Categorie: Vrouwvriendelijk

Liefdesbrief

Liefste vrouw,

Het zou gemakkelijk moeten zijn om het over jou te hebben. Om in een paar zinnen lof te betuigen en jouw persoonlijke jaarwissel te bejubelen. Maar dat is het niet. Jij spreekt niet dikwijls over mij en als je het dan al eens doet, lijkt het alsof je het over een oude hond hebt. Als over een oude blaffer die meurt wanneer hijnat is en kwijlt wanneer hij zijn been ziet. En dan lach je wat raar als ik na een te vermoeiende wandeling door mijnpoten zak.

Vandaag mag ik niet in die valkuil trappen. Ik mag jouw kleine dingetjes niet uitvergroten en je grote minimaliseren. Dat zou te gemakkelijk zijn want dan moest ik het alleen maar over je decolleté en je kont hebben. Vandaag mag dat niet. Nu zal ik je maar best beschrijven met de grandeur die je toekomt. En niet alleen omdat je jarig bent.Maar vooral omdat je ook eens in de spotlights mag. Op een pied de stal. Ik doe dat te weinig en er is niemand ter wereld die het meer verdient dan jij.

Dus, en voor de goede orde. Je maakt het me wel niet zo gemakkelijk want je leeftijd mag ik al niet onthullen. ‘Een kroon ontbloot je niet’, zeg je. ‘Dat is tegen de etiquette van de juiste wensen’. Dus zal ik het niet hebben over het feit dat je leeftijd afgerond naar beneden veertig is en afgerond naar boven vijfenveertig. Ondertussen ben je wel al zo ontgroend dat je je identiteitskaart niet meer moet tonen bij zestien plus activiteiten. Mogelijks heeft het feit dat je doorgaans van Noor vergezeld bent daar mee te maken. Zij ziet er namelijk wel al bijna zestien uit. Althans, zij gedraagt er zich toch al naar.

Over je werklust en je aanstekelijk irritant doorzettingsvermogen ga ik niet uitweiden. Ik zal ook niet verklappen dat je een controlefreak bent en dat je geen zittend gat hebt. Dat bewijs je elke dag wel aan iedereen die in min of meerdere mate met jou te maken heeft, althans als je ze met je aanstekelijke zenuwachtigheid nog niet in de gordijnen hebt gejaagd. Slachtoffers die er het ergste aan toe zijn hebben zich in een zelfhulpgroep gegroepeerd en komen wekelijks samen om hun vooruitgang te bespreken. Hun herstelprogramma verloopt moeizaam.

Je kledingkeuze en smaak voor couture zijn dan wel weergaloos en ongezien. De manier hoe jij trends zet met rode tijger pofbroeken en netkousen met gatenzijn hun tijd ver vooruit. Je combineert lang met kort en rood met groen.  Met dat gedurfd kleurenpalet zie je er dansoms uit als een dessertbord uit het Hof van Cleve. Helemaal klaar om opgelepeld te worden. Ik denk trouwens dat je dat zelf al gedaan hebt en het erom doet zodat die pofbroek straks helemaal gevuld raakt. Ik begrijp dat ik deze onthullingen niet publiek kan maken omdat dit het imago waar je veel tijd in steekt mogelijks zou kunnen aantasten.

Je slaapritueel is ook al niet onbesproken. Je draait en keert net zo lang tot alde lucht die tot voor kort verspreid was over gans je lichaam bij een gespaard zit voor de uitgang. De nieuwe stijgingswind die daar ontstaat, heeft weg vande Mistral maar heeft ook wel iets van de warme Vento die in de zomer verantwoordelijk is voor de bosbranden op het Iberische schiereiland.

Maar al de ongemakken en onhebbelijkheden. Ik neem ze er graag bij omdat ze in het niets vergaan wanneer ik op een verloren, zwoele zomeravond nog eens in je ogen mag verdrinken om daar opnieuw te ontdekken dat ik beste vrouw van de wereld aan de haak geslagen heb.

Nu alleen die rode pofbroek nog uit je hoofd praten voor dat feestje van morgen.

Vlezige oorlellen en grote oren

Het was een doodgewone bruine kroeg die je vroeger in elk dorp vond. Er hing een intieme sfeer van huiselijke gezelligheid en geborgenheid die je alleen in zulke cafés aantreft. Het doorleefde karakter van dat staminee was authentiek en daarom niet na te bootsen. De verweerde spiegels en de zwart wit, vergeelde foto’s in de houten bruine omlijstingen deed vermoeden dat de krocht vroeger ook nog dienst had gedaan als coiffeurszaak.

Tegenover een groep mannen aan de toog die luidruchtig praatten, zat een ongewoon koppel. De man, hooguit een paar jaren ouder dan ikzelf, had het muffe uiterlijk van iemand die zich in een bureau van het plaatselijke postkantoor helemaal in zijn element zou voelen. De dame die in zijn gezelschap vertoefde, was fris en fruitig. Hoewel het behaaglijk, zelfs iets te warm was, stonden twee kippen met de bek door de draad naar mij te staren. Waarom de dame in kwestie, onder die witte bloes geen bh droeg en waarom me dat opviel is vreemd maar niet geheel onlogisch omdat belangrijke details mij nu eenmaal altijd onmiddellijk in het oog springen. Net zoals de subtiele tekening van jing en jang die op haar pols, in permanente inkt was gekerfd, me ook direct was opgevallen.

Hij (de man dus), had helemaal niets weg van George Clooney of van Harrison Ford en die vergelijking was een onderschatting. Zijn hoofd was veel te groot voor het kleine gezicht dat hij maar had. Het was een vreemde snijboon. Door het zware hoofd leek zijn nek te lang voor de karakterkop die hij ermee moest torsten maar het waren vooral zijn grote oorlellen die opvielen. Ze waren donzig en vlezig en er groeide dikke grijze haren op. “Eens er haar uit neus en oren groeit, is het vet van de soep”, taxeerde ik de zonderling zonder een verder aanwijsbare reden, die mijn minzaamheid zou kunnen verantwoorden. Op zijn paarse aardappelneus, die rood dooraderd was balanceerde een vierkant brilletje met beduimelde glazen. De trenchcoat die hij droeg, zat vol met vlekken en ingebrande sigarettengaten. Toch hing de jonge vrouw, van hooguit dertig vol bewondering, haast gebiologeerd aan zijn lippen, alsof hij haar de mooiste woorden toe fluisterde.

Zonder aarzelen nam ik curieus plaats naast het vreemde stel. Ik was op gehoorafstand gezeten zodat ik weldra, nieuwsgierig zou kunnen achterhalen wat de snuiter allemaal te vertellen had en vooral waarom de liefelijke verschijning al haar aandacht er aan opofferde.

Ik werd bediend met koffie. Of wat er moest voor doorgaan. De bak troost werd door een dame met witte schort helemaal naar de verdoemenis geholpen omdat het zwarte sap dat door de espressomachine aan de gemalen koffieboon ontwrongen was, aangelengd werd met veel te veel water. Water dat dan nog te heet was, waardoor de natuurlijke bitterheid van de boon helemaal verbrand werd. Mijn voorkeur gaat eerder uit naar ‘slow coffee’ die traag doorsijpelt in een filterzakje waardoor alle aroma’s en smaken zich op het juiste tempo vrijgeven zodat de bittere zuurte in alle schakeringen kan geproefd worden. Al dan niet met wat zoetigheid. De harde botertruffel met chocoladeschilfers die bij de zwarte leute bij geserveerd werd, compenseerde gelukkig wel ruimschoots de slapte van het brouwsel.

‘Hoe krijgt hij dat toch voor elkaar?’, dacht ik met ingehouden, niet-gespeelde jaloezie, absoluut niet wetend waarover hun conversatie ging of wat hun onderlinge relatie was.

Na drie te slappe koffies en drie te harde schilfertruffels, kwam ik erachter dat de man buiten een academische ‘ik begrijp het en hoe voel je je daarbij of hoe ben je daar dan mee omgegaan’, helemaal niets te vertellen had. Met zijn veel te grote oren deed hij niets meer maar ook niets minder dan alleen maar luisteren. Naar dramatische, in trieste verhalen van een jonge dame die al veel te veel had mee gemaakt voor de jaren die nog maar op haar teller stonden.

Toen ze even later de deur van de kroeg achter zich hadden dichtgetrokken en elk hun eigen weg gingen dacht ik. Het is helemaal niet door sterke verhalen te vertellen of straf uit te pakken met goed bedoeld slecht advies dat je eerlijke aandacht krijgt. Die krijg je volgens mij alleen maar door er gewoon oprecht geïnteresseerd naar te luisteren. Naar hoe ze ontstaan zijn en naar wat ze aangericht hebben.

Ik bestel nog een vierde koffie en besluit ook nog maar wat verder te zwijgen. Misschien mag ik dan straks ook luisteren naar een innemend verhaal zodat ik ook kan vragen hoe je daar dan mee bent om gegaan. Misschien koop ik ook nog wel eens een oude trenchcoat met vlekken en met ingebrande sigarettengaten. Wanneer er grijze haren uit mijn neus en oren groeien.


Bootcamp

Sinds mijn vrouw er voor koos om sportiever door het leven te gaan, is mijn leven ingrijpend veranderd met als gevolg dat mijn persoonlijke levenskwaliteit er drastisch is op achteruit gegaan. Af en toe trekt ze loopschoenen aan, gaat ze spinnen of zit ze aan gewichtjes te trekken in een hippe fitnessclub maar helemaal wild wordt ze van bootcamp op zondagmorgen. Daar kan ze zo overenthousiast over doen dat het me af en toe een beetje op de zenuwen werkt. Of ze dan eerder kwijlt op de rek -en strekoefeningen zelf, dan wel op die bruin aangebrande fitness macho die in te klein onderlijfje eerst alle oefeningen voordoet, doet niets ter zake.

Feit is wel dat ze zichzelf elke zondag, rond de klok van tien, plichtbewust in een iets te strak sportpakje wurmt. In een soort van fluo duikpak dat  zo aanspannend is dat het geen enkele ronding onbesproken laat. Aangestoten als modellen, trekken ze even later de vrije natuur in om er samen met nog andere lotgenoten stramme gewrichten los te gooien of dat overtollig rolletje weg te sporten.

Doet ze het om er die wat overdadige levensstijl mee te compenseren en om van dat extra kilootje af te raken? Voelt ze zich verplicht omdat iedereen van haar generatie het doet? Of zoekt ze eerder naar de bevestiging dat haar lijf, met de kilometers op de teller, er nog niet zo slecht aan toe is? Zeker niet in vergelijking met dat van haar collega-masochisten, van wie het tenue soms al iets strakker rond de billen spant dan rond die van haar. Ik weet het niet. Ze doet maar.

Met: ‘Je zou beter ook wat bewegen en mee gaan’, begeeft ze zich voor de eerste keer die zondag op mijn terrein. Het zal de laatste keer niet zijn. Met wekelijks terugkerende, ongepaste terechtwijzingen probeert ze me telkens opnieuw een schuldgevoel aan te praten. Met die geraffineerde charge wil ze me een slecht gevoel geven, omdat ik er nu eenmaal voor kies om gewoon lamlendig in de zetel te blijven hangen en dingen te doen die er ogenschijnlijk voor haar niet toe doen. Veel succes hebben die intimidatiepogingen niet want in tegenstelling tot haar ben ik wel redelijk tevreden met het lijf waarmee moeder natuur mij bedeelde.

Twintig is ze niet meer en dat vergeet ze soms. In haar enthousiasme gaat ze dan wel eens over een grens en worden de gewrichten en spieren die ze met haar hard labeur wou versoepelen, pijnlijker dan voor ze aan die wekelijkse marteling begon. Wanneer haar pijnlijke rug, schouder en knie dan echt beginnen op te spelen zodat ze niet anders kan dan ook een stuk van de zetel op te eisen, is dat precies het kantelmoment waarop mijn lui lekker leven radicaal verandert. Dat is het ogenblik waarop ik ongewild maar ingrijpend aan levenskwaliteit begin in te boeten.

Nu ze door koppigheid opgezadeld is met een zeer lijf en noodgedwongen doet wat ik de hele morgen gedaan heb, word ik door de omstandigheden subtiel geforceerd om een totaal ander bestaan te leiden dan toen ze nog op eigen benen kon staan. Toen kon ik liggen, hangen, zitten, en van hier naar ginder zappen. Ik kon het pand verlaten om koffie te gaan drinken. Kortom ik reilde en zeilde hoe het me uitkwam.

Nu sist ze op kordate toon van op haar troon: ‘Waarom heb je die borden van het ontbijt niet onmiddellijk afgewassen? En die pan?’

‘Waarom?’: mor ik terug?

‘Omdat dat spekvet aankoekt en je dat eigeel er nu moeilijk af kan wassen’, gaat ze verder.

Dik tegen mijn zin slof ik naar de keuken en laat water lopen in de gootsteen. Toen we indertijd over de indeling van onze leefruimte nadachten, hadden we om ‘communicatie te bevorderen’ geopteerd voor een open sfeer. Daardoor vormen keuken, salon en eethoek één grote ruimte. Dat blijkt een keuze die ik me nu beklaag.

‘Mettenoorenvertekken’,roept ze veel te luid omdat die schijtmuziek veel te hard in de oortjes van haar i-pad galmt.

 Zo klinkt het althans en ik doe teken dat ze haar oortjes even moet uitnemen.

‘Wat zei je juist’, vraag ik op een toon die behulpzamer klinkt dan dat ik het bedoel.

‘Messen en vorken ook afwassen. In de afwasmachine worden die bot’, antwoordt ze met een licht bevelende intonatie.

Ik slenter opnieuw naar de keuken en begin aan de afwas. Het te hete water zorgt er voor dat ik met twee vorken de afgewassen borden uit het water moet vissen. Trots en een tikkeltje provocerend, toon ik één voor één de borden, de pan en het bestek zodat ze zich er van kan vergewissen dat ze properder zijn dan dat zij ze ooit laat worden.

‘Laat je die twee Tupperware plastieken boterhammendozen eerst uitlekken, anders krijg je die niet droog en dan heb ik straks weer kringen in mijn kasten. Neem zeker proper water en doe er een scheutje azijn in als je aan de glazen begint, dat ontvet beter. En nu je toch bezig bent, zou je de filters van de dampkamp straks ook te week willen leggen. Dat is ook al een tijdje geleden dat die nog proper gemaakt zijn.’ ‘Ja, en neem je zeker een propere handdoek als je die glazen afdroogt? Anders blijven daar duimen op staan.’

Ik zucht en terwijl ik dat doe schuift de pan uit mijn handen omdat de steel nog nat was.

‘Wat gebeurt daar allemaal? Je bent toch geen brokken aan het maken want elke keer als jij in de keuken staat en zoals altijd dingen laat vallen zijn er stukken uit de vloer.’‘Jij maakt meer kapot dan dat we kunnen verdienen.’

‘Je moet niet zo roepen hoor’, probeer ik.  ‘Je zou die oortjes beter uitdoen. Dat is slecht voor je gehoor het is bovendien enorm asociaal. Weet je dat radiopresentatoren daar op termijn doof van worden? Trouwens het lijkt wel, alsof ik niet mag weten naar welke muziek je luistert. Kan je niet gewoon de radio aanzetten?

‘Let maar niet op mij ik ben mijn Spaanse les aan het studeren. Jij hoeft daar toch niet naar te luisteren. Je zou daar alleen maar zotter van worden.’ ‘Is er nog koffie? Eén suikertje alstublieft.’

Zei ik al dat ik het van sporten en bootcamp moe word en het er van op mijn zenuwen krijg?

Pofmaïs

Om kwart voor twaalf komt ze de trap naar boven opgelopen.Het is zaterdagmiddag. Elke week komt ze omstreeks dat uur thuis. Met zakken vol boodschappen. Wat niet expliciet op het boodschappenlijstje opgeschreven is, wordt niet gekocht. Wellicht daarom dat ik bijna elke week, ongeveer een kwartier later opnieuw naar de supermarkt ga om datgene te kopen wat zij vergeten is. Steevast ontstaat dan discussie over of zij die dingen vergeten is of ik ze niet opgeschreven heb. Die woordenwisseling is meestal het startschot om samen in de kasten te duiken en uit te vissen wat nog ontbreekt zodat even later eensgezind een nieuw boodschappenlijstje geboren wordt. Het blijft vooralsnog een raadsel waarom dat ritueel zich wekelijks niet een uur vroeger afspeelt, maar daarom is het een raadsel natuurlijk.

‘Ik moest je de goeie dag doen’, zegt ze terwijl ze een bokaal schorseneren in de proviandkast zet.

‘Ah van wie’, vraag ik oprecht geïnteresseerd. Hoewel deze vraag me redelijk defensief lijkt. Ik stel ze per slot van rekening alleen maar  om  te weten te komen wie ze zonet ontmoet heeft, kijkt ze me toch met lichte irritatie aan. Ze had ondertussen haar rode pumps uitgetrokken en begon aan de rits van haar jas, die ze nog steeds aan had, te frunniken.

‘Ja, van wie? Dat is het nu juist. Wie was het ook al weer? De naam ligt op het puntje van mijn tong, maar het komt niet. Dat heb ik tegenwoordig meer en meer. Gezichten vergeet ik nooit maar namen kan ik niet onthouden.’

‘Ik heb daar ook meer en meer last van. Was het een man, een vrouw?’, probeer ik behulpzaam.

‘Een vrouw natuurlijk!’

‘Is dat zo natuurlijk? Het is toch niet omdat driekwart van de wereldbevolking vrouwelijk is dat je daarom een vrouw ontmoette. Hoewel de kans statistisch gezien kleiner is kon het toch ook een man zijn?’

‘Maar ik heb haar toch met mijn eigen ogen gezien.’

‘Ja, maar ik toch niet? Wat voor vrouw? Van waar moet ik haar kennen dan?’

‘Wel, toen we vroeger nog samen gingen winkelen en dan nadien in het dorp gingen aperitieven, was ze daar ook altijd. Donker haar. Iets groter dan ik. Ze rookte gelijk een Turk. Bastos, denk ik. Nu zal ze een jaar of vijftig zijn, schat ik. Hoewel ze ook vijfenvijftig zou kunnen zijn. Want sigaretten roken veroudert. Je krijgt daar oud vel van.’ ‘Ik ben niet zeker of ze nu nog rookt.Ik heb haar dat niet gevraagd, want zulke vragen stel je niet in de supermarkt aan de kassa.  Tenzij er een farde Bastos in haar karretje zou liggen, maar dat was niet het geval.’

‘Vijftig, dat is te oud om jeugd te zijn en jeugdig om oud te zijn’, antwoord ik bijdehands, in een poging om het gesprek een andere richting te laten uitgaan zodat ik eindelijk kon vertrekken om de overige “vergeten” boodschappen te gaan kopen.

‘Waar slaat dat nu weer al op? Wat is dat nu weer voor een opmerking. Dat is weer zo een uitspraak uit een van je verhaaltjes zeker?’

‘Ze was meestal alleen, hoewel er soms een man bij was maar die kennen we niet.’ Ze dronk pinten in zo’n sierlijk lang glas, van s’ middags al’.

‘Zo wordt het moeilijk. Een vrouw van vijftig die sigaretten rookt gelijk een Turk en lange fluiten drinkt.  Een verrimpelde madame met donker haar, van wie je de naam vergeten bent en die soms vergezeld was van een man die we niet kennen.’ ‘Daar kom ik niet verder mee.’ ‘Weet je er niet meer van?’

‘Deodorant, keukenrol en pofmaïs’, zei ze plotseling alsof die nieuwe informatie me zou doen inzien van wie ze me de groeten moest doen.

‘Wat heeft dat er nu mee te maken?’

‘Deodorant, omdat je zonder, muf onder je oksels ruikt. Keukenrol omdat die er niet meer is en ik je rommel niet blijf op deppen met toiletpapier want dat plakt daar in.  Pofmaïs omdat er morgen een vriendinnetje van ons dochter komt slapen, ze naar een film willen kijken en ik hen popcorn beloofd heb’, zei ze nu echt geïrriteerd.

Het gesprek eindigde even onduidelijk dan dat het begonnen was. Het nachtlampje werd aangeklikt, het dekbed werd weg getrokken en mijn vrouw ging aan de rand van het bed zitten. Met een kartonnen tong en ogen vol slapers trachtte ik te achterhalen wat er aan de hand was. ‘Wat scheelt er aan?’

‘Ik had haar bijna. Jac… Nath… damn ik ben het weer kwijt.’’Haar naam!’

 ‘Doe het licht uit en ga slapen, het belangrijkste is dat we de groeten hebben. En dat ik deodorant en pofmaïs gekocht heb.’

‘En keukenrol? Je bent die keukenrol toch niet vergeten?’

Paard zonder teugel

 

Alle  amoureuze verhoudingen worden wel eens op de proef gesteld want elke relatie is een machtsstrijd, een soort van battle of sex(es). Autoriteit voor intimiteit. Iedereen wil immers toch in min of meerdere mate een beetje controle of autonomie over zijn leventje om dingen doen die hij of zij spannend of belangrijk vindt. Vanuit die verschillen en vanuit die soms tegenstrijdige persoonlijke keuzes en verwachtingen, kan een relatie wel eens onder spanning komen te staan en omgetoverd worden tot een frontlinie.

De generaties van een paar decennia geleden maakten er minder moeilijke woorden aan vuil. ‘Het is stil waar het nooit waait’, zei ons moe indertijd, toen het weer eens ‘groen hout’ was omdat onze va zijn goesting weer eens niet gekregen had en daarom naar het estaminet was getrokken. ‘Het waait wel over want een vent zonder vrouw is als een paard zonder teugel’. Hij komt wel terug straks. ‘ Met zijne steert tussen zijn benen!’

Onbegrensd mijn zin doen of straf uithalen ten koste van een andere, om gelijk te krijgen, om de mond te snoeren of omdat ik mijn goesting weer eens niet gekregen heb. Ik hoop dat ik het niet te dikwijls meer doe. Maar soms, wanneer ik in mijn grensposten aangevallen word en mijn tolerantie op de proef gesteld wordt, doe ik het toch. Op die zeldzame momenten, wanneer ik vind dat ik niet behandeld word zoals ik het graag wil of hoe ik denk dat ik het verdien, kan ik het nog. Dan loos ik verbale bagger om de vlucht vooruit te nemen.

‘Schijt op een hoop! Trek je hobbel en stik in je gelijk!’ en dan volgt soms nog ‘trut’, ‘kalf’ of ‘kutwijf’ Afhankelijk of zij me eerst haar favoriete koosnaam, ‘eikel’ of ‘luibakken lul’ naar het hoofd geslingerd had.

Op die momenten is er geen connectie of verwantschap en wordt de bedstee door rookgordijnen en afweergeschut een paar dagen lang omgebouwd tot oorlogsgebied, waar de ene mijnen zaait en de andere zich in loopgraven terugtrekt, afhankelijk van wie het meeste gelijk opeiste of wie ongepast te veel noten op de zang had.

Er mag best wel duidelijke limieten gezet worden om aan te geven waar grenzen liggen. En het hoeft niet altijd expliciet gezegd of luid uitgeroepen worden tot waar de andere mag gaan en tot waar zeker niet. Want ruzie maken doen we beschaafd.

Al vind ik maar zelden gelijk in straffe macho koppigheid want ‘stil is het waar het nooit waait’ en in de confrontatie schuilt ware intimiteit. Nadat alle potten door het huis vlogen en nadat  lakens scheurden door ze te hard naar me toe te trekken, worden harde woorden teruggetrokken en compromissen bezegeld. Zij meestal met een traan. Ik dikwijls met ongemakkelijke schone woorden. 

De mythe dat ik alleen maar persoonlijk zou groeien door maar wat  aan mezelf te sleutelen wordt dan met een snelle veeg van de tafel gekeerd.  Als ik het uiteindelijk aandurf om met de witte vlag omhoog en met ‘de steert tussen de benen’, de loopgraaf te verlaten voelt het niet als capitulatie of nederlaag maar als een dikke zode aan de dijk van toekomstige eensgezindheid.

En dan worden we door dat nieuwe vredesverdrag uiteindelijk alle twee winnaar van de battle of the sex(es). Zij met haar ondeugende glimlach, ik omdat ik nog steeds met twee snelle vingers haar bh kan los prutsen.

Pijpen en vrouwendag

 

Op een dag als deze ben ik des temeer opgelucht dat mijn seksuele identiteit helemaal overeen stemt met het geslacht waarmee ik geboren ben. Mijn ochtenderectie heeft me dat daarstraks heel duidelijk gemaakt toen ik half wakker en met zandslapers in mijn ogen, mijn nog slapende vrouw in de gaten kreeg. Het dekbed was weg gewroet zodat ze ongeveer tot aan het middel bloot lag. Een spaghettibandje van haar slaaptopje was van haar schouder gerold zodat een borst zich half ontblootte. De jongeman in kwestie had niet meer nodig.

Ik was stiekem trots want mijn mannelijkheid werd bevestigd. Vanaf vijftig worden wij daar blij van geloof me. Al dient in dezelfde adem gezegd, dat ik me ‘die sta(a)t(d)us’ of ‘staat’ van dienst een paar luttele tellen beklaagde, toen ik met volgestroomde zwellichamen probeerde te pissen.

In die toestand de blaas legen, blijft een uitdaging en een hachelijk huzarenstuk want pissen terwijl de eenogige slang je recht in de ogen kijkt is geen sinecure. Het is alleen geriefelijk en bruikbaar wanneer ik een ‘Z’ in de sneeuw wil mikken maar daarvoor is het lang nog niet de tijd van het jaar.

Hoewel verpleegsters met deze plaatselijke ‘rigor mortis’ doorgaans  raad weten, durf ik dat voorzichtige hoofdstandje niet te geven. Ik wacht dus maar geduldig tot het dier terug in zijn kot kruipt. Gelukkig was er vanmorgen geen hoog water voorspeld.

Voor zo lang het nog duurt ben ik blij met mijn mannelijkheid want vandaag het is vrouwendag. Je zult het geweten hebben want newsfeeds lopen over.  Straffe vrouwen met gebalde ‘forceballen’ prijken op internettegels of in nieuwsartikels van organisaties die’ topvrouwen’ of ‘vrouwen on top’ al als vanzelfsprekend achten. Mijn mening doet er niet toe maar volgens mij zouden vrouwen, alle dagen van het jaar deze aandacht mogen krijgen want ze zijn tot meer in staat dan wij mannen. Ze kunnen bijvoorbeeld ’s morgens wel zonder problemen pissen zonder het risico dit in hun eigen gezicht te doen. Toch verkrijgen ze tot op heden nog steeds niet de aandacht, de sociale, politieke, morele of intellectuele gelijkwaardigheid, laat staan de lonen, die ze verdienen.

Zelfs leeuwin Gwendolyn Rutten klauwde kwaad.  ‘Maak daar maar heel kwaad van!’: brieste ze. Toen volgens de blauwe hofdame, de kandidaat voor het Oost-Vlaams gouverneurschap Carina Van Cauter, afgelopen week genadeloos werd geslachtofferd door mannelijke politieke afrekeningen.

Misschien dat wij mannen, de vrouw daarom vandaag zo graag betuttelen en hen met veel bravoure op een pied de stalle zetten. Om hen met een illusie kalm te houden of heel misschien om in de verf te zetten dat ze er nog lang niet zijn.

Toch is de toekomst vrouwelijk want ze hebben statistische overmacht. De rol van de man is uitgespeeld want het sterke geslacht dient al veel langer een veel hoger doel dan er goed uit te zien of de krant of de sloffen te brengen voor hun pijpen rokende vent.

Al blijft het schrijnend dat er nog steeds vrouwendag nodig is, om dit onder de aandacht te brengen.

 

.

 

 

Rupsje rimpel en Jan lul

 

Hoe onnozel achterlijk! Ik die dacht dat vrouwen enkel de hand aan zichzelf leggen op Hustler- en Playboy-tv. Of voor camera’s van internetsites waar heel veel XXX-en in het webadres zitten. Al wist ik ook wel dat het af en toe eens gebeurde in de boekskes. In die bladjes, vol geile vrouwen die voorzien zijn van te dikke borsten met sterretjes op, en die je kunt kopen in benzinestations langs grote autostrades. Al meen ik me ook nog te herinneren dat schreeuwende vrouwen wel eens tot hoogtepunten gemanoeuvreerd werden in reclamefilmpjes van shampoo met speciale kruiden. Al heb ik dat nooit goed verstaan. 

Dat was dus waar ik foefelende vrouwen mee associeerde maar toch niet met  stijvere presentatrices of met radiostemmen.

Tot gisteren dus, toen werd ik verbaasd uit mijn preutse illusie getrokken. Ongevraagd was ik getuige, en nog wel in prime-time en ik vertaal dat even vrij in pruimtijd, dat onze aller ex-speekerin Eva Daeleman dagelijks de vingers bevochtigt. In haar voorpoep en verplicht nog wel, elke dag. Met de complimenten van haar kraker. Om opnieuw connectie te leggen tussen lijf en geest. 

Toen ik in mijn tijd “lichaam en geest probeerde te verbinden” achter de deur, en ik werd betrapt, vloog ik naar meneer pastoor. Om er te biechten. Met wat geluk mocht ik als boete en voor absolutie, op de schoot. Om te voelen hoe eerwaarde biechtvader geen onderbroek droeg onder zijn kazuifel. Echt plezant vond ik dat niet maar ik deed het liever dan twintig  weesgegroetjes en dertig onzevaders op te dreunen. Want dat hielp zeker ook niet. De ene zondigt en de andere zalft en balsemt zal ik toen al gedacht hebben.

Nu zit iedereen er blijkbaar anders in. Nu kunnen persoonlijke gamechangers in geuren en kleuren als bloemlezing besproken worden op tv. Als getuigenis tot innerlijk geluk en groei.  Over groei gesproken trouwens. Vaak voel ik mezelf als Jan lul. Te stijf om te pissen en te slap om te poepen en dan gebeurt er niks. Eva deed het niet. Haar getuigenis over hoe ze voortouw nam in haar leven heeft me ontroerd. Haar moedige verhaal heeft me echt gepakt. Hoe ze al haar zekerheden over boord gooide om zich te storten in een ongekend, onzeker avontuur. Goed voor haar en inspirerend als voorbeeld voor anderen maar misschien hoefde ik niet te weten dat ze daarvoor ook elke dag rupsje rimpel aait. Want die visual staat nu toch ongevraagd op mijn netvlies gebrand. Schreeuwend, onder de douchekop met kruidenshampoo in het haar.

Liefste vreemden

 

Ooit waren we verliefde vreemden voor elkaar maar door de loop van de jaren leerden we elkaar steeds beter kennen. Maar nooit helemaal denk ik, al spreek ik wat dat betreft helemaal voor mezelf.  Soms verbeeld ik me dat ze mij wel helemaal doorheeft. Maar aangezien ik, wat dat onderwerp betreft, over te weinig betrouwbare informatie beschik, kan ik dat niet helemaal juist beoordelen. Op die manier bewaren we wat schemerige mystiek en blijven we op een aandoenlijke manier een beetje vreemden voor elkaar. Met kleine geheimpjes en luttele, kleine, verstoken trekjes.

Niettemin leerde ik in de loop der tijden vele dingen over ons en over mezelf. Zaken waar ik nu soms diep beschaamd over word. Wanneer ik me ze herinner of wanneer ik er over door boom. Streken die ik uitgehaald heb of dingen die ik niet deed en beter wel had gedaan. Banale kleinigheden waarvoor ik te beschaamd of te verlegen  ben om ze helemaal uit de doeken te doen. Soms schaam ik me ook voor haar. Dat gebeurt ook. Over dezelfde banale, onbenullige habbekratsen.

Te veel nadenken en terug spitten naar wat ooit geweest is, of moest zijn, is een ondraaglijke vorm van gevaarlijk leven. Gelukkig haalt ze me met één vraag uit mijn dromerige kwelling. Ze heeft me weer door, denk ik.

“ Zijn we er? Ben je bijna klaar?”: vraagt ze ongeduldig?

Een jas of trui draag ik nooit en mijn schoenen heb ik in twee seconden aan. Zij is er nog niet. Of toch niet helemaal want in de gang blijkt dat ze haar handtas boven vergeten is. Dat lichtgroene, hippe, lederen ding dat ze ooit, als koopje, in een veel te dure winkel, op de kop kon tikken en waar ze lippenstift, vrouwengerief, een gsm en andere dingen, waar ik me van afvraag waarom ze überhaupt in een handtas rond rondslingeren, op een wanordelijke manier in hamstert. Om niets te vergeten, schat ik. Of omdat er spullen in zitten die ooit van pas zouden kunnen komen, in noodsituaties. Wat die dan ook moge zijn.  Aan de voordeur zegt ze: “Ik moet nog even terug, want de tv staat nog aan, het schuifraam is niet dicht en ik denk dat de dakramen nog openstaan”. Ik laat het allemaal rustig gebeuren alsof het voorbestemd is zodat de dingen geordend raken in een soort van compulsieve neurose waar alles in een bepaalde volgorde dient te gebeuren.

Als we eindelijk op het voetpad staan draaft ze geagiteerd: “Waarom ben je zo gehaast? Het is vijf voor vijf. De scouts is om 5 uur gedaan en het is maar 200 meter stappen. We hoeven ons toch voor niets of niemand te haasten en hoeven al helemaal niet te lopen. Dat is nergens voor nodig. We laten ons toch niet opjagen?”

We stappen 400 passen op een rustig tempo. Die liefste vreemde en ik.  Ik steek en sigaret op en terwijl ik dat doe, stel ik me de vraag waarvoor ze nu zo nodig die handtas nodig had. Ik vraag het haar niet want ik wil het niet weten. Want als ik dat allemaal ook nog zou te weten komen, is ze morgen geen liefste vreemde meer.

Over tuinbonen en borstvergrotingen

 

Het is verwarrend. Waarschijnlijk ben ik wat trager. Misschien zijn vrouwen en tattoo’s echt “wel” een goede combinatie. Misschien moet ik dringend mee met de tijd zodat ik ook het mooie van lichaamskunst op een vrouwenlijf kan leren appreciëren. Maar dan heb ik het zeker niet over smakeloze reetgeweien, opzichtige indianentribes of in het oog springende borstenpoëzie.  Eerder over subtiel geplaatste lichaamsfresco’s. Fijnzinnige zinnebeeldjes met betekenis. Die doen afleiden van de essentie of die vrouwen er wulpser of harstochtelijker en uitdagender doen uitzien. Zulke lichaamsschilderingen kan ik nog wel pruimen. Al hoeft dat deeltje vrouwenlijf, of de dichte omgeving ervan, nu ook weer niet noodzakelijk permanent bedrukt. Laat dat maar zo. Dat stukje vrouw spreekt meestal wel genoeg vanzelf tot de verbeelding. Dat hoeft niet in de verf. Less is more!

Van al wat neigt naar altijddurende lichaamsversiering heb ik doorgaans een lichte tot sterke, natuurlijke afkeur. Waarschijnlijk omdat de oren van die fout geplaatse Mickey Mouse, er na verloop van tijd, helemaal anders zullen uitzien dan het figuurtje dat Walt Disney er ooit mee in gedachten had. Mogelijks ook omdat een konijntje met een strik ter hoogte van die linker eierstok niet langer bij je past nu je zelf, je dochter probeert te overtuigen dat een tattoos echt wel voor altijd zijn.

Of gewoon maar omdat oorlellen met uitgerokken, grote gaten er ronduit afzichtelijk uitzien. En dan heb ik het nog niet eens over tepelspijkers, vulvaringen of andere extreme lichaamsmodificaties. 

Dus dames kleur jullie vooral vol maar laat de dingen die voor zich spreken onbeschreven. Zo blijven ze ook onbesproken. 

Wie schrijft die blijft. Dat staat als een paal maar dat opstel op de tieten of die proza op jullie dij. Dat hoeft niet hoor. Al wil ik jullie met plezier allemaal, helemaal komen vol schrijven. Pagina’s vol. In henna. Dan kan ik er volgende week iets anders op verzinnen.

Over tuinbonen of zo of over borstvergrotingen.

Overbodige informatie in een spannende BH.

Geen minuut duurt het of ik ben aan de praat. Is het zenuwachtigheid die me loslippiger maakt? Is het die veel te smalle zetel waar ik in opgespannen zit zoals een clown in een springdoos? Of is het omdat  mijn vrouw en dochter drie rijen achter mij zitten en ik hen niet kan lastigvallen met mijn vliegfobie? Ik weet het niet. In elk geval, ik kom er na tien minuten achter dat de man naast mij dit tripje een aantal keer per maand doet. Voor zaken. Hij vertrouwt me toe dat het vliegpersoneel op deze vlucht, je geen twee minuten met rust laat. Hij kan het weten. Luttele tellen later krijgt hij gelijk want net dan wordt nuttige en overbodige informatie  in een hels tempo, in onverstaanbaar Engels door de intercom gebrabbeld. Zo snel, zonder articulatie of intonatie dat onmogelijk te achterhalen valt welke informatie nuttig is of welke overbodig. Ik besluit dat het allemaal even overbodig is. De lichtgele reddingsvest en het potsierlijk toneeltje dat erbij hoort gaan zoals bij elke vlucht aan mij voorbij. Evenals het okergele bekertje dat uit het plafond valt wanneer we voor welke reden dan ook zonder zuurstof zouden raken. De doorkijkbloes van de vliegactrice maakt het schouwspel op een vreemde manier helemaal gênant. Vooral voor haar dan, wel te verstaan.. Mijn aandacht verslapt  want als deze kist neerstuikt zitten we toch met zijn allen in een wip bij magere hein. Daar zullen die gele ondingen niet veel aan kunnen verhelpen. Wat me wel opviel was dat de bh van de stewardess van dienst zo krap zat dat het leek alsof ze precies wel wat  zuurstof zou kunnen bezigen. 

De wat zwaardere zakenman had een punt. De vliegcrew heeft blijkbaar opdracht gekregen om ons constant lastig te vallen. Met wakke sponsbroodjes, belegen met plastiek cheddar.  Met Heineken in blikjes, met hete slappe koffie of met lotjes van de loterij voor een of ander goed doel. “Misschien zou de vliegtiran van Rayanair zijn personeel een beetje menswaardiger behandelen zodat ze niet met lotjes hoeven, lopen te leuren”, bedenk ik licht geïrriteerd. Mocht dit een liefdadigheidsproject zijn, ik kocht tien lotjes of 20. Zeker weten. Van die hostess met het te spannend ondergoed wel te verstaan.

De man naast mij die een klein beetje met zijn Bmi worstelt, is aangenaam gezelschap. Al had ik liever gehad dat hij, toen we nog op de grond stonden, voor een broodje kaas had gekozen in plaats van voor een pitta met looksaus. En die pepermuntjes die hij opknabbelt, zijn het alleen maar erger aan het maken.

 “Als België wereldwijd vermaard is voor frieten, bier en chocolade is Malta het land bij uitstek voor games en spelletjes”, gaat hij verder, terwijl hij de gamingbrowser van zijn macbook opzij schuift. 

De bezienswaardigheden van Malta zijn me na een half uur bekend. The Blue Lagoon zijn te mijden, Gozo is een must do een Valetta aan aanrader. Op dat zakdoekeiland is buiten lekker eten en mooi weer niet veel meer te beleven. 

“Net genoeg voor mij”, schat ik.

Vliegen. Om de een of andere reden heb ik er een bloedhekel aan al heeft de vriendelijke, wat zwaardere pittaman de vlucht zeker aangenamer gemaakt. Alleszins onderhoudender dan de loterijmadam met de te spannende soutien want het was niet door haar dat ik weer weet hoe een kebab met look smaakt en dat Maltezers diep gelovig zijn. Al zou je dat aan die spannende, niets aan de verbeelding overlatend corset van die vlieg-escorte niet onmiddellijk verwachten.

Gelukkig is de strijk gedaan.

 

De zwoele zomeravond doet traag zijn intrede. Er deunt zachte muziek uit de box en eerste vleermuizen flirten door de donkere schemerzone. Ze zit vlak voor mij en kijkt me indringend aan maar alleen wanneer ze denkt dat ik het niet merk. Als afleidingsmanoeuvre blader ik achteloos door mijn smartphone maar mis geen enkele beweging in de achtergrond.

Als ze me stiekem gadeslaat, houdt ze het hoofd schuin en ondersteunt het met haar rechterhand. Met haar wijsvinger draait ze voorzichtige denkbeeldige krulletjes, net boven haar oor. Laconiek gooit ze haar lokken achteruit zodat haar hals ontbloot wordt. Ze denkt dat ik het niet merk of misschien zoekt ze op die manier wel aandacht waar ik strategisch probeer aan te weerstaan.

In de andere hand houdt ze sierlijk maar nonchalant een halfvol tulpglas vast. We lijken op hetzelfde tempo te drinken. Zij witte wijn ik water, met ijsblokjes. We nippen en ademen in hetzelfde ritme, alsof ze me imiteert. Haar lichtgrijze ogen zoeken vluchtig contact. De lichtgrijze kijkers lijken donkerder en blinken vochtiger alsof er pretlichtjes in fonkelen. Wanneer ze zich met haar indringende blik betrapt voelt, kijkt ze kort weg. Het lijkt alsof ze het laatste greintje spanning, met een diepe ademstoot uit haar lijf zucht. Na elk slokje wijn gaat ze verleidelijk met haar tong zacht over de lippen. Haar mond kleurt roder en voller. De blosjes op haar wangen lijken plotseling veel minder onschuldige gedachten te verraden. Ze is ver in gedachten verzonken en glimlacht. Ze bijt op haar lip. Haar denkwereld fluistert haar zachtjes toe. Ze luistert en kijkt op zo een manier dat ze elk woord en elk beeld lijkt op te nemen om het nooit meer te vergeten. De ondergaande zon stuurt nog een paar laatste stralen alvorens te verdwijnen achter een horizon die eveneens rustig afwacht.

Gelukkig is de was, de strijk en de afwas gedaan zodat ze daar nu niet kan door worden afgeleid.

Proppen of vouwen?

 

Wezenloos staar ik voor me uit. Naar een witte muur in een veel te kleine kamertje. “Nooit zal ik nog naar de pijpen dansen van een vrouw”, lees ik in Dag Allemaal die hier al een paar weken rond slingert want de Rode Duivels moeten nog wereldkampioen worden.

Chris Van Tongelen was de pijpen of het pijpen (daarover is het artikel niet sluitend) van zijn ex-vrouw Brigitte blijkbaar grondig beu en is opnieuw op de markt.

Mooi! Denk ik en ik betrap me erop dat de ex-stiefvader van de Vlaamse Justin Bieber het bij mij aan respect aan het winnen is. Even verder in het “artikel” laat de Familieman er met zijn uitspraken, geen spaander van heel en verhakselt hij mijn prille waardering tot schriele houtkrullen.

“Een onenightstand moet wel kunnen”, staat er schaamteloos, al wil hij zich tegelijkertijd ook wel voor de volle 100% smijten in een nieuwe, romantische “coup de foudre”. Maar hij lijkt ook blij te worden van nieuwe vriendinnen waar hij af en toe eens mee kan gaan eten of een goed gesprek mee kan hebben. Ja ja… een goed gesprek? Dat zal wel.

“Van Tongelen, stielbederver! Je bent Romeo-onwaardig”, prevel ik tegen het boekje. “Wees eens een vent, word duidelijk en red de tijger! ”Wat wil je nu precies? Wil je de midlifecrisis van je gat vogelen? Ga je voor die fladderende buikvlinders die je weer naar pijpen zullen doen dansen of is het dat goede gesprek waar je cupidopijlen aan wil verschieten?

“Soms is het beter om je mond te houden en dom te lijken dan hem te openen en alle twijfels weg te nemen”, zeg ik tegen mijn witte muur. Hij antwoordt niet. “Zwijgen is instemmen”, prevel ik tegen het super de luxe toiletpapier, maar ook daar krijg ik geen gehoor.

De oudste Romeo moet het ontgelden. Opeens ziet hij er met zijn bloeddoorlopen oog uit alsof hij een dik pak slaag kreeg van Brigitte. Al was het maar omdat de mug die zich vannacht volzoog met mijn bloed nu op de voorpagina prijkt van s’ lands onbenulligste stukje roddelpers. Zo ongeveer ter hoogte van Van Tongelens’ rechter oog. Nu ziet de goedlachse Puttenaar er helemaal niet meer uit.  Hoe hij er nu uit ziet, zal hij met zekerheid niet aan die onenightstand raken en al zeker niet als hij zijn mond open doet.

Tegen zoveel vrolijkheid kan ik niet op en richt mijn blik opnieuw op die witte muur. Mijn 2 slapende billen halen me plots uit mijn ochtendlijke nonsens en brengen me abrupt weer tot de orde van de dag? Zal ik proppen of vouwen?

Ik wil ook zo iets!

 

Laat er vooral geen twijfel over bestaan. Vrouwen die lippen vuurrood kleuren, het zet iets in gang bij een vent. Daar hoeven wij, minderbedeelden der natuur, niet flauw over te doen. Zelfs antropologen zijn het roerend eens. Hoe roder de lippen hoe vruchtbaarder de vrouw. 

En ze weten het verdomd goed. Die van het sterke geslacht.  Mannen associëren getuite rode lippen nu eenmaal, ongewild met sex, met paren en met voortplanten. Zo beweren diezelfde menskundige wetenschappers toch. Hoewel ik van dat laatste maar moeilijk te overtuigen ben. Dat zullen die er zeker wel bij gesleurd hebben om al die vrouwen met hun rode lippen gerust te stellen.

Maar is het dan te kort door de bocht te stellen dat vrouwen met felrode mondcontouren bronstige, op sex beluste, hete manverslinders zijn? 

Zijn zij dan niet die ogenschijnlijk hulpeloos ogende prooien waarvoor wij mannen hen sinds Darwin aanzien?  Zijn zij dan de “gedoodverfde” medogenloze jagers bij uitstek? De roofdieren die met hun rode vettigheid mannen om de tuin weten te leiden omdat zij de associatie aan flapperende schaamlippen niet kunnen weerstaan waardoor automatisch de werking van de rest van hun neo-cortex wordt stil gelegd? Want daar zijn diezelfde antropologen het ook nog over eens. Bij fel rode lippen denken wij verdorven, zieke mannen zowizo eerst aan rupsje rimpel! Dat beeld floept bij rode lippen bij ons mannen als eerste binnen. Als close-up van de flamoes. Van de vochtspelonk en als oester op de ijsberg.

Zien jullie dames dan niet in en kunnen jullie de gevolgen dan niet inschatten van wat jullie met die rode verf allemaal aanrichten in ons brein? Ici-Paris-XL wordt een pornofilm. Een catwalk van venusheuvels, schaamdriehoekjes en wandelende gleuven.

Jullie moesten beschaamd zijn!

Vrouwen zijn dus al eeuwen in staat om alleen met rode verf het verleidingsspel en de paringsdans in gang te zetten! Een ritueel dat bij ons venten altijd het startschot is om ons gelijk halve zotten beginnen uit te sloven om op die manier in de gratie te vallen van een stel bedriegelijke rode lippen? 

Hoe oneerlijk is dat niet? Zeg? Ik wil ook zo iets…

Botergeil van tuinkruiden

Hoe krijg ik mijn vrouw weer botergeil?
Ondertussen zijn we een halve eeuw verder en kan je het pillendraaiers bezwaarlijk aanvrijven niet begaan geweest te zijn met de vrouwelijke sexualiteit en lust. De pil was al een revolutionaire uitvinding die begin jaren 60 vrouwen eindelijk hun verdiende wipgoesting teruggaf zodat vanaf dat moment eindelijk volop klokken geluid konden worden tijdens volle hoogmis. Haleluja. Vrouwen konden en mochten. Ad libitum, eindelijk. En dat er wat afgevogeld werd.
Als vrouw werd je niet langer als promiscue, vulgair of los van zeden bestempeld als je het graag deed en veel. Riscoloos, histig sensueel of wellustig.
Als ik echter de recente berichtgeving mag geloven zitten we opnieuw opgescheept met een massale sexdroogte. Maar niet getreurd er wordt op dat vlak hard onderzoek gevoerd. De vrouwelijke libidopil is in aantocht zodat veluxen of andere slaapkamerramen opnieuw vol condens bedampt kunnen worden.
Waar viagra paal en perk zet bij de man in nood zal de vrouwelijke lustpil dijken in het zuiden doen overstromen bij diegenen die het onderaan wat moeilijker vochtig krijgen. Of toch niet?
Wat met bijwerkingen? Zal onze enige favoriete sexpoes geen snor krijgen? De baard in de keel of hoofdpijn, en had ze die niet al? Zal vermoeidheid geen lastig bijfenomeen worden? Want te moe, dat was ze toch ook al? Maar belangrijker misschien, zal ze zich niet blijven storen aan mijn favoriete slaapmarcelleke zodat ze mij daarmee nog steeds met Onslow uit keeping up appearences zal associeren? Zal mijn onfrisse ochtend-walm die doorgaans sterk genoeg is om bootvluchtelingen finaal voor Engeland als eindstek te laten opteren, de pret niet onderdrukken?
Sex en goesting of het gebrek eraan afdoen als een epidemische vrouwelijke hersenaandoening is misschien wat bruggen te ver. Misschien moeten wij venten gewoon ook wat meer moeite doen. Misschien zouden we ons favoriete marcelleke waar onze mannentronie 25 jaar geleden mee kon geaccentueerd worden voortaan niet beter inruilen voor een mooie gestreken pyjama. En zouden we ‘s morgens niet eerst een rolletje king-muntjes wegknabbelen alvorens onze nieuwste pornomoves te etaleren. Misschien is tegen vrijwillige monogamie, sleur en een hespenrolletje meer wel geen pillenkruid gewassen?
Nu dan? Want Ik heb net mijn teennagels geknipt, mijn boxershortje gesteven en heb een halve tube tandpsta opgefret.
Btw ik ruik naar lavendel en kamille. Ik hoop nu maar dat ze geen hooikoorts heeft of allergisch is aan tuinkruiden.

Licht dementerend

Ik vraag me af of ik het erg zou vinden om licht dementerend te zijn. Volgens mij zitten er mogelijkheden in. Het zou absoluut niet leuk zijn mocht ik helemaal weggezonken zijn in lala-land en niet meer zou weten of ik van voor of van achter leef. Neen dat zou maar niets zijn. Maar gewoon een beetje licht vergeetachtig, dat zou ik zien zitten. Met een beetje kalk op de leidingen.

Elk gesprek zou dan net lijken als een spannende eerste ontmoeting.

Ongestoord en ongegeneerd zou ik iedereen kunnen aanspreken om dan zonder blikken of blozen te vragen. “Ken ik je niet ergens van? Van TV misschien?” “Ik voel aan dat we elkaar vroeger al ontmoet hebben maar ik kan het me niet precies herinneren. Ik ben namelijk licht dementerend.”

Om het allemaal wat aan te dikken zou ik vertellen: “Daarstraks at ik koteletten met boontjes en een gekookte aardappel maar vraag me niet wat ik gisteren at want dat weet ik niet meer, rijst peins ik want ik ga slecht af”

“Wie ben jij trouwens? Iets zegt me dat ik je al met je gesproken heb. Nog niet zo lang geleden. Ik denk dat ik je toen verteld heb dat ik licht dementerend ben en dat mijn vrouw het daar moeilijk mee heeft. Moeilijker dan ik zelf. Niet dat ik niet zindelijk ben of zo hoor want ik neem minstens een keer per dag een douche of een bad met badschuim van sunlight. Soms zelfs 2, als ik weer vergeten ben dat ik er al een genomen heb. Neen hoogstens laat ik eens een onderbroek slingeren of een kous. Of knoop ik mijn hemd verkeerd. Dat gebeurt ook wel eens. Maar belangrijke dingen vergeet ik niet. Etenstijd bijvoorbeeld. 12:30 stipt is 12:30 stipt. Zij is nooit op tijd. Altijd is ze te laat. Als ik boontjes met kotteletten gemaakt heb wordt 12:30 dikwijls 12:50 of later”. “Ik was het vergeten”: zegt ze dan. “Ik hoop maar dat ze niet, net als ik ook licht dementerend wordt: denk ik dan”. “Al vind ik het zelf allemaal niet zo erg.” “Trouwens, als ze boontjes en kotteletten niet zo lekker vindt mag ze me dat ook gewoon zeggen. Of op dat briefje schrijven. Naast dat andere waar op geschreven staat: NIET VERGETEN: Strijken!!! , Ramen kuisen!!!! , Gras afdoen!!! en naar het containerpark gaan!!!! Maar dat stond in PS met 3 x-en er onder. Belangrijke dingen vergeet ik toch niet, Zeker niet als er 3 uitroeptekens achter staan.

Ik zou ook niet rood worden als ik met veel charme in je oor zou fluister. “Jij bent een toffe, ik weet nog precies waar ik je voor het eerst gesproken heb. Wist je al dat ik licht dementerend ben?”

Door mijn lichte dementie zou ik sympathiek overkomen. Helemaal ongevaarlijk, en aandoenlijk stuntelig dus sympthiek. Soms zou ik het wel veinzen. Wanneer ik een helder moment heb. Maar ik zou er mee wegkomen want ze zouden weten dat ik licht dementerend ben. Dan zou ik er de leukste uitkiezen en zeggen: “Ken ik je niet ergens van? van Tv of zo? Je ziet er leuk uit met je neptieten en je schilderijen”. Maar ik ben jammer genoeg niet licht dementerend dus ook niet sympathiek stuntelig of aandoenlijk. Nu ben ik alleen maar stom, lomp en dwars.

Soms wou ik dat ik wat licht dementerend was. Dan mocht ik mijn hemd verkeerd knopen en een kous laten slingeren en een onderbroek of een natte vod. In de gootsteen.