Ik werd alleen wakker en kwam een beetje bij mijn zinnen, de slaapkamer was stil. Hoewel het al laat was die ochtend, hing de nacht nog als een donkere sluier in mijn hoofd. Mijn mond kurkdroog, mijn handen koud. Een sloophamer hamerde in mijn hoofd. Alles voelde als de dag ervoor en de dag daarvoor. Alles voelde altijd hetzelfde.
Ik keek in de spiegel, mijn ogen ontweken me. Het gezicht dat me aanstaarde oogde moe en leek ouder dan het zou mogen zijn. Dat gezicht, doordrongen van wroeging en zelfbeklag had veel gezien, maar weinig geleerd. De man in de spiegel leek op me. Hij had bekende trekken, maar was niet wie ik wilde zijn. Ik zuchtte diep. Ik wist het al langer. Dit kon niet zo doorgaan. Dit moest stoppen.
Met het glas in mijn hand, en altijd met het laatste woord. Alcohol, mijn muze maar een muze heeft altijd een prijs. Ze eist je lichaam op, neemt je ziel en steelt je wil. Ze zat overal in, in avonden, in ochtenden en in de uren daartussen, in onbelangrijke woorden die ik zei en in belangrijke die ik niet uitsprak. Ze zat in dingen die ik niet durfde voelen of durfde te denken. Kortom, de muze was mijn glas, één glas om te vieren, tien om te ontsnappen, een fles om te vergeten. Elke dag dronk ik om te drinken, als excuus om niet te voelen, niet te zijn. Het werkte. Tot het dat niet meer deed.
Ik kon niet langer vluchten, niet voor mijn gedachten, niet voor mijn zwakte, niet voor mezelf. Ik wilde veranderen, maar wist niet hoe. Nu, terugkijkend, weet ik, willen stoppen, was genoeg om te starten, en starten met stoppen was wat ik nodig had om door te zetten.
Vanaf die dag maak ik mijn koffie zelf, sterk, bitter, geen suiker en geen melk. Zoals het moet. Zoals ik hem nodig heb, straf. De stiltes vielen niet mee. Ik was ze niet gewend maar liet ze wel toe. Geen radio, alleen gelijkgestemden en zeker geen geratel en gedoe van andere mensen. Alleen mijn schaamte, mijn spijt, de zwijgende getuigen en ik. Spijt en schaamte, het zijn vreemde dingen, ze knagen aan je ziel, maar wijzen ook de weg. Als je luistert.
Ik begon met schrijven. Het voelde vreemd, alsof ik het verleerd was. Maar ik schreef en bleef het doen, over avonden die ik me niet of maar half kon herinneren, over woorden die ik had gezegd maar niet had gemeend, over gedachten en gevoelens die ik had maar niet durfde uitspreken. Over die keren dat ik iedereen had weggeduwd. Over schuld, wroeging en schaamte, over mezelf. Het was soms lelijk wat ik allemaal schreef. De realiteit was nog lelijker. Mijn woorden sneden. Er zat weinig schoonheid in, maar maakten de scherpe randen zachter. Dingen die je niet onder ogen ziet, worden groter, dus schreef ik, tot mijn ziel pijn deed en mijn hart bedaarde en de chaos in mijn hoofd kalmeerde.
Dagen gleden voorbij, één voor één. Eén week zonder drank, dan twee. Een maand werd een jaar, een jaar werden er elf. Het was alsof ik opnieuw moest leren leven, leren zien en leren voelen en dat elke dag opnieuw. De avonden werden moeilijk. Stiltes die op het eerste gezicht rust leken, werden een storm. En ik kan het laten stormen, geloof me. Ik doe het soms nog. Door dat te doen leerde ik dat pijn niet dodelijk of fataal is, dat ik sterker was dan ik dacht te zijn en dat herstel soms moeite kost.
En dan, plotseling uit het niets, iets nieuws. Iets dat leek op trots en voldoening. Het was nog pril, klein, broos en breekbaar, maar het was er. Ik pakte het vast, voorzichtig om het nooit meer los te laten. Het is gebleven en het groeit nog elke dag een beetje. Ik koester het!
Tournée Minérale is een test. Een maand zonder alcohol. Voor sommigen is het een spel, voor mij een noodzaak. Toen ik stopte, leerde ik dat mijn wereld niet instortte zonder glas of fles. Integendeel, hij werd helderder, zachter, eenvoudiger, mooier, complex-chaotisch-rustiger!
Nu leef ik, adem ik en kijk op een andere manier naar de lucht en naar de bomen. Ze waren er altijd al, maar zag ze niet. Nu wel. Kleine dingen worden groot als je ze toelaat en aandacht geeft, denk ik. Het lijkt misschien niets, maar het is alles. De muze heeft mij niet verlaten. Zij is gebleven, maar ze is ook veranderd, net als ik. Ze fluistert niet meer vanop de bodem van een glas, maar roept naar mij vanuit het diepste van mijn ziel.
Elf jaar later, ik zie mezelf opnieuw in de spiegel. Het gezicht dat me aankijkt, is hetzelfde maar mijn ogen staan anders. Ze kijken en vermijden me niet meer. Ik ben niet genezen en zeker niet perfect. Over het leven heb ik nog veel te leren maar niets meer te bewijzen. Nu word ik meestal wakker zonder dat de nacht in mijn hoofd spookt. Ik besta en leef nog. Dat is genoeg. Voor nu, morgen bestaat nog niet.
Dit nog. Als je worstelt, blijf dan staan. Als je valt, sta dan op! Stop als je denkt dat het nodig is maar doe het onvoorwaardelijk. Luister goed naar jezelf, hoe rauw je stem ook klinkt. Er is altijd een weg, maar jij alleen kan hem nemen. Jij alleen kan beginnen.
Tournée minérale is misschien het begin!

Top, topper top, opstekers zijn al je stukjes, blijven doen Jan, echt waar. Veel groetjes, Carla
LikeLike
Merci he
LikeLike