Categorie: Vertelsel

Krekels

Ik staarde de hele morgen al naar de schermbeveiliging van mijn computer. De kleurschakeringen ervan waren me nog nooit opgevallen. Als ik er lang naar staar krijg ik hoofdpijn. Het kleurrijke bureaublad is handig ingedeeld. Bovenaan links verzamel ik de nuttige snelkoppelingen.  Ze brengen me met één of met hoogstens 2 klikken bij de gewenste informatie. “Sites voor professionele doeleinden.” Ze bleven al een tijdje onaangeroerd. Ook wel omdat het wat langer verlof geweest is.

Van alle MS office snelkoppelingen die links onderaan bij elkaar gepakt staan word enkel MS Word gebruikt. De rekenbladen, de relationele database-applicaties en de overige MS Office toepassingen staan er gewoon de hoop te vergroten. Misschien zijn ze daar gewoon maar zichtbaar uitgestald om indruk te maken op mezelf? Of op anderen. Wanneer die heel af en toe eens iets mee lezen en ik op die manier naar zelfbevestiging zoek, voor iets wat ik geschreven heb.

De sociale media apps prijken rechts bovenaan. Handig in het zicht. Wellicht is dat geen toeval. Waarschijnlijk staan ze daar bij elkaar omdat ik een beschik over een dominantere rechter hersenhelft. Met deze handicap behoor ik tot een select clubje van beelddenkers. Niet dat ik daar verder groot nadeel van ondervind of dat ik er mijn scherm zo voor ingedeeld heb. Neen, ik ben namelijk niet zo bezig met hersenhelften. Niet met de linkse en ook niet met de rechtse. Ook niet met indelen van computerschermen, trouwens.

Ik klik op het facebooklogo. Dat staat tussen twitter en whats app en onder het instagramlogo. De sociale media checken is een bezigheid die ik wel meer dan eens per dag uitvoer. Meestal uit verveling, vaak uit nieuwsgierigheid. Een icoon in het midden van de navigatiebalk valt me onmiddellijk op. Het icoontje dat zich rood kleurt wanneer een nieuw vriendschapsverzoek zich heeft aankondigt. Hoe mooi is dat toch geformuleerd. Er is zeker strategisch denkwerk aan vooraf gegaan. Vriendschapsverzoek. Ik lees het woord luid op en ik moet lachen. Want het brengt me helemaal terug naar vroeger. Naar de tijd toen ik met opgetrokken kousen in mijn sandalen op de speelplaats van mijn nieuwe school vroeg: “Wil jij mijn vriendje zijn?” In de choreografie van mijn denken haalt de rechter hersenhelft even voorsprong op de linkse helft maar ik duw het beeld weg naar mijn mentale prullenmand.

Een vriendschapsverzoek. Wie kan deze smeekbede zomaar negeren zonder er zich nadien slecht bij te voelen? Dus ik accepteer het net zoals ik vroeger ook gemakkelijk aanvaard werd. Gaan we knikkeren of spelen we verstoppertje? Die rechter helft toch.

De artikels op facebook worden fel becommentarieerd. Iedereen heeft zijn zeg. Van op veilige afstand wordt duchtig gal gespuwd. Op alles en iedereen.  Meningen ongezouten. Ik lees de scherpe kritiek die met dezelfde zuurtegraad opgemaakt werd als waarmee Andras Pandy zijn nabestaanden heeft opgelost. Ik word er niet vrolijker van.

Gelukkig zijn mensen in het echt leven iets vreedzamer en bedachtzamer op hoe ze het zeggen. Althans daar roddelen mensen eerder zoals krekels dat doen. Ze maken nog wel irritant lawaai maar vallen geruisloos stil als je dichterbij komt. Misschien moet ik daarom nu naar buiten om de krekels te bedaren of om een echt vriendschapsverzoek te krijgen aan een toog.

Zullen we nog een koffie drinken of had je liever iets sterker en heb je dat artikel al gelezen op facebook?

50

Het jaar is nog maar 14 dagen oud en gemeende nieuwjaarswensen worden al ingewisseld voor onheilsberichten. Rampspoed voorspellingen over niet te vermijden gebeurtenissen die dit jaar zeker zullen plaats vinden.

“Je wordt 50 he dit jaar? ” Ik denk niet dat de vraagstellers op deze retorische vraag een antwoord verwachten. Maar ze zullen het wel zo bedoeld hebben dat ik me erdoor aangesproken voel. Dus knik ik bevestigend zonder deze waarheid verder uitgebreid te bevestigen of te ontkennen. Mijn paspoort liegt er namelijk niet over. Mijn grijze haren evenmin.

Met welk doel wordt ze dan wel gesteld? Om me met de neus mee op de feiten te drukken dat mijn toekomst korter is geworden dan mijn verleden? Want dat is door de gemiddelde levensverwachting toch een statistische zekerheid. Misschien doen ze het om er hun eigen ogenschijnlijk eeuwige jeugdigheid mee in de verf te zetten? Ik weet het niet.

Het feit dat ik aanstoot neem aan deze materie laat wellicht een ontluikende midlife crisis vermoeden. Dat moet het wel zijn anders zou ik me er niet zo aan storen. 50, het cijfer galmt nog na onder mijn hersenpan. Het weerklinkt in de open ruimte die vrijgekomen is door de grijze massa die er door de tand des tijds in verschrompeld werd.

Een midlife crisis is alles behalve een amusante gebeurtenis. Ik weet er geen weg mee. Voor het eerst verdenk ik mijn lichaam van hoogverraad en meineed omdat het probeert feiten te ontkennen die voor toeschouwers en getuigen niet te verdoezelen blijken. Hoewel een strakker onderlijfje de bewijslast tijdelijk kan ontkrachten, klinkt na het pleidooi het vonnis toch onverbiddelijk. 50

Opeens word ik geconfronteerd dat ik misschien sterfelijk ben en dat er niet zo veel tijd meer overschiet om oud te worden omdat alle andere mensen opeens allemaal jonger lijken te worden. Op 49 begin ik me er al zelfs op te betrappen liever een dutje te doen dan naar buiten te gaan om er iets leukers te doen. Ik maak me zorgen over wat er nog gaat komen.

Het valt me ook op dat het andere geslacht lang niet meer zo sexy is als vroeger. Toen hun aantrekkelijke lijven nog strak en niet uit proportie oogden. Het rolletje bil valt me opeens op in dezelfde slip die het tot voor kort verborgen hield. Ligt het aan mij of is het mijn persoonlijk cijfer dat mijn zintuigen op een nieuwe manier doet waarnemen? Op een helder moment herinner ik me nog precies wat seks was al ben ik niet meer zeker hoe er met een kans op succes aan te beginnen. Al wil ik dan nog wel een spannende affaire, ik ben niet zeker of ik er de tijd en de energie nog wel voor heb.

De kleine lettertjes maken me argwanend alsof er achter elke boodschap onheil verborgen zit. Al zou het ook gewoon maar kunnen dat door een leesbril de tekst minder noodlottig wordt. Opeens lijkt het alsof ik alles al gedaan heb maar ik me niet meer kan herinneren of ik het leuk vond of niet. Ik moet me gewoonweg ook meer herinneren dan dat ik het gewoon ben. Soms denk ik zelfs dat mijn kinderen al vergeten zijn hoe ik echt ben. Dat er nog wel een kind schuilt in dat omhulsel dat ouder wordt en minder aantrekkelijk oogt. Met een rimpel meer.

Toch ben ik er van overtuigd dat mijn badkamerspiegel niet altijd de waarheid spreekt en dat hij binnenkort zal ontmaskerd worden. Net zoals jullie. En dan hoop ik maar dat jullie jullie verdiende straf niet zullen ontlopen. Dat jullie zich ook in een strakker onderlijfje zullen moeten wringen. Of in een korset met walvisbaleinen. In een vruchteloze opging om er dan net zo sexy te blijven uitzien dan ik.

Schaamhaar en zeepresten

Ouders en volwassenen. Mat ze af! Put ze uit en breek hen! Doe al wat in je bereik ligt en wat je nodig acht om hen af te peigeren. Maar doe het grondig en nauwgezet. De hele dag door desnoods. Zo niet zullen ze ’s avonds niet moe genoeg zijn om er de bovenhand over te krijgen. Van jou wordt niet verwacht empathisch te zijn want jij bent een puber. Jij bent immers het middelpunt van het universum.

Ouders. Met een eenvoudig dagelijks ritueel maak je er watjes van en blijven ze in het gareel. Ze zijn maakbaar. Jij hebt de touwtjes in handen. Jij bepaalt hoe je het wil. Begin niet te vroeg en niet te laat. En maak er een levenswerk van. Later zal het opbrengen.

Ten eerste. Stel de dag zolang mogelijk uit. Van zodra ouders merken dat je wakker bent en je ongewild hun  aandacht hebt opgeëist willen ze het immers anders. Anders dan hoe jij het graag wil. Nadat je uit bed bent gerold, kunnen ze al ongewenst de badkamer binnen vallen om te controleren of je tanden poetst en haren wast. Deze vernederende daad geeft hen de controle die jij liever voor jezelf had behouden. Je schaamhaar trimmen of masturberen in het bad wordt een gesel voor je oren.

Blijf weerstand bieden. Schreeuw, stoot bemoeizucht af en weiger snelheid en efficiëntie. Zelfs al willen ze je verleiden met gebakken spek en koffiekoeken. Immers daar wordt je wakker en alert van. Mogelijks heeft voeding ook een effect op je humeur. Sta deze indoctrinatie niet toe!

Mocht je toch overwegen de stop van het bad uit te trekken vergewis je er dan eerst van dat schaamhaar en zeepresten niet mee zijn weggespoeld. Laat natte handdoeken achter. Het liefst op een bolletje in de kuip. Scheer je absoluut niet en laat je haren groeien. Liefst zo lang mogelijk.  Doorgaans worden ouders hierdoor aan hun eigen jeugd herinnerd toen ze zelf nog haar hadden. De kans is dan niet onbestaande dat ze nostalgisch of weemoedig worden. Minder waakzaam of zelfs labieler. En dat is je doel.

Probeer na je bad ook zeker onmiddellijk een Mars of een Twix.  Maar doe dat absoluut voor het ontbijt. Dit zorgt voor frustratie en wanhoop. Refuseer vanaf dan nadien elk normaal ontbijt. Zelfs al oogt dat smakelijk of gezellig. Laat je zeker niet in verleiding brengen door met suiker bedekte muesli of chocolade granen zelfs al worden deze aangeboden in een reep en lijken ze in een tv reclame echt wel lekker. Hoewel ze meestal erg zoet zijn en grotendeels uit suiker bestaan is de kans niet gering dat er vitamines inzitten. Weer deze uit je dieet en negeer fruit.  Ook in sla vorm. Eet je toch een boterham zorg dan voor voldoende kruimels naast je bord en onder je stoel. Smeer desnoods een beetje choco in de boter indien de situatie dit vereist.

Verdwijn nadien naar je kamer.  Laat er sokken, ondergoed, spelletjes en schoolboeken door elkaar rondslingeren. Dit zal volwassenen verwarren. Ze kunnen onmogelijk begrijpen dat een kamer rommelig dient te zijn.  Een rommelgrot onderdrukt jouw behoefte om ze op te ruimen en ze nadien netjes te moeten onderhouden.  Geef niet toe aan dit privilege. Wissel voldoende van scherm en vergeet nooit dat een Xbox je nooit zal verwijten dat je er tegen roept. Tenzij je het niet hard genoeg doet.

Slapen is voor bejaarden. Vermijd het, koste wat het kost. Speel, sms en lach luidruchtig.  Friemel desnoods met jezelf tot je zakdoeken krokant zijn en verberg ze nadien onder je matras. Zet je wekker ook absoluut voor je favoriete serie, zelfs al wordt deze om 4 uur ’s nachts uitgezonden op Netflix. Indien je ouders hier over beginnen zeuren verleng deze periode dan zo lang mogelijk. Want mochten ze toch uitgerust raken zouden ze morgen alleen maar nieuwe manieren kunnen bedenken om je het leven zuur te maken. Laat je niet intimideren door dreigementen en houd lang genoeg vol. Dan pas zullen volwassenen bezwijken en als eerste in slaap vallen. Dit is het uitgelezen moment om de cola en de chips die van gisteren nog in je nachtkast verstopte, te verorberen. Verberg nadien de verpakkingen eveneens onder je matras bij de rest van het gft afval.

Het is hard labeur om volwassenen onder de duim te krijgen en ze juist op te leiden. Maar indien je volhard in dit ritueel, zal je zien dat de inspanningen op langere termijn lonen.  Ouders. Uiteindelijk binden ze wel in en geven ze wel op want morgen wacht hen een drukke werkdag. En als ze niet werken moeten ze wel dingen bedenken om het voor iedereen een beetje leuk te houden. Ook voor zichzelf en met een ongelukkige puber lukt hen dat nooit.

Inlegkruisje

Deze dag voelt alsof het inlegkruisje in mijn slip omgekeerd zit. Niet dat ik ooit al een inlegkruisje in mijn boxer heb gelegd, voor alle duidelijkheid.
Waarschijnlijk daarom dat het er verkeerd in plakt.
Ze zouden dat trouwens beter inkleefkruisje noemen want ik ben er achter dat eens de strips verwijderd zijn en je dat in je slip legt de kol aan je kloten plakt. Gesteld natuurlijk dat je als vent een inlegkruisje in je slip legt.

“Waar gaat dit naar toe?”: bedenk ik me als ik het neerschrijf.
Verveling doet rare dingen in mijn hoofd.

Dan maar naar een nieuwjaarsdrink? Straks?
Naar mensen gaan kijken die op volledig kosteloze manier hun alcohol peil op niveau trachten te houden. Onder het voorwendsel om eens onder de mensen te komen. Onder lotgenoten die worstelen met hetzelfde excuus. Mensen, die hoewel ze ongeveer 2 dagen geleden plechtig beloofd hadden, eens het nieuwe jaar aangevat, ze hun alcoholinname ernstig gingen beperken. Maar nu toch dat zelfde keeldebiet benaderen als pakweg 3 dagen geleden.
Hoewel het redelijk fris is ga ik niet naast een vuurkorf staan. Het waait ook te hard. Al de was en de strijk is gedaan en als ik naast een vuurkorf ga staan ruik ik straks net als een gerookte paling. Of word ik een wandelend rookgordijn en geef ik verkeerde signalen.
Verkeerde signalen of niet. Ik ga zeker geen “naar oude vrouwen ruikende oude vrouwen” kussen.
Vrouwen waarvan de bordeaux lippenstift die ze op hebben te lang in de schuif gelegen heeft en te droog is waardoor de smurrie er met stukken en brokken ophangt.
Als ik ga, moet ik misschien toch beter eerst dat virtuele inlegkruisje van mijn ballen trekken om de mij omringende medemens niet te shockeren met mijn opgewekt humeur.
Ware het niet dat ik op deze manier een paar gemeentelijke opcentiemen kon recupereren … ik ging niet.

Dus schol aan de milde gever. Mezelf dus.

Een kanten slipje en een pyjamabroek met strepen.

Wat ik al een tijdje vermoedde. Mijn dagen zijn geteld. Ik ben niet meer nodig. Mijn bestaansrecht is bedreigd. Ik ben even overbodig als zonnecrème in de winter. Ik voel me als een beer op de Noordpool.

Voor mijn denkbeeldige ogen loop ik in een lange rechte rij naar een recyclagepark. Voorgegaan en gevolgd door dezelfde nuttelozen. Overtollig en redundant! We slenteren naar een park waar walkmans uit de jaren 80, computers, oude tv’s of cd-spelers gesorteerd en geperst worden tot nieuw, herbruikbaar recyclage-ijzer.

Jarenlang duwde ik de signalen weg. Alsof ze niet bestonden. Alsof het wel allemaal wel zou overwaaien. Sinds vanmorgen mag ik echter mijn ogen niet langer sluiten. Ik moet het onder ogen zien. Ik mag het sein niet negeren.  Dat mijn lot bezegeld is.

Vroeger zat ze mij op te wachten. Met gekookte eitjes en confituur. Ze wachtte geduldig op warme broodjes en koeken van bakkerij Verhelst. Dat waren de beste. Zeker die met krieken of met ingebakken chocolade. En op de krant. Op zaterdag konden we dan lang ontbijten. Zij, in een kanten slipje en een oud T-shirt. Ik in mijn hippe, tot op de draad versleten pyjamabroek met strepen. We hingen dan door tot ver na 12 uur. Met koffie, vers geperst sinaasappelsap en elk ons deel van de weekendkatern. Ik met de neus in sport en de politiek. Zij in de lifestyle- of in de reisbijlage. Halverwege wisselden we dan even om interesse te tonen in wat bij de andere zo lang de aandacht had opgeëist. Kans groot na de 2e lezing dat slipje en die verhakkelde pyjamabroek van ons lijf gleden en nog een paar uur bleven rondslingeren onder de keukentafel.

Toen ik vanmorgen van de bakker binnen viel met dezelfde broodjes en koeken, èn de gazet, viel het me op dat alles opeens anders was. “Ik had al afbakbroodjes in de oven gezet. Is dat geen verspilling? Zoveel koeken?”. De krant bleek ook overbodig want de IPad had al het nieuws al binnen gegooid. De sport en de nieuwe lifestyle. De zacht gekookte eitjes ontbraken. Het slipje ook maar het sinaasappelsap was er wel. In een vierkant tetra pak. De krant bleef onaangeroerd  en een kwartier later spoelde de vaat de kruimels van onze borden proper.

Met heimwee blik ik terug op dat paradijs van vroeger. Toen ik nog voor meer dan 10 dingen het gepaste instrument was. Toen ik op zondagmorgen nog facteur van dienst mocht spelen om een krant te brengen.  Of glazenwasser, die meer aandacht mocht hebben voor de taferelen die zich achter het glas afspeelden dan voor de strepen die zijn zeemvel achterliet. Af en toe werd ik zelfs joystick van een apart X-box-spelletje. Op de keukentafel, als melkboer.

Wij venten doen er niet meer toe. Al langer hoe minder. We worden meer en meer vijfde wiel aan de wagen.

Misschien hebben vrouwen zich gewoon veel beter aangepast aan de moderne wereld dan wij mannen. En lopen we daarom een beetje achterop in onze processie van Echternach. Wij leven immers al beduidend korter dan vrouwen. Is dat geen voorteken?  Een bewijs van onze zwakte? Ons zelfvertrouwen wordt ook meer en meer op de proef gesteld? Zeker nu vrouwen het steeds meer met elkaar beginnen doen. En zelfs manloos moeder worden, zonder onze tussenkomst. Het wordt stilaan ernstig.

Ze spelen het allemaal op hun eentje klaar. Vanzelf. En dan vraag ik me af of ze zich soms schuldig voelen. Omdat ze ogenschijnlijk zelfrijdend door het leven fietsen. Als grote overwinnaar van de oorlog der seksen?

Wij venten daarentegen moeten dringend gereanimeerd worden opdat we niet vervagen. Misschien kunnen vrouwen een handje helpen. Ons af en toe kunstmatig, mond op mond beademen zodat we niet uitsterven en achter glas terecht komen. Achter een vitrine van een of ander museum. Tijdens een expositie van andere, met uitsterven bedreigde diersoorten.

 

Zweet en testosteron.

Ik loop gevaar. Misschien haal ik de morele Vlaming en bij uitbreiding een groot deel van de wereld over me heen. Wellicht zal #metoo zich roeren. Mogelijkerwijs zullen feministen me uitbraken en word ik door hen straks leidend voorwerp als een brandend slipje of een smeulende BH.

Meer dan 20 jaar bracht ik door in een kleedkamer van een handbalploeg.  In dat venten hok rook het naar mannenzweet en proefde je testosteron. Zeker na een overwinning. Opgenaaid door adrenaline en te veel gulzige pinten deden we rare dingen. In geen tijd kon de elite van het Vlaamse handbal dan muteren tot heel veel helaasheid der dingen.

Lag je op je buik op de massagetafel liep je risico op hars in je reet.  Eens onder het stortbad lachten we met elkaars piemels. Alle formaten werden even hard op de korrel genomen. De te grote, de te kleine, de te dunne en de te dikke. Met te veel schaamhaar werd ook gelachen. Het was per slot van rekening nog steeds de jaren ‘90. Een bijgeknipt plukje werd nog wel getolereerd maar te veel al-qaida was in dat tijdperk ook al uit den Boze. Was je niet genoeg  getrimd, werd spot en nijd je deel. Voor de rest van de avond.

We urineerden onopgemerkt tegen elkaars benen of knepen shampooflessen leeg tot iedereen een Fellaini kapsel had. Al heette dat toen zo nog niet. Toen was dat nog gewoon een Michael Jackson-coupe omdat de King of Pop toen nog gewoon een zwarte was met Afro haar dat een beetje te bol stond. In die tijd was hij nog niet af gebleekt en accordeerde zijn Afro-neus nog helemaal met de rest van zijn tronie.

Naakte branieschoppers waren we. Macho’s met afgetrainde torso’s maar met een te klein of een te groot pietje. Of een te dik dat kon ook.

De grootte van onze mond en de vunzigheid dat we ermee uitkraamden was omgekeerd evenredig aan de grootte van ons zelfvertrouwen en de gevoeligheden die we er probeerden mee te verdoezelen. In de kleedkamer golden nu eenmaal heel andere wetten. Onoverwinnelijk waanden we ons. De zwaksten moesten er van tussen.

Met geribbelde pint in aanslag schopten we keet en zongen uit volle borst en in een valse toonaard: “Hete wijven voor de werkman.” De kans niet onbestaand dat nadien “De-keizer-van-China” en “De-Dochter-van-de-Paster” in alle uithoeken van de kleedkamer door iedereen werd mee gekweeld. … Ne keer langs hier.. ne keer langs daar.. ne keer langs voor… ne keer langs aahaaaachter…

Sommigen echter, bij wie het licht al gedoofd was en bij wie de hersencellen begonnen op te spelen tegen zo veel kuddegedrag, beperkten zich enkel nog tot: “Blote Tetten” en “Ein Prosit!”

Van fijnbesnaarde gevoeligheid mocht je ons niet verdenken. Van gemeende vrouwvriendelijkheid al evenmin. Toch niet in de kleedkamer. We gedroegen er ons als lompe boeren. Na winst werd de kleedkamer een vunzige concertzaal. Een soort van cantus vol platte liedjes met stomme teksten waarin vrouwen de hoofdrol kregen als lustobject of handig gebruiksmiddel. “Buurman wat doe je nu?”

Maar het was geen seksisme.  “Blote Tetten of Kleine Pietjes” waren geen luidruchtige uitdrukkingen van vrouwelijke of mannelijke onderdrukking. Wat we in gedachten deden als Keizer-van-China en met de Dochter-van-de-Paster was groen en onschuldig gestoef. We deden het toch niet bloot op de straat. Het was toch niet echt?

Met dat onhandig haantjesgedrag blonken we enkel onze denkbeeldige pluimen op. Omdat we hoopten dat ons kleurenpalet zo wel een beetje meer zou opvallen als we straks tussen de echte kippen moesten laveren.

En dan moet ik eerlijkheidshalve nog toegeven dat wanneer de eerste slow door de luidsprekers galmde ik mijn portefeuille wel eens vooraan in mijn onderbroek gestoken heb. Om hem niet kwijt te raken denk ik.

 

 

 

Alles komt goed.

2 minuten rust gun ik me nu.
Om even afstand te nemen van de drukte en het gedoe.
De voorbereidingen van zo een feest zetten altijd al mijn zintuigen op scherp.
Zal er genoeg zijn? Alle alarmbellen beginnen te rinkelen.
Zal het wel lekker zijn want zo een homp vlees bak ik niet alle dagen?
Een uur op 160 of 50 minuten op 180°?
Moelleux? Moeten die gebarsten zijn of net niet? Meus en Huysentruyt spreken elkaar tegen.
Mijn hart slaat sneller dan gewoonlijk en er vormen zich pareltjes zweet op mijn slapen. Ben ik aan ’t panikeren?

“Doe maar gewoon”: fluistert iemand. “Alles komt altijd goed.”
Ik weet dat ik dat altijd zeg als iemand door de omstandigheden in overdrive raakt.
Ik ga languit op mijn bed liggen en overloop in gedachten alle lijstjes.
Als ik gewoon doe, rustig blijf en vertrouw op mijn intuïtie zal het goed komen, zoals het dat altijd wel doet.
En als het iets te is of als net niet genoeg zal men me daar niet voor afschieten.
“Het komt wel goed.”
“Alles komt altijd goed.”

Laat je niet opjagen. Vergeet niet te genieten van de zorgvuldigheid die je besteedt aan het koken. Als je de kalkoen vult, je wildstuk lardeert of je pan déglasseert. Je doet het voor de mensen die je graag ziet.

Straks wordt de kamer gevuld met gezellige luidruchtigheid die de temperatuur van je gebraad zal relativeren. De ingezakte moelleux zal niet eens opmerkt worden.

Geniet van wat op je bord komt maar toch vooral van elkaar!
Fijn kerstfeest aan iedereen die van goeie wil is en niet vergeten.
Alles komt goed! Dat doet het altijd.

 

Geesten van het verleden.

Persoonlijk zie ik me eerder als iemand die meer vooruit blikt dan achteruit.
Ik probeer vandaag te leven. Met mijn wortels in het nu. Om niet omver geblazen te worden door gisteren.
Dat lijkt me een goede manier. Misschien is dat de juiste tactiek voor mezelf. Om te leren leven met de ervaringen uit het verleden maar met de blik gericht op wat nog moet komen.
Vooruit, met gedachten en energie gericht op de toekomst. Of op straks.

Ik ben soms wel eens nostalgisch. Op die momenten blader ik graag in een oud fotoalbum. Dan komt wel eens een beeld of een geur helder terug op de voorgrond. Maar ik bewaar geen stapels krantenartikels of schoolrapporten. Tenzij op zolder ergens in een vergeelde doos. Maar dan niet om er sentimentele herinneringen in gevangen te houden. Maar omdat ze deel uitmaken van wie ik ooit was.  En opdat mijn kinderen straks ook nog weten wie ik ooit geweest ben wanneer ik het zelf vergeten ben.
Als ik iets 2 jaar niet gebruikt heb gooi ik het doorgaans weg. Om maar te zeggen. Mijn geschiedenis is niet zo belangrijk. Ik ben er niet heel erg mee bezig. Dacht ik. Tot de laatste dagen. Tot deze week.
Deze week was een ongewone week. De stekker werd uit een verleden getrokken. Daardoor kwam ik in contact met een deel van mezelf dat ik vergeten was. Door de gesprekken kwamen herinneringen binnen die me terug brachten naar mijn roots. Of ik het wou of niet. Of ik ze wou zien of niet!
Ik kwam opnieuw op al die plaatsen, bij al die mensen, bij al die geesten uit het verleden.
Ze hielden zich wellicht al die tijd ergens stil verscholen op een plaats mij onbekend. Ergens in een klein donker plekje van mezelf. Maar ze waren er nog. Ze zijn nooit weg geweest.
De laatste dagen werd ik door de gebeurtenissen achteruit geslingerd en door de tijd terug gereisd naar al die plaatsen. Waar ik al was geweest. Lang geleden.

In een boekje bij de dokter las ik ooit. Het leven draait rond in cirkels. Ik zal zeker mijn voorhoofd gefronst hebben en zonder er verder aandacht aan te geven gedacht hebben: “Ja, dat zal wel!”
Maar als het wel zo is, helpt het misschien dat ik voor ik weet waar ik naar toe ga, eerst probeer te achterhalen waar ik al geweest ben.
Dan komt het verleden en de toekomst straks bij de volgende slingerbeweging misschien samen en worden 2 dimensies op mysterieuze wijze terug verenigd.
En dan zal ik de persoon die ik toen was misschien wel herkennen om te beseffen dat ik dat was!

Tweeduizend-vroeger.

De wereld wordt langzamerhand wit geschilderd. Het open vuur knettert en vult de kamer met een gezellig ruikende warmte. Dennenhout gok ik. Want het vuur verteert het hout te snel om beuk of eik te zijn.
De gelige verlichting langs de straatkant projecteert de schaduw van vallende sneeuwvlokken tegen het strakke, voile gordijn.
De meeste pakjes onder de boom zijn verpakt in goud of zilver. Rood kan ook. Tenzij de cadeautjes voor de kleinsten bestemd zijn. Dan mogen ze ook felblauw of roze.
Als je zelf al op jaarlijkse cadeautjes rooftocht geweest bent, weet je aan de verpakking alleen al uit welke etalage ze komen. Als je ze schudt ken je de inhoud. Meestal toch. Ik deed het elk jaar opnieuw. In het geniep. Wanneer er niemand thuis was en zeker niet betrapt kon worden.
Het rode pakje met het gouden strakke, in professioneel gedraaide krullen is parfum. Want er plakt een stickertje op. ici paris xl. Dat zie je, als je van dicht genoeg kijkt.
De flessen voor de mannen haal je er ook uit. Straf spul van Prik & Tik. Of hele dure rode. Dat kan ook.
De kleinste pakjes zijn de duurste. De grootste het goedkoopst. Want die moeten door hun omvang goed maken wat er maar voor betaald werd. Een nieuwe pmd vuilbak is een kanshebber, gis ik.
Al zou ik dit jaar ook wel eens dat kleinste doosje willen maar dat zal voor volgend jaar zijn.
Het maakt niet veel uit.
Er zijn al 5 echte glazen ballen aan gruzelementen gevallen. De eerste kerstbal brak toen ik het kleinste pakje wou verbergen tussen de naalden en de lichtjes. De laatste toen mijn eega een passende plek zocht voor het grootste pakje.
Het maakt niet zo veel uit.
Volgend jaar moeten er toch nieuwe gekocht worden omdat deze verzameling niet meer compleet is. En omdat er geen 2 verschillende soorten tegelijkertijd in mogen. Dat vloekt. Gelijk een tang op een varken. Zegt ze. Ze zal wel gelijk hebben want ik ken niet veel van kerstballen.
De feestdis staat ook op punt. Geen gevulde kalkoen met airellen en gestoofde peer met kroketten maar iets met lam en verloren groenten. En creme brulee als dessert. Alleen mag ik niet vergeten te zorgen voor een keukenbrander. Het oog wil ook wat. Anders blijft het gewoon maar creme patissiere met suiker. Ook niet slecht maar niet zo chique.
Het maakt niet heel veel uit.
Eigenlijk maakt het niets uit. Want één stoel zal onbezet zijn. Die van onze pa. En hij vond het allemaal niet zo belangrijk. De ballen, de dure rode of de paris xl. Die werd gewoon elk jaar opnieuw al gelukkig met die paar woorden die steevast de pakjesavond inluidden…Van je kleinkind Noor, Thijs of Dries, Bornem 1 januari “tweeduizend-vroeger”…

 

Te vroeg op vrijdagavond

Het is vrijdagavond. De fel rode cijfers van de wekker verraden de tijd. Het is 21:17u en ik lig al in bed. Misschien is het te vroeg om me al aan de nacht over te geven? Ik zit er niet mee.
De zachte regen tikt ritmisch tegen het dakraam. Ik word er rustig van.
De laatste tijd ben ik dikwijls alleen. Alleen en stil op mezelf. Soms ben ik dan ver weg en lijk ik diep in gedachten verzonken en dat is soms wel zo.
Meestal ben ik op die momenten druk aan de slag met iets of iemand wat mijn aandacht heeft opgeëist. Met de voorbije week bijvoorbeeld, die weer bol stond van gebeurtenissen waar ik jullie een mening over verschuldigd ben. Dan begin ik te analyseren. Met beschouwen en over-analyseren om dan meestal te eindigen met over-reageren.

Maar even dikwijls gebeurt er gewoon helemaal niets. Ik oog dan eenzaam of misschien triest dat is maar schijn. Ik heb dan gewoon geen zin in mensen. Geen goesting om te praten of om aan een sociale norm te voldoen. Ik wil dan geen meningen aan mijn hoofd. Zeker geen gedoe.
Op zulke momenten sluit ik me helemaal af en maak ik bewust geen tijd voor nieuws of voor jouw gedachtenwereld. Niet dat je mij niet interesseert of dat jouw dingen me niet bezighouden. Integendeel, het kost me gewoon wat veel moeite of energie om jouw geest er bij te nemen. Om hem te ordenen zodat ik hem begrijp of gepast kan reageren.
Ik tracht meestal te achterhalen wat je precies bedoelt. Hoe je het voelt en waarom je het zegt. Of wat je van verlangt zonder het te vragen.
Voor juiste interactie of voor een juiste repliek, moet ik je opvattingen eerst verwerken om ze goed te begrijpen. Dat kost wat tijd. Wellicht meer tijd dan dat er geduld kan voor geoefend worden.
Een te snelle conclusie dat jouw verhaal me niet boeit is voorbarig en misplaatst. Dat snelle besluit brengt me van mijn stuk. Hoewel het hier van boven razendsnel gaat en ik het probleem klaar en duidelijk zie. Hoewel oplossingen dikwijls in duidelijke beelden voorbij flitsen, kost het me toch meer moeite om dat antwoord juist te formuleren zodat jij ook voelt hoe ik het bedoel. En dan lukt het soms gewoon echt niet.

Om erger te voorkomen las ik op zulke momenten een time-out in en neem ik wat afstand. Ik maak dan wat plaats in mijn hoofd zodat volgende druppels mijn emmer niet doen overlopen.
Voldoende niets doen werkt!
En als ik dan genoeg niets gedaan heb, heb ik hard genoeg gewerkt om straks een beetje tijd over te hebben om iets anders te kunnen doen.

 

Seksime

Vrouwen kunnen heel lang wachten tot wanneer hun mannelijke bijzit iets fout doet. Om het dan luid uit te roepen en te zeggen: “Zie je wel. Ik had dit al van ver zien aankomen.”
Vrouwen. Ze zwijgen nooit. Ze zijn geboren om te tateren. En om mannen te berispen. Ze zagen zelfs als mannen slapen. Omdat ze snurken. “Alle mannen snurken”: beweren ze. Persoonlijk heb ik mezelf anders nog nooit horen snurken

Als ze dan eens niet zeuren dan klagen ze. Er doet altijd wel iets pijn. Pijnlijke voeten of schouders, hoofdpijn of te harde stoelgang. Hun rug speelt op. Of anders zijn de regels die hen uit hun normale doen houden. Het is altijd wat.

In plaats van mannen te waarderen voor het werk dat ze leveren, worden ze opgezadeld met taken die hun waardigheid aantasten. Door hen elke week het vuil te laten buiten zetten. Of door hen het huis uit te jagen zodat ze niet gestoord worden. Om daar dan zinloze taken uit te voeren zoals het gras afrijden of onkruid uit te trekken. Onkruid dat ze nota bene zelf gepland hebben.
Vrouwen spenderen ook veel te veel tijd aan schoonmaken. Wie valt het buiten henzelf op dat het huis proper is buiten? Inderdaad, en de waarheid is dan nog dat het ons niet zoveel kan schelen.
Als vrouwen dan toch energie over hebben waarom dan niet een keertje meer waxen of zo? Belangrijke dingen. Waar mannen ook iets aan hebben.

Waarom moeten mannen zonodig een volledige dag shoppen en een halve bankrekening uitgeven als ze toch meestal het eerste kopen wat ze zien?

Vrouwen zorgen ook beter voor hun kinderen dan dat ze dat doen voor hun vent. Als een kind valt lopen ze naar de apotheekkast en zoeken ze het juiste pleistertje en zalfje. Nadien krijgt het slachtoffertje een dikke knuffel en een nog dikkere kus. Als een man valt wordt hij alleen maar beschuldigd van van tomeloze overdaad en aanstellerij om nadien dagenlang zoniet weken aan een stuk genegeerd te worden.

Als vrouwen dan echt zo bezorgd zijn over calorieën en cholesterol, waarom tellen ze die van zichzelf dan niet? Ons enige probleem met gewicht is dat het zich moeilijk verspreid over ons lichaam en dat het zich te fel in het centrum van ons lichaam concentreert doordat we zo dikwijls op onze rug liggen. Iets wat vele vrouwen trouwens veel te weinig doen.
Vrouwen maken meestal van een mug een olifant. wanneer er dan 10 grassprieten aan onze voetzolen kleven na het grasmaaien. Of omdat we nadien uit de fles drinken dreigen ze met scheiden.
Triviaal!

Zelfs al zijn wij mannen geen loodgieters en niks weten van lekkende afvoeren en fittende pijpen moeten wij toch alle herstellingen eerst zelf proberen doen. Om nadien als we het helemaal erger gemaakt hebben en als het huis in oorlogsgebied is omgetoverd er toch een echte vakman moet langskomen. Om de boel juist te herstellen. Maar dan in het weekend. Op zaterdagavond! Omdat het dan dubbel zoveel kost. Vrouwlief wordt dan toch nog boos hoewel alle huiselijke problemen zijn opgelost.

Vrouwen begrijpen niet dat staren naar andere vrouwen belangrijk is. Waarom begrijpen ze niet dat het onze plicht is. Om mee te kunnen praten, om te vergelijken of om er mee op te kunnen scheppen tegenover onze soortgenoten. Het liefst aan een toog. Met bier.. veel bier.

Een man is beter af als vrijgezel denk ik dan. Scheren hoeft dan niet elke dag en van kleren naast een overvolle wasmand of een sok die rondslingert worden we niet onmiddellijk een onmens. Een haar in de douche verandert ons niet in een landloper. We zouden dan ook geen waardevolle tijd meer verdoen met badkamers poetsen ofzo als er op dat moment belangrijke dingen gepland zijn. Zoals voetbal of porno. Vrouwen moeten dringend hun prioriteiten herschikken.

Wij mannen zijn best sociaal hoor. Zo lang ze de dingen waarmee ze hun sociaal gedrag tonen niet steeds terugspreken of commanderen of steeds maar met hen willen dansen. Sociale interactie met een scherm is meestal voldoende, tenzij er veel bier is. Dan gelden andere wetten.
Een boer en een wind veranderen mannen dan niet plots in een neanderthaler.. Die activiteiten zouden dan gewoon beschouwd worden als natuurlijke lichaamsreacties tijdens een verteringsproces.

Er bestaat gewoonweg geen enkele juiste manier om het vrouwen naar de zin te maken.
Het enige waarvoor ze eigenlijk deugen is seks. Al duurt dat zelfs ook te lang. Waarom worden vrouwen eigenlijk pas opgewonden na een ingewikkeld voorspel waar steeds andere dingen en plekjes belangrijk zijn? Waarom kunnen ze niet zoals wij venten hitsig raken zonder voorspel? Zo moeilijk kan dat toch niet zijn?

Het duurt ook altijd een eeuwigheid vooraleer ze klaar zijn om ergens naar toe te gaan. Een man is klaar in 5 minuten. Als de dames dan eindelijk zo ver zijn moeten ze eerst uitvoerig gecomplimenteerd te worden met hun outfit en hoe ze eruit zien. Zoda ze nadien kunnen zwaaien met beschuldigingen omdat mannen maniakken zijn als ze het te uitvoerig gedaan hebben of voor ongevoelige, ongeïnteresseerde mislukkingen als ze het niet uitvoerig deden. Daarom geven ze geen complimenten meer . Ze blijven liever uit het oorlogsgebied.

“Moet dat zo snel? We hebben toch tijd,” Eens in de auto wordt de rijstijl van mannen ook bekritiseerd. Ofwel rijden ze te snel of wel worden ze vergeleken met pensioengerechtigden wanneer ze te hard proberen aan die eerste eis te voldoen. Wanneer vrouwen aan het stuur zitten wordt het gevaarlijk. Als ze in de passagiersstoel plaatsnemen ook. Het maakt eigenlijk geen enkel verschil.

Onderscheid in geslachten. Oorlog van de seksen. Met feiten kunnen verschillen onderstreept worden. Misschien is het tijd om erover te spreken. Misschien moeten we er minder mee lachen? Misschien moeten we er iets volwassen mee omspringen?
Het grappige van seksisme blijft natuurlijk wel dat er meestal net genoeg waarheid overblijft om het geloofwaardig te laten lijken.
Maar seksisme blijft natuurlijk gewoon een hele grote misvatting. Het is overdreven en het bestaat eigenlijk helemaal niet.  Seksisme … het is er niet, tenzij in vrouwenhoofden.

 

Koffie

Ik zou veel geld over hebben om gewoon in bed te blijven liggen in plaats van mezelf in het duister naar het werk te moeten slepen. Zouden ze het aan mij kunnen zien? De opgewekte ochtendmensen? Ik hoop dat ze me een beetje ontzien en dat ze uit mijn buurt blijven? Die douche heeft trouwens zijn opzet volledig gemist.

Straks vervloek ik binnensmonds de vrolijke lui die gisteren al om 19:00u tussen het meel lagen. Diegenen ook die vanaf 5:00u in hun ledikant lagen draaien en keren. Te wachten op de haan die met zijn gekrijs het startschot geeft voor de wilde dans der dwazen.

Hoe ben ik hier geraakt? Ik wist zelfs niet dat mijn automatische piloot überhaupt aanstond.

“GOEDE MORGEN!!! Het belooft weer een drukke dag te worden, niet?”
Mocht ik nu toegeven aan mijn innerlijk alter ego ik zou zeker zeggen. “Man hou je snavel, zwijg, en laat me gerust. Ik wil slapen.” Maar ik prevel iets zoals: “Grommmorgen!”

Ochtenden als deze. De koffie laat veel te lang op zich wachten. Even denk ik dat een infuus vlugger doorsijpelt dan dit slow motion koffieapparaat. Gelukkig zijn de bonen aangevuld en is het lekbakje niet vol zodat ik alsnog binnen een min of meer aanvaardbare tijdspanne aan mij troost raak.

Slurpend aan mijn zwarte gif dwaal ik af naar de lunchpauze. Zal ik dan een powernap kunnen doen? Vrouwen hebben het gemakkelijk, denk ik ineens. Zij kunnen de donkere kringen en wallen mooi verbergen achter hun make-up. Als ze hun ogen kunnen open houden tenminste. Anders is dat voordeel eveneens zinloos als mijn wallen.

Ik wou dat ik goed gezind was. Dat ik kon lachen. Ik zou willen dat ik eindelijk wakker werd. Nee, ik wil eigenlijk gewoon nog wat slapen. Zou ik anders doen alsof ik geconcentreerd aan het lezen ben? Een rapport of een verslag of zo. Ik kan dan mijn hoofd ondersteunen. Ellebogen op het bureau. Één hand onder mijn kin en het andere half voor mijn ogen. Maar telkens ik dromerig weg zwijm, valt mijn kin van zijn steun.

Ik wil dood. Neen dat is een beetje overdreven. Maar Ik wou dat ik thuis was en stinkend rijk was. Dat ik niet naar het werk moest. Of gewoon maar dat ik s’avonds  voldoende zin had om op tijd naar bed te gaan in plaats van nog een column te schrijven. Of naar nog een zinloos tv-programma te blijven gapen. Of net dat ene juiste excuus vond om’ s nachts te slapen zoals de rest van de wereld, die op dat moment ook zachtjes indommelt.

Nooit nog blijf ik op tot 01:30u. Vanavond ga ik vroeg naar bed en haal wat slaap in. Maar had ik dat gisteren ook al niet gezegd. Deze keer meen ik het. Het mag gebeuren of anders haal ik het einde van de week niet.

Het leven van een nachtmens is hard. Zeker als het er vol loopt met dagmensen.
Waarom moet de dag zo vroeg in de ochtend beginnen? Als de dag rond het middaguur zou beginnen, zou me dat veel beter uitkomen. Tegen dan zou ik klaar zijn voor het ontbijt. Pistolets eten om 7 uur? Wie heeft dat uitgevonden?

Voila. Het is 10:00 uur. De caffeïne heeft zijn bestemming bereikt en zetten stilaan mijn hersen-haarvaten open. Ik kom er stilaan door. Het gaat me lukken vandaag. Misschien zelfs tot een uur of 5.
“En slecht gehumeurd? Met een verkeerd been uit bed gestapt?”
“Zwijg en bemoei je met je eigen zaken!”

 

Vraagjes tegen de Tijd

 

Vooraleer we beginnen. Nog een vraagje. Heb je er eigenlijk ook zo een hekel aan wanneer ‘s morgens je wekker afgaat?
Maar ik heb helemaal geen wekker. Die zijn uitgevonden om overal op tijd te komen. Ikzelf doe het allemaal een beetje op mijn eigen tempo, en zonder alarm.

Heb je dan geen zorgen of verplichtingen?
Niet meer. Dat is verleden tijd. Op mijn leeftijd heb ik genoeg gezien. Zeker meer dan dat ik gepland had. Zo heb ik de opkomst en ondergang van beschavingen gezien. Ik was erbij toen grote leiders werden geboren. En ook weer dood gingen. De opkomst van de auto en Tv of de computer zag ik vanop de eerste rij. Andere gebeurtenissen waren dan weer maar kleine rimpels in de oceaan van de tijd.

Zal die er dan altijd zijn, de tijd?
Ik denk dat je dat zo wel zou kunnen stellen maar mensen verspillen gewoon te veel tijd! Terwijl anderen hem net proberen te doden. Maar ongeacht wat je ook doet. Je kan hem niet vertragen. Dat gaat niet. De tijd gaat altijd verder.

Welke plannen heb je nog met je tijd?
Ik ben behoorlijk druk bezig hoor. Om mensen een beetje tijd te geven of om ervoor te zorgen dat ze genoeg hebben om te bereiken wat ze nog allemaal willen. Ook al ben ik het er niet altijd mee eens, maar ja wie ben ik.

Verveelt het dan nooit, de tijd?
“Nee, absoluut niet! de tijd herhaalt zich nooit he. Elke dag die om is, is ook voor altijd verdwenen en komt nooit meer terug. Daarom is elke dag uniek en zo spannend. Maar dat snappen maar weinig mensen.

Maar heb je dan eigenlijk wel tijd voor een relatie?
Ja, dat is een lang verhaal. Heb je nog wat tijd? Ik heb een tijdje iets gehad met moeder natuur maar die was veel te veel met zichzelf bezig. Maar, Ik ben een beetje te oud geworden om een achterbakse vrouw te verdragen. Ze wil steeds maar de tijd terugdraaien. Om de dingen beter te maken dan hoe ze gelopen waren. Die dwaze vrouw krijgt dan kuren. Dan zorgt ze voor orkanen, overstromingen of ijstijden of zo. Ik blijf die vrouw vertellen dat de tijd vooruit gaat en niet achteruit, maar ze luistert niet. Ze doet maar, ik steek er mijn tijd niet meer in. Allez dat zeg ik nu… “

Wat doe je dan wel voor het plezier?
Oh, ik speel spelletjes. Mensen zeggen altijd dat ze er geen tijd voor hebben. Maar als ze zich wat minder zorgen zouden maken. Ze zouden alle tijd van de wereld hebben. Om te spelen. Of om te reizen. Of om te doen wat ze graag doen. Ikzelf word er helemaal opgewonden van omdat ik er zeker van ben dat er nooit genoeg tijd zal zijn om alles te doen wat ik nog wil doen.

Dat herinnert me eraan hoe laat het al geworden is. Hoe laat is het…?
… Excuseer dat ik je onderbreek maar sinds het begin der tijden hebben mensen geprobeerd om dat uit te zoeken. Ze hebben zonnewijzers gemaakt. Ze hebben pendels gemaakt om de lengte van het moment te meten. Of Quartz horloges om de nanoseconde vast te leggen. Niet dat het ooit gelukt is of ooit zal lukken. Maar voor mij is het allemaal hetzelfde. De tijd gaat gewoon te vlug om hem te meten. Hoe je het ook probeert. Snap je?

Ja, maar we zullen dit interview waarschijnlijk moeten beëindigen. De tijd is om. Wil je nog iets toevoegen?
Neen, niet echt maar mocht je toch een manier ontdekken om wat tijd te besparen, of in te halen, laat het me dan maar weten. Dan zou ik misschien zelf ook beetje tijd over hebben om een klein beetje vakantie te nemen. Tijd om eens een tijdje uit mijn vertrouwde tijdzone te komen. Maar. Ik moet nu gaan want tijd staat nooit stil.
Ik heb namelijk een spannende nieuwe “eerste” afspraak met Moeder Natuur. Om het uit te praten. Om het nog eens proberen bij te leggen. Ik hoop dat ik nu weer maar niet te vroeg kom… (lachje)

Nog eens bedankt voor het gesprek en je tijd roep ik nog…

Anders

Hoe gevulder ik mijn dag inplande des te minder ik gereed kreeg. Of hoe minder tevreden ik was met het resultaat van de dingen die ik half zijn gat had geaan. “Kiezen is verliezen”: hadden ze me gezegd.

Daarom wou ik altijd alles doen. Desnoods alles tegelijk om niets te missen. En dan was ik dikwijls nog niet eens voor mezelf aan de slag. Ik was zo begaan met mijn drukdoenerij en met ingebeelde verwachtingen tegenover anderen dat ik gedubbeld werd in de race tegen mezelf.

Kinderen, lief, werk, familie en vrienden. Alle dagen en uren zorgvuldig ingepland om de beschikbare aandacht netjes te verdelen. Ieder om beurt. Gelijke deeltjes, afgewogen met de apotheekbalans. Behalve voor mezelf. Ik werd uitgesteld naar de volgende planning. Naar een volgend rantsoen. Niet goed.

Ik moest het omkeren. Het moest veranderen. Niet uit egoïsme of omdat het me opgelegd werd of omdat ik me tegenover iemand verplicht voelde. Neen, mijn instinct en zelfbehoud spelden me de les: “dit moet anders, dit moet beter kunnen of het loopt slecht af.”

Maar mezelf op de eerste plaats? Hoe moet dat? Hoe pak ik dat vast? Ik kwam er snel achter dat sommige zaken gewoon niet tegelijk kunnen. Voor belangrijke dingen neem je beter de nodige tijd, met focus. En wat afstand, om het goed te doen en om goed te doen. Juist. Voor jezelf. Andes loopt het mis. Vroeg of laat.

Voor anderen bedenken hoe ze kunnen veranderen is niet moeilijk. Daar heb je geen gedragstherapie voor van doen. Dat lukt zo wel.  Oordelen, is niet zo moeilijk. Preken ook niet. Dat kunnen we allemaal gelijk de besten.

Gecompliceerder wordt het wel als je zelf eens goed in de spiegel naar jezelf kijkt.  En tracht uit te vissen hoe je jezelf kan corrigeren op dingen die minder goed lopen. Als je probeert te achterhalen hoe het anders of beter kan. Daar is net iets meer lef, durf en moed voor nodig maar het kan… als je het doet!

Maar begin er niet aan als het je wordt opgedrongen. Begin niet aan als je denkt dat je het moet doen om er bij te horen. Doe het alleen puur en authentiek.

Wanneer het veranderd is moet het beter zijn. Als je beter wil, moet het veranderen. Maar als het veranderd is en je werd er zelf niet beter van, doe het dan opnieuw.

Je leven is van jou.

Doe wat je wil en doe het goed en veel. En gedreven. Met een groot hart.

En wil je het niet meer? Verander het dan.

Van aanpak, van werk.  Van huis. Van lief of van land.

Het leven is te kort om te wachten tot het vanzelf komt.

Doe het gewoon!

Voor jezelf. Vandaag.

Alle anderen worden er vanzelf ook beter van.

Ego

Soms wil ik weerwoord bieden aan dat stemmetje in mijn hoofd om er kordaat tegen te zeggen: “Je stoort. Mag ik je alstublieft verzoeken om weg te gaan. Je snijdt me de pas af?”

Heel af en toe is het gehoorzaam. Dan vervaagt het en gaat het even helemaal weg. Af en toe houdt het zich een paar ogenblikken stil en afzijdig en bemoeit het zich even niet met mijn gedachten. Dan stopt het met souffleren en geeft eventjes geen voorzetten meer op  antwoorden die ik zelf nog moet formuleren of bedenken. Dan kan ik mijn verlegenheid aan de kant schuiven en krijg zelf wat ademruimte voor een afwijkend standpunt of een excentriekere zienswijze.

Even dikwijls valt het echter voor dat het niet stopt. Dat het, het gesprek helemaal overneemt of opeist. Om op die manier het hoge woord te kunnen voeren en te beslissen welke richting de conversatie uit mag gaan om er zeker geen grip op te verliezen.  Dan wil ik zeggen: “Maak dat je wegkomt. Ik was hier eerst. Je hebt hier niets verloren. Vlieg maar weg. Bedankt voor alles.”

Op die momenten zou ik het willen plukken als een paardenbloem. Dan zou ik de pluizen ervan wegblazen. In een ander grasperk. Om daar te groeien en er te gaan storen in het perfecte groen. Maar ik doe het niet. Ik laat het toe. Ik tolereer het omdat het mij uitkomt. Omdat het bij moeilijke situaties mijn onwetendheid camoufleert. In gênante discussies mijn onzekerheid maskeert. En me bij gesprekken met interessantere of slimmere mensen de illusie geeft expert te zijn over onderwerpen waar ik maar weinig of helemaal niets van begrijp.

Mijn ego. Wat een heimelijk venijnig ding is dat toch? Mijn dekmantel en mijn ultieme alibi die me steeds opnieuw influistert wat ik het liefste van al hoor en me uit de wind zet als ik de storm van voren krijg.

Maar die bekentenis zou ik nooit doen tegenover jou. Daarvoor is mijn ego net iets te groot.