in dezelfde rituelen verval.

Computer openklappen. Naar spam kijken alsof daar verrassende dingen in zitten. En dan dwangmatig naar die map. Altijd naar diezelfde map alsof al die teksten die daar al jaren stof liggen te vergaren zich ineens zonder mij hebben herschreven.

Precies alsof ik daar alleen maar mee bezig ben.  Op zich is dat wel wat raar want normaal gezien stel ik alles uit.  Een mail beantwoorden bijvoorbeeld kan bij mij zonder probleem, gaan van “ik doe dat straks wel” naar “ik hoop dat die mens peist dat ik verhuisd ben naar een andere planeet “

Ik ben daar allemaal niet fier op maar speciale talenten kies je nu eenmaal niet zelf. En met die map was dat niet anders. Jarenlang was die daar gewoon. Die stond ergens op mijn computer. Zoals al die andere dingen die daar al zo lang opstaan dat ik ze niet eens meer zie, laat staan dat ik weet waarvoor ze allemaal dienen.

Bon die map dus.  Om de zoveel tijd opende ik ze. Ik verschoof daar een paar punten. Haalde een komma weg. Schreef één zin en schrapte er vijf om daarna alles, voor onbepaalde duur, weer proper dicht te doen. Meestal keek ik gewoon naar die teksten zoals ik naar een dessertkaart kijk. Ook al is er keuze genoeg, de keuze ligt eigenlijk altijd  op voorhand al vast. Het wordt een dame blanche.

Als ik iets moet beslissen is er nog altijd morgen. Volgende week trouwens ook.

Het verraderlijke aan uitstelgedrag is dat het van buitenaf op luiheid lijkt. Dat hoor ik dikwijls genoeg van mijn huisgenoten. Terwijl het meestal gewoon echt iets anders is. Schrik. En in mijn geval zelfs heel specifieke schrik want zolang alles proper in die map blijft zitten, kan er niks gebeuren en kan er niks mislukken.

Niemand kan het onnozel vinden.

Niemand kan het verkeerd verstaan.

Niemand kan het afkeuren.

Het bestaat wel maar alleen nog niet echt en alleen op mijn voorwaarden. En als het echt moet, kan ik nog altijd doen alsof het niet bestaat.

Op die manier heb ik mezelf jarenlang wijsgemaakt dat ik geduldig was. Dat ik wachtte op het juiste moment of op het juiste inzicht. Sommige dingen hebben nu eenmaal tijd nodig. Om te rijpen of om te rotten. Als ik eerlijk ben, zijn dat gewoon twee verschillende woorden voor hetzelfde excuus. Schrik.

Ik stelde altijd alles uit. Waarom doe ik dan nu ineens het tegenovergestelde? Waarom open ik mijn privémailbox om de vijf minuten alsof ik wacht op iets waarvan ik eigenlijk al weet dat het eraan zit te komen?

Waarom betrap ik mezelf erop dat ik blijf wachten op iets dat ik jarenlang heb uitgesteld?

Dat zijn dan de momenten waarop ik beslis om rap rap nog iets nuttelozer te doen. Een pollepel zoeken die ik niet nodig heb. Kijken hoeveel procent batterij mijn telefoon nog heeft. Of opzoeken waarom alle palingen in hun leven ooit beslissen dat ze dringend naar de andere kant van de oceaan moeten zwemmen. Eender wat.

Alles is beter dan te lang stil te blijven staan bij de enige vraag.

Omdat ik het antwoord ondertussen al ken.

Ik moet alleen nog even aan het idee wennen dat die map binnenkort niet langer zomaar een map zal zijn. Maar dat jij er ook zal in kunnen rondneuzen.

En dat … is precies toch allemaal een beetje spannender dan een oceaan vol palingen.

Het schijnt dat ik vandaag 58 word

Dat staat toch ergens genoteerd. In het moederhuis van Mechelen hebben mijn verwekkers en een goedbedoelende pastoor op 13 september 1968 in een trouwboekje voor het eerst mijn naam geschreven. Sindsdien wordt dat beschouwd als een feit. En omdat niemand tot vandaag met ander doorslaggevend tegenbewijs afgekomen is, ga ik er van uit dat wat daar toen werd vastgelegd, juist is.

Achtenvijftig dus. Mijn lijf lijkt voorlopig akkoord te gaan met die regeling. Al heeft mijn linkerknie een paar weken geleden toch al officieel protest aangetekend. Mijn bakkes onderhandelt ondertussen ook al geruime tijd met de spiegel, zonder dat er een akkoord in zicht is. Slachtoffers zijn er voorlopig niet gevallen, maar het wederzijdse vertrouwen tussen mijn verstand en de rest van mijn lijf staat danig onder druk

Toen ik nog een slungel was, keek ik naar mensen van mijn huidige leeftijd en dacht ik dat die het allemaal wel doorhadden. Die leken allemaal oud, serieus, een beetje verrimpeld maar op de een of andere manier gearriveerd. Alsof ze onderweg ergens een handleiding hadden gekregen waarin uitgelegd stond hoe alles marcheert.

Nu ik zelf al aan deze kant sta, begin ik te vermoeden dat die bewuste handleiding nooit gedrukt is. Toch zie ik elke dag verrassend veel mensen rondlopen die doen alsof of beweren dat ze het gelezen hebben.

Wat me de laatste jaren ook opvalt, is hoe weinig al die grote momenten uiteindelijk voorstellen. Toen ik jong was, dacht ik dat alles afhing van diploma’s, huwelijken, overlijdens, verhuisdozen en al dat soort dingen waarvoor notariële actes vandoen zijn.

Achteraf blijken het toch andere dingen te zijn die aan je botten blijven plakken.

Een café waarvan de deur al twintig jaar op slot is. Dat telefoontje dat je bijna niet had opgenomen. Iemand waarvan je dacht dat ze vergeten was maar na veertig jaar nog altijd ergens lijkt rond te dolen. Een naam op een bierviltje en iemand die zei “we moeten nog eens afspreken” en dat, tegen alle verwachtingen in, ook deed.

Dat soort dingen. Ze lijken rommel tussen de hoofdstukken maar achteraf beschouwd heeft daar meer leven in gezeten.

Waarschijnlijk bestaat een zinvol mensenleven uit  dat soort dingen. Enfin voor mij toch. En eerlijk gezegd stelt me dat gerust. Want als alles zou moeten passen in diploma’s, Cv’s, foto’s of andere officiële rommel, dan heb ik ergens onderweg heel slecht opgelet. Van de meeste dingen bestaat niet eens een papiertje.

Vandaag blaas ik dan ook geen kaarsen uit want de belangrijkste dingen die mij ooit zijn overkomen hebben nooit op wenslijstjes gestaan. Dikwijls kwamen ze zelfs eerst binnen als dikke miserie.

Deze verjaardag laat ik passeren. Vandaag kijk ik gewoon even naar buiten. Ik herken een paar gezichten maar mis er ook enkele.

Dat laatste had ik vroeger nooit toegegeven.

En nu ik hier toch ben. Merci aan iedereen die vandaag aan mijn verjaardag gedacht heeft.

Ikzelf was er niet mee bezig. Ik was bezig met beweren dat een mensenleven niet in data, formulieren en officiële feiten zit. Om dan vast te stellen dat een hoop mensen mijn datum toch niet vergeten zijn. Dat was niet het cadeau dat ik verwacht had.

Maar zoals ik al zei, de belangrijkste dingen in ’t leven staan meestal niet op een verlanglijstje.

Mijn nacht

Mijn nacht is een kamer zonder ramen. Er cirkelen luidruchtige vogels rond die nergens kunnen landen. Mijn gedachten hangen erbij, als een mist die weigert op te trekken.

Aan het voeteinde zit een gestalte, een vijand of een vriend, dat weet ik niet. Met zijn donkere ogen kijkt hij naar mij zoals ik soms naar mezelf kijk. Met een mengeling van ongeduld en onzekere mildheid en een oordeel dat hij zelf nauwelijks begrijpt.

Mijn verstand wil loslaten, maar vanbinnen blijft iets rechtop staan. Stil, maar alert. Alsof de dag mijn gedachten nog even bij zich wil houden om uit te spreken wat gedurende de dag onuitgesproken bleef.

De nacht zit er naast, geduldig als altijd. Hij dringt zich niet op. Hij wacht.

Mijn lichaam ligt dan wel horizontaal, maar mijn denken blijft overeind als een nachtwaker die niet afgelost wil worden. Ik woel, ik draai, ik keer, maar de nacht weigert mee te draaien. Hij probeert een vorm te vinden die nog niet te vormen is.

Het lukt niet om de twijfels van de dag uit mijn systeem te trekken. Precies alsof ik nu pas voel wat ik overdag slechts vluchtig aanraak zonder er aandacht aan te kunnen geven.

Dit is geen zachte vorm van wakker zijn. Het is wakker zijn zonder adrenaline, zonder haast.
Het is wachten op iets waarvan ik niet weet of het nog komt.

Misschien, verschijnt mijn rust straks als ik zachtjes erken dat de dag nog niet hoeft te verdwijnen, maar gewoon even naast me mag komen liggen. Gewoon liggen zonder opdracht, zonder verwachting. Met de ogen open in het donker.


Misschien komt er dan rust. Niet omdat ik de dag moet loslaten, maar omdat ik hem toesta om nog heel even te blijven.

Braakland

Er zijn dagen die vanzelf verdwijnen. Als je even omkijkt, zijn ze er niet meer. Deze dag moet nog beginnen, dus ik sta op, drink koffie, rook een sigaret aan de vijver en kijk naar het gazon. Hij ligt er schraal bij, met kale plekken die eruitzien alsof er nooit iets heeft gegroeid. Veel meer is er niet. En toch, ik ben wakkerder dan ooit. Ik adem en voel dat ik leef, zonder dat er iets moet gebeuren.

Mijn laptop ligt op de tafel, op zijn vaste plaats, precies waar hij hoort te liggen. Ik raak hem aan, klap hem open en kijk naar het witte scherm, onschuldig en stil. Ik klap hem weer dicht, schuif hem opzij en doe niets. Het is een dagelijkse beweging geworden, bijna een ritueel. Zoals ik soms ook nog oud visgerei schoonmaak dat ik al jaren niet meer gebruik. Maar het weggooien zou ook aanvoelen als een soort verraad aan het loze vissertje dat ik ooit was.

Er is geen gevoel van schuld want niets is dringend. Geen haast, er is alleen die zachte, volstrekt neutrale stilte. Het is geen matte leegte die zuigt of een sluimerende zwaarte die drukt, eerder een onbelangrijke afwezigheid. Het is als de lucht vlak vóór de regen, wanneer alles even stilvalt en de bomen in mijn hof hun adem inhouden. Dat moment waarop mijn gazon weet dat hij regen krijgt, alleen nog niet wanneer.

Schrijven heeft me zeker geholpen. Het maakte dingen helderder. Wat te groot was om vast te houden in mijn hoofd, werd kleiner op papier.  Alles kreeg een vorm, verhoudingen en grenzen. Maar nu is er al een tijdje niets meer om te verkleinen of te begrenzen. Er woedt geen storm en het is geen oorlog in mijn hoofd. Er zijn geen gedachten die schreeuwen om aandacht. Wat overblijft is de zachte leegte van deze kamer alsof er net iemand is opgestaan en is vertrokken. De geur hangt er nog en de indruk zit nog in het kussen van mijn grijze sofa, als een laatste herinnering die weigert mee te vertrekken.

Ik denk aan verhalen, aan gezichten van mensen die ooit belangrijk waren.  Ze vervagen en doen dat op dezelfde manier als de dag die vanzelf verdwijnt, heel langzaam. Wat blijft zijn de details, de toon van hun stem, de onhandige gebaren, de manier waarop ze mijn naam uitspraken. Niet de drama’s, niet de scherpe randen. Wel de vluchtige, belangrijke momenten die blijven hangen als stof in een zonnestraal.  Ik denk aan plekken waar de zomer ooit sprak maar de zon ook traag stierf. Ik denk eraan, maar schrijf niets.

Toen het nog stormde in mij en de gedachten zich opstapelden tot iets dat veel groter was dan mezelf, hielpen woorden. Ze waren mijn zandzakken tegen de gedachten die overstroomden. Ze maakten het draaglijk, lichter.  Ze reduceerden de chaos en maakten hem kleiner. Nu is er niets dat verkleind of verlicht moet worden. Wat betekent het als ik even niks te verwerken heb? Is dat rust of is het gewoon leegte met een strik errond?

Ik blader door oude boeken. Titels waarvan ik het einde al ken. Ik blader verder want ergens zit iets troostends in het voorspelbare. Ik word vanzelf rustig als woorden en zinnen zich herkenbaar gedragen zoals ze dat altijd gedaan hebben. Ik herken mezelf in hun ritme denk ik. Soms is dat genoeg.

Mijn gazon ziet er niet uit. Stukken ervan lijken wel braak te liggen, met dorre plekken en hier en daar wat koppige pisbloemen.  Zoals elk jaar opnieuw rond deze tijd. Maar ik weet dat er iets gebeurt. Iets zit te kiemen, iets zit te wachten. En geduldig wachten is geen leegte, dat weet ik ondertussen beter dan wie ook. Misschien is dit geen schrijfstilstand, maar is het een soort van tussenruimte, een verbindende witruimte tussen twee paragrafen zoals mijn gazon die rust neemt, maar nog niet dood is.

Ik zal weer schrijven. Ja zeker, maar niet vandaag. Misschien morgen, misschien over een jaar. En misschien doe ik het zelfs pas als de stilte me niet meer kan troosten en ze me opnieuw langzaam begint te kwellen, zoals woorden niet willen blijven liggen en opnieuw naar boven willen kruipen.

Tot dan ben ik hier. Op mijn braakland. In rust. In de leegte die geen vijand meer is.


En dat is genoeg.

Draaideur naar de stilte

De wereld in rumoer
De wereld raast voort, steeds sneller, steeds luider, steeds agressiever. Onheilspellende nieuwsberichten overspoelen me met dreiging, verdeeldheid en politieke smeerlapperij. Het domineert alle headlines. Trump, een clown die ongegeneerd leugens en chaos ademt, beheerst het nieuws met zijn manipulatief circus. Zelenski zoekt wanhopig steun in een wereld die hem de rug lijkt toe te keren. Het narcistisch machtsvertoon, verpakt in eindeloze herhalingen van dezelfde patronen, verdraag ik amper nog. Sociale media echoën de hysterie en versterken meningen tot geschreeuw die elke nuance wegblaast. Ik merk dat ik overprikkeld raak, neerslachtig zelfs. Daarom neem ik afstand. Ik mijd nieuws, trek me terug en zoek rust, door de draaideur naar mijn stiltebubbel.

Ademruimte
De klanken van de buitenwereld trillen nog na, maar met elke ademstoot verliezen ze grip. Mijn gedachten, eerst verstrikt in de hectiek van de realiteit, worden zachter en gedempter.
En dan, bijna ongemerkt, kantelt mijn wereld. Niet met een schok, maar geleidelijk. De stilte die intreedt, is geen leegte, maar ademruimte. Het is een plek waar andere geluiden naar de voorgrond treden, de alledaagse geluiden van dit huis. Het zachte, bijna hypnotiserende geronk van de koelkast klinkt als een hartslag, als een constante herinnering dat het leven doorgaat, zelfs in deze stilte. De wind blaast tegen het raam en fluistert verhalen die ik niet helemaal kan verstaan, alsof er geheimen in de lucht hangen die wachten om ontdekt te worden.

“Wat probeer je me toch te vertellen?” vraag ik stil, in de hoop dat de wind antwoord zal geven.

Op zulke momenten voel ik bijna de aanwezigheid van iets groters, iets dat buiten mijn bereik ligt. Het is alsof mijn kleine wereld vol zit met verborgen betekenissen, wachtend om onthuld te worden.

Het anker van mijn thuis
In dit functionele, minimalistische huis, met eenvoudige meubels, lichte muren en een gladde zwarte vloer, vind ik een serene, bijna steriele rust. Het flauwe licht van de namiddagzon valt door het grote schuifraam en werpt scherpe schaduwen over de vloer en de muren.
Achter in de tuin ligt een strakke zwemvijver, omringd door zorgvuldig aangelegde planten en bomen. Het water is helder, spiegelglad en reflecterend als een perfect gepolijste spiegel. Alles aan dit adres is sereen, bijna steriel. Elk detail fungeert als een anker in de stilte, mijn perfecte plek voor reflectie en introspectie.

Zelfontdekking en reflectie
In deze rust voel ik een diepe verbondenheid met mezelf. Nu ik hier alleen ben, vind ik in deze minimalistische setting de ruimte om te reflecteren en mezelf te ontdekken. Het was op momenten als deze, momenten van verveling en reflectie, dat ik mijn herstel beter leerde begrijpen en vormgeven. De leegte dwong me om naar binnen te kijken, naar de demonen die ik zo lang had genegeerd, en naar de persoon die ik werkelijk ben. Denken en schrijven werden zo katalysator voor herstel en groei.

“Wat doe je?” vraagt mijn onderbewustzijn, als echo van mijn diepste gedachte.
“Ik zoek iets,” antwoord ik stil. “Maar ik weet niet wat.”
“Misschien zoek je jezelf,” fluistert de stem.

Ik knik, terwijl elke schaduw in mijn kleine wereld een verhaal vertelt en elke stilte een geheim bewaart.

Een draaideur naar een andere wereld
Verveling en overpeinzing blijken geen leegte te zijn, maar een draaideur naar een andere wereld. Ik leer dat deze momenten van stilte geen vluchtige ontsnappingen zijn, maar noodzakelijk om mezelf terug te vinden te midden van de razende storm van de buitenwereld. Mijn gedachten dwalen af naar plaatsen waar ik niet meer kom, naar oude gevechten, naar momenten van strijd en overwinning. Ik zie mezelf weer tegenover de uitdagingen die het leven op mijn pad heeft gezet. Oude vrienden, verloren liefdes, en mensen die ooit een belangrijke rol in mijn leven speelden maar nu afwezig zijn, herinneren me eraan hoe ver ik al gekomen ben.

“Denk je nog aan hen?” klinkt de stem opnieuw, zachter deze keer.
“Soms meer dan ik wil toegeven, ze laten me niet los.”

Ik denk aan geluk en verdriet, gedeelde dromen en gebroken beloftes, verdwijnende voetstappen in het zand. Aan lessen in liefde en in het leven. Alle herinneringen, soms euforisch en gelukzalig, soms vervuld van spijt en schaamte, ze maken deel uit van wie ik ben en brengen me terug naar een tijd van schuld en onschuld, naar avonturen waarin niets en alles mogelijk leek.

De kunst van luisteren
De kunst van angst, verveling, of beter gezegd de kunst van het luisteren naar de stilte, is het vermogen om de diepere vragen van het leven te verkennen. Waarom leef ik? Wat is geluk? Heb ik nog verwachtingen? In de stilte van verveling vind ik ruimte om deze vragen te onderzoeken en mijn eigen antwoorden te zoeken. Het is een ontdekkingstocht, een reis naar de kern van mijn wezen. Op momenten van schijnbare nutteloosheid zwaai ik mijn draaideur open en ontdek ik de kracht van mijn verbeelding en veerkracht.

Terug naar de realiteit
Plotseling, met het geratel van de koffiemachine verandert alles weer zoals het was. De stilte wordt doorbroken door het vertrouwde lawaai dat bij dit huis hoort. Het knarsen van de koffiebonen keert de wereld terug naar haar gekende drukte, naar verplichtingen en verwachtingen.
Verveling en introspectie waren even geen leegte, maar een draaideur naar een andere wereld die zich openzette en zich even snel weer sloot. Een subtiel spel van aanwezigheid en afwezigheid, een vluchtige illusie die ik niet kan controleren of vasthouden.

En toch, misschien was het juist in die kortstondige vluchtigheid dat ik mezelf even vond, in een moment van diepe rust, voordat die onheilspellende wereld met al haar dreiging en onophoudelijk lawaai me weer helemaal opslokt.

Gelukkig is er die draaideur

De stilte van later

Ooit skiede ik, lang geleden. Ik daalde rode en zwarte pistes af met een vanzelfsprekend gemak dat nu ondenkbaar is. Toen kende mijn zelfzekere lichaam nog geen tegenargumenten.  Mijn lijf was een trouwe volger van mijn onbezonnen geest. Terwijl de bergen me aankijken als stille getuigen die mijn gedachten lezen, zit ik op het terras van een hotel. De stilte is voelbaar en hangt ergens tussen de damp van mijn koffie, de bergen en de herinnering aan wie ik ooit was. Mijn gedachten dwalen af, naar later.

Later… een woord dat me al een tijdje achtervolgt. Het is een schaduw die zich maar laat opmerken als de zon laag staat, bij zonsondergang of wanneer de zon opkomt, zoals nu. Later bleek steeds een vage belofte waar ik te lang heb op vertrouwd. Het is een gevaarlijk woord. Ik probeer het te mijden want van zodra later aanbreekt, heeft het iets weggenomen, iets wat er eerst nog was, en belangrijk was.

Ik leef al lange tijd niet meer in termijnen of in uitgestelde momenten. 11 jaar nuchter en bewuster hebben me geleerd hoe later werkt en hoe verraderlijk het is. Het doet zich voor als een soort geruststelling maar het is een dief die in je leven sluipt en voor je het weet, alles heeft meegenomen.

Later verandert kansen in spijt en vrienden in voorbijgangers. Ze verdwijnen. Soms plots, maar meestal traag, haast onmerkbaar. Eerst vervagen gesprekken, dan ontmoetingen, tot er stilte overblijft, zoals een vlam die nog even flakkert en dan, zonder waarschuwing dooft.

Ze bleven achter in gesprekken die ik niet meer voer, in telefoonnummers die ik niet meer draai.

Terwijl de tijd zich ook hier stilletjes terugtrekt, sta ik stil bij hoe vaak ik ben blijven hangen in de ruis van het leven en in zijn onbeduidende details, terwijl de essentie tussen mijn vingers weggleed. Dingen die er echt toe doen, blijven te vaak onuitgesproken of uitgesteld. Maar alles heeft een houdbaarheidsdatum, ook de kans om iets te zeggen.

Later, als je niet oplet steelt het een ochtend, een week, een jaar, een vriend, een liefde, een leven.

Hier hangt stilte in de lucht, alsof het me iets wil vertellen. Ik luister aandachtig. De hele wereld beweegt hier traag. Ik heb er geen moeite mee. Ik blijf ook stil. Alleen mijn vingers glijden snel over het klavier. De koffie voor me dampt nog. Als ik te lang wacht, zal hij koud worden. Dat weet ik.  Eerst gaat hij over van heet naar lauw, van lauw naar koud dan van smaakvol naar bitter. Alles koelt af als je het negeert, ook dromen, ook mensen.

Nu kijk ik naar de bergen en in de ogen van een nieuwe dag. Ik ben vastberaden om hem niet zomaar te laten passeren. Ik ben gestopt met wachten, met uitstellen, met later en met doen alsof er misschien nog een keer komt. Als ik vandaag iets voel, ik zeg het. Als iets of iemand me raakt of ontroert, ik laat het toe. Ik strek mijn armen uit, zonder schrik om in de leegte grijpen. Ik denk dat ik probeer te leven zonder toegevingen te doen aan later.

En als straks de ochtend verdampt is in de middag en ik naar buiten stap, zal de sneeuw onder mijn voeten kraken. Ik zal diep inademen en kijken naar de lucht, naar de sporen in de sneeuw en naar de weg die ik heb afgelegd. En ik zal het zeker weten, dit moment is echt.

Later? Misschien maar niet vandaag!

De dunne draad tussen leugen en waarheid

Nu de laatste bladzijden worden omgeslagen, wou ik het nog eens in mijn dagboek opschrijven, om het te onthouden, want het vergeten is gevaarlijk.

Telkens als ik herlees wat ik geschreven heb, lijkt het zo simpel, maar het is niet simpel. Het is nooit simpel geweest maar een triomf was het ook nooit. Het is gewoon een feit, een waarheid. En waarheden en feiten kunnen hard zijn. Zo hard soms dat ze doorwegen als een steen in mijn hand, zwaar, koud maar eerlijk. Ik blijf hem meezeulen. Een andere keuze heb ik niet.

Je zou kunnen denken dat tijd het gemakkelijker maakt. Dat is niet zo. Tijd maakt niets gemakkelijker. Het enige wat tijd heeft gedaan, is meer afstand scheppen tussen de persoon die ik vroeger was en de persoon die ik geworden ben. De afstand groeit elke dag, alleen verbonden door een gesponnen draad, dun, kwetsbaar, en altijd gespannen. Één verkeerde beweging, en hij breekt.

Eerlijkheid en de feiten, doen me terugkijken. Ik herinner me de dagen dat ik dronk. Niet de avonden, de meeste daarvan waren dan al een waas. De ochtenden, die blijven hangen. Wakker worden met die kleffe smaak in mijn mond, de schaamte over de zwarte gaten in mijn geheugen, de duffe geur in de kamer, de troebele ogen in de spiegel die me verraadden nog voor ik ze met mijn mond in een leugen kon veranderen. Ik deed het altijd, alles minder erg maken dan de werkelijkheid was, ondanks de beloftes. Ik wist niet beter.

Er was die constante drang naar drank maar ook naar misleiding.  Drang naar bedrieglijkheid dat zich laag na laag opbouwt met halve waarheden en hele leugens tot ik niets meer kon zien, zelfs mezelf niet. Niemand mocht alles weten. Niemand mocht alles zien. Niemand mocht te dicht in mijn buurt komen, uit angst om ontmaskerd te worden.

Mensen denken soms dat alcoholisten altijd drinken, altijd struikelen en altijd in de goot liggen. Dat is een grote misvatting. Ik was er één die naast elke dag drinken ook elke dag toneelspeelde. Ik dronk en ik speelde van s’ morgens tot s’ avonds. Ik deed het in de rol van vriend, collega, geliefde, vader.  Nooit liet ik hen zien wie ik echt was. Als je te dichtbij kwam, zou je me opmerken, het zien, het ruiken. Je zou zien hoe ik echt was. Dus sloot ik je buiten. Ik liet je niet toe, terwijl je mij ondanks alles graag zag. Je zag een versie van mezelf die nooit echt heeft bestaan. Wat wist jij van mij? Niets. Alleen ik wist hoe diep ik kon wegzinken, hoe gemeen, leugenachtig en genieperig ik kon zijn. Hoe kon zo’n iemand graag gezien worden. Ik liet het niet toe! Ik onderschatte jou en overschatte mezelf. Ik dacht dat je me niet doorhad. Ik bleef je zolang onderschatten tot ik mezelf en mijn zelfrespect helemaal was kwijtgeraakt. Daarom moest ik drinken.

Mijn verslaving was geen liefde voor de fles. Het was een oorlog met mezelf, één die alles kapot maakte wat in mijn buurt kwam, mijn gezin, mijn familie, mijn vrienden, mijn werk, mezelf. Alles moest kapot, maar op mijn voorwaarden, met mijn spelregels en vooral met de illusie dat ik nog controle had over het verlies van mijn controle.

Het was een vicieuze cirkel, een systeem, een dolgedraaide machine waarvan ik alleen de sleutels bezat om het stil te leggen.

Ik herinner me die eerste ochtend na een AA-meeting dat ik nuchter ontwaakte. De stilte in mijn hoofd was ongemakkelijk. Ik had geen excuses meer maar had ook geen duidelijk plan. Er was alleen een vreemde, ongemakkelijke vrede. Maar ze was echt. Voor het eerst in jaren voelde ik iets dat echt was. Tussen de euforische buien door, leek het soms alsof ik mezelf verraden had omdat ik mijn identiteit kwijt was. Maar het was geen verraad, het was een bevrijding van mijn zieke brein dat nooit echt heeft bestaan. De drank en het toneel was het enige dat me al die tijd wist staande te houden. Die waarheid, hoe pijnlijk ook, ze staat hier zwart op wit, was beter dan de leugen.

Koppigheid heeft me jaren gekost. Angst om eerlijk met mezelf te zijn, nog meer. Bang om eerlijk te zijn, dat duurt maar even, maar spijt om niet eerlijk te durven zijn, dat draag je een leven lang mee, denk ik.

Mijn waarheid draag ik nu dicht bij me. Ik weet dat als ik opnieuw zou drinken ik opnieuw dat zieke brein word.

Soms kruipen oude gedachten vanuit mijn onderbewustzijn terug naar boven, als gevaarlijke schaduwen. Ze duiken op vanuit de hoeken van duistere kamers. “Eén glas kan geen kwaad”, fluisteren ze.  Ik weet beter, ik heb geleerd ze te negeren. Eén glas blijft nooit één glas. Eén glas is de deur naar die beklemmende wereld waar ik nooit meer naar terug wil, een wereld van leugens, bedrog, verwaarlozing, eenzaamheid en spijt.

Het klinkt allemaal misschien als een prestatie, dat is het niet en ik verdien geen medaille. Het is geen overwinning. Het is gewoon een zelfbewuste dagelijkse keuze, heel af en toe moeilijk, meestal gemakkelijk, maar altijd noodzakelijk!

De kalender wordt opnieuw heel dun. Nog een paar dagen en het is 2025 en ik ben er nog. Ik adem, ik leef en doe wat goed of juist aanvoelt, dat is genoeg. Al de rest is branie, ballast en overbodige bladvulling.

Eerlijk worden doet even pijn. Maar spijt om het niet te worden, dat kan een leven lang duren!

Golven van gedachten

Mensen gaan hun gang zoals ze altijd doen, sommigen met veel lawaai anderen zonder woorden. De afgelopen jaren heb ik geleerd om niet van iedereen te verwachten dat er iets gezegd wordt. Soms heb ik de hoop op een gesprek laten varen, ook al leek dat noodzakelijk. Als mensen willen spreken, zullen ze dat doen, tenzij ze het niet de moeite waard vinden.

Op café, hoewel ik daar haast niet meer kom, zit ik meestal alleen. Ik kies dan een plek uit waar ik mezelf kan zijn zonder te hoeven praten. Ik bestel koffie en een glas water, en observeer en luister. Er is altijd wel iets te zien, een man in een hoek met zijn krant als zat hij op een eiland in een zee van lawaai. Een jonge vrouw achter de toog, die glazen spoelt en klanten bedient, als een danseres elegant bewegend op haar podium. Iedereen is druk of juist minder druk bezig met zijn eigen leven, met zijn eigen gedachten, ik ook. Op zulke momenten heb ik geen woorden nodig. Dan voel ik nauwelijks behoefte om te spreken en helemaal geen drang om te schrijven.

Vroeger fantaseerde ik meer over waaraan mensen denken, wat ze willen zeggen, wat ze voelen of waar hun gedachten naartoe dwalen. Dat doe ik nu minder. Nu kijk ik gewoon. Dat is gemakkelijker en kost minder moeite. Als iemand wil spreken, zal hij of zij dat wel doen. Als ik voor iemand belangrijk ben, vinden ze me wel. Ik hoef niet meer zo nodig te trekken en te sleuren en voel al helemaal niet meer de noodzaak om een gesprek te forceren. Controle heb ik namelijk alleen over mijn eigen daden en woorden, nooit over die van een ander. Dat besef is een opluchting. Het maakt me vrij, op een bepaalde manier.

De wereld om mij heen is groot en luidruchtig. Ik hoef van al dat lawaai niet altijd deel uit te maken. Ik mag kiezen om stil te zijn, om te wachten en te zien wie naar me toe komt. En als niemand dat doet, is dat ook goed.

Vroeger voelde ik me ongemakkelijk bij die stilte. Het voelde als een afwijzing, als een schaduw die het licht bedekte. Nu zie ik het anders. Stilte werd mijn oase, mijn plekje om na te denken, te observeren, te voelen en te groeien. Ik ken veel mensen die alleen maar praten omdat ze hun eigen stilte niet kunnen verdragen. Dan smijten ze hun woorden eruit als netten, in de hoop om iets of iemand te vangen.

Er zit veel waarde in woorden maar niet elk woord heeft betekenis of waarde. Niet elk gesprek moet gevoerd worden. Soms is het beter om af te wachten, te zwijgen en te zien wie mijn stilte kan verdragen.

In die rust van mijn gedachten, ben ik tevreden met mij rol als toeschouwer van het levenstheater. Niet iedereen hoeft te spreken. Niet iedereen hoeft te luisteren. Maar als iemand wil en denkt dat ik iets waard ben, zullen ze wel komen om me te vinden. Het enige wat ik moet doen is geduldig wachten. Als ze niet spreken zegt dat niets over mijn waarde.

Meer en meer voel ik dat mijn eigenwaarde niet afhangt van de woorden of van goedkeuring van een ander. Zo breng ik veel tijd in stilte door, alleen maar niet eenzaam. Soms alleen maar luisterend naar geluiden die ik wil horen en waar ik aandacht aan wil geven, het gerinkel van glazen, het gefluister van de wind.

Maar als iemand wil spreken, zal ik luisteren. En zo niet, dan is dat ook goed. Als niemand spreekt zegt dat ook iets. In dat geval luister ik wel naar de golven van mijn gedachten.

Voortaan ben ik Zwitserland

Vanochtend stond ik op en voelde het gewicht van de wereld aan mijn schouder hangen, niet als een fysieke pijn of last, al is die er ook, maar als een sluimerende druk die me dwingt om deel uit te maken van iets groters.

Altijd heb ik gedacht dat ‘erbij horen’ onmiskenbaar deel uitmaakt van het mens-zijn, wat dat ook moge betekenen. De gezelligheid of de drukte van vrienden, dat gevoel van samenhorigheid, van ‘succes’ vieren, het illustere idee dat diegenen waarmee je een groep vormt, je ook daadwerkelijk begrijpen of naar waarde schatten, dàt dus. Nu mijn hart sneller slaat dan het ooit deed en ik geconfronteerd word met slijtage aan mijn lijf, twijfel ik aan de waarde van dat gevoel.

Ik herinner me avonden in cafés met gesprekken die vervlogen in de rook van sigaretten (toen mocht dat nog) en in het klinken van halfvolle en volle glazen. (Dat deed ik toen ook nog) Lachende gezichten passeren, alsook de schouderklopjes, de kritiek en de oppervlakkige verbintenissen.

Tot nog niet zo lang geleden gaven die dingen me een tijdelijk gevoel van volheid, maar telkens als de dag eindigde en de nacht begon, bleef ik achter met een leegte die steeds moeilijker te vullen was. De glazen bleken te leeg of te vol, de herhalende gesprekken te betekenisloos en oppervlakkig.

Die drang om ergens bij te horen om deel uit te maken van een groter geheel, het gevoel dat ooit aanvoelde als een warm deken, begint nu als een klam laken aan mijn vel te plakken.

De laatste tijd dringt de volgende twijfelende gedachte zich aan me op, ‘Wat als ik vandaag stop met te proberen om overal bij te horen?’

De wereld rondom mij is snel en luidruchtig. Hij is gevuld met mensen die zich haasten om ‘er’ te komen, om ergens te zijn, om iemand te zijn ook al hebben ze geen enkel idee hoe die eruit moet zien. Maar wat als dat niet mijn weg is? Wat als ik rust en voldoening vind in de eenvoud van mijn eigen gedachten en in het alleen-zijn?

Ik hijs me uit mijn zetel en slenter naar het raam. Buiten raast de wereld door, onverschillig voor mijn existentiële mijmering. Het leven gaat door in zijn gebruikelijke, hectische tempo en stoort zich helemaal niet aan mijn gedwongen stilstand. Maar hierbinnen, in mijn kleiner wordende bubbel, heerst een stilte die tegelijk verontrustend als kalmerend is. ‘Is dit wat het betekent om vrij te zijn?’ Ik stel me de vraag luidop alsof het antwoord me zal verlossen van alle verwachtingen en van alle dwingende eisen van het leven.

Het lijkt misschien een domme vraag met een eenvoudig antwoord. Voor mij is het dat niet. De vraag voelt als een onoplosbaar conflict dat diep in mijn wezen ontketend is. De mens is een sociaal dier, dat staat in boeken beschreven. We hebben anderen nodig om te overleven en om betekenis te vinden. Maar misschien ligt betekenis voor mij niet langer in een groepsdynamiek of in de goedkeuring van anderen, maar zit waarde verborgen in de rust die ik in mezelf vind. Misschien kan dit inzicht mij ontdoen van de druk die het leven met zich meebrengt en die nu nog als een zware last aan mijn schouder trekt.

Ik denk ook aan de ‘grote woorden’ die ik graag gebruikte om de kleinheid van mijn wereld en de onmetelijkheid van mijn gedachten te beschrijven. Woorden bedoeld om indruk te maken, om me te bewijzen, nu pas zie ik hun ijdelheid in. Woorden, het zijn maar woorden, zelfs mooi geschreven veranderen niets aan de werkelijkheid. Misschien is het hoogtijd om daarmee te stoppen, om de illusie van grandeur te laten voor wat die is en om mijn bestaan een beetje eenvoudiger te bezien.

Ik keer terug naar mijn zetel en leg de laptop op mijn schoot. De zon schijnt een schuchter regenzonnetje dat binnen een uur zal verdwenen zijn. Ik begin te schrijven, niet voor anderen, maar voor mezelf. Mijn gedachten gaan sneller dan mijn pijnlijke schouder toelaat ze in woorden om te zetten. Sierlijk, pijnlijk maar ogenschijnlijk moeiteloos vloeien ze over het scherm, simpel, duidelijk en bevrijd van de noodzaak om er indruk mee te maken. Ze staan naakt en ontdaan geschreven. Ik hoef er van niemand een denkbeeldige goedkeuring over te krijgen. Ze zijn de ultieme bevrijding van alle ingebeelde verplichtingen die ik mezelf ooit heb opgelegd.

Misschien raak ik nooit helemaal verlost van de druk om ergens bij te horen. Misschien zit die verwachting in mijn DNA gevangen of is het een diepgeworteld instinct dat nooit helemaal zal verdwijnen. Maar ik besef meer dan ooit dat alleen ik de keuze heb om er niet naar te handelen. Ik mag mijn eigen pad kiezen, zelfs al is het soms moeilijk of eenzaam.

Terwijl ik deze laatste zin schrijf, voel ik me helemaal rustig en zelfzeker worden. Die laatste zin gaf me nu pas echt toestemming om mezelf te zijn, bevrijd van alles wat iedereen zegt en losgekomen van wat iedereen denkt of van me vraagt.

Voortaan ben ik Zwitserland, ook voor mezelf!

Een weg die ik kwijt was

Begrijp me alstublieft niet verkeerd. Ik ben niet langer boos, niet meer opstandig. Ik kijk zelfs niet terug met een verwijtende blik. Maar je kan me niet langer klein houden of kwetsen want het maakt me helemaal niets meer uit wat je van me denkt. Niet dat ik je enig slecht toewens, dat doe ik niet. Trouwens, je kan me, mocht je dat willen, een schouderklopje geven voor mijn veerkracht, voor het traject van mijn herstel of voor die laatste poging die je ondernam om me hard te treffen maar daarin niet lukte.

Ooit was ik een schim, een omhulsel dat zich steeds opnieuw verloor in het gedruis van de menigte. Ik plooide naar de verwachtingen van anderen. Voor mezelf was ik een onoplosbare puzzel verpakt in een doos van jouw sterke wil en mijn beperkingen. Ik hield mezelf klein. Die tijd ligt achter mij. Nu ben ik meer, veel meer dan de som van mijn delen.

Je mag nog een poging doen om me te doorgronden of te veranderen. Je mag minachtend proberen om me met jouw etiketten en recepten te labelen, het zal niet lukken. Want ik ben niet te vatten in simpele definities, noch in wat jij van me denkt of van me verwacht. Dat heb ik over mezelf geleerd.

Je hebt trouwens geluk dat je me hier aantreft want ik ben echt kieskeurig geworden in gezelschap. Echt, laatste tijd kies ik het zorgvuldig uit en vertrouw daarbij op mijn gevoel. Naar een hogere status of naar vluchtige materiële dingen ben ik niet langer op zoek, wel naar diepere en authentieke verbindingen met mezelf en anderen die op een gelijkaardige manier naar de dingen kijken. Ik omring me daarbij met mensen die me verrijken, me inspireren om te groeien en me helpen om te evolueren tot de beste versie van mezelf. En geloof me, die mensen zijn heel erg zeldzaam.  Niet dat ik me schuchter verstop maar ik ben wel moeilijker te vinden, zeker als je me zoekt op de voor de hand liggende plaatsen die ik vroeger uitkoos.

Toen was ik een willoos voorwerp, een vormloos figuur dat altijd ergens in moest passen. Ik was een tweestapper die vooral geen aandacht besteedde aan wat hij zelf nodig had. Vandaag ben ik het tegenovergestelde, nu kies ik zelf de mensen uit die bij mij passen alvorens ze toe te laten in mijn wereld. Situaties die mijn stabiliteit bedreigen, vermijd ik. Noem me koppig, mysterieus, ongrijpbaar of egoïstisch als je wil, dat mag maar het bespaart mij wel een hoop gedoe, vooral met mezelf.

Langzaamaan word ik diegene die ik verkies om te zijn, met minder noodzaak naar bevestiging of kritische stemmen. Eindelijk ben ik mezelf aan het vinden. Ik zat diep vanbinnen verborgen in mezelf, op een weg die ik al heel lang kwijt was.

Als het lente wordt

De lente breekt aan, maar ik voel geen vonk. De wereld bloeit langzaam open met een nieuw kleurenpalet.  De lucht ruikt al naar beloften van de lente maar ik zit verstrikt in twijfel die woekert als onkruid, verstikkend en onvermijdbaar. De natuur ontwaakt en mijn geest zit gehuld in een mistige twijfel, als een laatste restant van een winter die er nooit echt één is geweest. Ik twijfel.

Kwetsende kritieken en ongevraagde adviezen, beladen met verwachtingen zijn er genoeg. Ze voelen allemaal ongemakkelijk aan, niet zeker of ik ze nog wil dragen. De lente mag dan wel vernieuwing brengen, mijn denken, doen en laten, blijft verankerd aan oude lasten en aan vreemd aanvoelende gewoonten. Ik twijfel.

In een poging om de chaos van mijn ziel te temmen, probeer ik mijn innerlijke tweestrijd te vangen in woorden en zinnen, rauw en direct. Het resultaat is even schraal als mijn gazon. Het enige wat ik voel is een ongemakkelijke rust die ik niet ken, alsof de lente me uitdaagt om echt confrontatie aan te gaan, met mezelf en met de keuzes die voor me liggen. Ik twijfel.

Mijn blik dwaalt naar buiten, over mijn gazon en naar de bomen die erin staan. Ik staar verloren naar nieuwe grassprieten en naar ontluikende knoppen die de lente aankondigen. Terwijl ik vastzit in die eindeloze spiraal van overpeinzing verandert de wereld om me heen, met keuzes die doorheen mijn gedachten spoken, als schaduwen van onzekere beslissingen die ik moet nemen.  Ik twijfel.

Misschien is het tijd om de last van verwachtingen van anderen voorgoed van me af te schudden, om oude bladeren te laten vallen en nieuwe knoppen te laten groeien. Het is immers niet voor niets Lente. Ik twijfel.

Soms verlang ik ernaar te weten in welk verhaal ik me bevind en welke rol ik daarin speel. Om te weten hoeveel lentes er zich nog zullen aandienen.  Alleen, dat zal ik pas ontdekken als het voorgoed winter wordt en ik niet meer kan mijmeren over wat een nieuwe lente brengen zal.

Alleen ik weet dat straks alle onzekerheden zullen vervagen, als het echt lente wordt.

Spreek voordat ik helemaal stil word

Een koude, onheilspellende stilte heeft zich tussen ons vastgezet als een donkere winternacht zonder sterren. De dag sleept zich voort, als een monotone aaneenschakeling van zinloze momenten die nergens naartoe leiden. ‘Wanhoop fluistert in de stilte’, zegt men. Het lijkt wel een onhoorbare schreeuw.

Als een blinde tast ik in het duister, met handen voor me uit, paniekerig zoekend naar betekenis in een steeds kleiner wordende wereld die alleen nog lijkt te zwijgen. Alles en iedereen zwijgt of spreekt een taal die ik niet meer begrijp.

Twijfels sluiten zich als een wurgende greep rond mijn geest waarin het akelig gefluister weerklinkt van mensen die met belangrijke dingen lijken bezig te zijn.  Ik ben niet zeker of ze me achtervolgen, of ze iets van mij verwachten. Opgejaagd in dit doolhof van twijfels, zoek ik vergeefs naar een uitweg. Ik vind hem niet.

Stilte is een kille gevangenis die onuitgesproken verlangens en verborgen angsten versterkt. Vertel dus maar wat je wil. Praat met mij en doe het met aandacht. Puzzel je gedachten door elkaar en breng ze in beweging maar zeg me niet steeds wat ik moet doen. Bekijk de ongemakkelijke waarheid en vertel over jezelf.  Verklap je dromen, zelfs al heb je er maar één. Waaraan denk je? Vertel het me als je durft. Voor het te laat is.

Geef me een keuze en geef jezelf een kans om te praten. Doe het voor je weggaat.  Zeg wat je wil. Doe het want al wat je verzwijgt heeft geen schijn van kans.  Een droom die alleen maar een droom blijft is een leugen. Dus, spreek en zeg wat je te zeggen hebt, zonder me te sparen. Geen gemakkelijke deal, geen misplaatste (on)schuld.

Maar, gijzel me niet met jou stilzwijgen. Neem me helemaal. Doe het niet half of alleen met de stukken die bij je passen, of laat me los. Het niemandsland dat onuitgesproken dromen onderdrukt en de dunnen grenzen tussen haat, liefde en onverschilligheid bepaalt is een hele griezelige plek.

Woorden die alles vertellen bestaan niet, toch kunnen zij alleen de barrières doorbreken die de stilte heeft opgetrokken. Ze geven betekenis aan momenten die anders voor altijd verloren zouden gaan.  Dus, doe maar. Gebruik de woorden die je hebt, ook al passen ze niet en zitten ze vol schaamte, verontschuldigingen of verwijten en puilen ze uit met (on)schuld of paniek.

Praat met mij vooraleer ik ook helemaal stil word!

Vroege Nieuwjaarsbrief

Met jou in gedachten en met de nacht als toeschouwer werp ik een blik terug op een jaar dat alweer bijna achter ons ligt. Omdat een nieuwjaarsbrief nu eenmaal moet geschreven worden, bevind ik me achter mijn computer, mijn favoriete plek, dat weet jij.  Ik ben misschien te vroeg maar zeker niet gehaast, dat weet jij ook.

In deze tijd van vluchtige Instagram- en Tik-Tokreels vind je het misschien raar, melig of ouderwets om een nieuwjaarsbrief te krijgen, voor mij heeft het iets authentieks en persoonlijk. Als je wil kan je even gaan zitten en wat tijd nemen om hem te lezen, maar voel je niet verplicht. Het zijn maar een paar gedachten die ik met je wil delen.

Door te kiezen voor een juiste letterkeuze en een passende uitlijning kan ik deze nieuwjaarsbrief voor jou een mooie, grafisch verantwoorde bladspiegel geven. Met één enkel commando kan ik hoofd- in kleine letters veranderen, ze groter of kleiner maken of ze een gracieuze buiging geven.  Met spellingscontrole kan ik storende fouten verbeteren. Ik kan helemaal zelf de onderwerpen bepalen waar ik het met jou wil over hebben. Maak ik een fout of heb ik een nuance gemist, kan ik met de undo-knop slecht geschreven zinnen wissen en met redo krijgen uitgewiste alinea’s een herkansing. Door te klikken op die magische knoppen wordt alles weer juist, zoals ik het initieel bedoelde. Het abnormale wordt dan weer helemaal normaal, zoals het voorheen was. Zoals het was voor ik met mijn blunders begon.

We kunnen ons allemaal en zonder dat het enige moeite kost, gezichten voor de ogen toveren die in het tumult van het voorbije jaar hevig naar zulke ongedaan-maak-functie zouden hebben verlangd. Om er een paar te noemen.

In dit leuke land kregen we ongevraagd maar niet helemaal onverwacht de racistische en seksistische zattemans-klap van Conner Rousseau geserveerd. We werden getuige van valse akkoorden van ‘luchtgitarist’ Van Quickenborne die na een feestje thuis, met de flieter in aanslag, zijn ‘gitaarsolo’ wel heel dicht tegen een politiecombi hield.  Er waren de Chinese Vlaams Belang connecties van de Broers Creyelman waarbij minstens één ervan zich, al dan niet met medeweten van de partijtop, gul liet omkopen nadat China hem meer dan drie jaar als informant had gebruikt. We hadden terecht aftredende en onterecht niet-aftredende ministers en dan moest the last drup in the emmer who is totally full, van oppertoetermans Francken de revue nog passeren.

Verder van huis werd de aarde met elke nieuwe dag nog warmer dan ze al was. Want in Gaza voert Israël zijn meest vernietigende oorlog uit en in Oekraïne viert het geweld voor het tweede jaar hoogtij, beiden verstrikt in schijnbaar onoplosbare conflicten.

Kortom, opnieuw gebeurden er het voorbije jaar zoveel onbegrijpelijke, schandalige, gewelddadige of onvoorspelbare dingen die tot zulke reusachtige maatschappelijke ergernissen hebben geleid dat een spijt/undo-functie voor een aantal heethoofden wel handig ware geweest. Ik ga ze niet allemaal opsommen, de lijst is te lang.

Helaas, met die ongedaan-maak-knop van het leven kan ik hen niet helpen. Die knoppen kan ik niet wensen, ze zijn namelijk nog niet uitgevonden en het blijft een gevaarlijke vraag of dat met hun agenda’s wel wenselijk zou zijn. Voor sommige onder hen heeft ongedaan maken van fouten trouwens al lang alle limieten bereikt. Zij zouden beter heel stilletjes blijven zitten tot ze helemaal geschoren kunnen worden, om dan voor altijd te verdwijnen.

Een wens heb ik voor hen, dat ze hevig verlangen naar die undo-knop die hen een gerust geweten kan geven, naar verlangen op die ene onbestaande kans om alles recht te zetten, om het leed weg te nemen en goed te maken of terug te betalen wat door hun wangedrag werd aangericht. Op dezelfde manier zoals de woorden en de zinnen op dit scherm kunnen gevormd en herschreven worden met slechts één toetsaanslag.

Maar dat geldt niet voor jou. Mijn wensen voor jou zijn zachtaardiger. Van mij krijg je wel gratis en voor niets alle redo-opties cadeau om al datgene te herbeleven wat je het voorbije jaar plezier, liefde en voldoening heeft verschaft. Van mij krijg je ook mildheid voor jezelf en verdraagzaamheid voor anderen cadeau. In een pakje dat netjes in een mooi papiertje werd ingepakt en voor de rest gevuld is met geduld en liefde, met aandacht en met zorg voor jezelf en voor elkaar.

Dat is wat ik je wens.