Niets is definitief

Succes is niet definitief. Mislukking is niet definitief, het engie wat telt is moed om door te gaan.W. Churchill.

3850 dagen geleden heb ik alcohol afgezworen. Geen groot nieuws, zou je zeggen, en je hebt gelijk.  Ik heb gewoon de keuze gemaakt om niet meer te drinken. Er bestaat niet langer verwarring over hoe ik dit aan mezelf moet uitleggen. Vandaag kan ik met ingetogen trots en zonder ongepaste arrogantie zeggen: ‘Ik drink niet meer, en wat jij daarvan vindt, och dat doet er niet zoveel toe.’


Ik spreek hen dikwijls, mensen die het ‘professionele drinken’ hebben afgezworen, althans voor een tijdje. Het zijn vroegere lotgenoten zeg maar. Nadat ze een tijdje droogstaan, beginnen ze aan de worsteling met zichzelf. Dikwijls ervaren ze niet drinken als een onmenselijk zwaar offer. Voor die prestatie willen ze na verloop van tijd een beloning opeisen. Ze maken zich sterk geleerd te hebben uit het verleden en dat ze voortaan het alcoholspook meester kunnen blijven. Meestal menen ze het oprecht wanneer ze uitspreken niet meer terug willen naar dat vroegere leven. Langs de andere kant verlangen ze er ook erg naar om opnieuw te kunnen drinken zoals normale mensen, zoals de ‘gelukzakken’ die nooit voet gezet hebben in duistere rijk der dronken demonen.

Wat ik echt verlangde? Ik wou boven water blijven en aan de oppervlakte blijven drijven, badend in de zon. Ik wou niet opnieuw wegzinken in het moeras. Dat lukte soms, heel even, af en toe een paar weken. Maar met die kortstondige triomf wou ik telkens opnieuw toosten met een wijntje, een cava of een pint. Ik was onwetend of had de moed niet om gewoontes echt te doorbreken. Ik kon mijn verslaafde lichaamsgeheugen niet wissen.  Het enige wat ik wenste en wanhopig nastreefde, waren duidelijk afgebakende termijnen en onderhandelbare grenzen om te kunnen drinken. Natuurlijk lukte dat niet.

Ik wou wel een tijdje stoppen of minderen, een maand, twee maanden, of misschien een half jaar, met die bekende “tournee minerale” maar levenslang niet meer drinken, dat zag ik mezelf niet doen.

Wat volgde laat zich voorspellen. Ik streefde opnieuw naar die ongrijpbare controle van één of twee glazen per dag, naar dat glas witte wijn in het weekend, of net dan niet, omdat er iemand toekeek aan wie ik beloofd heb dat mijn drankgebruik deze keer onder controle was. Ik dronk dan een tijdje alleen tussen acht en tien uur ’s avonds, een glas dure rode wijn bij de juiste maaltijd, of twee of drie pinten in het juiste gezelschap.

Zo dronk ik krampachtig verder omdat diegenen waarmee ik het deed konden toezien en ingrijpen. In het andere geval deed ik het stiekem. Het liefst van al wou ik een lijst opmaken van alarmbellen die allemaal tegelijk zouden afgaan wanneer het de verkeerde kant dreigde uit te gaan. Liever nog wou ik dat ik die alarmbellen niet steevast negeerde. Ik wou drinken en niet drinken waarbij stoppen een constante proefperiode van bepaalde duur werd, met tussentijdse evaluaties, zodat ik te allen tijde kon ingrijpen om de drank- en stopvoorwaarden te veranderen.

Volledig stoppen met drinken bleek onmogelijk en ondenkbaar. Het zorgde voor verwarring en angst of ik zag het als verraad van mijn heilige gevecht tegen de absurditeit van het bestaan, tegen het geïsoleerde leven waarin ik was gestrand. Soms zelfs beschouwde ik definitief stoppen als een inbreuk of een ontkenning van mijn identiteit. Ik had nooit anders gezien en had nooit anders gekend.

Ik wou wel proberen om limieten te stellen en afspraken te maken, alleen dat lukt eenvoudigweg niet. Telkens opnieuw bleef ik de grenzen van mezelf en van de fles opzoeken om ze vervolgens uit te rekken tot een nieuwe grens.

Wanneer ik mezelf zou opleggen nooit meer te drinken, betekende immers dat ik nog steeds worstelde met een aanzienlijk alcoholprobleem en die bekentenis wou ik niet afleggen, zelfs niet tegen mezelf. De enige overwinning die voor mij als een echte zege zou kunnen voelen, was opnieuw te kunnen drinken op een gematigde en gecontroleerde manier, zonder een spoor van problemen achter me te slepen.

Deze koppige cirkelgedachte zet me klem want voor mensen zoals ik is een compromis met alcohol onmogelijk. Wie met een drankprobleem worstelt en verslaafd is en ervoor kiest om eerlijk met zichzelf te zijn, heeft geen uitweg meer. Dan rest er niets anders dan totale overgave. Elke strijd wordt dan gestaakt, en elke strategie om te ontkennen wordt een tijdbom op het leven.

Het besef dat ik een levenslang probleem heb, maakt me niet langer angstig, opstandig of verdrietig. Schuld of schaamte zijn niet meer zo aanwezig. Het drukt niet langer op me.

Het voelt telkens als een opluchting wanneer ik eerlijk kan getuigen. Als je wil, kan je verder lezen. Als je dat (nog) niet wilt, is dat helemaal oké. Je mag naar me kijken, maar je hoeft me niet te feliciteren want ik doe maar normaal.

Misschien ben ik door te stoppen met drinken kleiner en kwetsbaarder voor mezelf geworden, en toch voelt het alsof ik nu meer ruimte inneem dan ooit tevoren.

Zelfs na 3850 dagen is het soms nog lastig om niet te drinken, en dat is goed. Om het zo maar anders te zeggen, elke pint staat nog steeds even ver van mij verwijderd als van jou, een armlengte. Het leven mag een beetje moeite kosten, anders wordt het vanzelfsprekend, en dat ben ik niet meer.

Vooruitgaan en stappen zetten, jezelf leren kennen en aanvaarden, betekent ook af en toe achterom kijken en terugkijken naar hoe het ooit was. En dat is niet altijd even fijn. Heel lang was leren uit het verleden zelfs bijzonder onaangenaam, omdat ik het probeerde het uit te wissen alsof het nooit had bestaan. Terugblikken op die beschamende realiteit, die soms opnieuw dichtbij kwam, was soms beangstigend.

Eigenlijk bevond ik me tussen twee werelden, de nieuwe waarvoor ik gekozen had en de oude die niets had om trots op te zijn en die er zich zonder toestemming steeds probeerde tussen te wringen. Zolang ik mijn oude wereld buitensloot, gaf ik bitterheid, angst, twijfel, zelfbeklag en ontgoocheling alle kansen om me te blijven achtervolgen en me te blijven opjagen. Mijn verleden van dronkenschap, gemiste kansen en gekwetste mensen nam zoveel ruimte in, dat er geen plek overbleef om dat nieuwe leven echt te leren ontdekken.

Door vast beraden nuchter te blijven en door te leren om vandaag te leven, gaf ik mezelf stilaan toestemming om me te ontdoen van de twijfels en van de last van mijn verleden. Vanaf dat moment, ik weet niet meer precies wanneer, mocht ik eindelijk mezelf zijn. Ik begon erin te slagen om oude dingen achter me te laten en veel of onrealistisch toekomstverwachtingen te hebben. Het enige wat ik daarvoor hoefde te doen, was de komende vierentwintig uur niet te drinken.

Met elke nieuwe sobere dag kwam ik erachter dat het redelijk schizofreen was om in de donkere schaduw van mijn verleden te blijven staan om me er daar over te beklagen dat ik de zon niet kon zien.

De voorbije 3850 dagen stellen niets voor. Dat is geschiedenis. Het enige wat ik het best kan doen is van de komende vierentwintig uren het beste te maken. Als ik daarin slaag heb ik goed voor mezelf gezorgd. En als ik goed voor mezelf zorg, is de kans groot dat ik geen slecht persoon ben voor anderen.

Die vaststelling op zich is zelfs na 3850 dagen nog steeds een verrassing. Ik ben nederig en dankbaar dat ik dat nog elke dag opnieuw mag ervaren.

En vandaag? Ja, vandaag drink ik niet. Of wat had je gedacht?