Ergens. Tussen onrecht, schuld en vergeving

Ik slenter tussen de echo van mijn eigen stappen. Soms klinken ze te luid, soms te zacht. Het lijkt wel alsof ik mezelf door die stilte heen wil slaan. Ergens in mij resoneert iets dat lijkt op oude schaamte, zwaar en stijf, iets dat ik niet helemaal begrijp, laat staan onder woorden kan brengen. Het is geen duidelijk gevoel, eerder een koude wind die telkens in mijn nek blaast net voor de nacht besluit of hij mij welkom heet of niet.

Wanneer ik denk dat ik dat gevoel ben ontgroeid, duikt het opnieuw op.  Onaangekondigd als zachte, beschuldigende indrukken die fluisteren dat ik nooit genoeg zal zijn, alsof ik iets of iemand onrecht heb aangedaan, misschien mezelf wel het meeste.

De laatste weken heb ik gedacht dat vergeving of acceptatie bij de ander begint. Dat iemand mij wel zou aankijken om te zeggen, “het is goed genoeg, ik begrijp je”. Nu pas voel ik hoe dringend ik die woorden tegen mezelf moet uitspreken. Want, niemand kent het gewicht dat ik draag beter dan ikzelf. Ik alleen weet precies waar het verkeerd is gelopen. Ik ken de situaties, mijn gedachten en de keren dat ik zweeg terwijl ik had moeten opstaan en protesteren. Maar ik ken ook de momenten waarop ik te luid sprak terwijl zwijgen beter was geweest.

Wanneer ik terugkijk, zie ik mezelf als kind. Helder, niet vaag of verdwaald, maar onzeker, met te kleine handen om te dragen wat me werd aangereikt. Ik probeerde al stevig te staan, maar mijn benen waren te kort, mijn rug te zwak voor alles wat op mijn schouders drukte.

Heb ik daarom zo vroeg geleerd om mezelf te verstoppen in verhalen en gedachten die niet van mij waren om te fel te leven zoals anderen dat van mij verwachtten, in plaats van zoals ik het voelde. Wie zal het zeggen?

Er zit iets rauws in het besef dat schuld en schaamte of onrecht niet zomaar verdwijnt met de tijd. Het is dat soort gevoel dat zich ingraaft, in stilte groeit en zich voedt met pijnlijke herinneringen en rondcirkelende gedachten. Maar als ik goed kijk, vind ik in al die mijmeringen ook een zacht kantje, één dat ik mezelf maar zelden gun.

Er zit iets dat ik te lang heb genegeerd. Ik wil ook vooruit, soms te traag, vaak onbeholpen, dikwijls te stuntelig maar wel vooruit. Ik voel dat ik het mezelf verschuldigd ben om op te houden met weg te duiken, om eindelijk rechtop te staan, zelfs als ik kwetsbaar ben en het ongemakkelijk of oneerlijk aanvoelt.

Wat mij raakt is, hoe mezelf vergeven fragiel en moeilijk blijft. Het is geen groots of dramatisch gebaar naar mezelf. Het zijn geen open armen in het midden van de storm. Het is eerder mijn stem die zegt, “Janneke, zullen we het nog een keer proberen?” Het is die glimlach die ik mezelf schenk wanneer ik mijn littekens aanraak en voel dat ze minder pijn doen, omdat ze een schoon verhaal vertellen.

Ik verstop me nog te dikwijls achter starre trots, omdat toegeven als zwakte voelt. Terwijl ik beter weet dat kwetsbaarheid geen capitulatie is, maar misschien de mooiste vorm van zelfbehoud. Leg me dan uit waarom ik me blijf verdedigen tegen mijn eigen hart?

Er zit een zekere schoonheid in het herkennen van mijn tekortkomingen zonder ze per force te willen corrigeren of te veroordelen. Ik observeer mezelf, de mens die ik was, die ik ben en die ik nog wil worden. Tussen die drie figuren zit nog afstand maar ook nieuwsgierigheid. Maar misschien moet ik toch eerst helemaal barsten en breken om ruimte te krijgen om terug te kunnen groeien.

Vergeving is geen point final aan het einde van een zin, eerder een komma midden in een verhaal dat zich nog aan’ t schrijven is.

De wind zal gaan liggen als ik besloten heb om niet meer mee te waaien. Om te blijven staan, misschien tegen beter weten in, hopelijk met een soort onverwachte moed. Dan pas zal ik opnieuw mijn echte stem horen en met mijn hart op mijn hart kunnen zeggen, “Ik ben het niet vergeten, maar ik heb het een plaats gegeven …”

Maar dat is nog niet … echt nog niet voor vandaag!