In de boomstraat staat een oude man aan de bankautomaat. Hij staart naar zijn gsm en lijkt naar iets op zoek. De wanhoop staat in zijn ogen. Zijn gsm heeft geen compassie en de bankautomaat zelf geeft ook geen kik. Die oude snaak, het zou zomaar onze pa kunnen zijn, die had ook een speciale band met zijn bank en met zijn geld dat hij niet had.
De man, ik ken hem van ziens. Volgens mij is hij de tachtig dik voorbij want hij loopt krom achter zijn rollator. Altijd heeft hij dezelfde klak op. Wellicht heeft hij jarenlang zijn nikkel afgedraaid en altijd proper belastingen betaald. Hij heeft mee de kinderen grootgebracht, een huis afbetaald en nu past hij op woensdagnamiddag af en toe op zijn kleinzoon. Enfin het is zo iemand waarvan je zou verwachten dat de samenleving daar rekening mee houdt.
Zijn gsm piept ineens. Hij verschiet en ik verschiet mee van zijn verschieten.
“Ze vragen hier weeral een code, ik word zot van al die codes want ik kan die allemaal niet onthouden”, zegt hij tegen niemand in het bijzonder.
De bank zelf heeft al lang geen loket meer. De bank is nu een cashpunt waar je al je administratieve brol zelf moet regelen. De mutualiteit, idem dito, die heeft wel een website maar je loopt er verloren in. De huisartsenpraktijk heeft een app. Alleen je raakt er niet in als je niet in hun patientenbestand zit. Zelfs de afvalkalender staat ergens op de site van de gemeente, waarschijnlijk achter een wachtwoord of een paywall.
De man zucht ,”vroeger moest ik alleen onthouden dat ik mijn centen en mijne pas niet mocht vergeten. Nu moet je om te mogen kakken ook al een een code hebben.”
Ik glimlach ongemakkelijk maar het is niet grappig.
Vorige week zat mijn schoonmoeder aan de keukentafel met haar gsm in haar hand. Ze zit daar graag, om spellekes te spelen, patience bijvoorbeeld of candy crush. Normaal gezien gaat ze heel voorzichtig om met dat ding want ik geloof dat ze denkt dat het elk moment kan ontploffen. Nu staat ze op het punt om dat spul door het raam te pleuren.
“Ik moet ergens op drukken maar ik zie het niet,” zei ze.
Ze had haar meterstand ingevuld en moest die bevestigen. “ De gas opnemen was iets waar vroeger “die van de gas” voor langskwam” , jammert ze. Ergens onderweg heeft iemand beslist dat “gemak” hetzelfde is als vooruitgang. Voor wie die vooruitgang precies telt, ontgaat me een beetje.
Ok, de bank is gemakkelijker geworden, behalve als je het een leven lang gewoon bent geweest om naar daar te gaan om je papperassen te regelen. De overheid lijkt op ’t eerste zicht ook toegankelijker geworden met de site ‘mijn burgerprofiel op vlaanderen.be’, behalve voor wie echt binnen moet zijn. Dan moet je eerst langs itsme, het wondermiddel waar je met vingerafdrukken, gezichtsherkenning of codes moet bewijzen dat jij het bent terwijl vroeger iedereen gewoon kon zien dat jij het was, met of zonder paspoort.
Vooruitgang dus, behalve wanneer er op haar gsm ineens een sms binnenkomt van cardstop die beweert dat iemand haar rekening probeert leeg te halen. Even twijfelde ze of dat bericht echt was, niet omdat ze naïef is of zo maar omdat die fucking phishingberichten steeds beter worden. Ik moest zelfs twee keer naar de afzender kijken om te weten dat het een fraudebericht was.
En toch wordt van mensen die opgroeiden met een zwarte bakkeliete telefoon in de gang, verwacht dat ze het verschil kennen tussen een echte melding en digitale oplichting.
We noemen dat allemaal vooruitgang of administratieve vereenvoudiging, alleen achter die administratieve vereenvoudiging zit wel een dochter of een zoon die elke zondagnamiddag de digitale administratie komt doen en de codes komt herstellen. Mijn schoonmoeder logt in en mijn madam bewaart de wachtwoorden. De digitale vereenvoudiging is in de praktijk niks minder dan digitale mantelzorg geworden die alleen maar efficiënt kan zijn met een loket van onzichtbare familieleden.
En wat doen we met al die mensen die niemand meer hebben? Just, helemaal niks. Want die kunnen zich on line toch niet beklagen. Een samenleving die zichzelf modern noemt, maar een tachtigjarige naar een app stuurt om daar twee codes en een beveiligingscontrole in te vullen om een overschrijving te doen, is een samenleving die zelfs menselijkheid probeert te digitaliseren. Ondertussen is die samenleving stillaan wel vergeten hoe een mens eruitziet zonder een scherm.
Uiteindelijk heb ik die man met zijn klak geholpen. Hij moest gewoon zijn pincode hernieuwen omdat hij drie keer de verkeerde had ingetoetst.
Toen ik wegging, bedankte hij me tien keer. Nog geen vijf tellen later was hij opniew naar zijn gsm aan’t kijken. Om zijn code van buiten te leren, denk ik. Ik hoop maar dat hij morgen zijn koffiekoeken kan betalen als zijn kleinzoon langskomt.
Is dat niet het absolute olympische minimum? Dat een mens van tachtig zijn eigen koffiekoeken kan betalen zonder hulp van een kleinzoon, een app of een wachtwoord dat hij gisteren nog kende en vooral zonder eerst te moeten bewijzen dat hij nog bestaat.
