Categorie: Geen categorie

Een splijtzwam en de Barbaren.

gelijk

“Maar ik heb toch gelijk?”  “Het is toch niet eerlijk, ik heb echt gelijk…”

Het onbegrip, de machteloosheid en de bevende onderlip waarmee ze haar gram probeerde te halen waren aandoenlijk en braken mijn broze vaderhart. Een dikke traan rolde over haar wang en spatte uiteen op haar vakantiewerkblaadjes welke de pas gemaakte staartdeling omtoverde in een wazige lichtblauwe vlek.

De verwarde uitleg over wat er zich eerder op de dag, op het muziekkamp had afgespeeld bracht haar nog meer van slag. Iets over “altijd” gelijk willen hebben en “nooit” rekening houden met andere kinderen. Ik probeerde tevergeefs de essentie te achterhalen maar de “feiten” moeten danig op haar ingebeukt hebben dat ze er zo verdrietig om was.

“Heb ik dan geen gelijk?”

Even overwoog ik gelijk of ongelijk uit te leggen aan de hand van de splijtzwam die politiekers zo graag hanteren in noord-zuid-of-links-rechts-discussies. Of ik kon uitweiden over Oude Grieken die in hun ogen aan elkaar gelijk waren doordat zij vijandig gezind waren ten opzichte van diegenen die het Grieks niet machtig waren. En hoe ze zo hun nationale identiteit beklemtoonden en hun vijandschap ten overstaan van de Barbaren en vreemde en het in hun ogen minderwaardige konden verklaren en verantwoorden. Maar ik bedacht nog net op tijd dat me dat verder van huis zou brengen. Ver weg van mijn gelijk.

“Noor, kijk een hier wat zie je en beschrijf het eens” en ik zette een zorgvuldig in elkaar gedraaide Rubikkubus op tafel. We zaten recht tegenover elkaar aan de keukentafel, met tussen ons in enkel de kubus met zijn keurig gekleurde in elkaar geknutselde vlakken.

“Ja, een kubus he stommeke” zei ze, precies al iets opgewekter en ze snoof een laatste verdwaalde traan weg.

“Ja maar, slimmeke, kijk eens goed en beschrijf eens precies wat je ziet”

“Ja, ik zie dus een kuuuubus, vooraan een wit vlak. Boven is hij oranje en links is hij groen.”

“Ben je zeker? Dat is fout he. Je hebt ongelijk. Je weet niet wat je vertelt!”: zei ik berispend.  “ Ik  zie ook een kubus maar vooraan is hij geel, boven oranje en links is hij blauw. Dus jij bent fout en ik heb gelijk”

Ze lachte en ik kreeg gelijk maar niet zonder te zeggen dat zij ook gelijk had maar dat het eigenlijk allemaal niet zo veel uitmaakt. Ik voegde er nog als levensles voor een 11-jarige aan toe dat enkel mensen die altijd gelijk willen hebben dit doen uit dommigheid of uit onzekerheid.  Of omdat ze gewoonweg niet in staat zijn te begrijpen hoe andere mensen vanuit een andere hoek naar hetzelfde dingen kijken en zich alleen maar toespitsen op de dingen die ze anders zien.

Ze slurpte van haar water en zei met haar mond vol peper en zout chips: “Je hebt gelijk maar ga je nu mee in ’t zwembad?”

 

 

 

Volgende keer gewoon zwijgen.

 

index

De hectische drukte van de afgelopen weken heeft plaats gemaakt voor een stoïcijnse sereniteit.  In huis heerst een rustige kalmte die ik graag heb. Ik heb me horizontaal neergevlijd. Op mijn favorietste plekje onder mijn vertrouwde spreitje, het zwarte goud binnen handbereik. Heel kort denk ik al na over waar ik het wil over hebben. Er is nog niets.  Op de achtergrond deunt Stu Bru wat zweverige zaterdag-middag-muziek. Snoop dogg… zegt stilletjes: “Drop like it’s hot..” en dat is op een andere manier gezegd, wat de komende uren mijn plan is. Ver weg van alle andere  “Nigga’s with an attitude”.

Een deel van de kroost zoekt dezer dagen het gewoel op van de zomerfestivals op om hun geslaagdheid te vieren en heel ver weg te lopen van hun, door mij opgedrongen, toekomstplannen. Ik geef hen geen ongelijk.  Ik denk dat ik ze zo nog het liefst bezig zie. Onbezonnen dartelend door het leven. Al mag het naar mijn gevoel soms ook wel wat minder als “Nigga’s with an attitude.” Maar ja, hoe was ik zelf?

Het vrouwvolk trekt naar Nederland om daar in een of andere outletstore hoog te scoren op hun satisfactieradius door zichzelf genoeg te doen en niet al te veel weerstand bieden tegen on-onderdrukbare impulsaankopen. Ook goed.

Het blauw van mijn opstartscherm vervaagt en ik overloop even waar ik mijn blanco blad wil aan opofferen. Ik vind niet onmiddellijk de juiste invalshoek op een fout onderwerp of de foute invalshoek op het juiste. Ik slurp van mijn koffie een zuig een portie nicotine binnen en speur verder naar een fijn sujet of zou ik gewoon maar zwijgen?

Over Heleen Debruyne uit de afspraak misschien dan iets? Heel in ‘t kort?  Zij trok namelijk maandag nogal scherp van leer tegen Thierry Baudet.  Die Nederlandse roeptoeter die graag boertig brandhout maakt van hedendaagse Dolle Mina’s.  Het makkelijk monddood maken van een schertsfiguur als Baudet met zijn prehistorische benadering van de vrouw was een walk-over en deed me glimlachen omdat ik bijna medelijden voelde. Even kreeg hij van op zijn preekstoel een pied de stal voor zijn controverse maar dat was buiten “de vrouw van de week” gerekend. Met haar uitspraak: “Misschien volgende keer gewoon zwijgen?” legde ze letterlijk en figuurlijk een vinger op de mond van het Forum van Democratie. Onhandig probeerde hij nog wat vel te redden maar het waren kosten op het sterfhuis. Een dezer dagen zie ik haar in staat, tussen de bloedplekken en vuile lakens haar beste soutien in brand steken.  Ik ga haar niet tegenhouden.

Over al de rest ga ik niets schrijven. Niet over Bart de Wever.  Niet over Yvan Mayeur of Wendy Van Wanten.  Niet omdat ze niet de moeite waard zouden zijn maar omdat het hier nu even heel rustig en vredig is.  Maar vooral omdat ik het beeld nog even wil vasthouden van Heleen Debruyne die haar lingerie in de fik aan ’t steken is.

 

Onderstreepte tampons en inlegkruisjes met uitroeptekens.

IMG_1774

Ik duw mijn winkelkarretje rechts. In de rayon dameshygiëne want op mijn boodschappen staat: “tampons en inlegkruisjes”. Dubbel onderstreept met zwarte viltstift. De 7 uitroeptekens maken de boodschap niet mis te verstaan.

Mocht dit geschreven kattebelletje de digitale revolutie al ondergaan hebben, zou deze boodschap me zeker via mijn I-phone, in comic sans ms, font 26, bold, italic doen herinneren dat een vreselijk bloedbad nakend is. Nu zijn het enkel de 7 leestekens en de dubbele onderstreping die me tijdig, passend waarschuwen voor het aankomend massacre.

Even voel ik wat weerspannigheid opkomen, onder de vorm “waarom moet ik die dingen kopen” maar ik verman me snel weer tot de metroman die de vrouw anno 2017 van mij verwacht te zijn.

“Waarom krijgen wij, vernieuwde vrouwmannen trouwens geen rayon ventenhygiëne?”
“Hoeven wij, metro-mans-mensen ons misschien niet dagelijks te trimmen en te scheren om ons te ontdoen van ongewenste weelderige schaambeharing? De gladde okselput en de symmetrisch kortgezette, gelijkbenige driehoek onder lichte dwang opgedrongen? Worden wij niet geacht te scrubben, te smeren en te strooplikken om elke dag opnieuw toon- en aaibaar voor de pinnen te komen? Toch?

Ik speur de rekken af en probeer me in te beelden wat ik, mocht ik een vrouw zijn in mijn kanten g-string zou kleven. Al zal dat stukje textiel misschien niet het meest aangewezen zijn tijdens de “zware dagen”. Want zo staat het in de bijsluiter… Zware dagen. Wellicht wordt hiermee verwezen naar de partners die de zware last van de ongesteldheid moedig meetorsen. Ik vermoed het…

Always Ultra, Loft, Libresse, Alldays Kamille? Carefree lijkt mij, al is het puur kwa naam, eens de dichting het begeven heeft, het meest betrouwbare lapmiddel, en gooi dan ook een verpakking of 5 in mijn winkelkarretje.
Wat zou ik er persoonlijk in willen “foeffelen”, gesteld, zelf tot het sterke geslacht te behoren? Tampax. Ob, Mini, normaal maxi, en wat wordt hiermee bedoeld? Inbrenghuls of natte vinger werk? Ik poog de visuals van mijn netvlies te bannen en probeer me te kwijten van mijn opdracht. To ob or not to ob? That is the question!
Ik koop het allemaal, met en zonder klakkebuis. Mini’s, maxi’s..en Ultra weet ik veel?  Hoe groot is de doorsnee… ?

Op mijn lijstje staat ook nog chocolade.  Ik heb nog net genoeg vrouwelijke verbeelding en hormonen over om in te schatten welke precies bedoeld wordt al ga ik de zwarte pure fondant met rode vruchten maar tot volgende week laten liggen. Als de zware dagen achter ons liggen.

Kleverige zomernacht

_vla016200701ill0262

25 km aan 6 of 7 km per uur. Wat is dat? Wat stelt dat voor? 3 à 4 uur door malen met vlotte tred. Dat gaat toch wel lukken? Als ik dat al niet meer kan?

Die dodentocht van volgende maand? 100 in één trek door?  Dat bezie ik nog wel.  Maar als het lijf een beetje meewil en als ik de blaren niet door mijn zolen trap, doe ik dat ook wel. Desnoods alleen op karakter.

Zoals het eigenlijk altijd wel het geval is met dit soort van uitdagingen, begon ik redelijk impulsief en overmoedig aan mijn mars.

Met de veters van mijn bestofte, waterdichte stappers strak aangespannen, vatte ik mijn dodentochtje aan. De fles ijswater, die me tijdens mijn footing wat verkoeling had moeten brengen stond nog onaangeroerd in de deur van de ijskast.  Vergeten door mijn overmoedige geestdriftigheid. De smartphone die me wat muzikale verstrooiing had kunnen brengen, lag nog op het aanrecht in de keuken energie te tanken.

De eerste km maalde ik zeker af tegen 8 km per uur.  Het asfalt schoof gezwind onder mijn versleten stapschoeisel door en ik waande me de Usain Bolt van de wandelclub.

Achter een dichtbegroeide bocht op de Scheldedijk kwam ik een geoefende wandelaar tegen, strak in een modieuze spandex.  Uit zijn rugzak kwam een zuigpijpje dat hem voorzag van het nodige frisse vocht wanneer hij er de behoefte voor had. Met het ritmisch getik van zijn  Nordic-Walking-Sticks deed hij net alsof de Noordpool moest bezworen worden. “De uitslover.”

Iets verder dan halverwege, plakte de droge hitte aan mijn T-shirt en schuurde het witte zout mijn tepels tot gerookt vlees. Waarom was ik hier aan begonnen? Wat ging ik precies weer bewijzen?  Voor wiens Heiligen deed ik dit?

De zon had mijn snuit omgetoverd tot een rode pioen. Mijn mond was kurkdroog en mijn gedachten dwaalden af naar die fles ijswater die nog in de deur van de ijskast stond.

Ik slofte puffend verder, de grassprieten tellend die ik onder mijn verhitte voetzolen plat walste.  Nog 4-500 meter en ik kon even bijtanken in de kroeg waar ik vroeger meermaals de wereld had verbeterd.

“Daar se, wie dat er hier binnenvalt?  Op wandel? ’t is er ’t weer voor jong.  Nog altijd even zot als vroeger precies? Wat drink je?  Pintje?”

“Nee nee, geef maar een grote Spa, met ijs.  In een Duvel-glas.”

“Water, jong? Dat dient om de auto te wassen of om te schuren.  Pakt u een frisse pint, jong. Eentje kan toch geen kwaad zeker? ’t zal u deugd doen.”

“Patron geef “stapmans” hier eens een halve liter van mij, en zet die maar op mijn rekening.”

Die grote pint stond me lichtjes aangedampt en fris bepareld, schuimend en uitdagend aan te staren.

“Eentje kan toch geen kwaad?”

Bijna 4 jaar was het geleden dat ik mijn laatste pint had gedronken.  Noodgedwongen. Omdat ik het goedje niet meer onder controle had.  Te veel, te snel.  Recht naar de dieperik. Vastberaden was ik gestopt omdat ik op het punt had gestaan alles te verliezen dat me dierbaar was. Hebben en houwen, weggespoeld onder de tapkraan.

“Eentje kan toch geen kwaad zeker?”

Mocht ik mezelf dan niet eens belonen? Bijna 4 jaar lang was ik gestopt?  Ik wist nu toch hoe dat moet, stoppen? Ik moest, als een volwassen verantwoorde man nu toch wel een pintje kunnen drinken, of 2?

“Eentje kan toch geen kwaad? Of 2-3?”

Was het de overmoed waarmee ik de dag had aangevat? Was het de verschrikkelijke dorst?  Ik weet het niet….

Uren later. 10 tallen pinten later. De schaamte, het zelfbeklag, de teleurstelling, het gelal en de zattigheid waren terug en het voelde even ongepast vertrouwd alsof ze nooit waren weggeweest…

Alles was in één moment van zwakte weggeveegd.

“Eentje kon toch geen kwaad? Of 10-15? 20?”

Nog tevoren nooit had ik me zo’n loser gevoeld.

Wat ging Nele zeggen?  Hoe gingen de kinderen reageren.  Ik voelde me moederziel alleen en raakte in paniek….

 

De krijsende zwarte vogels die verstoppertje  spelen in de dakgoot halen me abrupt uit mijn koortsachtige slaap.

Een straal ochtendlicht stroomt langs de halfopen velux binnen. Ik kijk angstig opzij en zie Nele vredig slapen.  Vrijend met haar donsdeken en ik haal opgelucht adem.

De akelige droom die ik nog proef, beukt er hard in en doet me beseffen dat het nooit zal stoppen en dat is ok.  Het houdt me scherp en alert.

Met water kan je auto’s wassen en tegels schuren maar met het uitdrinken is echt niets mis.

Sommige mensen doen dat omdat het niet anders kan.  Of omdat ze niet anders meer willen of kunnen.

Zolang ik de scherpte maar niet verlies,  desnoods door een akelige droom tijdens een kleverige zomernacht.

Egel zonder stekels.

Liggend-naakt-tekening-opus-09t16

“Als er iets is wat je echt zou willen doen? Gesteld dan, dat alles mogelijk was. Wat zou je dan gaan doen?  Waar zou jij de dagen mee vullen? Waarvoor zou jij kiezen?”

En ze keek me afwachtend zwijgend aan.

De stilte die ik uitsprak portretteerde me heel naakt en bloot.  Ik wist het niet. Mijn fantasie liet me in de steek want en ik kon geen enkel zinnig antwoord uitdenken op de eenvoudige vraag die zo levensbelangrijk is.

“ Wat wil ik doen dat ik het zo leuk vind dat ik het de hele dag zou willen doen?”

Die vragende frons waarmee ze me bezorgd aankeek inspecteerde mijn onwetendheid en ik meende een glimp van niet gespeelde compassie op te merken.

Was het haar oprechte bezorgdheid die me deed ontwaken om de queeste naar mezelf aan te vatten?  Ik weet het niet helemaal zeker en het doet er nu niet veel toe.  Ik gok wel dat ze me met die ene alles omvattende vraag had wakker gemaakt.  Alsof het warme donsdeken waarin ik lui was weg gesoesd plots, compleet onverwacht van mijn slapende lijf werd weg gerukt zodat ik bibberend koud en onbedekt achterbleef als een kale egel. Ontstekeld en onbeschut.

Nu, nadat de mist is opgetrokken zou ik antwoorden: “Ik wil schrijven. Verhaaltjes.  Over mezelf. Ik wil het spoor bijster raken in de wereld van mijn fantasie. De wereld van mijn emoties en gedachten. En dan wil ik me ontdekken en verbaasd staan kijken wie ik bezig ben te worden. Ik wil me laten wankelen en doen omvallen.  Om dan opnieuw gedecideerd recht te krabbelen. Mezelf verwarren, om dan te zien dat al wat ik zo zorgvuldig heb uitgedacht als een kaartenhuis omver wordt geblazen om het later opnieuw te proberen. Op een andere manier. Juister…  hopelijk.”

“Niet voor al die mensen die me beschimpen of betwijfelen maar voor mezelf.  Voor mijzelf.  De vertrouwde controle een beetje gelost, om zo bewust en nieuwsgierig af te dwalen van het bekende pad om te ontdekken wat er nog allemaal is.”

“En ook een beetje om te tonen dat ik misschien iets kleins, leuk of grappig pakkend te vertellen heb. Dat er nog een pijl op mijn boog zat. Tegen mensen die het willen horen.

Vertelseltjes zonder pretentie of ambitie, gewoon verhaaltjes over dingen die me bezighouden. Dingetjes, fait divers om even bij weg te dromen”

Daarvoor dop ik elke week met plezier mijn pen in de inktpot om dan met veel krulletjes uit te leggen dat ik graag een kale naakte egel ben omdat ik mijn stekels niet meer zo nodig heb… Hopelijk word ik niet platgereden.

Gisteren en morgen in vandaag.

IMG_1109

Als ik eens…
Had ik maar..
Wanneer ik later…

Vaak begint terugblikken op wat voorbij is of vooruitkijken naar wat nog moet komen met deze oncontroleerbare gedachten. Had ik maar… Wat als?

In die gedachtenwereld glijd ik dan soms weemoedig of vervuld van spijt, vol zelfbeklag af in scripts van mijn oude films. In zwart witt prenten vol romantische scenes en spannende verhaallijnen word ik mee genomen met oude bekende figuranten. De acteurs zeggen of doen steeds verkeerde dingen, want zo gaat dat in zwart-wit films maar op het einde komt altijd alles goed. Af en toe krijg ik de hoofdrol of figureer ik op de achtergrond, onbelangijk.
Op die nachtelijke hersenwandelingen dwaal ik dan af in een geschiedenis die ik wil herschrijven. Ik zou dan liefst het draaiboek van het filmscript veranderen terwijl die al in de zaal wordt gedraaid.

Scene 8: “Jan doet stomiteiten. 23 jaar” / take 7. CUT!

Wanneer ik mezelf dan niet eens vastrijd in een voltooid, verleden geschiedenis zit ik wel strop in onrealistisch veel te ambitieuze toekomstplannen.
In mijn, als-ik-straks-euromilions-win-scenario haal ik dan mezelf scherp voor de geest. Ergens dichtbij een hagelwit strand, dobberend op een bootje. Vislijn of hangmat binnen handbereik. Jij loopt of hangt daar ook wel ergens rond slurpend aan fris drankje, bloemenkrans rond je nek.

Deed ik het allemaal wel een beetje goed of juist?
Zat er niet meer in? Had ik niet beter dit …. of zal ik later, als ik een beetje groter en wijzer ben niet beter?

Vandaag, 20, 30 of 40 jaar later, net ontwaakt uit mijn romantische-zielen-droom en neer gedaald tot de realiteit van de dag, ken ik sommige antwoorden wel al beetje maar vraag ik me af of de vragen er nog wel toe doen?
Laat je een herstelde achilleshiel niet best ongeroerd wanneer hij eens pijnlijk opspeelt als het weer verandert. Als er onweer voorspeld wordt.

Ben ik er wel gebaat mee alle antwoorden te kennen?
Zou ik dan? Zouden we dan? Zal ik dan op een andere manier… ?

En dan bedenk ik me dat afdwalen in mijn gedachten me maar afleidt van waar het moet over gaan en dat is vandaag. Nu. Het moment. Nu is het te doen.
Ik speel wel met de kaarten die me zijn toebedeeld. Abondance of miserie op tafel. En als er niemand vraagt, ga ik wel alleen… voor 5, de overslag meegenomen.

De geschiedenis is geschreven en verandert niet meer tenzij in slechte amerikaanse jaren 80-films met Marty Mcfly en Doc Brown.  De toekomst? Dat zien we nog wel.
Maar wacht, als ik morgen de lotto win. Als ik straks in pensioen ben…of als ik later wanneer ik eindelijk groot ben … dan…   dan misschien?
Je zal wel zien….

Op je gemak met een leugen of gekwetst door de waarheid?

18839412_10158763873430191_6298620339056851423_o

Sprak ik dan wel altijd de waarheid?

Wanneer die vraag juist bij mij aanklopte deze week, weet ik niet meer precies. Ik kan me ook niet voor de geest halen welk feit of gebeurtenis de aanleiding is geweest voor dit hoofdwerk.

Was ik er maandagnacht, tijdens die nachtelijke hersenwandeling al mee bezig?

Toen ik pufferig, bezweet wat verkoeling probeerde te vinden onder de lichtjes-sterrenhemel?

Toen ik bedacht dat ik mijn dochter, eerder op de dag, zonder enig resultaat overigens, had proberen overtuigen dat ik echt maar 3 bollekes mokka-ijs had genomen waardoor zij het moest stellen met het resterende wat saaiere vanille-ijs.

Ik had me, het aantal-bollen-vraagstuk vakkundig omzeilend, gemakkelijk autoritair van af gemaakt door te zeggen:

“Doe er maar wat chocoladesaus en wat van die zoete dip-bollekes over of neem er een galetteke bij”.

Alsof ze dan niet zou denken dat ik die liter mokka crème had opgelepeld?

Of was het misschien woensdag geweest? Toen ik ogenschijnlijk geïnteresseerd “goed, goed”:  prevelde terwijl ik, eerlijk gezegd, de vraag niet eens had gehoord omdat al mijn aandacht werd opgeëist door een uitgesponnen flirterige internetbabbel met veel te aantrekkelijk vrouwvolk.

In haar plaats zou ik wellicht gedacht en gezegd hebben:

Stel me niet op mijn gemak met een leugen maar kwets me maar met de waarheid”.

Maar dat deed ze niet. Wellicht, omdat ze weet dat ik altijd wel wat rondhang en loop aanzeulen met aantrekkelijke internetvrouwen die mijn veel te goedkope aandacht mogen opeisen omdat ik me dan even doctor Phil of Oprah Winfrey kan wanen.

Het zou ook die alles onthullende bekentenis kunnen zijn van dinsdagavond. Toen een van mijn praatgroep-kompanen in een niets-verhullende getuigenis zijn zware rugzak leeg kieperde en zo zijn zwartste kweldemonen liet ontsnappen waardoor er weer wat ruimte vrijkwam op zijn drukke hersenspeelplaats.

En dan hoor ik mezelf nog op eigenwijze en moraliserende toon berispen:

“Het is veel beter om eerlijk onder ogen te zien dat je het zelf niet altijd bent dan te zeggen nooit te liegen en je zelf wijs te maken dat je altijd de waarheid spreekt.”  

Ze moesten daar eens weten…

Dus sus ik mezelf maar wat en geef ik me ook maar een bemoederend schouderklopje. Een speekmedaille, omdat ik denk dat als ik al begin te twijfelen aan mijn eigen eerlijke oprechtheid ik mogelijks toch al op het juiste spoor zit om straks mijn eigen rugzak wat lichter te kunnen maken.

Humo in een plastieken papierke.

IMG_1744

Vorige week, op de kermis zei hij compleet uit de context van het gesprek dat aan de gang was: “Ik zag net dat je weer een Hersenspinseltje geschreven hebt. Ik heb het nog niet gelezen. Dat doe ik straks of morgenvroeg zeker wel maar het maakt me nu al blij, curieus en een beetje opgewonden. Een beetje zoals een nieuwe Humo die nog verpakt zit in het plastieken papiertje.”

Het onverwachte compliment over mijn nieuwste A4tje voelde net zo aan als de schouderklopjes die ik ooit kreeg. In een vorig leven. Toen de late winninggoal beslissend bleek voor promotie naar de hoogste afdeling.
Ik kan het beeld en de emotie nog scherp terughalen.
Trots, euforisch maar ook bescheiden relativerend. Want die laatste pass, die me oog in oog zette met de doelman was minstens zo bepalend geweest voor het eindresultaat als het doelpunt zelf.
Alleen fanatieke supporters zien dat niet zo. Zij zien alleen het eindresultaat. 5 seconden voor het laatste fluitsignaal. Bam …22-23, winningoal van ondergetekende. “We are the champions, my friend… ”
Ik word de “lokale wereldfaam” nog steeds intens gewaar als ik terug peins aan die eerste overwinning met gevolgen. Een eerste moment-de-gloire. Voor de eerste keer een steentje verlegd in de handbalbeek die de stroom ervan een beetje had omgebogen.

Die vergelijking met Humo bracht ook veel terug.
Zo lang ik het me kan herinneren viel die elke dinsdagmorgen trouw in de brievenbus. Kort nadien werd aan de ontbijttafel dan een gevecht gevoerd voor een eerste glimp van de laatste Cowboy Henk. Net zo lang tot ons vader het blad streng aan de kant legde zodat wij ons met lange tanden konden concentreren op een te hard gebakken zwarte pens met appelmoes. “Appelspijs met stukjes ” zei hij toen, al herinner ik me die toch eerder als gestoofde klokhuizen van te zure appels met bruine plekken.
Was het omdat ons ma die er week na week in lukte om dat aartsmoeilijke kruiswoordraadsel volledig op te lossen? Of was het omdat de paragraaf onkuisheid in de 7 hoofdzonden van bekende Vlamingen, me het elke week opnieuw inwreef dat ik eigenlijk een dikke seut was.
De gramschap, traagheid, gulzigheid, onkuisheid, en woede waren altijd pijnlijk herkenbaar.

Alleen van “Invidia” afgunst, nijd of jaloezie bleef ik gespaard.

Want jaloezie …. Dat is een compliment of een cadeautje dat verpakt zit in een een heel vies papiertje.
Helemaal anders dus dan een Humo in een doorschijnend papieren plastiekske.

Doe 5 minuten normaal

IMG_1737

Heeft vriendschap een reden? Een oorzaak en een doel?

Is ze heel tijdelijk en van korte duur of net blijvend en langerekt? Onvoorwaardelijk eerlijk dat ik er alles aan kwijt kan, zelfs al ben ik niet altijd trots op wat ik haar toe vertrouw? Of eerder doelmatig bewust en planmatig omdat ze me op de een of andere manier op dat moment van dienst kan zijn?
Voor eeuwig of voor lang?  Of loopt ze gewoon maar heel even mee? Even op hetzelfde pad omdat er net dat moment iets gemeenschappelijk is dat de genegenheid onderhoudt?
En neigt dat niet naar gebruikersvriendschap of hoeft dat niet noodzakelijk zo?

Als de aandachtsbalans niet altijd in evenwicht hangt, stel ik me tijdens zo’n mijmering wel eens de vraag of wat ik te bieden heb wel genoeg is om de band te onderhouden? Verslapt mijn aandacht en interesse niet te snel als er niet genoeg voor mij inzit. Of haak ik net langzaam af als ik denk te veel te geven voor wat ik er voor terug krijg?

Heeft vriendschap dan een periodieke revisie nodig? Een soort jaarlijks groot onderhoud om te zien of alle onderdelen nog wel op elkaar zijn afgestemd? Of hoeft dat niet? Mag de motor al eens sputteren. De kar voor een tijdje op stal?

En dan bedenk ik en dan weet ik….
Hen hoef ik niet dagelijks te zien of te horen om te weten of het goed en juist zit. Ze zijn er en zullen er zijn ook al heb ik geen benul waar ze op dit ogenblik mee bezig zijn. Een onverwachte ontmoeting of gepland bezoek behoeft geen aftastende introductie, gebruiksaanwijzing of leidraad. Ik verloor hun laatste brief en adres maar heb hun nummer nog …ergens nog op een bierkaartje.
Bij hen mag ik gewoon mijn onozele zelf zijn. Dat is gepermiteerd en normaal. Het dagelijkse mombakkens mag dan af want zij weten beter wie ik bent en waar ik voor sta. Soms beangstigend beter dan ikzelf.
Mocht ik me tegenover hen proberen beter of anders voor te doen dan ik ben, val ik onvoorwaardelijk door de mand. Ze zouden zeggen.. “Janneke doe eens 5 minuten normaal, je bent tegen mij bezig.”

Echte vrienden wordt wel eens gezegd kan je op één hand tellen en ik denk dat dat waar is. Sommigen ken ik een eeuwigheid, wonen achter de hoek anderen ken ik veel te kort en wonen langs de andere kant van de wereld waar nog Indianen huizen.

Maar bij hen hoef ik dan niet weg te mijmeren of weg te zakken in andwoordloze vragen dat is niet nodig want ze verwachten dat niet. Ze weten wel beter want zij kennen mij… soms beangstigend beter dan ikzelf en ze zeggen dan soms…

“Doe maar 5 minuten normaal, je bent tegen mij bezig”

Hautain…

 

truthcannon_verwaande_ongefilterde_humor_klembord-rad4d7f57dc5e4af78d5c97d78ef7411c_inck9_8byvr_324

Ja ik ben onzeker…

Beter… ik ben heel onzeker!

Erger …  ik snap er eigenlijk niks van!

Nog steeds niet.

Ik versta er het meeste van de tijd geen jota van. Het leven?

En dan zie ik me spartelen als een vis op het droge, happend naar wat houvast.

Je zou de illusie kunnen hebben dat wanneer ik me dan weer eens ogenschijnlijk gedecideerd, grof gebekt uitlaat en fors, kordaat standpunt inneem ik het allemaal wel weet.

Het is niet omdat ik “zwaarwoordig” probeer uit te pakken om je te imponeren dat ik niet onzeker zou zijn en dat ik de wijsheid in pacht zou hebben.

Het tegendeel is eerder waar.

Het is net omdat ik steeds de oorzaak zoek bij jou en volmondig commentaar geef over de manier waarop jij naar de dingen kijkt. Of beschimpend en neerbuigend ben over hoe jij je uitlaat dat ik mijn “niet weten hoe..”, leep probeer te maskeren.

Het is net omdat ik je, luid mijn stem verheffend probeer te overtreffen ik het juist niet over mijn kleine kantjes moet hebben.

Als ik je overtroef, moet ik niet in mijn kaarten laten kijken en kan ik me veilig verschuilen achter lange, dure woorden tirades zodat jij wel moet denken dat ik het allemaal wel wat beter zal weten.

Waarom?

Omdat ik dan de illusie even hoog kan houden.

En zo hoop dat je denkt dat ik sterker, slimmer, sluwer of bijdehandser ben dan jij maar eigenlijk ben ik onzekerder, banger en dommer dan jij omdat jij wel durft toegeven dat je het allemaal nog niet zo goed snapt.

Verdwaalde oude snaak

38697289_l-1200x480

… Als hij nog eens een goede dag heeft zegt hij op een manier zoals alleen hij dat kan:

 “ik denk dat ik al vergeten ben wat ik ben vergeten.”

… Het overgrote deel van de tijd dwaalt hij rond in verre gedachten en schudt hij de tijdzones van zijn leven door elkaar en maakt er een vreemde cocktail van.

 

“Hoe is’t met Nele?”

“Goed vader.. goed, met Nele is alles goed.”

… Meestal geen besef, notie of aandacht voor wat allemaal rond hem heen gebeurt. Maar soms even plots als onverwacht komt er een  scherp detail.  Over veel vroeger, alsof hij ons voor de gek houdt.  Dat zal ook wel. Hem kennende.

 

“Hoe is’t met Nele?”

 

… Hij mengt dromen, gedachten en herinneringen en zet ze meestal in de verkeerde volgorde. De inval van de Duitsers bij de opkomst van de kleuren televisie. De landing op de maan bij de bankencrisis van ’38. En dan wordt hij plotseling heel zenuwachtig omdat hij te laat gaat komen op zijn werk. ”

 

“Ik heb 45 jaar gewerkt en ik ben geen enkele dag te laat geweest en ik ben dat vandaag ook niet van plan…”

“Hoe is’t met Nele?”

“Goed,goed Vader met Nele is alles goed.”

 

… Dikwijls staart hij ogenschijnlijk emotieloos voor zich uit zoals een koe kijkt naar een voorbijrijdende trein. Maar als hij dan een paasei of taartje krijgt verschijnt die kinderlijke alles ontwapenende glimlach die de wereldvrede een handje zou kunnen toesteken.

 

“Waar is onze Jan?  Waar is ons ma? En Hoe is’t met Nele?”

“Goed, goed vader met Nele is alles goed.”

 

 

87 jaar vandaag deze oude snaak…

Ergens verdwaald in tijdzones…

de essentie vergeten…

zinloze details van veel vroeger scherp gezet…

met rustige vastheid verder dobberen…

op zijn gemakske…

Doe maar rustig verder… oude snaak…

gelukkige verjaardag pa.

Capture

Chanel Allure op een aap?

hqdefault

 

“Vind je een baard mooi?”

Had je deze vraag 10 jaar geleden gesteld aan de baardige Hipsters die vandaag trimmend en knippend hun dag beginnen, had de steekproef wellicht een ander statistisch resultaat vertoond dan vandaag.

Heden ten dage laat elke zichzelf aux-sérieux-nemende hipster zijn weelderige aangezichtsbeharing staan. Of hij deed het al of hij overweegt het.  Zelfs al is het eindresultaat soms bespottelijk lelijk.

Hoewel het laten staan van gezichtshaar volgens mij eerder een krampachtige poging is om stoer, agressief of dominant over te komen, doen weelderig ontspoorde knevels mij toch eerder denken aan primaten in al hun soorten. Misschien schuilt er in elke stoer overkomende baardaap wel een bange en onzekere Hipster die op zoek is naar zelfvertrouwen en bevestiging? Wie zal het zeggen?

Maar dat massahaar er is, is ontegensprekelijk een feit al is dat er allemaal natuurlijk niet vanzelf gekomen.

Zelf heb ik geen snor, sik of stoppel en heb ik niet de pretentie baarden laagdunkend te bekijken.  Evenmin wil ik de illusie wekken dat elke baardrager een bange wezel is die zoekende is naar zelfbevestiging.

Neen, ik neem me graag zelf als schietschijf.  Als ik s’ morgens voor de spiegel sta en mezelf voor dezelfde reden als waarom de baardman zijn haartjes trimt en knipt, weer spiegelglad scheer en me vervolgens bestuif met Chanel Allure is dit zeker ook geen toonbeeld van durf, zelfvertrouwen en zelfzekerheid.

Sterker nog, als ik dan een paar minuten later mijn haar minutieus in een net-uit-mij-bed-look kneed, zal dit wellicht evenzeer als plat, meegaand, met-de-hoop-mee kunnen bestempeld worden.

En dan kan ik niet anders dan me recht in mijn spiegelbeeld aan te kijken, om me de vraag te stellen of ik wel  bewust kies voor dat geurtje.  Of ik dat hemdje zelf wel leuk vind? Of die look? En of ik me die “keuzes” niet onbewust heb laten aanpraten door de wereld rondom mij. Om er bij te horen of om deel uit te maken van de kudde.

In de zoektocht naar mezelf en in gesprekken met specialisten wordt me dan op het hart gedrukt “mezelf te zijn”. Authentiek. Maar wat betekent dat dan precies, jezelf zijn?  En klopt het wel?

Want, of we nu knippen, trimmen, scheren, smeren of alles laten staan.  Hoeveel tijd en moeite we ook steken in het opsmukken van ons omhulsel, je bent zelf toch de enige die het resultaat nooit te zien zal krijgen. Tenzij in de spiegel. Maar is het beeld dat terugkijkt dan wel betrouwbaar? Wetende dat in het spiegelbeeld van mijn vrouw de linkerborst lager hangt dan de rechter, terwijl me dat in een face-to-borsten-gesprek, nog nooit was opgevallen.

Op dezelfde manier zou ik mijn karakter kunnen analyseren en relativeren.  Of ik zou die ene negatieve eigenschap kunnen uitvergroten tot een mega wereldprobleem.  Ik zou mijn doen en laten op dezelfde manier kunnen inspecteren als waarom ik me dagelijks benevel met Chanel Allure. Om op die manier, laagje per laagje afgepeld, tot de meest authentieke versie van  mezelf te komen.

Maar zou ik daar vrolijk van worden? Zou me dat vooruit helpen?  Of zou ik me met mijn pas ontdekte, excentrieke, authenticiteit niet net helemaal isoleren?

En dan bedenk ik maar…

Ik ben goed zoals ik ben.  Het beeld al dan niet een beetje ingekleurd door een reclamespot of een trend die ik 10 jaar geleden bespottelijk zou hebben gevonden.

Laat mij maar gewoon blijven wie ik ben.  Al dan niet met de illusie dat ik  met Chanel Allure op, er voor eventjes net zo uitzie als die bruin gebrande Italiaanse Adonis uit het reclamefilmpje.

Al wil dat nog niet zeggen dat als die Chanel -Man volgende keer met baard op die boot verschijnt ik  niet een ander geurtje zal kiezen om mijn broos en onzeker ego op te krikken, want met baard lijkt het toch maar een primaat?

 

 

M&M’s op het Paaseiland

IMG_1650

Gaat de wereld ten onder aan hebzucht, egoïsme en expansiedrang?”.

“Is veel nog wel genoeg?”

Ik sta er soms wel eens even bij stil. Bijvoorbeeld op een troosteloze zaternamiddag zoals vandaag wanneer ik doelloos naar het plafond staar. Een grote kom met kleurrijke paaseieren binnen handbereik.
Ik vraag me dan af of de immoraliteit van onverzadigbaar verlangen naar meer, of de absolute gulzigheid om alles voor ons zelf te willen niet meer en meer ingebed is in ons dagelijks Westers denken, doen en laten?
Kan dit gedrag dan verklaard worden door een soort van zelfbescherming tegen de onzekerheden van de toekomst? Als een soort van extreme uiting van overlevingsdrang waarbij we we ons dan onbewust afvragen of we überhaupt wel kunnen overleven als de anderen alles overdreven voor zich zelf houden. Als dit zo is wordt op die manier de hebzucht van een andere dan niet de grootste beperking van onszelf?
Zal er wel genoeg zijn?
In het geval van mijn slinkende hoeveelheid paaseieren ben ik allszins niet overtuigd van het tegendeel ! Ik pleit schuldig met voorbedachte rade.

Avarita of zonde van de mateloosheid! Het is des mensen en van alle tijden.

De Rapa Nui in de Stille Zuidzee, net voor de kust van Chili hadden er 1300 jaar
geleden al een vlaag van.
Toen, volgens de overlevering 2 families per kano voor de eerste keer voet aan wal zetten op het eiland, was dat weelderig begroeid met een ogenschijnlijk onuitputtelijke fauna en flora. Naar planten exotische vruchten en overvloedige zaden en bessen moest niet gezocht worden. In dat luilekkerland vlogen de gebraden kippen zomaar in de open monden.
Enige decenia later was het bevolkingsaantal op het Paaseiland toegenomen tot ongeveer 10000 zielen en werd alles net iets schaarser. Om aan de expansiedrang en grootheidswaanzin te voldoen werd het eiland vol stenen bouwwerken gezet en werd het helemaal kaal geplukt tot er geen boom meer restte om de afzichtelijke stenen koppen mee te transporteren. De beschaving ging in zijn onverdroten, hebzuchtig streven naar meer, hoger en groter, door hongersnood en kanibalisme nagenoeg helemaal ten onder.
En dan vraag ik me met een lege kom, zonder paaseieren, bezorgd af of het drama van het Paaseilend niet het voorprogramma was van een groter spectakel waarbij de wereldijskast smelt, de bomen verdwijnen en onze katchou botten niet langer zullen volstaan om onze voeten droog te houden.
Ik weet het niet maar gelukkig heb ik nog 2 grote zakken M&M’s. Voor vandaag heb ik nog net genoeg!

Bakvissen van 16 jaar.

Juli 1986. 16 jaar en 21 dagen lang alleen op weg, overgeleverd aan de brandende Portugese zon van Villafranca de Xira of all places.
Decor: Een internationaal handbaltoernooi voor u19. Een geïmproviseerde camping rond een immens openluchtzwembad. 2 duiktorens, ongevaarlijk hoog maar hoog en gevaarlijk genoeg om er met een bruin gebakken 16 jarig sportlijf, vrouwelijk blonde onschuld mee te imponeren. Sport en de eerste plaats. Dat was de ambitie. Op zijn minst. Dat was het doel. Daarvoor hadden we toch 36 uur lang opeen gepakt als een sardinne, op een bloedhete muffe bus gezeten.
Alle pubers van de wereld verzameld op een zakdoek rond een zwembad.
Tussen de handballijnen werden internationale oorlogen bevochten. S’ avonds werd onder de sterren tijdens kampvuren, op bonte openluchtfuiven of in groezelig gezellige restaurantjes vredesverdragen afgekondigd. Wereldpubers broederlijk verenigd. Behalve met den Duits want die bleven s’avonds ook nog fanatiek ambitieus, alleen afgezonderd met hun Sturm und Drang.
De Deense Vikings waren ook tot in Villafranca uitgezwermd en kwamen ongevaarlijk gewapend met koele carlsberg en” Lessons in Love van Level 42″ harten plunderen van nietsvermoedende Vlaamse bakvissen.
Als ik er nu op terugblik denk ik niet dat ik heel veel weerstand vertoonde op die houten dansvloer. Ik liet me makkelijk weerloos overmeesteren door ontwapende Deense kalververliefdheid.
De finale haalden we niet hoewel ik zeker wel al mijn handbalmachostreken uit de kast zal gehaald hebben om indruk te maken op mijn Lagartha Lobrok. Als ik het me goed voor de geest haal moeten we dat jaar ergens gestrand zijn op de derde plaats, maar dat was toen al niet meer van levensbelang. De Deense schone was dat toen zeker wel.

Dreams that we were building fade like footprints in the sand

De zomer sloop voorbij daar aan dat Portugese zwembad met de duiktorens, koele carlsberg en Level 42 en sterretjes aan een kampvuur.
Die zomer van 86 ik zou er altijd met een hele grote smile op terugblikken want een eerste zomerlief vergeet je toch niet.

33 jaar later. Als zolders van oude huizen worden opgekuist en kistjes met vergrijsde foto’s en briefjes gevonden of gezocht worden lees je na een paar muisklicks op google en facebook… “Yes I remember you clearly…” En heel even worden oude koeien en morantische herinneringen opgeturfd en fotootjes gedeeld. Weg dromend alsof het gisteren was.
Toen bleek ik ook al heel jong iemands “favorite” geweest te zijn maar ook een hartenbreker voor eventjes.

Lessons in Love…
Na de zomer van 86 zouden er nog veel volgen. Ik kan er ondertussen in doctoreren met permanent 2e zit.

Een fonkelend pretlichtje of een vochtige blik

verwachting

“Eerst een peinzende frons of een diep uitgegroefde denkrimpel dan pas een fonkelend pretlichtje of een vochtig trieste blik.”

Waarom verdwaal ik toch steeds in mijn lange, diepe geesteswandelingen?

Zetten ze me op weg zetten om juister, concreter doel te bepalen of houden ze me gevangen achter tralies van uitgesponnen toekomstige scenario’s die nooit zullen plaats vinden?

Remmen verwachtingen niet af en verengen ze de blik niet omdat ik dan net alleen maar door die bril kijk die me toont wat ik wil zien? De beelden beperkt door op voorhand ingekleurde gedachten. Al dan niet binnen de lijntjes?

En dan switch ik even snel naar het andere uiterste want in mijn zelf vervullende voorspelling zal straks precies uitkomen wat ik nu in gedachten heb. De toekomstige realiteit maakbaar gemaakt. Of niet?  Op hoop van zege.

En dan kan ik maar besluiten dat ik vandaag niet uit dit dilemma zal raken …

Wat ik wel weet is dat goed gezind in ’t leven staan me helpt. Dus laat dat voor vandaag mijn grootste doel zijn. Dat is haalbaar, daar kan ik voor vandaag gerust mee verder. Dat zal lukken.  Al moet wel gezegd dat die 4 nieuwe Demeyere kookpotten die vanmorgen mee geleverd werden met de nieuwe inductie kookplaat dat niet zo moeilijk maakt.

En voor den overschot ga ik vandaag rustig verder door de dag kabbelen om te ontsnappen uit mijn gevangenis van vooroordelen en gekleurde vermoedens en ga ik de verwachtingen voor vandaag maar verder laten voor wat ze zijn.

Dat is precies wat ik van deze dag nog verwacht…