Gun me de illusie!

Gun me alstublieft de illusie dat ik iets dat enigzins waardevol is, kan toevoegen aan de banaliteit van dit bestaan. Een bestaan dat zich met echte of valse gevoeligheden hoofdzakelijk in mijn hoofd of in mijn hart afspeelt. Daar ben ik niet uit. Ik weet dat niet geheel met zekerheid omdat mijn romantische hartsgevoeligheid dikwijls verdrongen wordt door mijn emotieverdringende verstand, maar even vaak gebeurt net het tegenovergestelde. De ontgoocheling of de ontnuchtering wordt dan groter naarmate de gedachten en emoties oplossen in de allesverzengende droogte van de werkelijkheid die ik alsmaar weer over- of onderschat afhankelijk van, met welk gelaat zij zich aandient. Ik heb een rusteloze ziel. Dat is het. End of story. Veel meer woorden hoeven daar niet aan versleten worden, en hoewel deze gemoedstoestand voor mij persoonlijk ongemeen en heel uniek aanvoelt, weet ik heel zeker dat ik niet de enige in mijn soort ben die met dit soort verwarrende woeligheid kampt of die er zich een levensechte voorstelling van kan maken. Misschien net daarom dat ik steeds maar opnieuw probeer om dat gevoel in zinnen neer te zetten, al ben ik niet zeker of me dat ooit zal lukken. Die rusteloze ziel speelt me parten en zet me vaak aan de deur, en dat mag je gerust letterlijk opvatten. In dit geval heeft hij me twee komma zes kilometer van mijn veilige thuis gebracht. Om helemaal precies te zijn – ik houd er niet van wanneer details die niet kloppen – bevind ik me op stek tweeënveertig van een vijver, die het Mannenwiel als eigennaam gekregen heeft. Waarom dit zo is, is niet meer te achterhalen maar misschien is dit voor het verdere verloop van dit verhaal niet eens zo belangrijk. In afwachting en in tegenstelling tot de rust die ik er hoop te vinden, contrasteert deze natuurlijke harmonie heel erg met de chaotisch gedachten die in mijn hoofd ronddwalen als rusteloze geesten die zich op de modder van dit stuk pachtgrond van de werkelijkheid naar buiten willen storten. Mocht ik nu uitglijden op het nevelijs dat zich op het gammele hout van deze visplaats heeft vastgevroren, en ik zou kwalijk vallen en verzuipen, ik zou erin kunnen berusten. Immers, wanneer het verleden langer of grootser geworden is dan dat de korter wordende toekomst ooit nog zal kunnen zijn, hoef ik van dat leven niet veel goeds meer te verwachten. Mocht je nu in mijn hoofd kunnen kijken om mij als advokaat van mijn gedachten bij te staan, zou je jezelf de indruk kunnen ontnemen dat ik schuldig pleit of dat mij enige blaam treft. Het zijn immers maar ronddwalende gedachten.

Voorlopig blijf ik dus nog, zelfs wanneer jij me niet de illusie gunt dat ik nog iets dat enigszins waardevol is, kan toevoegen aan de banaliteit van dit bestaan. Ik zou dat gezien de zinloosheid ervan geheel begrijpen, echter in dat geval zie ik mezelf genoodzaakt om me die onfortuinlijke eer te gunnen, al is dat eenvoudigweg dezelfde overmoed die spreekt, waarmee ik me tot nu toe door het leven heb gewoeld.

  1. Kijk kijk, straks (dat is dus over 2.5maand, of eerder 2.66maand om juister te zijn) glij ik over de grens van 50, en wat je hier beschrijft is exact wat ook door me heen spookt.

    Like

%d bloggers liken dit: