K heb daarjuist den ‘televies’ nog eens opgezet. Ik weet het een mens maakt al eens een fout. Ik ben zeker geen uitzondering op die regel. Je weet hoe dat gaat. Je zapt wat rond met een beetje ijdele hoop dat er ergens nog een programma wordt uitgezonden dat mij niet behandelt alsof ik naar goudvissen in een bokaal zit te kijken.
Ik zat nog niet goed neer, ik had zelfs de tijd nog niet gekregen om me te kunnen ergeren aan Gert Verhulst of James Cook en daar verscheen hij ineens. Philippe Gilbert.
Voor alle duidelijkheid, niet de Philippe Gilbert die de Ronde van Vlaanderen ooit heeft gewonnen. Niet die wereldkampioen die de Koppenberg opreed alsof er een moteurreke in zijn achterwiel zat. Nee, ik heb het over de Philippe Gilbert die dag in dag uit met zijn digitale schimmel heel zijn sportieve erfenis op ’t spel zet om mij minstens twaalf keer per dag uit te leggen hoe ik van mijn Polooke kan afgeraken.
“Dit programma worddd mede mogelijch gemaakd door Oewij Kopen Auto’s punt be. Je wagen verkopen zonder chedoe.”
“Je oewagen verkopen zonder chedoe.” Niemand zegt dat. Gene Vlaming en gene Hollander. Niemand. Zelfs Ruud Hendrickx, de toenmalige taalflik van de VRT niet. Als die mens nog leeft tenminste. Bij mijn weten heeft nog nooit iemand op een familiefeest zijn pint neergezet om te zeggen, “weete wa. Ik ga mijne auto verkopen, zonder gedoe.”
“Dien bak moet buiten,” of, “Ik ben die rammelkar zo beu als kou pap.” Dat kan.
En, ik ben er niet eens uit wat mij ’t meeste irriteert. Misschien, dat hij “worddd” uitspreekt alsof de eind-T niet mag meerijden in zijn kermiskoers, of dat hij “puntbe”, uitspreekt alsof dat een nieuw zelfstandig naamwoord is dat hij net heeft uitgevonden. Of is het omdat één van die reclamejongens die dat spotje in elkaar heeft geflanst, ooit moet gedacht hebben, “Dit gaat marcheren. Met Philippe Gilbert gaan we ’t verschil maken. Gilbert wordt onze kopman bij oewij kopen auto’s puntbe.
Maar het is dat niet alleen hoor. Philippe Gilbert is daarbij ook nog de digitale herpes van het internet geworden. Als ge denkt dat ge er op uw bovenlip van af zijt heb je’t vlaggen aan uw kont. Want hij zit overal. Op televisie. Op YouTube. Op Facebook en zelfs op de website van Njam, waar ik verdorie alleen maar kom om te weten hoeveel room er in mijne vol-au-vent moet.
Ik begin me trouwens stilaan af te vragen hoeveel auto’s er eigenlijk nog over zijn in België. We moeten toch al lang over het punt zijn waarop de helft van de Belgische bevolking zijn auto heeft achtergelaten bij oewij kopen auto’s.be.
Mijn karreke is achttien jaar oud. Hier en daar zit een roestplekske en van de achterruitverwarming is ook al lang ’t beste af. Een beetje gelijk Philippe Gilbert, alleen die van mij rijdt nog. En als hij niet rijdt staat hij veilig op mijn oprit en loop ik er niet mee te leuren op ’t internet.
Sinds gisteren overweeg ik toch ook om hem één van dees dagen te verpatsen. Niet omdat ik hem moe ben maar uit principe en om dweis te doen. Maar ’t zal niet aan oewij kopen auto’s.be zijn.
’t Zal aan eender wie zijn. Misschien aan ne zot die er ne zak patatten voor geeft. Desnoods ruil ik hem voor een geit of nen bok. Die lopen ook de godganse dag te mekkeren, maar tenminste niet over dat ‘chedoe’.
