Categorie: Verwachtingen

Mijn nacht

Mijn nacht is een kamer zonder ramen. Er cirkelen luidruchtige vogels rond die nergens kunnen landen. Mijn gedachten hangen erbij, als een mist die weigert op te trekken.

Aan het voeteinde zit een gestalte, een vijand of een vriend, dat weet ik niet. Met zijn donkere ogen kijkt hij naar mij zoals ik soms naar mezelf kijk. Met een mengeling van ongeduld en onzekere mildheid en een oordeel dat hij zelf nauwelijks begrijpt.

Mijn verstand wil loslaten, maar vanbinnen blijft iets rechtop staan. Stil, maar alert. Alsof de dag mijn gedachten nog even bij zich wil houden om uit te spreken wat gedurende de dag onuitgesproken bleef.

De nacht zit er naast, geduldig als altijd. Hij dringt zich niet op. Hij wacht.

Mijn lichaam ligt dan wel horizontaal, maar mijn denken blijft overeind als een nachtwaker die niet afgelost wil worden. Ik woel, ik draai, ik keer, maar de nacht weigert mee te draaien. Hij probeert een vorm te vinden die nog niet te vormen is.

Het lukt niet om de twijfels van de dag uit mijn systeem te trekken. Precies alsof ik nu pas voel wat ik overdag slechts vluchtig aanraak zonder er aandacht aan te kunnen geven.

Dit is geen zachte vorm van wakker zijn. Het is wakker zijn zonder adrenaline, zonder haast.
Het is wachten op iets waarvan ik niet weet of het nog komt.

Misschien, verschijnt mijn rust straks als ik zachtjes erken dat de dag nog niet hoeft te verdwijnen, maar gewoon even naast me mag komen liggen. Gewoon liggen zonder opdracht, zonder verwachting. Met de ogen open in het donker.


Misschien komt er dan rust. Niet omdat ik de dag moet loslaten, maar omdat ik hem toesta om nog heel even te blijven.

Braakland

Er zijn dagen die vanzelf verdwijnen. Als je even omkijkt, zijn ze er niet meer. Deze dag moet nog beginnen, dus ik sta op, drink koffie, rook een sigaret aan de vijver en kijk naar het gazon. Hij ligt er schraal bij, met kale plekken die eruitzien alsof er nooit iets heeft gegroeid. Veel meer is er niet. En toch, ik ben wakkerder dan ooit. Ik adem en voel dat ik leef, zonder dat er iets moet gebeuren.

Mijn laptop ligt op de tafel, op zijn vaste plaats, precies waar hij hoort te liggen. Ik raak hem aan, klap hem open en kijk naar het witte scherm, onschuldig en stil. Ik klap hem weer dicht, schuif hem opzij en doe niets. Het is een dagelijkse beweging geworden, bijna een ritueel. Zoals ik soms ook nog oud visgerei schoonmaak dat ik al jaren niet meer gebruik. Maar het weggooien zou ook aanvoelen als een soort verraad aan het loze vissertje dat ik ooit was.

Er is geen gevoel van schuld want niets is dringend. Geen haast, er is alleen die zachte, volstrekt neutrale stilte. Het is geen matte leegte die zuigt of een sluimerende zwaarte die drukt, eerder een onbelangrijke afwezigheid. Het is als de lucht vlak vóór de regen, wanneer alles even stilvalt en de bomen in mijn hof hun adem inhouden. Dat moment waarop mijn gazon weet dat hij regen krijgt, alleen nog niet wanneer.

Schrijven heeft me zeker geholpen. Het maakte dingen helderder. Wat te groot was om vast te houden in mijn hoofd, werd kleiner op papier.  Alles kreeg een vorm, verhoudingen en grenzen. Maar nu is er al een tijdje niets meer om te verkleinen of te begrenzen. Er woedt geen storm en het is geen oorlog in mijn hoofd. Er zijn geen gedachten die schreeuwen om aandacht. Wat overblijft is de zachte leegte van deze kamer alsof er net iemand is opgestaan en is vertrokken. De geur hangt er nog en de indruk zit nog in het kussen van mijn grijze sofa, als een laatste herinnering die weigert mee te vertrekken.

Ik denk aan verhalen, aan gezichten van mensen die ooit belangrijk waren.  Ze vervagen en doen dat op dezelfde manier als de dag die vanzelf verdwijnt, heel langzaam. Wat blijft zijn de details, de toon van hun stem, de onhandige gebaren, de manier waarop ze mijn naam uitspraken. Niet de drama’s, niet de scherpe randen. Wel de vluchtige, belangrijke momenten die blijven hangen als stof in een zonnestraal.  Ik denk aan plekken waar de zomer ooit sprak maar de zon ook traag stierf. Ik denk eraan, maar schrijf niets.

Toen het nog stormde in mij en de gedachten zich opstapelden tot iets dat veel groter was dan mezelf, hielpen woorden. Ze waren mijn zandzakken tegen de gedachten die overstroomden. Ze maakten het draaglijk, lichter.  Ze reduceerden de chaos en maakten hem kleiner. Nu is er niets dat verkleind of verlicht moet worden. Wat betekent het als ik even niks te verwerken heb? Is dat rust of is het gewoon leegte met een strik errond?

Ik blader door oude boeken. Titels waarvan ik het einde al ken. Ik blader verder want ergens zit iets troostends in het voorspelbare. Ik word vanzelf rustig als woorden en zinnen zich herkenbaar gedragen zoals ze dat altijd gedaan hebben. Ik herken mezelf in hun ritme denk ik. Soms is dat genoeg.

Mijn gazon ziet er niet uit. Stukken ervan lijken wel braak te liggen, met dorre plekken en hier en daar wat koppige pisbloemen.  Zoals elk jaar opnieuw rond deze tijd. Maar ik weet dat er iets gebeurt. Iets zit te kiemen, iets zit te wachten. En geduldig wachten is geen leegte, dat weet ik ondertussen beter dan wie ook. Misschien is dit geen schrijfstilstand, maar is het een soort van tussenruimte, een verbindende witruimte tussen twee paragrafen zoals mijn gazon die rust neemt, maar nog niet dood is.

Ik zal weer schrijven. Ja zeker, maar niet vandaag. Misschien morgen, misschien over een jaar. En misschien doe ik het zelfs pas als de stilte me niet meer kan troosten en ze me opnieuw langzaam begint te kwellen, zoals woorden niet willen blijven liggen en opnieuw naar boven willen kruipen.

Tot dan ben ik hier. Op mijn braakland. In rust. In de leegte die geen vijand meer is.


En dat is genoeg.

Draaideur naar de stilte

De wereld in rumoer
De wereld raast voort, steeds sneller, steeds luider, steeds agressiever. Onheilspellende nieuwsberichten overspoelen me met dreiging, verdeeldheid en politieke smeerlapperij. Het domineert alle headlines. Trump, een clown die ongegeneerd leugens en chaos ademt, beheerst het nieuws met zijn manipulatief circus. Zelenski zoekt wanhopig steun in een wereld die hem de rug lijkt toe te keren. Het narcistisch machtsvertoon, verpakt in eindeloze herhalingen van dezelfde patronen, verdraag ik amper nog. Sociale media echoën de hysterie en versterken meningen tot geschreeuw die elke nuance wegblaast. Ik merk dat ik overprikkeld raak, neerslachtig zelfs. Daarom neem ik afstand. Ik mijd nieuws, trek me terug en zoek rust, door de draaideur naar mijn stiltebubbel.

Ademruimte
De klanken van de buitenwereld trillen nog na, maar met elke ademstoot verliezen ze grip. Mijn gedachten, eerst verstrikt in de hectiek van de realiteit, worden zachter en gedempter.
En dan, bijna ongemerkt, kantelt mijn wereld. Niet met een schok, maar geleidelijk. De stilte die intreedt, is geen leegte, maar ademruimte. Het is een plek waar andere geluiden naar de voorgrond treden, de alledaagse geluiden van dit huis. Het zachte, bijna hypnotiserende geronk van de koelkast klinkt als een hartslag, als een constante herinnering dat het leven doorgaat, zelfs in deze stilte. De wind blaast tegen het raam en fluistert verhalen die ik niet helemaal kan verstaan, alsof er geheimen in de lucht hangen die wachten om ontdekt te worden.

“Wat probeer je me toch te vertellen?” vraag ik stil, in de hoop dat de wind antwoord zal geven.

Op zulke momenten voel ik bijna de aanwezigheid van iets groters, iets dat buiten mijn bereik ligt. Het is alsof mijn kleine wereld vol zit met verborgen betekenissen, wachtend om onthuld te worden.

Het anker van mijn thuis
In dit functionele, minimalistische huis, met eenvoudige meubels, lichte muren en een gladde zwarte vloer, vind ik een serene, bijna steriele rust. Het flauwe licht van de namiddagzon valt door het grote schuifraam en werpt scherpe schaduwen over de vloer en de muren.
Achter in de tuin ligt een strakke zwemvijver, omringd door zorgvuldig aangelegde planten en bomen. Het water is helder, spiegelglad en reflecterend als een perfect gepolijste spiegel. Alles aan dit adres is sereen, bijna steriel. Elk detail fungeert als een anker in de stilte, mijn perfecte plek voor reflectie en introspectie.

Zelfontdekking en reflectie
In deze rust voel ik een diepe verbondenheid met mezelf. Nu ik hier alleen ben, vind ik in deze minimalistische setting de ruimte om te reflecteren en mezelf te ontdekken. Het was op momenten als deze, momenten van verveling en reflectie, dat ik mijn herstel beter leerde begrijpen en vormgeven. De leegte dwong me om naar binnen te kijken, naar de demonen die ik zo lang had genegeerd, en naar de persoon die ik werkelijk ben. Denken en schrijven werden zo katalysator voor herstel en groei.

“Wat doe je?” vraagt mijn onderbewustzijn, als echo van mijn diepste gedachte.
“Ik zoek iets,” antwoord ik stil. “Maar ik weet niet wat.”
“Misschien zoek je jezelf,” fluistert de stem.

Ik knik, terwijl elke schaduw in mijn kleine wereld een verhaal vertelt en elke stilte een geheim bewaart.

Een draaideur naar een andere wereld
Verveling en overpeinzing blijken geen leegte te zijn, maar een draaideur naar een andere wereld. Ik leer dat deze momenten van stilte geen vluchtige ontsnappingen zijn, maar noodzakelijk om mezelf terug te vinden te midden van de razende storm van de buitenwereld. Mijn gedachten dwalen af naar plaatsen waar ik niet meer kom, naar oude gevechten, naar momenten van strijd en overwinning. Ik zie mezelf weer tegenover de uitdagingen die het leven op mijn pad heeft gezet. Oude vrienden, verloren liefdes, en mensen die ooit een belangrijke rol in mijn leven speelden maar nu afwezig zijn, herinneren me eraan hoe ver ik al gekomen ben.

“Denk je nog aan hen?” klinkt de stem opnieuw, zachter deze keer.
“Soms meer dan ik wil toegeven, ze laten me niet los.”

Ik denk aan geluk en verdriet, gedeelde dromen en gebroken beloftes, verdwijnende voetstappen in het zand. Aan lessen in liefde en in het leven. Alle herinneringen, soms euforisch en gelukzalig, soms vervuld van spijt en schaamte, ze maken deel uit van wie ik ben en brengen me terug naar een tijd van schuld en onschuld, naar avonturen waarin niets en alles mogelijk leek.

De kunst van luisteren
De kunst van angst, verveling, of beter gezegd de kunst van het luisteren naar de stilte, is het vermogen om de diepere vragen van het leven te verkennen. Waarom leef ik? Wat is geluk? Heb ik nog verwachtingen? In de stilte van verveling vind ik ruimte om deze vragen te onderzoeken en mijn eigen antwoorden te zoeken. Het is een ontdekkingstocht, een reis naar de kern van mijn wezen. Op momenten van schijnbare nutteloosheid zwaai ik mijn draaideur open en ontdek ik de kracht van mijn verbeelding en veerkracht.

Terug naar de realiteit
Plotseling, met het geratel van de koffiemachine verandert alles weer zoals het was. De stilte wordt doorbroken door het vertrouwde lawaai dat bij dit huis hoort. Het knarsen van de koffiebonen keert de wereld terug naar haar gekende drukte, naar verplichtingen en verwachtingen.
Verveling en introspectie waren even geen leegte, maar een draaideur naar een andere wereld die zich openzette en zich even snel weer sloot. Een subtiel spel van aanwezigheid en afwezigheid, een vluchtige illusie die ik niet kan controleren of vasthouden.

En toch, misschien was het juist in die kortstondige vluchtigheid dat ik mezelf even vond, in een moment van diepe rust, voordat die onheilspellende wereld met al haar dreiging en onophoudelijk lawaai me weer helemaal opslokt.

Gelukkig is er die draaideur

De stilte van later

Ooit skiede ik, lang geleden. Ik daalde rode en zwarte pistes af met een vanzelfsprekend gemak dat nu ondenkbaar is. Toen kende mijn zelfzekere lichaam nog geen tegenargumenten.  Mijn lijf was een trouwe volger van mijn onbezonnen geest. Terwijl de bergen me aankijken als stille getuigen die mijn gedachten lezen, zit ik op het terras van een hotel. De stilte is voelbaar en hangt ergens tussen de damp van mijn koffie, de bergen en de herinnering aan wie ik ooit was. Mijn gedachten dwalen af, naar later.

Later… een woord dat me al een tijdje achtervolgt. Het is een schaduw die zich maar laat opmerken als de zon laag staat, bij zonsondergang of wanneer de zon opkomt, zoals nu. Later bleek steeds een vage belofte waar ik te lang heb op vertrouwd. Het is een gevaarlijk woord. Ik probeer het te mijden want van zodra later aanbreekt, heeft het iets weggenomen, iets wat er eerst nog was, en belangrijk was.

Ik leef al lange tijd niet meer in termijnen of in uitgestelde momenten. 11 jaar nuchter en bewuster hebben me geleerd hoe later werkt en hoe verraderlijk het is. Het doet zich voor als een soort geruststelling maar het is een dief die in je leven sluipt en voor je het weet, alles heeft meegenomen.

Later verandert kansen in spijt en vrienden in voorbijgangers. Ze verdwijnen. Soms plots, maar meestal traag, haast onmerkbaar. Eerst vervagen gesprekken, dan ontmoetingen, tot er stilte overblijft, zoals een vlam die nog even flakkert en dan, zonder waarschuwing dooft.

Ze bleven achter in gesprekken die ik niet meer voer, in telefoonnummers die ik niet meer draai.

Terwijl de tijd zich ook hier stilletjes terugtrekt, sta ik stil bij hoe vaak ik ben blijven hangen in de ruis van het leven en in zijn onbeduidende details, terwijl de essentie tussen mijn vingers weggleed. Dingen die er echt toe doen, blijven te vaak onuitgesproken of uitgesteld. Maar alles heeft een houdbaarheidsdatum, ook de kans om iets te zeggen.

Later, als je niet oplet steelt het een ochtend, een week, een jaar, een vriend, een liefde, een leven.

Hier hangt stilte in de lucht, alsof het me iets wil vertellen. Ik luister aandachtig. De hele wereld beweegt hier traag. Ik heb er geen moeite mee. Ik blijf ook stil. Alleen mijn vingers glijden snel over het klavier. De koffie voor me dampt nog. Als ik te lang wacht, zal hij koud worden. Dat weet ik.  Eerst gaat hij over van heet naar lauw, van lauw naar koud dan van smaakvol naar bitter. Alles koelt af als je het negeert, ook dromen, ook mensen.

Nu kijk ik naar de bergen en in de ogen van een nieuwe dag. Ik ben vastberaden om hem niet zomaar te laten passeren. Ik ben gestopt met wachten, met uitstellen, met later en met doen alsof er misschien nog een keer komt. Als ik vandaag iets voel, ik zeg het. Als iets of iemand me raakt of ontroert, ik laat het toe. Ik strek mijn armen uit, zonder schrik om in de leegte grijpen. Ik denk dat ik probeer te leven zonder toegevingen te doen aan later.

En als straks de ochtend verdampt is in de middag en ik naar buiten stap, zal de sneeuw onder mijn voeten kraken. Ik zal diep inademen en kijken naar de lucht, naar de sporen in de sneeuw en naar de weg die ik heb afgelegd. En ik zal het zeker weten, dit moment is echt.

Later? Misschien maar niet vandaag!

De dunne draad tussen leugen en waarheid

Nu de laatste bladzijden worden omgeslagen, wou ik het nog eens in mijn dagboek opschrijven, om het te onthouden, want het vergeten is gevaarlijk.

Telkens als ik herlees wat ik geschreven heb, lijkt het zo simpel, maar het is niet simpel. Het is nooit simpel geweest maar een triomf was het ook nooit. Het is gewoon een feit, een waarheid. En waarheden en feiten kunnen hard zijn. Zo hard soms dat ze doorwegen als een steen in mijn hand, zwaar, koud maar eerlijk. Ik blijf hem meezeulen. Een andere keuze heb ik niet.

Je zou kunnen denken dat tijd het gemakkelijker maakt. Dat is niet zo. Tijd maakt niets gemakkelijker. Het enige wat tijd heeft gedaan, is meer afstand scheppen tussen de persoon die ik vroeger was en de persoon die ik geworden ben. De afstand groeit elke dag, alleen verbonden door een gesponnen draad, dun, kwetsbaar, en altijd gespannen. Één verkeerde beweging, en hij breekt.

Eerlijkheid en de feiten, doen me terugkijken. Ik herinner me de dagen dat ik dronk. Niet de avonden, de meeste daarvan waren dan al een waas. De ochtenden, die blijven hangen. Wakker worden met die kleffe smaak in mijn mond, de schaamte over de zwarte gaten in mijn geheugen, de duffe geur in de kamer, de troebele ogen in de spiegel die me verraadden nog voor ik ze met mijn mond in een leugen kon veranderen. Ik deed het altijd, alles minder erg maken dan de werkelijkheid was, ondanks de beloftes. Ik wist niet beter.

Er was die constante drang naar drank maar ook naar misleiding.  Drang naar bedrieglijkheid dat zich laag na laag opbouwt met halve waarheden en hele leugens tot ik niets meer kon zien, zelfs mezelf niet. Niemand mocht alles weten. Niemand mocht alles zien. Niemand mocht te dicht in mijn buurt komen, uit angst om ontmaskerd te worden.

Mensen denken soms dat alcoholisten altijd drinken, altijd struikelen en altijd in de goot liggen. Dat is een grote misvatting. Ik was er één die naast elke dag drinken ook elke dag toneelspeelde. Ik dronk en ik speelde van s’ morgens tot s’ avonds. Ik deed het in de rol van vriend, collega, geliefde, vader.  Nooit liet ik hen zien wie ik echt was. Als je te dichtbij kwam, zou je me opmerken, het zien, het ruiken. Je zou zien hoe ik echt was. Dus sloot ik je buiten. Ik liet je niet toe, terwijl je mij ondanks alles graag zag. Je zag een versie van mezelf die nooit echt heeft bestaan. Wat wist jij van mij? Niets. Alleen ik wist hoe diep ik kon wegzinken, hoe gemeen, leugenachtig en genieperig ik kon zijn. Hoe kon zo’n iemand graag gezien worden. Ik liet het niet toe! Ik onderschatte jou en overschatte mezelf. Ik dacht dat je me niet doorhad. Ik bleef je zolang onderschatten tot ik mezelf en mijn zelfrespect helemaal was kwijtgeraakt. Daarom moest ik drinken.

Mijn verslaving was geen liefde voor de fles. Het was een oorlog met mezelf, één die alles kapot maakte wat in mijn buurt kwam, mijn gezin, mijn familie, mijn vrienden, mijn werk, mezelf. Alles moest kapot, maar op mijn voorwaarden, met mijn spelregels en vooral met de illusie dat ik nog controle had over het verlies van mijn controle.

Het was een vicieuze cirkel, een systeem, een dolgedraaide machine waarvan ik alleen de sleutels bezat om het stil te leggen.

Ik herinner me die eerste ochtend na een AA-meeting dat ik nuchter ontwaakte. De stilte in mijn hoofd was ongemakkelijk. Ik had geen excuses meer maar had ook geen duidelijk plan. Er was alleen een vreemde, ongemakkelijke vrede. Maar ze was echt. Voor het eerst in jaren voelde ik iets dat echt was. Tussen de euforische buien door, leek het soms alsof ik mezelf verraden had omdat ik mijn identiteit kwijt was. Maar het was geen verraad, het was een bevrijding van mijn zieke brein dat nooit echt heeft bestaan. De drank en het toneel was het enige dat me al die tijd wist staande te houden. Die waarheid, hoe pijnlijk ook, ze staat hier zwart op wit, was beter dan de leugen.

Koppigheid heeft me jaren gekost. Angst om eerlijk met mezelf te zijn, nog meer. Bang om eerlijk te zijn, dat duurt maar even, maar spijt om niet eerlijk te durven zijn, dat draag je een leven lang mee, denk ik.

Mijn waarheid draag ik nu dicht bij me. Ik weet dat als ik opnieuw zou drinken ik opnieuw dat zieke brein word.

Soms kruipen oude gedachten vanuit mijn onderbewustzijn terug naar boven, als gevaarlijke schaduwen. Ze duiken op vanuit de hoeken van duistere kamers. “Eén glas kan geen kwaad”, fluisteren ze.  Ik weet beter, ik heb geleerd ze te negeren. Eén glas blijft nooit één glas. Eén glas is de deur naar die beklemmende wereld waar ik nooit meer naar terug wil, een wereld van leugens, bedrog, verwaarlozing, eenzaamheid en spijt.

Het klinkt allemaal misschien als een prestatie, dat is het niet en ik verdien geen medaille. Het is geen overwinning. Het is gewoon een zelfbewuste dagelijkse keuze, heel af en toe moeilijk, meestal gemakkelijk, maar altijd noodzakelijk!

De kalender wordt opnieuw heel dun. Nog een paar dagen en het is 2025 en ik ben er nog. Ik adem, ik leef en doe wat goed of juist aanvoelt, dat is genoeg. Al de rest is branie, ballast en overbodige bladvulling.

Eerlijk worden doet even pijn. Maar spijt om het niet te worden, dat kan een leven lang duren!

Golven van gedachten

Mensen gaan hun gang zoals ze altijd doen, sommigen met veel lawaai anderen zonder woorden. De afgelopen jaren heb ik geleerd om niet van iedereen te verwachten dat er iets gezegd wordt. Soms heb ik de hoop op een gesprek laten varen, ook al leek dat noodzakelijk. Als mensen willen spreken, zullen ze dat doen, tenzij ze het niet de moeite waard vinden.

Op café, hoewel ik daar haast niet meer kom, zit ik meestal alleen. Ik kies dan een plek uit waar ik mezelf kan zijn zonder te hoeven praten. Ik bestel koffie en een glas water, en observeer en luister. Er is altijd wel iets te zien, een man in een hoek met zijn krant als zat hij op een eiland in een zee van lawaai. Een jonge vrouw achter de toog, die glazen spoelt en klanten bedient, als een danseres elegant bewegend op haar podium. Iedereen is druk of juist minder druk bezig met zijn eigen leven, met zijn eigen gedachten, ik ook. Op zulke momenten heb ik geen woorden nodig. Dan voel ik nauwelijks behoefte om te spreken en helemaal geen drang om te schrijven.

Vroeger fantaseerde ik meer over waaraan mensen denken, wat ze willen zeggen, wat ze voelen of waar hun gedachten naartoe dwalen. Dat doe ik nu minder. Nu kijk ik gewoon. Dat is gemakkelijker en kost minder moeite. Als iemand wil spreken, zal hij of zij dat wel doen. Als ik voor iemand belangrijk ben, vinden ze me wel. Ik hoef niet meer zo nodig te trekken en te sleuren en voel al helemaal niet meer de noodzaak om een gesprek te forceren. Controle heb ik namelijk alleen over mijn eigen daden en woorden, nooit over die van een ander. Dat besef is een opluchting. Het maakt me vrij, op een bepaalde manier.

De wereld om mij heen is groot en luidruchtig. Ik hoef van al dat lawaai niet altijd deel uit te maken. Ik mag kiezen om stil te zijn, om te wachten en te zien wie naar me toe komt. En als niemand dat doet, is dat ook goed.

Vroeger voelde ik me ongemakkelijk bij die stilte. Het voelde als een afwijzing, als een schaduw die het licht bedekte. Nu zie ik het anders. Stilte werd mijn oase, mijn plekje om na te denken, te observeren, te voelen en te groeien. Ik ken veel mensen die alleen maar praten omdat ze hun eigen stilte niet kunnen verdragen. Dan smijten ze hun woorden eruit als netten, in de hoop om iets of iemand te vangen.

Er zit veel waarde in woorden maar niet elk woord heeft betekenis of waarde. Niet elk gesprek moet gevoerd worden. Soms is het beter om af te wachten, te zwijgen en te zien wie mijn stilte kan verdragen.

In die rust van mijn gedachten, ben ik tevreden met mij rol als toeschouwer van het levenstheater. Niet iedereen hoeft te spreken. Niet iedereen hoeft te luisteren. Maar als iemand wil en denkt dat ik iets waard ben, zullen ze wel komen om me te vinden. Het enige wat ik moet doen is geduldig wachten. Als ze niet spreken zegt dat niets over mijn waarde.

Meer en meer voel ik dat mijn eigenwaarde niet afhangt van de woorden of van goedkeuring van een ander. Zo breng ik veel tijd in stilte door, alleen maar niet eenzaam. Soms alleen maar luisterend naar geluiden die ik wil horen en waar ik aandacht aan wil geven, het gerinkel van glazen, het gefluister van de wind.

Maar als iemand wil spreken, zal ik luisteren. En zo niet, dan is dat ook goed. Als niemand spreekt zegt dat ook iets. In dat geval luister ik wel naar de golven van mijn gedachten.

Voortaan ben ik Zwitserland

Vanochtend stond ik op en voelde het gewicht van de wereld aan mijn schouder hangen, niet als een fysieke pijn of last, al is die er ook, maar als een sluimerende druk die me dwingt om deel uit te maken van iets groters.

Altijd heb ik gedacht dat ‘erbij horen’ onmiskenbaar deel uitmaakt van het mens-zijn, wat dat ook moge betekenen. De gezelligheid of de drukte van vrienden, dat gevoel van samenhorigheid, van ‘succes’ vieren, het illustere idee dat diegenen waarmee je een groep vormt, je ook daadwerkelijk begrijpen of naar waarde schatten, dàt dus. Nu mijn hart sneller slaat dan het ooit deed en ik geconfronteerd word met slijtage aan mijn lijf, twijfel ik aan de waarde van dat gevoel.

Ik herinner me avonden in cafés met gesprekken die vervlogen in de rook van sigaretten (toen mocht dat nog) en in het klinken van halfvolle en volle glazen. (Dat deed ik toen ook nog) Lachende gezichten passeren, alsook de schouderklopjes, de kritiek en de oppervlakkige verbintenissen.

Tot nog niet zo lang geleden gaven die dingen me een tijdelijk gevoel van volheid, maar telkens als de dag eindigde en de nacht begon, bleef ik achter met een leegte die steeds moeilijker te vullen was. De glazen bleken te leeg of te vol, de herhalende gesprekken te betekenisloos en oppervlakkig.

Die drang om ergens bij te horen om deel uit te maken van een groter geheel, het gevoel dat ooit aanvoelde als een warm deken, begint nu als een klam laken aan mijn vel te plakken.

De laatste tijd dringt de volgende twijfelende gedachte zich aan me op, ‘Wat als ik vandaag stop met te proberen om overal bij te horen?’

De wereld rondom mij is snel en luidruchtig. Hij is gevuld met mensen die zich haasten om ‘er’ te komen, om ergens te zijn, om iemand te zijn ook al hebben ze geen enkel idee hoe die eruit moet zien. Maar wat als dat niet mijn weg is? Wat als ik rust en voldoening vind in de eenvoud van mijn eigen gedachten en in het alleen-zijn?

Ik hijs me uit mijn zetel en slenter naar het raam. Buiten raast de wereld door, onverschillig voor mijn existentiële mijmering. Het leven gaat door in zijn gebruikelijke, hectische tempo en stoort zich helemaal niet aan mijn gedwongen stilstand. Maar hierbinnen, in mijn kleiner wordende bubbel, heerst een stilte die tegelijk verontrustend als kalmerend is. ‘Is dit wat het betekent om vrij te zijn?’ Ik stel me de vraag luidop alsof het antwoord me zal verlossen van alle verwachtingen en van alle dwingende eisen van het leven.

Het lijkt misschien een domme vraag met een eenvoudig antwoord. Voor mij is het dat niet. De vraag voelt als een onoplosbaar conflict dat diep in mijn wezen ontketend is. De mens is een sociaal dier, dat staat in boeken beschreven. We hebben anderen nodig om te overleven en om betekenis te vinden. Maar misschien ligt betekenis voor mij niet langer in een groepsdynamiek of in de goedkeuring van anderen, maar zit waarde verborgen in de rust die ik in mezelf vind. Misschien kan dit inzicht mij ontdoen van de druk die het leven met zich meebrengt en die nu nog als een zware last aan mijn schouder trekt.

Ik denk ook aan de ‘grote woorden’ die ik graag gebruikte om de kleinheid van mijn wereld en de onmetelijkheid van mijn gedachten te beschrijven. Woorden bedoeld om indruk te maken, om me te bewijzen, nu pas zie ik hun ijdelheid in. Woorden, het zijn maar woorden, zelfs mooi geschreven veranderen niets aan de werkelijkheid. Misschien is het hoogtijd om daarmee te stoppen, om de illusie van grandeur te laten voor wat die is en om mijn bestaan een beetje eenvoudiger te bezien.

Ik keer terug naar mijn zetel en leg de laptop op mijn schoot. De zon schijnt een schuchter regenzonnetje dat binnen een uur zal verdwenen zijn. Ik begin te schrijven, niet voor anderen, maar voor mezelf. Mijn gedachten gaan sneller dan mijn pijnlijke schouder toelaat ze in woorden om te zetten. Sierlijk, pijnlijk maar ogenschijnlijk moeiteloos vloeien ze over het scherm, simpel, duidelijk en bevrijd van de noodzaak om er indruk mee te maken. Ze staan naakt en ontdaan geschreven. Ik hoef er van niemand een denkbeeldige goedkeuring over te krijgen. Ze zijn de ultieme bevrijding van alle ingebeelde verplichtingen die ik mezelf ooit heb opgelegd.

Misschien raak ik nooit helemaal verlost van de druk om ergens bij te horen. Misschien zit die verwachting in mijn DNA gevangen of is het een diepgeworteld instinct dat nooit helemaal zal verdwijnen. Maar ik besef meer dan ooit dat alleen ik de keuze heb om er niet naar te handelen. Ik mag mijn eigen pad kiezen, zelfs al is het soms moeilijk of eenzaam.

Terwijl ik deze laatste zin schrijf, voel ik me helemaal rustig en zelfzeker worden. Die laatste zin gaf me nu pas echt toestemming om mezelf te zijn, bevrijd van alles wat iedereen zegt en losgekomen van wat iedereen denkt of van me vraagt.

Voortaan ben ik Zwitserland, ook voor mezelf!

Een weg die ik kwijt was

Begrijp me alstublieft niet verkeerd. Ik ben niet langer boos, niet meer opstandig. Ik kijk zelfs niet terug met een verwijtende blik. Maar je kan me niet langer klein houden of kwetsen want het maakt me helemaal niets meer uit wat je van me denkt. Niet dat ik je enig slecht toewens, dat doe ik niet. Trouwens, je kan me, mocht je dat willen, een schouderklopje geven voor mijn veerkracht, voor het traject van mijn herstel of voor die laatste poging die je ondernam om me hard te treffen maar daarin niet lukte.

Ooit was ik een schim, een omhulsel dat zich steeds opnieuw verloor in het gedruis van de menigte. Ik plooide naar de verwachtingen van anderen. Voor mezelf was ik een onoplosbare puzzel verpakt in een doos van jouw sterke wil en mijn beperkingen. Ik hield mezelf klein. Die tijd ligt achter mij. Nu ben ik meer, veel meer dan de som van mijn delen.

Je mag nog een poging doen om me te doorgronden of te veranderen. Je mag minachtend proberen om me met jouw etiketten en recepten te labelen, het zal niet lukken. Want ik ben niet te vatten in simpele definities, noch in wat jij van me denkt of van me verwacht. Dat heb ik over mezelf geleerd.

Je hebt trouwens geluk dat je me hier aantreft want ik ben echt kieskeurig geworden in gezelschap. Echt, laatste tijd kies ik het zorgvuldig uit en vertrouw daarbij op mijn gevoel. Naar een hogere status of naar vluchtige materiële dingen ben ik niet langer op zoek, wel naar diepere en authentieke verbindingen met mezelf en anderen die op een gelijkaardige manier naar de dingen kijken. Ik omring me daarbij met mensen die me verrijken, me inspireren om te groeien en me helpen om te evolueren tot de beste versie van mezelf. En geloof me, die mensen zijn heel erg zeldzaam.  Niet dat ik me schuchter verstop maar ik ben wel moeilijker te vinden, zeker als je me zoekt op de voor de hand liggende plaatsen die ik vroeger uitkoos.

Toen was ik een willoos voorwerp, een vormloos figuur dat altijd ergens in moest passen. Ik was een tweestapper die vooral geen aandacht besteedde aan wat hij zelf nodig had. Vandaag ben ik het tegenovergestelde, nu kies ik zelf de mensen uit die bij mij passen alvorens ze toe te laten in mijn wereld. Situaties die mijn stabiliteit bedreigen, vermijd ik. Noem me koppig, mysterieus, ongrijpbaar of egoïstisch als je wil, dat mag maar het bespaart mij wel een hoop gedoe, vooral met mezelf.

Langzaamaan word ik diegene die ik verkies om te zijn, met minder noodzaak naar bevestiging of kritische stemmen. Eindelijk ben ik mezelf aan het vinden. Ik zat diep vanbinnen verborgen in mezelf, op een weg die ik al heel lang kwijt was.

Als het lente wordt

De lente breekt aan, maar ik voel geen vonk. De wereld bloeit langzaam open met een nieuw kleurenpalet.  De lucht ruikt al naar beloften van de lente maar ik zit verstrikt in twijfel die woekert als onkruid, verstikkend en onvermijdbaar. De natuur ontwaakt en mijn geest zit gehuld in een mistige twijfel, als een laatste restant van een winter die er nooit echt één is geweest. Ik twijfel.

Kwetsende kritieken en ongevraagde adviezen, beladen met verwachtingen zijn er genoeg. Ze voelen allemaal ongemakkelijk aan, niet zeker of ik ze nog wil dragen. De lente mag dan wel vernieuwing brengen, mijn denken, doen en laten, blijft verankerd aan oude lasten en aan vreemd aanvoelende gewoonten. Ik twijfel.

In een poging om de chaos van mijn ziel te temmen, probeer ik mijn innerlijke tweestrijd te vangen in woorden en zinnen, rauw en direct. Het resultaat is even schraal als mijn gazon. Het enige wat ik voel is een ongemakkelijke rust die ik niet ken, alsof de lente me uitdaagt om echt confrontatie aan te gaan, met mezelf en met de keuzes die voor me liggen. Ik twijfel.

Mijn blik dwaalt naar buiten, over mijn gazon en naar de bomen die erin staan. Ik staar verloren naar nieuwe grassprieten en naar ontluikende knoppen die de lente aankondigen. Terwijl ik vastzit in die eindeloze spiraal van overpeinzing verandert de wereld om me heen, met keuzes die doorheen mijn gedachten spoken, als schaduwen van onzekere beslissingen die ik moet nemen.  Ik twijfel.

Misschien is het tijd om de last van verwachtingen van anderen voorgoed van me af te schudden, om oude bladeren te laten vallen en nieuwe knoppen te laten groeien. Het is immers niet voor niets Lente. Ik twijfel.

Soms verlang ik ernaar te weten in welk verhaal ik me bevind en welke rol ik daarin speel. Om te weten hoeveel lentes er zich nog zullen aandienen.  Alleen, dat zal ik pas ontdekken als het voorgoed winter wordt en ik niet meer kan mijmeren over wat een nieuwe lente brengen zal.

Alleen ik weet dat straks alle onzekerheden zullen vervagen, als het echt lente wordt.

Spreek voordat ik helemaal stil word

Een koude, onheilspellende stilte heeft zich tussen ons vastgezet als een donkere winternacht zonder sterren. De dag sleept zich voort, als een monotone aaneenschakeling van zinloze momenten die nergens naartoe leiden. ‘Wanhoop fluistert in de stilte’, zegt men. Het lijkt wel een onhoorbare schreeuw.

Als een blinde tast ik in het duister, met handen voor me uit, paniekerig zoekend naar betekenis in een steeds kleiner wordende wereld die alleen nog lijkt te zwijgen. Alles en iedereen zwijgt of spreekt een taal die ik niet meer begrijp.

Twijfels sluiten zich als een wurgende greep rond mijn geest waarin het akelig gefluister weerklinkt van mensen die met belangrijke dingen lijken bezig te zijn.  Ik ben niet zeker of ze me achtervolgen, of ze iets van mij verwachten. Opgejaagd in dit doolhof van twijfels, zoek ik vergeefs naar een uitweg. Ik vind hem niet.

Stilte is een kille gevangenis die onuitgesproken verlangens en verborgen angsten versterkt. Vertel dus maar wat je wil. Praat met mij en doe het met aandacht. Puzzel je gedachten door elkaar en breng ze in beweging maar zeg me niet steeds wat ik moet doen. Bekijk de ongemakkelijke waarheid en vertel over jezelf.  Verklap je dromen, zelfs al heb je er maar één. Waaraan denk je? Vertel het me als je durft. Voor het te laat is.

Geef me een keuze en geef jezelf een kans om te praten. Doe het voor je weggaat.  Zeg wat je wil. Doe het want al wat je verzwijgt heeft geen schijn van kans.  Een droom die alleen maar een droom blijft is een leugen. Dus, spreek en zeg wat je te zeggen hebt, zonder me te sparen. Geen gemakkelijke deal, geen misplaatste (on)schuld.

Maar, gijzel me niet met jou stilzwijgen. Neem me helemaal. Doe het niet half of alleen met de stukken die bij je passen, of laat me los. Het niemandsland dat onuitgesproken dromen onderdrukt en de dunnen grenzen tussen haat, liefde en onverschilligheid bepaalt is een hele griezelige plek.

Woorden die alles vertellen bestaan niet, toch kunnen zij alleen de barrières doorbreken die de stilte heeft opgetrokken. Ze geven betekenis aan momenten die anders voor altijd verloren zouden gaan.  Dus, doe maar. Gebruik de woorden die je hebt, ook al passen ze niet en zitten ze vol schaamte, verontschuldigingen of verwijten en puilen ze uit met (on)schuld of paniek.

Praat met mij vooraleer ik ook helemaal stil word!

Vroege Nieuwjaarsbrief

Met jou in gedachten en met de nacht als toeschouwer werp ik een blik terug op een jaar dat alweer bijna achter ons ligt. Omdat een nieuwjaarsbrief nu eenmaal moet geschreven worden, bevind ik me achter mijn computer, mijn favoriete plek, dat weet jij.  Ik ben misschien te vroeg maar zeker niet gehaast, dat weet jij ook.

In deze tijd van vluchtige Instagram- en Tik-Tokreels vind je het misschien raar, melig of ouderwets om een nieuwjaarsbrief te krijgen, voor mij heeft het iets authentieks en persoonlijk. Als je wil kan je even gaan zitten en wat tijd nemen om hem te lezen, maar voel je niet verplicht. Het zijn maar een paar gedachten die ik met je wil delen.

Door te kiezen voor een juiste letterkeuze en een passende uitlijning kan ik deze nieuwjaarsbrief voor jou een mooie, grafisch verantwoorde bladspiegel geven. Met één enkel commando kan ik hoofd- in kleine letters veranderen, ze groter of kleiner maken of ze een gracieuze buiging geven.  Met spellingscontrole kan ik storende fouten verbeteren. Ik kan helemaal zelf de onderwerpen bepalen waar ik het met jou wil over hebben. Maak ik een fout of heb ik een nuance gemist, kan ik met de undo-knop slecht geschreven zinnen wissen en met redo krijgen uitgewiste alinea’s een herkansing. Door te klikken op die magische knoppen wordt alles weer juist, zoals ik het initieel bedoelde. Het abnormale wordt dan weer helemaal normaal, zoals het voorheen was. Zoals het was voor ik met mijn blunders begon.

We kunnen ons allemaal en zonder dat het enige moeite kost, gezichten voor de ogen toveren die in het tumult van het voorbije jaar hevig naar zulke ongedaan-maak-functie zouden hebben verlangd. Om er een paar te noemen.

In dit leuke land kregen we ongevraagd maar niet helemaal onverwacht de racistische en seksistische zattemans-klap van Conner Rousseau geserveerd. We werden getuige van valse akkoorden van ‘luchtgitarist’ Van Quickenborne die na een feestje thuis, met de flieter in aanslag, zijn ‘gitaarsolo’ wel heel dicht tegen een politiecombi hield.  Er waren de Chinese Vlaams Belang connecties van de Broers Creyelman waarbij minstens één ervan zich, al dan niet met medeweten van de partijtop, gul liet omkopen nadat China hem meer dan drie jaar als informant had gebruikt. We hadden terecht aftredende en onterecht niet-aftredende ministers en dan moest the last drup in the emmer who is totally full, van oppertoetermans Francken de revue nog passeren.

Verder van huis werd de aarde met elke nieuwe dag nog warmer dan ze al was. Want in Gaza voert Israël zijn meest vernietigende oorlog uit en in Oekraïne viert het geweld voor het tweede jaar hoogtij, beiden verstrikt in schijnbaar onoplosbare conflicten.

Kortom, opnieuw gebeurden er het voorbije jaar zoveel onbegrijpelijke, schandalige, gewelddadige of onvoorspelbare dingen die tot zulke reusachtige maatschappelijke ergernissen hebben geleid dat een spijt/undo-functie voor een aantal heethoofden wel handig ware geweest. Ik ga ze niet allemaal opsommen, de lijst is te lang.

Helaas, met die ongedaan-maak-knop van het leven kan ik hen niet helpen. Die knoppen kan ik niet wensen, ze zijn namelijk nog niet uitgevonden en het blijft een gevaarlijke vraag of dat met hun agenda’s wel wenselijk zou zijn. Voor sommige onder hen heeft ongedaan maken van fouten trouwens al lang alle limieten bereikt. Zij zouden beter heel stilletjes blijven zitten tot ze helemaal geschoren kunnen worden, om dan voor altijd te verdwijnen.

Een wens heb ik voor hen, dat ze hevig verlangen naar die undo-knop die hen een gerust geweten kan geven, naar verlangen op die ene onbestaande kans om alles recht te zetten, om het leed weg te nemen en goed te maken of terug te betalen wat door hun wangedrag werd aangericht. Op dezelfde manier zoals de woorden en de zinnen op dit scherm kunnen gevormd en herschreven worden met slechts één toetsaanslag.

Maar dat geldt niet voor jou. Mijn wensen voor jou zijn zachtaardiger. Van mij krijg je wel gratis en voor niets alle redo-opties cadeau om al datgene te herbeleven wat je het voorbije jaar plezier, liefde en voldoening heeft verschaft. Van mij krijg je ook mildheid voor jezelf en verdraagzaamheid voor anderen cadeau. In een pakje dat netjes in een mooi papiertje werd ingepakt en voor de rest gevuld is met geduld en liefde, met aandacht en met zorg voor jezelf en voor elkaar.

Dat is wat ik je wens.

Vlinder op een zeldzame bloem

Mijn geheugen is fragiel, bijgevolg dus niet onfeilbaar. In mijn leven waarin alles zo snel gebeurt kan ik de verbanden tussen gebeurtenissen niet altijd goed begrijpen. Mijn begrip, gevoel en verstand schieten tekort. Ze raken door de tijd bedolven onder de ruis van herinneringen en onder het waas van verwachtingen, precies alsof mijn ziel erin is vastgeraakt. En ik, ik blijf maar ongevaarlijke pogingen doen om alles dichtbij te houden om het leven in een voor mij begrijpelijke dimensie te ordenen.

Herinneringen vervagen. De goede momenten, de foute keuzes, de pijnlijke vergissingen, het jammerlijk gemis, alles lijkt te vervliegen als rook in de wind. Misschien is dat maar beter zo want mocht elk detail van het verleden kristalhelder blijven, het gewicht van het leven zou ondraaglijk worden. En toch, zelfs met de fragiliteit van mijn geheugen en met vergetelheid als bondgenoot, begint het leven met zijn ondraaglijke lichtheid soms toch een beetje door te wegen.

Elk nieuw jaar belooft een frisse start, een blanco pagina in memoires die zichzelf nog moeten schrijven. Wat zal dit jaar anders maken? Deze vraag stuitert als een botsbal door mijn gedachten. Ik stel ze omdat het leven dat ik meen te kennen haar gewone, vertrouwde glans lijkt te hebben verloren, alsof een andere cadans het ritme nu bepaalt. Met dat nieuwe ritme weerklinken onzekerheden opnieuw als donderslagen. Je hebt de haast constante dreiging van oorlog en geweld.  De natuur lijkt niet blij te zijn en ook dichterbij lijken mensen steeds hartvochtiger alsof ze minder om elkaar geven, alleen nog geïnteresseerd in de persoonlijke zaakjes van hun smartphone, in snelle winst, in kortstondige zelfpromotie of in vluchtig genot.

Als ik daarover te diep na denk dreigt mijn rust en zachtheid te worden weggeduwd om te veranderen in loden lasten die als een sarcofaag mijn hart omsluiten. Ik probeer ze te bedwingen, maar lijk wel gevangen te raken in hun verstikkende greep.

Is het mijn onophoudelijke zoektocht, die vermoeiende en soms eenzame pelgrimstocht naar betekenis die me drijft met een niet te stoppen drang om orde te scheppen in de chaos van herinneringen, met de illustere hoop om grip te krijgen op alle onzekere schaduwen die door mijn dagen sluipen? Of is het net de paradox van vergeten en onthouden die als een eindeloze koorddans tussen wat was en wat kan zijn, mijn ziel blijft beroeren? Wat mag ik vergeten en wat absoluut niet? Welke herinneringen moet ik koesteren en welke kan ik beter laten vervagen in de stille nevel van vergetelheid?

En, is het wel ok om jou lastig te vallen met deze vraag aan de start van een nieuw beloftevol jaar? Want jij bent geen pelgrim van het verleden die zijn weg zoekt door de mist van herinneringen en door de wazige contouren van de toekomst en die met elke stap die hij zet een uitdaging ziet om de tijd bij te houden of om die nieuwe cadans van het leven te begrijpen?

Neen, jij bent een vlinder die door het leven fladdert. Misschien word ik in het nieuwe jaar ook een vlinder en kom ik je tegen op een zeldzame bloem.

Woorden als een storm in een fles

Woorden, onverbiddelijke krijgers met de potentiële kracht om de rijkdom van het onuitgesprokene te vernietigen en om verfijnde nuances te vervagen. Woorden, eens uitgesproken of losgelaten op papier nemen ze bezit van jouw gedachten en dwingen ze tot een eenduidige betekenis. De lagen van wat verborgen ligt, worden nooit echt onthuld, de waarheid nooit blootgelegd, naakt, eerlijk of onvermijdelijk?

Het is fascinerend hoe je, eens geconfronteerd met de grootsheid van het onzegbare of onbenoembare, bijna altijd instinctief teruggrijpt naar gekende woorden en naar bevattelijke zinnen, zelden naar gevoelens. Woorden worden dan een reddingslijn, een levensader die de illusie en complexiteit van onbegrensde gedachten en onberekenbaar gevoelens probeert te vangen in een web van letters en klanken, tot ze er zelf volledig in verstrikt raken.

Het is alsof ik een storm probeer te vangen in een fles. De waarheid echter is dat al die pogingen mijn onbegrijpelijke werkelijkheid reduceren tot een starre, gekende definitie, tot een geest die gevangen blijft in een labyrint van taal die worstelt met tegenstrijdigheden, meningen, uitdrukkingen en beperkingen.

Ik zie mijn verzonnen woorden wel op papier resoneren in de leegte van een taal die spreekt maar altijd zal tekortschieten. Ze breken keer op keer op de spiegel van mijn ziel wanneer ze mijn gedachten proberen uit te drukken.

En toch zit er in het falen van woorden en in de on-uitlegbaarheid schoonheid verborgen. Misschien verschuilt zich in de suggestie en in de zweem van de verbeelding iets dat groter is dan taal zelf, iets dat ontgaan blijft aan de heersende definities en consensus en, iets dat in de stilte na de echo de werkelijke complexiteit laat zien die alleen met jouw verbeelding kan gelezen worden, en dan bedenk ik me.

Niet alles hoeft gezegd, niet alles hoeft geschreven, niet elk woord vertaald.  Jij begrijpt me zelfs zonder woorden. Daar kan een tekst als deze zelfs niet eens aan tippen. Misschien had ik beter gezwegen!

Koppigheid die ik verwelkom als een oude vriend.

Iets meer dan tien jaar geleden, ik bevond me in woeliger water en stond lang niet zo stabiel en rustig in het leven als vandaag. Mijn dagen, destijds, waren een aaneenschakeling van eindeloze twijfel, angst en uitzichtloze schaamte waarin ik continu strijd voerde met de fles die me in haar omklemmende greep hield.

Het leven was niets minder dan een uitzichtloos gevecht dat ik dacht te winnen, maar waarvan ik elke dag opnieuw als verliezer de aftocht moest blazen. Elk glas werd een hopeloze poging om mezelf, en dat verdomde betekenisloze en storende leven te verdoven en te ontwijken.

Die waarheid durfde ik nooit onder ogen te zien, maar wie zijn leven in een andere richting wil sturen ontkomt er gewoonweg niet aan.

Een stem die zich ergens onder de oppervlakte bevond, fluisterde me, ‘Wie gelukkig wil worden en wil veranderen, verzet zich niet tegen het leven maar verzet zich tegen zijn duvels.’ Uiteindelijk besloot ik te luisteren.

Het heeft jaren geduurd voordat ik besefte dat mijn weerstand tegen veranderingen me alleen maar hadden uitgeput en teleurgesteld. Ik, een man die altijd koppig en vastberaden tegen de wind in liep, terwijl die bries me alleen maar mee wilde voeren naar nieuwe, ongekende horizonten.

Elke morgen begon met lege beloften aan mezelf, en eindigde met de overtuiging dat ik de volgende dag sterker zou zijn. Maar mijn verslaving lachte me uit, fluisterde bedrieglijke leugens en ik? Ik luisterde weerloos.

Veranderen is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het vergt moed en volharding, twee eigenschappen waarvan ik dacht dat ik ze miste. De eerste stap was toegeven dat ik een gewoonte had die mijn leven beheerste, dat ik vastzat in een vicieuze cirkel van verslaving en ontkenning. Ik keek in de spiegel en zag de vermoeide ogen en het verweerde gezicht van een man die gevangen zat in zijn eigen dwingeland. Het was hoogtijd om de kar te keren.

Mensen met wie ik maanden later, na dat laatste glas mijn prille nuchterheid aftoetste zeiden me dat ik ongeduldig was, dat ik te snel resultaat verwachtte. En ze hadden helemaal gelijk. Ik wilde dat de verandering meteen kwam, dat ik ’s ochtends wakker werd en dat de zucht naar de fles verdwenen was, opgetrokken als ochtendnevel in de morgenzon. Maar zo werkt het niet. De tijd, dat ongrijpbare beest, heeft zijn eigen ritme en wetten. Het enige wat ik kon doen, was me er geduldig doorheen laten dragen, door de juiste mensen en vertrouwend op mijn geduld, wetende dat elke dag zonder alcohol een stap vooruit was.

De eerste weken zonder de fles, waren een beproeving op het leven. De verleiding was er constant maar ik weigerde te luisteren. De nachten waren opnieuw gevuld met eenzaamheid, zelfbeklag en angst, maar ik wist dat ik door moest zetten. Dat was mijn enige uitweg, mijn enige hoop op een beter leven. Die andere keuze had mijn ondergang betekend.

Weken, maanden zo niet jaren later begon ik langzaamaan de schoonheid van mijn nuchtere leven te zien. De ochtenden werden helderder, mijn ogen scherper en mijn doel duidelijker. Ik ontdekte dat er meer was in het leven dan de bodem van een glas. Mijn zintuigen en mijn gevoel ontwaakten als een slapende reus, ik deed weer mee.

De tijd gaat voorbij en telt al mijn hartslagen. Hij is mijn metgezel en bondgenoot. De ene dag brengt hij uitdagingen, de andere verleidingen. Soms gaat het goed en soms gaat het slecht maar ik ben sterker, stabieler en zelf zekerder om de onzekere stroom van het leven te aanvaarden, om niet langer tegen de golven in te vechten. Ik ben een man geworden die leeft in plaats van te overleven.

Het pad naar herstel was geen rechte lijn, het was een kronkelende weg met ups and downs. Maar ik weet dat ik nooit meer terug wil naar de man die ik ooit was. Ik heb geleerd dat verandering geen vijand is, maar een vriend die me de weg gewezen heeft naar een leven dat ik nooit voor mogelijk had gehouden.

En zo ga ik verder, stap voor stap, dag na dag, met de smaak van verleidingen als vage herinneringen, als een spook uit het verleden.

En ik, ik ben een ouder wordende man die het leven vastgrijpt op zijn eigen tempo en voorwaarden, zonder grote verwachtingen maar met dezelfde koppigheid die ik verwelkom als een oude vriend.