Categorie: Autobiografisch

“Dobbel-Fluppe” en pretlichtjes.

Capture

“Had jij dan echt een probleem?”

In mijn geval werd het maar pas een probleem op het ogenblik dat ik zelf vond dat het er één geworden was. Enkel dan lag de oplossing binnen handbereik.

Wanneer is een peer plukrijp? Als ze geblutst en gehavend op de grond ligt en te beurt kan vallen aan knagend ongedierte? Of net ervoor, als ze nog blozend en flirtend met de zwaartekracht aan de takken hangt? Moeilijke vraag!

Het kostte me in die tijd heel veel moeite om s’ avonds in de spiegel te kijken. Om mijn zielenrust niet te verstoren vermeed ik hem dan ook het meeste van de tijd. Omdat ik nooit zeker wist of mijn ogen nog wel zouden terug kijken of ze eerder, de confrontatie vermijdend, hun blik gingen afwenden.

Af en toe vond ik wel wat gegeneerde durf. Dan stond ik me starend in de diepte van mijn ziel af te vragen hoe het verder moest omdat het langzaam duidelijk werd dat mezelf nog langer bedriegen nutteloos geworden was. Gemakkelijk maar nutteloos.

Ik was dapper meester in problemen naar morgen door te schuiven. Elke avond opnieuw zou de wereld er morgen anders uitzien. Morgen zou het me wel lukken. Vast en zeker wel.  Alleen, elke morgen kwam ik er gemak-drank-zuchtelijk achter dat die telkens opnieuw gevolgd wordt door een andere morgen waarop het dan ook nog kan. Alleen hij kwam er nooit.

Telkens opnieuw, dag na dag zag ik mezelf in mijn spiegelbeeld verdwijnen alsof het er niet was. Misschien was hij er tot dan toe zelfs nog nooit geweest. Ik wou hem zoeken en vinden.

Vandaag, bijna 4 jaar later kijkt hij me ietwat trots recht in de ogen aan. De blik fors en vastberaden, misschien ietwat arrogant. Hij kijkt niet weg want in de, ondertussen vertrouwde blik, zitten pretlichtjes verstopt. Ze kwamen gaandeweg, schoorvoetend voorzichtig op de hoede. Toen ze zeker waren niet te zullen weggespoeld worden door zelfbeklagerige waterlanders. In het zonlicht vallen ze nauwelijks op omdat ze dan overbodig en niet van doen zijn maar op maanloze nachten wijzen ze als vuurvliegjes de weg die misschien wel ergens naar toe leidt.

Ik hou het vast en vol. Elke dag opnieuw vandaag! En morgen? Dat bezie ik nog wel.

Alle gemiste kansen, elk gebroken hart, al die verloren vriendschappen en beschaamd vertrouwen.  Elke vlucht vooruit…

Vandaag doen ze er allemaal toe omdat ze nodig waren om mijn peer te laten rijpen. En dan is het van geen nut te weten of ze al van de boom gevallen was of nog aan de tak hing te flirten met de zwaartekracht, wachtend op een bluts of rotte plek.

Maar neem het van mij aan als je wil ’t zijn “Dobbel-Fluppe” als ge niet moet knabbelen!

Kleverige zomernacht

_vla016200701ill0262

25 km aan 6 of 7 km per uur. Wat is dat? Wat stelt dat voor? 3 à 4 uur door malen met vlotte tred. Dat gaat toch wel lukken? Als ik dat al niet meer kan?

Die dodentocht van volgende maand? 100 in één trek door?  Dat bezie ik nog wel.  Maar als het lijf een beetje meewil en als ik de blaren niet door mijn zolen trap, doe ik dat ook wel. Desnoods alleen op karakter.

Zoals het eigenlijk altijd wel het geval is met dit soort van uitdagingen, begon ik redelijk impulsief en overmoedig aan mijn mars.

Met de veters van mijn bestofte, waterdichte stappers strak aangespannen, vatte ik mijn dodentochtje aan. De fles ijswater, die me tijdens mijn footing wat verkoeling had moeten brengen stond nog onaangeroerd in de deur van de ijskast.  Vergeten door mijn overmoedige geestdriftigheid. De smartphone die me wat muzikale verstrooiing had kunnen brengen, lag nog op het aanrecht in de keuken energie te tanken.

De eerste km maalde ik zeker af tegen 8 km per uur.  Het asfalt schoof gezwind onder mijn versleten stapschoeisel door en ik waande me de Usain Bolt van de wandelclub.

Achter een dichtbegroeide bocht op de Scheldedijk kwam ik een geoefende wandelaar tegen, strak in een modieuze spandex.  Uit zijn rugzak kwam een zuigpijpje dat hem voorzag van het nodige frisse vocht wanneer hij er de behoefte voor had. Met het ritmisch getik van zijn  Nordic-Walking-Sticks deed hij net alsof de Noordpool moest bezworen worden. “De uitslover.”

Iets verder dan halverwege, plakte de droge hitte aan mijn T-shirt en schuurde het witte zout mijn tepels tot gerookt vlees. Waarom was ik hier aan begonnen? Wat ging ik precies weer bewijzen?  Voor wiens Heiligen deed ik dit?

De zon had mijn snuit omgetoverd tot een rode pioen. Mijn mond was kurkdroog en mijn gedachten dwaalden af naar die fles ijswater die nog in de deur van de ijskast stond.

Ik slofte puffend verder, de grassprieten tellend die ik onder mijn verhitte voetzolen plat walste.  Nog 4-500 meter en ik kon even bijtanken in de kroeg waar ik vroeger meermaals de wereld had verbeterd.

“Daar se, wie dat er hier binnenvalt?  Op wandel? ’t is er ’t weer voor jong.  Nog altijd even zot als vroeger precies? Wat drink je?  Pintje?”

“Nee nee, geef maar een grote Spa, met ijs.  In een Duvel-glas.”

“Water, jong? Dat dient om de auto te wassen of om te schuren.  Pakt u een frisse pint, jong. Eentje kan toch geen kwaad zeker? ’t zal u deugd doen.”

“Patron geef “stapmans” hier eens een halve liter van mij, en zet die maar op mijn rekening.”

Die grote pint stond me lichtjes aangedampt en fris bepareld, schuimend en uitdagend aan te staren.

“Eentje kan toch geen kwaad?”

Bijna 4 jaar was het geleden dat ik mijn laatste pint had gedronken.  Noodgedwongen. Omdat ik het goedje niet meer onder controle had.  Te veel, te snel.  Recht naar de dieperik. Vastberaden was ik gestopt omdat ik op het punt had gestaan alles te verliezen dat me dierbaar was. Hebben en houwen, weggespoeld onder de tapkraan.

“Eentje kan toch geen kwaad zeker?”

Mocht ik mezelf dan niet eens belonen? Bijna 4 jaar lang was ik gestopt?  Ik wist nu toch hoe dat moet, stoppen? Ik moest, als een volwassen verantwoorde man nu toch wel een pintje kunnen drinken, of 2?

“Eentje kan toch geen kwaad? Of 2-3?”

Was het de overmoed waarmee ik de dag had aangevat? Was het de verschrikkelijke dorst?  Ik weet het niet….

Uren later. 10 tallen pinten later. De schaamte, het zelfbeklag, de teleurstelling, het gelal en de zattigheid waren terug en het voelde even ongepast vertrouwd alsof ze nooit waren weggeweest…

Alles was in één moment van zwakte weggeveegd.

“Eentje kon toch geen kwaad? Of 10-15? 20?”

Nog tevoren nooit had ik me zo’n loser gevoeld.

Wat ging Nele zeggen?  Hoe gingen de kinderen reageren.  Ik voelde me moederziel alleen en raakte in paniek….

 

De krijsende zwarte vogels die verstoppertje  spelen in de dakgoot halen me abrupt uit mijn koortsachtige slaap.

Een straal ochtendlicht stroomt langs de halfopen velux binnen. Ik kijk angstig opzij en zie Nele vredig slapen.  Vrijend met haar donsdeken en ik haal opgelucht adem.

De akelige droom die ik nog proef, beukt er hard in en doet me beseffen dat het nooit zal stoppen en dat is ok.  Het houdt me scherp en alert.

Met water kan je auto’s wassen en tegels schuren maar met het uitdrinken is echt niets mis.

Sommige mensen doen dat omdat het niet anders kan.  Of omdat ze niet anders meer willen of kunnen.

Zolang ik de scherpte maar niet verlies,  desnoods door een akelige droom tijdens een kleverige zomernacht.

Egel zonder stekels.

Liggend-naakt-tekening-opus-09t16

“Als er iets is wat je echt zou willen doen? Gesteld dan, dat alles mogelijk was. Wat zou je dan gaan doen?  Waar zou jij de dagen mee vullen? Waarvoor zou jij kiezen?”

En ze keek me afwachtend zwijgend aan.

De stilte die ik uitsprak portretteerde me heel naakt en bloot.  Ik wist het niet. Mijn fantasie liet me in de steek want en ik kon geen enkel zinnig antwoord uitdenken op de eenvoudige vraag die zo levensbelangrijk is.

“ Wat wil ik doen dat ik het zo leuk vind dat ik het de hele dag zou willen doen?”

Die vragende frons waarmee ze me bezorgd aankeek inspecteerde mijn onwetendheid en ik meende een glimp van niet gespeelde compassie op te merken.

Was het haar oprechte bezorgdheid die me deed ontwaken om de queeste naar mezelf aan te vatten?  Ik weet het niet helemaal zeker en het doet er nu niet veel toe.  Ik gok wel dat ze me met die ene alles omvattende vraag had wakker gemaakt.  Alsof het warme donsdeken waarin ik lui was weg gesoesd plots, compleet onverwacht van mijn slapende lijf werd weg gerukt zodat ik bibberend koud en onbedekt achterbleef als een kale egel. Ontstekeld en onbeschut.

Nu, nadat de mist is opgetrokken zou ik antwoorden: “Ik wil schrijven. Verhaaltjes.  Over mezelf. Ik wil het spoor bijster raken in de wereld van mijn fantasie. De wereld van mijn emoties en gedachten. En dan wil ik me ontdekken en verbaasd staan kijken wie ik bezig ben te worden. Ik wil me laten wankelen en doen omvallen.  Om dan opnieuw gedecideerd recht te krabbelen. Mezelf verwarren, om dan te zien dat al wat ik zo zorgvuldig heb uitgedacht als een kaartenhuis omver wordt geblazen om het later opnieuw te proberen. Op een andere manier. Juister…  hopelijk.”

“Niet voor al die mensen die me beschimpen of betwijfelen maar voor mezelf.  Voor mijzelf.  De vertrouwde controle een beetje gelost, om zo bewust en nieuwsgierig af te dwalen van het bekende pad om te ontdekken wat er nog allemaal is.”

“En ook een beetje om te tonen dat ik misschien iets kleins, leuk of grappig pakkend te vertellen heb. Dat er nog een pijl op mijn boog zat. Tegen mensen die het willen horen.

Vertelseltjes zonder pretentie of ambitie, gewoon verhaaltjes over dingen die me bezighouden. Dingetjes, fait divers om even bij weg te dromen”

Daarvoor dop ik elke week met plezier mijn pen in de inktpot om dan met veel krulletjes uit te leggen dat ik graag een kale naakte egel ben omdat ik mijn stekels niet meer zo nodig heb… Hopelijk word ik niet platgereden.

Gisteren en morgen in vandaag.

IMG_1109

Als ik eens…
Had ik maar..
Wanneer ik later…

Vaak begint terugblikken op wat voorbij is of vooruitkijken naar wat nog moet komen met deze oncontroleerbare gedachten. Had ik maar… Wat als?

In die gedachtenwereld glijd ik dan soms weemoedig of vervuld van spijt, vol zelfbeklag af in scripts van mijn oude films. In zwart witt prenten vol romantische scenes en spannende verhaallijnen word ik mee genomen met oude bekende figuranten. De acteurs zeggen of doen steeds verkeerde dingen, want zo gaat dat in zwart-wit films maar op het einde komt altijd alles goed. Af en toe krijg ik de hoofdrol of figureer ik op de achtergrond, onbelangijk.
Op die nachtelijke hersenwandelingen dwaal ik dan af in een geschiedenis die ik wil herschrijven. Ik zou dan liefst het draaiboek van het filmscript veranderen terwijl die al in de zaal wordt gedraaid.

Scene 8: “Jan doet stomiteiten. 23 jaar” / take 7. CUT!

Wanneer ik mezelf dan niet eens vastrijd in een voltooid, verleden geschiedenis zit ik wel strop in onrealistisch veel te ambitieuze toekomstplannen.
In mijn, als-ik-straks-euromilions-win-scenario haal ik dan mezelf scherp voor de geest. Ergens dichtbij een hagelwit strand, dobberend op een bootje. Vislijn of hangmat binnen handbereik. Jij loopt of hangt daar ook wel ergens rond slurpend aan fris drankje, bloemenkrans rond je nek.

Deed ik het allemaal wel een beetje goed of juist?
Zat er niet meer in? Had ik niet beter dit …. of zal ik later, als ik een beetje groter en wijzer ben niet beter?

Vandaag, 20, 30 of 40 jaar later, net ontwaakt uit mijn romantische-zielen-droom en neer gedaald tot de realiteit van de dag, ken ik sommige antwoorden wel al beetje maar vraag ik me af of de vragen er nog wel toe doen?
Laat je een herstelde achilleshiel niet best ongeroerd wanneer hij eens pijnlijk opspeelt als het weer verandert. Als er onweer voorspeld wordt.

Ben ik er wel gebaat mee alle antwoorden te kennen?
Zou ik dan? Zouden we dan? Zal ik dan op een andere manier… ?

En dan bedenk ik me dat afdwalen in mijn gedachten me maar afleidt van waar het moet over gaan en dat is vandaag. Nu. Het moment. Nu is het te doen.
Ik speel wel met de kaarten die me zijn toebedeeld. Abondance of miserie op tafel. En als er niemand vraagt, ga ik wel alleen… voor 5, de overslag meegenomen.

De geschiedenis is geschreven en verandert niet meer tenzij in slechte amerikaanse jaren 80-films met Marty Mcfly en Doc Brown.  De toekomst? Dat zien we nog wel.
Maar wacht, als ik morgen de lotto win. Als ik straks in pensioen ben…of als ik later wanneer ik eindelijk groot ben … dan…   dan misschien?
Je zal wel zien….

Humo in een plastieken papierke.

IMG_1744

Vorige week, op de kermis zei hij compleet uit de context van het gesprek dat aan de gang was: “Ik zag net dat je weer een Hersenspinseltje geschreven hebt. Ik heb het nog niet gelezen. Dat doe ik straks of morgenvroeg zeker wel maar het maakt me nu al blij, curieus en een beetje opgewonden. Een beetje zoals een nieuwe Humo die nog verpakt zit in het plastieken papiertje.”

Het onverwachte compliment over mijn nieuwste A4tje voelde net zo aan als de schouderklopjes die ik ooit kreeg. In een vorig leven. Toen de late winninggoal beslissend bleek voor promotie naar de hoogste afdeling.
Ik kan het beeld en de emotie nog scherp terughalen.
Trots, euforisch maar ook bescheiden relativerend. Want die laatste pass, die me oog in oog zette met de doelman was minstens zo bepalend geweest voor het eindresultaat als het doelpunt zelf.
Alleen fanatieke supporters zien dat niet zo. Zij zien alleen het eindresultaat. 5 seconden voor het laatste fluitsignaal. Bam …22-23, winningoal van ondergetekende. “We are the champions, my friend… ”
Ik word de “lokale wereldfaam” nog steeds intens gewaar als ik terug peins aan die eerste overwinning met gevolgen. Een eerste moment-de-gloire. Voor de eerste keer een steentje verlegd in de handbalbeek die de stroom ervan een beetje had omgebogen.

Die vergelijking met Humo bracht ook veel terug.
Zo lang ik het me kan herinneren viel die elke dinsdagmorgen trouw in de brievenbus. Kort nadien werd aan de ontbijttafel dan een gevecht gevoerd voor een eerste glimp van de laatste Cowboy Henk. Net zo lang tot ons vader het blad streng aan de kant legde zodat wij ons met lange tanden konden concentreren op een te hard gebakken zwarte pens met appelmoes. “Appelspijs met stukjes ” zei hij toen, al herinner ik me die toch eerder als gestoofde klokhuizen van te zure appels met bruine plekken.
Was het omdat ons ma die er week na week in lukte om dat aartsmoeilijke kruiswoordraadsel volledig op te lossen? Of was het omdat de paragraaf onkuisheid in de 7 hoofdzonden van bekende Vlamingen, me het elke week opnieuw inwreef dat ik eigenlijk een dikke seut was.
De gramschap, traagheid, gulzigheid, onkuisheid, en woede waren altijd pijnlijk herkenbaar.

Alleen van “Invidia” afgunst, nijd of jaloezie bleef ik gespaard.

Want jaloezie …. Dat is een compliment of een cadeautje dat verpakt zit in een een heel vies papiertje.
Helemaal anders dus dan een Humo in een doorschijnend papieren plastiekske.

Hautain…

 

truthcannon_verwaande_ongefilterde_humor_klembord-rad4d7f57dc5e4af78d5c97d78ef7411c_inck9_8byvr_324

Ja ik ben onzeker…

Beter… ik ben heel onzeker!

Erger …  ik snap er eigenlijk niks van!

Nog steeds niet.

Ik versta er het meeste van de tijd geen jota van. Het leven?

En dan zie ik me spartelen als een vis op het droge, happend naar wat houvast.

Je zou de illusie kunnen hebben dat wanneer ik me dan weer eens ogenschijnlijk gedecideerd, grof gebekt uitlaat en fors, kordaat standpunt inneem ik het allemaal wel weet.

Het is niet omdat ik “zwaarwoordig” probeer uit te pakken om je te imponeren dat ik niet onzeker zou zijn en dat ik de wijsheid in pacht zou hebben.

Het tegendeel is eerder waar.

Het is net omdat ik steeds de oorzaak zoek bij jou en volmondig commentaar geef over de manier waarop jij naar de dingen kijkt. Of beschimpend en neerbuigend ben over hoe jij je uitlaat dat ik mijn “niet weten hoe..”, leep probeer te maskeren.

Het is net omdat ik je, luid mijn stem verheffend probeer te overtreffen ik het juist niet over mijn kleine kantjes moet hebben.

Als ik je overtroef, moet ik niet in mijn kaarten laten kijken en kan ik me veilig verschuilen achter lange, dure woorden tirades zodat jij wel moet denken dat ik het allemaal wel wat beter zal weten.

Waarom?

Omdat ik dan de illusie even hoog kan houden.

En zo hoop dat je denkt dat ik sterker, slimmer, sluwer of bijdehandser ben dan jij maar eigenlijk ben ik onzekerder, banger en dommer dan jij omdat jij wel durft toegeven dat je het allemaal nog niet zo goed snapt.

Bakvissen van 16 jaar.

Juli 1986. 16 jaar en 21 dagen lang alleen op weg, overgeleverd aan de brandende Portugese zon van Villafranca de Xira of all places.
Decor: Een internationaal handbaltoernooi voor u19. Een geïmproviseerde camping rond een immens openluchtzwembad. 2 duiktorens, ongevaarlijk hoog maar hoog en gevaarlijk genoeg om er met een bruin gebakken 16 jarig sportlijf, vrouwelijk blonde onschuld mee te imponeren. Sport en de eerste plaats. Dat was de ambitie. Op zijn minst. Dat was het doel. Daarvoor hadden we toch 36 uur lang opeen gepakt als een sardinne, op een bloedhete muffe bus gezeten.
Alle pubers van de wereld verzameld op een zakdoek rond een zwembad.
Tussen de handballijnen werden internationale oorlogen bevochten. S’ avonds werd onder de sterren tijdens kampvuren, op bonte openluchtfuiven of in groezelig gezellige restaurantjes vredesverdragen afgekondigd. Wereldpubers broederlijk verenigd. Behalve met den Duits want die bleven s’avonds ook nog fanatiek ambitieus, alleen afgezonderd met hun Sturm und Drang.
De Deense Vikings waren ook tot in Villafranca uitgezwermd en kwamen ongevaarlijk gewapend met koele carlsberg en” Lessons in Love van Level 42″ harten plunderen van nietsvermoedende Vlaamse bakvissen.
Als ik er nu op terugblik denk ik niet dat ik heel veel weerstand vertoonde op die houten dansvloer. Ik liet me makkelijk weerloos overmeesteren door ontwapende Deense kalververliefdheid.
De finale haalden we niet hoewel ik zeker wel al mijn handbalmachostreken uit de kast zal gehaald hebben om indruk te maken op mijn Lagartha Lobrok. Als ik het me goed voor de geest haal moeten we dat jaar ergens gestrand zijn op de derde plaats, maar dat was toen al niet meer van levensbelang. De Deense schone was dat toen zeker wel.

Dreams that we were building fade like footprints in the sand

De zomer sloop voorbij daar aan dat Portugese zwembad met de duiktorens, koele carlsberg en Level 42 en sterretjes aan een kampvuur.
Die zomer van 86 ik zou er altijd met een hele grote smile op terugblikken want een eerste zomerlief vergeet je toch niet.

33 jaar later. Als zolders van oude huizen worden opgekuist en kistjes met vergrijsde foto’s en briefjes gevonden of gezocht worden lees je na een paar muisklicks op google en facebook… “Yes I remember you clearly…” En heel even worden oude koeien en morantische herinneringen opgeturfd en fotootjes gedeeld. Weg dromend alsof het gisteren was.
Toen bleek ik ook al heel jong iemands “favorite” geweest te zijn maar ook een hartenbreker voor eventjes.

Lessons in Love…
Na de zomer van 86 zouden er nog veel volgen. Ik kan er ondertussen in doctoreren met permanent 2e zit.

Een fonkelend pretlichtje of een vochtige blik

verwachting

“Eerst een peinzende frons of een diep uitgegroefde denkrimpel dan pas een fonkelend pretlichtje of een vochtig trieste blik.”

Waarom verdwaal ik toch steeds in mijn lange, diepe geesteswandelingen?

Zetten ze me op weg zetten om juister, concreter doel te bepalen of houden ze me gevangen achter tralies van uitgesponnen toekomstige scenario’s die nooit zullen plaats vinden?

Remmen verwachtingen niet af en verengen ze de blik niet omdat ik dan net alleen maar door die bril kijk die me toont wat ik wil zien? De beelden beperkt door op voorhand ingekleurde gedachten. Al dan niet binnen de lijntjes?

En dan switch ik even snel naar het andere uiterste want in mijn zelf vervullende voorspelling zal straks precies uitkomen wat ik nu in gedachten heb. De toekomstige realiteit maakbaar gemaakt. Of niet?  Op hoop van zege.

En dan kan ik maar besluiten dat ik vandaag niet uit dit dilemma zal raken …

Wat ik wel weet is dat goed gezind in ’t leven staan me helpt. Dus laat dat voor vandaag mijn grootste doel zijn. Dat is haalbaar, daar kan ik voor vandaag gerust mee verder. Dat zal lukken.  Al moet wel gezegd dat die 4 nieuwe Demeyere kookpotten die vanmorgen mee geleverd werden met de nieuwe inductie kookplaat dat niet zo moeilijk maakt.

En voor den overschot ga ik vandaag rustig verder door de dag kabbelen om te ontsnappen uit mijn gevangenis van vooroordelen en gekleurde vermoedens en ga ik de verwachtingen voor vandaag maar verder laten voor wat ze zijn.

Dat is precies wat ik van deze dag nog verwacht…

Een zoute pretzl, streepjespistes en vierkante patatten.

streepjes

“En, hoe was ‘t?”  Die vraag had ik natuurlijk verwacht want telkens ik één of meerdere dagen van huis ben geweest krijg ik die steevast voorgeschoteld. “Hoe was ‘t?”

En dan wil ik het liefst honderduit vertellen…

Over de laatste onrustige nacht voor ons vertrek toen ik lijstjes overliep van al het geen zeker mee moest en zeker niet mee mocht.

Over welke reisweg we zouden gaan nemen. Waar we zouden stoppen voor eerste koffie en voor de laatste door het werk betaalde tankbeurt. En of de meegezeulde kussens, knuffels en donsdekens het zicht in mijn achteruitkijkspiegel niet zou belemmeren.

Dan wil ik enthousiast vertellen over hoe ik telkens opnieuw als een kind in vervoering raak van de eerste eeuwig besneeuwde bergtoppen die in de verte uit de horizon oprijzen eens de grens van Oostenrijk gepasseerd is.  En hoe zeer ik wel door de ruwe schoonheid en ogenschijnlijk tegenstrijdige rust van de bergen geraakt word.

Over de chalet die ruim gezellig is en welke een prachtig uitzicht geeft over het dal maar waar zoals steeds, in de keukenschuiven ervan, geen enkel scherp aardappelmesje te bespeuren valt zodat de patatten op een vreemd soort manier vierkant geschild zullen worden.

Over de drukte zonnekantpiste die van uit de eitjeslift gezien, lijkt op een kleurrijke mierenkolonie die in harmonieuze slierten naar beneden stroomt. Of over de nauwkeurig evenwijdig-gerolde-streepjes-pistes die kraken onder de latten en de  juiste veilige weg tonen naar de volgende stoeltjeslift.

En dan spreek ik nog  niet over de zwierige elegantie waarmee de jongste al naar beneden sjeest.  De eerste uren weliswaar nog voorzichtig breed pistig  maar eens het vertrouwen herwonnen in mijn ogen al veel te roekeloos voor mijn ouder wordende knoken

Of over de blozend bevroren kaken die luid meebrullen met Anton aus Tirol en die tegelijkertijd knabbelen aan een  zout gebakken, achtvormige pretzel  terwijl ze slurpen van hete, veel te duur betaalde waterachtige chocolademelk.

Over de kleinere en grotere ergernissen die nu eenmaal gepaard gaan met samenleven met een niet alledaags gezelschap met net iets andere dagelijkse gewoonten, wil ik het niet hebben omdat ze al vervaagd zijn.  Al zeuren de vragen “Wat is de code van de wifi en heb je mijn filmpjes al gezien” nog wel even na.

Maar ik kom niet veder dan “ goed, goe weer en goe van eten…”

Alfaversie en wolkenverf

 

 

43120425-zwarte-schoenen-heeft-een-beslissing-te-maken-op-het-kruispunt--succes-of-falen

“Soms denk ik dat ik nooit echt zeker zal weten wat ik kan of zal worden”.  Zo’n existentiële bekentenis komt vaak op een moment dat je het niet verwacht. In ons geval, in de file.  Tijdens de spits, bumper tegen bumper.  In gedachten was ik al volop aan de slag met rijst, kip en al die andere ingrediënten die Jeroen Meus gisteren tot een smakelijk éénpansgerecht had omgetoverd.

20 jaar wordt hij in mei en hij denkt na over de dingen en over zijn toekomst. Soms vaker en veel dieper dan dat ik het in de gaten heb of dan dat ik het verwacht.  Meestal praat hij honderduit over chillen en feesten, lang slapen en festivals, bier-pong of andere belangrijke bezigheden. En daar ben ik blij om, omdat zorgeloos genieten toch iets is waar je hen het liefst van al mee bezig ziet. Een beetje angstig ook, omdat ik mijn eigen fratsen niet vergeten ben. Is het daarom dat die ontboezeming me toch eventjes uit mijn lood sloeg?

“Waarom zeg je dat?” pols ik voorzichtig.

“Gewoon, omdat ik niet zeker ben of het geen ik nu aan het doen ben wel is wat ik wil doen”.  “Omdat ik niet echt weet wat ik kan, waar ik goed in ben, wat ik wil of wat ik echt leuk of interessant vind”.  “Soms zie ik mezelf als kok omdat ik dat wel graag doe, dan weer zie ik me met jonge gasten aan de slag en weet je vader, dan weet ik het allemaal niet jong. Ik denk dat ik gewoon wel wat schrik heb om fouten te maken of om te mislukken of om mensen te ontgoochelen.”

De manier waarop hij het zegt zetten mijn gedachten in beweging om ze te laten af te dwalen naar de alfaversie van mezelf. De alfaversie want dat is wat ik ben. Functioneel ok, maar lang nog niet stabiel genoeg om in productie te gaan. De crashtest zou ontegensprekelijk fundamentele tekortkomingen aan het licht brengen die mogelijks gevaarlijke situaties tot gevolg zouden kunnen hebben.  Mist relevante ervaring om ten alle tijden een betrouwbare oplossing te bieden! Voorlopig ongeschikt als sluitstuk! Veelbelovend maar ondermaats! Klaar voor bètarelease zou de eindconclusie kunnen zijn.

En dan vraag ik me af of ik mijn onzekerheden en twijfels niet onbewust op hem projecteerde en of zijn denkbeeldige voelsprieten me niet meer besnuffelden of meer detecteerden dan wat zichtbaar en tastbaar is. Ik vertel hem dat niet omdat het waarschijnlijk niet helemaal klopt maar omdat ik het wellicht meer als excuus zie om eigen kleine kantjes goed te praten.

Zulke gesprekken hebben we tegenwoordig vaker en dan wil ik die aan de gang houden omdat het mijn vaderhart deugd doet. Omdat hij me blind vertrouwt en me toelaat in de donkere kleine kamers van zijn broosheid  en onzekerheid. Mijn vader ijdelheid wordt dan met dons gestreeld en met rozige wolkenverf gekleurd.

En dan stel ik hem gerust en druk ik hem op het hart dat ik het ook niet weet of wist en dat zijn soortgenoten en voorgangers het ook niet wisten of weten. Dan vertrouw ik hem toe dat ervaring, wijsheid en gemoedsrust  maar een hoge toren is die van uit de grond wordt opgericht met pogingen, talloze mislukkingen, honderd onmiskenbare fouten en duizend te vermijden teleurstellingen.

En dan lacht hij en zegt hij: gaan we nu ene drinken want je begint te zagen?

Een nieuwe BH, wereldvrede en een metershoge Tsunami

verschil-communicatie-patronen-61267457

“Kijk eens goed.  Wat zie je?”: vroeg ze plots nogal op indringende toon. Een beetje zoals in een kruisverhoor. Althans, zo kwam de onschuldige vraag binnen.

“Ik zie jou, denk ik”: antwoordde ik aarzelend veilig, maar met net genoeg besef dat mijn antwoord een dikke onvoldoende zou opleveren mocht dit een overhoring zijn.

“Neen, neen dat bedoel ik niet. Wat zie je echt?  Kijk even rond en wat zie je? Wat valt je op? Wat trekt je aandacht. Wat vind je mooi?”

Was het de onverwachte vreemde vraag die me uit mijn lood sloeg of was het de plotse interesse die me een ongemakkelijk gevoel bezorgde? Iets leek me te waarschuwen dat ik op mijn qui-vive moest zijn. Dit was niet zo maar een vraag. Dit was een goed gecamoufleerde valkuil.  Ik was de nietsvermoedende prooi die straks de takken onder zijn poten zou voelen wegzakken. De ultieme relatietest? De toets waarop gelijk welk antwoord het foute zou zijn. Elke repliek, naast de kwestie.

Even bekroop mij het gevoel dat wat ik ook zou verklaren, bepalend kon zijn voor onze relatie, onze toekomst, de opwarming van de aarde en de wereldvrede.

De Neo-Cortex draaide plots op volle toeren en verwerkte de beschikbare informatie in een verschroeiend tempo.  In een nanoseconde werd een stuntelige afweerstrategie beraamd.

“Ga je bijdehand doen? Ga je me straks mijn mannelijkheid verwijten of zo?  Heb je een nieuw kapsel of nieuwe mascara en heb ik dat over ‘t hoofd gezien? Een nieuwe BH? Gelaserd, misschien? Afgevallen?”

Die laatste 2 vragen lagen klaar om afgevuurd te worden maar die heb ik, olie op vuur vermijdend niet gesteld.

De ongepast agressieve toon van mijn repliek moest iets losgemaakt hebben want ze ging, zelf helemaal niet op haar qui-vive, rustig en ontwapenend verder.

“Maar nee. Help me eens even. Speel nu eens mee!  Ik zou zo graag een punt maken maar dat lukt alleen als je even meewerkt. Wat zie je rondom jou?”

Ik was al iets meer op mijn hoede en al iets geruster dat we na mijn antwoord niet zouden overspoeld worden door een metershoge tsunami en wrong me handig in een ongemakkelijke bocht om iets te prevelen dat leek op een geïnteresseerd antwoord. “Heum. Wat ik precies zie? In volgorde van belangrijkheid?  Of doet dat er niet toe?”

“… Dat doet er niet toe… Komaan… wat valt je op?

“Ik zie een bruine tafel. 6 stoelen en een bij passende dressoir. Op de tafel staat een witte orchidee en er liggen 6 beige onderleggers te wachten tot er nog eens volk komt eten. De dressoir is voorzien van 2 glazen schuifdeuren.  Achter de schuifdeuren zie ik 2 leggers waarop boeken zijn uitgestald. Van klein naar groot. Ik zie foto’s van de familie. 

Rechts zie ik een beige leren salon, opgesplitst in een 2-en 3-zit. Flatscreen 120 op 50cm denk ik, te duur betaald trouwens, dat vind ik nog steeds.  De flatscreen staat op een Ikea kastje dat veel te snel in elkaar is gesmeten en daarom 2 krassen vertoont.  Leuke lichtjes. Links, splinternieuwe gordijn …the wave toch? Zo noemde die verkoper dat gordijn toch he.  The wave? Design 1-zit. Keuken, 6 barkrukken, netjes. Modern design, greeploze kasten. Ziet er duur maar is het niet. Functioneel. Praktisch.   Ziezo, dat is het zo wat denk ik. Ben ik er door?”

“Weet je wat ik zie,?” Vroeg ze mysterieus, mijn antwoord niet afwachtend.

“Ik zie… ik voel mijn thuis… mijn haven. Ik voel gezelligheid, warmte en liefde.  Rust ook.  Ik ruik de kaarsen die ik daarstraks aangestoken heb.  Die waren je trouwens niet opgevallen want je hebt ze niet vermeld in je opsomming. En ik zie ons volgende etentje met leuke mensen en dan fantaseer ik wat we zullen eten en drinken en waarover we het allemaal zullen hebben. Ik zie ons oud worden in dit huis. Zo voel ik het aan.”

“…Ben je nu helderziende geworden. Madam Solange? Zie jij dat dan allemaal? “: onderbrak ik haar bruut en een beetje onbeleefd.

“…Wat ik je eigenlijk wou zeggen is dat het allemaal niet zo belangrijk is.  Het is niet zo belangrijk wat je ziet of hoe je het ziet.  Wat essentieel is, is dat zelfs wij op een verschillende manier naar hetzelfde kijken. We ruiken, voelen, proeven en fantaseren verschillend maar we bedoelen het juist en goed omdat we het zelf zo aanvoelen. Nu we dat weten, zouden we dan misschien van elkaar kunnen leren begrijpen en het eens worden dat we het niet over alles eens moeten zijn?”

“Ja, ik denk het wel maar moest ik daarom?  En wat hebben die leren stoelen daar nu mee te maken? Laat al maar… “Ja, we hebben een schoon huis maar misschien moeten we toch eens nadenken over een ander tv-kastje. Verder ben ik  heel content met ons huis.  Met jou trouwens ook al stel je soms van die rare vragen.  Verder nog iets?”

Neen, neen.  Het is ok en ik ben blij dat we er alle twee zo over denken…

Zijn ze wel van mij?

20150929-oerblog-Loslaten-in-1-simpele-tip-01

 

Zijn ze wel van mij? Niet in de zin van ben ik wel de natuurlijke vader want daar zal over wat genetisch doorgegeven werd weinig twijfel over bestaan.

3×2 druppels hoor ik wel eens.  Zo bijvoorbeeld de oudste, die lijkt buiten fysisch gekloond ook nog al mijn fratsen nog te willen kopiëren of te overtreffen.  Dat op zich baart me niet zo heel veel zorgen. Zeker niet omdat het naderhand beschouwd met mij ook nog wel min of meer goed gekomen is.

Toch betrap ik me erop dat ik hen het verdriet, de ontgoocheling of de foute keuze te willen besparen. Maar dat plan draait meestal averechts uit.  Hoe meer ik tracht het pad te effenen om richting te wijzen des te meer lijken ze de andere kant te willen opgaan.

Toen mijn vader me op het hart drukte hoe belangrijk mijn studies waren lapte ik die raad ook aan mijn laars. Ik trok ook de wijde wereld in op zoek naar avontuur en spanning.  Dus dat komt nog wel goed.

Nummer 2 is plicht bewuster, kan doelen stellen en ze bereiken. Hij koppig als een ezel en zo hardhoofdig en weerspannig dat hij bloed van onder nagels krijgt. Wanneer hij boos is verschijnt er een fronst en dan plooit zijn gezicht in dezelfde niet mis te verstane blijf-uit-mijn-buurt-uitdrukking die mij zelf in het verleden ook wel eens parten speelde. Dus ook bij het tweede exemplaar heb ik ook zo veel meer doorgegeven dan wat initieel het plan was.

Kind 3 is de vrolijkheid zelve.  Met haar positieve creativiteit, doorzettingsvermogen, haar ontwapenende charme en het putteke in haar kin krijgt ze ook (nu nog onbewust) iedereen op haar hand, een gave mij niet geheel vreemd.

Moet ik hen niet behoeden voor? Waarschuwen tegen en proberen te voorkomen dat?  Verdriet en fouten vermijden? Richting wijzen en even voorlopen?

Maar dat duurt maar even want dan besef ik dat mijn ervaring ook  het resultaat is van een hoge berg mislukkingen en teleurstellingen. En dan besluit ik: ze zijn niet echt van mij.  Ze zijn niet mijn bezit.  Ze mogen, kunnen en moeten zelf hun weg bepalen en kiezen op welke tweesprong ze links of rechts gaan.

En als ze me vragen, hoe, wat of waar, zal ik hen wel zeggen dat het linkse pad vol wolfsklemmen en schietgeweren ligt en dat als ik het opnieuw zou kunnen doen nu het rechtse pad zou kiezen.  Om dan wellicht te zien dat ze toch links afslaan omdat ze nu eenmaal van mij zijn.

 

Dag nacht…

IMG_1587

Soms raak ik zo verstrikt in mijn getob en betrap ik me er op dat ik tijdens mijn avondlijke mijmeringen wegzak in scenario’s waarin ik ongewild en ongevraagd een hoofdrol krijg toebedeeld.
Hoe harder ik dan tracht het rustig te krijgen des te sneller springen de prikkels en impulsen binnen.
Oncontroleerbare gedachten bouwen scenario’s op die nooit plaatsvinden maar die op dat moment in alle hevigheid ontsporen en me voor enge, onoplosbare raadsels en dilemma’s plaatsen.
Op zulke momenten is er niemand die heviger verlangt naar een kabbelende beek en wat groen mos op een natte leisteen.

Maar, Ik draai en keer. Ik zucht en blaas en tracht de rust te zoeken maar vind slechts onrealistische drukte in een oncontroleerbare maalstroom van gedachten en ideeën. Nacht na nacht krijg ik de hoofdrol toebedeeld en word ik ongewild gebombardeerd tot bedenker en uitvoerder van oplossingen van de chaos rondom mij.
Fait-divers uitvergroten tot eerste wereldproblemen is een natuurlijke gave die, mocht dit een Olympische dicipline zijn, deze me zou verheven tot Usain Bolts grootste uitdager.
Overdag ben ik kalm en rustig en relativeer de relativiteitstheorie tot er enkel nog letters en cijfers resten. Dan slaag ik er in de zaken rustig en van een afstand te bekijken alsof ik ze aan mij voorbij zou kunnen laten gaan. In dezelfde film figureer op de achtergrond, neem ik afstand en minimaliseer mijn rol en verantwoordelijkheid. Analyseren laat ik aan anderen over, zoek geen schuldigen en probeer (ver)oordelen aan anderen te laten.
Overdag ben ik zo … s’ nachts ben ik de andere zoals tegenpolen die elkaar nergens lijken te vinden, zo ontegensprekelijk gedoemd om met elkaar in conflict te blijven gaan.
Het is niet anders… het ene moment van het ene te veel en op het andere van het andere te weinig en omgekeerd…
Maar misschien is het wel goed zoals het is en hoef ik me geen zorgen te maken als de ene of de andere de bovenhand neemt. Misschien ben ik op de een of andere manier wel het tegengewicht van mezelf? Misschien ben ik onbewust in balans en juist geijkt in een apart metriek stelsel?
Alleszins, ik ga er nu mijn hoofd niet over breken. Daarvoor dient de nacht. Op de een of andere manier leidt die me wel naar het juiste scenario en misschien vind ik nu wel de juiste invalshoek. In het andere geval hoef ik me er morgen geen zorgen over te maken want morgen is het gewoon weer dag.

Verstoppertje in een stoppelbaard

De verhakkelde regenpijp die aan de bouwvallige muur hing, was de uitgelezen bedotplaats omdat die enkel maar langs de voorkant kon beslopen worden.

De hoge groene regenton, de dikke beuk of het lagere struikgewas van het plansier van de verlaten boerderij waren voortreffelijke versteek plaatsen.  Hoe verder verscholen van de aftelplek hoe beter.  Zelf verkoos ik liever de gevaarlijk dicht geplaatste regenton omdat ik van daaruit de afteller beter kon bespieden en geduldig op mijn hoede kon afwachten tot hij zijn onbewaakte aftelplek verliet en ik iedereen bedot-vrij kon roepen.  Pot pot pidot.

Dat ik zelf het eerste gemakkelijkste doelwit was vond ik minder erg omdat ik met het vrij krijgen van andere verscholen zielen zoveel meer eer kon opstrijken.

8 9 10 wie niet weg is is gezien… ik kom!

Zelf riep ik van op mijn hachelijke verstop plaats om voor de hand liggende reden nooit “Kom maar”.  Dat liet ik over aan diegenen die beter strategisch beter verstopt waren omdat vanaf die kreet iedereen vogelvrij werd.

Eens wat ouder, de eeltige zielen wat meer door de wol geverfd, zijn de bezigheden en spelletjes minder onschuldig ongevaarlijk.Eens de grote liefde weggeëbd, rest vriendschap die enkel nog geldt als bezigheid waarmee we elkaar gevangen zetten in een glazen kooi van gemaskeerde oppervlakkigheid. Wie eerst spreekt, toegeeft of laat blijken ergens nog echt nog om te geven is de verliezer. Pot pot pineut.

Lusteloos verloren gewaand, trek ik dan torenhoge muren op die me weerhouden te ontsnappen aan mezelf. Achter de ton. Verborgen voor de afteller.

Maar het is een ander soort verstoppertje waar ik in tegenstelling tot het vroegere potteke stamp, vanuit dezelfde hachelijke verstop plaats juist wel wil gevonden worden om te roepen. “kom maar, hier zit ik achter de ton”. Nu wil ik wel gevonden worden in de duistere hoekjes van het holst van mezelf. Om je vrij te roepen. Pot pot pidot

En dan, als je me dan vindt, wil ik dat je zegt dat alles goed kom. Dat alles altijd goed komt. En dan wil ik  dat je me over mijn bol streelt en me en kus geeft en opnieuw die prikkelende verhalen ontdekt die verstopt zaten in de braille van mijn stoppelbaard.

Even later sta ik voor voor de spiegel en strijk de denk-en droomrimpels van de nacht weer glad en dan weet ik dat die oude kaas van gisterenavond laat nog als een blok om mijn maag ligt.

En van kaas laat op de avond ga ik dromen.

Koffie verkeerd tussen Dolle Mina’s

Ik plof neer in een fauteuille waar ik veel te diep in zak en zet mijn grote koffie verkeerd op het houten, ovalen salontafeltje. Ik overdenk even of dat retro ovalen ding wel accordeert met de rest van het interieur, maar stop met mijn gepeins omdat ik niets af weet van ovalen salontafeltjes. Rondom mij zitten mensen druk te praten en te overleggen. Hoofdzakelijk hippe vrouwen, zo valt mij op. Hoeveel tijd en moeite had het hun vanmorgen niet gekost om nog enigszins slaapdronken de fijne eyeliners minutieus uit te zetten? En doen ze dat dan eerst in ’t klad? De herfstkleuren zijn blijkbaar nog helemaal in want veel lentefleurigheid kan ik niet bespeuren. Het is er dan met amper 6° en druilerige regenwind ook het weer nog niet voor.

Het is elf uur en bestel nog een koffie verkeerd. In mijn ogen is hij toch juist want met veel gestoomde melkschuim en een beetje zoetigheid is hij volgens mij op zijn best. Verkeerd? Ze kennen er niks van al wil ik niet gezegd dat hij zwart ook niet kan.

Elf uur en ik wacht geduldig op mijn afspraak. Elf uur kwart na elf was er gezegd.

Dit lijkt het uitgelezen cafeetje voor zakelijke besprekingen of voor andere minder zakelijke ontmoetingen die er dan wel zo kunnen uitzien want iedereen is drukdoende. Niemand stelt vragen want hier wordt hard “nieuw gewerkt”, met lekkere, juiste koffie in bijzijn van sober opgemaakte nieuwe vrouwen.

In mijn hoofd overloop ik nog even de lijstjes met wat ik zou zeggen en de te mijden onderwerpen. Dat het blote-borsten- protest en het baas-in-eigen-buik-geroep van de Dolle Mina’s van destijds nu vruchten heeft opgeleverd ga ik achterwegen laten. De vrijgevochten, in herfstkleuren opgemaakte vrouwen spreken immers voor zich. Neen, ik ga aandachtig luisteren. Hooguit zal ik vragen: “wat is er toch allemaal gebeurd?” om nadien te zwijgen en haar alle aandacht te geven. Af en toe instemmend knikken zal ik wel doen. Wanneer er een voor de hand liggend standpunt moet bevestigd worden of anders hevig nee knikken als de verbazing ondersteunt moet worden.

……” Praten kan je wel mooi. En je liegt zo oprecht dat je haast zelf gelooft. Al wat je belooft maar je meent het niet echt”…..

Ann Christie of Free Souffriau? Dat kan ik niet uitmaken. De klankkleur van hun stemmen is haast identiek. Ann Christie zo verzekert Shazam me en ik geloof het….. Ze heeft denk ik wel een punt. Ze hebben alle twee een punt.

Haar silhouet herken ik onmiddellijk. Haar te grote zonnebril waar achter ze zich veilig verstopte ook. Zonder dat iemand me er attent moest op maken voelde ik al haar aanwezigheid.  Koffie verkeerd? Ze knikt instemmend terwijl ze de grote zonnebril in haar haar schuift. De eyeliner duidelijk niet eerst in het klad gezet of misschien al uitgelopen door een traan die niet langer te bedwingen was.

Wat scheelt er? Wat is er toch allemaal gebeurd?

Gelukkig was Ann Chistie er daarstraks om me op het hart te drukken dat ik nu minstens een uur moet zwijgen. Niet te praten, niet oprecht te liegen, en niet te veel echt te menen… niet te veel blablablablabla…. Wel zeker af en toe checken of er nog koffie verkeerd is…